Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:13529

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-08-2016
Datum publicatie
12-11-2018
Zaaknummer
C/09/509087 / FA RK 16-2808
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Erkenning adoptie, verklaring voor recht, last tot toevoeging latere vermelding en vaststelling geboortegegevens

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 16-2808

Zaaknummer: C/09/509087

Datum beschikking: 10 augustus 2016

Erkenning adoptie, verklaring voor recht, last tot toevoeging latere vermelding en vaststelling geboortegegevens

Beschikking op het op 12 april 2016 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] en [verzoekster] ,

verzoekers, dan wel verzoeker en verzoekster,

wonende te [woonplaats] (Brazilië),

advocaat: mr. B. Wegelin te Amsterdam,

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag,

zetelend te Den Haag,

hierna: de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift;

- de brief met bijlagen d.d. 2 mei 2016 van de zijde van verzoekers;

- de brief d.d. 20 juni 2016 van de ambtenaar;

- de brief d.d. 28 juni 2016 van de zijde van verzoekers.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank:

primair:

  • -

    voor recht verklaart dat de Braziliaanse adoptie d.d. 23 november 2005 van de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Brazilië), door verzoekers voor erkenning vatbaar is;

  • -

    de adoptie door verzoekers uitspreekt van de minderjarige [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Brazilië);

  • -

    de geboortegegevens van de minderjarigen vaststelt;

  • -

    gelast dat vervangende geboorteakten worden opgemaakt en dat hieraan latere vermeldingen van adoptie worden toegevoegd;

subsidiair:

- de adoptie door verzoekers uitspreekt van de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Brazilië).

De ambtenaar refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de verzochte adoptie van [minderjarige 2] door verzoekers. De ambtenaar heeft geen bezwaar tegen:

  • -

    de verklaring voor recht van de Braziliaanse adoptie d.d. 23 november 2005 van [minderjarige 1] door verzoekers;

  • -

    de (ambtshalve) last tot toevoeging van de latere vermelding betreffende de verklaring voor recht van de Braziliaanse adoptie aan de op te maken geboorteakte;

  • -

    vaststelling van de geboortegegevens van [minderjarige 1] als volgt:

Naam kind: [minderjarige 1]

Geboorteplaats kind: [geboorteplaats] , Brazilië

Geboortedatum kind: [geboortedatum]

Uur van geboorte: 15.47

Geslacht: (M) mannelijk

- vaststelling van de geboortegegevens van [minderjarige 2] als volgt:

Naam kind: [minderjarige 2]

Geboorteplaats kind: [geboorteplaats] , Brazilië

Geboortedatum kind: [geboortedatum]

Geslacht: (F) vrouwelijk

Feiten

  • -

    Verzoeker, geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , en verzoekster, geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Brazilië), zijn met elkaar gehuwd op [huwelijksdatum] te [huwelijksplaats] .

  • -

    Bij beschikking van 1 februari 2002 van kinder- en jeugdrechter Dr. Fábio José Bittencourt Araújo, werkzaam bij het Tweede arrondissement, Sector kinder- en jeugdrecht te [woonplaats van verzoekers] , deelstaat [naam deelstaat] (Brazilië) is het verzoek van verzoekers tot adoptie van de minderjarige [minderjarige 2] toegewezen waarbij de minderjarige de namen [minderjarige 2] heeft verkregen.

  • -

    Bij beschikking van 23 november 2005 van rechter Dr. Fábio José Bittencourt Araújo, werkzaam bij het 28ste Civiele Arrondissement van de Hoofdstad, Sector kinder- en jeugdrecht te [woonplaats van verzoekers] , deelstaat [naam deelstaat] (Brazilië) is het verzoek van verzoekers tot adoptie van de minderjarige [minderjarige 1] toegewezen waarbij de minderjarige de namen [minderjarige 1] heeft verkregen.

  • -

    Verzoeker heeft de Nederlandse nationaliteit.

  • -

    Verzoekster heeft de Braziliaanse nationaliteit.

  • -

    De minderjarigen hebben eveneens de Braziliaanse nationaliteit.

  • -

    Verzoekers wonen met de minderjarigen in Brazilië.

