Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:13768

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-11-2016
Datum publicatie
17-11-2016
Zaaknummer
16/23132
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Dublinverordening; Italië; vingerafdrukken; eeneiige tweeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummers: AWB 16/23132 (beroep) en AWB 16/23133 (voorlopige voorziening)

V-nummer: [nummer]

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken en de voorzieningenrechter van 1 november 2016 in de zaak tussen

[naam], eiseres

gemachtigde: mr. J.A. Tegenbosch,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs.

Procesverloop

Eiseres, geboren op [geboortedatum], stelt de Columbiaanse nationaliteit te bezitten.

Zij heeft op 23 juli 2016 een asielaanvraag ingediend.

Tegen het besluit van verweerder van 10 oktober 2016 (het bestreden besluit), waarbij haar

asielaanvraag niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de

Vreemdelingenwet 2000, is tijdig beroep ingesteld. Tevens is verzocht een voorlopige

voorziening te treffen die ertoe strekt uitzetting achterwege te laten hangende beroep.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 november 2016. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. De rechtbank doet na afloop van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak. De rechtbank overweegt het volgende.

2. Uit onderzoek in Eurodac en aanvullend dactyloscopisch onderzoek op grond van artikel 34 van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening) is gebleken dat eiseres sinds 2011 in diverse landen in Europa asielaanvragen heeft ingediend onder verschillende namen en nationaliteiten, laatstelijk in Italië op 14 juli 2016.

3. Vast staat dat de autoriteiten van Italië niet tijdig hebben gereageerd op het verzoek van verweerder eiseres terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid, onder b, van de Dublinverordening. Daarmee staat de verantwoordelijk van Italië met ingang van 2 september 2016 vast.

4. De rechtbank verwerpt de stelling van eiseres dat niet zij, maar haar door Europa trekkende en in diverse landen asielaanvragen indienende tweelingzus verantwoordelijk is voor de gevonden Eurodac-treffers. Volstaan wordt met de overweging dat het als een feit van algemene bekendheid geldt, dat vingerafdrukken uniek en persoonsgebonden zijn en dat ook eeneiige tweelingen geen identieke vingerafdrukken hebben.

5. Gesteld noch gebleken is dat Italië zijn verdragsverplichtingen jegens eiseres niet zal nakomen, terwijl evenmin sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat haar overdracht aan Italië van een onevenredige hardheid zou zijn.

Verweerder heeft zich met de in het bestreden besluit, waar het voornemen van 21 september 2016 geacht wordt deel van uit te maken, gegeven motivering terecht op het standpunt gesteld dat geen grond bestaat voor het oordeel dat ten opzichte van Italië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan.

6. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat in hetgeen eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding wordt gezien toepassing te geven aan artikel 17 van de Dublinverordening.

7. Op grond van al het vorenstaande heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is dan ook ongegrond.

8. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin aanleiding.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak met nummer AWB 16/23132:

- verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter, in de zaak AWB 16/23133:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Ente, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier, op 1 november 2016.

De griffier is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan, voor wat het beroep betreft, binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.