Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:15338

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-12-2016
Datum publicatie
15-12-2016
Zaaknummer
C-09-522125-KG ZA 16-1429
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding in vervolg op het vonnis in kort geding ECLI:NL:RBDHA:2016:12632. In dat vonnis is gedaagde veroordeeld om mee te werken aan de overdracht van N-certificaten aan de vijf eisers. In dat vonnis is de nummering van de certificaten overgenomen, zoals vermeld in de tussen partijen gewisselde stukken. Die nummering is niet opvolgend; er ontbreekt telkens een klein aantal certificaten. In dit vonnis wordt geoordeeld dat bij die nummering een vergissing is gemaakt en dat niet anders kan worden geconcludeerd dan dat partijen de bedoeling hebben gehad om alle certificaten over te dragen. Ook die certificaten moeten derhalve worden overgedragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2017-0011
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/522125 / KG ZA 16/1429

Vonnis in kort geding van 6 december 2016

in de zaak van

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres sub 1];

  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres sub 2];

  3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres sub 3];

  4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres sub 4];

  5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres sub 5];

alle gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] ,

eiseressen,

advocaten mrs. J. Fleming en L.M.H.A.A. Hennekens te Amsterdam,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] ,

gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. J.P. Koets te Haarlem.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de door gedaagde overgelegde producties;

- de op 29 november 2016 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

Bij vonnis in kort geding van 19 oktober 2016 van deze rechtbank, gewezen tussen dezelfde partijen als in dit geding, verbeterd bij vonnis van 17 november 2016, heeft de voorzieningenrechter op de vorderingen van eisers onder meer beslist:

“5.1. veroordeelt gedaagde om binnen een maand na betekening van dit vonnis mee te werken aan de overdracht van de N-certificaten aan eiseressen – aan eiseres sub 1 de certificaten N1 tot en met N320.000, aan eiseres sub 2 de certificaten N321.000 tot en met N640.000, aan eiseres sub 3 de certifcaten N641.000 tot en met N960.000, aan eiseres sub 4 de certificaten N961.000 tot en met N1.280.000 en eiseres sub 5 de certificaten N1.281.000 tot en met N1.600.000 – welke certificaten alsdan vrij dienen te zijn van bijzondere lasten en beperkingen, waaronder van beslag, pandrechten en vruchtgebruik, onder meer door alle daartoe benodigde (rechts)handelingen te verrichten, zulks tegen betaling van een bedrag van € 122.500.000,- door eiseressen aan gedaagde, een en ander onder de voorwaarde dat eiseressen de N-certificaten daarna niet zullen vervreemden of bezwaren totdat dit vonnis onherroepelijk is geworden of in hoger beroep onherroepelijk is beslist;

5.2.

bepaalt dat, indien en voor zover gedaagde in gebreke blijft aan voormelde veroordeling te voldoen, dit vonnis in de plaats treedt van de wilsverklaring(en) van gedaagde die benodigd is/zijn voor vorenbedoelde eigendomsoverdracht;

2.2.

Bij vonnis van 17 november 2016 is het vonnis van 19 oktober 2016 op verzoek van eisers in zoverre verbeterd dat de aanduiding in het dictum onder 5.1 van de N-certificaten als aandelen N, met de toevoeging van een nummer, is verbeterd in certificaten N, met de toevoeging van een nummer. Dat betrof een kennelijk, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare verschrijving. Eisers hebben daarnaast verzocht om verbetering van de in het dictum opgenomen nummering van de certificaten. Daartoe hebben zij gesteld dat uit het vonnis volgt dat partijen de verkoop van alle N-certificaten – de certificaten N1 tot en met N1.600.000 – zijn overeengekomen, terwijl bij de (niet opvolgende) nummering in het dictum certificaten ontbreken. Volgens eisers zou bedoeld zijn: N320.001 in plaats van N321.000, N640.001 in plaats van N641.000, N960.001 in plaats van N961.000 en N1.280.001 in plaats van N1.281.000. Dit verzoek is afgewezen, waartoe de voorzieningenrechter, verkort weergegeven, heeft overwogen dat diezelfde niet doorlopende nummering staat vermeld in de tekst van de overeenkomst waarbij de voorzieningenrechter zoveel mogelijk aansluiting heeft gezocht, zodat geen sprake is van een voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare verschrijving in het vonnis.

3 Het geschil

3.1.

