Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:13823

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-10-2016
Datum publicatie
21-11-2016
Zaaknummer
NL16.2788 NL16.2791 NL16.2790 NL16.2789
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Macedonië, asielaanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond, veilig land van herkomst, Roma, beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummers: NL16.2788 en NL16.2790 (beroep) en NL16.2789 en NL.16.2791 (verzoek)

V-nummers: [nummer]

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter en de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 28 oktober 2016 in de zaken tussen

[naam], geboren op [geboortedatum] , eiser en verzoeker,

[naam 1], geboren op [geboortedatum] , eiseres en verzoekster,

mede namens hun minderjarige kinderen:

[naam 2], geboren op [geboortedatum] ,

[naam 3], geboren op [geboortedatum] ,

[naam 4], geboren op [geboortedatum] ,

hierna gezamenlijk te noemen: eisers,

gemachtigde: mr. S. Zwiers,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils.

Procesverloop

Bij afzonderlijke besluiten van 7 oktober 2016 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers als kennelijk ongegrond afgewezen.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld en de voorzieningenrechter

verzocht een voorziening te treffen die ertoe strekt uitzetting te verbieden totdat op hun

beroep is beslist.

Verweerder heeft op 24 oktober 2016 een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2016. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. J.M. Walls, kantoorgenoot van hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank doet na afloop van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak. De rechtbank overweegt het volgende.

2. Eisers vormen een gezin, bestaande uit vader, moeder en drie minderjarige kinderen. Zij behoren tot de Roma en hebben allen de Macedonische nationaliteit. De asielaanvragen van eisers zijn bij de bestreden besluiten afgewezen als kennelijk ongegrond en daarbij is aan de beide ouders een inreisverbod opgelegd.

3. De bestreden besluiten berusten op het rechtsvermoeden dat Macedonië geldt als een veilig land van herkomst, aangezien Macedonië bij ministeriële regeling van 10 november 2015 op grond van artikel 3.105ba van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) als zodanig is aangewezen. In haar uitspraken van 19 september en 23 september 2016 (ECLI:

NL:RBDHA:2016:11317 en ECLI:NL:RBDHA:2016:11503) heeft deze rechtbank de aanwijzing van Macedonië als veilig land van herkomst onverbindend verklaard en daarbij overwogen dat verweerder zijn beoordeling of Macedonië een veilig land van herkomst is, niet heeft gebaseerd op de door artikel 3.105ba, tweede lid, van het Vb voorgeschreven informatiebronnen.

4. De rechtbank ziet in de bestreden besluiten, noch in de aanvullende toelichting van verweerder aanleiding voor een ander oordeel, nu hetgeen daarin is gesteld en overwogen niet afdoet aan de overwegingen van de rechtbank in genoemde uitspraken.

Gelet hierop ontberen ook de bestreden besluiten een deugdelijke grondslag, zodat de beroepen gegrond zijn. De bestreden besluiten komen deels voor vernietiging in aanmerking en de rechtbank ziet aanleiding om in aansluiting daarop zelf in de zaken te voorzien.

5. Verweerder heeft namelijk terecht geconcludeerd dat de aanvragen van eisers niet voor toewijzing in aanmerking komen, omdat niet aannemelijk is geworden dat eisers zijn aan te merken als vluchteling of te vrezen hebben voor ernstige schade.

Weliswaar is aannemelijk bevonden dat vader en moeder als Roma discriminatoir zijn behandeld in Macedonië, maar gelet op hun verklaringen daarover is niet aannemelijk geworden dat dit een dermate ernstig en stelselmatig karakter had dat zij niet in staat zijn om maatschappelijk en sociaal in Macedonië te functioneren. Verweerder heeft terecht gewezen op de verklaringen van eisers dat zij in Macedonië naar school zijn gegaan, dat zij hebben gewerkt, dat zij een uitkering ontvingen, dat zij een huurwoning hadden, dat zij verzekerd waren tegen ziektekosten en dat zij toegang hadden tot medische voorzieningen

6. Er is daarom aanleiding om de aanvragen als ongegrond af te wijzen.

7. Dit betekent dat er geen aanleiding is om de verzoeken om een voorlopige voorziening toe te wijzen. De verzoeken worden afgewezen.

8. Verweerder zal op na te melden wijze in de proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

De rechtbank, in de zaken met NL-nummers: 16.2788 en 16.2790:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de bestreden besluiten, voor zover daarbij de aanvragen zijn afgewezen als

kennelijk ongegrond en een inreisverbod is opgelegd voor de duur van twee jaren;

- wijst de aanvragen af als ongegrond in de zin van artikel 32, eerste lid, van de

Procedurerichtlijn en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de bestreden

besluiten voor zover deze zijn vernietigd;

- veroordeelt verweerder in de kosten van het beroep, ten bedrage van € 992

(negenhonderdtweeënnegentig euro), te betalen aan eisers.

De voorzieningenrechter, in de zaken met NL-nummers:16.2789 en 16.2791:

- wijst de verzoeken af:

- veroordeelt verweerder in de kosten ten bedrage van € 496,- (vierhonderdzesennegentig

euro), te betalen aan eisers.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier, op 28 oktober 2016.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak, voor zover deze ziet op de beroepen, kan binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.