Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:13197

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
04-11-2016
Datum publicatie
04-11-2016
Zaaknummer
C/09/520279 / KG ZA 16/1275
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Tussen partijen is in geschil wie het bestuur vormt van kerkgenootschap El-Wahda, waarbinnen sinds enige tijd sprake is van de nodige onrust. Nadat bleek dat de locatie, die het kerkgenootschap op het oog had voor een nieuw islamitisch centrum, niet kon worden verkregen, is er onduidelijkheid ontstaan over wat er zou (moeten) gebeuren met de door diverse leden gedane giften en donaties. Binnen het bestuur is hier verschil van inzicht over ontstaan, hetgeen hoog is opgelopen, waarna de in de statuten ingestelde geschillen- en adviescommissie bindend heeft geadviseerd tot het ontslag van twee van de bestuurders (twee eisers).

Naar voorshands oordeel van de voorzieningenrechter is een derde eiser sinds medio 2015 geen bestuurslid meer, omdat hij toen heeft bedankt, zodat er sindsdien vier bestuursleden resteren, waarvan in het onderhavige geschil twee aan iedere kant staan. Gelet op de aard van een kerkgenootschap, de in de statuten beschreven taken en bevoegdheden van de geschillen- en adviescommissie en de in het bestuur ontstane patstelling, wordt aangenomen dat genoemde commissie de in de statuten beoogde instantie is die een oplossing moet bieden in deze situatie. De betrokken bestuurders moeten zich dan ook naar voorshands oordeel houden aan het gegeven bindende advies, zodat het bestuur dient te worden gevoerd door de twee gedaagde bestuurders en niet door eisers. De vorderingen van eisers worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/3211
OR-Updates.nl 2016-0280
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/520279 / KG ZA 16/1275

Vonnis in kort geding van 4 november 2016

in de zaak van

1 het kerkgenootschapMoskee El-Wahda Gouda, zetelende te Gouda,

2. [eis2] , wonende te [woonplaats 1] ,

3. [eis3] , wonende te [woonplaats 2] ,

4. [eis4] , wonende te [woonplaats 3] ,

eisers,

advocaat mr. A. Aaryf te Utrecht,

tegen:

1 [ged1] , wonende te [woonplaats 4] ,

2. [ged2], wonende te [woonplaats 5] ,

3. [ged3], wonende te [woonplaats 6] ,

4. de maatschap La Gro Advocaten, gevestigd en kantoorhoudende te Gouda,

5. [ged5], woonplaats gekozen hebbende te [woonplaats 7] ,

gedaagden,

advocaat van gedaagde sub 1 mr. W. van Leuveren te Waddinxveen,

advocaat van gedaagde sub 2 tot en met 5 mr. G. Barendregt te Gouda.

Eisers worden hierna ieder afzonderlijk respectievelijk aangeduid als ‘El-Wahda’, ‘ [eis2] ’, ‘ [eis3] ’ en ‘ [eis4] ’. Gedaagden worden hierna ieder afzonderlijk respectievelijk aangeduid als ‘ [ged1] ’, ‘ [ged2] ’, ‘ [ged3] ’, ‘La Gro’ en ‘ [ged5] ’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met de daarbij en de nadien overgelegde producties;

- de door gedaagde sub 1 alsmede de door gedaagden sub 2 tot en met 5 overgelegde producties;

- de op 28 oktober 2016 gehouden mondelinge behandeling, waarbij pleitnotities zijn overgelegd door zowel eisers, gedaagde sub 1 als gedaagden sub 2 tot en met 5.

1.2.

[ged1] heeft ter zitting bezwaar gemaakt tegen de producties die door eisers op 26 oktober 2016 zijn overgelegd. Hij stelt dat hij en zijn advocaat deze niet hebben ontvangen en dat zij van de inhoud daarvan geen kennis hebben genomen. Gelet hierop heeft de voorzieningenrechter ter zitting beslist dat deze producties bij de boordeling van de vorderingen die gericht zijn tegen [ged1] buiten beschouwing zullen worden gelaten.

1.3.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

El-Wahda is een kerkgenootschap. Zij is opgericht bij notariële akte van 8 april 2014. El-Wahda heeft (naast de algemene in de statuten beschreven doelstellingen) in het bijzonder tot doel het realiseren van een nieuwe moskee/een nieuw islamitisch centrum in Gouda. Zij had daarvoor als locatie de voormalige PWA-kazerne voor ogen. Voor het bereiken van dat doel heeft El-Wahda een groot bedrag aan giften, donaties en leningen ontvangen van diverse personen en organisaties.

2.2.

In de notulen van een op 14 februari 2014 gehouden oprichtingsvergadering staat onder meer vermeld dat

i. de navolgende personen het eerste bestuur zullen vormen: [eis2] , [eis3] , [eis4] , [ged2] , [ged3] en de heer [X] (hierna: [X] ) – die allen ook bestuurder zijn (geweest) van een van de drie bestaande moskeëen in Gouda, te weten van de moskeeën Nour, Elfath en Assalam.

en

dat de geschillencommissie wordt ingesteld, dat [ged1] wordt benoemd als lid vanuit zijn juridische deskundigheid en dat de huidige imam van moskee Elfath zal worden aangezocht als tweede en laatste lid van de geschillencommissie voor religieuze geschillen.

2.3.

In de oprichtingsakte van El-Wahda zijn de statuten vastgesteld. De sub 2.2 onder i) genoemde personen zijn hierin als bestuurders benoemd. Verder staat in deze statuten, voor zover thans relevant, het volgende vermeld:

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP

Artikel 29

Het bestuurslidmaatschap eindigt:

(…)

- bij schriftelijke ontslagneming (bedanken)

(…)

- ernstige bedreiging of gebruik van geweld;

(…)

  • -

    het bestuurslid kan voorts te allen tijde met een meerderheid van twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen van de andere in functie zijnde bestuursleden worden ontslagen, evenwel niet dan nadat aan het betrokken bestuurslid de gelegenheid is geboden om zich in een gewone bestuursvergadering te verantwoorden en te verdedigen;

  • -

    een ontslagen bestuurslid kan binnen veertien dagen na ontslag in beroep bij de geschillen- en adviescommissie. De geschillen- en adviescommissie geeft binnen veertien dagen een bindend advies aan alle betrokken partijen.