Eisers vorderen, zakelijk weergegeven, om in aanvulling op de veroordeling in het vonnis van 19 oktober 2016:

1. te bepalen dat dit vonnis in de plaats zal treden van de partijverklaring(en) van gedaagde die benodigd is/zijn voor eigendomsoverdracht aan de respectieve kopers van de bij de koopovereenkomst gekochte certificaten die geen onderdeel uitmaken van het dictum van het vonnis van 19 oktober 2016, te weten:

  • -

    de certificaten N320.001 tot en met N320.999 aan eiseres sub 2;

  • -

    de certificaten N640.001 tot en met N640.999 aan eiseres sub 3;

  • -

    de certificaten N960.001 tot en met N960.999 aan eiseres sub 4;

  • -

    de certificaten N1.280.001 tot en met N1.280.999 aan eiseres sub 5;

waarbij geldt dat de over te dragen certificaten onbezwaard zijn, derhalve vrij van rechten van pand, vruchtgebruik, beslag of enige andere beperking of bezwaring;

2. eisers verlof te verlenen tot betekening van de grosse van dit vonnis op alle dagen en uren;

met veroordeling van gedaagde in de proceskosten, de buitengerechtelijke kosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Daartoe voeren eisers – samengevat – het volgende aan. Partijen zijn de verkoop van álle N-certificaten overeengekomen, te weten 1.600.000 stuks. In de opsomming bij de toewijzing van de certificaten aan de verschillende eisers is echter op enig moment een fout gemaakt, die daarna in verschillende documenten is overgenomen. Dat was onmiskenbaar een verschrijving. Uit al die documenten blijkt immers ook dat het gaat om de verkoop van álle certificaten voor de overeengekomen prijs. De overeenkomst is na het sluiten hiervan in december 2014 nimmer gewijzigd, hoogstens op bepaalde punten nader ingevuld, maar niet op de kernpunten van het object van de verkoop en de prijs. Dat blijkt nergens uit en zou ook zeer onlogisch zijn. Eisers hebben er belang bij dat de overdracht thans zo spoedig mogelijk wordt gerealiseerd.

3.3.

Gedaagde voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

Gedaagde heeft in de eerste plaats betwist dat eisers een spoedeisend belang hebben bij het gevorderde, maar aan die betwisting wordt voorbij gegaan. In de zaak die heeft geleid tot het vonnis van 19 oktober 2016 heeft de voorzieningenrechter een spoedeisend belang van eisers bij toewijzing van het gevorderde aanwezig geacht. Mede gelet op dat spoedeisend belang is gedaagde in die procedure veroordeeld tot nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst op de in het vonnis vermelde nader geconcretiseerde wijze, welke veroordeling uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. In dit geding stellen eisers dat aan die veroordeling geen uitvoering kan worden gegeven, omdat hierin wordt gerefereerd aan onjuiste nummers. Daarmee is het spoedeisend belang van eisers in deze zaak gegeven. De omstandigheden dat er inmiddels hoger beroep is aangetekend tegen het vonnis van 19 oktober 2016 en er een bodemprocedure is aangekondigd, kunnen dat niet anders maken, nu het spoedeisend belang inhoudt dat, alle omstandigheden in aanmerking nemende, van eisers niet kan worden gevergd dat zij de uitkomst van die procedures afwachten.

4.2.

Gedaagde wordt evenmin gevolgd in haar standpunt dat het voeren van dit geding misbruik van procesrecht oplevert en/of in strijd is met de goede procesorde. De omstandigheid dat eisers eerst hebben getracht te bewerkstelligen dat het vonnis van 19 oktober 2016 door de voorzieningenrechter zou worden verbeterd, kan niet leiden tot die conclusie. Dat betreft een andere procedure met een ander beoordelingskader dan in het onderhavige geding. De omstandigheid dat geen sprake is van een kennelijke verschrijving in het vonnis van 19 oktober 2016 die zich leent voor eenvoudig herstel als bedoeld in artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), laat onverlet dat de stellingen van eisers in dit geding kunnen leiden tot toewijzing van de gevorderde voorlopige voorziening.

4.3.

Ten aanzien van het inhoudelijke debat tussen partijen overweegt de voorzieningenrechter dat niet anders kan worden geconcludeerd dan dat partijen de bedoeling hebben gehad om alle 1.600.000 N-certificaten die gedaagde bezit over te dragen, te weten de N-certificaten met de nummers 1 tot en met 1.600.000, zijnde 25% van het totale aantal certificaten van 6.400.000. Dit volgt onmiskenbaar uit de overgelegde stukken, waarin geen enkel aanknopingspunt te vinden is voor de aanname dat partijen de bedoeling hebben gehad om een klein aantal van voormelde certificaten daarvan uit te sluiten. Dit geldt zowel voor de stukken die betrekking hebben op het bereiken van overeenstemming over de essentialia van de verkoop in december 2014 – te weten de overdracht van de 25% certificaten van aandelen in [de B.V.] van [gedaagde] . voor een bedrag van € 122.500.000,- – als voor de stukken die betrekking hebben op de uitwerking daarvan nadien, waarin melding wordt gemaakt van datzelfde percentage en/of van het aantal van 1.600.000 certificaten.

