Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:12463

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-10-2016
Datum publicatie
18-10-2016
Zaaknummer
09/807524-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Celstraf, gebiedsverbod en behandeling voor Westlandse bandenprikker

De 20-jarige man die tussen september 2015 en mei 2016 in de gemeente Westland een groot aantal auto’s onbruikbaar heeft gemaakt door met een mes in de banden te prikken, krijgt van de rechtbank Den Haag een celstraf van 16 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk. De rechtbank vindt hem eveneens schuldig aan het proberen een vriend uit te lokken om ook banden lek te steken, zodat de verdenking tegen hem minder sterk werd. De bandenprikker mag 3 jaar lang niet in de gemeente Westland komen. Verder moet hij zich laten behandelen en onder toezicht stellen van de reclassering en moet hij in totaal duizenden euro’s schadevergoeding betalen aan slachtoffers.

Auto’s vernield en beschadigd

De banden van een groot aantal in de gemeente Westland geparkeerde auto’s zijn lek geprikt/gestoken. Hiervan hebben de eigenaren in bijna alle gevallen aangifte gedaan. In een aantal gevallen werd op de auto een tekst aangetroffen van de persoon die de banden had lek geprikt, die zichzelf “Slash” noemde. Onder de bewoners van het Westland is hierdoor grote onrust ontstaan en schade aan de auto’s.

Schuldig aan banden prikken van meer dan 200 auto’s

De rechtbank oordeelt dat de man schuldig was aan het onbruikbaar maken van 206 auto’s door de banden lek te prikken. Naast het aanwezig zijn van belastend forensisch onderzoek, ging het steeds om incidenten die in dezelfde nacht en binnen eenzelfde, zeer beperkt geografisch gebied plaatsvonden. Bovendien is de dader steeds’ op dezelfde wijze te werk gegaan: telkens ging het om autobanden die op een bepaalde manier zijn beschadigd, namelijk door deze met een scherp voorwerp lek te prikken/steken.

Vrijspraak voor een deel van de vernielde auto’s

De rechtbank is van oordeel dat er ten aanzien van een deel van de auto’s (51 auto’s) onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen dat de 20-jarige man de persoon is geweest die in een aantal betreffende nachten autobanden heeft lek gestoken. In tegenstelling tot de overige gevallen is voor deze incidenten geen belastend forensisch onderzoek in het dossier, zijn hier geen teksten op auto’s achtergelaten en acht de rechtbank de werkwijze onvoldoende dader-specifiek om de aangiftes te ondersteunen. Nu de desbetreffende aangiftes derhalve onvoldoende ondersteuning vinden in overige bewijsmiddelen, zal de rechtbank de verdachte van de vernieling van deze auto’s vrijspreken. De eigenaren van deze auto’s krijgen dan ook geen schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/807524-16

Datum uitspraak: 18 oktober 2016

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

verblijfsadres: [verblijfadres ] ,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting “Haaglanden”, te Zoetermeer.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 4 oktober 2016.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C. van den Heuvel en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. M.J. Crombach, advocaat te Breda, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2015 tot en met 5 mei 2016 te Naaldwijk en/of 's-Gravenzande en/of Wateringen en/of Monster, gelegen in gemeente Westland, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk een (zeer) groot aantal (ongeveer 257) (geparkeerd staande) auto's, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de eigenaren van genoemde (257) auto's (te weten de personen die in het strafdossier zijn opgenomen onder de clusters 1 t/m 15 (te weten clusternummers 1.1 t/m 1.7 en/of 2.1 t/m 2.11 en/of 3.1 t/m 3.4 en/of 4.1 t/m 4.21 en/of 5.1 t/m 5.16 en/of 6.1 t/m 6.7 en/of 7.1 t/m 7.7 en/of 8.1 t/m 8.26 en/of 9.1 en/of 10.1 t/m 10.3 en/of 11.1 t/m 11.11 en/of 12.1 t/m 12.33 en/of 13.1 t/m 13.27 en/of 14.1 t/m 14.34 en/of 15.1 t/m 15.49) waaronder [slachtoffer 1.1] (1.1) en/of [slachtoffer 3.1] (3.1) en/of [slachtoffer 5.1] (5.1) en/of [slachtoffer 7.1] (7.1) en/of [slachtoffer 9.1] (9.1) en/of [slachtoffer 11.1] (11.1) en/of [slachtoffer 13.1] (13.1) en/of [slachtoffer 15.1] (15.1)), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, een of meerdere (auto)band(en) van genoemde auto's lek te prikken/steken;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 mei 2016 tot en met 25 juni 2016 te Deventer e/of 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, (telkens) heeft gepoogd om [slachtoffer ] door in artikel 47, eerste lid onder 2e, van het Wetboek van Strafrecht vermelde middelen, te weten door een belofte en/of bedreiging en/of het verschaffen van inlichtingen, te bewegen tot het navolgende misdrijf, te weten het vernielen en/of beschadigen en/of onbruikbaar maken van een aantal (te weten circa 20) auto's door opzettelijk en wederrechtelijk een of meerdere (auto)banden van genoemde auto's lek te prikken/steken, bestaande die belofte en/of bedreiging en/of het verschaffen van inlichtingen

en/of middelen en/of gelegenheid uit:

- de belofte aan die [slachtoffer ] dat hij een geldbedrag (te weten 1000 euro) zou ontvangen indien hij genoemd misdrijf zou uitvoeren en/of

- de mededeling aan die [slachtoffer ] dat indien die [slachtoffer ] genoemd misdrijf niet zou uitvoeren verdachte de politie (valselijk) zou vertellen over eerder door [slachtoffer ] gepleegde strafbare feiten (waarvoor die [slachtoffer ] al eerder als verdachte was aangemerkt) en/of

- het (mondeling en/of schriftelijk) verstrekken van instructies voor het uitvoeren van genoemd misdrijf (zoals de tijdspanne waarbinnen genoemd strafbaar feit gepleegd zou moeten worden (te weten binnen 11 dagen na 25 juni 2016) en/of het tijdstip van plegen en/of de pleeglocatie (te weten de Paardebloem te Naaldwijk) en/of kledingvoorschriften (zoals het dragen van zwarte kleding en/of een masker) en/of het aantal banden (te weten tenminste 20) en/of de aan te brengen tekst (zoals een tekstvoorbeeld, te weten 'Ben ik al veroordeeld hahaha SLASH')),

zijnde de uitvoering van dat misdrijf niet voltooid.

3 Bewijsoverwegingen

Feit 1

3.1

Inleiding

In de periode van 1 september 2015 tot en met 5 mei 2016 zijn de banden van een groot aantal in de gemeente Westland geparkeerde auto’s lek geprikt/gestoken. Hiervan hebben de eigenaren in bijna alle gevallen aangifte gedaan. In een aantal gevallen werd op de auto een tekst aangetroffen van – gelet op de inhoud – de persoon die de banden had lek geprikt, die zichzelf “Slash” noemde. Onder de bewoners van het Westland is hierdoor grote onrust ontstaan en schade aan de auto’s.

De verdachte wordt verweten dat hij de persoon is die verantwoordelijk is voor het lek prikken/steken van al deze autobanden. Hij wordt verdacht van de vernieling, beschadiging, danwel onbruikbaarmaking van in totaal 257 auto’s.

De verdachte heeft ontkend hiervoor verantwoordelijk te zijn, en heeft zich ten aanzien van nadere vragen over zijn eventuele betrokkenheid bij genoemde incidenten op zijn zwijgrecht beroepen.

De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden in deze zaak is of verdachte degene is geweest, die de autobanden van de auto’s zoals aangegeven in de tenlastelegging heeft lek geprikt/gestoken.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. Zij heeft haar standpunt met name gebaseerd op de aangiftes, de modus operandi van de dader, het vergelijkend werktuigsporenonderzoek en handschriftonderzoek. Ten aanzien van de clusters 4.17 tot en met 4.21 en 5.16 heeft de officier van justitie partiële vrijspraak gevorderd.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat er slechts wettig en overtuigend bewijs voorhanden is ten aanzien van de autobanden, waarover uit forensisch onderzoek naar voren is gekomen dat het waarschijnlijk is dat deze zijn lek geprikt/gestoken met het mes dat is aangetroffen in de jaszak van de verdachte. Ten aanzien van alle overige gevallen kan de betrokkenheid van de verdachte niet op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen worden vastgesteld, aldus de verdediging.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging1

3.4.1

Inleiding

Het onderzoeksteam van de politie dat de incidenten heeft onderzocht, heeft het onderzoek onderverdeeld in 15 clusters (zaaksdossiers). De clusters betreffen de diverse steekincidenten, waarbij de banden van één of meerdere auto’s lek werden gestoken. De incidenten zijn geclusterd op basis van de tijdstippen waarop, en het geografisch gebied waarbinnen zij hebben plaatsgevonden.

Gelet op het grote aantal aangiftes in het dossier (waarvan de inhoud door de verdediging noch de officier van justitie is betwist) zal de rechtbank voor de leesbaarheid volstaan met een algemene verwijzing naar de vindplaats van deze aangiftes.2 Bij de beoordeling van het bewijs zal de rechtbank voor de relevante aangiftes volstaan met deze verwijzing.

3.4.2

Het onderzoek

Verklaring [betrokkene]

Op 24 april 2016 sprak de politie met [betrokkene] . Hij verklaarde dat de moeder van de verdachte hem had verteld dat zij haar zoon ervan verdacht de bandenprikker te zijn.3

Observatie

Vanaf maandag 2 mei 2016 werd er een camera geplaatst ter observatie van de voor- en achterzijde van de woning van de verdachte aan de [adres 1] te ’s-Gravenzande. Tijdens de observatie werd gezien dat een jongen de woning op 4 mei 2016 omstreeks 23:36 uur verliet en op 5 mei 2016 omstreeks 02:24 uur de woning weer binnen ging. Deze persoon was in het donker gekleed en droeg waarschijnlijk een zwarte trui met capuchon, aldus de politie. De moeder van de verdachte heeft verklaard dat de jongste van haar twee zoons, verdachtes broertje, die avond in Deventer was. Het is daarom volgens de politie aannemelijk dat de jongen op de beelden de verdachte is.

In die nacht van 4 op 5 mei 2016 zijn er in Monster autobanden lek gestoken (cluster 15). Bij het onderzoek met betrekking tot dit incident werden camerabeelden veiliggesteld, afkomstig van het adres [adres 2] te Monster. Op deze beelden is te zien dat er op 5 mei 2016 omstreeks 01:23 uur een donker geklede persoon, die volgens de politie kennelijk een zwarte trui met capuchon droeg, gebukt stond bij de banden van een personenauto waarvan later bleek dat deze autobanden waren vernield. De politie heeft eveneens geverbaliseerd dat het voor de verdachte mogelijk is geweest om de afstand naar Monster lopend af te leggen en lopend weer naar huis te gaan in het eerder door de observatiebeelden aangegeven tijdsbestek.4

Getuigenverklaring [getuige]

Op 6 mei 2016 werd de moeder van de verdachte als getuige gehoord. Zij heeft verklaard dat haar zoon, de verdachte, sinds het uitgaan van zijn relatie verbitterd en boos is geraakt op de wereld, dat hij twee maanden eerder een zwarte capuchon trui heeft gekocht en dat hij steeds weg was in de nachten dat er vernielingen aan auto’s in het Westland zijn gepleegd. Zij had het vermoeden dat hij de bandenprikker van het Westland zou kunnen zijn.5

Aanhouding verdachte

Verdachte is op 6 mei 2016 aangehouden. Bij de insluitingsfouillering van de verdachte werd een klein bruin vouwmes in zijn bodywarmer aangetroffen.6

Doorzoeking

De kamer van de verdachte is op 6 mei 2016 doorzocht. Hierbij zijn meerdere beschreven papieren aangetroffen waaronder een envelop met daarop onder andere geschreven het woord ‘Slash’ . Daarnaast zijn een zwarte broek met twee handschoenen in de broekzak, een zwarte jas met in de binnenkant een mes in een foedraal, zeven andere messen, en drie Hema-markers aangetroffen.7

Op 11 mei 2016 is de kamer van de verdachte nogmaals doorzocht. Hierbij werd een zwarte jas met een ingeklapte stiletto in de jaszak aangetroffen.8

Werktuigsporenonderzoek

In de clusters 4, 5, en 7 tot en met 15 zijn er banden met perforaties veiliggesteld, en voor een vergelijkend werktuigsporenonderzoek aangeboden aan A.J.F. Nooijen. Zij is als werktuigdeskundige senior forensische opsporing werkzaam bij het Team Forensische Opsporing van de Politie Eenheid Den Haag.

