Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:13532

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-06-2016
Datum publicatie
14-11-2016
Zaaknummer
C/09/493153 / FA RK 15-5775
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vaststellen geboortegegevens Somalische minderjarigen anders dan de eerste registratie in Nederland

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2017/4980
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 15-5775

Zaaknummer: C/09/493153

Datum beschikking: 13 juni 2016

Vaststellen geboortegegevens

Beschikking op het op 23 juli 2015 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] en [verzoekster]

verzoekers, dan wel verzoeker en verzoekster,

wonende te [woonplaats] ,

in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarigen:

  • -

    [de minderjarige 1] ;

  • -

    [de minderjarige 2] ;

  • -

    [de minderjarige 3] ,

advocaat: mr. H.C. van Asperen te Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag,

zetelend te Den Haag,

hierna te noemen: de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • -

    het verzoekschrift;

  • -

    het faxbericht d.d. 31 juli 2015 van de zijde van verzoekers;

  • -

    de brief d.d. 28 augustus 2015 van de ambtenaar;

  • -

    het faxbericht d.d. 4 september 2015 van de zijde van verzoekers;

  • -

    de brief d.d. 22 september 2015 van de ambtenaar.

Op 16 november 2015 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • -

    verzoekers en hun advocaat;

  • -

    de heer [naam] die verzoekers bijstond als tolk in de Somalische taal;

  • -

    de ambtenaar in de persoon van mevrouw [naam] .

Na de terechtzitting heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:

  • -

    een faxbericht met bijlagen d.d. 28 januari 2016 van de zijde van verzoekers;

  • -

    een brief d.d. 4 maart 2016 van de ambtenaar.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank de voor het opmaken van de geboorteakten van de minderjarigen noodzakelijke gegevens zal vaststellen en wel als volgt:

geslachtsnaam: [de minderjarige 1]

voornaam: -

geboortedatum: 6 januari 2006 (dan wel 1 januari 2006)

geboorteplaats: Mogadishu, Somalië

geslacht: vrouwelijk

moeder: [naam moeder]

vader: [naam vader]

geslachtsnaam: [de minderjarige 2]

geboortedatum: 14 maart 2007 (dan wel 1 januari 2007)

geboorteplaats: Mogadishu, Somalië

geslacht: mannelijk

moeder: [naam moeder]

vader: [naam vader]

geslachtsnaam: [de minderjarige 3]

voornaam: -

geboortedatum: 3 april 2008 (dan wel 1 januari 2008)

geboorteplaats: Mogadishu, Somalië

geslacht: vrouwelijk

moeder: [naam moeder]

vader: [naam vader]

De ambtenaar heeft geen bezwaar tegen de vaststelling van de geboortegegevens van de minderjarigen mits deze worden vastgesteld conform de eerste registratie in de basisregistratie personen en worden aangevuld met een afstammingsrelatie tot verzoekers.

Feiten

- Blijkens de gegevens uit de basisregistratie personen:

  • -

    zijn verzoekers gehuwd op [datum huwelijk] en zijn zij de ouders van negen kinderen onder wie de bovengenoemde minderjarigen;

  • -

    hebben verzoekers en de minderjarigen een onbekende nationaliteit.

  • -

    is verzoeker geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Somalia;

  • -

    is verzoekster geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Somalia;

  • -

    is [de minderjarige 1] geboren op 1 juli 2004 te Mogadishu, Somalia;

  • -

    is [de minderjarige 2] geboren op 1 juli 2005 te Mogadishu, Somalia;

  • -

    is [de minderjarige 3] geboren op 1 juli 2006 te Mogadishu, Somalia;

  • -

    Verzoeker heeft zich in 2009 vanuit Somalië in Nederland gevestigd. Verzoekster en de minderjarigen hebben zich in 2012 in Nederland gevestigd. Verzoeker en verzoekster zijn bij binnenkomst in Nederland door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gehoord. Kopieën van de rapporten van eerste gehoor bevinden zich bij de stukken.

  • -

    Verzoekers en de minderjarigen hebben een verblijfsvergunning “asiel voor bepaalde tijd”.

  • -

    De geboorteakten van de minderjarigen komen niet voor in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag.

- Uit een rapport ouderschapsonderzoek d.d. 13 juni 2012 blijkt dat de kans dat de minderjarigen biologische kinderen zijn van verzoekers is vastgesteld op minstens 99,99 %.

Beoordeling

Verzoekers en de minderjarigen verblijven rechtmatig in Nederland op grond van artikel 8 onder c van de Vreemdelingenwet 2000. Derhalve kunnen verzoekers in hun verzoek worden ontvangen.

De rechtbank is van oordeel dat verzoekers voldoende aannemelijk hebben gemaakt niet te kunnen beschikken over overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte geboorteakten van de minderjarigen. De minderjarigen zijn geboren in Somalië en beschikken niet over originele brondocumenten uit hun land van herkomst.

Oudergegevens

Vaststaat dat verzoekers de biologische en juridische ouders zijn van de minderjarigen. Daarom zal de rechtbank vaststellen dat verzoeker de vader van de minderjarigen is en dat verzoekster de moeder van de minderjarigen is.

Geboortedata

Met betrekking tot de geboortedata van de minderjarigen overweegt de rechtbank als volgt.

Verzoekers hebben naar voren gebracht dat de geboortedata waarmee de minderjarigen thans staan geregistreerd in de basisregistratie personen niet juist zijn. Zij hebben hiervoor als verklaring gegeven dat verzoeker in het kader van zijn asielaanvraag in 2009 slechts bij benadering de leeftijd van zijn kinderen heeft kunnen noemen. Hij heeft wel de namen van de kinderen juist vermeld en ook de volgorde waarin zij zijn geboren. Hij heeft echter bij de geboortedata van de minderjarigen moeten volstaan met vermelding van opeenvolgende geboortejaren. Daarbij is hij begonnen met zijn oudste zoon die in 1999 is geboren en geëindigd bij het achtste kind, [de minderjarige 3] , die – uitgaande van de omstandigheid dat er elk jaar een kind zou zijn geboren – in 2006 zou zijn geboren. Verzoeker heeft er echter geen rekening mee gehouden dat verzoekster na de geboorte van het vijfde kind in 2003 een lange periode ernstig ziek is geweest. Hierdoor is het zesde kind, [de minderjarige 1] , pas drie jaar later geboren, te weten in 2006. [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] zijn vervolgens in 2007 respectievelijk 2008 geboren, aldus verzoekers. Verzoekster heeft dit bij haar aankomst in Nederland in 2012 ook direct ten overstaan van de IND verklaard. Verzoekers hebben ten bewijze van hun stellingen een verklaring van de vader van verzoekster in het geding gebracht alsmede kopieën van de geboorteakten van de minderjarigen die de vader van verzoekster, die nog altijd in Somalië woont, voor hen heeft laten opmaken en bewaard. De vader van verzoekster was, zo hebben verzoekers ter zitting verklaard, zelf vroeger ambtenaar in Mogadishu en vond het belangrijk de geboortedata van zijn kleinkinderen en andere familieleden te noteren als hij (korte tijd) na de geboorte langskwam. Op basis van zijn informatie zijn later de geboorteakten opgesteld. Op de kopieën daarvan staan de geboortedata van de minderjarigen vermeld zoals verzoekers die vastgesteld wensen te zien. Verzoekers achten het in het belang van de minderjarigen dat de juiste geboortedata althans de juiste geboortejaren worden vastgesteld, zodat hun feitelijke leeftijd overeenkomt met hun geregistreerde leeftijd.

De ambtenaar heeft aangevoerd dat – volgens vaste jurisprudentie – de betrouwbaarheid van de in de Nederlandse basisregistratie en de registers van de burgerlijk stand vastgelegde gegevens, vanuit het oogpunt van de Nederlandse openbare orde vereist, dat wijziging daarvan slechts na overtuigend bewijs kan plaatsvinden. Indien zodanig bewijs niet wordt geleverd, dient men daarom te worden gehouden aan de persoonsgegevens die men zonder voorbehoud bij de eerste registratie in de basisregistratie heeft opgegeven, aldus de ambtenaar.

De rechtbank stelt voorop dat het verzoek dat thans voorligt niet strekt tot wijziging van de geboortedata in de basisregistratie personen, maar tot een eerste vaststelling van de geboortegegevens. Bij de vaststelling van de geboortegegevens dient de rechtbank, ingevolge het bepaalde in artikel 1:25c lid 2 BW, rekening te houden met alle bewijzen en aanwijzingen omtrent het tijdstip waarop de geboorte van de minderjarigen moet hebben plaatsgehad. Daarbij is de opgave van verzoeker, de vader, bij binnenkomst in Nederland een aanwijzing, maar deze is niet – uitsluitend vanwege de omstandigheid dat deze opgave eerder is gedaan – van zwaarder gewicht dan de opgave die verzoekster, de moeder, nadien bij haar binnenkomst in Nederland heeft gedaan.

Bovendien is de rechtbank van oordeel dat het standpunt van de ambtenaar, hoewel in zijn algemeenheid juist, bijstelling verdient in gevallen als de onderhavige, waarin:

  1. de eerste opgave van de geboortedatum werd gedaan zonder ondersteunende bewijsmiddelen;

  2. de ouders en de minderjarigen afkomstig zijn uit een land waarin geen burgerlijke stand bestaat en uit een cultuur waarin minder aandacht is voor exacte geboortedata, leeftijd en verjaardagen;

  3. er geen aanleiding is om aan te nemen dat de opgave van de ouder die zich als eerste in Nederland heeft gevestigd inhoudelijk juister is dan de opgave van de ouder die zich nadien in Nederland heeft gevestigd, waarbij een rol speelt dat de laatstgenoemde bij binnenkomst in Nederland meteen heeft gezegd dat de eerdere opgave niet juist was;

  4. er een verklaring wordt gegeven voor het feit dat dat de ouder die zich het eerst in Nederland vestigde zich heeft vergist, en deze ouder inmiddels de verklaring van de ouder die zich nadien in Nederland vestigde, ondersteunt.

