Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:15420

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-12-2016
Datum publicatie
29-12-2016
Zaaknummer
C/09/499481 / HA ZA 15-1249
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst koop en levering aandelen tot stand gekomen? Gevorderde nakoming op straffe van dwangsom toegewezen. Verweer tegen uitvoerbaarheid bij voorraad afgewezen. Art. 233 Rv. Art. 6:213 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/4077
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/499481 / HA ZA 15-1249

Vonnis van 28 december 2016

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiser,

advocaat mr. E.M.Y. Sørensen te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. A.C.M. Verhoeven te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 6 oktober 2015, met 8 producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met 2 producties;

  • -

    het tussenvonnis van 3 februari 2016, waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 19 april 2016 en de daarin genoemde stukken, waaronder producties 9 tot en met 13 van [eiser] en productie 3 van [gedaagde] ;

  • -

    de akte houdende vermeerdering van eis;

  • -

    de akte uitlaten vermeerdering van eis.

1.2.

Het proces-verbaal is buiten aanwezigheid van partijen opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld eventuele onjuistheden in het proces-verbaal aan de rechtbank kenbaar te maken. [eiser] heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 20 april januari 2016 en [gedaagde] bij brief van 22 april 2016.

1.3.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] en [gedaagde] houden sinds de oprichting van QS Holding Group B.V. (hierna: QS Holding Group) op 28 mei 2008 ieder 50% van de aandelen. Bovendien zijn zij beiden statutair bestuurder van QS Holding Group.

2.2.

Tot 2012 hebben [eiser] en [gedaagde] gezamenlijk een onderneming in Quattro Systems B.V. gedreven. [gedaagde] heeft [eiser] destijds als indirect medeaandeelhouder uitgekocht en de onderneming alleen voorgezet.

2.3.

Quattro Systems huurt het bedrijfspand aan de [adres] te [plaats] . Dat bedrijfspand behoort in eigendom toe aan QS Holding Group. ABN Amro heeft voor de aankoop een geldlening verstrekt. [eiser] en [gedaagde] zijn hoofdelijk mede aansprakelijk voor die geldlening. In QS Holding Group worden geen andere activiteiten verricht dan de verhuur van het bedrijfspand.

2.4.

In januari 2014 heeft [eiser] aan [gedaagde] te kennen gegeven zijn aandelen in QS Holding Group te willen verkopen. [gedaagde] was toen nog getrouwd met de dochter van [eiser] .

2.5.

[X] van […] (hierna: [X] ) is de accountant van QS Holding Group. [X] heeft op 28 januari 2014 aan [eiser] en [gedaagde] per e-mail geschreven:

“Beste [eiser] en [gedaagde] ,

Zoals mondeling door jullie beiden overeengekomen bevestigen wij hierbij het volgende:

- [eiser] verkoopt zijn aandeel van 50% in het aandelenpakket van QS Holding Group b.v. te Gouda. De koop/verkoopprijs bedraagt € 65.000,- ( vijfenzestigduizend euro).

Bovenstaande overeenstemming geschiedt onder de volgende voorwaarden :

- De jaarrekening van QS Holding Group b.v. wordt door beide aandeelhouders, zonder voorbehoud, goedgekeurd.

- De notulen van de aandeelhouders inzake de opgeleverde jaarrekening worden door beide aandeelhouders, zonder voorbehoud, goedgekeurd en ondertekend.

- [eiser] machtigt vervolgens [gedaagde] om de aandelenoverdracht bij de notaris in gang te zetten. De kosten van overdracht zijn voor QS Holding Group b.v.

- [gedaagde] zorgt voor het tijdig indienen van de cijfers 2013 bij de Belastingdienst en de Kamer van Koophandel.

- Na akkoord van deze voorwaarden is de overdracht bindend.

- Partijen houden zich aan de geheimhouding van vertrouwelijke informatie en zullen die niet aan derden verstrekken.