In dit verband zijn de volgende onderzochte sporen, - hieronder per cluster weergegeven en voorzien van het bewuste zaaknummer - , te koppelen aan een aangifte uit het desbetreffende cluster:

Cluster 4: AAIG1965NL (4.13);

Cluster 5: AAJK0714NL (5.8); AAJK0716NL (5.13);

Cluster 7: AAJL0718NL (7.4);

Cluster 8: AAJK0947NL (8.15); AAJK0945NL (8.16); AAJK0943NL (8.22);

Cluster 9: AAIW2442NL (9.1);

Cluster 10: AAIG1967NL (10.1); AAIG1966NL (10.3);

Cluster 11: AAIW2440NL (11.4); AAIW2443NL (11.6); AAIW2445NL (11.7); AAIW2444NL (11.11);

Cluster 12: AAIW2378NL (12.1); AAIW2377NL (12.6); AAIW2382NL (12.7); AAIW2381NL (12.9); AAIW2376NL (12.17); AAIW2379NL (12.27);

Cluster 13: AAJV2753NL (13.9); AAJV2751NL (13.11); AAJV2752NL (13.12); AAJV2750NL (13.18);

Cluster 14: AAJV2759NL (14.2); AAJV2758NL (14.7); AAJV2757NL (14.14); AAJV2755NL (14.21); AAJV2756NL (14.29);

Cluster 15: AAIW2388NL (15.11); AAJW3610NL (15.14); AAJW3609NL (15.19); AAJW3614NL (15.30); AAJW3613NL (15.34); AAJW3608NL (15.37); AAJW3612NL (15.38); AAJW3611NL (15.49).

De conclusies van het vergelijkend microscopisch onderzoek van 18 februari, 2 maart, 21 maart, 30 maart en 26 april zijn dat:

- de afgevormde werktuigsporen:

AAJK0714NL (5.8); AAJK0716NL (5.13); AAJL0718NL (7.4); AAIG1969NL (7.5); AAJK0947NL (8.15); AAJK0945NL (8.16); AAJK0943NL (8.22); AAIW2442NL (9.1); AAIG1967NL (10.1); AAIG1966NL (10.3); AAIW2443NL (11.6); AAIW2444NL (11.11); AAIW2378NL (12.1); AAIW2376NL (12.17); AAIW2379NL (12.27); AAJV2751NL (13.11); AAJV2759NL (14.2); AAJV2755NL (14.21) en AAJV2756NL (14.29)

waarschijnlijk zijn veroorzaakt door hetzelfde werktuig;

- de afgevormde werktuigsporen

AAIW2440NL (11.4); AAIW2445NL (11.7); AAIW2377NL (12.6); AAJV2752NL (13.12) en AAJV2757NL (14.14)

mogelijk zijn veroorzaakt met hetzelfde werktuig;

Op 11 en 26 mei 2016 heeft A.J.F. Nooijen een vergelijkend microscopisch onderzoek verricht tussen de afgevormde werktuigsporen AAJK0947NL (8.15) en AAIW2379NL (12.27) en de afgevormde kraslijnen, veroorzaakt met het op 11 mei 2016 in verdachtes jas aangetroffen en inbeslaggenomen klapmes (AAJV1826NL).

De afgevormde werktuigsporen AAJK0947NL (8.15) en AAIW2379NL (12.27) werden als referentiesporen gebruikt. Dit zijn de afgevormde werktuigsporen die zijn gekoppeld aan de gehele voorafgaande serie afgevormde werktuigsporen die waarschijnlijk zijn veroorzaakt met hetzelfde werktuig.

De conclusie van het vergelijkend microscopisch onderzoek op 11 mei 2016 is dat dat de afgevormde werktuigsporen AAJK0947NL (8.15) en AAIW2379NL (12.27) waarschijnlijk zijn veroorzaakt met het in de jas van de verdachte aangetroffen klapmes (AAJV1826NL).

De conclusie van het vergelijkend microscopisch onderzoek op 26 mei 2016 is dat ook de afgevormde werktuigsporen AAIW2388NL (15.11), AAJW3610NL (15.14), AAJW3609NL (15.19), AAJW3614NL (15.30), AAJW3613NL (15.34), AAJW3608NL (15.37), AAJW3612NL (15.38) en AAJW3611NL (15.49) waarschijnlijk zijn veroorzaakt met het klapmes (AAJV1826NL).9

Handschriftonderzoek

Bij een aantal incidenten zijn door de dader met een zwarte stift teksten achtergelaten op auto’s. Dit betrof de volgende teksten:

Cluster 7: “Merry Xmas tot volgend jaar gr. Slash alias de bandenprikker” 10 ;

Cluster 8: “hoi, ik ben Slash a.k.a. de bandenprikker. Volgende keer dat ik toesla ga ik eisen stellen. Worden die eisen niet volbracht dan blijf ik prikken.” 11 ;

Cluster 9: “ten eerst: voor copycats hoef je niet bang te zijn. Ik pak heel het Westland”; “ten tweede: als Feestweek Naaldwijk 2016 niet word afgeblazen… dat is mijn eis! Nu is het 1 auto als volgende week niet in het nieuws staat (officieel) dat het is afgeblazen Bereid je dan maar voor!!!”; “die overlast met die Feestweek moet over zijn + mm huisdier kan er niet tegen” 12 ;

Cluster 10: “Laatste Kans, Feestweek Naaldwijk aflassen, 1 week de tijd, of anders mvg Slash” 13 ;

Cluster 11: “de politie verbergt mijn teksten, ik heb gewaarschuwd SLASH” 14 ;

Cluster 13: “SLASH”; “Sorry for delay was busy SLASH” 15 ;

Cluster 14: “Probeer me niet te stoppen anders is het oorlog SLASH”16;

Cluster 15: “Niemand die me ziet SLASH”; “Monster is geslashed”; “I can’t be stopped”; “Dit is oorlog eisen komen nog SLASH” 17 .

Er is daarom tijdens het politieonderzoek forensisch schriftonderzoek gedaan door de deskundige W. de Jong van Niehoff & De Jong. De deskundige heeft digitale foto’s ontvangen van de dertien geschreven teksten, die in de clusters 7 tot en met 11, en 15, op auto’s zijn aangetroffen. Deze teksten - het betwiste handschrift - zijn door hem onderzocht. In zijn voorlopige rapport van 11 mei 2016 heeft hij geconcludeerd dat het veel waarschijnlijker is dat het handschrift van een en dezelfde producent afkomstig is dan dat dit niet het geval is. In zijn definitieve rapport van 10 augustus 2016 heeft de deskundige geschreven dat de onderzoeksresultaten aantonen dat de kenmerken van het bewegingsverloop, de vormgeving en de onderlinge verhoudingen overeenkomen. Afwijkingen of varianten in kenmerken die op meer dan één producent wijzen, werden niet aangetroffen. De overeenkomsten tonen een specificiteit die voldoende is om te kunnen concluderen dat het betwiste handschrift hoogstwaarschijnlijk afkomstig is van een en dezelfde schrijver.

Er is aan de deskundige eveneens origineel referentiemateriaal van de verdachte verstrekt. Dit betrof vier op papier geschreven teksten. De deskundige heeft het betwiste handschrift vergeleken met het referentiemateriaal van de verdachte. Hierover heeft hij in zijn rapport van 10 augustus 2016 geschreven dat de vergelijking van de analysegegevens van het betwiste handschrift met de analysegegevens van het referentiemateriaal overeenkomsten in alle relevante kenmerkcategorieën heeft opgeleverd en dat daarbij geen afwijkingen zijn vastgesteld. De combinatie van overeenkomstige kenmerken is qua aard, omvang en samenhang dusdanig specifiek dat de kans dat de in het geding zijnde teksten op de auto’s door een andere persoon dan de verdachte zijn geschreven als zeer gering kan worden geacht, aldus de deskundige. Zijn conclusie luidt dat het zeer veel waarschijnlijker is dat het handschrift van de dertien geschreven teksten is vervaardigd door de verdachte, dan dat dit door een of meerdere andere personen is vervaardigd.18

Aangifte [slachtoffer ]

Op 29 juni 2016 heeft [slachtoffer ] aangifte gedaan en verklaard dat de verdachte hem had geprobeerd over te halen om autobanden te vernielen, zodat de zaak tegen de verdachte minder sterk werd. De verdachte heeft hem een envelop overhandigd met instructies. Hierop stond onder andere geschreven dat binnen 11 dagen minimaal 20 banden zouden moeten worden lek gestoken op de Paardebloem te Naaldwijk. Ook stond op de envelop het tijdstip waarop dat moest gebeuren, dat er zwarte kleding en een masker moest worden gedragen en stond er als tekstvoorbeeld geschreven “Ben ik al veroordeeld hahaha SLASH”.19

Handschriftonderzoek envelop

Handschriftdeskundige W. Fagel van WFFO heeft vervolgens forensisch handschriftonderzoek gedaan naar aanleiding van deze envelop. De deskundige heeft het handschrift op de voor- en achterzijde van de origineel aangeleverde envelop - het betwiste handschrift - vergeleken met het als referentiemateriaal te beschouwen handschrift. Dit referentiemateriaal betrof digitale foto’s van de op auto’s aangetroffen teksten en scans van door de verdachte handgeschreven notities. De deskundige heeft de door de verdachte handgeschreven notities vergeleken met het betwiste handschrift op de envelop. Bij de vergelijking zijn overeenkomsten geconstateerd in zowel de algemene kenmerken als schriftsoort, verbondenheidsgraad, hellingshoek, proporties en lijnkwaliteit, de vergelijkbare vlakindelingskenmerken, met name woord- en regelafstand, als op microniveau in de uitvoering en het bewegingsverloop van de diverse letters en de enkele in het betwiste handschrift voorkomende cijfers. De kans op het waarnemen van dezelfde mate van overeenkomst tussen het betwiste handschrift en het handschrift van een willekeurige andere schrijver acht de deskundige zeer klein. Zijn conclusie luidt dat de resultaten van het vergelijkend onderzoek zeer veel waarschijnlijker zijn als het betwiste handschrift door dezelfde persoon als het referentiehandschrift is geproduceerd dan dat dit door een andere persoon is geproduceerd.20

3.4.3

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank dient de vraag, of verdachte degene is die verantwoordelijk is voor het lek prikken/steken van de autobanden van de auto’s zoals aangegeven in de tenlastelegging, te splitsen in twee deelvragen: (1) de vraag of kan worden bewezen dat de verdachte banden van auto’s in het Westland heeft lek gestoken, en (2) of dat geldt voor alle in de tenlastelegging genoemde auto’s. De eerste deelvraag kan bevestigend worden beantwoord voor zover het de banden van auto’s betreft waaraan onderzoek is verricht en de rechtbank grondt dat oordeel op de redengevende inhoud van de hierboven genoemde bewijsmiddelen, waarnaar in de voetnoten is verwezen. In dit verband wordt hierover verder het volgende overwogen.

Uit het beschreven forensisch onderzoek (werktuigsporen- en handschriftonderzoek) neemt de rechtbank de conclusie over van de deskundigen dat een aantal van de onder clusters 5, en 7 tot en met 15 onderzochte banden waarschijnlijk zijn lek gestoken met het mes dat in de jas van de verdachte op zijn slaapkamer is aangetroffen, van welk mes gelet op de vindplaats daarvan mag worden aangenomen dat dit van de verdachte is. Bovendien is ten aanzien van de clusters 7 tot en met 11 en 15 uit onderzoek gebleken dat de op verschillende auto’s aangetroffen teksten zeer veel waarschijnlijker zijn aangebracht door één en dezelfde persoon en dat het zeer veel waarschijnlijker is dat dit de verdachte is geweest dan dat dit een andere persoon zou zijn.

De rechtbank acht de conclusies uit het vergelijkend werktuigsporen- en handschriftonderzoek in combinatie met elkaar voldoende overtuigend om op grond daarvan vast te stellen dat de verdachte de teksten op de auto’s heeft achtergelaten, en dat hij de (aan genoemd mes te koppelen) onderzochte autobanden heeft lek gestoken.

De volgende deelvraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of kan worden bewezen, dat de verdachte eveneens verantwoordelijk kan worden geacht voor alle in de tenlastelegging genoemde lekke banden van auto’s, ook die waaraan geen onderzoek is verricht. De verdediging heeft zich in dit verband op het standpunt gesteld dat slechts wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte de autobanden heeft lek gestoken, die daadwerkelijk zijn onderzocht en die kunnen worden gekoppeld aan het in de jas van de verdachte aangetroffen mes.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.

De incidenten waarbij de ‘overige’ (niet aan het mes van de verdachte gekoppelde) banden zijn lek gestoken, vertonen zeer specifieke overeenkomsten met de incidenten waarvan de rechtbank hiervoor heeft vastgesteld dat deze aan de verdachte moeten worden toegeschreven. Het gaat namelijk om incidenten die steeds in dezelfde nacht en binnen hetzelfde, zeer beperkte geografische gebied hebben plaatsgevonden. Bovendien is de dader bij de ‘overige banden’ op dezelfde wijze te werk gegaan: steeds gaat het om autobanden die op een bepaalde manier zijn beschadigd, namelijk door deze met een scherp voorwerp lek te prikken/steken. Ten aanzien van een aantal van deze gevallen is bovendien vastgesteld dat mogelijk hetzelfde voorwerp is gebruikt. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat bij de clusters, waar door het werktuigsporen- of handschriftonderzoek is komen vast te staan dat een of meerdere banden die vernield zijn aan de verdachte kunnen worden gekoppeld, ook voor de andere incidenten in dat cluster kan worden aangenomen dat het om één en dezelfde dader gaat, namelijk de verdachte, die in de bewuste nachten klaarblijkelijk zo veel mogelijk banden lek wilde steken/prikken. Dit past ook bij de aangetroffen teksten, waaruit kan worden opgemaakt dat de dader klaarblijkelijk grote onrust onder de bewoners wilde veroorzaken, en de buurt angst wilde aanjagen.

Dit wordt ook ondersteund door de verklaring van de moeder van de verdachte, dat hij in de nachten van de incidenten niet thuis was, en door de bevindingen van de politie met betrekking tot de gebeurtenissen in de nacht van 4 op 5 mei 2016, waaruit kan worden opgemaakt dat de verdachte in die nacht zijn huis heeft verlaten en weer is thuisgekomen, terwijl vast staat dat in de tussentijd banden zijn lek geprikt; uit de bevindingen van de politie hieromtrent kan worden opgemaakt dat de verdachte gezien het tijdsbestek feitelijk in staat was deze banden lek te prikken/steken.

Voorts zijn in de slaapkamer van de verdachte een zwarte broek met handschoenen in de broekzak en twee zwarte jassen met een mes in de jaszak aangetroffen en heeft de moeder van de verdachte verklaard dat hij een zwarte trui met capuchon had gekocht. Volgens de politie droeg de verdachte in de nacht van 4 op 5 mei 2016 donkere kleding met een capuchon.

Tevens vindt de rechtbank ondersteuning van haar conclusie in de envelop die [slachtoffer ] verklaart te hebben ontvangen van de verdachte en heeft overhandigd aan de politie, waarop specifieke opdrachten met betrekking tot het lek steken van autobanden stonden beschreven. Deze beschrijving komt erg overeen met wat bij een groot aantal incidenten in de vijftien clusters heeft plaatsgevonden. Beschreven is immers een specifieke locatie in het Westland (Naaldwijk), een groot aantal auto’s (minimaal 20), het plaatsen van een tekst en het dragen van donkere kleding. De rechtbank acht de conclusie van het forensisch handschriftonderzoek voldoende overtuigend om aan te nemen dat de verdachte de tekst op de envelop heeft geschreven.

Ten slotte heeft het zeer omvangrijke onderzoek geen enkele concrete aanwijzing opgeleverd dat een ander dan de verdachte bij de incidenten betrokken is geweest. Evenmin zijn uit het onderzoek contra-indicaties voor de betrokkenheid van de verdachte naar voren gekomen, terwijl de verdachte zich voor zover relevant op zijn zwijgrecht heeft beroepen.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank derhalve van oordeel dat de verdachte alle in de tenlastelegging genoemde autobanden van de clusters 5, en 7 tot en met 15 heeft lek gestoken. Hierbij verwijst de rechtbank eveneens naar de relevante aangiftes in de desbetreffende clusters, zoals reeds is overwogen in de inleiding.

3.4.4

Vrijspraak cluster 1, 2, 3, 4 en 6 en clusterzaak 5.16

De rechtbank is van oordeel dat er ten aanzien van de clusters 1, 2, 3, 4 en 6 onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen dat de verdachte de persoon is geweest die in de betreffende nachten een groot aantal autobanden heeft lek gestoken. In tegenstelling tot de overige clusters bevindt zich met betrekking tot deze clusters geen belastend forensisch onderzoek in het dossier, zijn hier geen teksten op auto’s achtergelaten en acht de rechtbank de modus operandi, voor zover die uit het dossier kan worden afgeleid, onvoldoende dader-specifiek om de aangiftes te ondersteunen. Nu de desbetreffende aangiftes derhalve onvoldoende ondersteuning vinden in overige bewijsmiddelen, zal de rechtbank de verdachte van deze clusters vrijspreken.

Clusterzaak 5.16 betreft de vernieling van een schutting, een zaak waarin onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om de verdachte daar direct aan te relateren, en welke zaak bovendien niet te vergelijken is met de bewezen te verklaren zaken. De verdachte zal daarom ook van clusterzaak 5.16 worden vrijgesproken.

Feit 2

3.5

Inleiding

De verdachte wordt verweten dat hij heeft geprobeerd de aangever [slachtoffer ] over te halen om van een aantal auto’s de banden lek te steken. De verdachte zou de aangever hiervoor 1000 euro hebben beloofd, hem hebben bedreigd en hem hiervoor mondeling en via een envelop instructies hebben gegeven.

3.6

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

3.7

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat enkel het overhandigen van de envelop met instructies kan worden bewezen. Voor het overige bevindt zich in het dossier slechts de verklaring van de aangever en dat is onvoldoende voor het bewijsminimum.

3.8

De beoordeling van de tenlastelegging

De aangifte

Op 29 juni 2016 heeft [slachtoffer ] aangifte gedaan en verklaard dat de verdachte hem had geprobeerd over te halen om autobanden te vernielen, zodat de zaak tegen de verdachte minder sterk werd. De aangever had hem eerst in Deventer gesproken, waar de verdachte had gezegd dat hij hem 1000 euro zou geven als hij banden lek zou steken. Hij vertelde hem toen ook al hoe hij dat zou moeten doen, aldus de aangever. Op 25 juni 2016 hebben zij elkaar opnieuw gesproken in Den Haag. Hier heeft de verdachte de aangever bedreigd door te zeggen dat, als de aangever de banden niet lek zou steken, hij de politie zou informeren over strafbare feiten, waar de aangever eerder als verdachte voor was aangemerkt. De verdachte heeft hem een envelop overhandigd met instructies. Hierop stond onder andere geschreven dat binnen 11 dagen minimaal 20 banden zouden moeten worden lek gestoken op de Paardebloem te Naaldwijk. Ook stond op de envelop het tijdstip waarop dat moest gebeuren, dat er zwarte kleding en een masker moest worden gedragen en stond er als tekstvoorbeeld geschreven “Ben ik al veroordeeld hahaha SLASH”.21

De ontmoeting op 25 juni 2016 tussen de verdachte en de aangever en het overhandigen van de envelop is op camerabeelden te zien.22 De verdachte ontkent ook niet dat hij een envelop aan de aangever heeft gegeven.23 De verdachte heeft echter verklaard dat er in de envelop 10 euro zat. Op de vraag of er iets op de envelop stond geschreven, wenste de verdachte geen reactie te geven.

Onderzoek envelop

Zoals hierboven ten aanzien van feit 1 reeds is beschreven, heeft W. Fagel van WFFO forensisch handschriftonderzoek gedaan naar aanleiding van de ingebrachte envelop. De deskundige heeft de door de verdachte handgeschreven notities - het referentiehandschrift - vergeleken met het betwiste handschrift op de envelop. Bij de vergelijking zijn meerdere overeenkomsten geconstateerd en de kans op het waarnemen van dezelfde mate van overeenkomst tussen het betwiste handschrift en het handschrift van een willekeurige andere schrijver acht de deskundige zeer klein. Zijn conclusie luidt dat de resultaten van het vergelijkend onderzoek zeer veel waarschijnlijker zijn als het betwiste handschrift door dezelfde persoon als het referentiehandschrift is geproduceerd dan dat dit door een andere persoon is geproduceerd.24

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van de aangever. De rechtbank acht zijn verklaring betrouwbaar, nu deze niet alleen steun vindt in de camerabeelden met betrekking tot de ontmoeting, maar ook in verdachtes verklaring dat hij een envelop aan de aangever heeft overhandigd. De verklaring van de verdachte dat

in de envelop 10 euro zat, is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden. De verdachte is op verschillende momenten bevraagd over deze – met de aangifte strijdige – verklaring. Zo is hem bijvoorbeeld gevraagd waarom hij die 10 euro aan de aangever zou hebben gegeven, maar de verdachte heeft daarop geen antwoord willen geven.

De rechtbank acht bovendien de conclusie van het forensisch handschriftonderzoek voldoende overtuigend om aan te nemen dat de verdachte de tekst op de envelop heeft geschreven. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde feit.

