Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:13680

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25-10-2016
Datum publicatie
17-11-2016
Zaaknummer
09/993023-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich als feitelijk leidinggevende gedurende een periode van ruim drie jaar schuldig gemaakt aan het tezamen en in vereniging plegen van belastingfraude en het plegen van valsheid in geschrift. Verdachte heeft ten onrechte het anoniementarief niet laten toepassen in de aangiften loonheffing. Door verdachtes handelen heeft verdachte ook personen die niet onder hun eigen naam wensten te werken, gefaciliteerd om als uitzendkracht te werken. Het benadelingsbedrag kan globaal worden geschat op ruim € 130.000,-. Verdachte is in 2009 en 2011 veroordeeld voor dezelfde soort feiten die voorafgingen aan de nu bewezen verklaarde periode. (Artikel 63 Strafrecht.) Onvoorwaardelijke werkstraf van 200 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/993023-14

Datum uitspraak: 25 oktober 2016

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te Beni Saïd (Marokko) op [geboortedag] 1967,

BRP-adres: [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 11 oktober 2016.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. Lodder en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. T. Lucas, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Verdachte wordt – kort gezegd – het volgende verweten.

Feit 1

Dat hij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 1 februari 2010 tezamen en in vereniging feitelijk leiding heeft gegeven aan het tezamen en in verenging opzettelijk verstrekken van onjuiste informatie aan de belastingdienst door [bedrijf V.O.F.] . Subsidiair is dit ten laste gelegd als het doen van onjuiste aangiften voor de loonheffing en meer subsidiair is het ten laste gelegd als het feitelijk leiding geven aan het doen van voornoemde onjuiste aangiften door [bedrijf V.O.F.] .

Feit 2

Dat hij in de periode van 28 juli 2006 tot en met 26 juli 2007 tezamen en in vereniging met een ander correctieberichten voor de loonheffing betreffende de tijdvakken januari 2006 tot en met mei 2007 (met uitzondering van december 2006) valselijk heeft opgemaakt. Subsidiair is dit ten laste gelegd als dat hij feitelijk leiding heeft gegeven aan het valselijk opmaken van voornoemde correctieberichten door [bedrijf V.O.F.] .

Feit 3

Dat hij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009 urenoverzichten valselijk heeft opgemaakt. Subsidiair is dit ten laste gelegd als dat hij feitelijk leiding heeft gegeven aan het valselijk opmaken van voornoemde urenoverzichten door [bedrijf V.O.F.]

Feit 4

Dat hij geen aangifte voor de inkomstenbelasting over de jaren 2011 en 2012 heeft ingediend.

De tekst van de integrale tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie ten aanzien van feit 4

Ter terechtzitting heeft de rechtbank – naar aanleiding van het door de raadsman gevoerde preliminaire verweer – het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging van de verdachte ten aanzien van hetgeen onder feit 4 ten laste is gelegd. Immers, aan verdachte zijn verzuimboetes opgelegd wegens het niet tijdig doen van aangifte voor de inkomstenbelasting over de jaren 2011 en 2012. Deze verzuimboetes zijn bestuurlijke boetes. Artikel 243 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat ten aanzien van de feiten waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd, geen strafvervolging kan plaatsvinden.

4 Bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de ten laste gelegde feiten onder 1 tot en met 3, voor wat betreft hetgeen telkens primair ten laste is gelegd, kunnen worden bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman vrijspraak bepleit voor wat betreft de periode vanaf 20 maart 2009. Op die dag is de verdachte namelijk voor soortgelijke feiten (voor de jaren 2004 en 2005) als waarvoor hij nu wordt vervolgd, veroordeeld. Dit heeft een dusdanig grote indruk op hem gemaakt dat hij is gestopt met het doen van valse belastingaangiften. Er is geen bewijs in het dossier dat verdachte zich na deze veroordeling schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. De raadsman heeft ten aanzien van feit 2 vrijspraak bepleit omdat het bewijs daartoe ontbreekt. Verdachte was er niet van op de hoogte dat er correcties voor de loonheffing werden ingediend.

4.3

De beoordeling van de tenlastelegging1

Algemene overweging

De rechtbank overweegt dat hetgeen verdachte onder feit 3 ten laste is gelegd, de basis vormt voor hetgeen hem onder de feiten 1 tot en met 3 ten laste is gelegd. De rechtbank zal daarom hetgeen onder feit 3 ten laste is gelegd eerst beoordelen en vervolgens de feiten 1 en 2 beoordelen.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 3 primair

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van feit 3 primair sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De raadsman heeft ten aanzien van dit feit geen vrijspraak bepleit. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

1. het proces-verbaal van de terechtzitting van 11 oktober 2016, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin;

Gelet op de alfabetische opsomming in de tenlastelegging zal de rechtbank voor de leesbaarheid deze opsomming hieronder aanhouden.

A. een geschrift zijnde een overzicht betreffende uitzendkrachten bij [bedrijf B.V. 1] ten aanzien van week 17 van het jaar 2007, D/003, p. 199;

geschriften zijnde urenstaten betreffende uitzendkrachten bij [opdrachtgever] ten aanzien van week 23 van het jaar 2007, D-004 1/6 en D-004 2/6, p. 200 en p. 201;

een geschrift zijnde een overzicht betreffende uitzendkrachten bij [bedrijf B.V. 1] ten aanzien van week 44 van het jaar 2007, D/005, p. 206;

geschriften zijnde urenstaten betreffende uitzendkrachten bij [opdrachtgever] ten aanzien van week 29 van het jaar 2007, D-006 5/6 en D-006 6/6, p. 211 en p. 212;

een geschrift zijnde een overzicht betreffende uitzendkrachten bij [bedrijf B.V. 1] ten aanzien van week 2 van het jaar 2008, D/007, p. 213;

geschriften zijnde weekstaten betreffende uitzendkrachten bij opdrachtgever [bedrijf] ten aanzien van week 12 van het jaar 2008, D-008 1/6 tot en met D-006 3/6, p. 215 en p. 217;

geschriften zijnde urenstaten betreffende uitzendkrachten bij opdrachtgever [bedrijf B.V. 2] ten aanzien van week 23 van het jaar 2008, D-034 1/12, p. 305;

geschriften zijnde weekstaten betreffende uitzendkrachten bij opdrachtgever [bedrijf] ten aanzien van week 23 van het jaar 2008, D-034 2/12, p. 306;

