Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:14758

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-10-2016
Datum publicatie
15-12-2016
Zaaknummer
SGR 16/1875
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wajong 2015

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 16/1875

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 oktober 2016 in de zaak tussen

[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. R. Küçükünal),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder

(gemachtigde: mr. C. Beckers).

Procesverloop

Bij besluit van 10 juli 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser niet in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong).

Bij besluit van 25 februari 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 september 2016.

Namens eiser zijn verschenen [persoon 1] en [persoon 2] , zussen van eiser, bijgestaan door gemachtigde van eiser. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1989 en thans 26 jaar oud. Hij heeft basisonderwijs en een (V)MBO-opleiding gevolgd. Verder heeft hij korte periodes in een supermarkt gewerkt. Sinds 2006 lijdt hij aan schizofrenie. Door middel van een op 20 april 2015 ondertekend formulier met bijlagen heeft eiser een Wajong-uitkering aangevraagd.

2.1

In verband met deze aanvraag heeft de verzekeringsarts in opleiding [persoon 3] een verzekeringsgeneeskundig onderzoek verricht. Daartoe is de aanvraag met bijbehorende vragenlijst bestudeerd, en is telefonisch met eiser gesproken op 3 juli 2015. De verzekeringsarts is tot de conclusie gekomen dat er bij eiser sprake is van psychiatrische problematiek (klachten van schizofrenie) die is ontstaan tijdens zijn opleiding. Hij heeft wel zijn studie afgemaakt en korte tijd gewerkt, maar hij is uitgevallen met verergering van de klachten en disfunctioneren. Eiser is behandeld (met medicatie, psycho-educatie en cognitieve gedragstherapie) en er is een periode geweest waarin de klachten waren gestabiliseerd en hij weer kon functioneren. In 2014 kwamen de klachten terug, en is de diagnose schizofrenie van het paranoïde type gesteld. Op dit moment zijn de klachten dusdanig dat eiser is opgenomen, en dus niet beschikbaar voor arbeid. Het psychiatrisch toestandsbeeld zal nooit geheel verdwijnen, echter de beperkingen kunnen verbeteren en de problematiek kan stabiliseren. De conclusie is dat er op de 18e verjaardag van eiser nog geen sprake was van een beperking van de belastbaarheid, als rechtstreeks en medisch objectief vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek, maar wel tijdens een verzekerde periode hierna, minder dan 6 maanden na afronding van de studie. Er was op dat moment, en ook nu, geen arbeidsvermogen. Het ontbreken van arbeidsvermogen is volgens de verzekeringsarts echter niet duurzaam te achten omdat er kans is op verbetering van de klachten.

2.2

Op grond van het rapport van de primaire verzekeringsarts heeft verweerder de aanvraag van eiser om in aanmerking te komen voor een Wajong-uitkering bij het primaire besluit afgewezen op de grond dat hij in de toekomst mogelijk wel arbeidsvermogen kan ontwikkelen.

3.1

In de bezwaarschriftprocedure heeft verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) G.K. Hebly in zijn rapportage van 23 februari 2016 vastgesteld dat de aanvraag is beoordeeld volgens de criteria van de Wajong 2015. Volgens deze arts kan 2007 worden aangehouden als het jaar waarin evident sprake was van ziekte of gebrek. Sedertdien zijn nog geen 10 jaren verstreken. Volgens de verzekeringsarts b&b is het daarom nog te vroeg om te kunnen zeggen dat eiser duurzaam geen arbeidsmogelijkheden heeft. Hierbij is van belang dat nog sprake is van behandeling en therapie, waarvan het mogelijk effect nog dient te worden afgewacht. Wanneer iemand echter na 10 jaren nog steeds geen arbeidsmogelijkheden blijkt te hebben ontwikkeld, wordt aan de prognose de doorslaggevende betekenis ontnomen. Dit zou betekenen dat als de nieuwe therapie en de aandacht voor alle bijkomende factoren over 1 jaar nog geen zichtbaar effect hebben gehad, een eventuele aanvraag van een Wajong-uitkering zal moeten worden behandeld met voorbijgaan aan de prognose.

