Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:11478

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-09-2016
Datum publicatie
26-09-2016
Zaaknummer
09/842285-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Partiele nietigheid van het onder 5 ten laste gelegde feit, nu het eerste onderdeel van dat ten laste gelegde feit onvoldoende feitelijk is omschreven en derhalve niet voldoet aan de daaraan gestelde in artikel 261 Sv genoemde eisen.

Volgt bewezenverklaring van het vervaardigen/verspreiden/aanbieden/verwerven/in bezit hebben van kinderporno, waarbij onder meer het minderjarige slachtoffer betrokken was. Voorts is bewezen dat verdachte ontucht met een minderjarige jonger dan twaalf jaren heeft gepleegd, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van haar lichaam en het medeplegen van ontucht met een minderjarige jonger dan twaalf jaren, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van haar lichaam.

De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad kan worden opgemaakt dat niet is vereist dat het misbruik steun vindt in ander bewijsmateriaal, maar dat het afdoende is wanneer een verklaring op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen. Tussen de verklaring en het overige gebezigde bewijsmateriaal mag daarbij geen sprake zijn van een te ver verwijderd verband. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte ter zake van de daarin vermelde handelingen met het slachtoffer meer dan voldoende steun vindt in overige bewijsmiddelen, zodat aan het bewijsminimum wordt voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/842285-15

Datum uitspraak: 26 september 2016

Tegenspraak

(Promis vonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 1979 te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in PI Vught te Vught.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 16 juli 2015, 12 oktober 2015, 7 januari 2016, 24 maart 2016, 26 mei 2016 (steeds pro forma), 18 augustus 2016 (inhoudelijke behandeling) en 12 september 2016 (vervolg inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie, mr. B. Lijnse, en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte, mr. M.C. Nederpel, advocaat te Den Haag, en door verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Verdachte wordt – samengevat en na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 18 augustus 2016 – verweten dat hij zich in Nederland en/of in de Verenigde Staten heeft schuldig gemaakt aan de volgende feiten:

1. het vervaardigen/verspreiden/aanbieden/verwerven/in bezit hebben van kinderporno, waarbij de minderjarige [slachtoffer] (hierna ook: het slachtoffer) was betrokken;

2. het in bezit hebben/verspreiden/verwerven van kinderporno;

3. ontucht met een minderjarige jonger dan twaalf jaren, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van haar lichaam;

4. het medeplegen, althans uitlokken, van ontucht met een minderjarige jonger dan twaalf jaren, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van haar lichaam;

5. het medeplegen van mensenhandel.

De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Geldigheid van de dagvaarding met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde

3.1

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft overeenkomstig haar op schrift gestelde pleitnoties, waarvan zij afschriften aan de griffier heeft overgelegd, betoogd dat de tenlastelegging ten aanzien van feit 5 nietig is. Zij heeft daartoe aangevoerd dat het volstrekt onduidelijk is om welke vorm van uitbuiting het in de onderhavige tenlastelegging gaat. Voorts is volgens de raadsvrouw onduidelijk of de gehele tenlastelegging onder 5 ziet op het verspreiden van kinderporno, of dat het tevens slaat op het fysieke seksuele misbruik van het slachtoffer. Daarnaast is naar voren gebracht dat onduidelijk is wat er wordt bedoeld met het verkrijgen van “erkenning”. Volgens de raadsvrouw is evenmin helder en bovendien tegenstrijdig wat in de tenlastelegging wordt bedoeld met het “verkrijgen van een andere positie in het Tor-netwerk” en met het begrip “Tor netwerk” zelf. Ten slotte is niet duidelijk op welke van de gedragingen, als bedoeld in artikel 273f, eerste lid onder 2, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), de tenlastelegging onder 5 ziet, aldus de raadsvrouw, zodat ook op dit onderdeel nietigheid dient te volgen.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat de tenlastelegging onder feit 5 voor het openbaar ministerie wel voldoende duidelijk is. De officier van justitie gaat ervan uit dat dit ook geldt voor de rechtbank.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) schrijft voor dat de dagvaarding een opgave bevat van het feit dat ten laste wordt gelegd, met vermelding van de tijd en plaats en van de wettelijke voorschriften waarbij het feit is strafbaar gesteld. Ook moeten in de dagvaarding de omstandigheden worden vermeld waaronder het feit zou zijn begaan.

