Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:12778

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25-10-2016
Datum publicatie
25-10-2016
Zaaknummer
16/14197, 16/14198
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

- Afghanistan

- relaas geloofwaardig

- vrees voor eerwraak niet aannemelijk

- motiveringsgebrek

- beroep gegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummers: AWB 16/14197 en 16/14198

V-nummers: [nummers]

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 25 oktober 2016 in de zaken tussen

[eiser], eiser, [eiseres], eiseres,

hierna gezamenlijk te noemen: eisers,

gemachtigde mr. R.E. Temmen,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde mr. D. Berben.

Procesverloop

Eisers hebben beroep ingesteld tegen de twee afzonderlijke besluiten van verweerder van 3 juni 2016 (de bestreden besluiten) waarbij de asielaanvragen van eisers zijn afgewezen.

De behandeling van de beroepen heeft plaatsgevonden op 16 september 2016. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens waren ter zitting aanwezig T. Wasseghi, tolk in de taal Dari, en U.E. de Callafon van Nidos. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser, geboren op [geboortedatum], en eiseres, geboren op [geboortedatum], bezitten de Afghaanse nationaliteit. Op 14 juni 2015 hebben zij aanvragen ingediend tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

2. Aan deze aanvragen ligt het volgende ten grondslag. Eiser is Hazara en afkomstig uit de provincie Ghazni, district Jaghouri. Toen hij vijf jaar oud was, is zijn vader overleden. Zijn moeder is toen getrouwd met zijn oom, de broer van zijn vader. Deze oom behandelde eiser en zijn moeder slecht. Vanwege de slechte thuissituatie is eiser op 13- of 14-jarige leeftijd naar Iran vertrokken. In juni 2014 heeft hij eiseres leren kennen via zijn vriend [naam vriend]. Eiseres, een Afghaanse Tadzjiek geboren in Iran, is familie van [naam vriend]. In de periode daarna ontmoetten eisers elkaar een aantal keer stiekem en hadden zij dagelijks telefonisch contact. In maart 2015 heeft eiser een huwelijksaanzoek gedaan bij de vader van eiseres. De vader van eiseres werd kwaad en heeft hem zijn huis uit gestuurd, omdat eiser Hazara is. Ook heeft hij eiseres en haar moeder daarna geslagen en uitgescholden. Eiseres mocht het huis niet meer uit en niet meer naar school. Ongeveer tien dagen na het huwelijksaanzoek kwam een oom van eiseres met zijn zoon [naam] op bezoek. Haar vader wilde haar aan [naam] uithuwelijken. Toen eiseres bezwaar maakte, werd zij weer uitgescholden, dus besloot ze te doen alsof ze akkoord ging. Zodra zij de kans zag, heeft zij eiser gebeld en hebben zij afgesproken om dezelfde dag nog te vluchten. Eisers zijn samen naar Teheran gereisd, naar het huis van een vriend van eiser. Die avond heeft een mullah eisers getrouwd. De volgende dag heeft eiser een reisagent geregeld en de dag daarop hebben eisers Iran verlaten. Bij terugkeer naar Afghanistan vrezen eisers voor eerwraak, zij vrezen gedood te worden door de oom van eiseres. Ook vrezen zij voor de neven van eiser. Eiser bezit een stukje grond in Afghanistan, maar omdat hij weg is hebben zijn neven dat in bezit genomen. Als hij terugkeert naar Afghanistan zullen zij bang zijn dat hij de grond weer terug wil hebben. De neven zijn ook op de hoogte van het huwelijk van eisers en eisers vrezen dat de neven de oom van eiseres op de hoogte zullen stellen van hun terugkeer.

3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de aanvragen van eisers afgewezen. Verweerder acht het asielrelaas van eisers geloofwaardig. Eisers komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), omdat de problemen van eisers in de privésfeer liggen en niet verdragsgerelateerd zijn. Ook komen eisers niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw, omdat verweerder de vrees voor eerwraak niet aannemelijk acht. Daartoe heeft verweerder als volgt overwogen. Noch de oom van eiseres, noch zijn zoon heeft doodsbedreigingen naar eiseres geuit. Dat zij naar haar op zoek zijn, zijn slechts niet onderbouwde vermoedens. Voorts acht verweerder van belang dat de vader van eiseres in eerste instantie voor een vreedzame oplossing koos, door haar uit te huwelijken aan haar neef. Dat zij nu is weggelopen met eiser, maakt nog niet dat haar vader nu wel voor eerwraak zal kiezen. Verder is gesteld noch gebleken dat eisers na hun huwelijk nog met de vader van eiseres hebben gesproken om te kijken of hij nu anders zou reageren omdat er sprake was van een voldongen feit. Bovendien hebben eisers niet geprobeerd om door middel van bemiddeling een vreedzame oplossing te vinden. Tot slot acht verweerder het niet aannemelijk dat eisers problemen zullen ondervinden van de familie van eiser. De oom van eiser, die aan de telefoon kwaad werd toen hij hoorde van het huwelijk, is inmiddels overleden en niet is gebleken dat eisers te vrezen hebben van overige familieleden.

