Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:13154

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-10-2016
Datum publicatie
04-11-2016
Zaaknummer
C/09/517587 / KG ZA 16-1048
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbesteding; vordering afgewezen; beoordelingscommissie mocht halve punten toekennen op de diverse aspecten van het subgunningscriterium kwaliteit; de uitgevoerde beoordeling van de kwalitatieve subgunningscriteria kunnen in rechte slechts marginaal worden getoetst en niet zoals eiseres betoogt vol; de toegekende waardering op de diverse subsubgunningscriteria is niet onjuist of onbegrijpelijk.

Wetsverwijzingen
Aanbestedingswet 2012
Aanbestedingswet 2012 2.130
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2016/264
Module Aanbesteding 2016/555

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/517587 / KG ZA 16-1048

Vonnis in kort geding van 27 oktober 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] & [Y] B.V.,

gevestigd te Rijssen,

eiseres,

advocaat mr. J.M. Hebly te Rotterdam,

tegen:

de stichting

STICHTING NATURALIS BIODIVERSITY CENTER,

gevestigd en kantoorhoudende te Leiden,

gedaagde,

advocaat mr. P.M. Smid te Utrecht.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [X] ’ en ‘Naturalis’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 5 september 2016;

- de brief van mr. Azdoufali, kantoorgenoot van mr. Hebly, van 5 oktober 2016, met producties 1 tot en met 8;

- de brief van mr. Smid van 10 oktober 2016, met producties 1 tot en met 6;

- de brief van mr. Smid van 11 oktober 2016, met productie 7;

- de faxbrief van mr. Azdoufali van 11 oktober 2016, met producties 9 en 10;

- de op 13 oktober 2016 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

Naturalis heeft, na een eerdere aanbestedingsprocedure ter zake vroegtijdig te hebben beëindigd, op 31 maart 2016 een Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure (procedure met voorafgaande selectie) conform het Europese deel van hoofdstuk 3 van het Aanbestedingsreglement Werken 2012 (ARW 2012) aangekondigd voor – kort gezegd – de uitbreiding, inbreiding en renovatie van haar huidige huisvesting (hierna: ‘de Opdracht’).

2.1.1.

De Opdracht dient blijkens de aankondiging in een tijdsbestek van 22 maanden te worden uitgevoerd en is opgedeeld in de volgende vier percelen:

  1. oudbouw en labgebouw, inclusief geïntegreerd energiegebouw (bouwkundig en transport);

  2. nieuwbouw museum, inclusief gaskroon (bouwkundig en transport);

  3. elektrotechnische installaties/uitvoeringswerkzaamheden voor het gehele project;

  4. werktuigbouwkundige installatie/uitvoeringswerkzaamheden voor het gehele project.

2.1.2.

Blijkens de aankondiging mag door een inschrijver op een of meerdere percelen worden ingeschreven en is het gunningscriterium voor elk perceel de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI).

2.2.

Naturalis heeft in het kader van de selectiefase van voormelde aanbestedingsprocedure onder meer [X] en de besloten vennootschap JP [Y] B.V. (hierna: ‘ [Y] ’) uitgenodigd tot het doen van een inschrijving.

2.3.

De inschrijvingsfase is door Naturalis beschreven in de inschrijvingsleidraad ‘160003 Leiden, Renovatie en nieuwbouw Naturalis’ (hierna: ‘de Inschrijvingsleidraad’).

2.3.1.

Blijkens paragraaf 5.1 van de Inschrijvingsleidraad worden de inschrijvingen beoordeeld op de subgunningscriteria prijs (inschrijfsom, 75%) en kwaliteit (Plan van Aanpak, 25%).

2.3.2.

In paragraaf 5.3 van de Inschrijvingsleidraad is de beoordelingsmethode als volgt beschreven:

2.3.3.

In paragraaf 5.4 van de Inschrijvingsleidraad is bepaald dat de inschrijfsom wordt beoordeeld ten opzichte van het laagste inschrijfbedrag, waarbij de laagste inschrijving 100% scoort, hetgeen gelijk staat aan 75 punten, en de overige inschrijvingen het maximum aantal punten krijgen minus het percentageafwijking ten opzichte van de laagste inschrijving. Daarnaast is in deze paragraaf onder de noemer coördinatie het volgende bepaald:

2.3.4.