De rechtbank stelt vast dat in de onderhavige dagvaarding het eerste deel van het onder 5 cumulatief alternatief ten laste gelegde (te weten: “geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer] , terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt”) niet door middel van feitelijke gedragingen wordt geconcretiseerd. Weliswaar worden na het tweede deel van het alternatief cumulatieve onder feit 5 ten laste gelegde (te weten: “opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer] ”) uitvoeringshandelingen genoemd (te weten: “immers heeft hij, verdachte, door de uitbuiting seksueel genot beleefd en/of erkenning en/of een (andere) positie in het Tor netwerk verkregen en/of toegang heeft verkregen tot kinderpornografisch materiaal van anderen (waar hij zonder de uitbuiting van die [slachtoffer] geen toegang toe zou hebben gehad)”), maar door de wijze van formuleren, alsmede gelet op de aard van deze uitvoeringshandelingen, kunnen deze geen betrekking hebben op het eerste alternatief cumulatief ten laste gelegde gedeelte van feit 5. Dat eerste onderdeel van de tenlastelegging is naar het oordeel van de rechtbank dan ook onvoldoende feitelijk omschreven en voldoet dus niet aan de daaraan gestelde in artikel 261 Sv genoemde eisen.

Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank de dagvaarding ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde feit nietig zal verklaren, voor zover het betreft de passage: “heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer] terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en/of”.

4 Bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding1

In deze zaak staat niet ter discussie dat verdachte, terwijl hij in Nederland was, kinderpornografische afbeeldingen van het slachtoffer heeft ontvangen van [betrokkene 1] , woonachtig in de Verenigde Staten (hierna: de VS) en met wie verdachte een liefdesrelatie had.2 Ook staat vast dat verdachte zelf – in Nederland – in de vorm van screenshots, foto’s van het slachtoffer heeft gemaakt tijdens Skype gesprekken met [betrokkene 1] die zich in de VS bevond,3 en dat verdachte een aantal daarvan heeft verspreid via de websites [namen websites].4

Ter discussie staat evenmin dat het slachtoffer [slachtoffer] is geboren op [geboortedag 2] 2007,5 en dat zij ten tijde van de ten laste gelegde handelingen dus zes en zeven jaar oud was.

Niet ter discussie staat voorts dat verdachte is afgereisd naar de VS en een periode bij het slachtoffer en [betrokkene 1] in huis heeft verbleven en dat verdachte daar samen met het slachtoffer met een vibrator heeft gespeeld.6

Dat er door [betrokkene 1] seksuele handelingen zijn verricht bij en met het slachtoffer in de periode dat verdachte weer terug was in Nederland, staat ook vast.7 Niet ter discussie staat ten slotte dat verdachte in die periode vanuit Nederland verschillende malen aan [betrokkene 1] in de VS heeft gevraagd om foto’s van het slachtoffer.8

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft – overeenkomstig haar op schrift gestelde requisitoir waarvan zij een afschrift aan de rechtbank, de raadsvrouw en de griffier heeft overgelegd – gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte de onder 1 tot en met 5 (primair) ten laste gelegde feiten heeft begaan.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gepleit aan de hand van op schrift gestelde pleitnotities, waarvan zij afschriften heeft overgelegd aan de griffier. Op het verweer wordt, voor zover van belang, hierna per afzonderlijk feit ingegaan.

4.4

De beoordeling van de tenlastelegging

4.4.1

Feit 1

4.4.1.1 Het verweer

De raadsvrouw heeft gemotiveerd betoogd dat de verklaring van het slachtoffer, voor zover deze ziet op het nemen van foto’s van haar door verdachte gedurende zijn verblijf in de VS, als niet-ondersteund en onwaarschijnlijk terzijde moet worden gelaten.