(…)

GESCHILLEN- EN ADVIESCOMMISSIE

Artikel 42

  1. Het kerkgenootschap kent een permanente geschillen- en adviescommissie.

  2. Deze commissie wordt gekozen door de algemene ledenvergadering uit de leden. De eerste commissie wordt echter benoemd door het bestuur.

  3. Bij de benoeming van de leden worden de regels van de belastingdienst voor algemeen nut beogende instellingen als bedoeld in artikel 5b Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in acht genomen.

4. De commissie heeft tot taak het oplossen van geschillen tussen de leden van de organen van het kerkgenootschap, alsmede tussen de individuele leden van het kerkgenootschap.

De commissie kan echter ook op eigen initiatief op ieder terrein zaken onderzoeken en bindende of niet bindende adviezen uitbrengen.

5. Elk geschil of vraag kan worden voorgelegd aan de geschillen- en adviescommissie.

6. In de geschillen- en adviescommissie zitten maximaal drie als integer bekende mannelijke moslims, waarvan er minstens een aan een Nederlandse universiteit afgestudeerd jurist is en een islamitische is geschoold.

7. De commissieleden worden voor een periode van zes jaar benoemd en zijn herbenoembaar.

8. De geschillen- en adviescommissie toetst aan deze statuten en de relevante wet- en regelgeving.

9. Een beslissing van de geschillen- en adviescommissie is voor alle partijen in laatste instantie bindend.

(…)”

2.4.

[X] heeft zich kort na de oprichting, op 15 april 2014, terug getrokken als bestuurder van El-Wahda, waarna nog vijf bestuursleden resteerden.

2.5.

Medio 2015 bleek dat El-Wahda voor haar plannen niet de benodigde toestemming van de gemeente Gouda verkreeg. Binnen het bestuur van El-Wahda is toen verschil van inzicht ontstaan over de toekomst van El-Wahda. Kort gezegd wilden [ged2] en [ged3] op zoek naar een nieuwe locatie voor het door El-Wahda realiseren van een nieuw islamitisch centrum. [eis2] en [eis3] wilden het nieuwe islamitisch centrum laten realiseren door een nieuw – door leden van moskee Assalam – op te richten kerkgenootschap. Onder de leden van El-Wahda is onrust ontstaan, in het bijzonder vanwege de door hen aan El-Wahda gedane giften en donaties en de onduidelijkheid ten aanzien van de aanwending dan wel terugbetaling daarvan.

2.6.

Op 16 juni 2016 heeft het nieuw opgerichte kerkgenootschap Dar Al-Hoeda een koopovereenkomst gesloten betreffende de aankoop van onroerend goed, gelegen aan de [adres] 1 en 3 te [plaats 1] (hierna: de koopovereenkomst). Verkoper en koper zijn als leveringsdatum 1 september 2016 overeengekomen of zoveel eerder of later als koper en verkoper overeen komen, doch uiterlijk op 31 december 2016. Partijen zijn daarbij een regeling overeengekomen betreffende door de koper aan de verkoper te betalen bedragen in het geval de levering niet op de leveringsdatum kan plaatsvinden wegens omstandigheden die niet aan de verkoper toerekenbaar zijn.

2.7.

In een “verslag overleg bestuur” van 16 juni 2016 staat vermeld dat aanwezig waren [ged3] en [ged2] en dat afwezig waren [eis2] en [eis3] , die beiden ondanks tijdige oproep niet zijn verschenen. Verder staat hierin onder meer vermeld:

“(…) Het bestuur besluit de heer [eis2] per vandaag te ontheffen van zijn functie als voorzitter. Tevens spreekt het bestuur het voornemen uit hem te ontslaan uit het bestuur. Wel krijgt de heer [eis2] nog eerst de kans zich in de eerstvolgende bestuursvergadering op maandag 27 juni a.s. te verantwoorden.

3. Taken bestuursleden

Het besluit wordt genomen dat per vandaag de heer [ged3] voorzitter is van het kerkgenootschap en de heer [ged2] penningmeester. De heren [eis2] en [eis3] lid.”

2.8.

Op 26 juni 2016 heeft El-Wahda een Buitengewone Algemene Leden Vergadering (hierna: de BALV) gehouden. Uit de overgelegde notulen van deze vergadering blijkt dat deze vergadering, kort gezegd, met het nodige tumult gepaard is gegaan. Verder staat in deze notulen, voor zover thans relevant, het volgende vermeld:

“(…)

  • -

    Voor wat betreft de samenstelling van het bestuur van EL-Wahda: dhr. [ged2] geeft aan dat dhr. [eis4] (dat is [eis4] – toevoeging voorzieningenrechter) zich geruime tijd geleden uit het bestuur van El-Wahda heeft teruggetrokken en al een jaar op geen enkele wijze betrokken is bij El-Wahda. Dhr. [eis4] , aanwezig, spreekt dit niet tegen ter vergadering (…);

  • -

    (…) voornaamste doel was (voorzieningenrechter: van het houden van de BALV) de mensen te informeren over de voortgang van El-Wahda en leden die niet verder wilden met El-Wahda de kans te geven zich te registreren en aan te melden voor teruggave van hun (voorwaardelijke) donatie aan kerkgenootschap El-Wahda.

  • -

    Dhr. [ged2] geeft aan dat er van het huidige bestuur van El-Wahda werd geëist (door onder andere dhr. [eis2] en [eis3] ) dat het geld van El Wahda direct en in totaliteit zou worden overgemaakt aan moskee Assalam in Gouda ten behoeve van de aankoop van het pand aan de [adres] 1 en 3 te [plaats 2] door een derde partij. [eis2] en [eis3] stelden voor dit te doen zonder dit vooraf met de leden van El-Wahda te bespreken. [ged2] geeft aan dat dit onmogelijk zou zijn zonder voorafgaand de leden van El-Wahda hierin te betrekken en om toestemming te vragen. (…) Dhr. [ged2] geeft aan dat de statuten van El-Wahda leidend zijn bij een eventuele teruggave van gelden aan leden. Dhr. [ged2] geeft aan dat El-Wahda bereid is om leden hun geld terug te geven als zij daarom verzoeken maar dit moet wel volgens de juiste procedures verlopen.

