Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:14873

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-12-2016
Datum publicatie
19-12-2016
Zaaknummer
09/827014-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Op 7 januari 2016 is door alerte tramcontroleurs een diefstal met geweld verijdeld, die bij een tunneltje bij voetbalvereniging VUC zou worden gepleegd.

WOB: medeplegen van de voorbereidingshandelingen voor een ernstig strafbaar feit, en verboden wapenbezit.

Verdachte, toen 15 jaar, heeft samen met twee medeverdachten goederen voorhanden gehad waarmee door hen beoogd werd een beroving te plegen. (bivakmutsen en een gaspistool) De jongens hadden al bepaald waar en wanneer de overval zou gaan plaatsvinden. Het is niet zover gekomen doordat twee medeverdachten in de tram zijn aangehouden wegens zwartrijden en dat in de fouillering van één van hen de bivakmutsen en een gasdrukpistool werden aangetroffen. Er zijn aanwijzingen dat de verdachte juist een aanstichtende rol in het gebeuren had. Verweer dat geen sprake is van medeplegen, verworpen.

Verdachte heeft spijt betuigd. Hij had geen documentatie.

Hij wordt al enige tijd begeleid en behandeld en zal zeker nog begeleiding behoeven om niet te recidiveren.

Uitspraak: werkstraf 150 uur met aftrek, waarvan 50 uur voorwaardelijk, en een leerstraf van 50 uur (SoCool). Bijzondere voorwaarden meldplicht bij jeugdreclassering, onderwijs volgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer 09/827014-16

Datum uitspraak: 3 november 2016

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte]

[geboorteplaats] op [geboortedatum 1]

[adres]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting met gesloten deuren van 20 oktober 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M.A. Visser en van hetgeen door de raadsvrouw van de verdachte mr. J.I. Echteld, advocaat te Gouda, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 07 januari 2016 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, en/of Den Haag, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenis van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld en/of afpersing, beide al dan niet in vereniging, althans alleen, en/of op de openbare weg, opzettelijk twee, althans één, gasdrukwapens/alarmpistolen, althans op (een) vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) en/of twee bivakmutsen en/of één stuk nitraatvuurwerk/knalvuurwerk, bestemd tot het begaan van dat/die misdrijf/misdrijven, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

2.

hij in of omstreeks de periode van 7 januari 2016 tot en met 9 januari 2016 te Voorburg en/of te Den Haag, althans in Nederland, terwijl hij toen de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, een wapen van categorie IV sub 7, te weten een alarmpistool/gasdrukwapen, voorhanden heeft gehad.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan.

3.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat, hoewel aan de criteria voor voorbereiding lijkt te zijn voldaan, de verdachte ten aanzien van het strafbare feit dat werd voorgenomen te plegen, niet als medepleger kan worden aangemerkt.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 2 geen verweer gevoerd.

3.3

De beoordeling van de tenlastelegging. 1

Ten aanzien van feit 1.

Op 7 januari 2016 te Den Haag zijn [medeverdachte 1] en Noman [medeverdachte 2] door controleurs in dienst van HTM Personenvervoer N.V. aangehouden in de tram voor het reizen zonder een geldig vervoersbewijs. In de fouillering van [medeverdachte 1] werd een op een echt gelijkend klein vuurwapen2 en twee bivakmutsen en een stuk vuurwerk aangetroffen.3 Zij waren op weg naar hun afspraak met de verdachte.4 De verdachte heeft ter terechtzitting bekend5 op 6 januari 2016 in de app(groep) met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] een berichtje te hebben geplaatst met de tekst “we gaan roof klaren” en op 7 januari 2016 in die groepsapp apps heeft gestuurd “vandaag he” “ben je niet scorro gegaan” “ik ben ook niet gegaan man, maar we gaan wel vandaag doen” en “waar ben je (..) Hoeveel bivaks heb jij, neem 3 mee straks, we gaan roof klaren”6 De verdachte heeft voorts ter terechtzitting bekend dat hij met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] van plan was om die dag iemand te beroven in het tunneltje bij voetbalvereniging VUC te Den Haag en dat ze daarvoor wapens meenamen om daarmee mensen bang te maken.

Aan het verweer van de verdediging dat de verdachte niet als medepleger van de voorbereidingshandelingen kan worden beschouwd gaat de rechtbank voorbij. Uit de door de verdachte verstuurde app-berichten en zijn verklaring ter terechtzitting dat hij mede het plan heeft gemaakt om de overval te plegen en daartoe een wapen zou meenemen blijkt een voldoende nauwe en bewuste samenwerking bij de voorbereidingshandelingen. De omstandigheid dat de rol van de verdachte bij de daadwerkelijke uitvoering van het plan nog niet duidelijk was en hij wellicht slechts op de uitkijk zou staan, staat aan een bewezenverklaring van het tezamen en in vereniging met anderen plegen van de voorbereidingshandelingen niet in de weg.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met zijn medeverdachten een wapen voorhanden heeft gehad dat, met de overige aangetroffen voorwerpen, bestemd was tot het begaan van deze diefstal met geweld of een afpersing; feiten waarop een gevangenisstraf van meer dan acht jaren is gesteld.

Ten aanzien van feit 2

Aangezien de raadsvrouw, geen vrijspraak heeft bepleit, is de rechtbank van oordeel dat met een opgave van bewijsmiddelen, als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Stafvordering, kan worden volstaan. De rechtbank bezigt de volgende bewijsmiddelen.

- de verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting; 7

- het proces-verbaal van inbeslagname; 8

- het onderzoek van het wapen.9

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht ten aanzien van de verdachte wettig en overtuigend bewezen dat

1.

hij op 07 januari 2016 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, en/of Den Haag, tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenis van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld en/of afpersing, beide al dan niet in vereniging en/of op de openbare weg, opzettelijk twee gasdrukwapens en twee bivakmutsen en één stuk knalvuurwerk, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad;

2.

hij in de periode van 7 januari 2016 tot en met 9 januari 2016 te Den Haag, terwijl hij toen de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, een wapen van categorie IV sub 7, te weten een alarmpistool/gasdrukwapen, voorhanden heeft gehad.

4 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde wordt veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 85 dagen met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de jeugdreclassering en het volgen van onderwijs, en tot de leerstraf SoCool voor de duur van 50 uur subsidiair 25 dagen jeugddetentie.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit alleen een voorwaardelijke straf op te leggen en heeft meegedeeld dat de verdachte zich niet zal verzetten tegen een deels voorwaardelijke werkstraf.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf rekening met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder zij zijn gepleegd en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

De verdachte heeft samen met twee medeverdachten goederen voorhanden gehad waarmee door hen beoogd werd een beroving te plegen. De verdachte en twee medeverdachten hadden al bepaald waar en wanneer de overval zou gaan plaatsvinden. Dat het niet zover gekomen is, ligt uitsluitend aan het feit dat twee medeverdachten in de tram zijn aangehouden wegens zwartrijden en in de fouillering van één van hen de bivakmutsen en een gasdrukpistool werden aangetroffen. Voorts heeft de verdachte een voor hem verboden wapen in bezit gehad. De verdachte heeft, met het medeplegen van de voorbereidingshandelingen voor een ernstig strafbaar feit, getoond, dat hij bereid is om met het oog op eigen gewin anderen ernstig materiële en immateriële schade toe te brengen. Met het bezit van een verboden wapen draagt de verdachte bij aan de onveiligheid in de samenleving.

Voorts is komen vast te staan dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie, niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit en dat hij voor een diefstal van een scooter als transactie een werkstraf heeft verricht.

De rechtbank heeft acht geslagen op de inhoud van enkele rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad) en op hetgeen ter terechtzitting door de deskundigen van de Raad en van Jeugdbescherming west naar voren is gebracht.

Uit het meest recente rapport van de Raad van 30 september 2016 komt onder meer het volgende naar voren. De Raad vindt dat de verdachte wel zijn best doet om zich aan de schorsingsvoorwaarden te houden, hoewel hij op 26 juni 2016 nog voor joyriding is aangehouden. Sindsdien gaat het redelijk goed met de verdachte die aangeeft spijt van zijn handelen te hebben. In 2012 heeft een IQ-test uitgewezen dat de verdachte op beneden gemiddeld niveau functioneert. Er zijn zorgen over de beïnvloedbaarheid van de verdachte, over zijn inzicht in probleemsituaties, over zijn sociale contacten en over zijn houding. De Raad kan niet goed inschatten in hoeverre de verdachte begrijpt dat wat hij met zijn vrienden van plan was, heel verkeerd had kunnen aflopen voor anderen. Om het bestaande recidivegevaar te beperken is nodig dat afspraken worden gemaakt over zijn vrijetijdsbesteding, de omgang met vrienden, over school en over zijn gedrag, en dat toezicht op de verdachte wordt gehouden. Geadviseerd wordt om de verdachte de leerstraf So Cool in de verlengde variant van 50 uren op te leggen en daarnaast een (deels) voorwaardelijke werkstraf onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte onderwijs volgt en zich bij de jeugdreclassering meldt op door de jeugdreclassering te bepalen tijden, met toezicht en begeleiding door de jeugdreclassering.