De raadsvrouw heeft voor wat betreft de tweede, derde en vijfde, afbeelding op de tenlastelegging betoogd dat, nu er geen uiterlijke tekenen zijn die erop wijzen dat ze als screenshot zijn genomen, niet kan worden bewezen verklaard dat verdachte deze afbeeldingen heeft vervaardigd. De raadsvrouw heeft er daarbij op gewezen dat het vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen van het slachtoffer niet is ten laste gelegd als medeplegen, en dat verdachte niet kan worden veroordeeld voor bij feit 1 ten laste gelegde handelingen die hij niet zelf heeft verricht.

Voor wat betreft foto C, de derde afbeelding op de tenlastelegging, is er volgens de raadsvrouw slechts bewijs van bezit. Zij heeft bovendien ten aanzien van deze foto de juistheid van de kwalificatie “kinderporno” betwist, nu volgens haar – onder verwijzing naar HR 7-12-2010, ECLI:NL:HR2010:BO6446 – hierop geen gedraging zichtbaar is van expliciet seksuele aard of strekking.

De raadsvrouw heeft over de pleegperiode van feit 1 opgemerkt dat het verspreiden en/of aanbieden van foto’s van het slachtoffer eerst is begonnen op 25 februari 2015, een paar maanden nadat verdachte weer in Nederland was teruggekeerd na zijn bezoek aan de VS. Ten aanzien van het vervaardigen van foto’s van het slachtoffer, heeft de raadsvrouw opgemerkt dat de laatste kinderpornografische foto van het slachtoffer is gemaakt op 26 maart 2015.

Ten slotte heeft de raadsvrouw betoogd dat niet is komen vast te staan dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het vervaardigen en verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen van het slachtoffer.

4.4.1.2 Verklaringen en bevindingen in het dossier

De ten laste gelegde afbeeldingen

In de tenlastelegging onder feit 1 worden de volgende afbeeldingen vermeld: Foto A, Foto B, Foto C, Foto 2 en Foto (p. 167).

Verdachte heeft desgevraagd verklaard dat het meisje op alle voornoemde foto’s [slachtoffer] , oftewel het slachtoffer is.9

Op de aan verdachte toebehorende Lenovo laptop zijn een aantal afbeeldingen veiliggesteld en beoordeeld als kinderpornografisch materiaal. Drie van de afbeeldingen zijn omschreven. De omschrijving in het proces-verbaal van ‘Foto A’ en ‘Foto B’ komt overeen met de omschrijving van ‘Foto A’ en ‘Foto B’, zoals die in de tenlastelegging is opgenomen.10

De beschrijving van Foto 2 in de tenlastelegging komt deels overeen met de omschrijving zoals die in een daarvan opgemaakt proces-verbaal van bevindingen in het dossier is opgenomen. In het proces-verbaal wordt tevens vermeld dat in de linker bovenhoek van de foto een kleine foto van verdachte te zien is en dat dit een Skype schermafdruk betreft.11

De in de tenlastelegging als laatste opgenomen foto, ‘Foto (p. 167)’, is in een daarvan opgemaakt proces-verbaal van bevindingen omschreven. De omschrijving in het dossier komt overeen met de omschrijving zoals die in de tenlastelegging is opgenomen.12

Verdachte heeft ten aanzien van deze foto verklaard dat hij het logo op deze foto heeft vervaardigd.13

[betrokkene 1] heeft verklaard dat zij – al dan niet op verzoek van verdachte – foto’s van het (naakte) slachtoffer naar verdachte heeft gestuurd.14

Verdachte heeft ter terechtzitting van 18 augustus 2016 verklaard dat hij met toestemming van [betrokkene 1] foto’s van het slachtoffer heeft geüpload op Pedoleaks.15

4.4.1.3 Het oordeel van de rechtbank

Onder feit 1 wordt verdachte het vervaardigen en/of verspreiden en/of aanbieden en/of verwerven en/of in bezit hebben en/of zich daartoe toegang verschaffen van kinderpornografische afbeeldingen van [slachtoffer] verweten, welke handelingen met een vijftal foto’s worden geconcretiseerd, conform de door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunten (o.a. ECLI:NL:HR: 2014:1497). Deze foto’s worden in de tenlastelegging aangeduid als Foto A, Foto B, Foto C, Foto 2 en Foto (p. 167).