I. geschriften zijnde weekstaten betreffende uitzendkrachten bij opdrachtgever [bedrijf] ten aanzien van week 30 van het jaar 2008, D-009 3/5, p. 223;

geschriften zijnde weekstaten betreffende uitzendkrachten bij opdrachtgever [bedrijf] ten aanzien van week 40 van het jaar 2008, D-035 9/11, p. 326;

A1. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van ambtshandeling, opgemaakt op 22 april 2014, AH-003, p. 101 tot en met 104, inhoudende het onderzoek personeel [bedrijf V.O.F.] periode week 17 van 2007 bij [bedrijf B.V. 1] ;

B1. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van ambtshandeling, opgemaakt op 22 april 2014, AH-006, p. 116 tot en met 119, inhoudende het onderzoek personeel [bedrijf V.O.F.] periode week 23 van 2007 bij [bedrijf B.V. 2] .;

C1. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van ambtshandeling, opgemaakt op 22 april 2014, AH-007, p. 125 tot en met 127, inhoudende het onderzoek personeel [bedrijf V.O.F.] periode week 44 van 2007 bij [bedrijf B.V. 1]

D1. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van ambtshandeling, opgemaakt op 22 april 2014, AH-006, p. 120 tot en met 126, inhoudende het onderzoek personeel [bedrijf V.O.F.] periode week 29 van 2007 bij [bedrijf B.V. 2] .;

E1. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van ambtshandeling, opgemaakt op 26 maart 2014, AH-008, p. 128 tot en met 131, inhoudende het onderzoek personeel [bedrijf V.O.F.] periode week 2 van 2008 bij [bedrijf B.V. 1] ;

F1. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van ambtshandeling, opgemaakt op 26 maart 2014, AH-009, p. 132 tot en met 135, inhoudende het onderzoek personeel [bedrijf V.O.F.] periode week 12 van 2008 bij [bedrijf] ;

G1. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van ambtshandeling,

en opgemaakt op 26 maart 2014, AH-011, p. 138 tot en met 143, inhoudende het

H1. onderzoek personeel [bedrijf V.O.F.] periode week 23 van 2008 bij [bedrijf B.V. 2] . en [bedrijf] ;

I1. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van ambtshandeling, opgemaakt op 26 maart 2014, AH-012, p. 144 tot en met 147, inhoudende het onderzoek personeel Correct periode week 30 van 2008 bij [bedrijf] ;

J1. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van ambtshandeling, opgemaakt op 26 maart 2014, AH-013, p. 148 tot en met 151, inhoudende het onderzoek personeel Correct periode week 46 van 2008 bij [bedrijf] ;

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1 primair

Uit het dossier volgt dat [bedrijf V.O.F.] vanaf 6 oktober 1997 tot en met 1 juli 2011 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven heeft gestaan. Vennoten van [bedrijf V.O.F.] waren gedurende deze periode verdachte en zijn partner, [medeverdachte] .2 Uit de hiervoor onder feit 3 weergegeven bewijsmiddelen volgt dat de verdachte urenstaten, weekstaten en urenoverzichten ten aanzien van perioden in 2007 en 2008 heeft vervalst en valselijk heeft opgemaakt.3 Verdachte heeft bekend dat hij deze valse en vervalste documenten aan zijn boekhouder [betrokkene 1] heeft verstrekt met het doel om daarmee aangiften voor de loonheffing te laten doen.4 [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij vanaf omstreeks 1998 onder meer de aangiften voor de loonheffing voor [bedrijf V.O.F.] verzorgde aan de hand van de door verdachte aangeleverde digitale gegevens.5 De op deze valse urenoverzichten gebaseerde belastingaangiften voor de loonheffing over de tijdvakken in de periode 2007 en 2008 die in het dossier zijn opgenomen, zijn onjuist en er zijn te lage bedragen aan af te dragen loonheffing aangegeven.6

Periode: 1 januari 2006 tot en met januari 2009

Uit het dossier volgt dat aan de verdachte en medeverachte [medeverdachte] naheffingen voor de loonheffing over 2004 en 2005 zijn opgelegd.7 Verdachte is in verband daarmee op 20 maart 2009 veroordeeld door de rechtbank. Verdachte heeft verklaard dat hij na die strafzaak is gestopt met het doen van valse aangiften voor de loonheffing.8

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ook na 2005 – dus vanaf 1 januari 2006 – tot 1 februari 2009 te lage bedragen en onjuiste informatie in de belastingaangiften voor de loonheffing tot en met december 2008 is blijven laten opnemen. In het dossier is geen bewijs dat er over tijdvakken vanaf 1 januari 2009 nog onjuiste informatie in de aangiften voor de loonheffing is opgenomen. De rechtbank zal daarom de periode beperken van 1 januari 2006 tot 1 februari 2009.

Te weinig belasting geheven

Uit het door de FIOD verrichte onderzoek volgt dat er in 2006 tot en met 2009 € 156.439 te weinig aan loonheffing is afgedragen. In 2009 is € 19.737 te weinig loonheffing in rekening gebracht.9 Uit het dossier volgt dat gelet op de bevindingen van 2007 en 2008 is geëxtrapoleerd naar de jaren 2006 en 2009. Niet is duidelijk geworden welk gedeelte van de berekende te weinig afgedragen loonheffing in 2009 aan de periode 1 januari tot 20 maart dient te worden toegerekend. Omdat de rechtbank verdachte vrijspreekt van belastingtijdvakken gelegen in 2009, zal de rechtbank het berekende bedrag van te weinig aangegeven loonheffing over 2009 ter hoogte van € 19.737 buiten beschouwing laten. De rechtbank gaat bij de straftoemeting uit van een bedrag aan te weinig afgedragen belasting van € 136.702 (€ 156.439 minus € 19.737).

Toerekenen aan VOF en feitelijk leidinggeven

Op basis van voornoemde bewijsmiddelen is komen vast te staan dat verdachte als vennoot en feitelijk leidinggever van [bedrijf V.O.F.] strafbare gedragingen heeft verricht op naam en in de sfeer van de vennootschap. De strafbare gedragingen van verdachte kunnen dan ook aan [bedrijf V.O.F.] worden toegerekend. Dit betekent dat [bedrijf V.O.F.] kan worden aangemerkt als dader van het aangeven van te lage af te dragen loonheffing en het verstrekken van onjuiste informatie. Gezien de uit de bewijsmiddelen gebleken feitelijke en formele positie van verdachte binnen [bedrijf V.O.F.] kan ook worden bewezen dat hij aan het aangeven van de te lage af te dragen loonheffing en het verstrekken van onjuiste informatie leiding heeft gegeven.

