Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:15309

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-12-2016
Datum publicatie
05-01-2017
Zaaknummer
09/767010-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling 30 maanden voor (voorbereidingshandelingen) invoer van partijen cocaine via Antwerpse haven. Belgische indicatieve Scott Nark test alleen is onvoldoende voor bewijs van aanwezigheid van cocaine. Gedeeltelijke vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/767010-15

Datum uitspraak: 14 december 2016

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte 1] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboortedatum] ( [geboorteland] ),

BRP-adres: [adres verdachte] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 16 april 2015, 11 juni 2015, 18 november 2015, 14 april 2016 (steeds pro forma) en (inhoudelijk op) 29 en 30 november 2016.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. P.P.E. van de Riviere en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. G. R . Stolk, advocaat te Rotterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 29 en 30 november 2016 aangekondigd dat hij voornemens is een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken, alsmede dat in verband hiermee tegen verdachte een strafrechtelijk financieel onderzoek als bedoeld in artikel 126 van het Wetboek van Strafvordering is ingesteld.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 29 november 2016 - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 12 januari 2015, althans in of omstreeks de periode tussen

11 december 2014 en 12 januari 2015 te Bleiswijk en/of Den Haag en/of elders

in Nederland en/of te Antwerpen, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hem en/of zijn

medeverdachten voorgenomen misdrijf om opzettelijk

vanuit België binnen het grondgebied van

Nederland te brengen en/of vervoeren van een hoeveelheid cocaïne 80,3 kg, in

elk geval een of meer hoeveelheden van (een) materia(a)l(en) bevattende (een)

middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

(tezamen met een ander of anderen)

- de vrachtbrieven met betrekking tot de container ( [containernummer] ) , waarin zich

die hoeveelheid cocaïne had bevonden en/of naar België was aangevoerd vanuit

Latijns Amerika heeft verworven en/of bewaard en/of

- een of meer telefoongesprekken heeft gevoerd met en/of emails heeft gestuurd

aan en/of contacten heeft onderhouden met

A) [betrokkene 1] en/of [getuige 2] en/of [betrokkene 3] . en/of

B) F.J. [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] . en/of [betrokken bedrijf] B.V. en/of

C) [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] ( [betrokkene 8] )

- die container naar Bleiswijk heeft laten brengen en/of

- die container ( [containernummer] ) heeft gelost,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 11 december 2014 te Antwerpen, in elk geval in België,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk

aanwezig heeft gehad ongeveer 80,3 kg, in elk geval een hoeveelheid van een

materiaal bevattende cocaine, zijnde cocaine een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet;

meer subsidiair,

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 oktober 2014 tot en met 12 januari 2015 te Bleiswijk en/of te Den Haag en/of elders in Nederland en/of te Antwerpen (België) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

om het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen een hoeveelheid cocaïne van 80,3 kg, in elk geval een of meer hoeveelheden van (een) materia(a)l(en) bevattende (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat feit mede te plegen en/of daarbij

behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

en/of

- zichzelf en/of anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit

heeft getracht te verschaffen, en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden

heeft gehad waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren

tot het plegen van dat feit,

door

- Het regelen van (een pand en/of terrein van) een bedrijf Bleiswijk voor de opslag, aflevering, ontvangst en/of overdracht van die cocaïne en/of die container, en/of

- Aanwezig te zijn te Bleiswijk bij het lossen van die container op 12 januari 2015 en/of

- Het tevoren regelen van meer helpers en/of een of meer auto’s en/of

- Te helpen bij dat lossen en/of

- Ter plaatse (telefonisch en/of anderszins) overleg te voeren en/of

- De/een vrachtbrief met betrekking tot die container, waarin zich die hoeveelheid cocaïne

bevond en/of naar België was aangevoerd vanuit Latijns Amerika, heeft verworven en

bewaard;

nog meer subsidiair

[betrokkene 2] en/of [betrokkene 1] en/of een of meer onbekend gebleven mededader(s) in of omstreeks de periode tussen 8 oktober 2014 en 12 januari 2015, te Bleiswijk en/of Den Haag en/of elders in Nederland en/of Antwerpen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen , althans alleen, hebben gepoogd opzettelijk binnen het grondgebied van

Nederland te brengen een hoeveelheid cocaïne van 80,3 kg, in elk geval een of meer hoeveelheden van (een) materia(a)l(en) bevattende (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, bij/tot het plegen van welk misdrij(f)(ven) verdachte in of omstreeks de periode van 8 oktober 2014 tot en met 12 januari 2015 op voornoemde plaatsen (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest door

- Het regelen van (een pand en/of terrein van) een bedrijf Bleiswijk voor de opslag, aflevering, ontvangst en/of overdracht van die cocaïne en/of die container, en/of

- Aanwezig te zijn te Bleiswijk bij het lossen van die container op 12 januari 2015 en/of

- Het tevoren regelen van meer helpers en/of een of meer auto’s en/of

- Te helpen bij dat lossen en/of

- Ter plaatse (telefonisch en/of anderszins) overleg te voeren en/of

- De/een vrachtbrief met betrekking tot die container, waarin zich die hoeveelheid cocaïne

bevond en/of naar België was aangevoerd vanuit Latijns Amerika, te verwerven en bewaren;

2.

hij op of omstreeks 26 januari 2015 te Den Haag, opzettelijk aanwezig heeft

gehad ongeveer 10,2 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 26 januari 2015 te Den Haag, om een feit, bedoeld in het

vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk

bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van

cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,

zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

97.8

gram lidocaïne en/of 1,5 gram Benzocaïne, althans een (grote)

hoeveelheid, versnijdingsmiddel voorhanden heeft gehad, zijnde (een) stof(fen)

waarvan hij wist en/of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd

waren tot het plegen van dat feit;

4.

hij op of omstreeks 11 december 2014, althans in of omstreeks de periode

tussen 8 oktober 2014 en 22 december 2014 te Bleiswijk en/of Den Haag en/of

Berlicum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland

heeft gebracht ongeveer 23,880 kg, in elk geval een aanzienlijk hoeveelheid

van een materiaal bevattende cocaïne (verpakt/verborgen in een container met

nummer [containernummer] ), zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet;

subsidiair

[betrokkene 2] en/of [betrokkene 1] en/of een of meer onbekend gebleven mededader(s) op 11 december 2014, althans in of omstreeks de periode tussen 8 oktober 2014 tot en met 22 december 2014 te Bleiswijk en/of Den Haag en/of Berlicum , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen , althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht ongeveer 23,880 kg, in elk geval een aanzienlijk hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne (verpakt/verborgen in een container met nummer [containernummer] ), zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst 1

bij/tot het plegen van welk misdrij(f)(ven) verdachte in of omstreeks de periode van 8 oktober 2014 tot en met 22 december 2014, op voornoemde plaatsen (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest door

- Het (laten) bestellen van een of meer containerladingen kokosnoten (die zogenaamde

deklading was/waren op 11 december 2014) en/of

- Het (helpen) regelen van een bedrijfsterrein te Berlicum voor de opslag, aflevering, ontvangst en/of overdracht van die cocaïne en/of die container, en/of

- Aanwezig te zijn te Berlicum bij het lossen van die container op 11 december 2014 en/of

- Te helpen bij dat lossen en/of

- Ter plaatse (telefonisch en/of anderszins) overleg te voeren;

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode tussen 12 januari

2015 en 26 januari 2015 te Bleiswijk en/of Den Haag en/of elders in Nederland

en/of te Antwerpen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, ter uitvoering van het door hem en/of zijn medeverdachten voorgenomen

misdrijf om opzettelijk vanuit België binnen het grondgebied van Nederland te brengen en/of vervoeren van een hoeveelheid cocaïne 53,7 kg, in elk geval een of meer

hoeveelheden van (een) materia(a)l(en) bevattende (een) middel(en) als bedoeld

in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het

vijfde lid van artikel 3a van die wet,

(tezamen met een ander of anderen)

- de container ( [containernummer] ), waarin zich die hoeveelheid cocaïne had bevonden

en/of naar België was aangevoerd vanuit Latijns Amerika via zijn bedrijf [betrokken bedrijf]

heeft besteld en/of

- een of meer telefoongesprekken heeft gevoerd met en/of emails heeft gestuurd

aan en/of contacten heeft onderhouden met

A) de bedrijven [betrokken bedrijf] en/of [betrokken bedrijf] en/of met ene [betrokkene 9]

en/of

B) [betrokkene 1] en/of [getuige 2] en/of ene [betrokkene 10] en/of een of meer anderen,

strekkend tot het vervoer van (Antwerpen in) België naar Nederland van een

container ( [containernummer] ), waarin zich die hoeveelheid cocaïne had bevonden

en/of naar Belgie was aangevoerd vanuit Latijns Amerika

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de maand januari 2015

te Bleiswijk en/of te Den Haag en/of elders in Nederlanden/of te Antwerpen (België)

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

om het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen een hoeveelheid cocaïne van 53,7 kg, in elk geval een of meer hoeveelheden van (een) materia(a)l(en) bevattende (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat feit mede te plegen en/of daarbij

behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

en/of

- zichzelf en/of anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit

heeft getracht te verschaffen, en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden

heeft gehad waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren

tot het plegen van dat feit,

door

- de container waarin zich die hoeveelheid cocaine had bevonden en naar België was

aangevoerd vanuit Latijns Amerika via zijn bedrijf [naam bedrijf] BV te bestellen en/of

- het beschikbaar stellen van [betrokken bedrijf] voor de opslag, aflevering, ontvangst en/of

overdracht van die cocaine en/of die container, en/of

- een of meer telefoongesprekken heeft gevoerd met en/of emails heeft gestuurd

aan en/of contacten heeft onderhouden met

A) de bedrijven [betrokken bedrijf] en/of [betrokken bedrijf] en/of met ene [betrokkene 9]

en/of

B) [betrokkene 1] en/of [getuige 2] en/of ene [betrokkene 10] en/of een of meer anderen,

strekkend tot het vervoer van (Antwerpen in) Belgie naar Nederland van een

container ( [containernummer] ), waarin zich die hoeveelheid cocaine had bevonden

en/of naar Belgie was aangevoerd vanuit Latijns Amerika en/of

- de/een vrachtbrief met betrekking tot die container te verwerven en bewaren;

6.

hij in of omstreeks de periode tussen 8 oktober 2014 tot en met 01 februari

2015 te Bleiswijk en/of Den Haag en/of Waalwijk en/of Bergen op Zoom en/of

Berlicum, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in

artikel 10 lid 3 en/of 4 en/of 5 van de Opiumwet en/of artikel 10a van de

Opiumwet.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

In de haven van Antwerpen zijn, in december 2014 en in januari 2015, drie containers met (vermoedelijk) cocaïne onderschept. Dat betrof op 16 december 2014 de container [containernummer] ; hierin bleek ruim 23 kilo cocaïne te zitten. Op 7 januari 2015 is bij de controle van container [containernummer] een hoeveelheid van 53 kilo cocaine aangetroffen en op 12 januari ten slotte bleek bij controle van de container [containernummer] dat daar 80 kilo in zat van een stof die volgens de indicatieve test cocaïne bevat. De vraag die de rechtbank met betrekking tot deze containers moet beantwoorden, is of en zo ja op welke wijze verdachte bij (poging tot) invoer van de cocaïne uit deze containers betrokken is geweest.

Ook is de vraag aan de orde of verdachte betrokken is geweest bij een criminele organisatie, die de invoer van cocaïne tot doel had.