Graag ontvangen wij van jullie een antwoord van deze mail met de tekst:

[eiser] en/of [gedaagde] neemt kennis van de voorwaarden zoals gesteld in onderstaande mail en gaat akkoord, zonder voorbehoud, met de overdracht van de aandelen QS Holding Group b.v..

Met vriendelijke groet,

[X] ”

2.6.

[eiser] heeft op 29 januari 2014 aan [X] per e-mail geantwoord:

“ [eiser] neemt kennis van de voorwaarden zoals gesteld in onderstaande mail en gaat akkoord, zonder voorbehoud, met de overdracht van de aandelen QS Holding Group b.v..

Met vriendelijke groeten,

[eiser] ”

2.7.

[gedaagde] heeft op 30 januari 2014 aan [X] per e-mail geantwoord:

“Ondergetekende neemt kennis van de voorwaarden zoals gesteld in onderstaande mail en gaat akkoord, zonder voorbehoud, met de overdracht van de aandelen QS Holding Group b.v..

Met vriendelijke groet,

[gedaagde] ”

2.8.

[gedaagde] heeft vervolgens Notariskantoor [notariskantoor] (hierna: de notaris) opdracht gegeven de leveringsakte van de aandelen QS Holding Group op te stellen. De notaris heeft een concept voor de leveringsakte, een standaardmodel zonder bijzondere bepalingen, op 5 maart 2014 opgesteld. In het concept zijn alle relevante (rechts)persoonlijke gegevens van [gedaagde] en [eiser] , daaronder begrepen paspoortnummers en burgerlijke staat ( [gedaagde] “gehuwd, maar voornemens te scheiden”) en van QS Holding Group opgenomen. Enkel het bankrekeningnummer van [eiser] als verkoper ontbrak nog.

2.9.

Ook heeft [gedaagde] de notaris opdracht gegeven de overeenkomst tot verkoop van de aandelen op te maken. De notaris heeft een concept voor de overeenkomst op 21 april 2014 opgesteld. De notaris heeft voor het concept een standaardmodel gebruikt, met in artikel 8 een concurrentiebeding en in artikel 9 een relatiebeding. Onder beide artikelen heeft de notaris de volgende tekst opgenomen:

[NB: is het wenselijk dat bovenstaande bepaling wordt opgenomen?]

2.10.

Op 3 juni 2014 heeft [gedaagde] aan [eiser] per e-mail bericht:

“Beste [eiser] ,

Naar aanleiding van de voorbereidingen tot overname van de aandelen QS Holding Group bericht ik je het volgende.

Gezien de privé situatie waarin ik verwikkeld zit kan ik geen doorgang laten vinden voor overname van de aandelen QS Holding Group voor eind juni 2014. Wel zou ik de aandelen nog steeds willen overnemen.

Ik krijg door privé omstandigheden de financiering niet rond, dit is voor mij een tegenvaller, buiten mijn macht om ontstaan. Reden hiervoor is dat mijn (ex) echtgenote heeft besloten een langdurig en financieel kostbare uitputtingsslag te willen aangaan betreffende onze scheiding. Dat is niet wat ik wenste, ze heeft mij zelfs in het begintraject beloofd dit niet te doen, waardoor ik destijds nog financiële mogelijkheden had voor overname van de aandelen.

De ABN Amro bank wil er overigens niet in mee gaan zolang er geen definitieve afwikkeling van de scheiding is. Net als voor mij zelf is voor hun de financiële toekomst te onzeker.

Het is erg jammer dat door de omstandigheden onze deal niet door kan gaan. Als de scheiding achter de rug is kunnen we de situatie opnieuw bekijken.

Er vanuit gaande je hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

Met vriendelijke groet,

[gedaagde] ”

2.11.

Op 21 augustus 2015 heeft (de advocaat van) [eiser] [gedaagde] gesommeerd de aandelen in QS Holding Group af te nemen. Daaraan is door [gedaagde] geen gevolg gegeven.

2.12.