Medeplegen ten aanzien van feitelijk leidinggeven

Daarnaast geldt dat de rechtbank van oordeel is dat de partner van verdachte, [medeverdachte] , ook als feitelijk leidinggever van V.O.F. dient te worden aangemerkt. [medeverdachte] is op 6 februari 200310 en op 23 december 200511 als verdachte gehoord in verband met te weinig afgedragen loonheffing door [bedrijf V.O.F.] . Onder deze omstandigheden mocht van vennoot [medeverdachte] worden verwacht dat zij maatregelen zou treffen om de fraude te stoppen dan wel te voorkomen. [medeverdachte] heeft dit nagelaten. Door zo te handelen heeft zij verdachte in staat gesteld om zijn belastingfraude te continueren. Door als vennoot zo te handelen heeft zij nauw en bewust met verdachte samengewerkt om te lage bedragen aan loonheffing aan te geven. Verdachte heeft aldus tezamen en in vereniging met [medeverdachte] feitelijk leiding gegeven aan de verboden gedraging.

Medeplegen ten aanzien van de strafbare gedragingen

Op basis van de bewijsmiddelen is komen vast te staan dat verdachte de (ver)vals(t)e urenoverzichten verstrekte aan de boekhouder [betrokkene 1] zodat hij daarmee aangifte voor de loonheffing zou doen. Aldus heeft [bedrijf V.O.F.] nauw en bewust met de boekhouder samengewerkt zodat ook het medeplegen kan worden bewezen.

Vrijspraak feit 2

De rechtbank overweegt dat feit 2 ziet op de bij de belastingdienst ingediende correcties van de onder feit 1 ten laste gelegde aangiften. Het betreft correcties die zien op zeer marginale wijzigingen. Soms van enkele euro’s en soms van wijzingen waardoor het bedrag aan af te dragen loonheffing niet wijzigde. Uit het dossier volgt niet waar die correcties, die door de boekhouder werden ingediend, op zien. Ook is niet duidelijk geworden waaruit de strafwaardige betrokkenheid van verdachte bij de correcties bestond. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde feit. De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van het hetgeen hem onder 2 ten laste is gelegd.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

1.

[bedrijf V.O.F.]

in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 1 februari 2010 1 februari 2009

te Leiden en/of Leiderdorp en/of Sassenheim en/of Apeldoorn, in elk geval in

Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) als degene die op grond van artikel 6 van de Algemene wet inzake

rijksbelastingen was uitgenodigd tot het doen van aangifte(n) en/of was

uitgenodigd tot het doen van aangifte(n) door uitreiking of toezending van

(een) aangiftebrief/aangiftebrieven als bedoeld in artikel 4a van

Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994

en aldus ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het doen van aangifte

en/of tot het verstrekken van inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen,

(telkens) opzettelijk, althans niet opzettelijk,

-al dan niet door middel van het doen van aangifte-

geen en/of onjuiste en/of onvolledige inlichtingen en/of gegevens en/of

aanwijzingen heeft verstrekt,

immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of haar mededader(s)

toen en daar

(telkens) opzettelijk, althans niet opzettelijk,

aan de inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst (met betrekking tot

de rechtspersoon [bedrijf V.O.F.] (fiscaal [nummer] ))

over (een) aangiftetijdvak(ken) en/of loontijdvak(ken) gelegen in

bovengenoemde periode

(een) te la(a)g(e) bedrag(en), in elk geval onjuiste en/of onvolledige

bedrag(en), aan (totaal) af te dragen en/of te betalen loonheffing, althans

loonbelasting en premie volksverzekeringen, en/of verschuldigde belasting

en/of

onjuiste en/of valse namen van tewerkgestelde en/of verloonde werknemers

verstrekt en/of doen verstrekken,

terwijl die feiten/dat feit (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting

werd geheven,

hebbende hij, verdachte, althans

alleen,

(telkens) /of feitelijke

leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);

3.

hij

op één of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009, in

elk geval in of omstreeks de periode van 1 mei 2007 tot en met 14 november

2008,

te Leiden en/of Leiderdorp en/of Sassenheim, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(een) (groot aantal) urensta(a)t(en) en/of urenoverzicht(en) en/of

weeksta(a)t(en),

waaronder

A. een urenstaat en/of urenoverzicht betreffende week 17 van het jaar 2007

opdrachtgever / inlener [bedrijf B.V. 1] ;

en/of

B. (een) urensta(a)t(en) betreffende week 23 van het jaar 2007

opdrachtgever / inlener [bedrijf B.V. 2] .;

en/of

C. een urenstaat en/of urenoverzicht betreffende week 44 van het jaar 2007

opdrachtgever / inlener [bedrijf B.V. 1] ;

en/of

D. (een) urensta(a)t(en) betreffende week 29 van het jaar 2007

opdrachtgever / inlener [bedrijf B.V. 2] .;

en/of

E. een urenstaat en/of urenoverzicht betreffende week 2 van het jaar 2008

opdrachtgever / inlener [bedrijf B.V. 1] ;

en/of

F. een weeksta(a)t(en) en/of urenoverzicht en/of urensta(a)t(en)

betreffende week 12 van het jaar 2008

opdrachtgever / inlener [bedrijf] ;

en/of

G. (een) urensta(a)t(en) week 23 van het jaar 2008

opdrachtgever / inlener [bedrijf B.V. 2] .;

en/of

H. een weekstaat en/of urenoverzicht en/of urenstaat

betreffende week 23 van het jaar 2008

opdrachtgever / inlener [bedrijf] ;

en/of

I. een weekstaat en/of urenoverzicht en/of urenstaat

betreffende week 30 van het jaar 2008

opdrachtgever / inlener [bedrijf] ;

en/of

J. een weekstaat en/of urenoverzicht en/of urenstaat

betreffende week 46 van het jaar 2008

opdrachtgever / inlener [bedrijf] ;