In de paragrafen 5.5 tot en met 5.11 is de beoordeling op het subgunningscriterium kwaliteit – voor zover thans van belang – als volgt beschreven:

(…)

2.4.

[X] en [Y] hebben beide tijdig ingeschreven op de percelen 1 en 2.

2.5.

Naturalis heeft bij brief van 16 augustus 2016 aan [X] bericht dat zij voornemens

is om de percelen 1 en 2 aan [Y] te gunnen. Naturalis heeft haar beoordeling van de inschrijving van [X] per perceel en per subsubgunningscriterium als volgt toegelicht:

2.5.1.

Bij deze brief heeft Naturalis de navolgende beoordelingsmatrix gevoegd:

2.6.

Op 31 augustus 2016 heeft naar aanleiding van het gunningsvoornemen een gesprek plaatsgevonden tussen [X] en Naturalis.

2.7.

Bij e-mail van 2 september 2016 heeft Naturalis aan [X] bericht dat zij – zoals [X] heeft verzocht – geen aanleiding ziet om een herbeoordeling op de gunningscriteria te laten plaatsvinden.

2.8.

Naturalis heeft [X] bij brief van 10 oktober 2016 een verslag van het gesprek van 31 augustus 2016 toegezonden.

3 Het geschil

3.1.

[X] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Naturalis te gebieden de voorlopige gunningsbeslissing van 16 augustus 2016 in te trekken;

II. Naturalis te verbieden met [Y] te onderhandelen over haar inschrijving;

III. Naturalis te verbieden de Opdracht definitief aan [Y] te gunnen;

IV. Naturalis te gebieden de inschrijving van [X] , met inachtneming van dit vonnis, opnieuw te laten beoordelen door een nieuw te vormen deskundige en onafhankelijke beoordelingscommissie, althans een nieuwe beoordelingscommissie;

V. Naturalis te gebieden na de hiervoor bedoelde herbeoordeling een nieuwe voorlopige gunningsbeslissing te nemen;

VI. Naturalis te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Daartoe voert [X] – samengevat – het volgende aan. Naturalis heeft zich niet gehouden aan de door in paragraaf 5.3 van de Inschrijvingsleidraad beschreven beoordelingsmethode door in het kader van de beoordeling van het Plan van Aanpak aan [Y] op vijf van de zeven subsubgunningscriteria halve in plaats van hele punten toe te kennen. [X] verwijst in dit verband naar een vonnis van de voorzieningenrechter van (destijds) de rechtbank Den Bosch van 16 mei 2011 (ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ5070). De subsubgunningscriteria G2.2, G2.3 en G2.4 dienen naar de mening van [X] door de beoordelingscommissie als een geheel te worden beoordeeld, zodat een beoordelingsresultaat met een cijfer achter de komma niet mogelijk is. Denkbaar is volgens [X] dat een gemiddelde van individuele scores leidt tot een beoordelingsresultaat met een cijfer achter de komma. Dit is naar de mening van [X] echter uitsluitend mogelijk bij de beoordeling op subsubgunningscriterium G2.1. Uiterst ongeloofwaardig is volgens [X] in ieder geval dat daar waar de commissieleden individuele scores hebben toegekend, de gemiddelde score van [Y] telkens exact uitkomt op 0,5. De onjuiste toepassing van de beoordelingssystematiek behoort volgens [X] reeds te leiden tot een herbeoordeling.

3.2.1.