3.9

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 december 2015 tot en met 5 mei 2016 te Naaldwijk en 's-Gravenzande en Monster, gelegen in gemeente Westland, telkens opzettelijk en wederrechtelijk een groot aantal (geparkeerd staande) auto's, geheel of ten dele toebehorende aan de eigenaren van genoemde auto's (te weten de personen die in het strafdossier zijn opgenomen onder de clusters 5 en 7 t/m 15 (te weten clusternummers 5.1 t/m 5.15 en 7.1 t/m 7.7 en 8.1 t/m 8.26 en 9.1 en 10.1 t/m 10.3 en 11.1 t/m 11.11 en 12.1 t/m 12.33 en 13.1 t/m 13.27 en 14.1 t/m 14.34 en 15.1 t/m 15.49) waaronder [slachtoffer 5.1] (5.1) en [slachtoffer 7.1] (7.1) en [slachtoffer 9] (9.1) en [slachtoffer 11.1] (11.1) en [slachtoffer 13.1] (13.1) en [slachtoffer 15.1] (15.1)), onbruikbaar heeft gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, autobanden van genoemde auto's lek te prikken/steken;

2.

hij in de periode van 28 mei 2016 tot en met 25 juni 2016 te Deventer en 's-Gravenhage, heeft gepoogd om [slachtoffer ] door in artikel 47, eerste lid onder 2e, van het Wetboek van Strafrecht vermelde middelen, te weten door een belofte en bedreiging en het verschaffen van inlichtingen, te bewegen tot het navolgende misdrijf, te weten het onbruikbaar maken van een aantal (te weten circa 20) auto's door opzettelijk en wederrechtelijk een of meerdere autobanden van genoemde auto's lek te prikken/steken, bestaande die belofte en bedreiging en het verschaffen van inlichtingen uit:

- de belofte aan die [slachtoffer ] dat hij een geldbedrag (te weten 1000 euro) zou ontvangen indien hij genoemd misdrijf zou uitvoeren en

- de mededeling aan die [slachtoffer ] dat indien die [slachtoffer ] genoemd misdrijf niet zou uitvoeren verdachte de politie zou vertellen over eerder door [slachtoffer ] gepleegde strafbare feiten (waarvoor die [slachtoffer ] al eerder als verdachte was aangemerkt) en

- het (mondeling en schriftelijk) verstrekken van instructies voor het uitvoeren van genoemd misdrijf (zoals de tijdspanne waarbinnen genoemd strafbaar feit gepleegd zou moeten worden (te weten binnen 11 dagen na 25 juni 2016) en het tijdstip van plegen en de pleeglocatie (te weten de Paardebloem te Naaldwijk) en kledingvoorschriften (zoals het dragen van zwarte kleding en een masker) en het aantal banden (te weten tenminste 20) en de aan te brengen tekst (zoals een tekstvoorbeeld, te weten 'Ben ik al veroordeeld hahaha SLASH')),

zijnde de uitvoering van dat misdrijf niet voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

ten aanzien van feit 1:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

poging om een ander door beloften, bedreiging en het verschaffen van inlichtingen te bewegen om opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar te maken.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een behandelverplichting, een locatieverbod voor het hele Westland en een locatiegebod met elektronische controle voor de maximale duur van één jaar. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat eveneens een rechterlijk locatieverbod (volgens artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht) wordt opgelegd voor de duur van drie jaar, bij overtreding te vervangen door twee weken hechtenis met een maximale duur van zes maanden. Deze maatregel dient dadelijk uitvoerbaar te worden verklaard, aldus de officier van justitie.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht bij de strafbepaling rekening te houden met de aard van de feiten, die weliswaar hinderlijk zijn, maar waarbij geen geweld is gebruikt. Bovendien dient volgens de verdediging rekening te worden gehouden met de omstandigheid dat deze zaak tot een bijzonder grote, negatieve aandacht voor de verdachte heeft geleid. Ten slotte dient rekening te worden gehouden met de informatie uit het NIFP-rapport, waaruit blijkt dat de verdachte het syndroom van Asperger heeft. De verdediging heeft bepleit om in het geval van een bewezenverklaring, aan de verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijke gedeelte gelijk is aan de duur van het voorarrest. Hierbij kan eventueel nog een taakstraf van enige duur worden opgelegd. Ten aanzien van de door de officier van justitie gevorderde bijzondere voorwaarden heeft de verdediging enkel verweer gevoerd tegen de gevorderde elektronische controle voor de duur van maximaal één jaar bij het locatiegebod. Dit is volgens de verdediging een te ingrijpende vrijheidsbenemende maatregel, die niet aan de beoordeling van de reclassering over dient te worden gelaten.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De verdachte heeft in ruim vijf maanden tijd in verschillende gemeenten in het Westland een groot aantal autobanden lek gestoken en op een aantal auto’s teksten achtergelaten. Door zo te handelen heeft de verdachte niet alleen veel mensen in het Westland gedupeerd, maar onder hen ook grote verontwaardiging en gevoelens van onrust veroorzaakt. Er werd daardoor, ook in de media, veel gesproken over ‘de Westlandse bandenprikker’. De verdachte heeft deze aandacht geheel aan zichzelf te wijten en heeft de ontstane onrust klaarblijkelijk zelfs willen voeden met de door hem achtergelaten teksten. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij er bij een groot aantal gevallen, gedurende een lange periode blijk van heeft gegeven geen enkel respect te hebben voor de eigendommen van anderen. Daarnaast heeft de verdachte geprobeerd een vriend te dwingen om banden lek te steken, zodat de verdenking tegen hem minder sterk werd. Hier neemt de rechtbank het de verdachte bijzonder kwalijk dat hij kennelijk alleen aan zichzelf heeft gedacht, en niet aan de eventuele gevolgen voor zijn vriend. Bovendien heeft de verdachte - die dit laatste feit tijdens de schorsing van zijn voorlopige hechtenis pleegde - het vertrouwen dat de rechtbank en de reclassering in hem gesteld hadden, beschaamd. Dit alles baart de rechtbank zorgen. De verdachte heeft die zorgen niet weg kunnen nemen, nu hij zich bij het voorbereidend onderzoek en het onderzoek ter terechtzitting overwegend op zijn zwijgrecht heeft beroepen, zodat de rechtbank niet weet of verdachte het strafwaardige van zijn handelen wel inziet.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 11 mei 2016, waaruit volgt dat hij niet eerder met justitie in aanraking is geweest.

De rechtbank heeft kennis genomen van de omtrent de persoon van de verdachte opgemaakte Pro Justitia rapportage van D. Matser, kj-psychiater, van 16 augustus 2016. In het rapport wordt vermeld dat bij de verdachte het syndroom van Asperger is gediagnosticeerd. Het syndroom van Asperger is een aangeboren aandoening binnen de autisme spectrum stoornissen, waarbij er problemen zijn in emotionele afstemming met anderen, en sprake is van verminderd sociaal functioneren. Ten aanzien van de persoonlijkheidsontwikkeling van de verdachte zijn er volgens de psychiater narcistische, borderline en antisociale kenmerken zichtbaar. Dit alles is te kwalificeren als een persoonlijkheidsstoornis NAO. Hoewel aannemelijk is dat deze stoornissen ook ten tijde van het ten laste gelegde aanwezig waren, kan er, gezien de ontkenning van de verdachte, geen uitspraak worden gedaan in hoeverre dit van invloed is geweest op het ten laste gelegde en de mate van toerekeningsvatbaarheid, aldus de psychiater. Gelet hierop onthoudt de deskundige zich van een strafadvies.

De rechtbank heeft tevens kennis genomen van de opgemaakte Pro Justitia rapportage van drs. M.H. Keppel (GZ- en Kinder- en jeugdpsycholoog), met assistentie van drs. S.L. Zichterman (forensisch psycholoog), van 18 augustus 2016. In dit rapport wordt geconcludeerd dat er bij de verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van de stoornis van Asperger, ten gevolge waarvan er tevens sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Daarnaast behoort ook de persoonlijkheidsstoornis NAO, met antisociale, borderline en narcistische persoonlijkheidstrekken tot de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, aldus de psychologen. Tevens is er sprake van een ouder-kind relatieprobleem. Hoewel er wel gesteld kan worden dat er ten tijde van het ten laste gelegde sprake was van deze problematiek, kunnen de deskundigen, gelet op de ontkenning door de verdachte, niet aangeven of en in welke mate de problematiek heeft doorgewerkt in het ten laste gelegde. Er kan evenmin een advies worden gegeven over de mate van toerekeningsvatbaarheid. De psychologen onthouden zich van een strafadvies. Ze geven wel aan dat er ernstige zorgen bestaan omtrent het gedrag van de verdachte en dat het, bij een bewezenverklaring, zeer wenselijk is dat er meer inzicht komt op welke manier zijn problematiek heeft doorgewerkt in het ten laste gelegde.

De rechtbank heeft ten slotte acht geslagen op het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 29 september 2016. De reclassering adviseert, mede naar aanleiding van de inhoud van bovengenoemde NIFP-rapportages, een (gedeeltelijke) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandelverplichting bij De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, een drugs- en/of alcoholverbod en een locatiegebod.

Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op de ernst van de feiten, niet anders worden gereageerd dan met een gevangenisstraf van aanmerkelijke duur, zij het dat een groot gedeelte daarvan in voorwaardelijke vorm dient te worden opgelegd, om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan soortgelijke strafbare feiten schuldig te maken door reclasseringstoezicht en behandeling.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf recht doet aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten. De rechtbank zal daarbij bepalen dat de verdachte zich moet melden bij de reclassering en zich moet houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat inhoudt het meewerken aan diagnostiek en het ondergaan van een ambulante behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling. Daarnaast zal de rechtbank aan de verdachte een locatieverbod voor de gemeente Westland opleggen, zij het dat de rechtbank daaraan niet de door de officier van justitie gevorderde elektronische controle zal verbinden. Daarvoor bestaat, mede gelet op de hieronder beschreven maatregel, onvoldoende aanleiding.

Nu er eerst meer inzicht moet komen in de problematiek van de verdachte en niet kan worden uitgesloten dat een daarop aansluitende behandeling niet binnen twee jaren zal zijn afgerond, zal de rechtbank aan de op te leggen voorwaardelijke straf een proeftijd van drie jaren verbinden.

Ter beveiliging van de maatschappij en omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde opnieuw een strafbaar feit zal plegen acht de rechtbank het van belang dat de verdachte zich in de komende periode niet in het Westland zal bevinden. Gelet hierop ziet de rechtbank aanleiding de maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte op te leggen en zal de rechtbank, gelet op het vierde lid van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is. De rechtbank zal bepalen dat de veroordeelde zich voor de duur van twee jaren niet mag ophouden in de gemeente Westland in de provincie Zuid-Holland. Hierbij zal de rechtbank bevelen dat voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van twee weken, tot een maximum van zes maanden.

7. De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen

7.1

De vorderingen

Feit 1

Met betrekking tot feit 1 hebben zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, weergegeven met clusternummer, naam en het gevorderde bedrag:

Ten aanzien van cluster 1

1.1

[slachtoffer 1.1] , met een vordering ten bedrage van € 186,98;

1.3

[slachtoffer 1.3] , met een vordering ten bedrage van € 67,82;

1.4

[slachtoffer 1.4] , met een vordering ten bedrage van € 102,74;

1.5

[slachtoffer 1.5] , met een vordering ten bedrage van € 215,00;

1.6

[slachtoffer 1.6] , met een vordering ten bedrage van € 274,97;

Ten aanzien van cluster 2

2.1

[slachtoffer 2.1] , met een vordering ten bedrage van € 112,46;

2.4

[slachtoffer 2.4] , met een vordering ten bedrage van € 68,41;

2.5

[slachtoffer 2.5] , met een vordering ten bedrage van € 107,90;

2.6

[slachtoffer 2.6] , met een vordering ten bedrage van € 124,03;

2.7

[slachtoffer 2.7] , met een vordering ten bedrage van € 46,95;

Ten aanzien van cluster 3

3.1

[slachtoffer 3.1] , met een vordering ten bedrage van € 80,00;

3.2

[slachtoffer 3.2] , met een vordering ten bedrage van € 83,42;

3.3

[slachtoffer 3.3] , met een vordering ten bedrage van € 158,57;

3.4

[slachtoffer 3.4] , met een vordering ten bedrage van € 560,00;

Ten aanzien van cluster 4

4.1

[slachtoffer 4.1] , met een vordering ten bedrage van € 71,72;

4.2

[slachtoffer 4.2] , met een vordering ten bedrage van € 175,00;

4.4

[slachtoffer 4.4] , met een vordering ten bedrage van € 110,00;

4.5

[slachtoffer 4.5] , met een vordering ten bedrage van € 300,00;

4.6

[slachtoffer 4.6] , met een vordering ten bedrage van € 150,65;

4.7

[slachtoffer 4.7] , met een vordering ten bedrage van € 90,00;

4.8

[slachtoffer 4.8] , met een vordering ten bedrage van € 155,00;

4.10

[slachtoffer 4.10] , met een vordering ten bedrage van € 87,14;

4.11

[slachtoffer 4.11] , met een vordering ten bedrage van € 92,90;

4.12

[slachtoffer 4.12] , met een vordering ten bedrage van € 168,77;

4.13

[slachtoffer 4.13] , met een vordering ten bedrage van € 233,82;

4.14

[slachtoffer 4.14] , met een vordering ten bedrage van € 189,73;

4.16

[slachtoffer 4.16] , met een vordering ten bedrage van € 157,80;

Ten aanzien van cluster 5

5.1

[slachtoffer 5.1] , met een vordering ten bedrage van € 89,26;

5.2

[slachtoffer 5.2] , met een vordering ten bedrage van € 86,93;

5.3

[slachtoffer 5.3] , met een vordering ten bedrage van € 100,55;

5.7

[slachtoffer 5.7] , met een vordering ten bedrage van € 90,00;

5.8

[slachtoffer 5.8] , met een vordering ten bedrage van € 175,14;

5.10

[slachtoffer 5.10] , met een vordering ten bedrage van € 127,73;

5.13

[slachtoffer 5.13] , met een vordering ten bedrage van € 93,00;

Ten aanzien van cluster 6

6.2

[slachtoffer 6.2] , met een vordering ten bedrage van € 307,44;

6.3

[slachtoffer 6.3] , met een vordering ten bedrage van € 136,50;

6.5

[slachtoffer 6.5] , met een vordering ten bedrage van € 164,28;

6.7

[slachtoffer 6.7] , met een vordering ten bedrage van € 332,00;

Ten aanzien van cluster 7

7.1

[slachtoffer 7.1] , met een vordering ten bedrage van € 195,00;

7.2

[slachtoffer 7.2] , met een vordering ten bedrage van € 499,73;

7.3

[slachtoffer 7.2] , met een vordering ten bedrage van € 494,67;

7.6

[slachtoffer 7.6] , met een vordering ten bedrage van € 175,24;

Ten aanzien van cluster 8

8.2

[slachtoffer 8.2] , met een vordering ten bedrage van € 180,00;

8.3

[slachtoffer 8.3] , met een vordering ten bedrage van € 120,00;

8.4

[slachtoffer 8.4] , met een vordering ten bedrage van € 66,01;

8.5

[slachtoffer 8.5] , met een vordering ten bedrage van € 115,19;

8.7

[slachtoffer 8.7 2] , met een vordering ten bedrage van € 174,25;

8.8

[slachtoffer 8.8] , met een vordering ten bedrage van € 275,92;

8.10

[slachtoffer 8.10] , met een vordering ten bedrage van € 91,51;

8.14

[slachtoffer 8.14] , met een vordering ten bedrage van € 423,50;

8.15

[slachtoffer 8.15] , met een vordering ten bedrage van € 495,00;

8.18

[slachtoffer 8.18 ] , met een vordering ten bedrage van € 91,15;

8.19

[slachtoffer 8.19] , met een vordering ten bedrage van € 112,16;

8.20

[slachtoffer 8.20] , met een vordering ten bedrage van € 200,00;

8.22

[slachtoffer 2.4] , met een vordering ten bedrage van € 67,18;

8.23

[slachtoffer 8.23] , met een vordering ten bedrage van € 98,25;

8.25

[slachtoffer 8.25] , met een vordering ten bedrage van € 158,36;

8.26

[slachtoffer 8.26] , met een vordering ten bedrage van € 108,90;

Ten aanzien van cluster 11

11.1

[slachtoffer 11.1] , met een vordering ten bedrage van € 160,00;

11.4

[slachtoffer 11.4] , met een vordering ten bedrage van € 173,64;

11.6

[slachtoffer 11.6] , met een vordering ten bedrage van € 250,00;

11.7

[slachtoffer 11.7] , met een vordering ten bedrage van € 108,25;

11.10

[slachtoffer 11.10] , met een vordering ten bedrage van € 165,00;

Ten aanzien van cluster 12

12.1

[slachtoffer 12.1] , met een vordering ten bedrage van € 205,45;

12.6

[slachtoffer 12.6] , met een vordering ten bedrage van € 155,00;

12.7

[slachtoffer 12.7] , met een vordering ten bedrage van € 118,00;

12.8

[slachtoffer 12.8] , met een vordering ten bedrage van € 89,90;

12.10

[slachtoffer 12.10] , met een vordering ten bedrage van € 118,13;

12.11

[slachtoffer 12.11] , met een vordering ten bedrage van € 122,50;

12.12

[slachtoffer 12.12] , met een vordering ten bedrage van € 152,20;

12.13

[slachtoffer 12.13] , met een vordering ten bedrage van € 50,00;

12.14

[slachtoffer 12.14] , met een vordering ten bedrage van € 95,95;

12.15

[slachtoffer 12.15] , met een vordering ten bedrage van € 120,00;

12.16

[slachtoffer 12.16] , met een vordering ten bedrage van € 124,04;

12.17

[slachtoffer 12.17] , met een vordering ten bedrage van € 88,09;

12.23

[slachtoffer 12.23] , met een vordering ten bedrage van € 160,39;

12.25

[slachtoffer 12.25] , met een vordering ten bedrage van € 47,23;

12.26

[slachtoffer 12.26] , met een vordering ten bedrage van € 253,91;

12.28

[slachtoffer 12.28] , met een vordering ten bedrage van € 111,82;

12.29

[slachtoffer 12.29] , met een vordering ten bedrage van € 231,11;

12.30

[slachtoffer 12.13] , met een vordering ten bedrage van € 50,00;

12.31

[slachtoffer 12.31] , met een vordering ten bedrage van € 141,29;

12.32

[slachtoffer 12.32] , met een vordering ten bedrage van € 120,76;

12.33

[slachtoffer 12.33] , met een vordering ten bedrage van € 86,27;

Ten aanzien van cluster 13

13.2

[slachtoffer 13.2] , met een vordering ten bedrage van € 145,20;

13.4

[slachtoffer 13.4] , met een vordering ten bedrage van € 64,91;

13.11

[slachtoffer 13.11] , met een vordering ten bedrage van € 95,59;

13.17

[slachtoffer 13.17] , met een vordering ten bedrage van € 164,68;

13.19

[slachtoffer 13.19] , met een vordering ten bedrage van € 125,43;

13.20

[slachtoffer 13.20] , met een vordering ten bedrage van € 73,81;

13.22

[slachtoffer 13.22] , met een vordering ten bedrage van € 133,71;

13.24

[slachtoffer 13.24] , met een vordering ten bedrage van € 128,24;

13.25

[slachtoffer 13.25] , met een vordering ten bedrage van € 317,77;

13.27

[slachtoffer 13.27] , met een vordering ten bedrage van € 45,00;

Ten aanzien van cluster 14

14.1

[slachtoffer 14.1] , met een vordering ten bedrage van € 70,00;

14.2

[slachtoffer 14.2] , met een vordering ten bedrage van € 65,00;

14.3

[slachtoffer 14.3] , met een vordering ten bedrage van € 225,36;

14.6

[slachtoffer 14.6] , met een vordering ten bedrage van € 160,00;

14.8

[slachtoffer 14.8] , met een vordering ten bedrage van € 82,50;

14.14

[slachtoffer 14.14] , met een vordering ten bedrage van € 209,63;

14.16

[slachtoffer 14.16] , met een vordering ten bedrage van € 140,00;

14.19

[slachtoffer 14.19] , met een vordering ten bedrage van € 90,31;

14.20

[slachtoffer 14.20] , met een vordering ten bedrage van € 75,06;

14.22

[slachtoffer 14.22] , met een vordering ten bedrage van € 130,00;

14.23

[slachtoffer 14.23] , met een vordering ten bedrage van € 141,86;

14.25

[slachtoffer 14.25] , met een vordering ten bedrage van € 72,00;

14.26

[slachtoffer 14.26] , met een vordering ten bedrage van € 342,55;

14.30

[slachtoffer 14.30] , met een vordering ten bedrage van € 84,30;

14.31

[slachtoffer 14.31] , met een vordering ten bedrage van € 74,85;

14.32

[slachtoffer 14.32] , met een vordering ten bedrage van € 77,96;

14.34

[slachtoffer 14.34] , met een vordering ten bedrage van € 90,00;

Ten aanzien van cluster 15

15.1

[slachtoffer 15.1] , met een vordering ten bedrage van € 80,00;

15.8

[slachtoffer 15.8] , met een vordering ten bedrage van € 93,47;

15.13

[slachtoffer 15.13] , met een vordering ten bedrage van € 233,12;

15.14

[slachtoffer 15.14] , met een vordering ten bedrage van € 69,50;

15.15

[slachtoffer 15.15] , met een vordering ten bedrage van € 95,00;

15.20

[slachtoffer 15.20] , met een vordering ten bedrage van € 114,50;

15.21

[slachtoffer 15.21] , met een vordering ten bedrage van € 30,58;

15.22

[slachtoffer 15.22] , met een vordering ten bedrage van € 396,30;

15.24

[slachtoffer 15.24] , met een vordering ten bedrage van € 555,00;

15.26

[slachtoffer 15.26] , met een vordering ten bedrage van € 134,45;

15.28

[slachtoffer 15.28] , met een vordering ten bedrage van € 102,61;

15.31

[slachtoffer 15.31] , met een vordering ten bedrage van € 250,00;

15.35

[slachtoffer 15.35] , met een vordering ten bedrage van € 84,51;

15.39

[slachtoffer 15.39] , met een vordering ten bedrage van € 86,52;

15.40

[slachtoffer 15.40] , met een vordering ten bedrage van € 175,81;

15.41

[slachtoffer 15.41] , met een vordering ten bedrage van € 110,96;

15.42

[slachtoffer 15.42] , met een vordering ten bedrage van € 177,45;

15.43

[slachtoffer 15.43] , met een vordering ten bedrage van € 143,43;

15.45

[slachtoffer 15.45] , met een vordering ten bedrage van € 75,00;

15.46

[slachtoffer 15.46] , met een vordering ten bedrage van € 70,00;

15.47

[slachtoffer 15.47] , met een vordering ten bedrage van € 65,00;

15.48

[slachtoffer 15.48] , met een vordering ten bedrage van € 130,92.

Feit 2

Met betrekking tot feit 2 heeft [slachtoffer ] zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 12.750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover. De vordering strekt tot vergoeding van immateriële schade.

7.2

De conclusie van de officier van justitie

Feit 1

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, conform het overzicht dat als bijlage I aan dit vonnis is gehecht, met daarbij telkens de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Feit 2

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van een fors gematigd bedrag van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.3

Het standpunt van de verdediging

Feit 1

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat slechts de vorderingen met betrekking tot de clusternummers 5.8, 8.16, 8.22, 11.4, 11.6, 11.7, 12.14, 12.17, 14.2 en 15.14 kunnen worden toegewezen en de overige benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering. De verdediging heeft zich subsidiair, in geval van een bewezenverklaring, op het standpunt gesteld conform de opmerkingen zoals vermeld in het overzicht dat als bijlage II aan dit vonnis is gehecht.

Feit 2

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, nu enige onderbouwing ontbreekt.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

Bij de beoordeling van de vorderingen van de benadeelde partijen, zoals hiervoor genoemd, zal de rechtbank de volgende uitgangspunten hanteren.

I.1 De rechtbank zal de benadeelde partijen met betrekking tot de clusters 1, 2, 3, 4 en 6 niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen tot schadevergoeding, aangezien de verdachte ten aanzien van de feiten waarop deze vorderingen betrekking hebben, te weten de onder 1 ten laste gelegde feiten inzake de clusters 1, 2, 3, 4 en 6, zal worden vrijgesproken.

I.2 De rechtbank zal de benadeelde partijen die hun vordering niet hebben onderbouwd, eveneens niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen tot schadevergoeding. Deze benadeelde partijen kunnen de vorderingen slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

I.3 De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11.1] (clusternummer 11.1) afwijzen, nu het gevorderde schadebedrag volgens de benadeelde partij reeds volledig is vergoed. De rechtbank zal ook de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15.41] (clusternummer 15.41) afwijzen, nu de onderbouwing van de vordering ziet op een andere auto en een ander kenteken dan de auto en het kenteken die in de aangifte zijn genoemd.

Dit brengt mee dat de benadeelde partijen die vallen onder de categorieën I.1, I.2 en I.3 dienen te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vorderingen heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

I.4 Voor wat betreft de overige benadeelde partijen is de rechtbank van oordeel dat de vorderingen in beginsel voldoende zijn onderbouwd door overlegging van een nota/rekening of rekeningafschrift. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat deze benadeelde partijen rechtstreeks schade hebben geleden als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde feit. De rechtbank gaat hierbij uit van de kosten van vervanging van het aantal kapotte autobanden zoals genoemd in de aangiftes. Indien de benadeelde partij - al dan niet onderbouwd - meer of andere kosten heeft gevorderd dan het vervangen van de in de aangifte genoemde autobanden, zal de rechtbank deze benadeelde partijen in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen. Het zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren om deze benadeelde partijen in de gelegenheid te stellen dit gedeelte van de vorderingen alsnog nader te onderbouwen. De benadeelde partijen kunnen dit deel van de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Voor zover deze benadeelde partijen kosten hebben gevorderd inclusief BTW en op de vordering hebben aangegeven dat zij recht hebben op BTW teruggave, wordt de vordering toegewezen na aftrek van BTW. Voor het BTW-deel worden die vorderingen afgewezen.

De rechtbank zal derhalve de vorderingen als volgt toewijzen:

Ten aanzien van cluster 5

5.1

[slachtoffer 5.1] , tot een bedrag van € 89,26;

5.2

[slachtoffer 5.2] , tot een bedrag van € 86,93;

5.3

[slachtoffer 5.3] , tot een bedrag van € 83,10;

5.8

[slachtoffer 5.8] , tot een bedrag van € 175,14;

5.10

[slachtoffer 5.10] , tot een bedrag van € 127,73;

5.13

[slachtoffer 5.13] , tot een bedrag van € 93,00;

Ten aanzien van cluster 7

7.1

[slachtoffer 7.1] , tot een bedrag van € 97,50;

7.2

[slachtoffer 7.2] , tot een bedrag van € 139,73;

7.3

[slachtoffer 7.2] , tot een bedrag van € 89,67;

7.6

[slachtoffer 7.6] , tot een bedrag van € 175,24;

Ten aanzien van cluster 8

8.2

[slachtoffer 8.2] , tot een bedrag van € 180,00;

8.4

[slachtoffer 8.4] , tot een bedrag van € 66,01;

8.5

[slachtoffer 8.5] , tot een bedrag van € 115,19;

8.7

[slachtoffer 8.7 2] , tot een bedrag van € 174,25;

8.8

[slachtoffer 8.8] , tot een bedrag van € 275,92;

8.10

[slachtoffer 8.10] , tot een bedrag van € 91,51;

8.14

[slachtoffer 8.14] , tot een bedrag van € 423,50;

8.15

[slachtoffer 8.15] , tot een bedrag van € 386,18;

8.18

[slachtoffer 8.18 ] , tot een bedrag van € 91,15;

8.19

[slachtoffer 8.19] , tot een bedrag van € 112,16;

8.20

[slachtoffer 8.20] , tot een bedrag van € 200,00;

8.22

[slachtoffer 2.4] , tot een bedrag van € 67,18;

8.23

[slachtoffer 8.23] , tot een bedrag van € 98,25;

8.25

[slachtoffer 8.25] , tot een bedrag van € 158,36;

8.26

[slachtoffer 8.26] , tot een bedrag van € 108,90;

Ten aanzien van cluster 11

11.4

[slachtoffer 11.4] , tot een bedrag van € 164,08;

11.7

[slachtoffer 11.7] , tot een bedrag van € 108,25;

11.10

[slachtoffer 11.10] , tot een bedrag van € 165,00;

Ten aanzien van cluster 12

12.1

[slachtoffer 12.1] , tot een bedrag van € 205,45;

12.6

[slachtoffer 12.6] , tot een bedrag van € 155,00;

12.8

[slachtoffer 12.8] , tot een bedrag van € 89,90;

12.10

[slachtoffer 12.10] , tot een bedrag van € 118,13;

12.11

[slachtoffer 12.11] , tot een bedrag van € 122,50;

12.12

[slachtoffer 12.12] , tot een bedrag van € 152,20;

12.13

[slachtoffer 12.13] , tot een bedrag van € 50,00;

12.14

[slachtoffer 12.14] , tot een bedrag van € 95,95;

12.15

[slachtoffer 12.15] , tot een bedrag van € 99,97;

12.16

[slachtoffer 12.16] , tot een bedrag van € 71,72;

12.17

[slachtoffer 12.17] , tot een bedrag van € 88,09;

12.23

[slachtoffer 12.23] , tot een bedrag van € 160,39;

12.25

[slachtoffer 12.25] , tot een bedrag van € 47,23;

12.26

[slachtoffer 12.26] , tot een bedrag van € 253,91;

12.28

[slachtoffer 12.28] , tot een bedrag van € 92,41;

12.29

[slachtoffer 12.29] , tot een bedrag van € 231,11;

12.30

[slachtoffer 12.13] , tot een bedrag van € 50,00;

12.31

[slachtoffer 12.31] , tot een bedrag van € 141,29;

12.32

[slachtoffer 12.32] , tot een bedrag van € 120,76;

12.33

[slachtoffer 12.33] , tot een bedrag van € 86,27;

Ten aanzien van cluster 13

13.2

[slachtoffer 13.2] , tot een bedrag van € 145,20;

13.4

[slachtoffer 13.4] , tot een bedrag van € 64,91;

13.11

[slachtoffer 13.11] , tot een bedrag van € 95,59;

13.17

[slachtoffer 13.17] , tot een bedrag van € 164,68;

13.19

[slachtoffer 13.19] , tot een bedrag van € 125,43;

13.20

[slachtoffer 13.20] , tot een bedrag van € 73,81;

13.22

[slachtoffer 13.22] , tot een bedrag van € 133,71;

13.24

[slachtoffer 13.24] , tot een bedrag van € 105,98;

13.25

[slachtoffer 13.25] , tot een bedrag van € 317,77;

13.27

[slachtoffer 13.27] , tot een bedrag van € 45,00;

Ten aanzien van cluster 14

14.3

[slachtoffer 14.3] , tot een bedrag van € 112,68;

14.8

[slachtoffer 14.8] , tot een bedrag van € 82,50;

14.14

[slachtoffer 14.14] , tot een bedrag van € 209,63;

14.20

[slachtoffer 14.20] , tot een bedrag van € 75,06;

14.23

[slachtoffer 14.23] , tot een bedrag van € 141,86;

14.25

[slachtoffer 14.25] , tot een bedrag van € 72,00;

14.26

[slachtoffer 14.26] , tot een bedrag van € 342,55;

14.30

[slachtoffer 14.30] , tot een bedrag van € 84,30;

14.31

[slachtoffer 14.31] , tot een bedrag van € 74,85;

14.32

[slachtoffer 14.32] , tot een bedrag van € 77,96;

Ten aanzien van cluster 15

15.8

[slachtoffer 15.8] , tot een bedrag van € 93,47;

15.13

[slachtoffer 15.13] , tot een bedrag van € 541,26;

15.14

[slachtoffer 15.14] , tot een bedrag van € 69,50;

15.20

[slachtoffer 15.20] , tot een bedrag van € 114,50;

15.21

[slachtoffer 15.21] , tot een bedrag van € 30,58;

15.22

[slachtoffer 15.22] , tot een bedrag van € 327,52;

15.24

[slachtoffer 15.24] , tot een bedrag van € 235,00;

15.26

[slachtoffer 15.26] , tot een bedrag van € 134,45;

15.28

[slachtoffer 15.28] , tot een bedrag van € 102,61;

15.31

[slachtoffer 15.31] , tot een bedrag van € 250,00;

15.35

[slachtoffer 15.35] , tot een bedrag van € 84,51;

15.39

[slachtoffer 15.39] , tot een bedrag van € 86,52;

15.40

[slachtoffer 15.40] , tot een bedrag van € 175,81;

15.42

[slachtoffer 15.42] , tot een bedrag van € 177,45;

15.43

[slachtoffer 15.43] , tot een bedrag van € 143,43;

15.47

[slachtoffer 15.47] , tot een bedrag van € 65,00;

15.48

[slachtoffer 15.48] , tot een bedrag van € 130,92.

Dit brengt mee dat de verdachte tevens zal worden veroordeeld in de kosten die de voormelde benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met hun vorderingen hebben gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die deze benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Schadevergoedingsmaatregelen

Nu de verdachte voor het onder 1 bewezenverklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij jegens de onder I.4 genoemde slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door dit feit is toegebracht, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van de hiervoor genoemde toegewezen bedragen, ten behoeve van de desbetreffende slachtoffers.

Feit 2

De vordering ziet blijkens de toelichting ook op een eerdere periode dan waarop het onder 2 ten laste gelegde feit betrekking heeft. De rechtbank kan echter niet beoordelen in hoeverre het gevorderde smartengeld alleen in verband staat met de periode van feit 2 en voor toewijzing in aanmerking zou moeten komen. Nu het een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren om de benadeelde partij in de gelegenheid te stellen de vordering alsnog nader te onderbouwen, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen de vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

8 De inbeslaggenomen goederen

De rechtbank zal de op de beslaglijst genoemde stiletto onttrekken aan het verkeer, aangezien met behulp van dit voorwerp het onder 1 bewezenverklaarde feit is begaan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36b, 36c, 36f, 38v, 38w, 46a, 57 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan op de wijze zoals hierboven onder 3.9 is omschreven en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

poging om een ander door beloften, bedreiging en het verschaffen van inlichtingen te bewegen om opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar te maken;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 10 (tien) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ter vaststelling van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij de Reclassering Nederland (Dobbe 70-74 te (8032 JX) Zwolle) op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht, waarbij de veroordeelde zich houdt aan alle aanwijzingen van de reclassering;

- zich ambulant moet laten behandelen bij de polikliniek De Waag of een soortgelijke instelling, indien en voor zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, op tijd en plaats als door of namens die instelling aan te geven, waarbij de veroordeelde zich houdt aan alle aanwijzingen die door of namens de leiding van de polikliniek zullen worden gegeven;

- zich gedurende de proeftijd niet bevindt in de gemeente Westland in de provincie Zuid-Holland;

geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

legt op de maatregel dat de veroordeelde zich voor de duur van 2 (twee) JAREN niet zal ophouden in het navolgende gebied: de gemeente Westland in de provincie Zuid-Holland;

beveelt dat vervangende hechtende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 2 (twee) WEKEN voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan;

toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op;

omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde opnieuw een strafbaar feit zal plegen, beveelt de rechtbank, gelet op artikel 38v, vierde lid, van het Wetboek van strafrecht, dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf;

De vorderingen tot schadevergoeding

Feit 1

verklaart de volgende benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding:

I.1

Ten aanzien van cluster 1:

[slachtoffer 1.1] , [slachtoffer 1.3] , [slachtoffer 1.4] , [slachtoffer 1.5] en [slachtoffer 1.6] ;

Ten aanzien van cluster 2:

[slachtoffer 2.1] , [slachtoffer 2.4] , [slachtoffer 2.5] , [slachtoffer 2.6] en [slachtoffer 2.7] ;

Ten aanzien van cluster 3:

[slachtoffer 3.1] , [slachtoffer 3.2] , [slachtoffer 3.3] en [slachtoffer 3.4] ;

Ten aanzien van cluster 4:

[slachtoffer 4.1] , [slachtoffer 4.2] , [slachtoffer 4.4] , [slachtoffer 4.5] , [slachtoffer 4.6] , [slachtoffer 4.7] , [slachtoffer 4.8] , [slachtoffer 4.10] , [slachtoffer 4.11] , [slachtoffer 4.12] , [slachtoffer 4.13] , [slachtoffer 4.14] en [slachtoffer 4.16] ;

Ten aanzien van cluster 6:

[slachtoffer 6.2] , [slachtoffer 6.3] , [slachtoffer 6.5] en [slachtoffer 6.7] ;

I.2

Ten aanzien van cluster 5:

[slachtoffer 5.7] ;

Ten aanzien van cluster 8:

[slachtoffer 8.3] ;

Ten aanzien van cluster11:

[slachtoffer 11.6] ;

Ten aanzien van cluster 12:

[slachtoffer 12.7] ;

Ten aanzien van cluster 14:

[slachtoffer 14.1] ; [slachtoffer 14.2] ; [slachtoffer 14.6] ; [slachtoffer 14.16] ; [slachtoffer 14.19] ; [slachtoffer 14.22] en [slachtoffer 14.34] ;

Ten aanzien van cluster 15:

[slachtoffer 15.1] ; [slachtoffer 15.15] ; [slachtoffer 15.45] en [slachtoffer 15.46] ;

I.3

wijst de vorderingen tot schadevergoeding van [slachtoffer 11.1] en [slachtoffer 15.41] af;

veroordeelt de onder I.1, I.2 en I.3 genoemde benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vorderingen gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

bepaalt dat de onder I.2 genoemde benadeelde partijen de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

wijst de vorderingen tot schadevergoeding van de volgende benadeelde partijen toe:

I.4

Ten aanzien van cluster 5

5.1

[slachtoffer 5.1] , tot een bedrag van € 89,26;

5.2

[slachtoffer 5.2] , tot een bedrag van € 86,93;

5.3

[slachtoffer 5.3] , tot een bedrag van € 83,10;

5.8

[slachtoffer 5.8] , tot een bedrag van € 175,14;

5.10

[slachtoffer 5.10] , tot een bedrag van € 127,73;

5.13

[slachtoffer 5.13] , tot een bedrag van € 93,00;

Ten aanzien van cluster 7

7.1

[slachtoffer 7.1] , tot een bedrag van € 97,50;

7.2

[slachtoffer 7.2] , tot een bedrag van € 139,73;

7.3

[slachtoffer 7.2] , tot een bedrag van € 89,67;

7.6

[slachtoffer 7.6] , tot een bedrag van € 175,24;

Ten aanzien van cluster 8

8.2

[slachtoffer 8.2] , tot een bedrag van € 180,00;

8.4

[slachtoffer 8.4] , tot een bedrag van € 66,01;

8.5

[slachtoffer 8.5] , tot een bedrag van € 115,19;

8.7

[slachtoffer 8.7 2] , tot een bedrag van € 174,25;

8.8

[slachtoffer 8.8] , tot een bedrag van € 275,92;

8.10

[slachtoffer 8.10] , tot een bedrag van € 91,51;

8.14

[slachtoffer 8.14] , tot een bedrag van € 423,50;

8.15

[slachtoffer 8.15] , tot een bedrag van € 386,18;

8.18

[slachtoffer 8.18 ] , tot een bedrag van € 91,15;

8.19

[slachtoffer 8.19] , tot een bedrag van € 112,16;

8.20

[slachtoffer 8.20] , tot een bedrag van € 200,00;

8.22

[slachtoffer 2.4] , tot een bedrag van € 67,18;

8.23

[slachtoffer 8.23] , tot een bedrag van € 98,25;

8.25

[slachtoffer 8.25] , tot een bedrag van € 158,36;

8.26

[slachtoffer 8.26] , tot een bedrag van € 108,90;

Ten aanzien van cluster 11

11.4

[slachtoffer 11.4] , tot een bedrag van € 164,08;

11.7

[slachtoffer 11.7] , tot een bedrag van € 108,25;

11.10

[slachtoffer 11.10] , tot een bedrag van € 165,00;

Ten aanzien van cluster 12

12.1

[slachtoffer 12.1] , tot een bedrag van € 205,45;

12.6

[slachtoffer 12.6] , tot een bedrag van € 155,00;

12.8

[slachtoffer 12.8] , tot een bedrag van € 89,90;

12.10

[slachtoffer 12.10] , tot een bedrag van € 118,13;

12.11

[slachtoffer 12.11] , tot een bedrag van € 122,50;

12.12

[slachtoffer 12.12] , tot een bedrag van € 152,20;

12.13

[slachtoffer 12.13] , tot een bedrag van € 50,00;

12.14

[slachtoffer 12.14] , tot een bedrag van € 95,95;

12.15

[slachtoffer 12.15] , tot een bedrag van € 99,97;

12.16

[slachtoffer 12.16] , tot een bedrag van € 71,72;

12.17

[slachtoffer 12.17] , tot een bedrag van € 88,09;

12.23

[slachtoffer 12.23] , tot een bedrag van € 160,39;

12.25

[slachtoffer 12.25] , tot een bedrag van € 47,23;

12.26

[slachtoffer 12.26] , tot een bedrag van € 253,91;

12.28

[slachtoffer 12.28] , tot een bedrag van € 92,41;

12.29

[slachtoffer 12.29] , tot een bedrag van € 231,11;

12.30

[slachtoffer 12.13] , tot een bedrag van € 50,00;

12.31

[slachtoffer 12.31] , tot een bedrag van € 141,29;

12.32

[slachtoffer 12.32] , tot een bedrag van € 120,76;

12.33

[slachtoffer 12.33] , tot een bedrag van € 86,27;

Ten aanzien van cluster 13

13.2

[slachtoffer 13.2] , tot een bedrag van € 145,20;

13.4

[slachtoffer 13.4] , tot een bedrag van € 64,91;

13.11

[slachtoffer 13.11] , tot een bedrag van € 95,59;

13.17

[slachtoffer 13.17] , tot een bedrag van € 164,68;

13.19

[slachtoffer 13.19] , tot een bedrag van € 125,43;

13.20

[slachtoffer 13.20] , tot een bedrag van € 73,81;

13.22

[slachtoffer 13.22] , tot een bedrag van € 133,71;

13.24

[slachtoffer 13.24] , tot een bedrag van € 105,98;

13.25

[slachtoffer 13.25] , tot een bedrag van € 317,77;

13.27

[slachtoffer 13.27] , tot een bedrag van € 45,00;

Ten aanzien van cluster 14

14.3

[slachtoffer 14.3] , tot een bedrag van € 112,68;

14.8

[slachtoffer 14.8] , tot een bedrag van € 82,50;

14.14

[slachtoffer 14.14] , tot een bedrag van € 209,63;

14.20

[slachtoffer 14.20] , tot een bedrag van € 75,06;

14.23

[slachtoffer 14.23] , tot een bedrag van € 141,86;

14.25

[slachtoffer 14.25] , tot een bedrag van € 72,00;

14.26

[slachtoffer 14.26] , tot een bedrag van € 342,55;

14.30

[slachtoffer 14.30] , tot een bedrag van € 84,30;

14.31

[slachtoffer 14.31] , tot een bedrag van € 74,85;

14.32

[slachtoffer 14.32] , tot een bedrag van € 77,96;

Ten aanzien van cluster 15

15.8

[slachtoffer 15.8] , tot een bedrag van € 93,47;

15.13

[slachtoffer 15.13] , tot een bedrag van € 541,26;

15.14

[slachtoffer 15.14] , tot een bedrag van € 69,50;

15.20

[slachtoffer 15.20] , tot een bedrag van € 114,50;

15.21

[slachtoffer 15.21] , tot een bedrag van € 30,58;

15.22

[slachtoffer 15.22] , tot een bedrag van € 327,52;

15.24

[slachtoffer 15.24] , tot een bedrag van € 235,00;

15.26

[slachtoffer 15.26] , tot een bedrag van € 134,45;

15.28

[slachtoffer 15.28] , tot een bedrag van € 102,61;

15.31

[slachtoffer 15.31] , tot een bedrag van € 250,00;

15.35

[slachtoffer 15.35] , tot een bedrag van € 84,51;

15.39

[slachtoffer 15.39] , tot een bedrag van € 86,52;

15.40

[slachtoffer 15.40] , tot een bedrag van € 175,81;

15.42

[slachtoffer 15.42] , tot een bedrag van € 177,45;

15.43

[slachtoffer 15.43] , tot een bedrag van € 143,43;

15.47

[slachtoffer 15.47] , tot een bedrag van € 65,00;

15.48

[slachtoffer 15.48] , tot een bedrag van € 130,92;

en veroordeelt de verdachte tot betaling daarvan, tegen behoorlijk bewijs van kwijting;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partijen - voor zover zij meer hebben gevorderd dan het toegewezen bedrag - voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partijen de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

wijst de vorderingen van de benadeelde partijen - voor zover zij BTW hebben gevorderd en aanspraak kunnen maken op teruggave van BTW - voor wat betreft die gevorderde BTW af;

Schadevergoedingsmaatregel

legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van de volgende bedragen, ten behoeve van de volgende slachtoffers en bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor hierna te noemen duur:

Ten aanzien van cluster 5

5.1

[slachtoffer 5.1] , een bedrag groot € 89,26, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

5.2

[slachtoffer 5.2] , een bedrag groot € 86,93, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

5.3

[slachtoffer 5.3] , een bedrag groot € 83,10, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

5.8

[slachtoffer 5.8] , een bedrag groot € 175,14, subsidiair 3 dagen vervangende hechtenis;

5.10

[slachtoffer 5.10] , een bedrag groot € 127,73, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

5.13

[slachtoffer 5.13] , een bedrag groot € 93,00, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

Ten aanzien van cluster 7

7.1

[slachtoffer 7.1] , een bedrag groot € 97,50, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

7.2

[slachtoffer 7.2] , een bedrag groot € 139,73, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

7.3

[slachtoffer 7.2] , een bedrag groot € 89,67, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

7.6

[slachtoffer 7.6] , een bedrag groot € 175,24, subsidiair 3 dagen vervangende hechtenis;

Ten aanzien van cluster 8

8.2

[slachtoffer 8.2] , een bedrag groot € 180,00, subsidiair 3 dagen vervangende hechtenis;

8.4

[slachtoffer 8.4] , een bedrag groot € 66,01, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

8.5

[slachtoffer 8.5] , een bedrag groot € 115,19, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

8.7

[slachtoffer 8.7 2] , een bedrag groot € 174,25, subsidiair 3 dagen vervangende hechtenis;

8.8

[slachtoffer 8.8] , een bedrag groot € 275,92, subsidiair 5 dagen vervangende hechtenis;

8.10

[slachtoffer 8.10] , een bedrag groot € 91,51, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

8.14

[slachtoffer 8.14] , een bedrag groot € 423,50, subsidiair 8 dagen vervangende hechtenis;

8.15

[slachtoffer 8.15] , een bedrag groot € 386,18, subsidiair 7 dagen vervangende hechtenis;

8.18

[slachtoffer 8.18 ] , een bedrag groot € 91,15, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

8.19

[slachtoffer 8.19] , een bedrag groot € 112,16, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

8.20

[slachtoffer 8.20] , een bedrag groot € 200,00, subsidiair 4 dagen vervangende hechtenis;

8.22

[slachtoffer 2.4] , een bedrag groot € 67,18, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

8.23

[slachtoffer 8.23] , een bedrag groot € 98,25, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

8.25

[slachtoffer 8.25] , een bedrag groot € 158,36, subsidiair 3 dagen vervangende hechtenis;

8.26

[slachtoffer 8.26] , een bedrag groot € 108,90, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

Ten aanzien van cluster 11

11.4

[slachtoffer 11.4] , een bedrag groot € 164,08, subsidiair 3 dagen vervangende hechtenis;

11.7

[slachtoffer 11.7] , een bedrag groot € 108,25, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

11.10

[slachtoffer 11.10] , een bedrag groot € 165,00, subsidiair 3 dagen vervangende hechtenis;