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig

feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt en/althans valselijk heeft doen

en/of laten opmaken en/of vervalsen door (een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

op/in dat/die onder

A. genoemde urenstaat en/of urenoverzicht

als werknemer(s) en/of als perso(o)n(en) die in genoemde periode

bij/voor [bedrijf B.V. 1] werkzaamheden had(den) verricht

[werknemer 1] en/of [werknemer 2] en/of [werknemer 3] en/of [werknemer 4] ;

en/of

B. genoemde urensta(a)t(en)

als werknemer(s) en/of als perso(o)n(en) die in genoemde periode

bij/voor [bedrijf B.V. 2] . werkzaamheden had(den) verricht

[werknemer 5] en/of [werknemer 16] en/of [werknemer 18] ;

en/of

C. genoemde urenstaat en/of urenoverzicht

als werknemer(s) en/of als perso(o)n(en) die in genoemde periode

bij/voor [bedrijf B.V. 1] werkzaamheden had(den) verricht

[werknemer 9] en/of [werknemer 4] en/of [werknemer 2] en/of [werknemer 1] en/of

[werknemer 17] en/of [werknemer 18] en/of [werknemer 19] en/of [werknemer 5] en/of

[werknemer 16] ;

en/of

D. genoemde urensta(a)t(en)

als werknemer(s) en/of als perso(o)n(en) die in genoemde periode

bij/voor [bedrijf B.V. 2] . werkzaamheden had(den) verricht

[werknemer 2] en/of [werknemer 6] en/of [werknemer 7] en/of [werknemer 1] ;

en/of

E. genoemde urenstaat en/of urenoverzicht

als werknemer(s) en/of als perso(o)n(en) die in genoemde periode

bij/voor [bedrijf B.V. 1] werkzaamheden had(den) verricht

[werknemer 1] en/of [werknemer 4] en/of [werknemer 8] en/of [werknemer 9] en/of

[werknemer 12] en/of [werknemer 13] en/of [werknemer 14] ;

en/of

F. genoemde weeksta(a)t(en) en/of urenoverzicht en/of urensta(a)t(en)

als werknemer(s) en/of als perso(o)n(en) die in genoemde periode

bij/voor [bedrijf] werkzaamheden had(den) verricht

[werknemer 10] en/of [werknemer 11] en/of [werknemer 15] ;

en/of

G. genoemde urenstaat

als werknemer en/of als persoon die in genoemde periode bij/voor

[bedrijf B.V. 2] . werkzaamheden had verricht [werknemer 20] ;

en/of

H. genoemde weekstaat en/of urenoverzicht en/of urenstaat

als werknemer en/of als persoon die in genoemde periode bij/voor

[bedrijf] werkzaamheden had verricht [werknemer 10] ;

en/of

I. genoemde weekstaat en/of urenoverzicht en/of urenstaat

als werknemer en/of als persoon die in genoemde periode bij/voor

[bedrijf] werkzaamheden had verricht [werknemer 10] ;

en/of

J. genoemde weekstaat en/of urenoverzicht en/of urenstaat

als werknemer en/of als persoon die in genoemde periode bij/voor

[bedrijf] werkzaamheden had verricht

[werknemer 1] ;

geschreven en/of opgegeven en/of vermeld, en/althans door die/een ander(en)

doen of laten schrijven en/of opgeven en/of vermelden,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1:

medeplegen van ingevolge de belastingwet verplicht zijnde inlichtingen, gegevens of aanwijzingen te verstrekken, deze opzettelijk onjuist en onvolledig verstrekken, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tezamen en in vereniging feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;

Feit 3:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7 De strafoplegging

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1 tot en met 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft uitdrukkelijk gewezen op de omstandigheid dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Daarnaast heeft de raadsman gewezen op het tijdsverloop en de overschrijding van de redelijke termijn. De raadsman heeft verzocht om geen geldboete op te leggen. De raadsman heeft bepleit om geen hogere straf op te leggen dan reeds eerder aan verdachte is opgelegd in verband met de zaken waar artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht op ziet.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich als feitelijk leidinggevende gedurende een periode van ruim drie jaar, namelijk van 1 januari 2006 tot en met januari 2009, schuldig gemaakt aan het tezamen en in vereniging plegen van belastingfraude en het plegen van valsheid in geschrift. Verdachte heeft ten onrechte het anoniementarief niet laten toepassen in de aangiften loonheffing. Doordat verdachte bewust onjuiste belastingaangiften heeft laten indienen, is uiteindelijk te weinig belasting afgedragen. Door op deze wijze te handelen heeft verdachte de Belastingdienst en daarmee de maatschappij benadeeld met als enig doel persoonlijk geldelijk gewin. Het benadelingsbedrag kan globaal worden geschat op ruim € 130.000,-. Het is feit van algemene bekendheid dat dit type delicten lastig op te sporen is en niet alleen tot fiscaal nadeel, maar ook tot ondermijning van de algemene belastingmoraal leidt.

Door verdachtes handelen heeft verdachte ook personen die niet onder hun eigen naam wensten te werken, gefaciliteerd om als uitzendkracht te werken. Het is een feit van algemene bekendheid dat personen die niet onder eigen naam wensen te werken niet gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten, dan wel een uitkering genieten. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat dergelijke personen genoegen nemen met een lager uurloon dan personen die wel onder eigen naam werken. Door op een dergelijke manier te handelen heeft verdachte een gunstiger concurrentie positie gehad met zijn uitzendbureau ten opzichte van andere uitzendbureaus.

Justitiële documentatie

Verder blijkt uit het op zijn naam gestelde uittreksel Justitiële Documentatie van 23 augustus 2016 dat verdachte eerder is veroordeeld voor een soortgelijk delicten. De rechtbank overweegt dat uit voornoemd uittreksel een ontluisterend beeld opdoemt. Verdachte is veroordeeld voor verschillende fraudes gedurende de periode van 1997 tot en met 2005 met uitzondering van het jaar 2003.

Overschrijding redelijke termijn

De rechtbank houdt bij de straftoemeting rekening met een overschrijding van de redelijke termijn met ruim vijf maanden aangezien verdachte met betrekking tot deze zaak op 21 mei 2014 op de hoogte is geraakt van een strafrechtelijke verdenking jegens hem.

Artikel 63

Overeenkomstig artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht dient de rechtbank expliciet rekening te houden met de in 2009 en 2011 opgelegde straffen en strafbare feiten. Hieruit volgt dat de rechtbank dient mee te wegen in de straftoemeting dat verdachte ruim negen jaar heeft gefraudeerd met loonheffingen en werkgeverspremies voor aanzienlijke bedragen. Voor een gedeelte van die fraude heeft verdachte in 2009 een taakstraf opgelegd gekregen van 96 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden. Daarnaast heeft de verdachte in verband met huurtoeslagfraude, valsheid in geschrift en witwassen in 2011 van het gerechtshof een taakstraf opgelegd gekregen van 240 uren en een geldboete van € 75.000.