(…)

  • -

    Dhr. [ged3] , voorzitter van El-Wahda, vraagt ter vergadering aan de aanwezige leden, of zij bereid zijn het mandaat aan het bestuur van El-Wahda te verlenen om de statuten te wijzigen zodat El-Wahda aan de leden die dat willen hun geld kan teruggeven omdat anders namelijk het geld statutair gezien niet teruggestort kan worden. Hierop wordt instemmend gereageerd door op twee na alle aanwezige leden. Met schreeuwt dat ze hun geld terug willen op hun eigen persoonlijke bankrekening en het liefst vandaag nog.

  • -

    Besluit: het bestuur krijgt de opdracht de statuten zo aan te passen dat leden hun giften terug kunnen krijgen nu El-Wahda de PWA-kazerne niet heeft aangekocht. (…)

2.9.

Op 27 juni 2016 heeft [eis2] een bestuursbijeenkomst uitgeroepen voor 28 juni 2016. In de notulen van die bijeenkomst, die zijn ondertekend door [eis2] , [eis3] en [eis4] , staat, voor zover thans relevant, vermeld dat [ged2] en [ged3] afwezig zijn, alsmede (gelet op het bindend advies als hierna onder 2.12 vermeld, dat kennelijk reeds op voorhand aan het bestuur is toegezonden):

“(…) We hebben afgelopen periode (bindeden) adviezen heeft gekregen vanuit de geschillencommissie en adviesgroep die in strijd zijn met onze statuten, tekort doen aan onze leden en ons als bestuur in discretie hebben gebracht. De geschillencommissie en adviesgroep handelen, zonder enig overleg met het bestuur, op eigen initiatief wat voor veel onrust zorgt bij de Gouds islamitische gemeenschap. (…)

Wij hebben als merendeels (3/5) van het bestuur besloten om iedere mandaat/bevoegdheid in te trekken van deze eenmansgeschillen- en adviescommissie zoals opgenomen in de statuten. De schorsing duurt voort tot tenminste de eerstvolgend ALV waar de leden het laatste woord krijgen over deze commissie, de samenstelling, aan welke eisen deze moet voldoen en de bevoegdheden die zij krijgt.”

2.10.

De geschillen- en adviescommissie heeft op 29 juni 2016 een brief aan de bestuursleden van El-Wahda doen toekomen, die luidt als volgt (en hierna zal worden aangeduid als: het bindend advies):

“Geachte bestuursleden van kerkgenootschap El-Wahda,

Het conflict binnen het bestuur van EL-Wahda is in extreme geëscaleerd. Momenteel brengt het gedrag van de heer [eis2] en de heer [eis3] de veiligheid van de andere bestuursleden, gewone leden en de Geschillencommissie in ernstig gevaar.

Op vrijdag 20 mei jl. heeft de heer [eis2] in Moskee Nour de leden toegesproken en gezegd dat Kerkgenootschap El-Wahda niet meer bestaat. Tevens heeft hij een andere bestuurslid van El-Wahda, de heet [ged2] , belet te gelovigen toe te spreken. Hij heeft hem hierbij fysiek aangevallen en ernstig bedreigd. Tevens beweerde de heer [eis2] dat de heer [ged2] en de heer [ged1] geld van El-Wahda hebben gestolen cq ontvreemd.

Na dit incident is de fysieke veiligheid van de heer [ged2] en de heer [ged1] niet meer gewaarborgd in Gouda. De heer [ged2] is als gevolg van het gedrag van de heer [eis2] zelfs met de dood bedreigd.

In moskee El-Fath heeft de heer [eis3] ook publiekelijk verklaard dat El-Wahda niet meer bestaat en hij de middelen van El-Wahda niet kan garanderen. Ook dit heeft ertoe geleid dat er een onveilige en bedreigende sfeer is ontstaan rond de heren [ged2] , [ged3] en [ged1] . Tevens heeft de heer [eis3] in mijn aanwezigheid voorgesteld de statuten te laten voor wat ze zijn en het vermogen van El-Wahda over te maken naar een derde partij waar zowel [eis3] als [eis2] bij betrokken zijn, namelijk een onduidelijke samenwerking van de rechtspersonen Esalaam, El Houda en El Fitrah.

Dit brengt de positie van de overige bestuursleden in ernstig fysiek gevaar, nu de leden is wijsgemaakt dat El-Wahda niet meer bestaat en dientengevolge onduidelijkheid bestaat over het vermogen van El-Wahda. M.a.w. de leden denken, door toedoen van [eis3] en [eis2] dat het geld van El-Wahda is gestolen door o.a. de andere bestuursleden.

In de ledenvergadering van 26 juni jl. is duidelijk geworden dat de heren [eis3] en [eis2] de vijandelijkheden richting El-Wahda en de overige bestuursleden ondersteunen en met alle geweld bovengenoemde derden over het vermogen van El-Wahda willen laten beschikken. Hier zijn beelden van. Niet het belang van El-Wahda staat voorop, maar het beschadigen en het ontvreemden van het vermogen van El_Wahda stond centraal tijdens betreffende ledenvergadering.

Als compromis om fysiek geweld tegen te gaan is door de leden goedgekeurd dat alle ter vergadering aanwezige leden, na registratie, hun voorwaardelijke donatie terug kunnen krijgen. Door drukte mocht de verdere registratie van de aanwezige leden in de drie Goudse moskeeen plaatsvinden. Deze afspraak is definitief en kan niet worden teruggedraaid.

In de hierboven genoemde vergadering schoof de heer [eis2] ten onrechte en vanuit het niets een oud-bestuurder, [eis4] , naar voren als een zittend bestuurslid om op deze wijze de getalmatige verhouding in het bestuur in zijn voordeel te beslechten. Ik wil u in herinnering roepen dat de heer [eis4] in een eerder stadium in 2015 schriftelijk heeft bedankt. Het document heb ik persoonlijk onder ogen gehad.

Om het conflict niet verder te laten escaleren en de gevolgen van het gedrag van [eis3] en [eis2] zoveel mogelijk te neutraliseren, geef ik u ogv artikel 42 van de statuten het volgende bindende advies.

1. Het bestuurslidmaatschap van de heer [eis2] en de heer [eis3] wordt per vandaag op basis van artikel 29 van de statuten beeindigd. Tevens worden zowel [eis3] als [eis2] op grond van artikel 12 lid 6 per vandaag geroyeerd als lid van het kerkgenootschap. Beide heren krijgen tevens binnen 7 dagen de door hen betaalde voorwaardelijke donaties terug.

2. Ik heb tevens besloten aangifte te doen bij de politie/justitie van het door mij vastgestelde bestuurlijk handelen en wanbeleid van [eis2] en [eis3] . Ik zal de Officier van Justitie verzoeken om een grondig onderzoek naar deze twee bestuursleden en de gang van zaken bij El-Wahda tot nu toe.

4. De heer [eis4] geen bestuurslid is van El-Wahda.

4. Het bestuur van El-Wahda momenteel uitsluitend bestaat uit de heren [ged2] en [ged3] .

Van elke overtreding van het in dit besluit gestelde zal aangifte worden gedaan bij de politie. Tevens zal door El-Wahda geleden schade in een procedure op de overtreders worden verhaald.

Beroep bij de Geschillen-en adviescommissie is mogelijk binnen 14 dagen. Beroep heeft echter geen schorsende werking wat betreft de werking van dit besluit.

Hoogachtend,

Mr. S. [ged1]

Lid geschillen- en adviescommissie (juridisch)”

2.11.

In de notulen van een bestuursvergadering van 8 juli 2016, ondertekend door [eis2] , [eis3] en [eis4] , staat onder meer vermeld dat, kort gezegd i) [ged2] en [ged3] afwezig waren en dat ii) is besloten om [ged3] en [ged2] te schorsen van hun bestuursfunctie totdat de eerstvolgende algemene ledenvergadering waarbij het de algemene ledenvergadering zal worden gevraagd een besluit te nemen over het al dan niet ontslaan van deze heren.

2.12.

De Rabobank heeft op verzoek van [eis2] in augustus 2016 de bevoegdheid van [ged3] en [ged2] om over de bankrekening van El-Wahda te beschikken beëindigd. [ged3] en [ged2] hebben daarna aan de Rabobank verzocht om dit weer te herstellen dan wel de rekening te blokkeren. De Rabobank heeft toen de rekening geblokkeerd, totdat duidelijk is wie bevoegd is om hierover te beschikken.

2.13.

Medio september 2016 hebben [ged2] en [ged3] kennis genomen van een naar de leden van El-Wahda uitgegane uitnodiging voor een op 27 september 2016 te houden Algemene Ledenvergadering (ALV), met als agendapunten onder meer, kort gezegd, het ontslag van [ged3] en [ged2] als bestuurders en het geven van een mandaat aan het bestuur om de geschillen- en adviescommissie per direct te ontslaan en te vervangen.

2.14.

[ged3] en [ged2] , mede handelende namens El Wahda, hebben daarna [eis2] , [eis3] en [eis4] gedagvaard om ter zitting te verschijnen in een kort geding bij deze rechtbank, waarbij zij vorderingen hebben ingediend die er toe strekten om de op 27 september geplande ALV geen doorgang te laten vinden. Tevens hebben [eis2] , [eis3] , [eis4] , mede handelende namens El-Wahda, voornoemde moskeeën Assalam, Nour, Elfath en Dar Al-Hoeda alsmede drie personen die zich hoofdelijk aansprakelijk hebben gesteld tot nakoming van de koopovereenkomst [ged1] , [ged2] en [ged3] gedagvaard om ter zitting te verschijnen in een kort geding bij deze rechtbank. Zij hebben daarbij vorderingen ingediend die er, kort gezegd toe strekten dat [eis2] en [eis3] weer over het vermogen van El-Wahda zouden kunnen beschikken, dat [ged2] en [ged3] medewerking zouden verlenen aan de uitvoering van de koopovereenkomst en dat zij diverse voor EL-Wahda van belang zijnde gegevens zouden verstrekken.

2.15.

Ter zitting van 26 september 2016 hebben partijen in de beide kort gedingen overeenstemming bereikt, die is vastgelegd in een ter zitting ondertekend proces-verbaal (hierna: het pv), waarin het volgende staat vermeld:

  1. Daar waar hierna wordt gesproken over het bestuur van El-Wahda wordt gedoeld op de heren [ged3] , [ged2] , [eis2] , [eis3] en [eis4] .

  2. De overeenkomst strekt ertoe om de donaties terug te betalen aan degenen die deze terug willen krijgen en om de resterende gelden en goederen over te dragen aan Moskee Assalam. Voor de cliënten van mr. Aaryf is een reden om met deze regeling in te stemmen gelegen in het gegeven dat daarmee een oordeel over de vordering niet meer nodig is en het doel dat zij nastreefden met het instellen van de vordering in zaak 1128 wordt bereikt. Dit geldt evenzeer voor de cliënten van mr. [ged5] .

  3. In de grote lijn wensen partijen dit te bewerkstelligen door zo snel mogelijk terugbetaling van de donaties mogelijk te maken, waardoor El-Wahda deze terugbetaling ook zo snel mogelijk ter hand zal kunnen nemen. Verder wensen partijen nadat de ALV van El-Wahda daarmee heeft ingestemd de donaties over te dragen aan Assalam, die daarna de verdere terugbetaling ter hand zal nemen en de overige gelden zal aanwenden voor de uitvoering van de koopovereenkomst aangaande de panden aan de [adres] te [plaats 3] .

  4. De ALV van El-Wahda van 27 september 2016 zal geen doorgang vinden. Het bestuur zal dit aan de leden communiceren. Er zal te zijner tijd zoals hierna weergegeven een nieuwe ALV worden bijeen geroepen.

  5. Het bestuur van Assalam zal uiterlijk 5 oktober 2016 een ALV houden, waarbij in ieder geval zal worden geagendeerd de vraag of de ALV instemt met het overnemen van de terugbetalingsverplichting van de donaties van El-Wahda. Het door Assalam terug te betalen bedrag aan donaties wordt gemaximeerd op het bedrag dat zij ontvangt van El-Wahda.