Ten aanzien van cluster 12

12.1

[slachtoffer 12.1] , een bedrag groot € 205,45, subsidiair 4 dagen vervangende hechtenis;

12.6

[slachtoffer 12.6] , een bedrag groot € 155,00, subsidiair 3 dagen vervangende hechtenis;

12.8

[slachtoffer 12.8] , een bedrag groot € 89,90, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

12.10

[slachtoffer 12.10] , een bedrag groot € 118,13, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

12.11

[slachtoffer 12.11] , een bedrag groot € 122,50, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

12.12

[slachtoffer 12.12] , een bedrag groot € 152,20, subsidiair 3 dagen vervangende hechtenis;

12.13

[slachtoffer 12.13] , een bedrag groot € 50,00, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

12.14

[slachtoffer 12.14] , een bedrag groot € 95,95, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

12.15

[slachtoffer 12.15] , een bedrag groot € 99,97, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

12.16

[slachtoffer 12.16] , een bedrag groot € 71,72, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

12.17

[slachtoffer 12.17] , een bedrag groot € 88,09, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

12.23

[slachtoffer 12.23] , een bedrag groot € 160,39, subsidiair 3 dagen vervangende hechtenis;

12.25

[slachtoffer 12.25] , een bedrag groot € 47,23, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

12.26

[slachtoffer 12.26] , een bedrag groot € 253,91, subsidiair 5 dagen vervangende hechtenis;

12.28

[slachtoffer 12.28] , een bedrag groot € 92,41, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

12.29

[slachtoffer 12.29] , een bedrag groot € 231,11, subsidiair 4 dagen vervangende hechtenis;

12.30

[slachtoffer 12.13] , een bedrag groot € 50,00, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

12.31

[slachtoffer 12.31] , een bedrag groot € 141,29, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

12.32

[slachtoffer 12.32] , een bedrag groot € 120,76, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

12.33

[slachtoffer 12.33] , een bedrag groot € 86,27, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

Ten aanzien van cluster 13

13.2

[slachtoffer 13.2] , een bedrag groot € 145,20, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

13.4

[slachtoffer 13.4] , een bedrag groot € 64,91, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

13.11

[slachtoffer 13.11] , een bedrag groot € 95,59, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

13.17

[slachtoffer 13.17] , een bedrag groot € 164,68, subsidiair 3 dagen vervangende hechtenis;

13.19

[slachtoffer 13.19] , een bedrag groot € 125,43, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

13.20

[slachtoffer 13.20] , een bedrag groot € 73,81, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

13.22

[slachtoffer 13.22] , een bedrag groot € 133,71, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

13.24

[slachtoffer 13.24] , een bedrag groot € 105,98, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

13.25

[slachtoffer 13.25] , een bedrag groot € 317,77, subsidiair 6 dagen vervangende hechtenis;

13.27

[slachtoffer 13.27] , een bedrag groot € 45,00, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

Ten aanzien van cluster 14

14.3

[slachtoffer 14.3] , een bedrag groot € 112,68, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

14.8

[slachtoffer 14.8] , een bedrag groot € 82,50, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

14.14

[slachtoffer 14.14] , een bedrag groot € 209,63, subsidiair 4 dagen vervangende hechtenis;

14.20

[slachtoffer 14.20] , een bedrag groot € 75,06, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

14.23

[slachtoffer 14.23] , een bedrag groot € 141,86, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

14.25

[slachtoffer 14.25] , een bedrag groot € 72,00, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

14.26

[slachtoffer 14.26] , een bedrag groot € 342,55, subsidiair 6 dagen vervangende hechtenis;

14.30

[slachtoffer 14.30] , een bedrag groot € 84,30, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

14.31

[slachtoffer 14.31] , een bedrag groot € 74,85, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

14.32

[slachtoffer 14.32] , een bedrag groot € 77,96, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

Ten aanzien van cluster 15

15.8

[slachtoffer 15.8] , een bedrag groot € 93,47, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

15.13

[slachtoffer 15.13] , een bedrag groot € 541,26, subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis;

15.14

[slachtoffer 15.14] , een bedrag groot € 69,50, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

15.20

[slachtoffer 15.20] , een bedrag groot € 114,50, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

15.21

[slachtoffer 15.21] , een bedrag groot € 30,58, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

15.22

[slachtoffer 15.22] , een bedrag groot € 327,52, subsidiair 6 dagen vervangende hechtenis;

15.24

[slachtoffer 15.24] , een bedrag groot € 235,00, subsidiair 4 dagen vervangende hechtenis;

15.26

[slachtoffer 15.26] , een bedrag groot € 134,45, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

15.28

[slachtoffer 15.28] , een bedrag groot € 102,61, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

15.31

[slachtoffer 15.31] , een bedrag groot € 250,00, subsidiair 5 dagen vervangende hechtenis;

15.35

[slachtoffer 15.35] , een bedrag groot € 84,51, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

15.39

[slachtoffer 15.39] , een bedrag groot € 86,52, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

15.40

[slachtoffer 15.40] , een bedrag groot € 175,81, subsidiair 3 dagen vervangende hechtenis;

15.42

[slachtoffer 15.42] , een bedrag groot € 177,45, subsidiair 3 dagen vervangende hechtenis;

15.43

[slachtoffer 15.43] , een bedrag groot € 143,43, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

15.47

[slachtoffer 15.47] , een bedrag groot € 65,00, subsidiair 1 dag vervangende hechtenis;

15.48

[slachtoffer 15.48] , een bedrag groot € 130,92, subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partijen de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen;

Feit 2

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer ] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Beslag

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst genoemde stiletto.

Dit vonnis is gewezen door

mr. S.W.E. de Ruiter, voorzitter,

mr. C.F. Mewe, rechter,

mr. E.A. Lensink, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. M.A. Schaap, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 oktober 2016.

Mr. C.F. Mewe en mr. E.A. Lensink zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het betreffende dossier (Algemeen Dossier, Persoonsdossier, 16 Zaaksdossiers, Forensisch Dossier, Beslagdossier en Methodieken dossier) van het proces-verbaal met het nummer DH5R016008 (Onderzoek Grande Rocheuse), van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen.

2 De aangiftes zijn per cluster gebundeld in het Zaaksdossier waarin de volgende aangiftes zijn gevoegd: Zaak Cluster 1, aangiftes 1.1 t/m 1.7; Zaak Cluster 2, aangiftes 2.1 t/m 2.11; Zaak Cluster 3, aangiftes 3.1 t/m 3.4, Zaak Cluster 4, aangiftes 4.1 t/m 4.21; Zaak Cluster 5, aangiftes 5.1 t/m 5.16; Zaak Cluster 6, aangiftes 6.1 t/m 6.7; Zaak Cluster 7, aangiftes 7.1 t/m 7.7; Zaak Cluster 8, aangiftes 8.1 t/m 8.26, Zaak Cluster 9, aangifte 9.1; Zaak Cluster 10, aangiftes 10.1 t/m 10.3; Zaak Cluster 11, aangiftes 11.1 t/m 11.11; Zaak Cluster 12, aangiftes 12.1 t/m 12.33; Zaak Cluster 13, aangiftes 13.1 t/m 13.27; Zaak Cluster 14, aangiftes 14.1 t/m 14.34; Zaak Cluster 15, aangiftes 15.1 t/m 15.49.

3 Proces-verbaal gesprek met [betrokkene] , Dossier Voorgeleiding, p. 115.

4 Proces-verbaal Actie nacht 4 op 5 mei 2016, Algemeen Dossier, p. 84 t/m 88; proces-verbaal uitkijken camerabeelden [adres 2] , te Monster, Persoonsdossier, p. 18 t/m 24; proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [adres 1] ten opzichte van [adres 2] , Persoonsdossier, p. 25 t/m 36.

5 Proces-verbaal van verhoor [getuige] , Algemeen Dossier, p. 17 t/m 26.

6 Proces-verbaal van bevindingen, Algemeen Dossier, p. 76, met bijlage (p. 78).

7 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, Persoonsdossier, p. 52 t/m 54.

8 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, Persoonsdossier, p. 59 en 60; proces-verbaal Aantreffen mes [verdachte] , Algemeen Dossier, p. 117, met bijlage (p. 118 en 119); proces-verbaal Sporenonderzoek, Forensisch Dossier (bijlage 12), p. 460 t/m 464, met bijlage (p. 465 t/m 467).

9 Proces-verbaal forensisch technisch onderzoek, Forensisch Dossier (bijlage 14), p. 490 t/m 499; (vervolg) rapport uitslag sporenonderzoek, Forensisch Dossier (bijlage 14A), p. 501 t/m 516, met bijlage (p. 517 t/m 546).

10 Proces-verbaal van bevindingen, Zaaksdossier, Zaak Cluster 7, p. 27, met foto bijlage (p. 28).

11 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 8.15] , Zaaksdossier, Zaak Cluster 8, p. 39 t/m 41, met foto bijlage (p. 42 t/m 50).

12 Proces-verbaal Sporenonderzoek, Forensisch Dossier, p. 30 en 31, met foto bijlage (p. 32 t/m 36).

13 Proces-verbaal forensisch technisch onderzoek, Forensisch Dossier, p. 46 t/m 50, met foto bijlage (p. 95).

14 Proces-verbaal Sporenonderzoek, Forensisch Dossier, p. 146 t/m 149, met foto bijlage (p. 150 t/m 152).

15 Proces-verbaal Sporenonderzoek, Forensisch Dossier, p. 244 t/m 252, met foto bijlage (p. 256, 257 en 260).

16 Proces-verbaal Sporenonderzoek, Forensisch Dossier, p. 275 t/m 279, met foto bijlage (p. 281 en 282).

17 Proces-verbaal Sporenonderzoek, Forensisch Dossier, p. 310 t/m 315; proces-verbaal Tactisch onderzoek plaats delict Cluster 15, Zaaksdossier, Zaak Cluster 15, p. 278 t/m 280, met foto bijlage (p. 281 t/m 284).

18 Een geschrift, te weten een rapport ‘Deskundigenbericht betreffende forensisch schriftonderzoek’, d.d. 10 augustus 2016, opgemaakt door W. de Jong, Forensisch Dossier, p. 398 t/m 407, met bijlagen (p. 408 t/m 425); een geschrift, te weten een rapport ‘Onderzoeksbericht betreffende forensisch schriftonderzoek’, d.d. 11 mei 2016, opgemaakt door W. de Jong, Forensisch Dossier, p. 383 t/m 387.

19 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer ] , Zaaksdossier Zaak Uitlokking/Dwang, p. 6 t/m 15; proces-verbaal van bevindingen, Zaaksdossier Zaak Uitlokking/Dwang, p. 22 t/m 25, met bijlage (p. 26 en 27).

20 Een geschrift, te weten een rapport ‘Vergelijkend handschriftonderzoek naar aanleiding van leksteken banden en bekladden voertuigen’, d.d. 11 juli 2016, opgemaakt door W. Fagel, Forensisch Dossier, p. 475 t/m 480, met bijlage (p. 481 t/m 488).

21 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer ] , Zaaksdossier Zaak Uitlokking/Dwang, p. 6 t/m 15; proces-verbaal van bevindingen, Zaaksdossier Zaak Uitlokking/Dwang, p. 22 t/m 25, met bijlage (p. 26 en 27).

22 Proces-verbaal van bevindingen, Zaaksdossier Zaak Uitlokking/Dwang, p. 29 en 30, met bijlage (p. 31 t/m 37); proces-verbaal van bevindingen, Zaaksdossier Zaak Uitlokking/Dwang, p. 38 en 39, met bijlage (p. 40 t/m 47).

23 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 4 oktober 2016.

24 Een geschrift, te weten een rapport ‘Vergelijkend handschriftonderzoek naar aanleiding van leksteken banden en bekladden voertuigen’, d.d. 11 juli 2016, opgemaakt door W. Fagel, Forensisch Dossier, p. 475 t/m 480, met bijlage (p. 481 t/m 488).