Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:15932

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20-12-2016
Datum publicatie
02-01-2017
Zaaknummer
NL16.2812
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

- Somalië

- intrekking asiel onbepaalde tijd

- openbare orde

- inreisverbod 10 jaar

- 3 EVRM privéleven

- beroep intrekking n-o

- beroep inreisverbod ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL16.2812
V-nummer: [nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 20 december 2016 in de zaak tussen

[eiser], eiser,

gemachtigde: mr. A. Greve-Kortrijk,

en

de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. I.E. Lemmers.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 16 september 2016 (het bestreden besluit).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 december 2016. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Somalische nationaliteit. Eiser heeft op 22 augustus 1997 een asielaanvraag en een aanvraag om een vergunning tot verblijf wegens klemmende redenen van humanitaire aard ingediend. Bij besluit van 26 maart 2001 heeft verweerder wegens tijdverloop in de asielprocedure aan eiser een vergunning tot verblijf zonder beperking verleend met ingang van 22 augustus 2000. Bij de invoering van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) is deze vergunning aangemerkt als een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de verblijfsvergunning van eiser op grond van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw en artikel 3.86 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) ingetrokken, met terugwerkende kracht tot 25 juli 2014. Verweerder concludeert dat eiser gelet op diens strafrechtelijke antecedenten een gevaar vormt voor de openbare orde. Daarbij heeft verweerder overwogen dat de vergunning wegens tijdverloop in de asielprocedure een nationale verblijfsvergunning is, waarvan de intrekking niet onder de werking van de Richtlijn 2011/95/EU (Kwalificatierichtlijn) valt. Verweerder verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:216:1550).

3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder tevens bepaald dat eiser op grond van artikel 62, tweede lid, aanhef en onder c, van de Vw Nederland onmiddellijk dient te verlaten. Ook heeft verweerder aan eiser op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw een inreisverbod voor de duur van tien jaar opgelegd. Daartoe heeft verweerder gemotiveerd uiteengezet dat er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging, die een fundamenteel belang van de samenleving aantast.

4. Eiser heeft in beroep – samengevat – betoogd dat verweerder gezien het strafblad van eiser weliswaar zou kunnen besluiten tot intrekking van de verblijfsvergunning in verband met de openbare orde, maar dat onvoldoende is onderzocht of eiser bij terugkeer naar Somalië niet een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Eiser zal vanwege zijn lange verblijf in het buitenland opvallen en bovendien is het in Kismayo, waar eiser vandaan komt, geenszins rustig. Ter onderbouwing verwijst eiser naar twee passages uit het algemeen ambtsbericht inzake Somalië van het ministerie van Buitenlandse Zaken van 30 maart 2016 (het ambtsbericht). Voorts heeft eiser betoogd dat het opleggen van het inreisverbod in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met het feit dat eiser ernstige psychische problemen heeft. Uit het zorgplan van de Penitentiaire Inrichting in Vught van 10 oktober 2016 en het Re-integratieplan ISD (Inrichting Stelselmatige Daders) van 2 december 2016 blijkt dat eiser nu constructief mee lijkt te werken aan rehabilitatie. Als eiser nu zal worden verwijderd uit Nederland, zal dat zeker leiden tot een terugval of erger en is de investering van de Nederlandse samenleving voor niets geweest.

De rechtbank oordeelt als volgt.

5. De rechtbank stelt vast dat de beroepsgronden zien op zowel de intrekking van de aan eiser verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als op het opgelegde inreisverbod voor de duur van tien jaar. Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 9 juli 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:298) heeft een vreemdeling tegen wie een inreisverbod met de rechtsgevolgen bedoeld in artikel 66a, zevende lid van de Vw is uitgevaardigd, zolang dat inreisverbod voortduurt, geen belang bij de beoordeling van het beroep tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning. De vraag of verweerder de verblijfsvergunning heeft kunnen intrekken, kan ten volle aan de orde worden gesteld in het kader van de toetsing van het inreisverbod. De rechtbank zal de beroepsgrond van eiser gericht tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning daarom in het kader van het beroep tegen het inreisverbod bespreken.

6. Niet in geschil is dat Kismayo niet onder controle staat van Al Shabaab. Uit het ambtsbericht blijkt weliswaar dat er nog steeds aanslagen plaatsvinden in Kismayo en dat daarbij ook burgerslachtoffers vallen, maar naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het ambtsbericht niet dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. Ook eisers stelling dat hij reeds vanwege zijn langdurige verblijf in het buitenland zal opvallen en een groot risico loopt om te worden opgemerkt door Al Shabaab, volgt de rechtbank niet. De passage op bladzijde 75 van het ambtsbericht waar eiser naar verwijst, heeft betrekking op terugkeerders uit Europa die zich vestigen in Mogadishu. Los van het feit dat Mogadishu evenmin onder controle van Al Shabaab staat, zal eiser niet naar Mogadishu, maar naar Kismayo moeten terugkeren. Daarbij komt dat op bladzijde 77 van het ambtsbericht wordt vermeld dat er onvoldoende redenen zijn om aan te nemen dat een terugkeerder uit Europa reeds daarom door Al Shabaab als deserteur of verrader zal worden wordt beschouwd. De beroepsgrond faalt.

7. Niet in geschil is dat eiser geen familie- of gezinsleven heeft in Nederland. Ten aanzien van eisers privéleven heeft verweerder een uitgebreide belangenafweging gemaakt en is verweerder tot de conclusie gekomen dat het opleggen van het inreisverbod geen ongeoorloofde inbreuk op eisers privéleven vormt, gelet op het feit dat eiser een ernstige bedreiging van de openbare orde vormt. Voor zover eiser, onder verwijzing naar het zorgplan van de Penitentiaire Inrichting in Vught van 10 oktober 2016 en het Re-integratieplan ISD van 2 december 2016, heeft betoogd dat hij vanwege de verbetering van zijn psychische situatie geen actuele bedreiging voor de openbare orde meer vormt, overweegt de rechtbank als volgt. Ten tijde van het bestreden besluit was er nog geen sprake van een verbetering van eisers gedrag. Eiser wilde niet meewerken aan de re-integratie- of behandelingsmogelijkheden die hem werden geboden in het kader van de opgelegde ISD-maatregel. Daarom werd de kans op recidive als hoog ingeschat. Naar het oordeel van de rechtbank is de periode die sindsdien is verstreken te kort en de ontwikkeling in eisers gedrag nog dermate onzeker dat het geen afbreuk kan doen aan het actuele karakter van de bedreiging voor de openbare orde. De beroepsgrond faalt.

8. Het beroep tegen het opleggen van het inreisverbod is gelet op het vorenstaande ongegrond. Het beroep tegen het intrekken van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is niet-ontvankelijk.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank

  • -

    verklaart het beroep niet-ontvankelijk, voor zover gericht tegen de intrekking van de verblijfvergunning asiel voor onbepaalde tijd;

  • -

    verklaart het beroep voor het overige ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 december 2016.

griffier rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Afschrift verzonden aan partijen op: