Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:1182

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-02-2016
Datum publicatie
10-02-2016
Zaaknummer
C/09/499942 / KG ZA 15-1745
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Merk- en handelsnaam Student(en) Verhuis Service. Geen inbreuk beeldmerk want woorden zijn beschrijvend. Wel inbreuk handelsnaam voor zover de woorden refereren aan een (onderdeel van een) onderneming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

Zittingsplaats Den Haag

zaaknummer / rolnummer: C/09/499942 / KG ZA 15-1745

Vonnis in kort geding van 9 februari 2016

in de zaak van

vennootschap onder firma STUDENT VERHUIS SERVICE VOF,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. C. Erasmus te Amsterdam,

tegen

1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KLUSTOPPERS B.V.,

gevestigd te Den Haag,

2. vennootschap onder firma STUDENTENKARWEI,

gevestigd te Den Haag,

3. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats] ,

4. [gedaagde 4],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. Ü. Arslan te Den Haag.

Partijen zullen hierna ‘SVS’ en gedaagden gezamenlijk ‘Klustoppers c.s.’ en afzonderlijk ‘Klustoppers’, ‘Studentenkarwei’, ‘ [gedaagde 3] ’ en ‘ [gedaagde 4] ’ genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 24 november 2015;

  • -

    de bij brief van 25 november 2015 bezorgde akte houdende overlegging producties 1 tot en met 15 tevens houdende een overzicht van de proceskosten van SVS;

  • -

    de per e-mail van 22 januari 2016 gestuurde aanvullende producties 16 tot en met 19 van SVS;

- de bij brief van 25 januari 2016 gestuurde producties 1 tot en met 7 van Klustoppers c.s.;

- de mondelinge behandeling, gehouden op 26 januari 2016, ter gelegenheid waarvan partijen pleitnota’s aan de voorzieningenrechter hebben overhandigd.

1.2.

Ter zitting heeft de advocaat van SVS bezwaar gemaakt tegen het inbrengen van de producties door Klustoppers c.s. Hij heeft daartoe gesteld dat hij gelet op het late tijdstip van indiening ervan op de inhoud van deze producties niet kan reageren omdat hij te weinig tijd heeft gehad om zich hierop deugdelijk voor te bereiden en deze met zijn cliënt te bespreken. Een leespauze biedt gelet op de omvang van producties geen oplossing.

1.3.

De voorzieningenrechter heeft op dit punt ter zitting beslist. Gelet op de voorwaarden die de voorzieningenrechter bij de dagbepaling van het kort geding heeft gesteld (en die in de dagvaarding waren opgenomen) op grond waarvan Klustoppers c.s. haar producties uiterlijk op 5 januari 2016 behoorde in te dienen, is strijd met een goede procesorde gegeven. Nu voorts geen verklaring is gegeven door Klustoppers c.s. waarom zij deze producties zo laat heeft ingediend, zijn deze, gelet op het bezwaar van SVS, wegens strijd met een goede procesorde buiten beschouwing gelaten.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

SVS drijft sinds 1 april 2009 een onderneming die diensten verleent op het gebied van verhuizen en transport aan particulieren en bedrijven. Aanvankelijk werd de onderneming opgezet en gedreven als eenmanszaak door de heer [A] . Vanaf 27 juni 2013 is de eenmanszaak omgezet naar een vennootschap onder firma met [A] als vennoot. SVS bedient zich van de domeinnaam www.studentverhuisservice.nl.

2.2.

SVS is houdster van het volgende Beneluxmerk en -depot voor aan verhuizing gerelateerde diensten in de klassen 35, 37 en 39 :

ingeschreven onder nummer 0958684, gedeponeerd op 30 mei 2014 en ingeschreven op 11 september 2014;

en

Gedeponeerd onder nummer 1317429 op 22 september 2015 (nog niet ingeschreven).

2.3.

Klustoppers en Studentenkarwei zijn eveneens actief in de verhuis- en transportbranche voor particulieren en bedrijven. Klustoppers is volgens het handelsregister van de Kamer van Koophandel op 14 april 2015 ingeschreven. Studentenkarwei is volgens het register van de Kamer van Koophandel op 18 februari 2010 ingeschreven.

2.4.

[gedaagde 3] en [gedaagde 4] zijn vennoten van Studentenkarwei.

2.5.

Klustoppers maakt gebruik van een aantal websites om haar diensten aan te prijzen en klanten via internet te werven. Het betreft in ieder geval de websites www.amsterdamverhuisservices.nl, www.rotterdamsverhuisbedrijf.nl, www.haagsverhuisbedrijf.nl, www.utrechtsverhuisbedrijf.nl en www.budgetverhuisservices.nl.

2.6.

Klustoppers heeft blijkens het handelsregister van de Kamer van Koophandel als bestuurders [gedaagde 4] Holding B.V. en de heer [B] . Bestuurder en enig aandeelhouder van [gedaagde 4] Holding B.V. is de heer [gedaagde 4] .

2.7.

Studentenkarwei maakt gebruikt van de website www.studentenkarwei.nl om haar diensten aan te bieden.

2.8.

[gedaagde 3] is de domeinnaamhouder van www.studentverhuizers.nl.

2.9.

Op 19 oktober 2015 heeft de advocaat van SVS een sommatiebrief naar Klustoppers en Studentenkarwei gestuurd. Hierin worden Klustoppers en Studentenkarwei gesommeerd om binnen zeven dagen ieder gebruik van de naam “student(en) verhuis service” te staken en gestaakt te houden.

2.10.

Bij brief van 3 november 2015 heeft de advocaat van Klustoppers aan SVS laten weten dat niet aan de sommatie zal worden voldaan. Dit wordt ook namens Studentkarwei op

9 november 2015 gemeld.

3 Het geschil

3.1.

SVS vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Klustoppers gebiedt elk gebruik van de handelsnaam STUDENT VERHUIS SERVICE en van de handelsnaam STUDENTEN VERHUIS SERVICE alsmede elk gebruik van een naam of term die in te geringe mate afwijkt van de handelsnamen van SVS, te staken en gestaakt te houden binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, waarbij onder gebruik mede, maar niet uitsluitend verstaan wordt het gebruik

- Op enige door en of voor Studenten Karwei gehouden website

- In enige door en/of voor Klustoppers gehouden domeinnaam

- Als vermelding in adressenbestanden en telefoonboeken (al dan niet digitaal)

- In telefoongesprekken

- In aanduidingen op bedrijfspanden, voertuigen en overig bedrijfsmaterieel;

II. Klustoppers gebiedt aan SVS een dwangsom te betalen van € 5.000,- voor iedere overtreding van de vordering onder I, alsmede voor iedere dag waarop deze overtreding voortduurt, waarbij elk gedeelte van een dag als gehele dag wordt gerekend;

III. Klustoppers veroordeelt in de kosten van deze procedure, bestaande uit de volledige feitelijke door SVS gemaakte kosten van de salarissen en verschotten van de behandelend advocaat conform art. 1019h Rv1, of een ander door deze rechtbank in te bepalen bedrag ter vergoeding van de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten SVS heeft gemaakt, alsmede de nakosten als bedoeld in art. 237, lid 4 Rv;

Ten aanzien van Studentenkarwei, [gedaagde 3] en [gedaagde 4] :

IV. gedaagden, waaronder [gedaagde 3] en [gedaagde 4] hoofdelijk, gebiedt elk gebruik van de handelsnaam STUDENT VERHUIS SERVICE en van de handelsnaam STUDENTEN VERHUIS SERVICE alsmede elk gebruik van een naam of term die in te geringe mate afwijkt van de handelsnamen van SVS, te staken en gestaakt te houden binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, waarbij onder gebruik mede, maar niet uitsluitend verstaan wordt het gebruik:

- Op enige door en of voor Studentenkarwei, [gedaagde 3] , [gedaagde 4] gehouden website

- In enige door en/of voor Studentenkarwei, [gedaagde 3] , [gedaagde 4] gehouden domeinnaam

- Als vermelding in adressenbestanden en telefoonboeken (al dan niet digitaal)

- In telefoongesprekken

- In aanduidingen op bedrijfspanden, voertuigen en overig bedrijfsmaterieel;

V. gedaagden, waaronder [gedaagde 3] en [gedaagde 4] hoofdelijk, gebiedt aan SVS een dwangsom te betalen van € 5.000,- voor iedere overtreding van het onder I2 gevorderde gebod, alsmede voor iedere dag waarop deze overtreding voortduurt, waarbij elk gedeelte van een dag als gehele dag wordt gerekend;

- gedaagden, waaronder [gedaagde 3] en [gedaagde 4] hoofdelijk, veroordeelt in de kosten van deze procedure, bestaande uit de volledige feitelijke door SVS gemaakte kosten van de salarissen en verschotten van de behandelend advocaat conform art. 1019h Rv., of een ander door deze rechtbank te bepalen bedrag ter vergoeding van de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die SVS heeft gemaakt, alsmede de nakosten als bedoeld in art. 237, lid 4 Rv;

- bepaalt dat de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv wordt vastgesteld op zes maanden.

3.2.

SVS legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij op onrechtmatige wijze wordt beconcurreerd door Klustoppers c.s. Daarnaast is er sprake van handelsnaaminbreuk door Klustoppers c.s. omdat zij de handelsna(a)m(en) van SVS, te weten “Student(en) Verhuis Service”, veelvuldig gebruikt in diverse uitingen. Verder is er sprake van merkinbreuk omdat Klustoppers c.s. de bewoordingen STUDENT(EN) VERHUIS SERVICE gebruikt op haar websites. Hiermee samenhangendd is er volgens SVS sprake van misleiding van de consument en van overig onrechtmatig handelen dat is te kwalificeren als een onrechtmatige daad jegens haar.

3.3.

Klustoppers c.s. voert verweer. Klustoppers c.s. betwist op de eerste plaats dat SVS een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorzieningen. Ten tweede is deze zaak naar de aard niet geschikt voor het treffen van een voorlopige voorziening. Daarnaast stelt Klustoppers c.s. onder meer dat de woorden “studenten verhuis service” beschrijvend zijn en aldus niet gemonopoliseerd mogen worden, zij die woorden ook op beschrijvende wijze gebruikt terwijl zij het beeldelement van de merken van SVS niet gebruikt. Hierdoor en/of door het ontbreken van verwarringsgevaar, is er geen sprake van merk- of handelsnaaminbreuk noch van onrechtmatig handelen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

Ambtshalve wordt overwogen dat voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op de gestelde inbreuk op de aan SVS toebehorende Benelux-merken, de rechtbank internationaal en relatief bevoegd is daarvan kennis te nemen nu gedaagden gevestigd of woonachtig zijn in het arrondissement Den Haag (artikel 4.6 BVIE3). De bevoegdheid strekt zich uit tot de Benelux. Voor de overige grondslagen en voor zover moet worden aangenomen dat de EEX-Vo4 prevaleert boven artikel 4.6 BVIE, is de rechtbank internationaal bevoegd voor de hoofdzaak op grond van artikel 4 EEX-Vo dan wel 7 lid 2 EEX-Vo zodat tevens bevoegdheid bestaat kennis te nemen van de onderhavige vordering. De voorzieningenrechter is voorts internationaal en relatief bevoegd omdat dit niet bestreden is.

Spoedeisendheid en geschiktheid voor kort geding

4.2.

Gelet op de gestelde voortdurende inbreuk, is het spoedeisend belang in beginsel gegeven. De omstandigheid dat de gevolgen van een verbod ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor Klustoppers c.s., maakt dit niet anders, al niet omdat het in wezen slechts gaat om een aantal uitlatingen op haar websites. Niet is gesteld dat aanpassing daarvan dusdanig lastig of kostbaar zou zijn dat een voorlopige voorziening om die reden achterwege zou moeten blijven. Voorts zijn de vorderingen en de daartegen gevoerde verweren niet dermate ingewikkeld dat deze niet in het kader van een kort geding beoordeeld kunnen worden.

Merkinbreuk

4.3.

SVS stelt dat sprake is van merkinbreuk doordat Klustoppers c.s. de bewoording STUDENT VERHUIS SERVICE en/of STUDENTEN VERHUIS SERVICE gebruikt op haar websites en daarbij voorts een zelfde kleur en lettertype gebruikt die gelijkend zijn aan die van SVS. Klustoppers c.s. verweert zich met de stelling dat zij niets overneemt van de beeldmerkcomponent en de woorden als zodanig beschrijvend zijn.

4.4.

Voorshands overweegt de voorzieningenrechter dat er een gerede kans is dat de bodemrechter niet tot merkinbreuk zal concluderen. Daartoe is het volgende redengevend. Zoals reeds eerder in de Nederlandse jurisprudentie is overwogen, kan een merkhouder door de enkele omstandigheid dat hij daaraan een beeldelement toevoegt, niet alsnog de facto een monopolie krijgen op een beschrijvende aanduiding die als woordmerk geweigerd zou worden. Met Klustoppers c.s. kan worden aangenomen dat een merkhouder dan immers alsnog “via de achterdeur” zou krijgen waarop hij langs de voordeur (inschrijving als woordmerk) geen recht zou hebben.5 Het “Freihaltebedürfnis” oftewel het recht van eenieder om beschrijvende termen te gebruiken dient te prevaleren.6 Naar voorlopig oordeel is dit hier aan de orde. Ook SVS geeft toe dat de woorden STUDENT(EN) VERHUIS SERVICE in haar beeldmerken beschrijvend zijn aangezien zij een verhuis service aanbiedt die wordt gerund en uitgevoerd door studenten. De voorzieningenrechter volgt het betoog van SVS niet dat de combinatie van woorden, waarbij zij vooral wijst op het ongebruikelijker “service”, meer is dan de som der delen. Dat er mogelijk gebruikelijker alternatieven, zoals het woord “dienst”, voor handen zijn neemt niet weg dat ook “service” louter beschrijvend is te achten, evenzeer in deze combinatie. SVS heeft voorts niet (onderbouwd) betoogd dat de woorden door gebruik ingeburgerd zouden zijn geraakt.

4.5.

De vraag zou kunnen worden gesteld of de uitspraak van het HvJ EU van 19 maart 2015 inzake MEGANEXT (ECLI:EU:C:2015:187) hier nog een ander licht op doet schijnen nu daarin is aangenomen (r.o. 34) dat zelfs indien een woordelement als louter beschrijvend moet worden beschouwd, dit beschrijvende karakter niet eraan in de weg staat dat wordt vastgesteld dat dit element dominerend is voor de beoordeling van de overeenstemming van de conflicterende tekens (zie in die zin beschikking Muñoz Arraiza/BHIM, C-388/10 P, EU:C:2011:185, punt 657). Daarmee is echter niet gezegd dat er dan ook een gevaar voor verwarring kan worden aangenomen, nu het betreffende publiek de beschrijvende termen ook als (louter) beschrijvend op zal vatten en aldus daaraan geen herkomstaanduiding zal toekennen. Bovendien neemt dit niet weg dat naar voorlopig oordeel bij gebruik van dergelijke (louter) beschrijvende termen een beroep op een geldige reden gerechtvaardigd is in de zin van 2.23 lid 1 BVIE.

4.6.

Het voorgaande betekent dat het gebruik van de woordcombinatie “student(en) verhuis service” geen inbreuk maakt op de merkrechten van SVS; een eventuele gelijkenis tussen de kleurstellingen en layout van de websites maakt dit niet anders. Opmerking verdient nog dat voorgaande redenering is gezet in de sleutel van artikel 2.20 lid 1 onder b BVIE. SVS beroept zich op artikel 2.20 BVIE zonder te specificeren of zij daarbij het oog heeft op lid 1 sub a, b, c of d van dat artikel. Voor zover zij ook sub a, c en d aan haar vorderingen ten grondslag heeft beoogt te leggen, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Sub a is niet aan de orde nu Klustoppers c.s. niet een teken gelijk aan het merk van SVS gebruikt. Ten aanzien van sub c geldt dat hiervoor reeds is overwogen dat van een ingeburgerd merk geen sprake is, laat staan dat het dan bekend zou zijn in de zin van sub c. Voor zover SVS zich beroept op sub d valt enerzijds niet in te zien (en is zulks ook niet onderbouwd gesteld) dat sprake is van ongerechtvaardigd voordeel dan wel afbreuk aan onderscheidend vermogen in de zin van 2.20 lid 1 sub d BVIE, en anderzijds is sprake van een geldige reden als voormeld. De voorzieningenrechter kan voorts daarlaten dat het tweede in r.o. 2.2 genoemde beeldmerk STUDENTEN VERHUIS SERVICE nog niet is ingeschreven en daaraan (thans) nog geen rechten kunnen worden ontleend.

Handelsnaamrechtinbreuk

4.7.

SVS stelt dat Klustoppers c.s. inbreuk maakt op haar handelsnaamrechten door veelvuldig gebruik daarvan op haar websites, waardoor verwarring kan ontstaan bij het relevante publiek. Klustoppers c.s. neemt terecht tot uitgangspunt dat aan het onderscheidende vermogen van een handelsnaam lage eisen worden gesteld en deze ook als deze beschrijvend van aard is bescherming toekomt. Klustoppers c.s. voert echter onder meer, in een aantal gevallen voorshands terecht, aan dat geen sprake is van gebruik als handelsnaam omdat de woorden op de websites op een beschrijvende manier worden gebruikt en bovendien wordt duidelijk gemaakt wat wel de naam van het bedrijf is dat de verhuisdienst zal verlenen. Hierop strandt in die gevallen het beroep op (artikel 5 van) de Handelsnaamwet (Hnw). Een voorbeeld is de volgende passage afkomstig van de website budgetverhuisservice.nl:

4.8.

Anders is dit echter voor de uitlatingen waarbij “student(en) verhuis service” door Klustoppers c.s. in wezen als een (tweede of volgende) handelsnaam wordt gepresenteerd. Dit geldt bijvoorbeeld daar waar “Studenten Verhuisservice” met begin hoofdletters is geschreven en voorts ook in de volgende passage:

Het gebruik van “studenten verhuisservice” in deze passage op de pagina amsterdamverhuisservices.nl/studenten-verhuisservice-amsterdam is naar voorlopig oordeel niet langer beschrijvend maar voldoende duidelijk gericht op een (specifiek onderdeel van een) onderneming zodat het in aanmerking te nemen publiek zou kunnen menen met de onderneming van SVS van doen te hebben of althans een daaraan verbonden onderneming. Een vergelijkbare passage komt ook voor op enkele andere zogenaamde landingspagina’s (met achtervoeging “/studenten-verhuisservice-…”) van de websites www.amsterdamverhuisservices.nl, www.haagsverhuisbedrijf.nl, www.utrechtsverhuisbedrijf.nl, www.budgetverhuisservices.nl naar aanleiding van een google zoekopdracht op die woorden.8 Nu voorts onbestreden is dat SVS haar handelsnamen eerder dan Klustoppers c.s. voerde en beide ondernemingen in dezelfde plaatsen actief zijn op het hetzelfde gebied, is van inbreuk volgens artikel 5 van de Hnw sprake.

4.9.

Naar voorlopig oordeel geldt dit ook voor het gebruik in de url van dergelijke landingspagina’s van de achtervoeging “/studenten-verhuisservice-…” . Het in aanmerking te nemen publiek zal immers door voormelde tekst op de betreffende pagina die toevoeging aan het internet adres niet langer als beschrijvend opvatten maar integendeel als een verwijzing naar een (specifiek onderdeel van een) onderneming. Dergelijk gebruik zal dan ook worden verboden als na te melden. Teneinde executiegeschillen te voorkomen, wordt evenwel reeds nu overwogen dat indien in de tekst van de betreffende landingspagina de woorden “studenten verhuis service” op een beschrijvende manier zullen worden gehanteerd, de enkele opname in de url van die woorden (zonder een plaatsnaam) geen inbreukmakend handelsnaamgebruik oplevert, althans onvoldoende zeker is dat de bodemrechter die conclusie zal trekken.

