Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:1413

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-02-2016
Datum publicatie
16-02-2016
Zaaknummer
09/767008-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Schorsing voorlopige hechtenis tot het moment waarop de erkenningsbeslissing van de tenuitvoerleggingsstaat Hongarije door het Internationaal Rechtshulp Centrum Den Haag is ontvangen, dan wel - indien deze beslissing uitblijft - tot aan de einduitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/767008-15

Schorsing voorlopige hechtenis

Beslissing van de rechtbank Den Haag, rechtdoende in strafzaken, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 februari 2016 in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1969 te [geboorteplaats] (Hongarije),

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [P.I.] .

De verdachte en haar raadsman mr. E.C. Kerkhoven, advocaat te Den Haag, hebben schorsing van de voorlopige hechtenis verzocht.

De officieren van justitie, mr. S.M. van der Kallen en mr. E. Visser, zijn op dit verzoek gehoord. Zij hebben zich tegen het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis niet verzet.

De rechtbank acht termen aanwezig de voorlopige hechtenis te schorsen onder na te melden voorwaarden. De verdachte heeft zich bereid verklaard deze na te komen.

Beslissing

De rechtbank beveelt de schorsing de voorlopige hechtenis van de verdachte,

I. met ingang van 9 februari 2016 om 12:00 uur tot het moment waarop de erkenningsbeslissing van de tenuitvoerleggingsstaat Hongarije door het Internationaal Rechtshulp Centrum Den Haag is ontvangen, dan wel - indien deze beslissing uitblijft - tot aan de einduitspraak, onder de navolgende voorwaarden:

1. dat de verdachte zich gedurende de schorsing niet aan enig strafbaar feit zal schuldig maken dan wel zich op andere wijze zal misdragen;

2. dat de verdachte zich ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht aanbiedt;

3. dat de verdachte - indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen - zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis zal onttrekken;

4. dat de verdachte, in geval zij wegens de feiten waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, mocht worden veroordeeld tot andere dan vervangende vrijheidsstraffen, zich niet aan de tenuitvoerlegging daarvan zal onttrekken;

5. dat de verdachte haar medewerking zal verlenen aan het verdere onderzoek;

6. dat de verdachte aan iedere oproeping in deze zaak vanwege de officier van justitie, de rechter-commissaris en de politie gevolg zal geven;

7. dat de verdachte zal verblijven op het door haar opgegeven adres van haar broer [broer] , te weten: [adres 1] ;

8. dat de verdachte van iedere adreswijziging binnen Nederland tevoren schriftelijk kennis zal geven aan de rechtbank en de officier van justitie en vervolgens op dat nieuwe adres zal verblijven;

9. dat de verdachte Nederland niet zal verlaten;

10. dat de verdachte zich binnen twee weken volgend op de inwerkingtreding van de schorsing van de voorlopige hechtenis voor de eerste keer zal melden bij politiebureau Laak aan de Slachthuislaan 25 te (2521 SB) Den Haag;

11. dat de verdachte zich vervolgens eenmaal per twee weken zal melden op voornoemd bureau van de politie; de specifieke dagen en tijdstippen waarop zij zich moet melden dienen te worden afgestemd met de officier van justitie en de politie op voornoemd politiebureau;

12. dat de verdachte op generlei wijze, middellijk noch onmiddellijk, contact zal opnemen, zoeken of hebben met [betrokkene 1] en [betrokkene 2];

13. dat de verdachte op een nader te bepalen tijdstip zal verschijnen ter terechtzitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank voor de inhoudelijke behandeling van haar strafzaak en voor de uitspraak van het vonnis in haar strafzaak;

II. met ingang van het moment waarop de erkenningsbeslissing van de tenuitvoerleggingsstaat Hongarije door het Internationaal Rechtshulp Centrum Den Haag is ontvangen tot het moment dat zij in Hongarije gaat verblijven, dan wel - indien zij niet in Hongarije wenst te gaan verblijven - tot aan de einduitspraak, voorts onder de navolgende voorwaarden:

1. dat de verdachte, zolang zij in Nederland verblijft, zich zal houden aan alle hierboven, onder I, 1 tot en met 13, vermelde voorwaarden;

2. dat de verdachte van haar wens in Hongarije te verblijven uiterlijk één week voor de dag van het door haar voorgenomen vertrek uit Nederland schriftelijk kennis zal geven aan de rechtbank en de officier van justitie, waarbij de verdachte eveneens kennis zal geven wanneer zij Nederland zal verlaten, op welke wijze zij reist en wanneer zij in Hongarije in Mohács zal aankomen;

3. dat de verdachte met de officier van justitie zal afstemmen op welk politiebureau zij zich in Mohács (Hongarije) dient te melden;

III. met ingang van het moment dat de erkenningsbeslissing van de tenuitvoerleggingsstaat Hongarije door het Internationaal Rechtshulp Centrum Den Haag is ontvangen, de verdachte eerst gevolg heeft gegeven aan de hiervoor onder II, 2 en 3, genoemde voorwaarden en zij in Hongarije is aangekomen tot aan de einduitspraak onder de navolgende voorwaarden:

1. dat de verdachte zich gedurende de schorsing niet aan enig strafbaar feit zal schuldig maken dan wel zich op andere wijze zal misdragen;

2. dat de verdachte zich ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht aanbiedt;

3. - dat de verdachte - indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen - zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis zal onttrekken;

4. dat de verdachte, in geval zij wegens de feiten waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, mocht worden veroordeeld tot andere dan vervangende vrijheidsstraffen, zich niet aan de tenuitvoerlegging daarvan zal onttrekken;

5. dat de verdachte haar medewerking zal verlenen aan het verdere onderzoek;

6. dat de verdachte aan iedere oproeping in deze zaak vanwege de officier van justitie, de rechter-commissaris en de politie gevolg zal geven;

7. dat de verdachte zal verblijven op het door haar opgegeven vaste woonadres in Hongarije: [adres 2];

8. dat de verdachte van iedere adreswijziging binnen Hongarije tevoren schriftelijk kennis zal geven aan de rechtbank en de officier van justitie en vervolgens op dat nieuwe adres zal verblijven;

9. dat de verdachte Hongarije niet zal verlaten, anders dan om gevolg te geven aan een oproeping van justitie of politie in Nederland of om bij de inhoudelijke behandeling van haar strafzaak aanwezig te zijn;

10. dat de verdachte zich binnen twee dagen na aankomst in Hongarije voor de eerste keer zal melden bij een politiebureau te Mohács; het specifieke politiebureau dient te zijn afgestemd met de officier van justitie;

11. dat de verdachte zich vervolgens eenmaal per twee weken zal melden op voornoemd bureau van de politie; de specifieke dagen en tijdstippen waarop zij zich moet melden dienen te worden afgestemd met de officier van justitie en de politie op voornoemd politiebureau;

12. dat de verdachte op generlei wijze, middellijk noch onmiddellijk, contact zal opnemen, zoeken of hebben met [betrokkene 1] en [betrokkene 2];

13. dat de verdachte op een nader te bepalen tijdstip zal verschijnen ter terechtzitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank voor de inhoudelijke behandeling van haar strafzaak en voor de uitspraak van het vonnis in haar strafzaak.

Aldus gedaan te Den Haag op 5 februari 2016 door

mr. J.J.M. Gielen-Winkster, voorzitter,

mr. M.L. Ruiter, rechter,

mr. E.A. Lensink, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. M.A. Schaap, griffier.

De officier van justitie beveelt de tenuitvoerlegging van bovenstaande beslissing.

Den Haag, de officier van justitie