  6. Als de ALV van Assalam hiermee instemt, zal El-Wahda een ALV bijeenroepen. Zij zal daarvoor de leden van de drie moskeeën (Assalam, Elfath en Nour) uitnodigen. Vrouwen zijn ook leden. Partijen zijn het daar nadrukkelijk over eens. Deze ALV zal plaatsvinden op zondag 16 oktober 2016. Het agendapunt zal zijn de vraag of het restant saldo – evenals de niet teruggevraagde sieraden en andere goederen – van de rekening en uit de kluis van El-Wahda overgemaakt/overgebracht mogen worden naar de rekening/kluis van Assalam ter verkrijging van een tweetal panden aan de [adres] 1 en 3 in [plaats 4] . Daarbij moet ook worden aangegeven dat de sieraden niet voor 1 januari 2017 zullen worden verkocht en dat een beperkt bedrag van € 20.000,- bij EL-Wahda in kas zal worden gehouden voor de betaling van schuldeisers. Na betaling van alle schuldeisers zal het restant bedrag worden betaald aan Assalam.

  7. Na deze ALV zullen de resterende gelden en andere donaties zo snel mogelijk aan Assalam worden overgedragen. Assalam zal niet terugbetalen aan donateurs dan na goedkeuring van El-Wahda.

  8. De heren [eis2] en [ged2] zullen tezamen gemachtigd zijn om betalingen te verrichten van de rekening van El-Wahda. Er zal een zogenaamd vier ogen-beleid gelden. Het bestuur zal de Rabobank hierover morgen in kennis stellen en alles in het werk stellen om te bewerkstelligen dat de rekening wordt gedeblokkeerd.

  9. Partijen zullen zich niet negatief over elkaar uitlaten, op straffe van een direct opeisbare boete van € 1.000,- per overtreding.

  10. Het bestuur zal zich inspannen om de beheerders/gemachtigden van/tot de Facebook-pagina van El-Wahda te achterhalen en met hen af te spreken dat de door het bestuur te benoemen documenten van de Facebook-pagina van El-Wahda worden verwijderd.

  11. De navolgende bepalingen hebben te gelden als “gentlemens-agreement”:

  • -

    Het bestuur van Dar Al-Hoeda zal uiterlijk 1 juni 2017 geheel aftreden en zich individueel of als geheel niet meer herkiesbaar stellen voor een bestuursfunctie, tenzij deze functie twee keer is bekleed door een ander. Het te kiezen bestuur zal op 2 juni 2017 aantreden en zal uitsluitend bestaan uit leden die op dit moment geen bestuurder zijn van Assalam, Nour, Elfath, El-Wahda, Dar Al-Hoeda of een geschillencommissie.

  • -

    De benoeming zal – conform de voor 2 januari 2017 door een nader te benoemen onafhankelijke commissie op te stellen statuten – voor vier jaar plaatsvinden.

  • -

    De statuten zullen aan de besturen van de betrokken moskeeën (lees: Nour, Elfath en Assalam) ter besluitvorming worden voorgelegd. De statuten worden vastgesteld met een meerderheid van 2/3e van de uitgebrachte stemmen in het bestuur.

  • -

    De voorfinanciering door Assalam zal binnen vijf jaar worden terugbetaald door Dar Al-Hoeda of zoveel eerder.

12. Uiterlijk 30 september 2016 zullen [ged3] en [ged2] de andere bestuursleden de excel-bestanden van de administratie toezenden.

12. Ieder der partijen draagt de eigen kosten van deze procedure.

12. Partijen verzoeken doorhaling van deze procedures per heden. Eisers in de zaak 1128 hebben verklaard dat geen vonnis behoeft te worden gewezen ten opzichte van de heer [ged1] .

12. De heren [ged3] , [ged2] , [eis2] , [eis3] en [eis4] ondertekenen deze overeenkomst namens El-Wahda en namens zichzelf. Namens Nour wordt deze overeenkomst getekend door [eis2] en namens Elfath door [eis3] en namens Assalam door [Y] .

12. mr. Aaryf tekent deze overeenkomst namens de niet hier voorgenoemde eisers in zaak 1128. “

2.16.

Van de zijde van beide partijen is hierna een bericht uitgegaan naar de Rabobank, waarin zij de Rabobank hebben geïnformeerd over de onder 8 vermelde afspraak in het pv. Dit bleek praktisch gezien niet mogelijk bij de Rabobank. De Rabobank heeft toen bij wijze van uitzondering als mogelijkheid voorgesteld dat een lijst met te verrichten betalingen aan haar zou worden aangeleverd, ondertekend door [eis2] , [eis3] , [eis4] , [ged2] en [ged3] , waarna de Rabobank zelf die betalingen zal verrichten. [ged2] en [ged3] hebben bij monde van hun advocaat op 14 oktober 2016 aan de Rabobank bericht daarmee in te kunnen stemmen. In dat bericht is “voor de goede orde” nog opgemerkt dat “cliënten formeel het standpunt innemen dat [eis2] , [eis3] en [eis4] geen onderdeel meer uitmaken van het bestuur. Enkel in het belang van El-Wahda zijn cliënten bereid uit te gaan van de fictie dat voornoemde heren daar wel toe behoren.” Eisers hebben daarna dit kort geding aanhangig gemaakt.

3 De feiten

3.1.

Eisers vorderen, zakelijk weergegeven:

1. [ged2] en [ged3] te veroordelen om i) het zich uitgeven als bestuur van El-Wahda, ii) het doen van uitlatingen dat eisers niet het bestuur zijn van El-Wahda en iii) hun verzet tegen uitvoering van de koopovereenkomst te staken en gestaakt te houden, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom;

2. [ged2] en [ged3] te veroordelen om medewerking eraan te verlenen dat [eis4] en [eis3] kunnen beschikken over het vermogen van El-Wahda, waaronder begrepen het vermogen op de huidige bankrekening bij Rabobank, op straffe van verbeurte van een dwangsom, en met bepaling dat bij het uitblijven van die medewerking dit vonnis in de plaats treedt van die medewerking;

3. [ged2] en [ged3] te veroordelen om alle administratie van El-Wahda alsmede de gedoneerde sieraden en zaken over te dragen aan het bestuur van El-Wahda, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

4. [ged1] te veroordelen om zijn profilering als lid van de geschillen- en adviescommissie en alle bemoeienissen met het bestuur van El-Wahda te staken en gestaakt te houden en om op deugdelijke wijze zijn excuses te maken over de uitvaardiging van twee bindende adviezen en de gevolgen van deze adviezen, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom;