Ten slotte dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of verdachte wist van en de beschikking had over de in zijn woning aangetroffen cocaïne, lidocaïne en benzocaïne en – ten aanzien van de laatste twee stoffen – of hij wist of moest weten dat deze bedoeld waren om te dienen als versnijdingsmiddel.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft onder verwijzing naar het schriftelijk requisitoir, samengevat het volgende naar voren gebracht.

Ten aanzien van de 53 kilo in container [containernummer] ( feit 5)

De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het aan verdachte onder 5 primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Hij heeft geconcludeerd dat het niet anders kan dan dat verdachte wist van de lading van 53,7 kilogram cocaïne die in de container ( [containernummer] ) zat en door de Belgische douane is onderschept. In dit verband heeft de officier van justitie betoogd dat er geen andere logische verklaring is voor het feit dat verdachte blijkens de relevante opgenomen telefoongesprekken en zijn bemoeienis met het e-mailverkeer met [betrokken bedrijf] , alles heeft gedaan wat binnen zijn mogelijkheden lag, om de inhoud van de betreffende container in handen te krijgen. Dit terwijl duidelijk was dat de bananen die als deklading fungeerden, bedorven waren en geen enkele economische waarde meer vertegenwoordigden. Daarbij heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat – anders dan in de jurisprudentie wel wordt aangenomen – ondanks dat de cocaïne al in beslag was genomen op een moment voor dat, blijkens genoemde bewijsmiddelen, verdachte bij uitvoeringshandelingen betreffende de container is betrokken, desalniettemin geen sprake is van een absoluut ondeugdelijke poging die aan bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde in de weg zou staan. Een redenering zoals door de Hoge Raad gevolgd in het “Kokosnotenarrest” is hier niet aan de orde, nu dit arrest ziet op medeplichtigheid aan een poging tot invoer en het in het onderhavige geval gaat om het (mede)plegen van een poging tot invoer. Subsidiair kan volgens de officier van justitie in ieder geval worden bewezen dat verdachte voorbereidingshandelingen heeft verricht in de zin van artikel 10a van de Opiumwet teneinde de cocaïne binnen het grondgebied van Nederland te brengen.

Ten aanzien van de 80 kilo in container [containernummer] (feit 1)

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder feit 1 primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Ook ten aanzien van deze container, waarin naar zeggen van de politie te Antwerpen 80 kilo cocaïne is aangetroffen, zijn de gedragingen van verdachte op 12 januari 2015 zodanig dat daaruit wetenschap kan worden geconcludeerd over smokkelwaar in de dozen.

Verdachte is vanaf het begin zo gefocust geweest op de verpakkingen dat dit niet anders zo kan zijn. Dat het ging om cocaïne kan worden aangenomen op basis van de uitgevoerde SCOTT NARK II 07-test. Weliswaar is er geen NFI-rapportage die de uitkomst van deze test bevestigt, maar niets wijst op iets anders dan cocaïne en deze container past bovendien in het rijtje waarin ook de [containernummer] -container zat (zie hierna feit 4) en die volgens het NFI inderdaad cocaïne bevatte. De officier van justitie heeft zich ook hier op het standpunt gesteld dat ondanks dat de cocaïne al in beslag was genomen op een moment voor dat, blijkens genoemde bewijsmiddelen, verdachte bij uitvoeringshandelingen betreffende de container is betrokken, desalniettemin geen sprake is van een absoluut ondeugdelijke poging die aan bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde in de weg zou staan.

Ten aanzien van de 23 kilo in container [containernummer] (feit 4)

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder feit 4 primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Op 11 december 2014 ’s ochtends is deze container met als lading kokosnoten, bij de bestelling waarvan verdachte betrokken was, in Antwerpen opgehaald en ’s middags weer teruggebracht. Tussen die tijdstippen was er een intensieve bemoeienis van verdachte en medeverdachten [betrokkene 2] en [betrokkene 1] , die wijst op wetenschap dat er smokkel in het geding was. Zij waren aanwezig bij het lossen van de container, terwijl hun aanwezigheid daarbij niet zonder meer voor de hand lag. Bovendien zorgden zij voor opzettelijke vertragingsacties bij het lossen, kennelijk met het doel om ook de cocaïne te kunnen lossen, zoals dat uiteindelijk wel is gelukt bij een tweede container ( [containernummer] die op dezelfde dag en plaats is gelost. Bij de [containernummer] -container is het lossen van de cocaïne aanvankelijk niet gelukt, waarop verdachte, nadat de container weer naar de haven was teruggebracht, heeft geprobeerd de container toch weer in handen te krijgen. Dat handelen is alleen verklaarbaar als men wist dat er cocaïne in de container zat. Uit de diverse gedragingen van verdachte (en zijn medeverdachten) op 11 december 2014 kan worden afgeleid dat zij wetenschap hadden van smokkelwaar in de [containernummer] -container, en dus opzet. De cocaïne is in België door de douane uit de container gehaald, nadat zij (dus) eerst in Nederland (Berlicum) is geweest. Dat betekent dat de cocaïne is ingevoerd in Nederland.

Ten aanzien van de criminele organisatie (feit 6)

De officier van justitie heeft zich ook ten aanzien van dit feit op het standpunt gesteld dat het wettig en overtuigend kan worden bewezen. In dit dossier is sprake van, in totaal, vier containers met verdovende middelen ten aanzien waarvan in ieder geval strafbare voorbereidingshandelingen zijn geconstateerd. Alle drie de verdachten zijn betrokken bij deze containers, er was een organisatie, een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur. Het oogmerk volgt uit de in het dossier beschreven delicten: het ging om invoer van grote hoeveelheden cocaïne, tientallen kilo’s per keer.

Ten aanzien van het voorhanden hebben van 10 gram cocaïne (feit 2)

Dit feit kan volgens de officier van justitie wettig en overtuigend worden bewezen, het aangetroffen poeder is cocaïne en is bij verdachte in de woning aangetroffen.

Ten aanzien van het voorhanden hebben van versnijdingsmiddel (feit 3)

De officier van justitie heeft zich, ten slotte, ook ter zake van dit feit op het standpunt gesteld dat het wettig en overtuigend kan worden bewezen. Gelet op de hoeveelheid die is aangetroffen en de omstandigheid dat het versnijdingsmiddel bij verdachte is aangetroffen in combinatie met een aanmerkelijke hoeveelheid cocaïne, terwijl verdachte voorts betrokken is bij cocaïnehandel op grotere schaal, moet worden aangenomen dat het aangetroffen poeder niet voor eigen gebruik was bedoeld, maar om te dienen als versnijdingsmiddel.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft onder verwijzing naar de schriftelijke pleitaantekeningen, ter zake van alle ten laste gelegde feiten vrijspraak bepleit. Samengevat heeft hij daartoe naar voren gebracht dat verdachte bij geen van de containers wetenschap had van de daarin aanwezige cocaïne. Verdachte was in het geheel niet bij de invoertrajecten betrokken. Daarnaast geldt dat een mogelijke bewezenverklaring van de feiten 1 en 5 afstuit op hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen in het genoemde “Kokosnotenarrest” en de daaropvolgende jurisprudentie in soortgelijke zaken.

Met betrekking tot de aangetroffen ‘cocaïne’ in de [containernummer] -container (de 80 kilo, feit 1)), ontbreekt een NFI-test waaruit volgt dat het inderdaad om cocaïne gaat. Van een criminele organisatie is geen sprake, nu een periode van vijf weken geen duurzame samenwerking oplevert. Bovendien is er geen sprake van samenwerking, de drie verdachten proberen elkaar juist ‘een oor aan te naaien.’ Het gebrek aan wetenschap geldt eveneens voor de aangetroffen cocaïne in de woning van verdachte. Er komen ook andere mensen in de woning en bovendien ontbreekt enig technisch bewijs. Ten aanzien van de aangetroffen versnijdingsmiddelen, ten slotte, geldt dat lidocaïne en benzocaïne geen verboden middelen zijn.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging1

3.4.1

Met betrekking tot 53 kilo in container [containernummer] (feit 5)

Cocaïne in container [containernummer]

Inleiding

Op 7 januari 2015 is de container [containernummer] door de douane in Antwerpen (België) gecontroleerd met behulp van een scaninstallatie.2 De lading was afkomstig van [betrokken bedrijf] gevestigd in de Dominicaanse Republiek en was bestemd voor [betrokken bedrijf] gevestigd te Norsborg (Zweden).3 Nadat op de scanbeelden onregelmatigheden waren gesignaleerd die zouden kunnen duiden op een verborgen inhoud in de omslagen van de kartons waarin de lading bananen verpakt waren, is de container geopend en de lading fysiek gecontroleerd. In een aantal kartons zijn plastic zakjes met wit poeder aangetroffen; een uitgevoerde Scott Nark II 07-test op het witte poeder was positief voor wat betreft de aanwezigheid van cocaïne.4 De plastic zakjewaren verpakt met bruine tape en gewikkeld in blauw carbonpapier waarop onder meer sond vermeld: “ [titel naam verpakking] ”. Het totale gewicht van de inhoud van de aangetroffen 672 zakjes bedroeg 53,760 kilogram.5 Nadat de zakjes uit de lading zijn verwijderd, is de container herladen met de lading bananen en teruggebracht naar de Antwerp Gateway Terminal. Op 8 januari 2015 zijn stalen genomen van de partij wit poeder, mede ten behoeve van de Zweedse autoriteiten, waarvan 26 representatieve monsters zijn neergelegd bij de griffie van de Correctionele Rechtbank te Antwerpen.6 De 26 monsters die door het Nationellt forensiskt centrum (NFC) te Zweden zijn onderzocht, bevatten cocaïne.7

E-mails en telefoongesprekken

Er is door de Federale Gerechtelijke Politie te Antwerpen (België) een e-mailwisseling met als onderwerp ‘ [containernummer] ’ tussen scheepvaartagentschap Sea Invest te Gent (België) en transportbedrijf [betrokken bedrijf] te Stockholm (Zweden) ter beschikking gesteld aan de Nederlandse politie.8

Op dinsdag 20 januari 2015 om 08.40 uur schreef [betrokkene 9] van [betrokken bedrijf] (hierna: [betrokken bedrijf] ) aan [betrokken bedrijf] van [betrokken bedrijf] (hierna: [betrokken bedrijf] ) dat de bananen van [containernummer] (alweer) verrot zijn.9 Om 9.05 uur is deze mail beantwoord met de mededeling dat de klant ze desondanks wil hebben.10 [betrokken bedrijf] antwoordde hierop om 09.30 uur dat ze de bananen niet kunnen lossen in hun magazijn om besmetting te voorkomen.11 Om 9.45 uur is deze mail beantwoord met de mededeling dat de klant wil dat ze direct op een vrachtwagen worden geladen met als bestemming: [betrokken bedrijf] , [adres betrokken bedrijf] .12 Om 14.23 uur mailde [betrokken bedrijf] dat er de volgende ochtend een kwaliteitsinspectie van de bananen zou plaatsvinden.

Vanaf 14 januari 2015 is de telefoon van verdachte getapt. Op 20 januari 2015 om 15.22 uur heeft verdachte (“ [adres verdachte] ” in het tapgesprek) een gesprek in de Spaanse taal met een onbekende man die gebruik maakt van een telefoonnummer eindigend met de cijfers [telefoonnummer] (“N” in het tapgesprek):13

[adres verdachte] : [naam bedrijf] met [verdachte 1]

N: Goede dag [verdachte 1] , hoe gaat het met jou broeder?

[adres verdachte] : Goed goed… mijn broeder, hoe staan we ervoor daar

N: hier rustig…

[adres verdachte] : Goed daar ben ik blij om, luister naar mij, zij vragen mij euh euh.. wat voor dozen het zijn, van wat voor dingen het zijn omdat het daar zo verschrikkelijk groot is en met dit referentie kunnen ze niets vinden […] ik heb naar [betrokkene 9] […] van […] [betrokken bedrijf] , dezelfde mail wat jij naar mij had gestuurd… dat heb ik ook naar hem toe gestuurd

[…]

N: Ja.. ja.. ik heb het gezien.. dus het is zo dat voor morgen er moet geprobeerd worden dat het morgen afgehaald worden omdat.. zelfs als hun zeggen dat het slecht is ze zeggen dat het zo kan zijn dat de andere fruit gecontamineerd kan worden snap je…

[…]

N: Nou goed dat is het nummer… met dat nummer bel naar [betrokkene 9] […] hij weet van deze container, deze container is er al uit gehaald… heden morgen… buiten… ze hebben het buiten gezet omdat het hij is bang […] hij zegt dat het hoe zal ik het zeggen voor de helft slecht/bedorven is… en daarom zeggen ze dat het hun andere fruit kan verpesten.

[adres verdachte] : Goed dan perfect (ik snap het) ik ga hem sowieso nu even bellen..

N: Dus.. euh…euh.. er moet met hem gecheckt worden.. hoe dan ook… en daar is ook de “broker” en ik wil tenminste geen zaken meer doen met hun… want ze hebben mij al drie en we moesten het daar laten omdat het echt heel erg slecht.. was… aangekomen… en daarna moesten wij hun betalen.. voor de vernietiging en alles.. […] [W]ij moesten dat alles betalen… en daarom deze container niet door deze gast… omdat zolang wij niet betaalden aan hun.. tot de laatste cent toe… hebben ze ons toegelaten dat wij de container konden (mee) nemen.. praktisch gezien… zij hadden gewoon onze container gegijzeld/gekaapt.

[adres verdachte] : […] Ja.. zo is dat… zo gaat dat… zo hebben ze dat bij mij ook gedaan…

[…]

[adres verdachte] : Laat mij nog een keer in contact proberen te komen met [betrokkene 9] en… om te kijken of…

N: Ja probeer het maar en leg het maar aan hem uit…

[adres verdachte] : Nee zeker… zeker… ik heb hem de informatie al toegestuurd en daarom nu… ik heb hem gelijk zelf gebeld om te kijken of… of hij het gelezen had. […] Hoe dan ook ik laat jou wat weten straks.

[…]

Op 20 januari 2015 om 15.27 uur belde verdachte ( [verdachte 1] ) met een onbekende man (NN-man):14

[verdachte 1] zegt dat hij op zoek is naar [betrokkene 9] ( [betrokkene 17] ). NN-man zegt dat die al naar huis is en vraagt of hij hem kan helpen. [verdachte 1] zegt dat hij een half uurtje geleden een mail naar hem (= [betrokkene 9] ) heeft gestuurd over het ophalen van twintig pallets bananen. […] NN-man geeft het adres en waar de chauffeur zich moet melden: Kaai 212 loket nummer 4 […] in Antwerpen. [verdachte 1] vraagt of ze het over dezelfde container hebben. NN-man vraagt of het de container is die op 330 eindigt. [verdachte 1] zegt ja dat klopt. NN-man zegt bananen [geboorteland] . [verdachte 1] zegt ja dat klopt. NN-man zegt dat hij [betrokkene 9] heeft horen zeggen dat er morgen nog […] een keuring op is […] de controle op de kwaliteit van de bananen. [verdachte 1] zegt dat hij begrepen heeft dat hij opgehaald moest worden, omdat hij daar al een paar weken staat en dat dan de kwaliteit een klein beetje achteruit gaat. NN-man zegt dat hij denkt dat ze dat willen vaststellen. […] [verdachte 1] zegt dat hij zal doorgeven en dat ze het dan morgen komen halen.

Op 20 januari 2015 om 15.36 uur belde verdachte ( [verdachte 1] ) met een onbekende man genaamde [betrokkene 11] :15

[verdachte 1] zegt dat [betrokkene 11] zich moet melden bij loket 4 bij havennummer 212. [betrokkene 11] zegt bij [betrokken bedrijf] ( [betrokkene 17] ) loket 4.

Op 21 januari 2015 om 10.04 uur belde verdachte ( [verdachte 1] ) met een onbekende man genaamd [betrokkene 13] :16

[…]

[betrokkene 13] : Onze chauffeur staat bij [betrokken bedrijf] voor die 20 pallets met bananen te laden […] en wij kunnen die niet laden, want de bananen zijn afgekeurd door het voedselagentschap naar het schijnt.

[verdachte 1] : Ok wat houdt dat in dan?

[betrokkene 13] : Nou dat weet ik niet […] wij kunnen die niet laden.

[verdachte 1] : Ehhhh ok. Nou ik ben zo richting kantoor ehh ik ga direct contact opnemen met de ehhh met die bedrijf waar ik het van koop.

[…]

[betrokkene 13] : Dat is goed ik laat die chauffeur daar nog even staan […]

Op 21 januari 2015 om 10.14 uur heeft verdachte (“ [adres verdachte] ” in het tapgesprek) een gesprek in de Spaanse taal met een onbekende man die gebruik maakt van een telefoonnummer eindigend met de cijfers [telefoonnummer] (“N” in het tapgesprek):17

[…]

[adres verdachte] : hier met [naam bedrijf] belt met je. […] Luister naar mij er is een probleem euh… euh… ze hebben euhh afgewezen.. over… schijnt dat de kwaliteit en weet ik nog wat meer… ze hebben mij net gebeld.. ze.. je moet contact leggen met dat bedrijf… en zeggen dat jij… JIJ verantwoordelijk wilt zijn voor de … euh … weg te gooien… hoor je mij?

N: Om het weg te gooien… maar kan er niet… maar kan het wel weggehaald worden?

[adres verdachte] : De chauffeur heeft mij net gebeld dat hij […] niet kon laden omdat het afgewezen was… maar JIJ moet bellen met euh… hij blijft daar nog even… hij blijft daar nog even wachten… JIJ moet bellen met de persoon.. die jij in de mail had gezet.. en tegen hem zeggen dat jij zelf daar voor gaat zorgen en dat euh.. en dat de chauffeur daar staat om het te laden en het weg te gooien en dan.. dat euh.. […] maar JIJ moet bellen met hun… omdat JIJ het is jouw zending… en daarom moet jij bellen en ik kan dat niet.

N: Goed… dat is dan goed ik ga… ik ga dan.. met hen schrijven dan…

[adres verdachte] : Bel direct dan even met hem.. met hen.

[…]

N: Goed… en maar als jij tegen hem zegt dat jij het komt ophalen en dat jij het gaat weggooien… maar dat kan jij toch ook wel tegen hen zeggen toch? […] Zeg maar dat ik… dat WIJ het vernietigen en zeg maar dat de chauffeur daar staat.

[adres verdachte] : Ja ja… dat klopt de chauffeur staat daar maar het probleem is… maar omdat ik niet… niet de eigenaar ben, heb ik niet het recht om dat te doen snapt u?

N: Ja ja… maar wij…

Gesprek wordt abrupt beëindigd.

In een e-mail van 21 januari 2015 om 11.11 uur van [betrokkene 35] aan [betrokkene 9] van [betrokken bedrijf] gaf eerstgenoemde aan dat hij een e-mail heeft gehad waaruit volgt dat de container is beschadigd en dat hij wil weten of hij het kan verplaatsen en afval weg kan gooien.18 In het antwoord van [betrokkene 9] diezelfde dag om 12.43 uur wordt aangegeven dat de container niet beschadigd is, maar dat de goederen zijn geweigerd en dat de vernietiging van goederen niet kan worden gedaan door derden. Dat is vastgelegd in een overeenkomst met de douane om te voorkomen dat geweigerde goederen de Europese markt bereiken.19

Op 21 januari 2015 om 11.35 uur voerde verdachte ( [verdachte 1] ) een telefoongesprek met [betrokkene 9] :20

[verdachte 1] : Ik heb je net gebeld over de afgekeurde bananen die daar zijn. Een klant zegt dat die, hij wil hem ehh ja wel weggooien, maar onder zijn toezicht. […} Hij wil wel onder toezicht dat hij de producten weg mogen gooien. […] Wat is de stand van zaken moet hij zelf gaan ophalen?

[betrokkene 9] : Dat moet ik even navragen. We hebben eigenlijk zelden of nooit klanten die hun bananen eerst twee weken op de terminal laten staan en dan veracht zijn dat ze rot zijn. Dus ik weet niet hoe het verder moet dat moet ik even navragen bij onze douane afdeling. […] Maar ik zal dan verder communiceren met die klant dan.

[verdachte 1] : Ja nou is goed ik vind het jammer dat die partij, want ik had het ehh nou ja jammer.

[betrokkene 9] : Vers goed moet je altijd direct van de kaai halen en als je dan twee drie weken wacht voor dat je de zeevracht betaalt dan moet je ook niet verachten dat die bananen rot zijn natuurlijk.

Op 21 januari 2015 om 13.28 uur voerde verdachte ( [verdachte 1] ) een telefoongesprek met [betrokkene 1] ( [betrokkene 14] ):21

[verdachte 1] zegt dat hij iets dringend wil vragen. Die jongen hebben een product die niet door de kwaliteitscontrole is gegaan. Ze zeggen dat hij moet worden weggegooid, omdat de kwaliteit niet goed is en het mag niet ingeklaard worden. Is het mogelijk dat wij die hele partij weggooien?

[…]

[verdachte 1] zegt dat de klant zelf het product weggooit

[betrokkene 14] zegt ik denk dat het beste is ehh dat het bij een boer geleverd wordt voor de koeien om te eten

[verdachte 1] vraagt hoe kunnen wij dat doen?

[…]

[betrokkene 14] zegt ze willen niet terug hebben, maar of dat weggegooid kan worden.

[verdachte 1] zegt ja.

[betrokkene 14] zegt want anders kost meer toch terug brengen.

[verdachte 1] zegt precies hoe kunnen wij… is daar een oplossing voor?

[betrokkene 14] zegt ehhm dat is deze waar je over praat toch deze die bij dinges wacht?

[verdachte 1] zegt ja.

[betrokkene 14] zegt ja poefff ja wij kunnen een een ehh shit man wie kan dat doen… dat wordt even een boer zoeken weet je.

[verdachte 1] zegt nee maar luister die zending die is de haven […] daar staat ie.

[betrokkene 14] zegt ik denk die inklaarder kan gevraagd worden of hij ehh zij weten een manier weet je.

[verdachte 1] zegt nee nee nee ze weten het dus niet is niet ehh is niet hier in de buurt, maar was bestemd voor hier, maar is niet hier in de buurt snap je

[betrokkene 14] zegt ja ik niet

[verdachte 1] zegt denken denken denken […] goed denken dat kan ons ook een beetje redden.

[…]

[betrokkene 14] zegt ik ga even nadenken.

[verdachte 1] zegt ik vraag aan jou je weet het het is gevoelig.

[…]

Op 21 januari 2015 om 13.59 uur voerde verdachte ( [verdachte 1] ) een telefoongesprek met een onbekende man genaamd [betrokkene 15] :22

[…]

[verdachte 1] vertelt dat er goederen zijn aangekomen, maar de goederen zijn niet goedgekeurd en vraagt wat dan de procedure daar van is.

[betrokkene 15] vraagt of de ontvangende partij het niet heeft goedgekeurd.

[verdachte 1] zegt nee de douane keuring of de kwaliteitscontrole.

[betrokkene 15] antwoord […] als zij zeggen nee de goederen mogen het land niet binnen dan moet je die in ontvangst nemen ter vernietiging. En dan krijg je alsnog die goederen mee, maar dat moet je wel officieel vernietigen.

[verdachte 1] zegt ja maar dat is het probleem niet de klant wil de goederen zelf vernietigen.

[betrokkene 15] antwoord […] dan kan de expediteur de papieren invullen bij de douane en regelen dat die spullen worden afgegeven voor vernietiging. En dan moet jij aan die expediteur daarna, nadat de goederen zijn vernietigd, een papiertje geven van goederen zijn vernietigd. […] hoe doe je dat je weet zo’n grofvuil of verbrandingsplek zeg maar van gemeente waar iedereen de afval brengt? Bij zo’n plek moet je een afspraak maken om die goederen heen te brengen, dan breng je het daarheen. Maar eerst natuurlijk naar eigen plek brengen effe kijken van wat of hoe en daarna doorrijden naar die vernietigingsplek. Dus ook dat stukje transport moet je laten doen door iemand die je kent zeg maar. Die de goederen afhaalt van ik ga vernietigen. Effentjes langsgaan bij de [betrokkene 16] ( [betrokkene 17] ) en daarna doorrijden naar die plek van vernietigen.

[verdachte 1] zegt ok ok, maar ik ga je een beetje het verhaal uitleggen. De ontvangende partij is niet in Nederland. Hij moet zelf daarheen bellen of mailen of kan een partij het vanaf hier doen?

[betrokkene 15] antwoord ja ja die goederen gingen toch door de douane en dan naar die partij in het buitenland toch. Die partij moet bellen namens de ontvanger.

[…]

[verdachte 1] zegt ok ok. Effe kijken ben je bezig nu of… […] ik wou met jou dan afspreken en die betreffende weet je? Dit is voor ons dan ook een beetje een opluchting denk ik als het ehhh…

[…]

[betrokkene 15] laat nog weten hoe laat hij kan komen. Ze spreken dan af bij de Bowling in Rotterdam.

Op 21 januari 2015 om 16.35 uur verstuurde [betrokken bedrijf] van [betrokken bedrijf] een e-mail naar [betrokkene 9] van [betrokken bedrijf] waarin eerstgenoemde aangaf dat ze de klant hebben gesproken en hebben besloten te vragen of de container teruggestuurd kan worden naar de afzender.23 Wellicht zou het bevroren teruggestuurd kunnen worden om te voorkomen dat de goederen nog meer zouden verslechteren. De klant wilde dat de afzender de inhoud van de container zou analyseren. Ze wilden weten of het mogelijk was.

Op 21 januari 2015 om 22.50 uur voerde verdachte (“ [adres verdachte] ” in het tapgesprek) een telefoongesprek in Dominicaans Spaans met een onbekende man genaamd [betrokkene 10] (“J” in het tapgesprek):24

[adres verdachte] : heej een vraag.. ik wil graag dat jij morgen met [betrokkene 9] belt, stuur hem geen e-mail, bel direct met hem, en zeg hem dat de producten.. dat jij het al verkocht hebt, maar dat het niet voor de Europese markt… niet voor de Europese Unie, want dat is wat hij in zijn e-mail zegt… dat de product niet geschikt is voor de Europese Unie., ja dat is wat er staat.

[…]

[adres verdachte] : Dus jij zegt hem dat jij het gaat verkopen… verkopen.. dat het een misverstand/miscommunicatie dat euh… het product is verkocht dat heeuh hoe zeg je dat… voor buiten de Europese Unie, en dat jij het gaat herpakken… snapt u mij?

[…]

J: Goed… als jij wilt kan die optie wel checken… maar het lijkt mij dat euh.. dat ik niet denk dat het gaat lukken.

[adres verdachte] : Nee ja […] luister naar wat ik ga zeggen… ik sprak een persoon […] dat ook in de heel erg in de dinges… van euh… transport en van douane […] en als het zo is dat hun echt heel moeilijk gaan doen… dan wordt het teruggestuurd… want het is ook mogelijk om het te retourneren maar…

J: Maar dat is wel goed… maar als jij het wilt kunnen wij dat van jou uitproberen..

[adres verdachte] : Ja nee… dus morgen vroeg bel jij met… […] dan zeg jij dat jij het adres voor hem in een mail gaat zetten… dat is wat JIJ gaat zeggen… en daarna gaat hij jou een adres geven. […]

Op 22 januari 2015 om 09.24 uur belde verdachte (“ [adres verdachte] ” in het tapgesprek) in het Dominicaans Spaans met een onbekende man (“NNman” dan wel “N” in het tapgesprek):25

Noot tolk: NNman leest berichtenverkeer tussen hem en zijn “broker” hardop.

[…]

[adres verdachte] : […] Nee ik weet hoe de dingen zijn… en welke kant deze op gaat maar… we zullen hier uitkomen… met God’s hulp

N: Met God’s wil broer… want weet het niet…

[…]

[adres verdachte] : […] zoals ik jou gisteravond heb uitgelegd.. zeg tegen [betrokkene 9] ( [betrokkene 17] .) dat… je hem rechtstreeks kan bellen want ik… ik heb met hem gesproken.. het enige is dat ik niet tegen hem kan zeggen. Jij moet met hem praten… je zegt tegen hem “kijk, doordat de kwaliteit niet goed genoeg is voor de Europese markt… ga ik het in een bepaalde plaats… in een ander land verkopen, ik geef jou later het adres […].

[…]

N: Maar ik heb nooit met [betrokkene 9] gesproken… ik praat altijd met mijn broker. Mijn broker is degene die met [betrokkene 9] praat […] het ding is tussen hun tweeën. Want mijn broker werkt met… want [betrokkene 9] is als je het goed bekijkt ook een broker […] Ik heb nooit een rekening aan die [betrokkene 9] betaald… alle rekeningen die ik betaal aan […] containers en zo… betaal ik aan mijn broker… en mijn broker betaalt hem. […] ik heb geen directe reden om met hem te praten. […]

[adres verdachte] : Nee maar jij kunt… geloof me! Oke, jij hebt hem niet gesproken… maar je kunt hem bellen… gezien jouw bedrijf […] “kijk ik heb nodig… ik ga het product elders verkopen”… want jij bent degene die dat als eigenaar zijnde direct tegen hem kan zeggen… en niet de broker… de broker heeft al zijn handelingen verricht. […]

[…]

N: […] Hij kan niet teruggestuurd […] hij is door de douane gegaan en gelet op de kwaliteit of de voorwaarden wordt het niet toegestaan om hem terug te sturen omdat alles helemaal bedorven in de [geboorteland] aankomt.

[…]

N: Dat betekent dat het bedrijf dat het gestuurd heeft… daar in de Dominicaanse… moet vragen om de container terug te sturen. […] ik heb hem geschreven […] kijk “opdat dat niet meer bedorven aankomt.. is het makkelijk om op te lossen” heb ik hem gezegd “dat men hem/het in een container zetten.. op lage temperatuur en klaar… dan moet hij maar/het bevroren aankomen […] Iemand heeft een soortgelijke probleem gehad en ik kan me herinneren dat hij zelf de opdracht gaf dat ze de temperatuur van de container moesten verlagen zodat hij kon volhouden (de reis doorstaan) tot de komst van de mensen van de rederij om de druk erop omlaag te brengen”.

[…]

[adres verdachte] : Ja ja maar […] heb je hem geschreven dat je een koper hier hebt gevonden… buiten Europa en dat de voorwaarden… hun eisen minder zijn dan in Europa… dat jij het gaat verkopen.

N: […] Of als je wilt kan ik hem nu ook gelijk schrijven, ik kan hem schrijven “ik heb een andere optie, ik kan een koper voor de container vinden die hem voor mij… buiten de Europese Unie… doordat men zegt dat de kwaliteit niet goed is, kan hij daar verkocht worden”. […]

[adres verdachte] : Dan… schrijf hem… maar het is ook goed dat je hem belt.. ik weet niet of hij jou beantwoord heeft maar bel hem ook… want soms […] zit de persoon niet achter zijn computer of hij is niet op kantoor… bel hem! En je legt hem uit, begrijp je mij? Dat het zo beter is.

N: Ik ben ermee bezig want ik let op de tijd… en de mensen daarginder in de Dominicaanse denken dat je… ik zei tegen hen…-ntv- ik ben hen ook aan het bellen

[adres verdachte] : Daarom zeg ik jou […] dat je de persoon hier moet bellen.. en je zegt hem wat je hem aan het zeggen bent […] wij komen tijd tekort (speelt tegen ons) en vervolgens gaan de mensen druk uitoefenen en zo… je weet het al.

N: Goed! Is goed dan.

[adres verdachte] : Doe me een gunst… doe wat ik tegen jou zei… bel hem direct en zeg hem dat je een koper hebt gevonden… en anders de andere optie buiten de Europese Gemeenschap.

N: Is goed. Oke.

[…]

Op 22 januari 2015 om 09.48 uur voerde verdachte ( [verdachte 1] ) een telefoongesprek met [betrokkene 1] ( [betrokkene 14] ):26

[verdachte 1] zegt dat ze gisteren samen waren met [betrokkene 15] . Om te zoeken naar een oplossing en hij kan misschien helpen. Hij heeft slimme oplossingen. Ik moet hem straks bellen. [verdachte 1] hoopt dat het gaat lukken.

Op 22 januari 2015 om 12.22 uur belde [betrokkene 15] als [betrokkene 34] met de telefoon van verdachte naar een onbekende man genaamd [betrokkene 20] :27

[betrokkene 15] zegt dat hij namens [betrokkene 18] ( [betrokkene 17] ) die heeft een mailtje gekregen van [betrokken bedrijf] dat de container met goederen Europa niet binnen mogen komen. Hij heeft daar een vraag over want [betrokkene 18] is niet goed in Engels.

[betrokkene 20] vraagt over welke klant het gaat.

[betrokkene 15] zegt [betrokken bedrijf] .

[betrokkene 20] zegt tegenwoordig is dat [betrokken bedrijf] kan dat zo zijn?

[betrokkene 15] zegt inderdaad ja.

[betrokkene 20] vraagt wie is jullie contactpersoon bij [betrokken bedrijf] ?

[betrokkene 15] zegt er staat hier Sanguesa.

[betrokkene 20] zegt ja dat klopt en wat is uw vraag concreet.

[betrokkene 15] zegt in de e-mail hebben wij begrepen dat de goederen Europa niet binnen mogen, omdat de etikettering en de maten niet zijn conform de voorwaarden. En de vraag van [betrokkene 18] is de goederen waren niet bestemd voor Europa. In Europa moesten ze worden her verpakt een nieuwe sticker en dan export buiten Europa of dat mogelijk is? En als dat geen mogelijkheid is kan de container inclusief de goederen retour afzender worden gedaan?

[betrokkene 20] zegt dat hij moet navragen en zegt dat hij [betrokkene 15] doorverbindt naar [betrokkene 9] Verheezen

Noot verbalisant;

Tijdens het in de wacht staan zegt [betrokkene 15] nou word ik naar die [betrokkene 9] doorgezet en hij gaat dan deze vraag waarschijnlijk doorzetten naar de douane of het wel of niet kan. En dan ga ik tegen hem zeggen kunt u mij als u antwoord heb effe verifiëren per mail van hoe nou verder.

[betrokkene 20] zegt dat hij [betrokkene 9] niet te pakken kan krijgen […]

[…]

[betrokkene 15] zegt […] hoe laat kan ik [betrokkene 9] terug bellen?

[betrokkene 20] zegt dat hij dat niet precies weet en stelt voor dat [betrokkene 15] een mail naar [betrokkene 9] stuurt.

[betrokkene 15] zegt dan doen we dat.

Op 22 januari 2015 om 13.01 uur belde verdachte (“ [verdachte 1] ” in het tapgesprek) in het Spaans met een onbekende man (“NNM” in het tapgesprek) met het telefoonnummer eindigend met de cijfers [telefoonnummer] :28

[verdachte 1] vraagt of het NNM nog is gelukt om iets te doen.

NNM zegt goed, tot nu toe niet. Deze jongen is met een andere broker aan het praten. We moeten wachten.

[verdachte 1] : Luister hier naar wat je gaat doen… we hebben de ntv van hier zelf gebeld. Begrijp je? In het Nederlands… en we hebben met hun gesproken… ik ga jou zo meteen een tekst sturen in het Nederlands… je moet het doorsturen.

NNM: Ja is goed

[verdachte 1] : En het naar [betrokkene 9] ( [betrokkene 17] .) sturen.

NNM: ehm is goed.

[verdachte 1] : Precies zoals het daar staat… jet stuur het precies zo… hij weet al dat het in het Nederlands naar hem gestuurd wordt en dat het een persoon was.. dat jullie Engels daar niet goed is… zij hij tegen hem. […] Zodat de communicatie beter is.

NNM zegt oke, ik ben je dankbaar… ik wacht. Ik ga nergens heen […] Stuur het nu gelijk naar mij en ik stuur het meteen door.

Op 22 januari 2015 om 13.13 uur is een sms-bericht verzonden met het telefoonnummer van verdachte naar het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] met de tekst:29

Geachte [betrokkene 9] , Is het mogelijk om goederen te ontvangen voor herverpakking en etikettering met export bestemming Turkije. Als dit niet mogelijk is, dan graag de goederen + container reteur afzender. De kosten hiervan kunt u aan mij factureren. Ik zie u reactie graag. Met vriendelijke groet, [betrokkene 18] .

Op 22 januari 2015 om 13.32 uur voerde verdachte ( [verdachte 1] ) een telefoongesprek met [betrokkene 1] ( [betrokkene 14] ):30

[…]

[verdachte 1] zegt ik heb daarnet met [betrokkene 15] , ik was met hem, hij heeft zelf gebeld.

[betrokkene 14] zegt ja.

[verdachte 1] zegt hij moest per mail zeggen wat die wil. Hij heeft me (ntv) wat die dan moet zetten. Ik heb aan die man daar zo gestuurd wat hij moest schrijven en wachten op een reactie.

[betrokkene 14] zegt ok.

[…]

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank leidt uit de hiervoor weergegeven e-mails en tapgesprekken af dat verdachte met behulp van zijn bedrijf [betrokken bedrijf] en samen met [betrokkene 21] (alias [betrokkene 35] en naar de rechtbank aanneemt de gebruiker van het Oekraïense telefoonnummer eindigend op de cijfers [telefoonnummer] ; zie het pv van verhoor van [betrokkene 21] door de rechter-commissaris onder 61) de regiefunctie had bij de poging(en) de container [containernummer] – die onderweg was naar Zweden en op dat moment in Antwerpen ‘op de kade staat’ – en de inhoud daarvan veilig te stellen, in eerste instantie door deze naar een opslagadres van [betrokken bedrijf] in Bleiswijk te laten vervoeren. Opvallend hierbij is dat deze pogingen grotendeels plaatshebben als reeds bij verdachte en zijn mededader(s) bekend is dat de 20 pallets bananen van een te slechte kwaliteit zijn om toegelaten te worden op de Europese markt en er sprake van is dat ze zonder tussenkomst van derden vernietigd zullen worden. Verdachte is blijkens de opgenomen telefoongesprekken koortsachtig bezig hiervoor een oplossing te zoeken en benadert daartoe verschillende personen, waaronder de verantwoordelijke partij in België ( [betrokken bedrijf] dan wel [betrokken bedrijf] ) en geeft daarnaast ook verscheidene personen (ene [betrokkene 10] , [betrokkene 21] en [betrokkene 15] ) opdracht om [betrokken bedrijf] via e-mail of telefonisch te benaderen om te bewerkstelligen dat – zo begrijpt de rechtbank – de container vrij wordt gegeven alvorens de lading zonder tussenkomst van derden wordt vernietigd, in het uiterste geval door de container met (al dan niet bevroren) lading en al terug te sturen naar de afzender in de [geboorteland] . Het feit dat de bananen vernietigd worden is niet zozeer het probleem, als wel dat dit buiten het toezicht van ‘de klant’ of zonder tussenkomst van ‘iemand die je kent’ gebeurt, zo blijkt in het bijzonder uit de hiervoor weergegeven opgenomen gesprekken op 21 januari 2015 om 13.59 uur, 10.14 uur, 11.35 uur en 13.28 uur. Gelet op deze omstandigheden in onderlinge samenhang bezien kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat het verdachte en zijn mededaders om de in de container aangetroffen cocaïne te doen was en niet om de – inmiddels grotendeels rotte – bananen die als deklading fungeerden.

De verklaring van verdachte ter zitting dat hij niet van cocaïne in de container wist en dat het wat hem betreft om een partij bananen ging die hem is aangeboden, waarvan later bleek dat ze al vergaan waren, acht de rechtbank dan ook niet aannemelijk, gelet op het voorgaande en gelet op de aard, de inhoud en de intensiteit van zijn bemoeienis zoals deze blijkt uit de opgenomen telefoongesprekken.

Conclusie

De rechtbank concludeert alles overziend dat verdachte samen met zijn mededaders het opzet had op het binnen Nederland brengen van 53,7 kilogram cocaïne. De uitvoeringshandelingen die in de tenlastelegging bij de poging invoer onder 5 primair zijn opgenomen en die bewezen kunnen worden verklaard, dateren echter van na de inbeslagname van de cocaïne door de Belgische autoriteiten op 7 januari 2015. Dit betekent volgens vaste jurisprudentie – zoals deze rechtbank ook eerder heeft overwogen in de uitspraak van 11 maart 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:2596 – dat geen begin van uitvoering van het ten laste gelegde delict heeft plaatsgevonden voorafgaand aan de inbeslagname en dat sprake is van een absoluut ondeugdelijke poging, ook al verkeerde de verdachte zelf in de veronderstelling dat hij met de invoer van cocaïne bezig was. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van hetgeen hem onder 5 primair ten laste is gelegd.

Het voorgaande laat evenwel onverlet dat de handelingen van verdachte kunnen worden aangemerkt als het voorbereiden dan wel bevorderen van de invoer van de betreffende partij cocaïne. De Hoge Raad heeft immers in het arrest van 29 maart 2011 (ECLI:NL:HR:BP3862) bepaald dat indien voorbereidings- of bevorderingshandelingen wel gericht zijn op een misdrijf dat in de voorstelling van verdachte concrete vormen heeft aangenomen, het enkele feit dat ze niet meer kunnen dienen om juist dat misdrijf te bevorderen omdat inmiddels ingetreden omstandigheden (in dit geval de inbeslagname van de cocaïne) verwezenlijking in de weg staan, hieraan niet hun zelfstandig strafbaar karakter ontneemt en dat dit ook geldt indien met die voorbereidings- of bevorderingshandelingen een begin is gemaakt nadat die verhinderende omstandigheid zich heeft voorgedaan. Met andere woorden: het feit dat de cocaïne reeds in beslag was genomen toen verdachte met zijn voorbereidings- dan wel bevorderingshandelingen begon, doet niet af aan het strafbaar karakter van die handelingen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte medepleger is van voorbereidings- dan wel bevorderingshandelingen voor de invoer van 53,7 kilogram cocaïne.

3.4.2

Met betrekking tot 80 kilo in container [containernummer] (feit 1)

Inleiding

Op 31 december 2014 arriveerde een container ( [containernummer] ) met 1080 dozen met cassaves in de haven van Antwerpen. De container was afkomstig van [betrokken bedrijf] uit de [geboorteland] . De container was bestemd voor [betrokkene 3] . gevestigd aan de ’ [adres betrokken bedrijf] te Den Haag, maar moest worden gelost bij [betrokken bedrijf] in Bleiswijk.

Op 12 januari 2015 controleerde de Belgische douane de container. De in de container aanwezige dozen zijn ‘gepriemd’ waarbij een wit poeder meekwam. Het witte poeder werd middels een SCOTT NARK II 07-test positief getest op de aanwezigheid van cocaïne. De aangetroffen plastic zakjes waren gewikkeld in bruine tape en deze pakketjes waren gewikkeld in blauw, dan wel groen, carbonpapier. Op het carbonpapier stond vermeld: ‘ [titel naam verpakking] ’. Het totaalgewicht van de pakketjes bedroeg 80,308 kilogram. De Belgische douane heeft de pakketjes in beslag genomen. De Belgische politie heeft direct de Nederlandse politie van hun bevindingen op de hoogte gesteld en de chauffeur heeft, na verhoor, vervolgens zijn weg naar Bleiswijk (zonder cocaïne) voortgezet.

Verdachte huurde, op naam van het bedrijf [betrokken bedrijf] , een koelcel bij [betrokken bedrijf] . Verdachte heeft, samen met de directeur en een medewerker van [betrokken bedrijf] de [containernummer] container op 12 januari 2015 gelost. De chauffeur heeft verklaard dat verdachte toen boos was omdat er enkele dozen waren beschadigd. Nadat er tien minuten was gelost, arriveerde een bestelbus met nog zeven personen, die geen Nederlands spraken. Vier of vijf van deze personen kwamen bij de cabine van de chauffeur staan en informeerden in gebrekkig Engels bij de chauffeur hoe laat hij uit Antwerpen was vertrokken. Zij waren volgens de chauffeur zwaar geïrriteerd en de chauffeur was daarom doodsbang. De chauffeur heeft de vrachtbrief aan verdachte overhandigd en verdachte heeft de vrachtbrief afgetekend. De medewerker van [betrokken bedrijf] heeft verklaard dat verdachte hem dezelfde avond, na het lossen, nog tweemaal heeft gebeld om te vragen om bij de koelcel te kijken en om foto’s te maken. De volgende dag heeft verdachte tegen hem gezegd dat hij de hele lading zou terugsturen omdat hij de boel niet vertrouwde.

De telefoons van verdachte en medeverdachte [betrokkene 1] hadden op 12 januari 2015 tussen 10:40 uur en 16:59 uur – dit is tijdens het lossen van de container – meermalen contact met elkaar.31 Nadat verdachte de container had gelost, is hij vertrokken naar de [adres betrokkene 2] waar hij omstreeks 17:00 uur arriveerde.32 De telefoon van medeverdachte [betrokkene 1] straalde rond dat tijdstip een zendmast in de directe omgeving van voornoemd adres aan.