Daarnaast stelt [X] zich op het standpunt dat de inhoudelijke beoordeling van de beoordelingscommissie op de subsubgunningscriteria op belangrijke onderdelen onjuist en onbegrijpelijk is. Daarbij kan volgens [X] geen acht worden geslagen op het verslag van het gesprek van 31 augustus 2016 dat Naturalis in het geding heeft gebracht, nu hierin tal van niet eerder aangevoerde argumenten zijn opgenomen, die buiten beschouwing dienen te blijven. Opvallend is volgens [X] dat blijkens de overgelegde beoordelingsmatrix door Naturalis op geen enkel subsubgunningscriterium de maximale score van vijf punten is toegekend. Volgens [X] had deze score toegekend moeten worden indien aan alle in de Inschrijvingsleidraad geformuleerde vereisten wordt voldaan. Nu de rechtsbescherming in aanbestedingszaken zich in Nederland in de regel beperkt tot de kortgedingprocedure, bestaat aanleiding af te wijken van de gebruikelijke marginale toetsing van de door een beoordelingscommissie uitgevoerde materiële beoordeling van inschrijvingen. [X] verwijst in dat verband naar een conclusie van de AG Campos Sanchez van 30 juni 2016 in de zaak Connexxion/Staat bij het HvJEU C-171/15, waarin wordt betoogd dat bedoelde marginale toetsing niet voldoet aan artikel 2 van de Rechtsbeschermingsrichtlijn 89/665.

Planning (G2.1)

[X] stelt dat zij in haar Plan van Aanpak uitgebreid is ingegaan op de vier aspecten waarop blijkens paragraaf 5.7 van de Inschrijvingsleidraad op dit onderdeel moest worden ingegaan. Nu een splitsing van bouwstromen of een eerdere ingebruikname van de traforuimte in deze paragraaf niet worden genoemd, behoefde hierop volgens [X] in het Plan van Aanpak niet te worden ingegaan. De voorbereidingsfase voor perceel 1 is volgens [X] in haar planning drie maanden en de start van perceel 1 is in de integrale planning bepaald op vijf maanden, omdat perceel 1 niet op het kritieke pad ligt en daardoor kan worden afgestemd op perceel 2. Dit betekent volgens [X] uiteraard niet dat de voorbereidingsfase vijf maanden is. Nu Naturalis haar voorstel voor een ‘commissioningsfase’ als ‘voldoende’ beoordeelt, had naar de mening van [X] de algehele beoordeling op dit subsubgunningscriterium dan ook tenminste ‘voldoende’ moeten zijn. Een beoordeling met 3 punten (‘matig’) is volgens [X] dan ook onjuist.

Coördinatie/Samenwerking en communicatieplan (G2.2)

Ten aanzien van dit subsubgunningscriterium stelt [X] eveneens dat zij in haar Plan van Aanpak is ingegaan op alle aspecten die in paragraaf 5.9 van de Inschrijvingsleidraad worden genoemd. Volgens [X] zijn de ter zake door de beoordelingscommissie geuite kritiekpunten feitelijk onjuist. Daarbij wijst [X] erop dat uit haar Plan van Aanpak (schema overlegstructuur) blijkt dat de directievoerder deel uitmaakt van de stuurgroep en dat de BIM manager door haar wordt geleverd (onderdeel BIM-reviews). Waar in de BIM-reviews wordt gesproken over de BIM-manager, gaat het uiteraard om de BIM-manager die het Plan van Aanpak heeft opgesteld ( [X] ). Dit laatste wordt volgens [X] nog verduidelijkt door haar voorstel om een coördinator namens Naturalis voor het BIM-model te laten meelopen vanaf de gunning en de vermelding in het schema overlegstructuur dat de aannemer de BIM-vergaderingen voorzit en notuleert. Naar de mening van [X] had haar beoordeling op dit subsubgunningscriterium ‘uitstekend’ in plaats van ‘voldoende’ moeten zijn.

Risicoanalyse (G2.3)

[X] is van mening dat in haar Plan van Aanpak ook voor wat betreft dit subsubgunningscriterium volledig wordt ingegaan op alle in paragraaf 5.10 van de Inschrijvingsleidraad vermelde aspecten. Onjuist is volgens [X] het oordeel van de beoordelingscommissie dat de beheersmaatregelen niet binnen het inschrijfbedrag realiseerbaar zijn. Volgens [X] zijn de kosten van de beheersmaatregelen herleidbaar uit de aanbieding, waarbij het veelal managementzaken betreft, die al in de stafkosten zijn opgenomen. Daarnaast geldt volgens [X] dat het kosten zijn die voor haar risico komen. [X] is dan ook van mening dat haar beoordeling op dit subsubgunningscriterium ‘uitstekend’ had moeten zijn.