5. La Gro en/of [ged5] te veroordelen om haar/zijn profilering als advocaat van El-Wahda te staken en gestaakt te houden en om bij betreffende instantie kenbaar te maken dat [ged5] niet de advocaat van El-Wahda is of is geweest, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom;

met veroordeling van gedaagden in de kosten van deze procedure en in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Daartoe stellen eisers – samengevat – het volgende. Nadat het pv was ondertekend bleek al snel dat [ged2] en [ged3] zich niet aan de afspraken hielden en zich daar ook niet aan wilden houden. Zij hebben zich in weerwil van de afspraken op het standpunt gesteld dat zij het bestuur van El-Wahda vormen en dat [eis2] , [eis3] en [eis4] hier geen deel van uitmaken. Ook overigens hebben zij niet de benodigde medewerking verleend. Daar komt nog bij dat [ged2] zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige bedreigingen en/of fysiek geweld, waarna de meerderheid van de overige in functie zijnde bestuursleden heeft besloten [ged2] te ontheffen van zijn functie als penningmeester en uit het bestuur te zetten, voor zover dat op grond van artikel 29 van de statuten niet al automatisch het gevolg was. Het bestuur wil thans zo snel mogelijk voortgaan met de uitvoering van de gedane toezeggingen aan mensen die hebben gedoneerd en die deze donaties terug willen als ook met het uitroepen van een ALV en het uitvoeren van de wensen van de leden. Hiervoor dienen de thans ingestelde vorderingen te worden toegewezen. Daarbij geldt dat [eis4] ook bestuurslid is, naast [eis2] en [eis3] ; [eis4] heeft niet bedankt en is ook niet ontslagen. Ook [eis2] en [eis3] zijn niet ontslagen. Het ontslagbesluit van 16 juni 2016 is nietig en het bindend advies is nietig of vernietigbaar. Daartoe betwisten eisers dat [ged1] lid is van de geschillen- en adviescommissie als ook dat deze commissie bevoegd is om bestuursleden te ontslaan en al helemaal op de wijze zoals is geschied. [ged2] en [ged3] hebben overigens, door de ondertekening van het pv, het bestuurslidmaatschap van [eis2] , [eis3] en [eis4] ook erkend. Nu de voorzitter en penningmeester bevoegd zijn om El-Wahda te vertegenwoordigen, zijn La Gro en [ged5] door niet vertegenwoordigingsbevoegde bestuursleden benaderd. Aan verzoeken van de wel vertegenwoordigingsbevoegde bestuursleden om te stoppen met de vertegenwoordiging van El-Wahda is geen gehoor gegeven.

3.3.

Gedaagden voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat voldoende is gebleken van een spoedeisend belang van eisers bij de door hen ingestelde vorderingen. Dat belang is gelegen in de noodzaak tot het doorbreken van de tussen partijen ontstane impasse en niet in de noodzaak om op korte termijn uitvoering te geven aan de koopovereenkomst, zoals eisers (mede) hebben betoogd. De koopovereenkomst is immers gesloten tussen partijen die niet in dit geding zijn betrokken en niet is gebleken dat El-Wahda in dat kader enige verplichting is aangegaan. Voorts is, gezien de statuten alsmede de in het pv gemaakte afspraken, eerst toestemming van de ALV van El-Wahda nodig voordat er gelden van El-Wahda naar Assalam kunnen worden overgemaakt. Die toestemming is er nog niet en overigens is ook onvoldoende gebleken dat er van de zijde van eisers al stappen zijn genomen om die toestemming te verkrijgen.

4.2.

Aan al de vorderingen van eisers ligt ten grondslag dat [eis2] , [eis3] en [eis4] bestuurders zijn van El-Wahda. Eisers hebben zich hiertoe op het standpunt gesteld dat, kort gezegd, zowel het besluit als genomen tijdens het bestuursoverleg van 16 juni 2016 (zoals vermeld onder 2.7) als het bindend advies nietig dan wel vernietigbaar is.

4.3.

[ged2] en [ged3] hebben er terecht op gewezen dat in het besluit van 16 juni 2016 van een ontslag van [eis2] als bestuurder geen sprake is. Dit volgt ook uit de tekst van het besluit, waarin wordt gesproken over een ontheffing van [eis2] van zijn functie als voorzitter en een voornemen om hem als bestuurder te ontslaan. Nu [eis2] , anders dan eisers kennelijk veronderstellen, niet is ontslagen op 16 juni 2016 behoeft de geldigheid van dit besluit geen nadere bespreking. Alvorens in te gaan op het bindend advies, wordt het volgende overwogen.

4.4.

Vaststaat dat kort na de oprichting het bestuur van El-Wahda van zes naar vijf personen is teruggebracht. Partijen twisten over de vraag of [eis4] al dan niet heeft bedankt – en of het bestuur dus ten tijde van het uitbrengen van het bindend advies uit vier of vijf personen bestond. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

4.5.

Partijen nemen gezien de door hen ingenomen standpunten tot uitgangspunt dat bedanken als bestuurslid mogelijk is via een Whats-App-bericht. Uit de stukken en de stellingen van beide partijen kan worden afgeleid dat het bestuur onder andere via een Whats-App-groep met elkaar communiceerde. Blijkens het door [ged2] en [ged3] overgelegde screenshot van een Whats-App gesprek heeft een persoon genaamd [eis4] op enig moment op of vóór 30 september 2015 het volgende bericht verzonden: “Beste broeders, ik heb besloten om per vandaag mijn deelname aan het bestuur van El Wahda te beëindigen. Ik wens jullie nog heel veel succes en dat InshAllah de El Wahda moskee nog gerealiseerd wordt. Salamoelaykom.” Daarna heeft [eis4] de Whats-app groep van het bestuur verlaten. Blijkens de notulen van de op 26 juni 2016 gehouden BALV is op die vergadering meegedeeld dat [eis4] (daar aangeduid als [eis4] ) zich geruime tijd daarvoor uit het bestuur van El-Wahda heeft teruggetrokken en sindsdien niet meer betrokken is geweest bij het bestuur. Volgens de notulen heeft [eis4] dat op die vergadering, waarbij hij aanwezig was, niet weersproken. Ten slotte is de positie van [eis4] ook in het (hierna nog te bespreken) bindend advies aan de orde gekomen, in die zin dat hierin is opgenomen dat [eis4] reeds in 2015 schriftelijk heeft bedankt.