Onrechtmatig handelen

4.10.

SVS stelt voorts nog dat Klustoppers c.s. onrechtmatig handelt jegens haar door veelvuldig gebruik van de woordcombinatie “student(en) verhuis service” op haar websites, waardoor verwarring kan ontstaan bij het relevante publiek. De voorzieningenrechter overweegt dat niet is in te zien in welke zin SVS, naast het aan haar toe te kennen verbod tot gebruik als handelsnaam, belang heeft bij beoordeling van deze grondslag. Zij heeft weliswaar overname van een deel van de kleurstelling en layout van haar website genoemd alsmede dat ten onrechte een groter aantal verhuisdiensten per week zou worden gesuggereerd, maar een daarop gerichte vordering ontbreekt. Voor zover SVS mogelijk het oog had op beschrijvend gebruik dat niet als handelsnaamgebruik is te kwalificeren, faalt dit omdat het publiek niet verward zal raken en bovendien van bijkomende omstandigheden geen sprake is (zie HR 11 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3554 (Artiestenverloning)).

Slotsom en proceskosten

4.11.

Het verbod zal op straffe van een (gemaximeerde) dwangsom worden toegewezen voor zover Klustoppers c.s. de aanduiding “student(en) verhuis service” als handelsnaam gebruikt maar worden afgewezen voor zover zij die aanduiding op een beschrijvende manier gebruikt ter aanduiding van de aard van haar diensten. In die omstandigheid vindt de voorzieningenrechter aanleiding de proceskosten in deze zaak te compenseren als na te melden.

4.12.

Overname van de in de vorderingen gegeven opsomming van vormen van gebruik die in elk geval tot het gebod zouden moeten worden gerekend, acht de voorzieningenrechter niet nodig. Verder wordt ter voorkoming van executiegeschillen het verbod beperkt tot de in deze zaak beoordeelde handelsnamen, al dan niet aan elkaar geschreven, en niet (ook) nog tot daarvan in geringe mate afwijkende handelsnamen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gebiedt Klustoppers c.s. elk gebruik van de handelsnaam STUDENT VERHUIS SERVICE en van de handelsnaam STUDENTEN VERHUIS SERVICE (al dan niet aan elkaar geschreven), te staken en gestaakt te houden binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, tenzij zulk gebruik beschrijvend van de aard van de diensten is;

5.2.

gebiedt Klustoppers c.s., waaronder [gedaagde 3] en [gedaagde 4] hoofdelijk, aan SVS een dwangsom te betalen van € 5.000,- voor iedere overtreding van het onder 5.1 opgelegde gebod, alsmede voor iedere dag waarop deze overtreding voortduurt, waarbij elk gedeelte van een dag als gehele dag wordt gerekend, zulks met een maximum van € 50.000;

5.3.

compenseert de kosten van de procedure in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt;

5.4.

bepaalt de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.F. Brinkman en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2016.

1 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering

2 Bedoeld zal zijn IV, vzr

3 Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)

4 Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken

5 Hof Den Haag 18 november 2014 (Livesafe), ECLI:NL:GHDHA:2014:4655

6 HvJEG 4 mei 1999, C-108/97 en C-109/97 (Chiemsee), HvJEG 12 februari 2004, C-363/99 (Postkantoor), HvJEG 23 oktober 2003, C-191/01 (Doublemint)

7 Deze beschikking is slechts in het Frans en Spaans beschikbaar maar voor zover de voorzieningenrechter deze talen machtig is, staat dit daar inderdaad en ging het om het collectieve Spaanse merk RIOJA (voor onder meer, niet verrassend, wijnen) waarmee werd geopponeerd tegen RIOJAVINA (voor onder meer azijn).

8 De voorzieningenrechter heeft overigens een vergelijkbare passage niet aangetroffen op de (overgelegde pagina’s van de) website www.rotterdamsverhuisbedrijf.nl.