Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:15937

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19-12-2016
Datum publicatie
22-12-2016
Zaaknummer
NL16.3662 (beroep) en NL16.3663 (verzoek)
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

- Niet-begeleide minderjarige

- Beroep tegen buiten behandeling laten asielaanvraag ongegrond

- Beroep tegen opleggen inreisverbod gegrond

- Verzoek afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummers: NL16.3662 (beroep) en NL16.3663 (verzoek)

V-nummer: [nummer]

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter en de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 19 december 2016 in de zaak tussen

[eiser], eiser en verzoeker, hierna: eiser,

gemachtigde: mr. S. Zwiers,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. P.M.W. Jans.

Procesverloop

Bij besluit van 29 november 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Daarnaast is eiser een vertrektermijn onthouden en een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Eiser heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen hangende de behandeling van het beroep.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 december 2016. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De rechtbank doet na afloop van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak. De rechtbank overweegt het volgende.

2. Niet in geschil is dat eiser een niet-begeleide minderjarige is. Allereerst dient te worden beoordeeld of eisers beroep ontvankelijk is. Verweerder beschikt over een melding dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft verklaard dat er eerder wel contact is geweest met eiser en met diens voogd, stichting Nidos. Nidos is betrokken bij de zaak en heeft gemachtigde van eiser desgevraagd akkoord gegeven voor het instellen van beroep tegen het bestreden besluit. De rechtbank leidt hieruit af dat eiser wel procesbelang heeft en het beroep ontvankelijk dient te worden verklaard.

3. Met betrekking tot het beroep tegen het buiten behandeling laten van eisers aanvraag oordeelt de rechtbank als volgt. Niet in geschil is dat eiser zich niet heeft gemeld voor de aanvang van zijn procedure op 29 november 2016. Ook nadien heeft eiser zich niet meer gemeld bij verweerder. Eiser heeft zich dan ook niet beschikbaar gehouden voor nader onderzoek. Verweerder was derhalve bevoegd de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in dit geval terecht van deze bevoegdheid gebruik gemaakt en deze aanvraag buiten behandeling gesteld.

4. Gelet op het voorgaande is het beroep tegen het buiten behandeling laten van eisers aanvraag ongegrond.

5. In artikel 10 van richtlijn 2008/115/EG (de Terugkeerrichtlijn) worden voorwaarden gesteld aan het uitvaardigen van een terugkeerbesluit tegen een niet-begeleide minderjarige. Noch uit het bestreden besluit, noch ter zitting is gebleken dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. Verweerder heeft geen voornemen tot het nemen van het terugkeerbesluit kenbaar gemaakt. Ook voor wat betreft het opleggen van het inreisverbod had verweerder een voornemen kenbaar moeten maken bij Nidos en in ieder geval aan de gemachtigde van eiser. Verweerder had aan de hand daarvan moeten inventariseren of er humanitaire of andere redenen bestaan om van het inreisverbod af te zien. Gelet hierop had verweerder geen terugkeerbesluit mogen nemen en dus ook geen inreisverbod mogen opleggen.

6. Gelet op het voorgaande is het beroep tegen het opleggen van het inreisverbod gegrond en wordt het bestreden besluit in zoverre vernietigd.

7. Gegeven de beslissing in de hoofdzaak is er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

8. Verweerder zal op na te melden wijze in de proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak met nummer NL16.3662:

  • -

    verklaart het beroep voor zover gericht tegen het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag ongegrond;

  • -

    verklaart het beroep gericht tegen het opleggen van het inreisverbod gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij een inreisverbod is opgelegd;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 496 (vierhonderdzesennegentig euro), te betalen aan eiser.

De voorzieningenrechter, in de zaak met nummer AWB NL16.3663:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter en voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2016.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak, voor zover deze betrekking heeft op het beroep, kan binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.