4.6.

[eis4] heeft niet betwist dat het hiervoor geciteerde Whats-App-bericht aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Hij heeft gesteld niet te kunnen bevestigen dat dit bericht van hem afkomstig is. Hij heeft echter geen verklaring gegeven voor het kennelijk verzonden zijn van een dergelijk bericht door iemand met zijn naam in de Whats-app groep van het bestuur, die hij – naar hij niet heeft betwist – vervolgens heeft verlaten, terwijl dit bericht is verzonden in een periode waarbij er naar zijn eigen zeggen bij hem sprake was van veel ongenoegen over de gang van zaken binnen El-Wahda. Evenmin heeft hij gesteld dat hij daarna nog actief is geweest als bestuurslid van El-Wahda. Verder hebben eisers in hun pleitnota weliswaar de juistheid van de inhoud van de notulen van de BALV betwist, maar dit betreft een betwisting in algemene zin die zij hebben opgenomen bij de bespreking van een ander onderwerp. Eisers hebben niet uitdrukkelijk betwist dat het bestuurslidmaatschap van [eis4] op voormelde wijze op de BALV aan de orde is geweest, dan wel hiervoor een verklaring gegeven. Het vorenstaande leidt voorshands tot de conclusie dat eisers tegen de achtergrond van de ten processe vastgestelde feiten en de gemotiveerde betwisting van [ged2] en [ged3] onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat [eis4] niet heeft bedankt als bestuurslid. Gelet daarop is [eis4] naar voorshands oordeel sinds medio 2015 geen bestuurslid meer.

4.7.

[ged3] en [ged2] worden voorts gevolgd in hun stelling dat de ondertekening door hen van het pv niet met zich brengt dat zij hebben erkend dat het bestuur uit vijf personen bestaat. De tekst van het pv biedt daarvoor geen aanknopingspunt. De overeenkomst strekt ertoe, zo is hierin uitdrukkelijk vastgelegd, om de donaties terug te betalen aan degenen die deze terug willen en om de resterende gelden en goederen over te dragen aan Moskee Assalam. Vervolgens zijn er afspraken opgenomen over hoe dat kan worden bewerkstelligd. Toezeggingen of erkenningen door een partij ten aanzien van bestuurslidmaatschappen zijn in het pv niet opgenomen. Met de eerste zin van het pv is enkel verduidelijkt waarop wordt gedoeld als in het pv wordt gerefereerd aan het bestuur van El-Wahda. Deze zin is derhalve van redactionele aard, zoals [ged3] en [ged2] terecht hebben opgemerkt en bevat niet de door eisers veronderstelde vaststellingsovereenkomst over samenstelling van het bestuur van El Wahda of enige erkenning dienaangaande van welke partij dan ook. Het is onmiskenbaar een werkafspraak met het in het pv genoemde doel, waarbij de bestuursleden hun geschil over de vraag wie bestuurslid zijn van El Wahda hebben laten rusten zonder hun standpunten daarover prijs te geven.

4.8.

Gezien het voorgaande zal er in het hierna vermelde van worden uitgegaan dat het bestuur in ieder geval sinds oktober 2015 uit vier personen bestaat. Dit was de situatie ten tijde van het uitbrengen van het bindend advies, dat nu wordt besproken.

4.9.

Bij de beoordeling van (de status van) het bindend advies wordt vooropgesteld dat El-Wahda een kerkgenootschap is als bedoeld in artikel 2:2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Kerkgenootschappen worden geregeerd door hun eigen statuut, voor zover dat niet in strijd is met de wet. De regels van Titel 1 van Boek 2 van het BW die van toepassing zijn op rechtspersonen gelden (met uitzondering van artikel 2:5 BW) niet voor kerkgenootschappen. Deze regels kunnen wel naar analogie worden toegepast, maar dat behoort niet plaats te vinden indien deze zich niet verdragen met het statuut van het kerkgenootschap of indien de eigen aard van de kerkelijke verhouding zich daartegen verzet.

4.10.

De statuten van El-Wahda zijn derhalve leidend bij de beoordeling van het geschil over het bindend advies. In deze statuten is een duidelijke regeling opgenomen voor de taken en bevoegdheden van de geschillen- en adviescommissie, die onder meer inhouden dat deze commissie op eigen initiatief zaken kan onderzoeken en daarover bindende adviezen uitbrengen, die voor alle partijen in laatste instantie bindend zijn. Nu gesteld noch gebleken is van strijd met de wet van deze statutaire regeling, dient deze tot uitgangspunt te worden genomen bij de verdere beoordeling.

4.11.

Tot de in de statuten beschreven taken van de geschillen- en adviescommissie behoort onder meer het oplossen van geschillen tussen de leden van de organen van El-Wahda. Nu ook het bestuur een orgaan van El-Wahda is, moet aangenomen worden dat ook aan het bestuur adviezen kunnen worden gegeven en dat het bestuur – net als alle andere partijen over wie wordt geadviseerd – gehouden is om die bindende adviezen na te komen.

4.12.

Naast het voorgaande wordt in ogenschouw genomen dat het in de statuten in artikel 29 laatste gedachtestreepje bepaalde bij ontslag van een bestuurder het laatste woord geeft aan de geschillen- en adviescommissie die bindend adviseert op een beroep daartegen van een op grond van dat artikel ontslagen bestuurder.

4.13.

Genoegzaam is gebleken dat, voorafgaand aan het geven van het bindend advies, een patstelling binnen het bestuur (van vier personen) was ontstaan, met grote en naar het zich laat aanzien onoverbrugbare verschillen van mening tussen enerzijds [eis2] en [eis3] en anderzijds [ged3] en [ged2] . Voorts is genoegzaam gebleken dat deze patstelling binnen het bestuur grote onrust veroorzaakte onder de leden van El-Wahda, en dat deze patstelling een weerspiegeling was van de verschillende opvattingen die leefde onder de leden van El-Wahda over de in te zetten koers nadat bleek dat de plannen met de PWA-kazerne geen doorgang konden vinden.