De deskundige van de Raad heeft ter terechtzitting toegelicht dat het nu goed gaat maar dat toch begeleiding door de jeugdreclassering nodig is omdat de basis bij de verdachte voor het goed functioneren nog broos is. De aanwijzingen in het onderzoek dat het juist de verdachte is geweest die initiatief nam en juist anderen stimuleerde om tot de overval over te gaan, zijn mogelijk buiten beschouwing gebleven bij de inschatting van de mate van beïnvloedbaarheid van de verdachte door de raadsonderzoeker, maar vormen voor de Raad geen reden voor wijziging van het advies.

De rechtbank zal het gegeven advies opvolgen. De rechtbank ziet in de leeftijd van de verdachte en in het feit dat hij niet eerder veroordeeld is, reden om geen - deels voorwaardelijke - jeugddetentie op te leggen, zoals wel door de officier van justitie geëist. De rechtbank zal een taakstraf opleggen, bestaand uit de geadviseerde leerstraf SoCool in de verlengde variant, en uit een werkstraf, welke werkstraf deels voorwaardelijk zal worden opgelegd met de voorwaarden zoals deze zijn geadviseerd. Het onvoorwaardelijk deel van de werkstraf heeft de verdachte, omgerekend naar jeugddetentie, reeds in voorarrest uitgezeten.

7 Beslag

Op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst) staan:

1. een alarmpistool;

2. een Apple iPhone 5S inclusief lader.

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen voorwerpen

zullen worden verbeurdverklaard.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de vordering van de officier van justitie geen verweer gevoerd.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal het alarmpistool onttrekken aan het verkeer. Dit voorwerp is voor onttrekking aan het verkeer vatbaar aangezien met betrekking tot dit voorwerp het onder 2 bewezenverklaarde feit is begaan, terwijl het voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang.

De rechtbank zal het de inbeslaggenomen telefoon met oplader verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar aangezien zij aan de verdachte toebehoren en met behulp van deze voorwerpen het onder 1 bewezenverklaarde feit is begaan.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

33, 33a, 36b, 36c, 46, 47, 77a, 77g, 77h, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht;

de artikelen 26 en 54 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het hem ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

1.

medeplegen van voorbereiding van diefstal, al dan niet op de openbare weg en al dan niet gepleegd door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld tegen personen GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN OF OM BIJ BETRAPPING OP HETERDAAD AAN ZICHZELF HETZIJ DE VLUCHT MOGELIJK TE MAKEN, HETZIJ HET BEZIT VAN HET GESTOLENE TE VERZEKEREN EN/OF AFPERSING, al dan niet op de openbare weg en al dan niet gepleegd door twee of meer verenigde personen ;

2.

handelen in strijd met artikel 26, lid 5, van de Wet wapens en munitie;

verklaart het bewezene en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot

een taakstraf, voor de tijd van 150 (honderdvijftig) UREN; bestaande uit een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van 100 (honderd) UREN; alsmede uit een leerstraf, zijnde het volgen van een leerproject, te weten SoCool (verlengde variant), voor de tijd van 50 (vijftig) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de werk- dan wel de leerstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de tijd van respectievelijk 50 (vijftig) DAGEN en 25 (vijfentwintig) DAGEN;

bepaalt dat een gedeelte van de werkstraf groot 50 uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;

stelt de proeftijd vast op 2 jaren onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd onderwijs zal volgen;

geeft opdracht aan Stichting Jeugdbescherming west, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde werkstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt de maatstaf volgens welke de aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht zal geschieden op 2 uren per dag;

verklaart onttrokken aan het verkeer het op de beslaglijst onder 1. genummerde voorwerp, te weten: Alarmpistool Kl: zwart;

verklaart verbeurd het op de beslaglijst onder 2. genummerde voorwerp, te weten:

APPLE IPHONE 5S inclusief lader;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. D. Biever, rechter, voorzitter,

mr. M. Kramer, kinderrechter,

en mr. H.M. Boone, kinderrechter,

in tegenwoordigheid van mr. E.A.W. Hoefnagels, griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 november 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit - voor zover niet anders weergegeven - delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer PL1500-2016007070.

2 Proces-verbaal d.d. 14 januari 2016, p. 208

3 Proces verbaal van aanhouding d.d. 7 januari 2016 p. 18;

4 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 9 januari 2016 p. 84;

5 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 oktober 2016;

6 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 januari 2016 p. 297, 324;

7 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting op 20 oktober 2016.

8 p. 165, bevindingen.

9 p. 210, 211, bevindingen door het Team Forensische Opsporing, Wapens, munitie en Explosieven.