LOVS oriëntatiepunten

De rechtbank ziet aanleiding om bij de strafoplegging acht te slaan op de afspraken zoals deze ten aanzien van een aantal delictgroepen zijn neergelegd in de oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg van Voorzitters van de Strafsectoren. Genoemde oriëntatiepunten dienen ter bevordering van de rechtseenheid in de strafoplegging en worden regelmatig geactualiseerd. Bij de toepassing van deze oriëntatiepunten is uitgegaan van “fraude met een benadelingsbedrag van € 125.000,- tot € 250.000,-” waar een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op staat voor de duur van 9 tot 12 maanden.

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat voor de bewezen verklaarde feiten in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is, maar gezien het tijdsverloop, de overschrijding van de redelijke termijn en toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, wordt dit nu niet meer opportuun geacht. Dit alles in aanmerking genomen, ziet de rechtbank aanleiding om bij de straftoemeting naar beneden af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd en verdachte te veroordelen tot een taakstraf van 200 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 51, 57, 63 en 225 van het Wetboek van Strafrecht;

- 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair en 3 primair tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

Feit 1, primair:

medeplegen van ingevolge de belastingwet verplicht zijnde inlichtingen, gegevens of aanwijzingen te verstrekken, deze opzettelijk onjuist en onvolledig verstrekken, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tezamen en in vereniging feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;

Feit 3, primair:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de tijd van 200 (TWEEHONDERD) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 100 (HONDERD) DAGEN;

beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt de maatstaf volgens welke de aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht zal geschieden op 2 uren per dag;

veroordeelt de verdachte voorts tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 (DRIE) maanden;

bepaalt, dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. Steenhuis, voorzitter,

mr. G.P. Verbeek, rechter,

mr. M. Enthoven, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. B. Schaafsma, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 oktober 2016.

Bijlage 1

1.

[bedrijf]

in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 1 februari 2010

te Leiden en/of Leiderdorp en/of Sassenheim en/of Apeldoorn, in elk geval in

Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) als degene die op grond van artikel 6 van de Algemene wet inzake

rijksbelastingen was uitgenodigd tot het doen van aangifte(n) en/of was

uitgenodigd tot het doen van aangifte(n) door uitreiking of toezending van

(een) aangiftebrief/aangiftebrieven als bedoeld in artikel 4a van

Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994

en aldus ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het doen van aangifte

en/of tot het verstrekken van inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen,

(telkens) opzettelijk, althans niet opzettelijk,

-al dan niet door middel van het doen van aangifte-

geen en/of onjuiste en/of onvolledige inlichtingen en/of gegevens en/of

aanwijzingen heeft verstrekt,

immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of haar mededader(s)

toen en daar

(telkens) opzettelijk, althans niet opzettelijk,

aan de inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst (met betrekking tot

de rechtspersoon [bedrijf] (fiscaal [nummer] ))

over (een) aangiftetijdvak(ken) en/of loontijdvak(ken) gelegen in

bovengenoemde periode

(een) te la(a)g(e) bedrag(en), in elk geval onjuiste en/of onvolledige

bedrag(en), aan (totaal) af te dragen en/of te betalen loonheffing, althans

loonbelasting en premie volksverzekeringen, en/of verschuldigde belasting

en/of

onjuiste en/of valse namen van tewerkgestelde en/of verloonde werknemers

verstrekt en/of doen verstrekken,

terwijl die feiten/dat feit (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting

werd geheven,

hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans

alleen,

(telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke

leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);

artikel 68 lid 1 onder a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 69 lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingen

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij

op één of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 30 januari 2007 tot en met 1 februari 2010

te Leiden en/of Leiderdorp en/of Sassenheim en/of Apeldoorn, in elk geval in

Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk

(een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene

wet inzake rijksbelastingen,

te weten

(een) (digitale) aangifte(n) Loonheffingen, althans voor de Loonbelasting en

Premie volksverzekeringen,

ten name van [bedrijf] (fiscaal [nummer] )

betreffende de/het aangiftetijdvak(ken)

december 2006

en/of

juni 2007 en/of juli 2007 en/of augustus 2007 en/of september 2007 en/of

oktober 2007 en/of november 2007 en/of december 2007

en/of

januari 2008 en/of februari 2008 en/of maart 2008 en/of april 2008 en/of

mei 2008 en/of juni 2008 en/of juli 2008 en/of augustus 2008 en/of

september 2008 en/of oktober 2008 en/of november 2008 en/of december 2008

en/of

januari 2009 en/of februari 2009 en/of maart 2009 en/of april 2009 en/of

mei 2009 en/of juni 2009 en/of juli 2009 en/of augustus 2009 en/of

september 2009 en/of oktober 2009 en/of november 2009 en/of december 2009

onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan, en/althans heeft/hebben doen of

laten doen door [betrokkene 1] , in elk geval (een) ander(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

(telkens) opzettelijk

op/in het/de bij/naar de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te

Leiden en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland

ingeleverde / gezonden aangifte(n) voor de Loonheffingen, althans voor de

Loonbelasting en Premie volksverzekeringen,

(telkens)

(een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan (totaal) af te dragen en/of te betalen

loonheffing, althans loonbelasting en premie volksverzekeringen, en/of een te

laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting

en/of

onjuiste en/of valse namen van tewerkgestelde en/of verloonde werknemers

opgegeven en/of vermeld, en/althans door die/een ander(en) doen of laten

opgeven en/of vermelden,

terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt, dat te weinig

belasting werd geheven;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of

een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[bedrijf]

op één of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 30 januari 2007 tot en met 1 februari 2010

te Leiden en/of Leiderdorp en/of Sassenheim en/of Apeldoorn, in elk geval in

Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk

(een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene

wet inzake rijksbelastingen,

te weten

(een) (digitale) aangifte(n) Loonheffingen, althans voor de Loonbelasting en

Premie volksverzekeringen,

ten name van [bedrijf V.O.F.] (fiscaal [nummer] )

betreffende de/het aangiftetijdvak(ken)

december 2006

en/of

juni 2007 en/of juli 2007 en/of augustus 2007 en/of september 2007 en/of

oktober 2007 en/of november 2007 en/of december 2007

en/of

januari 2008 en/of februari 2008 en/of maart 2008 en/of april 2008 en/of

mei 2008 en/of juni 2008 en/of juli 2008 en/of augustus 2008 en/of

september 2008 en/of oktober 2008 en/of november 2008 en/of december 2008

en/of

januari 2009 en/of februari 2009 en/of maart 2009 en/of april 2009 en/of

mei 2009 en/of juni 2009 en/of juli 2009 en/of augustus 2009 en/of

september 2009 en/of oktober 2009 en/of november 2009 en/of december 2009

onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan, en/althans heeft/hebben doen of

laten doen door [betrokkene 1] , in elk geval (een) ander(en),

immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of genoemde rechtspersoon haar

mededader(s)