4.14.

Gezien de in de statuten gegeven taakomschrijving en hetgeen daarover hiervoor in ogenschouw is genomen, lijkt de geschillen- en adviescommissie de in de statuten beoogde instantie te zijn die een oplossing moet bieden in een dergelijke situatie van een diepgaand verschil van mening binnen een vierhoofdig bestuur, met twee bestuursleden aan iedere zijde, waardoor het conflict het bestuur in feite vleugellam heeft gemaakt, terwijl binnen het kerkgenootschap grote onrust bestaat. De geschillen- en adviescommissie heeft haar taak ook aldus opgevat. Genoegzaam gebleken is dat zij de kwestie op eigen initiatief heeft onderzocht en het aangewezen heeft geacht om een bindend advies uit te brengen, een en ander overeenkomstig de in de statuten aan haar toegekende bevoegdheden.

4.15.

Eisers wijzen er terecht op dat de geschillen- en adviescommissie niet expliciet de bevoegdheid heeft om zelfstandig bestuursleden te ontslaan. Dat laat onverlet dat het binnen de reikwijdte van de bevoegdheid van deze commissie valt om bindend advies uit te brengen naar aanleiding van de impasse die was ontstaan als gevolg van het geschil binnen het bestuur en dat alle partijen – in dit geval de bestuursleden die het betreft – zich dienen te houden aan het bindend advies van de geschillen- en adviescommissie, die krachtens de statuten ook het laatste woord heeft over het ontslag van bestuursleden. Gelet hierop heeft als uitgangspunt te gelden dat de betrokken vier bestuursleden zich dienen te houden aan het bindend advies dat als gevolg heeft dat het bestuur van El Wahda dient te worden gevoerd door [ged3] en [ged2] en niet langer door [eis2] en [eis3] , noch door [eis4] die reeds eerder had bedankt voor zijn bestuurslidmaatschap.

4.16.

De stellingen van eisers die ertoe strekken te betogen dat dit anders is omdat het bindend advies nietig of vernietigbaar is, zodat de eisen van redelijkheid en billijkheid in de gegeven omstandigheden in de weg staan aan gebondenheid aan dit advies leiden in dit kort geding niet tot het door hen gewenste resultaat. De voorzieningenrechter overweegt daartoe als volgt.

4.17.

Eisers stellen onder meer dat [ged1] nooit is benoemd als lid van deze commissie en dat hij in ieder geval niet alleen bevoegd was om het bindend advies te geven. Daartoe wijzen eisers erop dat voor de oprichtingsvergadering blijkbaar geen agenda is rondgestuurd, dat de statuten toen nog niet waren vastgesteld, dat de in de oprichtingsvergadering genomen besluiten nooit zijn bekrachtigd en dat destijds enkel de term geschillencommissie is gebruikt in plaats van geschillen- en adviescommissie.

4.18.

Deze omstandigheden leggen onvoldoende gewicht in de schaal tegenover de gemotiveerde en met stukken onderbouwde standpunten van gedaagden dat [ged1] wel is benoemd als lid van deze commissie en dat tussen de leden een uitdrukkelijke taakverdeling bestond, inhoudende dat [ged1] de juridische zaken deed en de heer [Z] de religieuze zaken. Dit is te lezen in de notulen van de oprichtingsvergadering (zie r.o. 2.2.): melding wordt gemaakt van de benoeming van [ged1] tot lid van de geschillencommissie door de personen, die later ook het bestuur van El-Wahda zijn gaan vormen. Voorts wordt hierin melding gemaakt van de specifieke deskundigheid van de twee leden van de geschillencommissie en hieruit kan ook de taakverdeling tussen hen worden afgeleid, nu vermeld dat het tweede lid wordt aangezocht voor de religieuze geschillen. Verder is in de statuten vermeld dat de eerste benoeming van de leden van de geschillen- en adviescommissie door het bestuur plaatsvindt. Ten slotte kan uit een door [ged2] en [ged3] overgelegd emailbericht van 20 januari 2015 van [ged1] aan het bestuur, worden afgeleid dat [ged1] toen ook al (alleen) is opgetreden in zijn rol als vertegenwoordiger van de geschillen- en adviescommissie en dat – zoals [ged2] en [ged3] aanvoeren – eisers hem ook eerder als zodanig hebben erkend. Daarmee is voorshands voldoende aannemelijk dat [ged1] is benoemd als juridisch lid van de geschillen- en adviescommissie, die op grond van de binnen die commissie bestaande – en bij alle leden van het bestuur bekende – taakverdeling bevoegd was om over kwesties als de onderhavige te beslissen.

4.19.

Beoordeling van de andere in dit verband geponeerde stellingen van eisers die ertoe strekken te betogen dat gebondenheid aan het bindend advies vanwege de wijze van totstandkoming daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, vergt nader onderzoek, waarvoor in dit geding geen plaats is, terwijl dit niet reeds voorshands op grond van de stellingen van eisers zonder meer kan worden aangenomen.

4.20.

Het voorgaande leidt tot afwijzing van de vorderingen tegen alle gedaagden, ook die ten aanzien van [ged1] , La Gro en [ged5] . Aan bespreking van de overige geschilpunten wordt niet toegekomen.

4.21.

Gelet op het vorenstaande en zoals door gedaagden uitdrukkelijk verzocht, zullen [eis2] , [eis3] en [eis4] , als de in het ongelijk gestelde partij, hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten van dit geding als na te melden, en niet tevens El-Wahda, die naar het zich laat aanzien niet rechtsgeldig door voormelde personen is vertegenwoordigd. Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

wijst het gevorderde af;

5.2.

veroordeelt [eis2] , [eis3] en [eis4] hoofdelijk om binnen veertien dagen nadat dit vonnis is uitgesproken de kosten van dit geding aan gedaagden te betalen, tot dusverre aan de zijde van [ged1] begroot op € 1.104,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 288,-- aan griffierecht en aan de zijde van [ged3] , [ged2] , La Gro en [ged5] (tezamen) begroot op € 1.435,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 619,-- aan griffierecht;

5.3.

bepaalt dat [eis2] , [eis3] en [eis4] bij gebreke van tijdige betaling de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd zijn;

5.4.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Alwin en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2016.

ts