Op 26 januari 2015 zijn tijdens een huiszoeking in de woning van verdachte onder meer de volgende bescheiden aangetroffen33:

  • -

    Vijf facturen van [betrokken bedrijf] gericht aan [betrokkene 3] . gedateerd 8 januari 2015, betreffende onder meer de import en de tijdelijke opslag van [containernummer] ;

  • -

    Een factuur van [betrokken bedrijf] gericht aan [betrokkene 3] ., gedateerd 3 december 2014 betreffende de bestelling van 1080 Cassava met containernummer [containernummer] .

Medeverdachte [betrokkene 1] heeft verklaard dat verdachte [betrokkene 3] . was en dat hij in opdracht van verdachte als [betrokkene 22] van [betrokkene 3] ., bestellingen heeft gedaan. Verdachte zou op de laptop van [betrokkene 1] een emailaccount hebben geïnstalleerd, dat hij ( [betrokkene 1] ) heeft gebruikt voor het doen van bestellingen. Later zou hij zijn laptop aan verdachte hebben gegeven omdat hij de inloggegevens van de emailaccount niet meer wist. [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij zijn werkzaamheden verrichtte in het kader van een leerproces. Hij had geen idee van prijzen en kwaliteit. Ook heeft hij zich verder niet bezig gehouden met de afhandeling van de bestellingen. Voor zijn bemoeienissen zou hij € 750,-- per container ontvangen.3435

Wie bestelde de cassaves?

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [betrokkene 1] , voor zover inhoudend dat hij in samenwerking met verdachte de cassaves heeft besteld, steun vindt in het dossier. Immers, de factuur voor die cassaves alsmede de facturen die zien op de opslag en douane-handelingen van de cassaves zijn aangetroffen bij verdachte. Verdachte heeft daar geen afdoende verklaring voor gegeven. Weliswaar heeft verdachte verklaard dat hij de partij cassaves aangeboden heeft gekregen en dat hij daarom de vrachtbrieven in zijn bezit had, maar dat verklaart niet waarom hij ook in het bezit was van voornoemde facturen. Te minder nu verdachte naar eigen zeggen de lading niet had gekocht. De rechtbank gaat er, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, bij de beoordeling van dit feit vanuit dat [betrokkene 1] en verdachte namens [betrokkene 3] . een container cassaves hebben besteld.

Was het in de cassave-container aangetroffen poeder cocaïne?

De vraag die vervolgens beantwoord dient te worden is of er cocaïne in de container heeft gezeten. Het dossier bevat het resultaat van een indicatieve test (de Belgische SCOTT NARK II 07-test), inhoudende dat de aangetroffen stof cocaïne bevat. Er is evenwel geen nader onderzoek gedaan naar de samenstelling van de aangetroffen stof door het NFI en evenmin door de Belgische equivalent daarvan. Nu het bewijs dat sprake is van cocaïne niet uitsluitend gebaseerd kan worden op een indicatieve test, de status van de gebruikte indicatieve test bovendien niet uit het dossier blijkt en overigens uit het dossier geen, althans onvoldoende, bijkomende omstandigheden blijken, waaruit kan worden afgeleid dat de aangetroffen hoeveelheid poeder daadwerkelijk cocaïne bevat, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat het hier ging om cocaïne. Uit de omstandigheden dat de poeder was verstopt tussen cassaves en dat dezelfde afzender eerder ook cocaïne, verstopt in containers, naar verdachte verstuurde kan niet zonder meer worden afgeleid dat het ook bij deze zending daadwerkelijk cocaïne betrof.

tussenconclusie ten aanzien van de 80 kilo in container [containernummer] (feit 1)

Nu niet kan worden vastgesteld dat het gaat om cocaïne, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de ten laste gelegde (medeplichtigheid aan) poging tot invoer van cocaïne evenals van het bezit daarvan. Hiervoor is immers nodig dat komt vast te staan dat sprake is van cocaïne.

Voorbereidingshandelingen?

Dat is anders met betrekking tot de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen. Daarvoor is niet noodzakelijk dat is vastgesteld dat het aangetroffen poeder daadwerkelijk cocaïne betrof. Van belang is daarbij slechts dat verdachte het opzet had op de invoer van die cocaïne, niet of het ook echt om cocaïne blijkt te zijn gegaan. Het dossier bevat naar het oordeel van de rechtbank evenwel onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen vaststellen dat verdachte ook ter zake van deze container dat opzet had.

Slotsom

Uit het voorgaande volgt dat verdachte zal worden vrijgesproken van het onder feit 1, in alle varianten, ten laste gelegde.

3.4.3

Met betrekking tot 23 kilo in container [containernummer] (feit 4)

Inleiding

Op 10 oktober 2014 stuurde [betrokkene 22] namens [betrokkene 3] . een e-mail naar [betrokkene 23] van [betrokken bedrijf] . Hij wilde een jaar lang elke maand twee containers kokosnoten bestellen met afleverhaven Antwerpen. Hij verzocht om de originele ‘bill of lading’ documenten te verzenden naar notifier SDV, [emailadres] .36 Op 12 oktober 2014 schreef [betrokkene 23] dat de vracht onderweg is/verstuurd is op 2 november 2014.37 Op 3 december 2014 arriveerde de container [containernummer] (hierna ook aan te duiden als: [containernummer] -container) met 800 dozen met kokosnoten in de haven van Antwerpen, afkomstig van [betrokken bedrijf] uit de [geboorteland] . De geadresseerde van de container was [betrokkene 3] . gevestigd aan de ’ [adres betrokken bedrijf] te Den Haag.38 Uit de ‘bill of lading’ van de [containernummer] -container volgt dat deze tezamen met de container met nummer [containernummer] (hierna ook aan te duiden als de [containernummer] -container) met ook 800 dozen kokosnoten naar [betrokkene 3] . is verscheept.39 [betrokken bedrijf] heeft beide containers in opdracht van [betrokken bedrijf] B.V. vervoerd naar Berlicum.40

[containernummer] -Container

Chauffeur [getuige 1] heeft voor [betrokken bedrijf] op 11 december 2014 het transport verzorgd van de [containernummer] -container van Antwerpen naar Berlicum. Verdachte heeft toen met een ander de container gelost.41 Medeverdachte [betrokkene 2] heeft verklaard dat hij die ander was.42 Medeverdachte [medeverdachte] was wel in Berlicum, maar zat in de kantine koffie te drinken.43 [betrokkene 27] heeft vervolgens de [containernummer] -container op 11 december 2014 terug vervoerd naar Antwerpen.44 In de telefoon van verdachte is een foto van een concept e-mail aangetroffen. De foto is gemaakt op 16 december 2014 om 19:43 uur. De e-mail is afkomstig van [betrokkene 22] van [betrokkene 3] . en gericht aan [betrokkene 25] . Het onderwerp is: ‘RE: [containernummer] en [containernummer] Strekking van de e-mail is dat er schade is ontstaan, dat de verzekeringsagent de container niet op locatie kan inspecteren en de vraag wordt gesteld of de container naar de locatie waar de schade is geleden gestuurd kan worden.45 Verdachte en medeverdachten [betrokkene 2] en [betrokkene 1] straalden op 16 december 2014 omstreeks 19:43 uur alle drie zendmasten aan op het Van Zandvlietpad te Rotterdam.46 Tijdens de huiszoeking in de woning van verdachte is een afdruk van een e‑mail aangetroffen47 van [betrokkene 25] van [betrokken bedrijf] aan [email adres] van 17 december 2014. Zij meldt dat de [containernummer] mogelijk afgehaald kan worden, zij het eerst na betaling.48 Gelet op het uitzonderlijke verzoek om nogmaals een lege container te mogen bekijken heeft de douane onderzoek ingesteld naar de [containernummer] -container.49

Op 16 december 2014 constateerden douanemedewerkers dat de verfkleur aan de binnenzijde van de deuren van de [containernummer] -container afweek van de kleur aan de buitenzijde van de deur. De bovenzijde van de holle stijlen van de deuren hadden bovenaan een kleurverschil en vertoonden zichtbaar sporen van mastiek die met verf overspoten is. Tevens bleek de rubberen dichting in de hoeken bovenaan recentelijk met verf overspoten. Er werden met een boormachine gaatjes in de stijlen geboord en op de boorkop bleef een wit poeder hangen. Een uitgevoerde SCOTT NARK II 07-test op het witte poeder is positief voor wat betreft cocaïne.50 In totaal werden in de stijlen 44 getapete pakketten aangetroffen. Het totale gewicht van de partij van 44 getapete pakketten bedroeg 23,88 kilogram.51 Op 26 januari 201652 zijn vier stalen afkomstig uit [containernummer] -container door Belgische politie overgedragen aan de Nederlandse politie.53 Op 29 januari 2016 zijn deze stalen, voorzien van de SIN-nummers: [Nummer SIN] , [Nummer SIN] , [Nummer SIN] , [Nummer SIN] aan het NFI aangeboden.54 Het NFI heeft geconcludeerd dat deze stalen alle vier cocaïne bevatten.55

[containernummer] -container

De [containernummer] -container is op 11 december 2014 door chauffeur [betrokkene 28] vervoerd naar [betrokken bedrijf] in Berlicum.56 Verdachte heeft verklaard dat hij aanwezig was bij het lossen van de kokosnoten.57 Omdat er nog vier pallets in de container stonden, is de container niet teruggebracht naar Antwerpen, maar naar een overslagbedrijf in Rotterdam. [betrokken bedrijf] zou er zelf zorg voor dragen dat de container terug kwam in Antwerpen.58 [betrokkene 2] heeft de container vervolgens opgehaald.59

Op 18 december 2014 werd de [containernummer] -container teruggebracht naar Antwerpen. De douane heeft deze container onderzocht. De douane constateerde dat de vier bovenhoeken van de binnenzijde van de deuren kleurverschillen vertoonden met de rest van de kleur van de binnendeuren. Tevens waren de zwarte rubberen dichtingen ter hoogte van holle stijlen deels met grijze verf overspoten en in de hoeken doorgesneden. Er zijn geen verdovende middelen aangetroffen.60

Bij verdachte aangetroffen documentatie ten aanzien van de [containernummer] - en [containernummer] -container

Op 26 januari 2015 zijn tijdens een huiszoeking in de woning van verdachte onder meer twee facturen aangetroffen van scheepsagent [betrokken bedrijf] te Antwerpen.61 Deze facturen zagen op de [containernummer] - en de [containernummer] -container. Het betrof de huur op depot tot en met 21 december 2014 en onder meer douaneformaliteiten. De facturen waren gericht aan [betrokkene 3] .62 Bij zijn aanhouding op 9 februari 2015 droeg verdachte een tas bij zich. In deze tas bevond zich een vrachtbrief63 van de [containernummer] -container van 11 december 2014.64

Lossen van de [containernummer] - en [containernummer] -container

Chauffeur [betrokkene 27] heeft verklaard dat toen de [containernummer] -container bijna was gelost en hij vroeg aan medeverdachte [betrokkene 2] om de vrachtbrief te tekenen, dit werd geweigerd. [betrokkene 2] verzocht [betrokkene 27] om 35 kilometer verderop een aantal pallets te halen hetgeen [betrokkene 27] heeft geweigerd. Na een hoop gebekvecht, werd de vrachtbrief met betrekking tot de [containernummer] container getekend.65 [betrokkene 27] heeft niets gemerkt van een kapotte vorkheftruck.66 Chauffeur [betrokkene 28] heeft verklaard dat er vier pallets in de [containernummer] -container bleven staan. [betrokkene 28] moest daarmee naar een ander adres rijden. De vorkheftruckchauffeur heeft voorgesteld dat de vier pallets werden gelost en dat die met een kleinere vrachtwagen naar de andere locatie zouden worden gebracht. Na overleg met [betrokken bedrijf] heeft [betrokkene 28] de container met de vier pallets afgeleverd bij [betrokken bedrijf] in Rotterdam. Ook [betrokkene 28] heeft niets gemerkt van technische problemen aan de vorkheftruck.67

Kokosnoten

[getuige 4] heeft verklaard dat medeverdachte [betrokkene 2] bij hem in Berlicum opslag huurde. [betrokkene 2] heeft daarin twee containers kokosnoten opgeslagen.68 Omdat [betrokkene 2] achterliep met de huur heeft [betrokkene 29] contact opgenomen met [betrokkene 2] . [betrokkene 29] heeft toen ook tegen [betrokkene 2] gezegd dat hij van de kokosnoten af moest. [betrokkene 2] heeft toen aan [betrokkene 29] voorgesteld dat [betrokkene 29] de kokosnoten mocht verkopen voor € 5,-- per zak en dat in mindering mocht brengen op de huurachterstand.69

Wie bestelde de [containernummer] -container?