(telkens) opzettelijk

op/in het/de bij/naar de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te

Leiden en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland

ingeleverde / gezonden aangifte(n) voor de Loonheffingen, althans voor de

Loonbelasting en Premie volksverzekeringen,

(telkens)

(een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan (totaal) af te dragen en/of te betalen

loonheffing, althans loonbelasting en premie volksverzekeringen, en/of een te

laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting

en/of

onjuiste en/of valse namen van tewerkgestelde en/of verloonde werknemers

opgegeven en/of vermeld, en/althans door die/een ander(en) doen of laten

opgeven en/of vermelden,

terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt, dat te weinig

belasting werd geheven,

hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans

alleen,

(telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke

leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht

2.

hij

op één of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 28 juli 2006 tot en met 26 juli 2007

te Leiden en/of Leiderdorp en/of Sassenheim, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

een of meer Correctieberichten voor de Loonheffingen, althans voor de

Loonbelasting en Premie volksverzekeringen,

ten name van [bedrijf V.O.F.] (fiscaal [nummer] )

betreffende de/het aangiftetijdvak(ken)

januari 2006 en/of februari 2006 en/of maart 2006 en/of april 2006 en/of

mei 2006 en/of juni 2006 en/of juli 2006 en/of augustus 2006 en/of

september 2006 en/of oktober 2006 en/of november 2006

en/of

januari 2007 en/of februari 2007 en/of maart 2007 en/of april 2007 en/of

mei 2007,

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig

feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft doen

en/of laten opmaken en/of vervalsen door [betrokkene 1] , in elk geval (een)

ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

op/in dat/die (digitale) aangifte(n) en/of correctieberichten voor de

Loonheffingen, althans voor de Loonbelasting en Premie volksverzekeringen,

(telkens)

(een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan (totaal) af te dragen en/of te betalen

loonheffing, althans loonbelasting en premie volksverzekeringen, en/of een te

laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting,

en/of

onjuiste en/of valse namen van tewerkgestelde en/of verloonde werknemers

geschreven en/of opgegeven en/of vermeld, en/althans door die/een ander(en)

doen of laten schrijven en/of opgeven en/of vermelden,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[bedrijf V.O.F.]

op één of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 28 juli 2006 tot en met 26 juli 2007

te Leiden en/of Leiderdorp en/of Sassenheim, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

een of meer Correctieberichten voor de Loonheffingen, althans voor de

Loonbelasting en Premie volksverzekeringen,

ten name van [bedrijf V.O.F.] (fiscaal [nummer] )

betreffende de/het aangiftetijdvak(ken)

januari 2006 en/of februari 2006 en/of maart 2006 en/of april 2006 en/of

mei 2006 en/of juni 2006 en/of juli 2006 en/of augustus 2006 en/of

september 2006 en/of oktober 2006 en/of november 2006

en/of

januari 2007 en/of februari 2007 en/of maart 2007 en/of april 2007 en/of

mei 2007,

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig

feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft doen

en/of laten opmaken en/of vervalsen door [betrokkene 1] , in elk geval (een)

ander(en),

immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of genoemde rechtspersoon haar

mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

op/in dat/die (digitale) aangifte(n) en/of correctieberichten voor de

Loonheffingen, althans voor de Loonbelasting en Premie volksverzekeringen,

(telkens)

(een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan (totaal) af te dragen en/of te betalen

loonheffing, althans loonbelasting en premie volksverzekeringen, en/of een te

laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting,

en/of

onjuiste en/of valse namen van tewerkgestelde en/of verloonde werknemers

geschreven en/of opgegeven en/of vermeld, en/althans door die/een ander(en)

doen of laten schrijven en/of opgeven en/of vermelden,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans

alleen,

(telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke

leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);

art 51 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij

op één of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009, in

elk geval in of omstreeks de periode van 1 mei 2007 tot en met 14 november

2008,

te Leiden en/of Leiderdorp en/of Sassenheim, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(een) (groot aantal) urensta(a)t(en) en/of urenoverzicht(en) en/of

weeksta(a)t(en),

waaronder

A. een urenstaat en/of urenoverzicht betreffende week 17 van het jaar 2007

opdrachtgever / inlener [bedrijf B.V. 1]

(bijlage D/003);

en/of

B. (een) urensta(a)t(en) betreffende week 23 van het jaar 2007

opdrachtgever / inlener [bedrijf B.V. 2] .

(bijlage(n) D-004 1/6, D-004 2/6)

en/of

C. een urenstaat en/of urenoverzicht betreffende week 44 van het jaar 2007

opdrachtgever / inlener [bedrijf B.V. 1]

(bijlage D/005);

en/of

D. (een) urensta(a)t(en) betreffende week 29 van het jaar 2007

opdrachtgever / inlener [bedrijf B.V. 2] .

(bijlage(n) D-006 5/6, D-006 6/6)

en/of

E. een urenstaat en/of urenoverzicht betreffende week 2 van het jaar 2008

opdrachtgever / inlener [bedrijf B.V. 1]

(bijlage D/007);

en/of

F. een weeksta(a)t(en) en/of urenoverzicht en/of urensta(a)t(en)

betreffende week 12 van het jaar 2008

opdrachtgever / inlener [bedrijf]

(bijlage D/008 1/6 - D/008 3/6);

en/of

G. een urenstaat betreffende week 23 van het jaar 2008

opdrachtgever / inlener [bedrijf B.V. 2] .

(bijlage(n) D-034 1/12)

en/of

H. een weekstaat en/of urenoverzicht en/of urenstaat

betreffende week 23 van het jaar 2008

opdrachtgever / inlener [bedrijf]

(bijlage D/034 2/12);

en/of

I. een weekstaat en/of urenoverzicht en/of urenstaat

betreffende week 30 van het jaar 2008

opdrachtgever / inlener [bedrijf]

(bijlage D/009 3/5);

en/of

J. een weekstaat en/of urenoverzicht en/of urenstaat

betreffende week 46 van het jaar 2008

opdrachtgever / inlener [bedrijf]

(bijlage D/035 9/11);

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig

feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft doen

en/of laten opmaken en/of vervalsen door (een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

op/in dat/die onder

A. genoemde urenstaat en/of urenoverzicht

als werknemer(s) en/of als perso(o)n(en) die in genoemde periode

bij/voor [bedrijf B.V. 1] werkzaamheden had(den) verricht

[werknemer 1] en/of [werknemer 2] en/of [werknemer 3] en/of [werknemer 4] ;

(AH-003)

en/of

B. genoemde urensta(a)t(en)

als werknemer(s) en/of als perso(o)n(en) die in genoemde periode

bij/voor [bedrijf B.V. 2] . werkzaamheden had(den) verricht

[werknemer 5] en/of [werknemer 16] en/of [werknemer 18] ;

(AH-005)

en/of

C. genoemde urenstaat en/of urenoverzicht

als werknemer(s) en/of als perso(o)n(en) die in genoemde periode

bij/voor [bedrijf B.V. 1] werkzaamheden had(den) verricht

[werknemer 9] en/of [werknemer 4] en/of [werknemer 2] en/of [werknemer 1] en/of

M.M. Saleh en/of [werknemer 18] en/of [werknemer 19] en/of [werknemer 5] en/of

[werknemer 16] ;

(AH-007)

en/of

D. genoemde urensta(a)t(en)

als werknemer(s) en/of als perso(o)n(en) die in genoemde periode

bij/voor [bedrijf B.V. 2] . werkzaamheden had(den) verricht

[werknemer 2] en/of [werknemer 6] en/of [werknemer 7] en/of [werknemer 1] ;

(AH-006)

en/of

E. genoemde urenstaat en/of urenoverzicht

als werknemer(s) en/of als perso(o)n(en) die in genoemde periode

bij/voor [bedrijf B.V. 1] werkzaamheden had(den) verricht

[werknemer 1] en/of [werknemer 4] en/of [werknemer 8] en/of [werknemer 9] en/of

[werknemer 12] en/of [werknemer 13] en/of [werknemer 14] ;

(AH-008)

en/of

F. genoemde weeksta(a)t(en) en/of urenoverzicht en/of urensta(a)t(en)

als werknemer(s) en/of als perso(o)n(en) die in genoemde periode

bij/voor [bedrijf] werkzaamheden had(den) verricht

[werknemer 10] en/of [werknemer 11] en/of [werknemer 15] ;

(AH-009)

en/of

G. genoemde urenstaat

als werknemer en/of als persoon die in genoemde periode bij/voor

[bedrijf B.V. 2] . werkzaamheden had verricht [werknemer 20] ;

(AH-011)

en/of

H. genoemde weekstaat en/of urenoverzicht en/of urenstaat

als werknemer en/of als persoon die in genoemde periode bij/voor

[bedrijf] werkzaamheden had verricht [werknemer 10] ;

(AH-011)

en/of

I. genoemde weekstaat en/of urenoverzicht en/of urenstaat

als werknemer en/of als persoon die in genoemde periode bij/voor

[bedrijf] werkzaamheden had verricht [werknemer 10] ;

(AH-012)

en/of

J. genoemde weekstaat en/of urenoverzicht en/of urenstaat

als werknemer en/of als persoon die in genoemde periode bij/voor

[bedrijf] werkzaamheden had verricht

[werknemer 1] ;

(AH-013)

geschreven en/of opgegeven en/of vermeld, en/althans door die/een ander(en)

doen of laten schrijven en/of opgeven en/of vermelden,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[bedrijf]

op één of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009, in

elk geval in of omstreeks de periode van 1 mei 2007 tot en met 14 november

2008,

te Leiden en/of Leiderdorp en/of Sassenheim, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(een) (groot aantal) urensta(a)t(en) en/of urenoverzicht(en) en/of

weeksta(a)t(en),

waaronder

A. een urenstaat en/of urenoverzicht betreffende week 17 van het jaar 2007

opdrachtgever / inlener [bedrijf B.V. 1]

(bijlage D/003);

en/of

B. (een) urensta(a)t(en) betreffende week 23 van het jaar 2007

opdrachtgever / inlener [bedrijf B.V. 2] .

(bijlage(n) D-004 1/6, D-004 2/6)

en/of

C. een urenstaat en/of urenoverzicht betreffende week 44 van het jaar 2007

opdrachtgever / inlener [bedrijf B.V. 1]

(bijlage D/005);

en/of

D. (een) urensta(a)t(en) betreffende week 29 van het jaar 2007

opdrachtgever / inlener [bedrijf B.V. 2] .

(bijlage(n) D-006 5/6, D-006 6/6)

en/of

E. een urenstaat en/of urenoverzicht betreffende week 2 van het jaar 2008

opdrachtgever / inlener [bedrijf B.V. 1]

(bijlage D/007);

en/of

F. een weeksta(a)t(en) en/of urenoverzicht en/of urensta(a)t(en)

betreffende week 12 van het jaar 2008

opdrachtgever / inlener [bedrijf]

(bijlage D/008 1/6 - D/008 3/6);

en/of

G. een urenstaat betreffende week 23 van het jaar 2008

opdrachtgever / inlener [bedrijf B.V. 2] .