Foto C

Naar aanleiding van het verweer van de raadsvrouw, heeft de rechtbank foto C zoals vermeld in de tenlastelegging zelf bekeken. De verklaring van de verbalisant op blz. 98 van het dossier komt niet volledig overeen met wat de rechtbank op die afbeelding heeft waargenomen. De rechtbank heeft gezien dat op foto C een meisje met een leeftijd van ongeveer zes tot acht jaar oud is afgebeeld in een zittende houding op een bed, enigszins achterover leunend tegen een kussen. De foto is frontaal genomen. Het meisje is geheel te zien en steunt op haar rechter elleboog. Zij heeft haar benen tegen elkaar aan opgetrokken naar rechts. Haar geslachtsdelen zijn niet zichtbaar. Het meisje lijkt geheel naakt, maar zou een (onder)broek kunnen dragen. De rechtbank is van oordeel dat deze afbeelding niet onmiskenbaar strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling en dus geen seksuele gedraging betreft in de zin van artikel 240b, eerste lid, Sr.

Vervaardigen

De rechtbank constateert dat ten aanzien van foto 2 vaststaat dat verdachte deze foto tijdens Skype gesprekken middels een schermafdruk heeft vervaardigd. Ten aanzien van Foto (p. 167) staat vast dat verdachte deze foto minst genomen heeft bewerkt door daarop zijn logo te plaatsen. Gelet hierop acht de rechtbank “vervaardigen” wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank merkt hierbij op dat door de wijze waarop dit feit ten laste is gelegd, het niet noodzakelijk is dat álle handelingen ten aanzien van álle foto’s bewezen dienen te worden. Voor zover de raadsvrouw bedoeld heeft aan te voeren dat – nu geen medeplegen ten laste is gelegd – “vervaardigen” niet voor alle foto’s zou kunnen worden bewezen, wordt dat verweer dan ook verworpen.

Pleegperiode

Hetzelfde geldt voor de ten laste gelegde periode (van 24 juli 2014 tot en met 15 april 2015). Ook al vonden sommige handelingen slechts in een deel van deze periode plaats, zoals door de raadsvrouw is aangevoerd, dat neemt niet weg dat de handelingen gezamenlijk in de gehele periode zijn gepleegd.

Verspreiden en/of aanbieden en/of verwerven en/of in bezit hebben

Gelet op het vorengaande, acht de rechtbank de onder feit 1 verweten handelingen wettig en overtuigend bewezen.

Een gewoonte maken

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het dossier onvoldoende dat verdachte van de onder 1 ten laste gelegde gedragingen een gewoonte heeft gemaakt. Derhalve dient hij in zoverre te worden vrijgesproken.

Conclusie

Op grond van het voorgaande, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde, maar niet ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde foto C. De rechtbank acht evenmin bewezen dat verdachte van die misdrijven een gewoonte heeft gemaakt.

4.4.2

Feit 2

4.4.2.1 Het verweer

De raadsvrouw heeft met betrekking tot feit 2 opgemerkt dat niet kan worden bewezenverklaard dat verdachte deze foto’s en films ook heeft verspreid. Volgens de raadsvrouw moet daarom vrijspraak volgen van het verspreiden van kinderporno, evenals van het onderdeel “een gewoonte heeft gemaakt”.

Voor het overige heeft de raadsvrouw zich met betrekking tot dit feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.4.2.2 Het oordeel van de rechtbank

Bezitten, verwerven, zich toegang verschaffen

Aangezien verdachte het ten laste gelegde bezitten, verwerven en zich toegang verschaffen door middel van een geautomatiseerd werk heeft bekend, hij nadien niet anders heeft verklaard en de raadsvrouw van verdachte ten aanzien van deze onderdelen van de tenlastelegging geen vrijspraak heeft bepleit, kan de rechtbank ingevolge artikel 359, derde lid, Sv in zoverre volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 april 2015, blz. 126-127

  • -

    proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juni 2015, blz. 186-190, met als bijlagen geschriften, te weten een collectiescan, blz. 191-193 en een omschrijving van de afbeeldingen, blz. 199 (Filename: : [bestandnaam 1] ), blz. 200 (Filename [bestandnaam 2] ), blz. 201 (Filename: [bestandnaam 3] ), blz. 202 (Filename: [bestandnaam 4] ), blz. 204 (Filename: [bestandnaam 5] );

  • -

    het proces-verbaal ter terechtzitting van 18 augustus 2016, verklaring van verdachte.

Verspreiden

Anders dan de raadsvrouw van verdachte heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat ook kan worden bewezen dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen heeft verspreid. Gelet op de grote hoeveelheid bij verdachte aangetroffen kinderpornografische bestanden16, kan het niet anders dan dat verdachte deze bestanden (ook) via het zogenoemde Tor netwerk heeft binnengehaald. Verdachte heeft ook verklaard dat hij afbeeldingen van Tor haalde17 en er bevinden zich chat posts en berichten van verdachte op Tor in het dossier.18 Het Tor netwerk is bedoeld om te voorkomen dat anderen door analyse van het berichtenverkeer kunnen achterhalen wat de herkomst en bestemming van berichten is. Algemeen bekend is dat een kenmerk van torrent sites op het Tor netwerk is, dat bij het downloaden van afbeeldingen, deze afbeeldingen ook weer aan andere gebruikers van het netwerk ter beschikking worden gesteld. Verdachte heeft de door hem via die torrent sites gedownloade kinderpornografische afbeeldingen derhalve ook automatisch verspreid.

Pleegperiode

Uit het dossier blijkt dat de oudste kinderpornografische afbeelding die bij verdachte is aangetroffen een zogenaamde “create date” heeft van oktober 2001.19 Verdachte heeft ter terechtzitting van 18 augustus 2016 verklaard dat hij kinderporno heeft verzameld vanaf het moment dat hij zelfstandig is gaan wonen en een internetaansluiting had.20 Volgens verdachte zou het rond die periode geweest kunnen zijn. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat de onder feit 2 bedoelde handelingen in de ten laste gelegde periode zijn gepleegd.

Een gewoonte maken

Gelet op de hiervoor bewezen verklaarde periode en de hoeveelheid afbeeldingen waarvan blijkens het dossier sprake is geweest, te weten 38.099 foto’s en 131 films21, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte van de onder 2 ten laste gelegde gedragingen een gewoonte heeft gemaakt.

Conclusie

Op grond van het voorgaande, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde.

4.4.3

Feit 3

4.4.3.1 Het verweer

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het dossier slechts één bewijsmiddel bevat voor de beschuldigingen dat verdachte het slachtoffer heeft betast, met zijn tong over haar vagina heeft gelikt en/of zijn tong in haar vagina heeft gebracht, dat hij orale seks met het slachtoffer heeft gehad en dat hij haar heeft gemasturbeerd, te weten: de verklaring van verdachte zelf. Dit is onvoldoende om te komen tot een bewezenverklaring, zodat van deze onderdelen vrijspraak dient te volgen, aldus de raadsvrouw.

Volgens de raadsvrouw is er evenmin wettig bewijs dat verdachte voorwerpen in de vagina en anus van het slachtoffer heeft gebracht, hij haar zijn penis (opzettelijk) heeft laten likken en haar andere seksuele handelingen bij hem heeft laten verrichten. Verdachte dient dan ook eveneens te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde seksueel binnendringen, aldus de raadsvrouw.

Ten slotte kan de pleegperiode tot en met 2 januari 2015 volgens de raadsvrouw niet worden bewezen verklaard. Er is volgens haar slechts bewijs voor een pleegperiode tot 14 december 2014, zijnde de dag voordat er chats voorkomen op de Lenovo laptop, die verdachte in Nederland heeft gekocht.