Op 22 september 2015 heeft [eiser] conservatoir beslag laten leggen op de (onverdeelde helft van de) woning van [gedaagde] aan de [adres 2] te [plaats 2] .

3 Het geschil

3.1.

De gewijzigde vordering van [eiser] luidt dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad verklaart vonnis:

  1. [gedaagde] veroordeelt om binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis de door [eiser] in QS Holding Group gehouden aandelen in eigendom te aanvaarden en medewerking te verlenen aan de overdracht en levering van de aandelen, tegen betaling aan [eiser] van de bedongen koopsom van € 65.000,=, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,= per dag of deel van een dag dat hij daarmee in gebreke blijft;

  2. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 3.625,= aan buitengerechtelijke kosten;

  3. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten, waaronder beslagkosten en nakosten.

3.2.

[gedaagde] voert als verweer dat tussen partijen geen volledige wilsovereenstemming is bereikt over de aandelentransactie. Verder voert [gedaagde] als verweer dat [eiser] zich na ontvangst van de e-mail van 3 juni 2014 er bij neer heeft gelegd dat de transactie niet doorging. Tenslotte wordt verweer gevoerd tegen de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis, omdat [gedaagde] de koopprijs niet kan betalen.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De vordering van [eiser] komt er op neer dat nakoming wordt gevorderd van de verbintenissen van [gedaagde] onder de in januari 2014 tussen [eiser] en [gedaagde] gesloten overeenkomst tot koop en levering van de aandelen in QS Holding Group. Partijen twisten allereerst over de vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen. De rechtbank overweegt daarover het volgende.

4.2.

Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding. [gedaagde] erkent dat hij in januari 2014 mondeling met [eiser] heeft afgesproken de aandelen in QS Holding Group van hem over te nemen voor € 65.000,=. Die mondelinge afspraak is vervolgens door tussenkomst van [X] schriftelijk vastgelegd. Bij die gelegenheid zijn ook zes (nadere) voorwaarden opgenomen (geciteerd onder 2.5 hiervoor). Zowel [eiser] als [gedaagde] hebben schriftelijk bevestigd hiermee zonder voorbehoud akkoord te gaan. De rechtbank stelt op grond van deze feiten vast dat tussen [eiser] en [gedaagde] een perfecte overeenkomst voor de koop en levering van de aandelen in QS Holding Group tot stand is gekomen.

4.3.

Het verweer van [gedaagde] dat slechts afspraken zijn gemaakt op hoofdlijnen en dat partijen over de definitieve overeenkomst nog wilsovereenstemming moeten bereiken, onder andere ten aanzien van de in het kader van de verkoop geldende aanvullende voorwaarden als een concurrentie- en relatiebeding, kan dan ook niet slagen. Niet gebleken is dat tussen partijen op enig moment discussie is geweest over bijkomende kwesties als een concurrentie- en/of relatiebeding. Ter comparitie is gebleken dat die discussie opkwam, nadat de notaris de betreffende artikelen in het concept voor de koopovereenkomst had opgenomen – overigens met vermelding van de vraag of het wenselijk was de betreffende bepalingen in de overeenkomst op te nemen – en in deze procedure voor het eerst wordt gevoerd. Dat [gedaagde] , achteraf bezien, ook een financieringsvoorbehoud en ontslag uit de hoofdelijkheid had willen afspreken, zoals hij in deze procedure – naar het zich laat aanzien eveneens voor het eerst – stelt, laat onverlet dat tussen partijen al overeenstemming was bereikt over de essentialia van de overeenkomst.

4.4.

Vervolgens heeft [gedaagde] als verweer gevoerd dat [eiser] zich na ontvangst van de e-mail van 3 juni 2014 er bij neer heeft gelegd dat de transactie niet doorging. De rechtbank overweegt hierover het volgende.

4.5.

Ter comparitie heeft [eiser] verklaard dat hij geen reactie op de e-mail van 3 juni 2014 heeft gegeven. Hij heeft het, zo vertelde hij, over zich heen laten gaan. Verder heeft [eiser] verklaard dat hij en [gedaagde] dachten dat het een half jaar zou duren.