Beoordeling

Rechtsmacht

Verzoeker heeft de Nederlandse nationaliteit. Verzoekers hebben gesteld dat zij zich mogelijk ooit als gezin in Nederland willen vestigen. Verzoekers hebben immers al eerder samen in Nederland gewoond en zij zijn ook in Nederland gehuwd.

Gezien het voorgaande acht de rechtbank voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer aanwezig om van de onderhavige verzoeken kennis te nemen.

Inhoudelijke beoordeling

Ten aanzien van [minderjarige 2]

Het Haags Adoptieverdrag van 29 mei 1993 (Trb. 1996, 94) is niet van toepassing nu de Braziliaanse adoptie van [minderjarige 2] geen internationale adoptie betreft. [minderjarige 2] is in Brazilië geadopteerd en verblijft daar nu nog.

De Wet conflictenrecht adoptie (WCAd) die in werking is getreden op 1 januari 2004 en op 1 januari 2012 is vervangen door de bepalingen van afdeling 3, titel 6 (artikelen 10:107 tot en met 10:111) van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is evenmin van toepassing, nu deze wet alleen van toepassing is op de erkenning van adopties die op of na het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet in het buitenland tot stand zijn gekomen.

Verzoekers hebben daarom verzocht de adoptie van [minderjarige 2] door verzoekers uit te spreken naar Nederlands recht.

De rechtbank is echter van oordeel dat, alvorens het verzoek tot adoptie kan worden beoordeeld, eerst dient te worden bezien of de Braziliaanse adoptie van [minderjarige 2] door verzoekers voor erkenning in aanmerking komt volgens de ongeschreven regels van het commune Nederlandse internationaal privaatrecht zoals die golden voorafgaand aan de inwerkingtreding van de WCAd.

Nu verzoekers en [minderjarige 2] hun gewone verblijfplaats ten tijde van de Braziliaanse adoptie in Brazilië hadden, moet naar het oordeel van de rechtbank beoordeeld worden of:

  1. de Braziliaanse adoptiebeslissing is gegeven door een ter plaatse bevoegde instantie;

  2. aan die beslissing een behoorlijk onderzoek en behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan;

  3. de erkenning van die beslissing kennelijk in strijd is met de openbare orde.

Ter plaatse bevoegde instantie

Gezien de overgelegde stukken en de rechtsregels die op de in Brazilië gegeven adoptiebeslissing van toepassing zijn, te weten de artikelen 40 tot en met 47 van het “Estatuto da Criança e do Adolescente”, komt de rechtbank tot het oordeel dat de Braziliaanse adoptiebeslissing is te beschouwen als een beslissing van een ter plaatse bevoegde autoriteit.

Behoorlijk onderzoek en behoorlijke rechtspleging

Uit de Braziliaanse adoptiebeslissing blijkt dat er voorafgaand aan de adoptie van [minderjarige 2] een rapport is opgemaakt door SESO (Maatschappelijke Diensten) van het gerecht waaruit – onder meer – blijkt dat [minderjarige 2] in een mandje is achtergelaten bij de deur van verzoekers en dat [minderjarige 2] met veel liefde en genegenheid door verzoekers is opgevangen en dat verzoekers haar een adequate gezinsomgeving bieden. Voorts blijkt uit de uitspraak dat toestemming van de biologische ouders niet vereist is omdat de ouders van [minderjarige 2] onbekend zijn. Tevens heeft het Openbaar Ministerie een positief advies uitgebracht waaruit blijkt dat de gezinsomgeving waarin [minderjarige 2] zich bevindt adequaat is en verzoekers voldoen aan de wettelijke eisen om aan de verwachte verantwoordelijkheid te voldoen. Gelet hierop en gezien de rechtsregels die op de in Brazilië gegeven adoptiebeslissing van toepassing zijn, is de rechtbank van oordeel dat aan de Braziliaanse adoptiebeslissing een behoorlijk onderzoek en een behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan.

Openbare orde

Nu er geen omstandigheden zijn gesteld of gebleken waaruit zou kunnen volgen dat de erkenning van de Braziliaanse adoptiebeslissing onverenigbaar is met de openbare orde, is de rechtbank van oordeel dat deze beslissing in aanmerking komt voor erkenning in Nederland.