Glaskroon (G2.4)

Uit paragraaf 5.11 van de Inschrijvingsleidraad volgt volgens [X] slechts de eis dat uitgebreid wordt toegelicht op welke wijze de inschrijver ervoor zorgdraagt dat het taakstellend bedrag voor de glaskroon wordt geëffectueerd. [X] stelt dat zij aan deze eis heeft voldaan door stap voor stap aan te geven hoe de glaskroon binnen het budget kan worden gerealiseerd. De datum van oplevering is volgens [X] voor dit beoordelingsaspect niet relevant. Haar suggesties om gebruik te maken van composiet en vezelcement-gevelbeplating maken volgens [X] van haar aanbieding geen deel uit en lagen niet ter beoordeling voor. Haar beoordeling op dit subsubgunningscriterium had naar de mening van [X] dan ook tenminste ‘voldoende’ in plaats van ‘matig’ moeten zijn. [X] wijst er nog op dat het budget voor de glaskroon te laag is en dat realisatie van de glaskroon binnen het budget consequenties heeft voor de planning. [X] stelt dat zij heeft vernomen dat ook de inschrijving van [Y] het budget overstijgt en dat Naturalis van plan is met [Y] te onderhandelen over de prijs, hetgeen haar, zonder ook [X] hierbij te betrekken, niet is toegestaan.

3.2.2.

Ten slotte stelt [X] dat Naturalis in haar gunningsvoornemen in strijd met artikel 2.130, tweede lid, van de Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) niet de kenmerken en relatieve voordelen van de uitgekozen inschrijving heeft vermeld, zodat de relevante redenen voor haar beslissing niet inzichtelijk zijn gemaakt. Met de ontvangen toelichtingen heeft Naturalis naar de mening van [X] geen inzicht verschaft in de wijze waarop zij de beoordelingscriteria heeft toegepast. Als gevolg hiervan is volgens [X] de procedure strijdig met de beginselen van transparantie en gelijke behandeling en dient een herbeoordeling plaats te vinden, door een nieuwe niet van Naturalis afhankelijke beoordelingscommissie.

3.3.

Naturalis voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

Ter beoordeling staat in deze procedure in de eerste plaats of het de beoordelingscommissie op grond van de Inschrijvingsleidraad vrijstond om op de diverse aspecten van het subgunningscriterium ‘Kwaliteit’ aan de inschrijving van [Y] halve punten als score toe te kennen.

4.1.1.

De voorzieningenrechter beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt. Ter zitting is van de zijde van Naturalis toegelicht dat de leden van de beoordelingscommissie uitsluitend als collectief op de diverse aspecten een score hebben toegekend en dat aldus van de eveneens in de Inschrijvingsleidraad geboden mogelijkheid om per aspect een gemiddelde van de individueel door de commissieleden toegekende scores toe te kennen, hetgeen begrijpelijkerwijs op meerdere onderdelen tot een score met een cijfer achter de komma zou hebben geleid, geen gebruik is gemaakt. Anders dan [X] betoogt en anders dan in de door [X] aangehaalde uitspraak van de voorzieningenrechter van (destijds) de rechtbank Den Bosch is in de Inschrijvingsleidraad niet dwingend voorgeschreven dat op de diverse beoordelingsaspecten door de beoordelingscommissie als collectief uitsluitend hele punten mochten worden toegekend. In paragraaf 5.3 van de Inschrijvingsleidraad is weliswaar een verdelingsschaal van één tot en met vijf punten opgenomen, doch hierbij staat uitdrukkelijk vermeld dat deze schaal bij de toekenning van punten als uitgangspunt geldt. Aldus staat deze verdelingsschaal aan de toekenning van halve punten niet in de weg.

4.1.2.

Overigens ook wanneer de toekenning van scores met halve punten niet toelaatbaar geoordeeld zou moeten worden en de aan [Y] toegekende scores met halve punten naar beneden toe zouden moeten worden bijgesteld, kan dit – zoals Naturalis met juistheid heeft betoogd – [X] , bij ongewijzigde eigen scores niet baten, omdat in dat geval de inschrijving van [Y] wat beide percelen betreft nog steeds als winnende inschrijving uit de bus zou komen.

4.2.