[gedaagde] heeft hierover ter comparitie verklaard, met verwijzing naar zijn e-mail van 3 juni 2014, dat de termijn die hij voor overdracht in gedachten had eind juni 2014 was. Volgens [gedaagde] had de notaris hem er ook nog eens op gewezen dat hij voor eind juni 2014 moest passeren, omdat hij anders gebonden was aan andere cijfers. Ook heeft [gedaagde] verklaard dat hij met [eiser] heeft besproken dat ze weer zouden spreken zodra de echtscheiding afgewikkeld was, omdat [gedaagde] dan weer financiële ruimte zou hebben.

4.6.

Uit deze gang van zaken maakt de rechtbank op dat partijen nog steeds willen dat de aandelen QS Holding Group aan [gedaagde] door [eiser] worden verkocht en geleverd. Ook leidt de rechtbank er uit af dat [eiser] na 3 juni 2014 heeft ingestemd met enig uitstel. Op grond van het voorgaande kan niet worden vastgesteld dat [eiser] zich erbij neer heeft gelegd dat de transactie helemaal niet door ging zoals [gedaagde] stelt. Daarentegen heeft [eiser] op 21 augustus 2015 aan [gedaagde] kenbaar gemaakt dat hij de overeenkomst uit wenst te voeren. Ook overigens heeft [gedaagde] geen feiten en omstandigheden aangevoerd die tot het oordeel kunnen leiden dat [eiser] zich erbij neer heeft gelegd dat de transactie in het geheel niet door zou gaan. Bovendien is gesteld noch gebleken dat de overeenkomst is ontbonden.

4.7.

Het bovenstaande leidt ertoe dat de vordering van [eiser] zal worden toegewezen. Een up-to-date versie van de destijds door de notaris opgemaakte leveringsakte is daartoe heel wel bruikbaar. De wettelijke rente over de koopprijs zal als onbetwist worden toegewezen. De rechtbank zal een redelijke termijn voor de gevorderde nakoming bepalen als volgt.

4.8.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

4.9.

De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen, nu onvoldoende is gesteld en evenmin is gebleken dat het gaat om verrichtingen – ten bewijze waarvan [eiser] de brief van zijn advocaat van 21 augustus 2015 heeft overgelegd – die meeromvattend zijn dan de verrichtingen waarvoor de in de artikelen 237-240 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten.

4.10.

[eiser] vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 244,22 en € 79,75 voor verschotten en € 894,= voor salaris advocaat (1 rekest x € 894,=), totaal aldus € 1.217,97.

4.11.

[eiser] heeft gevorderd dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. [gedaagde] heeft de rechtbank verzocht het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, omdat hij de koopprijs van de aandelen niet kan betalen. De rechtbank overweegt hierover het volgende.

Artikel 233 Rv bepaalt dat de rechter desgevorderd kan verklaren dat zijn vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, tenzij uit de wet of de aard van de zaak anders voortvloeit. De rechtbank ziet in het verweer van [gedaagde] (dat overigens niet feitelijk is onderbouwd) geen grond de uitvoerbaarheid bij voorraad aan het vonnis te onthouden. De rechtbank zal daarom het vonnis uitvoer bij voorraad verklaren.

4.12.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 94,19

- griffierecht 876,=

- salaris advocaat 1.788,= (2 punten × tarief € 894,=)

Totaal € 2.758,19

Voor veroordeling in de gevorderde nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen twee maanden na betekening van het vonnis de door [eiser] in QS Holding Group gehouden aandelen in eigendom te aanvaarden en medewerking te verlenen aan de overdracht en levering van de aandelen, tegen betaling aan [eiser] van de bedongen koopsom van € 65.000,=, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 1.000,= voor iedere dag dat hij niet aan de in 5.1. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 65.000,= is bereikt,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 1.217,97,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 2.758,19,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W. Vogels en in het openbaar uitgesproken op 28 december 2016.1

1 type: 2226