4.4.

In de brief van de directeur van [de B.V.] van 2 januari 2015 staat weliswaar bij de toewijzing van de certificaten aan de verschillende eisers een nummering vermeld, waarin telkens 999 certificaten worden overgeslagen, maar in ditzelfde document staat ook vermeld “Van uw aanmelding (…) van uw voornemen om alle geplaatste certificaten van aandelen N in onze vennootschap te vervreemden, hebben wij onverwijld kennis gegeven aan de certificaathouders met voorkeursrecht” alsmede “wij hebben begrepen dat over de prijs overeenstemming is bereikt, namelijk éénhonderdtweeëntwintig miljoen vijfhonderdduizend euro (€ 122.500.000) over alle certificaten van aandelen N in het kapitaal van [de B.V.] ” (cursivering voorzieningenrechter). Gelet hierop moet worden aangenomen dat bij de nummering een vergissing is gemaakt, temeer indien acht geslagen wordt op het zeer opmerkelijke gevolg hiervan dat eiser sub 1 wel 320.000 certificaten verkrijgt, maar de eisers sub 2 tot en met 5 ieder 319.001 certificaten. Enige plausibele verklaring hiervoor is door gedaagde niet gegeven noch gebleken.

4.5.

Deze vergissing is daarna door diverse betrokkenen overgenomen in andere documenten. Daar komt geen zelfstandige betekenis aan toe, waarbij van belang is dat ook in alle latere documenten, waarin de onjuiste nummering is opgenomen, naast die nummering telkens staat vermeld dat het gaat om ‘alle N-certificaten’ of om ‘1.600.000 N-certificaten’ of om ‘de 25% certificaten N’. Het door gedaagde naar voren gebrachte formele bezwaar dat niet de juiste statutaire weg is gevolgd, wordt verworpen, nu in de instemmingsverklaring van alle betrokken certificaathouders/aandeelhouders weliswaar ook de verkeerde nummering is vermeld, maar daarin duidelijk is opgenomen dat onder ‘de certificaten’ die zullen worden overgedragen, wordt verstaan “een miljoen zeshonderdduizend (1.600.000) certificaten van aandelen (met letteraanduiding N) in het kapitaal van de vennootschap, genummerd cert.N.1 tot en met cert.N.1.600.000”.

4.6.

Het gevorderde sub 1 is dan ook toewijsbaar als na te melden, waarbij dezelfde formulering en voorwaarde zal worden gehanteerd als in het vonnis van 19 oktober 2016, waarbij de voorzieningenrechter ervan uitgaat dat de kwestie van deze procedure zal worden betrokken bij het reeds aanhangige hoger beroep tegen het vonnis van 19 oktober 2016. Nu gebleken is dat eisers de door hen op 30 november 2016 gemaakte afspraak bij de notaris voor de levering van de N-certificaten hebben uitgesteld in afwachting van de uitkomst van dit geding, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor toewijzing van de vordering sub 2.

4.7.

Gedaagde zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237). De vordering om gedaagden te veroordelen om de buitengerechtelijke kosten te betalen zal worden afgewezen, nu deze vordering niet nader is geconcretiseerd. De wettelijke rente zal worden toegewezen als na te melden.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

bepaalt dat dit vonnis in de plaats zal treden van de partijverklaring(en) van gedaagde die benodigd zijn voor eigendomsoverdracht aan de respectieve kopers van de bij de koopovereenkomst gekochte certificaten die geen onderdeel uitmaken van het dictum van het vonnis van deze rechtbank van 19 oktober 2016, te weten:

  1. de certificaten N320.001 tot en met N320.999 aan eiseres sub 2;

  2. de certificaten N640.001 tot en met N640.999 aan eiseres sub 3;

  3. de certificaten N960.001 tot en met N960.999 aan eiseres sub 4;

  4. de certificaten N1.280.001 tot en met N1.280.999 aan eiseres sub 5;

welke certificaten alsdan vrij dienen te zijn van bijzondere lasten en beperkingen, waaronder van beslag, pandrechten en vruchtgebruik, een en ander onder de voorwaarde dat eiseressen ook deze N-certificaten daarna niet zullen vervreemden of bezwaren totdat het vonnis van 19 oktober 2016 onherroepelijk is geworden of in hoger beroep tegen dat vonnis onherroepelijk is beslist;

5.2.

veroordeelt gedaagde om binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis de kosten van dit geding aan eisers te betalen, tot dusverre aan de zijde van eisers begroot op € 1.519,60, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat, € 619,-- aan griffierecht en € 84,60 aan dagvaardingskosten, in voorkomende gevallen te vermeerderen met btw;

5.3.

bepaalt dat gedaagde bij gebreke van tijdige betaling de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd is;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H.I.J. Hage en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2016.

ts