De rechtbank zal daarom een verklaring voor recht afgeven en gelasten dat de Braziliaanse adoptie als latere vermelding aan de daarvoor in aanmerking komende akte van de burgerlijke stand wordt toegevoegd.

Gezien het voorgaande, zal het verzoek tot adoptie bij gebrek aan belang worden afgewezen.

Namen

De namen van de minderjarige [minderjarige 2] luiden volgens voormelde Braziliaanse adoptiebeslissing d.d. 1 februari 2002: [minderjarige 2], welke naamsvaststelling volgens artikel 10:24 BW dient te worden erkend in Nederland.

Vaststelling geboortegegevens

Voldoende aannemelijk is gemaakt dat met betrekking tot [minderjarige 2] niet kan worden beschikt over voor inschrijving vatbare geboorteakte. De overgelegde geboorteakte bevat immers de gegevens van de adoptiefouders en geeft niet de situatie weer zoals deze gold op het moment van geboorte van [minderjarige 2] .

De ambtenaar heeft geadviseerd omtrent de wijze van vaststelling van de geboortegegevens van [minderjarige 2] .

De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van de in het geding gebrachte stukken voldoende aanwijzingen zijn verkregen omtrent de omstandigheden waaronder, de datum waarop en de plaats waar de geboorte van [minderjarige 2] moet hebben plaatsgehad, zodat zij op de voet van artikel 1:25c BW de geboortegegevens als volgt zal vaststellen.

Ten aanzien van [minderjarige 1]

Het Haags Adoptieverdrag van 29 mei 1993 (Trb. 1996, 94) is niet van toepassing nu de Braziliaanse adoptie van [minderjarige 1] geen internationale adoptie betreft. [minderjarige 1] is in Brazilië geadopteerd en verblijft daar nu nog.

Op grond van het bepaalde in artikel 10:112 BW zijn de bepalingen van afdeling 3, titel 6 (artikelen 10:107 tot en met 10:111) van Boek 10 BW van toepassing op de Braziliaanse adoptie van [minderjarige 1] nu deze adoptie na 1 januari 2004 buitenslands tot stand is gekomen.

Op grond van het bepaalde in artikel 10:108 lid 1, aanhef en onder a, BW wordt een buitenslands gegeven beslissing waarbij een adoptie tot stand is gekomen in Nederland van rechtswege erkend indien zij is uitgesproken door een ter plaatse bevoegde autoriteit van de staat waar de adoptiefouders en het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden. Ingevolge het tweede lid van genoemd artikel wordt aan een dergelijke adoptiebeslissing erkenning onthouden indien:

  • -

    aan die beslissing kennelijk geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan, of

  • -

    de erkenning van die beslissing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde, hetgeen steeds het geval is indien die beslissing kennelijk betrekking heeft op een schijnhandeling.

Zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hadden verzoekers en [minderjarige 1] hun gewone verblijfplaats in Brazilië.

Gezien de overgelegde stukken en de rechtsregels die op de in Brazilië gegeven adoptiebeslissing van toepassing zijn, te weten de artikelen 40 tot en met 47 van het “Estatuto da Criança e do Adolescente”, komt de rechtbank tot het oordeel dat de Braziliaanse adoptiebeslissing is te beschouwen als een beslissing van een ter plaatse bevoegde autoriteit en dat hieraan een behoorlijk onderzoek en een behoorlijke rechtspleging vooraf zijn gegaan. Uit de Braziliaanse adoptiebeslissing blijkt dat er voorafgaand aan de adoptie van [minderjarige 1] een rapport is opgemaakt door SESO (Maatschappelijke Diensten) van het gerecht waaruit – onder meer – blijkt dat [minderjarige 1] in een kartonnen doos is achtergelaten bij de deur van verzoekers met een briefje waarop zijn geboortedatum het tijdstip van geboorte vermeld stonden, en dat verzoekers alle liefde en genegenheid aan [minderjarige 1] hebben gegeven en hem een gezinsomgeving hebben gegeven waarin zijn fysieke, morele en sociale ontwikkelingen worden bevorderd. Voorts blijkt uit de uitspraak dat toestemming van de biologische ouders niet vereist is omdat de ouders van [minderjarige 1] onbekend zijn. Tevens heeft het Openbaar Ministerie een positief advies uitgebracht.