(bijlage(n) D-034 1/12)

en/of

H. een weekstaat en/of urenoverzicht en/of urenstaat

betreffende week 23 van het jaar 2008

opdrachtgever / inlener [bedrijf]

(bijlage D/034 2/12);

en/of

I. een weekstaat en/of urenoverzicht en/of urenstaat

betreffende week 30 van het jaar 2008

opdrachtgever / inlener [bedrijf]

(bijlage D/009 3/5);

en/of

J. een weekstaat en/of urenoverzicht en/of urenstaat

betreffende week 46 van het jaar 2008

opdrachtgever / inlener [bedrijf]

(bijlage D/035 9/11);

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig

feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft doen

en/of laten opmaken en/of vervalsen door (een) ander(en),

immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of genoemde rechtspersoon haar

mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

op/in dat/die onder

A. genoemde urenstaat en/of urenoverzicht

als werknemer(s) en/of als perso(o)n(en) die in genoemde periode

bij/voor [bedrijf B.V. 1] werkzaamheden had(den) verricht

[werknemer 1] en/of [werknemer 2] en/of [werknemer 3] en/of [werknemer 4] ;

(AH-003)

en/of

B. genoemde urensta(a)t(en)

als werknemer(s) en/of als perso(o)n(en) die in genoemde periode

bij/voor [bedrijf B.V. 2] . werkzaamheden had(den) verricht

[werknemer 5] en/of [werknemer 16] en/of [werknemer 18] ;

(AH-005)

en/of

C. genoemde urenstaat en/of urenoverzicht

als werknemer(s) en/of als perso(o)n(en) die in genoemde periode

bij/voor [bedrijf B.V. 1] werkzaamheden had(den) verricht

[werknemer 9] en/of [werknemer 4] en/of [werknemer 2] en/of [werknemer 1] en/of

M.M. Saleh en/of [werknemer 18] en/of [werknemer 19] en/of [werknemer 5] en/of

[werknemer 16] ;

(AH-007)

en/of

D. genoemde urensta(a)t(en)

als werknemer(s) en/of als perso(o)n(en) die in genoemde periode

bij/voor [bedrijf B.V. 2] . werkzaamheden had(den) verricht

[werknemer 2] en/of [werknemer 6] en/of [werknemer 7] en/of [werknemer 1] ;

(AH-006)

en/of

E. genoemde urenstaat en/of urenoverzicht

als werknemer(s) en/of als perso(o)n(en) die in genoemde periode

bij/voor [bedrijf B.V. 1] werkzaamheden had(den) verricht

[werknemer 1] en/of [werknemer 4] en/of [werknemer 8] en/of [werknemer 9] en/of

[werknemer 12] en/of [werknemer 13] en/of [werknemer 14] ;

(AH-008)

en/of

F. genoemde weeksta(a)t(en) en/of urenoverzicht en/of urensta(a)t(en)

als werknemer(s) en/of als perso(o)n(en) die in genoemde periode

bij/voor [bedrijf] werkzaamheden had(den) verricht

[werknemer 10] en/of [werknemer 11] en/of [werknemer 15] ;

(AH-009)

en/of

G. genoemde urenstaat

als werknemer en/of als persoon die in genoemde periode bij/voor

[bedrijf B.V. 2] . werkzaamheden had verricht [werknemer 20] ;

(AH-011)

en/of

H. genoemde weekstaat en/of urenoverzicht en/of urenstaat

als werknemer en/of als persoon die in genoemde periode bij/voor

[bedrijf] werkzaamheden had verricht [werknemer 10] ;

(AH-011)

en/of

I. genoemde weekstaat en/of urenoverzicht en/of urenstaat

als werknemer en/of als persoon die in genoemde periode bij/voor

[bedrijf] werkzaamheden had verricht [werknemer 10] ;

(AH-012)

en/of

J. genoemde weekstaat en/of urenoverzicht en/of urenstaat

als werknemer en/of als persoon die in genoemde periode bij/voor

[bedrijf] werkzaamheden had verricht

[werknemer 1] ;

(AH-013)

geschreven en/of opgegeven en/of vermeld, en/althans door die/een ander(en)

doen of laten schrijven en/of opgeven en/of vermelden,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans

alleen,

(telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke

leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);

art 51 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij

in of omstreeks de periode van 29 februari 2012 tot 1 april 2012, althans in

of omstreeks de periode van 29 februari 2012 tot en met 13 juli 2012, althans

in of omstreeks de periode van 29 februari 2012 tot en met 4 augustus 2012,

te Leiden en/of Sassenheim en/of Leiderdorp, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal.

(telkens) opzettelijk

een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet

inzake rijksbelastingen,

te weten

een aangifte voor de Inkomstenbelasting ten name van [verdachte]

(burgerservicenummer [nummer] )

over het jaar en/of aangiftetijdvak 2011

niet of niet binnen de door de Inspecteur der belastingen te Leiden en/of

Haaglanden en/of elders in Nederland gestelde termijn(en),

immers nog niet op 10 juni 2014,

heeft gedaan,

terwijl dat feit (telkens) ertoe strekte dat te weinig belasting werd

geheven;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 69 lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingen

en/of

hij

in of omstreeks de periode van 28 februari 2013 tot 1 april 2013, althans in

of omstreeks de periode van 28 februari 2013 tot en met 13 juni 2013, althans

in of omstreeks de periode van 29 februari 2013 tot en met 25 juli 2013,

te Leiden en/of Sassenheim en/of Leiderdorp, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal.

(telkens) opzettelijk

een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet

inzake rijksbelastingen,

te weten

een aangifte voor de Inkomstenbelasting ten name van [verdachte]

(burgerservicenummer [nummer] )

over het jaar en/of aangiftetijdvak 2012

niet of niet binnen de door de Inspecteur der belastingen te Leiden en/of

Haaglanden en/of elders in Nederland gestelde termijn(en),

immers nog niet op 10 juni 2014,

heeft gedaan,

terwijl dat feit (telkens) ertoe strekte dat te weinig belasting werd

geheven;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 69 lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 1 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer 52.385, van Belastingdienst/FIOD, met bijlagen (doorgenummerd p. 1 tot en met p. 495) en het aanvullende proces-verbaal met hetzelfde nummer (doorgenummerd p. 1 tot en met p. 110).

2 Proces-verbaal van 1 april 2014, AH-001, p. 86.

3 de bewijsmiddelen zoals die hiervoor onder 1., A tot en met J en A1 tot en met J1 zijn opgenomen.

4 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 11 oktober 2016, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 1] van 4 juni 2014, G05-01, p. 468.

6 Zie ook de bewijsmiddelen die onder A1 tot en met J1 hiervoor zijn opgenomen.

7 Een geschrift zijnde een vaststellingsovereenkomst van 28 augustus 2012, D-040, p. 26 tot en met p. 28, aanvullende proces-verbaal.

8 Verklaring van verdachte ter terechtzitting.

9 Een geschrifte zijnde een brief van [betrokkene 2] namens de inspecteur van de belastingdienst van 12 augustus 2014, betreffende een ambtsedige verklaring met betrekking tot het strafrechtelijk nadeel, AH-024, p. 183.

10 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] van 6 februari 2003, V03-02, p. 63 e.v.

11 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] van 23 december 2005, V03-04, p. 72 e.v.