4. Eisers hebben in beroep gemotiveerd betwist dat hun vrees voor eerwraak niet aannemelijk is. Vanwege deze vrees kunnen zij zich niet in het gebied in Afghanistan vestigen waar de familie van eiseres woont, noch in het herkomstgebied van eiser. Als zij zich in een ander gebied in Afghanistan moeten vestigen, lopen zij vanwege hun gemengde huwelijk risico van de zijde van de Taliban. Bovendien hebben zij geen sociaal netwerk in Afghanistan, wat hervestiging bemoeilijkt. Tot slot hebben eisers betoogd dat uit algemene bronnen blijkt dat vervolging van de Hazara bevolking weer toeneemt.

De rechtbank oordeelt als volgt.

5. Niet in geschil is dat eisers niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. In geschil is of eisers een reëel risico lopen op een behandeling in strijd met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) wegens eerwraak en daarom in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw.

6. De rechtbank stelt voorop dat verweerder het gehele asielrelaas van eisers geloofwaardig heeft geacht. Van belang zijn naar het oordeel van de rechtbank met name de volgende verklaringen. De vader van eiseres, een zeer conservatieve en strenge man, werd erg kwaad toen hij erachter kwam dat zijn dochter met een Hazara wilde trouwen. Hij werkte eiser zijn huis uit en heeft eiseres geslagen, opgesloten en uitgehuwelijkt aan een neef. Vervolgens zijn eisers samen gevlucht en zijn zij zonder toestemming van hun families met elkaar getrouwd.

7. In het algemeen ambtsbericht Afghanistan van de minister van Buitenlandse Zaken van september 2014 (hierna: het ambtsbericht) staat op p. 53 het volgende vermeld over eerwraak:

In grote delen van Afghanistan komt onder verscheidene etnische groepen eerwraak en bloedwraak voor. Dit kan in sommige gevallen leiden tot buitengerechtelijke executies en moorden. Eerwraak en bloedwraak zijn uiterst complexe en eeuwenoude facetten van de Afghaanse cultuur die met name sterk leven binnen de Pashtun-gemeenschap. Bloedwraak heeft betrekking op de vergelding van de dood van een familielid en eerwraak op de verdediging van de eer van de familie (bijvoorbeeld jongeren die tegen de zin van hun ouders een eigen partner kiezen of seksueel contact hebben (of daarvan verdacht worden) voordat zij getrouwd zijn). Het gaat bij beide soorten wraak met name om conflicten tussen families, stammen en gewapende groepen die vaak het gevolg zijn van schending van de eer van vrouwen, eigendomsrechten en land- en waterzaken. Niet zelden leidt eerwraak tot executie van kinderen door hun eigen familieleden.

8. De rechtbank stelt vast dat het relaas van eisers past in het beeld dat naar voren komt uit het ambtsbericht. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat uit de hiervoor genoemde passage niet volgt dat in iedere situatie waarin jongeren tegen de zin van hun ouders een eigen partner kiezen, tot eerwraak wordt overgegaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich echter onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij wel voor eerwraak te vrezen hebben. Gelet op de geloofwaardig geachte verklaringen over de woede van de vader van eiseres, heeft verweerder ten onrechte aan eisers tegengeworpen dat zij niet geprobeerd hebben tot een vreedzame oplossing te komen of te bezien hoe de vader zou reageren als ze hem voor het voldongen feit van hun reeds gesloten huwelijk zouden stellen. Door hun huwelijkssluiting hebben eisers de door verweerder als ‘vreedzaam’ gekwalificeerde oplossing van de vader van eiseres, namelijk de uithuwelijking aan de neef van eiseres, gesaboteerd. Dat eerwraak ‘met name’ binnen de Pashtun-gemeenschap voorkomt, maakt niet dat het binnen andere bevolkingsgroepen niet voorkomt en kan daarom niet tot een ander oordeel leiden. Daarbij acht de rechtbank van belang dat eisers van een verschillende etniciteit zijn en ook een verschillende religieuze achtergrond hebben.

9. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de beroepen gegrond verklaren wegens strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht en de bestreden besluiten vernietigen. De overige beroepsgronden laat de rechtbank buiten bespreking, omdat verweerder eerst opnieuw dient te beoordelen of eisers vrees voor eerwraak aannemelijk is voordat beoordeeld kan worden of eisers zich in een bepaald gebied in Afghanistan kunnen vestigen. Om dezelfde reden ziet de rechtbank geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien.

10. De rechtbank ziet in dit geval aanleiding verweerder te veroordelen in de door eisers gemaakte kosten. Deze kosten zijn op voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 992 (1 punt voor het indienen van een beroepsschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 496 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de bestreden besluiten;

- bepaalt dat verweerder nieuwe besluiten neemt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 992 (negenhonderdtweeënnegentig euro), te betalen aan eisers.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2016.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Afschrift verzonden aan partijen op: