Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:11933

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30-09-2016
Datum publicatie
05-10-2016
Zaaknummer
C/09/503663 / HA RK 16-27
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontslag van bestuur van een stichting en ontbinding van de stichting. Verzoeker is niet-ontvankelijk als belanghebbende. Binnen de stichting kan (indirect) voldoende controle op het bestuur van de stichting worden uitgeoefend dat kring van belanghebbenden niet hoeft te worden opgerekt tot verzoeker ('twee kringenleer').

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 21
Burgerlijk Wetboek Boek 2 298
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2016/1073
AR 2016/2888
NJF 2016/491
JONDR 2017/23
JIN 2016/223 met annotatie van A.M. Dumoulin-Siemens
JOR 2017/33 met annotatie van mr. drs. C.J. Groffen
OR-Updates.nl 2016-0264
JERF 2016/97
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Handel

CB

Zaaknr.: 09/503663 / HA RK 16-27

Uitspraakdatum: 30 september 2016

Beschikking in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij,

verder te noemen: [verzoeker] ,

advocaat: mr. J.L.A. Nicolai,

tegen

de stichting Stichting ANV Fondsen,

gevestigd te Den Haag,

verwerende partij,

verder te noemen: de Stichting,

advocaat: mr. V.H.B. Kruit.

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoeker] heeft de rechtbank bij verzoekschrift (met 12 producties), bij de griffie ingekomen op 18 januari 2016, verzocht (primair) alle bestuurders van de Stichting met onmiddellijke ingang te ontslaan en een nieuw, onafhankelijk bestuur bij de Stichting te benoemen en (subsidiair) de Stichting met onmiddellijke ingang te ontbinden en een onafhankelijke vereffenaar bij de Stichting te benoemen. De Stichting heeft op 4 mei 2015 een verweerschrift (met 13 producties) voor de aanvankelijk voor 11 mei 2016 bepaalde mondelinge behandeling ingediend.

1.2.

Daarnaast heeft [verzoeker] nog een reactie op het verweerschrift d.d. 9 mei 2016 ingediend.

1.3.

Na nadere bepaling heeft op 2 september 2016 de mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Verschenen zijn [verzoeker] in persoon en namens de Stichting [vertegenwoordiger] , beide partijen bijgestaan door hun advocaten. Tijdens de mondelinge behandeling is door de advocaat van de Stichting een pleitnota overgelegd. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt, die zich in het procesdossier bevinden.

1.4.

Uitspraak is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Bij testament van 12 juni 1942 heeft mr. H.L.A. Visser bepaald dat voor de helft van zijn vermogen het Algemeen Nederlands Verbond te ’s-Gravenhage tot zijn erfgenaam wordt benoemd, [citaat uit het testament] onder de verplichting voor deze instelling om hetgeen zij uit mijn nalatenschap verkrijgt afzonderlijk te blijven administreeren en om van de zuivere inkomsten van dit kapitaal ten minste zeven/achtste gedeelte zoveel mogelijk jaarlijks of twee jaarlijks gelijkelijk te besteden voor de volgende doeleinden

I. zedelijke en/of materieele steunverlening aan diegenen, vooral Nederlanders, die door of ondanks hun goed karakter zijn of dreigen te worden benadeeld, door belooning van werkelijke verdiensten en door afwijzing van succesjacht; om te beginnen in het bijzonder door het instellen van (school)prijzen tot aanmoediging van goed karakter, die, in tegenstelling tot knapheidsprijzen hier te lande zeldzaam of niet voorkomen.

II. Steunverleening aan practische, tevens zuiver culturele werkzaamheden, in het bijzonder ten dienste van cultureele ontdekkingen in Nederlandsche laboratoria, bij voorkeur ten bate van lichamelijk en geestelijk welzijn; onder meer wordt hier gedoeld op onderzoekingen en middelen ter bestrijding en voorkoming van gevaren, die de menschen bedreigen van den kant der natuur, zoo bijvoorbeeld door onweer of blikseminslag.

III. medewerking aan het voorkomen van alles wat met hypercultuur en verder met paniek, psychische epidemie en gevaarlijke massasuggestie in het bijzonder in Nederland samenhangt; door bevordering van ook op experimenten berustende studie dienen daaruit voortvloeiende maatregelen te worden voorbereid.

IV. uitloving van een prijs voor een hoogstaand Nederlandsch tooneelspel en voor een voortreffelijk door een Nederlander gecomponeerd melodieus, dus niet hyper-modern muzikaal werk; ter bevordering der grootst mogelijke objectiviteit dient de inzending onder motto te geschieden; indien volgens de uit drie hoogstaande deskundige personen bestaande jury (door het Bestuur van het Algemeen Nederlandsch Verbond te benoemen) evenmin van hoogstaand als van voortreffelijk sprake is, wordt geen prijs toegekend.

2.2.

Mr. H.L.A Visser was een Joodse filosoof en jurist, die tijdens zijn leven werkzaam was als advocaat, jurist en wetenschapper, met bijzondere belangstelling voor het strafrecht, massapsychologie en mensenrechten. Op 28 mei 1943 maakte hij een eind aan zijn leven om te ontkomen aan deportatie naar een concentratiekamp.

2.3.

De erfenis van mr. H.L.A. Visser staat bekend als het ‘Visser-fonds’ of het ‘Visser-Neerlandia Fonds’ (hierna: het Fonds).

2.4.

De Stichting is in 1993 opgericht, mede ten behoeve van het afzonderlijk geadministreerde Fonds. Sindsdien administreert de Stichting het Fonds en daarnaast nog enkele andere, kleinere fondsen. Artikel 3, lid 1 onder a. en b. van de statuten van de Stichting luidt als volgt:

De stichting heeft tot doel: (a.) het overnemen van fondsen van het ANV en daarmee gelieerde rechtspersonen, welke afzonderlijk worden geadministreerd en welke fondsen, of de revenuen daarvan, een afzonderlijke bestemming hebben zoals bijvoorbeeld ingevolge een testamentaire beschikking of een schenking; (b.) het beheren van de sub a bedoelde fondsen en het besteden van die fondsen en/of de revenuen daarvan overeenkomstig de bestemming als bedoeld onder a, daarbij voorstellen van het ANV in aanmerking nemend.

2.5.

De oprichtster van de Stichting was de vereniging Algemeen-Nederlands Verbond (hierna: ‘ANV’). Het ANV is oorspronkelijk opgericht in 1898 en stelt zich volgens de preambule bij haar statuten ten doel de handhaving en de ontplooiing van de Nederlandse taal- en cultuurgemeenschap, waar ook ter wereld.

2.6.

Het bestuur van de Stichting bestaat uit de leden van het dagelijks bestuur van het ANV (artikel 4, lid 1 van de statuten van de Stichting).

2.7.

Het dagelijks bestuur van het ANV bestaat uit de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de secretaris en de penningmeester van het bestuur van het ANV, dat overigens uit negen leden bestaat (artikel 8, leden 1 en 2 van de statuten van het ANV).

2.8.

De besluitvorming in de algemene vergadering van het ANV vindt plaats door het uitbrengen van stemmen. Leden van het ANV hebben geen direct stemrecht. Stemmen kunnen in de algemene vergadering alleen worden uitgebracht door de leden van het bestuur en de afgevaardigden van de landenafdelingen. Er zijn maximaal 29 afgevaardigden van de landenafdelingen, 13 afgevaardigden elk van de landenafdelingen Nederland en Vlaanderen en drie van de landenafdeling Zuid-Afrika. In de algemene vergadering kunnen derhalve maximaal 38 stemmen (9 van het bestuur en 29 van de landenafdelingen worden uitgebracht: artikel 14 van de statuten van het ANV).

2.9.

Volgens de jaarrekening van de Stichting bedroeg de omvang van het Fonds per ultimo 2014 een bedrag van € 4.215.175,-. De netto opbrengst van het Fonds bedroeg in 2014 een bedrag van € 129.044,-. Daarvan zijn in dat jaar voor een bedrag van
€ 122.629 aan ‘prijzen’ uitgegeven. De kantoor- en salariskosten, die verband houden met het Fonds bedroegen in dat jaar € 27.888,- (Productie 12 bij verzoekschrift).

3 Het verzoek

3.1.

[verzoeker] verzoekt bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, primair (1.) alle bestuurders van de Stichting met onmiddellijke ingang te ontslaan; (2.) een nieuw, onafhankelijk bestuur bij de Stichting te benoemen; subsidiair (1.) de Stichting te ontbinden met onmiddellijke ingang; (2.) een onafhankelijke vereffenaar bij de Stichting te benoemen, in beide gevallen met veroordeling van de Stichting in de kosten van de procedure.

3.2.