[X] keert zich tevens tegen de aan haar toegekende scores op de diverse subsubgunningscriteria. De aan haar toegekende scores zijn volgens [X] het resultaat van een onjuiste en onduidelijke beoordeling door Naturalis. Om die reden dient volgens [X] een herbeoordeling plaats te vinden, die naar de voorzieningenrechter begrijpt, in haar visie tot hogere scores zal leiden en derhalve waarschijnlijk tot gunning van de beide percelen aan haar.

4.2.1.

De voorzieningenrechter stelt in dat verband voorop dat enige mate van subjectiviteit inherent is aan de beoordeling van kwalitatieve subsubgunningscriteria, zoals hier aan de orde. Weliswaar staat dat op enigszins gespannen voet met de objectieve beoordelingssystematiek van het aanbestedingsrecht en de daarop toepasselijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling, maar het behoeft als zodanig nog niet met zich te brengen dat ook daadwerkelijk sprake is van strijd met dat recht en/of die beginselen. Van belang is dat i) het voor een potentiële inschrijver volstrekt duidelijk is wat er van hem wordt verwacht, (ii) de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld en (iii) de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk wordt gemotiveerd dat het voor een afgewezen inschrijver mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen. Voor het overige komt aan de voorzieningenrechter slechts een marginale toetsingsvrijheid toe wanneer het aankomt op de beoordeling van een kwalitatief criterium. Aan de aangewezen – deskundige – beoordelingscommissie moet dienaangaande de nodige vrijheid worden gegund, te meer nu van de rechter niet kan worden verlangd dat hij specifieke deskundigheid bezit op het gebied van het onderwerp van de opdracht. Slechts wanneer sprake is van procedurele dan wel inhoudelijke onjuistheden en/of onduidelijkheden, die zouden kunnen meebrengen dat de gunningsbeslissing niet deugt, is plaats voor ingrijpen door de rechter. De door [X] voorgestane ‘volle toetsing’ van het gunningsvoornemen ontbeert in het licht van het voorgaande een wettelijke en/of jurisprudentiële basis en kan dan ook in deze procedure niet worden aangelegd. Een dergelijke ‘volle toetsing’ leidt er immers toe dat vertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie van in dit geval [Y] openbaar moet worden gemaakt, hetgeen de rechtmatige commerciële belangen van deze ondernemer kan schaden en/of afbreuk kan doen aan de eerlijke mededinging.

4.2.2.

Voor zover [X] haar betoog stoelt op het argument dat de beoordelingscommissie niet inzichtelijk heeft gemaakt wat de kenmerken en voordelen van de inschrijving van [Y] zijn ten opzichte van haar inschrijving en dat om die reden door Naturalis in strijd is gehandeld met artikel 2.130, tweede lid, Aw 2012, geldt dat Naturalis met het overleggen van de in rov. 2.5.1 bedoelde beoordelingsmatrix, waaruit immers blijkt van a) de eindscores en de scores op de (sub)subgunningscriteria van zowel [X] als [Y] en b) de redenen waarom aan [X] op de diverse subsubgunningscriteria niet de maximale score is toegekend, in voldoende mate mededeling heeft gedaan van de relevante redenen van haar voorlopige gunningsbeslissing als bedoeld in voormeld artikel.

4.2.3.

[X] lijkt tevens te betogen dat wanneer zij op een subsubgunningscriterium aan alle door Naturalis in de Inschrijvingsleidraad geformuleerde vereisten voldoet, aan haar de maximale score op dat criterium had moeten worden toegekend. Ook in dit betoog kan [X] niet worden gevolgd. Van een inschrijver wordt immers verwacht dat hij in eigen bewoordingen aangeeft op welke wijze hij de verlangde kwaliteit gaat leveren. Daarmee wordt hij in de gelegenheid gesteld zich te onderscheiden van de andere inschrijvers en aldus zijn meerwaarde aan te tonen. Mede gelet hierop mag van de aanbestedende dienst dan ook niet worden verwacht dat deze aangeeft wat nodig is om een maximale score op een criterium te behalen. Alsdan zou iedere innovatie, creativiteit of ieder zelfstandig denkproces bij de inschrijvers worden geëcarteerd. Aan een gunningssystematiek - zoals hier aan de orde - is derhalve inherent dat een inschrijvende partij de ruimte wordt geboden om op eigen wijze aan te geven hoe hij de gewenste kwaliteit invult. Daardoor wordt hij optimaal gestimuleerd om inventief in te schrijven en kenbaar te maken begrip en inzicht te hebben voor c.q. in die aspecten van de opdracht die volgens hem relevant zijn voor de aanbestedende dienst.

4.3.

Met inachtneming van het voorgaande dient vervolgens te worden beoordeeld of – zoals [X] betoogt – de door de beoordelingscommissie op de diverse subsubgunningscriteria aan de inschrijving van [X] toegekende waardering onjuist en/of onbegrijpelijk is.

Perceel 1

Planning (G2.1)

4.3.1.

De inschrijver dient op grond van de Inschrijvingsleidraad aan de hand van de SMART-methodiek aan te geven hoe hij kan bijdragen aan het bewaken en handhaven van de planning. Meer in het bijzonder dient hij aan te geven hoe hij omgaat met vertragingen, dat wil zeggen dat hij aan de hand van voorbeeldscenario’s aangeeft hoe in geval van vertraging de vastgestelde bouwtijd van 22 maanden niettemin wordt gehaald.

4.3.2.

De beoordelingscommissie heeft het Plan van Aanpak van [X] op dit subsubgunningscriterium als ‘matig’ beoordeeld en hieraan drie punten toegekend. Deze puntentoekenning en de daaraan ten grondslag gelegde motivering kunnen naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet als onjuist of onduidelijk worden beschouwd. Met Naturalis constateert de voorzieningenrechter dat [X] in de tekst van haar Plan van Aanpak een voorbereidingstijd van drie maanden hanteert, terwijl uit de bijgevoegde planning blijkt van een voorbereidingstijd van vijf maanden. In zoverre is in ieder geval sprake van een onduidelijke inschrijving. [X] heeft betoogd dat deze voorbereidingstijd voor beide percelen (1 en 2) geldt, maar brengt daarmee een koppeling aan tussen de beide percelen, waarvoor de aanbestedingsstukken geen grondslag bieden. Beide percelen konden immers in beginsel afzonderlijk gegund worden, zodat formeel geen beletsel bestaat om perceel 1 onafhankelijk van perceel 2 uit te voeren. Uitgaande van een voorbereidingsperiode van vijf maanden voor de beide percelen, wordt de door Naturalis vooraf bekendgemaakte startdatum van de bouw van 1 november 2016 niet gehaald, terwijl [X] daarnaast niet gedetailleerd, aan de hand van voorbeeldscenario’s, beschrijft hoe zij van plan is om eventuele tegenvallers gedurende de na aftrek van de voorbereidingstijd resterende bouwtijd van slechts zeventien maanden op te vangen. Meer in het bijzonder heeft [X] onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat vertragingen ter zake van de nieuwbouw van perceel 1 de duur van de werkzaamheden aan de oudbouw van dit perceel en vice versa niet behoeven te beïnvloeden. Naturalis heeft bij die stand van zaken terecht de nodige vraagtekens geplaatst bij het realiteitsgehalte van de in het Plan van Aanpak door [X] gehanteerde planning wat betreft perceel 1. Daarnaast heeft de beoordelingscommissie op goede gronden geoordeeld dat het Plan van Aanpak wat betreft planning tekortschiet doordat [X] noch in het Plan van Aanpak noch in de bijgevoegde planning een eerdere ingebruikneming van de traforuimte tot uitdrukking heeft gebracht. Voor zover [X] betoogt dat zulks op grond van de aanbestedingsstukken niet van haar werd verlangd, heeft Naturalis er terecht op gewezen dat in de Inschrijvingsleidraad (pagina 4) in ieder geval uitdrukkelijk staat beschreven dat de technische installaties op en in de museumdepottoren, waaronder de energievoorziening, tijdens de bouwwerkzaamheden ‘gehandhaafd en geborgd’ dienen te worden en in de tweede nota van inlichtingen bij de beantwoording van vraag 167 uitdrukkelijk door Naturalis kenbaar is gemaakt dat bedoelde energievoorziening dient te worden ‘voorgetrokken’.

Samenwerking en communicatieplan (G2.2)

4.3.3.

De Inschrijvingsleidraad schrijft voor dat de inschrijver in zijn Plan van Aanpak aangeeft a) op welke momenten de coördinerende partij naar derden communiceert, b) welke overleggen hij zal plannen buiten de traditionele werkbesprekingen om, c) wanneer en met welke frequentie deze overleggen zullen plaatsvinden, d) wie deze overleggen zal vastleggen en e) hoe de terugkoppeling zal plaatsvinden.

4.3.4.

De beoordelingscommissie heeft het Plan van Aanpak van [X] op dit punt als ‘voldoende’ beoordeeld en acht punten toegekend (vier punten met een wegingsfactor twee). Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan niet worden vastgesteld dat de beoordelingscommissie niet tot dit oordeel heeft kunnen komen. Zoals Naturalis terecht heeft geconstateerd, heeft [X] in de tekst van haar Plan van Aanpak, hoewel zij de andere leden wel uitdrukkelijk benoemt, niet expliciet tot uitdrukking gebracht dat een directievoerder van de stuurgroep deel uitmaakt. De enkele vermelding van de directievoerder in haar schematisch overzicht zonder beschrijving van diens rol, rechtvaardigt de conclusie van de beoordelingscommissie dat de nodige vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de deugdelijkheid van de door [X] voorgestane aanpak van de samenwerking en communicatie. Dit klemt te meer nu de beoordelingscommissie eveneens met juistheid heeft geconstateerd dat in het Plan van Aanpak onvoldoende duidelijk is gemaakt wie de BIM-manager zal leveren. Anders dan [X] betoogt, geven de haar geciteerde passages uit de BIM-reviews ter zake onvoldoende duidelijkheid.

Risicoanalyse (G2.3)

4.3.5.

De Inschrijvingsrichtlijn verplicht de inschrijver de risico’s te identificeren en te analyseren die betrekking hebben op de uitvoering. Daarnaast dient de inschrijver aan te geven op welke wijze deze, door de inschrijver in categorieën onder te verdelen, risico’s zullen worden beheerst. Voorts dient aan de risico’s een inschatting te worden toegekend in kans- en gevolgkansen voor de beheersaspecten tijd, geld en omgeving en dienen de restrisico’s te worden omschreven. De risico-inventarisatie dient ten slotte zodanig te zijn opgezet dat deze ook daadwerkelijk als beheersmaatregel is in te zetten binnen het aangeboden inschrijfbedrag.

4.3.6.

De beoordelingscommissie heeft het Plan van Aanpak van [X] op dit punt als ‘voldoende’ beoordeeld en acht punten toegekend (vier punten met een wegingsfactor twee). Daarbij heeft de beoordelingscommissie geoordeeld dat de door [X] genoemde beheersmaatregelen niet binnen het inschrijfbedrag realiseerbaar zijn. [X] heeft op beurt betoogd dat alle beheersmaatregelen zijn opgenomen in haar begroting en aldus aan haar op dit subsubgunningscriterium de maximale score had moeten worden toegekend. Daartoe stelt [X] dat alle beheersmaatregelen deel in ieder geval deel uitmaken van de aanbieding en dus door haar uitgevoerd moeten worden voor de door haar aangeboden prijs.

4.3.7.

[X] kan in voormeld betoog niet worden gevolgd. Daartoe is van belang dat de Inschrijvingsrichtlijn voorschrijft dat de risico-inventarisatie daadwerkelijk als beheersmaatregel inzetbaar moet zijn binnen het aangeboden inschrijfbedrag. Met Naturalis is de voorzieningenrechter van oordeel dat teneinde het voorgaande te kunnen vaststellen, de inschrijver de kosten van alle door hem voorgestelde beheersmaatregelen in zijn begroting inzichtelijk dient te maken. [X] heeft als zodanig niet weersproken dat zij niet alle door haar voorgestelde beheersmaatregelen afzonderlijk in haar (overigens niet overgelegde) begroting heeft vermeld. Daarmee is door haar onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat alle voorgestelde beheersmaatregelen daadwerkelijk door het aangeboden inschrijfbedrag worden gedekt. Deze door [X] in het leven geroepen onduidelijkheid en het mogelijke bestaan van het daarmee verband houdende risico van nadien opkomende kosten, rechtvaardigen naar het oordeel van de voorzieningenrechter de op dit subsubgunningscriterium aan [X] toegekende score.

Perceel 2

Planning (G2.1)

4.3.8.

De beoordelingscommissie heeft het Plan van Aanpak van [X] wat betreft de planning ten aanzien van perceel 2 beoordeeld als matig en ter zake drie punten toegekend. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de beoordelingscommissie op goede gronden tot deze conclusie gekomen. Daartoe is redengevend dat [X] in haar Plan van Aanpak beschrijft dat zij 22 maanden nodig heeft om de nieuwbouw te realiseren. Daarbij heeft [X] uitdrukkelijk vermeld dat deze bouwtijd exclusief de voorbereiding en de optimalisatie van de glaskroon is. Daarbij speelt tevens dat [X] blijkens hetgeen hiervoor in rov. 4.3.2 is overwogen zich niet in heldere bewoordingen heeft uitgelaten over de duur van de door haar beoogde voorbereidingsfase. Uitgaande van de door [X] overgelegde planning (met een voorbereidingstermijn van vijf maanden), staat aldus in ieder geval op voorhand vast dat de door Naturalis gewenste opleveringsdatum niet zal worden gehaald.

Samenwerking en communicatieplan (G2.2) en Risicoanalyse (G2.3)

4.3.9.

De motivering van de toekenning door beoordelingscommissie van de score vier (voldoende) op deze subsubgunningscriteria is voor wat betreft perceel 2 gelijkluidend aan de motivering bij perceel 1, zodat ter zake kan worden volstaan met een verwijzing naar hetgeen dienaangaande in rov. 4.3.3 tot en met 4.3.7 is overwogen. Slotsom is dat de motivering van de beoordelingscommissie ter zake evenmin als onjuist en/of onbegrijpelijk kan worden beschouwd.

Glaskroon (G2.4)

4.3.10.

De Inschrijvingsleidraad verlangt van de inschrijver dat hij uitgebreid toelicht op welke wijze hij ervoor zorgdraagt dat het taakstellend bedrag voor de glaskroon wordt geëffectueerd. De beoordeling vindt plaats op – kort gezegd – de aspecten ‘technisch/constructief’, ‘uitvoering en planning’ (integrale uitvoeringsmethodiek in combinatie met inpassing in overallplanning) en ‘risico’s’. Voorstellen die esthetisch afwijken van het bestek leveren blijkens de Inschrijvingsleidraad een minder hoge score op.

4.3.11.

De beoordelingscommissie heeft het Plan van Aanpak van [X] op dit punt beoordeeld als matig en zes punten toegekend (drie punten met een wegingsfactor twee). Niet kan worden vastgesteld dat de beoordelingscommissie niet tot deze beoordeling heeft kunnen komen. Zoals hiervoor reeds is overwogen, volgt uit het Plan van Aanpak van [X] dat zij niet in staat is om de glaskroon binnen de vastgestelde bouwtijd te realiseren. Anders dan [X] lijkt te betogen, is dit blijkens de hiervoor geciteerde zinsnede ‘inpassing in overallplanning’ wel degelijk geformuleerd als een vereiste. In de tweede plaats volgt uit het Plan van Aanpak dat [X] niet in staat is om de glaskroon, zoals die in het bestek is beschreven, binnen het taakstellend budget te realiseren. [X] beschrijft immers een uitgebreide optimaliseringsperiode, waarbij zij diverse voorstellen heeft gedaan die afwijken van het bestek. Anders dan [X] betoogt, valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet in te zien dat deze voorstellen geen deel uitmaken van de inschrijving van [X] . De overschrijding van de vastgestelde bouwtijd, de overschrijding van het taakstellend budget en de in het kader van de optimaliseringsperiode voorgestelde afwijkingen van het bestek, rechtvaardigen als zodanig reeds in voldoende mate de op dit subsubgunningscriterium door Naturalis toegekende score.

4.4.

Uit al het voorgaande volgt dat de vordering van [X] dient te worden afgewezen. [X] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Voor de door Naturalis gevorderde veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

wijst het gevorderde af;

5.2.

veroordeelt [X] in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van Naturalis begroot op € 1.435,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 619,-- aan griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H.I.J. Hage en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2016.

mw