Hiervoor (onder 3.4.2.) is de rechtbank bij de beoordeling van feit 1 tot het oordeel gekomen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] tezamen en vereniging met gebruikmaking van de naam [betrokkene 22] namens [betrokkene 3] . een container met cassaves hebben besteld bij [betrokken bedrijf] . Ook in dit zaaksdossier is de bestelling gedaan door [betrokkene 22] namens [betrokkene 3] . Ook hierover heeft [betrokkene 1] verklaard dat hij dit in opdracht deed van verdachte. En ook in dit dossier zijn bij verdachte thuis facturen aangetroffen die zien op de import van de beide containers. In de tas van verdachte is een vrachtbrief met betrekking tot de [containernummer] -container aangetroffen, die door [betrokkene 2] namens [betrokken bedrijf] is afgetekend. Verdachte heeft ook geen afdoende verklaring gegeven voor de aanwezigheid van die documenten. Weliswaar heeft verdachte verklaard dat hij de partij kokosnoten aangeboden heeft gekregen, en dat hij daarom in het bezit was van de vrachtbrief, maar dat verklaart (opnieuw) niet waarom hij ook in het bezit was van facturen. Te minder nu hij ook hier naar eigen zeggen de lading kokosnoten niet heeft gekocht70.

De rechtbank gaat er, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, ook bij de beoordeling van dit feit vanuit dat [betrokkene 1] en verdachte namens [betrokkene 3] . de [containernummer] -container met kokosnoten hebben besteld.

Zat er (ook) cocaine in de container?

Gelet op de onderzoeksresultaten van het NFI, dat de monsters wit poeder uit de [containernummer] -container onderzocht, kan worden vastgesteld dat het daarbij ging om cocaïne.

Het totale gewicht van de partij van 44 getapete pakketten bedroeg 23,88 kilogram.71

Had verdachte wetenschap van de cocaine in de [containernummer] -container?

Uit het voorgaande, in het bijzonder de foto van de conceptmail (met als afzender ‘ [betrokkene 22] ’, onder welke naam de rechtbank er van uit gaat dat verdachte ook betrokken was bij de bestelling van de container) op de telefoon van verdachte alsmede het aantreffen van de (uitgedraaide) reactie op die mail in de woning van verdachte, volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte nauw betrokken was bij de pogingen die [containernummer] -container terug te halen, in de holle stijlen waarvan vervolgens 23,8 kilogram cocaïne is aangetroffen. Een verklaring voor het terughalen van een ‘lege’ container ligt niet zonder meer voor de hand en is dan ook uitgebleven. Dat is, naar het oordeel van de rechtbank anders wanneer bekend is dat de ‘lege’ container niet leeg is, met andere woorden wanneer wetenschap bestaat over de illegale inhoud van de ‘lege’ container. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat het niet anders kan dan dat verdachte wetenschap had van de cocaïne in de [containernummer] -container.

Dit oordeel wordt gesteund door de omstandigheid dat gepoogd is het lossen van de [containernummer] - en [containernummer] -container te vertragen, zoals volgt uit de verklaringen van de chauffeurs [betrokkene 27] en [betrokkene 28] .

Daarnaast wordt het oordeel gestaafd door de omstandigheid dat verdachte enkele weken later opnieuw probeerde een container van dezelfde afzender met daarin verstopte cocaïne probeert te bemachtigen, de GESU-container uit feit 5.

De stelling van de verdediging dat de cocaïne mogelijk in Nederland in de container is gestopt, waardoor dus geen sprake is van invoer, is niet onderbouwd, terwijl ook het dossier geen enkel aanknopingspunt in die richting bevat.

Conclusie ten aanzien van de 23 kilo in de [containernummer] -container (feit 4)

Hetgeen hiervoor is overwogen, leidt tot de slotsom dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tezamen en in vereniging invoeren van 23,8 kilogram cocaïne.

3.4.4

Met betrekking tot de criminele drugsorganisatie (feit 6)

Bij het beantwoorden van de vraag of sprake is van een criminele drugsorganisatie wordt vooropgesteld dat de enkele omstandigheid dat bewezen zal worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van (de voorbereiding van) de invoer van een grote partijen cocaïne – feiten die een min of meer intensieve samenwerking impliceren – niet zonder meer betekent dat ook sprake is geweest van een criminele drugsorganisatie. Daarvoor is onder meer van belang dat de deelnemers in zijn algemeenheid weet hebben van de omstandigheid dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. In het dossier zijn er onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat de medeverdachten [betrokkene 1] en [betrokkene 2] daarvan weet hadden. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook onvoldoende gebleken van een criminele drugsorganisatie als bedoeld in artikel 11b van de Opiumwet. Gelet daarop zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder 6 ten laste gelegde.

3.4.5

Met betrekking tot het voorhanden hebben van cocaïne en versnijdingsmiddel (feiten 2 en 3)

Bij de doorzoeking van de woning van verdachte aan de [adres betrokkene 1] zijn in de garderobekamer op de 2e verdieping drie zakjes met wit poeder en een zakje met aluminiumfolie aangetroffen.72 Uit onderzoek van het NFI volgt dat het witte poeder in twee van de aangetroffen zakjes lidocaïne en benzocaïne bevatte. Het zakje met de aluminiumfolie bevatte 10,2 gram cocaïne.73

De verklaring van verdachte, dat hij geen wetenschap had van de aanwezigheid van de zakjes poeder, acht de rechtbank niet aannemelijk. De cocaïne en het versnijdingsmiddel is aangetroffen in een garderobekamer, een plaats waarvan mag worden aangenomen dat verdachte daar ten minste een of tweemaal per dag, althans met grote regelmaat komt. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat er ook andere mensen in zijn woning komen, maar de rechtbank acht het zonder nadere toelichting – die is uitgebleven – niet aannemelijk dat deze andere mensen ook in de garderobekamer komen. Dat de partner van verdachte wél in de garderobekamer komt, ligt wel voor de hand maar noch in het dossier noch in de verklaring van verdachte ter zitting zijn aanknopingspunten te vinden waaruit kan volgen dat zij iets te maken zou kunnen hebben met de aangetroffen cocaïne en versnijdingsmiddel. Aangenomen moet dan ook worden dat verdachte wist dat het spul daar lag en ook dat het hem toebehoorde. Gelet op de hoeveelheid aangetroffen cocaïne en voorts de betrokkenheid van verdachte bij de voorbereidingen om een grote hoeveelheid cocaïne (53 kilo) te importeren alsmede bij de invoer van een grote hoeveelheid cocaïne (23 kilo), moet het er naar het oordeel van de rechtbank bovendien voor worden gehouden dat het aangetroffen versnijdingsmiddel geen ander doel had dan om cocaïne te versnijden.

De rechtbank acht op grond van het voorgaande de feiten 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

2.

hij op of omstreeks 26 januari 2015 te Den Haag, opzettelijk aanwezig heeft

gehad ongeveer 10,2 gram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst I.

3.

hij op of omstreeks 26 januari 2015 te Den Haag, om een feit, bedoeld in het

vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk

bewerken, van cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen, 97.8 gram lidocaïne en/of 1,5 gram Benzocaine, voorhanden heeft gehad, zijnde stoffen waarvan hij wist dat zij bestemd

waren tot het plegen van dat feit;

4.

hij in de periode tussen 8 oktober 2014 en 22 december 2014 te Bleiswijk en/of Den Haag en/of Berlicum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland

heeft gebracht ongeveer 23,880 kg, cocaïne (verpakt/verborgen in een container met

nummer [containernummer] ), zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst I.

5.

hij in de maand januari 2015

in Nederland en/of te Antwerpen (België)

tezamen en in vereniging met

om het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen een hoeveelheid cocaïne van 53,7 kg, bevattende een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- anderen heeft getracht te bewegen om dat feit mede te plegen en/of daarbij

behulpzaam te zijn en/of daartoe inlichtingen te verschaffen, en/of

- zichzelf gelegenheid heeft getracht te verschaffen,

door

- het beschikbaar stellen van [betrokken bedrijf] voor de aflevering,

van die cocaïne en/of die container, en /of

- telefoongesprekken heeft gevoerd met en/of emails heeft gestuurd

aan en/of contacten heeft onderhouden met

A) de bedrijven [betrokken bedrijf] en/of [betrokken bedrijf] en/of met ene [betrokkene 9]

en/of

B) [betrokkene 1] en/of ene [betrokkene 10] en/of een of meer anderen,

strekkend tot het vervoer van (Antwerpen in) België naar Nederland van een

container ( [containernummer] ), waarin zich die hoeveelheid cocaïne had bevonden

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

ten aanzien van feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van feit 3:

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen: voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

ten aanzien van feit 4 primair:

medeplegen van handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van feit 5 subsidiair:

medeplegen van voorbereiden en bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10, door zich of een ander gelegenheid en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen;

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de onder 1 primair, 2, 3, 4, 5 primair en 6 ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaar, zulks met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat een straf van zeven jaar buitenproportioneel is. In verband hiermee is gewezen op een tweetal uitspraken van de rechtbank Rotterdam waarin respectievelijk vier en twee jaar gevangenisstraf is opgelegd. Namens verdachte is voorts bepleit de schorsing van de voorlopige hechtenis niet op te heffen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het invoeren van bijna 24 kilo cocaïne en het voorbereiden van de invoer van bijna 54 kilo cocaïne. Dit zijn zeer ernstige feiten en daar dient krachtig tegen opgetreden te worden.

Daarnaast had verdachte 10 gram cocaïne en bijna 100 gram versnijdingsmiddelen ter voorbereiding op de verwerking van en/of de handel in cocaïne in zijn woning aanwezig. Met zijn handelwijze heeft verdachte een bijdrage geleverd aan de handel en het gebruik van cocaïne. Cocaïne levert een groot gevaar op voor de volksgezondheid, nu deze stof verslavend is en regelmatig gebruik gewoonlijk schadelijke lichamelijke, psychische en sociale gevolgen met zich brengt. Daarnaast veroorzaken de handel in en het gebruik van verdovende middelen overlast voor de omgeving en de maatschappij en leidt het regelmatig tot ander crimineel gedrag.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op een verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 1 november 2016, waaruit volgt dat verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan de strafbare feiten niet met justitie in aanraking is geweest.