Nu voorts geen omstandigheden zijn gesteld of gebleken waaruit zou kunnen volgen dat erkenning van de beslissing in strijd zou komen met de Nederlandse openbare orde is de rechtbank van oordeel dat de Braziliaanse adoptiebeslissing d.d. 23 november 2005 voldoet aan de in artikel 10:108 BW genoemde voorwaarden voor erkenning.

De rechtbank zal daarom een verklaring voor recht afgeven en gelasten dat de Braziliaanse adoptie als latere vermelding aan de daarvoor in aanmerking komende (nog op te maken) geboorteakte van de burgerlijke stand wordt toegevoegd.

Derhalve komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van het subsidiaire verzoek tot het uitspreken van een adoptie naar Nederlands recht.

Namen

De namen van de minderjarige [minderjarige 1] luiden volgens voormelde Braziliaanse adoptiebeslissing d.d. 23 november 2005: [minderjarige 1], welke naamsvaststelling volgens artikel 10:24 BW dient te worden erkend in Nederland.

Vaststelling geboortegegevens

Voldoende aannemelijk is gemaakt dat met betrekking tot [minderjarige 1] niet kan worden beschikt over voor een inschrijving vatbare geboorteakte. De overgelegde geboorteakte bevat immers de gegevens van de adoptiefouders en geeft niet de situatie weer zoals deze gold op het moment van geboorte van [minderjarige 1] .

De ambtenaar heeft geadviseerd omtrent de wijze van vaststelling van de geboortegegevens van [minderjarige 1] .

De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van de in het geding gebrachte stukken voldoende aanwijzingen zijn verkregen omtrent de omstandigheden waaronder, de datum waarop en de plaats waar de geboorte van [minderjarige 1] moet hebben plaatsgehad, zodat zij op de voet van artikel 1:25c BW de geboortegegevens als volgt zal vaststellen.

Beslissing

De rechtbank:

ten aanzien van [minderjarige 2]

verklaart voor recht dat de bij beschikking van 1 februari 2002 door kinder- en jeugdrechter Dr. Fábio José Bittencourt Araújo, werkzaam bij het Tweede arrondissement, Sector kinder- en jeugdrecht te [woonplaats van verzoekers] , deelstaat [naam deelstaat] , Brazilië (waarvan een kopie aan deze beschikking is gehecht), uitgesproken adoptie van [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] door verzoekers, waarbij de minderjarige de namen [minderjarige 2] heeft verkregen in Nederland kan worden erkend;

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag een latere vermelding van de Braziliaanse adoptie aan de (op te maken) akte van geboorte toe te voegen;

stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast:

Naam kind : [minderjarige 2]

Geboorteplaats kind : [geboorteplaats] , Brazilië

Geboortedatum kind : [geboortedatum]

Geslacht: : (F) vrouwelijk

wijst af het meer of anders verzochte;

ten aanzien van [minderjarige 1]

verklaart voor recht dat de beschikking van 23 november 2005 van rechter Dr. Fábio José Bittencourt Araújo, werkzaam bij het 28ste Civiele Arrondissement van de Hoofdstad, Sector kinder- en jeugdrecht te [woonplaats van verzoekers] , deelstaat [naam deelstaat] , Brazilië (waarvan een kopie aan deze beschikking is gehecht), waarbij de adoptie is uitgesproken van [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] , door verzoekers, waarbij de minderjarige de namen [minderjarige 1] heeft gekregen, aan de in artikel 10:108 BW genoemde voorwaarden voor erkenning voldoet;

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag een latere vermelding van de Braziliaanse adoptie aan de (op te maken) akte van geboorte toe te voegen;

stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast:

Naam kind : [minderjarige 1]

Geboorteplaats kind : [geboorteplaats] , Brazilië

Geboortedatum kind : [geboortedatum]

Uur van geboorte : 15.47

Geslacht : (M) mannelijk

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Westerhuis-Evers, kinderrechter, bijgestaan door mr. A.W. Spee als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 augustus 2016.