3.2

Verweerder heeft vervolgens het bestreden besluit genomen, gebaseerd op het standpunt dat niet is gebleken dat eiser voldoet aan de voorwaarden om als jonggehandicapte te worden aangemerkt.

4. In beroep heeft eiser (samengevat) aangevoerd dat zijn psychische klachten bestaan uit schizofrenie, paniek- en woedeaanvallen, slaap- en concentratieproblemen, verlies van zelfbeheersing, somberheid, suïcidale gedachten en paranoïde klachten. Hij is daarvoor onder behandeling bij een psycholoog en hij gebruikt medicatie. Eiser heeft verder beargumenteerd waarom zijn gezondheidstoestand werken onmogelijk maakt. Gebleken is dat eiser niet kan functioneren in een arbeidsverhouding. Het enkel voorhanden zijn van een therapie is onvoldoende om te veronderstellen dat eiser nog arbeidsmogelijkheden zou kunnen ontwikkelen. De verzekeringsarts b&b heeft niet onderbouwd wat het te verwachten resultaat van de behandeling is. Het had op zijn weg gelegen om hierover informatie in te winnen bij de behandelaar. Nu dat niet is gebeurd voldoet de rapportage van de verzekeringsarts b&b niet aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden. Daarnaast is niet gebleken dat verweerder heeft gehandeld in overeenstemming met de gedragslijn zoals neergelegd in de “Intensivering beoordeling arbeidsgeschiktheid WAO/WAZ/Wajong in het kader van de herbeoordelingen aSB” van 1 okober 2004. Daarin staat dat diagnosen zoals die bij eiser zijn gesteld allemaal in aanmerking komen voor een intensieve beoordeling.

5.1

De Wajong is met ingang van 1 januari 2015 in werking getreden. In de Wet van
2 juli 2014 tot wijziging van de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk en ondersteuning jonggehandicapten en enige andere wetten gericht op bevordering deelname aan de arbeidsmarkt voor mensen met arbeidsvermogen en harmonisatie van deze regelingen (Invoeringswet Participatiewet, Stb. 2014, 270) is geregeld dat de Wajong met ingang van 1 januari 2015 alleen nog toegankelijk is voor jonggehandicapten die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Eisers aanvraag dateert van na die datum, zodat deze terecht met inachtneming van het nieuwe wettelijk kader is beoordeeld.

5.2

Ingevolge artikel 1a:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wajong is jonggehandicapte de ingezetene die op de dag dat hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.

5.3

Ingevolge artikel 1a:1, derde lid, van de Wajong wordt de ingezetene, voor zover hier van belang, die tijdelijk geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft alsnog jonggehandicapte, indien hij gedurende een tijdvak van tien jaar volgend op de dag waarop hij jonggehandicapte zou zijn geworden op grond van het eerste lid, onderdeel a, indien hij duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zou hebben gehad, geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie had.

5.4

Op grond van artikel 1a:1, vierde lid, van de Wajong wordt onder duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben verstaan de situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen.

5.5

Ingevolge artikel 1a, eerste lid, aanhef en onder a tot en met d, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (Schattingsbesluit) heeft een betrokkene geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, en 3:8a, eerste lid, van de Wajong, indien hij:

  1. geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;

  2. niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;

  3. niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of

  4. niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.

5.6

In de Memorie van Toelichting bij de Invoeringswet Participatiewet (TK, 2011-2012, 33161, nr. 3, pag. 38) is ten aanzien van de toepassing van artikel 1a:1, derde lid, van de Wajong het navolgende vermeld:

“…iemand kan op zijn achttiende, tijdens studie, of binnen vijf jaar daarna, geen arbeidsmogelijkheden hebben, waarbij geen sprake is van een duurzame situatie. Betrokkene kan alsnog aangemerkt worden als jonggehandicapte, indien hij tien jaar achter elkaar geen mogelijkheden tot werken heeft. Op grond van het derde lid van artikel la:l wordt dan aangenomen dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie duurzaam ontbreken. UWV hoeft de duurzaamheid na tien jaar niet te onderzoeken, maar moet wel nagaan of betrokkene in die tien jaar arbeidsvermogen heeft gehad, bijvoorbeeld door te kijken of hij gewerkt heeft. Voor het vaststellen van de duurzaamheid wordt dus uitgegaan van een fictie. Dit voorkomt te grote onzekerheid en overbodige uitvoeringskosten in verband met herkeuringen. Wie na tien jaar meent alsnog als jonggehandicapte aangemerkt te kunnen worden, kan op dat moment een aanvraag indienen bij UWV om het recht op Wajong uitkering te laten beoordelen.”