  5. de eerste opgave van de geboortedatum niet door een volwassene voor zichzelf is gedaan, maar door een ouder namens een minderjarig kind, waardoor fouten of vergissingen van de ouder zwaarwegende gevolgen kunnen hebben voor dat kind, zonder dat deze het kind kunnen worden aangerekend.

Al met al is de rechtbank van oordeel dat, naar mate er minder gewicht kan worden toegekend aan de eerste opgave van geboortedata, er meer aanleiding is om zonder dat daartoe overtuigend bewijs is geleverd, over te gaan tot vaststelling van andere geboortedata.

Bij de vaststelling van de geboortedata slaat de rechtbank, als overwogen, acht op alle bewijzen en aanwijzingen omtrent het tijdstip waarop de geboorte van de minderjarigen moet hebben plaatsgehad. In dit geval is dat voornamelijk de opgave van verzoekster, die inmiddels wordt ondersteund door verklaring van verzoeker. Daarbij komt dat de opgave van verzoekster wordt ondersteund door de verklaring van haar vader en door de overgelegde kopieën van geboorteakten van de minderjarigen, die weliswaar niet origineel zijn en evenmin zijn gelegaliseerd zodat zij geen overtuigend bewijs kunnen opleveren, maar die in het licht van de overige stukken en verklaringen wel een aanwijzing kunnen vormen. De eerste opgave van verzoeker wordt daarentegen door geen enkel ander stuk en geen enkele andere verklaring ondersteund. Gelet op het voorgaande biedt het vaststellen van de thans in de basisregistratie personen opgenomen geboortedata niet meer zekerheid, of wellicht zelfs minder zekerheid, dan vaststelling van de thans door verzoekers opgegeven data. Mede gelet op door verzoekers overgelegde verklaringen van [naam] en [naam] , intern begeleiders van de basisschool waar de minderjarigen onderwijs volgen, waaruit – kort weergegeven volgt – dat de cognitieve en lichamelijke ontwikkeling van de minderjarigen beter past bij de door de ouders opgegeven geboortedata dan bij de geboortedata zoals thans opgenomen in de basisregistratie personen, zal de rechtbank daarom vaststellen dat [de minderjarige 1] is geboren op 6 januari 2006, dat [de minderjarige 2] is geboren op 14 maart 2007 en dat [de minderjarige 3] is geboren op 3 april 2008. De onzekerheid die deze vaststelling met zich brengt acht de rechtbank – gezien de voorhanden zijnde aanwijzingen – dermate gering dat het belang van de openbare orde in deze zaak moet wijken voor het belang van de minderjarigen bij vaststelling van een geboortedatum die, of in ieder geval een geboortejaar dat, zoveel mogelijk overeenkomt met hun ontwikkelingsfase.

Geboorteplaats

De rechtbank zal als geboorteplaats van de minderjarigen “Mogadishu, Somalië” vaststellen. “Mogadishu” is de in Nederland algemeen gebruikelijke schrijfwijze. Datzelfde geldt voor “Somalië”. Bovendien is “Somalië” volgens de landentabel van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens de voorgeschreven schrijfwijze voor toepassing in de basisregistratie personen. Aansluiting hierbij zorgt ervoor dat er geen discrepantie ontstaat tussen de schrijfwijze van het geboorteland in de geboorteakte en de schrijfwijze van het geboorteland in de basisregistratie personen.

Het verzoek is op de wet gegrond en op navolgende wijze voor toewijzing vatbaar.

Beslissing

De rechtbank:

stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast:

ten aanzien van [de minderjarige 1]

naam : [de minderjarige 1]

voornaam : -

geboortedatum : 6 januari 2006

geboorteplaats : Mogadishu, Somalië

geslacht : F (vrouwelijk)

naam vader : [naam vader]

voornaam vader : -

naam moeder : [naam moeder]

voornaam moeder : -

ten aanzien van [de minderjarige 2]

naam : [de minderjarige 2]

voornaam : -

geboortedatum : 14 maart 2007

geboorteplaats : Mogadishu, Somalië

geslacht : M (mannelijk)

naam vader : [naam vader]

voornaam vader : -

naam moeder : [naam moeder]

voornaam moeder : -

ten aanzien van [de minderjarige 3]

naam : [de minderjarige 3]

voornaam : -

geboortedatum : 3 april 2008

geboorteplaats : Mogadishu, Somalië

geslacht : F (vrouwelijk)

naam vader : [naam vader]

voornaam vader : -

naam moeder : [naam moeder]

voornaam moeder : -

Deze beschikking is gegeven door mr. I.D. Bellaart, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A.W. Spee als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2016.