Ook heeft de rechtbank acht geslagen op een verdachte betreffend reclasseringsadvies opgesteld door A. Oedit onder supervisie van R . den Duijf van 24 augustus 2015. De reclassering schat het recidive risico in als matig, neigend naar hoog. De reclassering overweegt dat verdachte het delict ontkent en onvoldoende informatie geeft. Daardoor is hij niet begeleidbaar. De reclassering adviseert indien verdachte schuldig wordt bevonden om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Bij het plegen van deze strafbare feiten heeft verdachte zich kennelijk uitsluitend laten leiden door eigen financieel gewin en eigen belang en lijkt hij zich niet bekommerd te hebben over de nadelige gevolgen ervan. Dit rekent de rechtbank hem zwaar aan.

Al het voorgaande in ogenschouw nemend en gelet op straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden passend en geboden. De rechtbank legt een lagere gevangenisstraf of dan door de officier van justitie gevorderd omdat de rechtbank minder feiten bewezen acht.

7 De inbeslaggenomen goederen

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht geen beslissing te nemen op het beslag omdat de beslaglijsten in het dossier ten onrechte daaraan zijn toegevoegd.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de op het beslag moet worden beslist nu de lijsten in het dossier zitten en dus zijn ingediend.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Het bepaalde in artikel 353 lid 1 Sv verplicht de rechter een beslissing te nemen over alle op grond van artikel 94 in beslag genomen voorwerpen, ten aanzien waarvan (nog) geen last tot teruggave is gegeven. De officier van justitie legt (daartoe) een lijst over met alle op grond van artikel 94 Sv in beslag genomen voorwerpen over. Nu deze lijst (waarop staat vermeld: Zitting: MK 29 november 2016, gedateerd: 28 oktober 2016) zich reeds in het dossier bevond, moet – gelet op voornoemde bepalingen – worden beslist op het beslag.

Op de beslaglijst van verdachte staan vier horloges en een horlogedoos. Nu het strafvorderlijk belang zich niet meer verzet tegen teruggave en verdachte kan worden aangemerkt als rechthebbende op de goederen, dienen alle goederen op de beslaglijst (nummers 5, 6, 12, 13 en 14) aan verdachte te worden geretourneerd. De rechtbank zal daarom bevelen dat deze worden teruggegeven.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 9, 47, 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 10, 10 a van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, subsidiair, meer subsidiair, nog meer subsidiair, onder 5 primair en onder 6 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 2, 3, 4 primair en 5 subsidiair tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van feit 3:

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen: voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

ten aanzien van feit 4 primair:

medeplegen van handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van feit 5 subsidiair:

medeplegen van voorbereiden en bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10, door zich of een ander gelegenheid en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast de teruggave aan [adres verdachte] .I. [betrokkene 32] van de op de beslaglijst onder 5, 6, 12, 13 en 14 genummerde voorwerpen, te weten:

5) 1 horloge, Audemans Piquet

6) 1 horloge, Audemans Piquet

12) 1 horloge Rolex Oyster perpeual Datejust

13) 1 horloge Rolex Oyster perpeual Datejust damesmodel

14) 1horlogedoos, Hublot Geneve

Dit vonnis is gewezen door

mr. Y.J. Wijnnobel-Van Erp, voorzitter,

mr. D. Biever, rechter,

mr. R .G.C. Veneman, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. B. Schaafsma, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 december 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a) r (en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer 2015-014177, van de Dient Regionale Recherche, Eenheid Den Haag met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 9 en verder blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/1 t/m ZD/DRIEËNVIJFTIG/63, Algemeen dossier 01/OPV (niet genummerd), blz. ZD/TACHTIG/1 t/m ZD/TACHTIG/178, ZD/DRIEENTWINTIG/1 t/m ZD/DRIEENTWINTIG/189, BESLAGDOSSIER, blz. 1-308 , BESLAGDOSSIER vervolg, blz. 309-311, ZD Criminele organisatie, blz. 1-13).

2 Proces-verbaal nummer 8656/2015 d.d. 9 januari 2015 van de Inspectie Opsporing der Douane en Accijnzen, Algemene administratie van de Douane en Accijnzen, Federale Overheidsdienst Financiën te Antwerpen, blz. 3.

3 Idem blz. 2.

4 Idem blz. 5.

5 Idem blz. 6.

6 Idem blz. 7.

7 Rapport NFC d.d. 28 augustus 2015 met nummer 2015122260

8 Proces-verbaal van bevindingen van 11 maart 2015, blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/2.

9 Idem in combinatie met de bijlage op blz. 1/OPV/PESKOVUIL/45.

10 Idem.

11 Proces-verbaal van bevindingen van 11 maart 2015, blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/2 in combinatie met blz. 1/OPV/PESKOVUIL/44.

12 Idem.

13 Proces-verbaal van bevindingen van 13 maart 2015, bijlage, uitgewerkte tekst telefoongesprek blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/29 en ZD/DRIEËNVIJFTIG/30.

14 Proces-verbaal van bevindingen van 13 maart 2015, bijlage, uitgewerkte tekst telefoongesprek blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/31.

15 Idem blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/32.

16 Idem blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/33.

17 Idem blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/34.

18 Proces-verbaal van bevindingen van 11 maart 2015, blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/3 en bijlage, weergave e-mail blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/6.

19 Idem.

20 Proces-verbaal van bevindingen van 13 maart 2015, bijlage, uitgewerkte tekst telefoongesprek blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/35.

21 Idem blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/36 en ZD/DRIEËNVIJFTIG/37.

22 Idem blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/38 en ZD/DRIEËNVIJFTIG/39.

23 Proces-verbaal van bevindingen van 11 maart 2015, blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/3 en bijlage, weergave e-mail blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/5.

24 Proces-verbaal van bevindingen van 13 maart 2015, bijlage, uitgewerkte tekst telefoongesprek blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/41 en ZD/DRIEËNVIJFTIG/42.

25 Idem blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/43, blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/44 en blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/45.

26 Idem blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/46.

27 Idem blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/47.

28 Idem blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/48.

29 Idem blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/49, blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/50 en blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/51.

30 Idem blz. ZD/DRIEËNVIJFTIG/52.

31 Proces-verbaal contact [betrokkene 1] en [betrokkene 32] op 12 januari 2015 van 9 februari 2015, ZD tachtig, p. 91 en p. 92

32 Proces-verbaal van observeren van 13 januari 2015, ZD tachtig, p. 11.

33 Proces-verbaal van bevindingen vrachtbrieven van 26 maart 2015, ZD drieentwintig, p. 86 e.v.

34 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [betrokkene 1] van 18 februari 2015, ZD tachtig, p. 169 e.v.

35 Verklaring van verdachte ter terechtzitting op 29 en 30 november 2016.

36 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek laptop Acer [betrokkene 1] , ZD 23/94-97.

37 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek laptop Acer [betrokkene 1] , ZD 23/94-99.. Een geschrift zijnde een uitdraai van een e-mail van [betrokkene 23] aan [betrokkene 22] van 12 oktober 2014.

38 Een geschrift zijnde een aanvankelijk proces-verbaal van de Federale overheidsdienst Financiën van 18 december 2014, ZD drieëntwintig, p. 1 e.v.

39 Een geschrift zijnde een ‘bill of lading’ van 17 december 2014 van [betrokken bedrijf] betreffende de containers [containernummer] en [containernummer] , ZD drieëntwintig, p. 1 e.v.

40 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 3 februari 2015, ZD drieëntwintig, p. 39.

41 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 2 februari 2015, ZD drieëntwintig, p. 15, vgl. ook de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 29 november 2016.

42 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige 2] van 24 februari 2015, p. 178 e.v.

43 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 2 februari 2015, ZD drieëntwintig, p. 23.

44 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 2 februari 2015, ZD drieëntwintig, p. 15.

45 Een proces-verbaal van bevindingen van onderzoek Iphone [betrokkene 32] van 4 maart 2015, ZD drieentwintig, p. 66 en p. 67.

46 Proces-verbaal van bevindingen van 5 maart 2015, ZD drieentwintig, p. 72.

47 Proces-verbaal van aantreffen vrachtbrieven beslag [adres betrokkene 1] van 25 februari 2015, ZD tachtig, p. 94.

48 Een geschrift zijnde een print van een e-mail van [betrokkene 25] aan [email adres] van 17 december 2014, ZD tachtig, p. 133.

49 Proces-verbaal van LIRC van 14 januari 2015, ZD drieëntwintig, p. 8 e.v.

50 Een geschrift zijnde een aanvankelijk proces-verbaal van de Federale overheidsdienst Financien van 18 december 2014, ZD drieëntwintig, p. 1 e.v.

51 Een geschrift zijnde een eerste navolgend proces-verbaal van vaststellingen van 22 december 2014 van de Belgische opsporingsinspectie van de douane, ZD drieëntwintig, p. 6.

52 Een geschrift zijnde een ontvangstverklaring ondertekend door [betrokkene 33] van 26 januari 2016, ongenummerd.

53 Proces-verbaal 4 stalen afkomstig van de container [containernummer] van 27 januari 2016 ongenummerd.

54 Proces-verbaal van bevindingen uitslag NFI, 4 stalen van 28 oktober 2016, (aanvullende) beslagdossier, p. 309

55 Een geschrifte zijnde een rapport identificatie van drugs en precursoren opgesteld door NFI deskundige Ing. P.H. Wallinga van het Nederlands Forensisch Instituut van 10 februari 2016.

56 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 3 februari 2015, ZD drieëntwintig, p. 39.

57 Verklaring van verdachte ter terechtzitting op 29 november 2016.

58 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 3 februari 2015, ZD drieëntwintig, p. 39.

59 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] door de rechter-commissaris op 7 oktober 2015, ongenummerd.

60 Een geschrift zijnde een aanvankelijk proces-verbaal van de Federale overheidsdienst Financiën van 18 december 2014, ZD drieëntwintig, p. 1 e.v.

61 Proces-verbaal aantreffen vrachtbrieven beslag [adres betrokkene 1] van 25 februari 2015, ZD drieentwintig, p. 73.

62 Facturen van [betrokken bedrijf] gericht aan [betrokkene 3] . van 17 december 2014 betreffende [containernummer] en [containernummer] 955021/4, ZD drieentwintig, p. 75 en 76.

63 Een geschrift zijnde een vrachtbrief van 11 december 2014 betreffende [containernummer] , ZD drieentwintig, p. 87.

64 Proces-verbaal van bevindingen vrachtbrieven van 26 maart 2015, ZD drieentwintig, p. 86.

65 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 2 februari 2015, ZD drieentwintig, p. 15.

66 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] door de rechter-commissaris op 17 september 2015, ongenummerd.

67 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] door de rechter-commissaris op 7 oktober 2015, ongenummerd.

68 Proces-verbaal van verhoor [getuige 4] van 26 februari 2015, OPV/AH/Horum60, p. 77.

69 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] bij de rechter-commissaris op 4 november 2015.

70 Proces verbaal ter terechtzitting d.d. 29 november 2016.

71 Een geschrift zijnde een eerste navolgend proces-verbaal van vaststellingen van 22 december 2014 van de Belgische opsporingsinspectie van de douane, ZD drieëntwintig, p. 6.

72 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 28 januari 2015, blz. 10-11 beslagdossier.

73 Proces-verbaal d.d. 27 januari 2015, blz. 160 beslagdossier en rapport NFI d.d. 19 februari 2015, blz. 163-164 beslagdossier.