6.1

De rechtbank stelt voorop dat eiser op [geboortedatum] 2007 de leeftijd van 18 jaar bereikte. Gelet op de verzekeringsgeneeskundige rapportage die over eiser is uitgebracht en die in de overwegingen 2.1 en 3.1 van deze uitspraak is samengevat, kan ervan worden uitgegaan dat eiser op genoemde datum geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie had. De rechtbank wijst in dit verband op de rapportage van de verzekeringsarts b&b, die opmerkt dat eiser in 2007 evident te maken kreeg met ziekte en gebrek als gevolg van de later pas herkende psychische problematiek.

6.2

Vervolgens is de vraag of ook is voldaan aan het duurzaamheidscriterium. Eiser komt immers alleen in aanmerking voor een uitkering op grond van de Wajong als voldoende duidelijk is dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen.

6.3

Op grond van de medische stukken in het dossier is duidelijk dat eiser aan een ernstige vorm van schizofrenie lijdt, en dat hij op zijn 18e verjaardag, en ook thans, niet over arbeidsmogelijkheden beschikt. Voor zover namens eiser in beroep is aangevoerd dat de ernst van de klachten is onderschat, kan dit niet tot gegrondverklaring van het beroep leiden. Hoe ernstig ook, daarmee is nog niet gezegd dat eiser (blijvend) geen arbeidsmogelijkheden zal kunnen ontwikkelen.

6.4

De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen van het Uwv onzorgvuldig of onvolledig is geweest, en dat verweerder zich niet op de conclusies van dat onderzoek heeft mogen baseren. Dit betekent dat verweerder niet ten onrechte het standpunt heeft ingenomen dat thans nog niet kan worden gezegd dat eiser geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zal kunnen ontwikkelen. Hierbij is in aanmerking genomen dat eiser in behandeling is voor zijn klachten, en dat de behandelend psychiater - die door de primaire verzekeringsarts is geraadpleegd - nog mogelijkheden ziet voor behandeling door middel van medicatie en steunende contacten volgens het FACT (Functional Assertive Community Treatment). Het beloop van de klachten zal daarbij verder afgewacht moeten worden, aldus de psychiater. Deze verklaring is ondersteunend voor het oordeel van de verzekeringsarts b&b dat kans bestaat op verbetering van de klachten. Van duurzaamheid is dan geen sprake. Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat de uitkomst, inhoudende dat eiser niet in aanmerking komt voor de gevraagde Wajong-uitkering, niet voor onjuist kan worden gehouden.

6.5

Wellicht ten overvloede wijst de rechtbank nog wel op het slot van de rapportage van de verzekeringsarts b&b, waarin deze vooruitkijkt naar het jaar 2017. Als over een jaar de nieuwe therapie en aandacht voor bijkomende factoren nog niet heeft geleid tot arbeidsvermogen, dan zal een eventuele nieuwe aanvraag moeten worden beoordeeld met voorbijgaan aan de prognose. De rechtbank neemt aan dat de verzekeringsarts b&b hier met name heeft gedoeld op artikel 1a:1, derde lid, van de Wajong. Immers, als iemand op zijn 18e verjaardag als gevolg van ziekte of gebrek geen arbeidsmogelijkheden had, en in die situatie is gedurende een tijdvak van 10 jaren daarna geen verandering gekomen, dan gaat de wetgever uit van de fictie dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie duurzaam ontbreken.

6.6

Uit het vorenstaande volgt dat het beroep ongegrond is.

6.7

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van mr. L.B.J. Leunissen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2016.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.