Aan dit verzoek legt [verzoeker] ten grondslag dat - kort gezegd - het bestuur van de Stichting, anders dan mr H.L.A. Visser in zijn testament heeft bepaald, een (aanzienlijk) groter deel dan een-achtste deel van de jaarlijkse opbrengsten van het Fonds heeft besteed aan personeels-, huisvestings- en organisatiekosten. Deze kosten worden door de Stichting betaald aan het ANV. Daarmee handelt het bestuur in strijd met de wet en/of de statuten en overtreedt het bestuur het uitkeringsverbod van artikel 2:285, lid 3 BW, dan wel pleegt het bestuur van de Stichting wanbeheer.

4 Het verweer

4.1.

De Stichting verweert zich tegen het verzoek en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Zij voert daartoe - samengevat - aan dat [verzoeker] geen belanghebbende is in de zin van de artikelen 2:298 lid 1 BW en 2:21, lid 4 BW en daardoor niet ontvankelijk is in zijn verzoek. Inhoudelijk verweert de Stichting zich door te stellen dat betalingen door de Stichting vanuit het Fonds aan het ANV worden gedaan in overeenstemming met het testament van mr. H.L.A. Visser. Weliswaar kunnen de kantoor- en administratiekosten niet geheel met het een-achtste deel van de inkomsten uit aandelen en obligaties worden gedekt en wordt daarom een klein deel van die kosten betaald uit het (eigen) vermogen van het Fonds. Dit vermogen is echter ondanks de ontwikkelingen op de aandelenbeurs ook in recente jaren gegroeid, waardoor dit is gerechtvaardigd. In ieder geval zijn de betalingen niet te kwalificeren als uitkeringen aan oprichters in de zin van artikel 2:285 lid 3 BW. En ook overigens handelt het bestuur van de Stichting niet in strijd met de statuten en is er geen sprake van wanbeheer.

4.2.

Voor zover relevant zal het verweer van de Stichting hierna worden besproken.

5 De beoordeling

Primair en subsidiair

5.1.

Als eerste en meest verstrekkende verweer zal de rechtbank bespreken of [verzoeker] kan worden beschouwd als belanghebbende in de zin van artikel 2:298, lid 1 BW of artikel 2:21, lid 4 BW en in die zin het onderhavige verzoek kan doen. [verzoeker] beschouwt zichzelf als belanghebbende, omdat hij sinds 1986 lid is van het ANV en daarvan tussen juni 2004 en juni 2012 bestuurder was. Daarnaast is hij sinds december 2009 bestuurslid van de ANV-afdeling Nederland.

5.2.

In zijn uitspraak van 10 november 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AY8290) heeft de Hoge Raad de criteria geformuleerd aan de hand waarvan beoordeeld kan worden of een verzoeker kan worden aangemerkt als belanghebbende. De geformuleerde criteria staan bekend als de ‘twee kringenleer’, en komen erop neer dat er twee categorieën van belanghebbenden bestaan, namelijk (i) degenen, die bij de uitkomst van de procedure een eigen belang hebben en (ii.) degenen die op een andere wijze zo nauw zijn betrokken bij het onderwerp dat zij op van grond van die betrokkenheid een belang hebben om in de procedure te verschijnen.

5.3.

Uit hetgeen over en weer is gesteld komt de rechtbank tot de conclusie dat [verzoeker] niet behoort tot de door de Hoge Raad onder (i). geformuleerde categorie: [verzoeker] heeft niet een eigen belang bij de uitkomst van de procedure. Het enkele feit dat [verzoeker] lid is van het ANV en bestuurslid van de landenafdeling Nederland is onvoldoende om van een eigen belang te kunnen spreken.

5.4.

De vraag is vervolgens of [verzoeker] in zijn (dubbele) hoedanigheid van lid van het ANV en bestuurslid van de landenafdeling Nederland op een zo nauwe wijze betrokken is dat hij op grond daarvan een belang heeft om in de procedure te verschijnen (categorie ii.).

5.5.

Voor de rechtbank is het een belangrijk gegeven dat een stichting, tenzij de statuten anders bepalen, als vennootschappelijk orgaan slechts een bestuur kent. Er is bij een stichting derhalve geen vennootschappelijke structuur waarbij het ene vennootschappelijke orgaan het andere orgaan controleert, adviseert en/of beoordeelt. Daardoor zal bij een stichting sneller dan bij een rechtspersoon, waarbij het ene orgaan het andere controleert en/of adviseert, sprake zijn van een belang bij de procedure, teneinde het bestuur van de stichting te (kunnen) onderwerpen aan een bepaalde controle op haar beleid. Anderzijds volgt uit het wettelijk stelsel dat het niet de bedoeling is dat de kring van belanghebbenden zich uitstrekt tot eenieder die de behoefte voelt om vermeend wanbeleid binnen een stichting aan de orde te stellen (zie conclusie AG bij eerdergenoemd arrest van de Hoge Raad, ECLI:NL:PHR:2006:AY8290, overweging 3.3, laatste alinea).

5.6.

Voor de beoordeling of iemand al dan niet als belanghebbende kan worden beschouwd kan mede van invloed zijn of er een (andere) structuur aanwezig is, die tegenwicht kan bieden tegen het zelfstandig en/of eigenmachtig optreden van het bestuur van de stichting.

5.7.

De statuten van de Stichting kennen geen bepaling dat er een ander orgaan dan het bestuur is. De te beantwoorden vraag is dus of er via een andere weg voldoende controle op het bestuur van de Stichting kan plaatsvinden.

5.8.

Tussen het bestuur van de Stichting en het dagelijks bestuur van het ANV bestaat een personele unie: de leden van het dagelijks bestuur van het ANV vormen tevens de leden van het bestuur van de Stichting (rechtsoverwegingen 2.7 en 2.8).

5.9.

Het ANV is een vereniging, waarbij de algemene ledenvergadering het bestuur benoemt (artikel 9, lid 1 van de statuten) en een bestuurslid kan schorsen en kan ontslaan (artikel 9, lid 9 van de statuten). Door bestuursleden te benoemen en in voorkomend geval te schorsen of zelfs te ontslaan kan de algemene vergadering controle uitoefenen op het bestuur van het ANV. Indirect, vanwege de personele unie tussen het dagelijks bestuur van het ANV en het bestuur van de Stichting kan de algemene vergadering van het ANV hierdoor ook invloed uitoefenen op het bestuur van de Stichting. Ontslag als bestuurslid van het ANV heeft immers ook ontslag als bestuurslid van de Stichting tot gevolg.

5.10.

Weliswaar heeft niet elk lid van het ANV stemrecht in de algemene vergadering, maar hebben alleen de leden van het bestuur (maximaal 9 stemmen) en de afgevaardigden van de landenafdelingen (maximaal 29 stemmen) dat, zoals in rechtsoverweging 2.8 is beschreven. Om te voorkomen dat bij afwezigheid van (te veel) afgevaardigden van de landenafdelingen het bestuur in de algemene vergadering beslissingen kan nemen bepaalt artikel 14, lid 6 van de statuten van het ANV nog dat het bestuur in de algemene vergadering niet meer dan de helft van het aantal door de afgevaardigden uitgebrachte stemmen kan uitbrengen.

5.11.

Alles bijeen genomen komt de rechtbank tot het oordeel dat de algemene vergadering van het ANV het beleid van het bestuur van de Stichting kan controleren door in voorkomend geval de schorsing en/of het ontslag van de bestuursleden van het ANV en daarmee ook de bestuursleden van de Stichting te agenderen, in stemming te brengen en, in geval van meerderheid van stemmen, tot schorsing en/of ontslag te beslissen. In dat proces hebben de afgevaardigden van de landenafdelingen steeds de doorslaggevende stem. Onder die omstandigheden kan, naar het oordeel van de rechtbank, in voldoende mate controle plaatsvinden op het beleid van de Stichting en bestaat er geen noodzaak om de kring van belanghebbenden in dit geval zodanig op te rekken dat [verzoeker] als belanghebbende kan of moet worden aangemerkt. Als gevolg daarvan komt de rechtbank tot het oordeel dat [verzoeker] niet als belanghebbende in deze procedure kan worden aangemerkt, te meer ook omdat hij als bestuurslid van de ANV-landenafdeling Nederland invloed kan uitoefenen op het stemgedrag in de algemene vergadering van het ANV. De conclusie zal derhalve zijn dat [verzoeker] in zijn verzoek niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

5.12.

Bij deze stand van zaken behoeven de overige stellingen van [verzoeker] en de verweren van de Stichting geen nadere bespreking meer.

5.13.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [verzoeker] worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van de Stichting, begroot op € 1.523,- (€ 619,- griffierecht + 2 procespunten à € 452,-).

6 De beslissing

De rechtbank:

primair en subsidiair

- verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek;

- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure aan de zijde van de Stichting, begroot op € 1.523,-.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.W.D. Bom en op 30 september 2016 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.