4.4.3.2 Verklaringen en bevindingen in het dossier

Verdachte heeft in zijn verhoor op 15 april 2015 desgevraagd toegelicht dat “private time” voor het slachtoffer inhield dat zij met zichzelf kon spelen zonder te worden gestoord. Het slachtoffer mocht daarvoor een paar kleinere seksspeeltjes gebruiken, waaronder een kleine kogel vibrator. Verdachte is tijdens zijn verblijf in de VS ongeveer drie keer aanwezig geweest bij de private time waarbij hij het slachtoffer heeft gemasturbeerd, orale seks met haar heeft gehad door haar te beffen en wat met haar heeft gespeeld met een kleine vibrator en wat andere speeltjes.22

Verdachte heeft ter terechtzitting van 18 augustus 2016 nogmaals verklaard dat hij een aantal keren aanwezig is geweest bij de “private time” met het slachtoffer. Hij heeft voorts bevestigd dat hij bij de politie heeft verklaard dat hij het slachtoffer een aantal keren heeft gebeft. In het voorbijgaan heeft het slachtoffer de penis van verdachte even in haar mond genomen om hem te plagen, aldus verdachte. Daarnaast heeft verdachte de schaamlippen van het slachtoffer aangeraakt, “speeltjes” tegen haar vagina aangehouden en met haar gedoucht. Verdachte heeft desgevraagd bevestigd dat hij het er met het slachtoffer over heeft gehad dat “het geheim moest blijven”.23

Verdachte heeft in de periode van 15 december 2014 tot en met 14 april 2015 (via Skype) een zeer groot aantal chatgesprekken met [betrokkene 1] gevoerd, waarbij foto’s en video’s werden uitgewisseld. Gesproken werd over het gepleegde seksueel misbruik van het slachtoffer en het verspreiden van foto’s van het slachtoffer, waarbij seksuele handelingen te zien zijn.

In gesprek 7211 tm 7237 op 19-2-2015 schrijft [betrokkene 1] aan verdachte: “dat zij [slachtoffer] WEER aanwijzingen wil geven hoe zij ( [slachtoffer] ) hem moet zuigen”.

In gesprek 28661 tm 28870 op 10-3-2015 schrijft [betrokkene 1] aan verdachte: “dat naakte [slachtoffer] met haar hete, natte tong zijn penis aanraakt net zoals de laatste keer dat hij bij hun was. En dat [betrokkene 2] haar coacht hoe ze moet zuigen.”24

Het slachtoffer heeft over de “private time” verklaard dat het gebeurde in de kamer van haar moeder en dat de deur op slot moest. In de kamer waren haar moeder, [verdachte] (de bijnaam van verdachte) en zijzelf aanwezig.25 Over de kamer van verdachte heeft het slachtoffer verklaard dat het een slipjesvrije zone is, hetgeen betekent: draag geen slipje in zijn kamer. Ze deden zoemdingen (naar de rechtbank begrijpt: een vibrator) die echt zoemen tegen haar schaamstreek en haar achterste, aldus het slachtoffer.26

4.4.3.3 Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

Gelet op het verweer van de verdediging, stelt de rechtbank voorop dat volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad het volgende geldt met betrekking tot het bewijsminimum. Volgens het tweede lid van artikel 342 Sv – dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan – kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.

De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad kan worden opgemaakt dat niet is vereist dat het misbruik steun vindt in ander bewijsmateriaal, maar dat het afdoende is wanneer een verklaring op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen. Tussen de verklaring en het overige gebezigde bewijsmateriaal mag daarbij geen sprake zijn van een te ver verwijderd verband.

Seksueel binnendringen

De rechtbank stelt vast dat verdachte de volgende handelingen heeft bekend, namelijk dat hij:

  • -

    met zijn tong over de vagina van het slachtoffer heeft gelikt;

  • -

    zijn penis in de mond van het slachtoffer heeft gehad;

  • -

    het lichaam van het slachtoffer heeft betast;

  • -

    met het slachtoffer met een vibrator heeft gespeeld;

  • -

    het slachtoffer heeft gemasturbeerd.

De verklaring van verdachte over het voorgaande vindt op onderdelen steun in de hiervoor genoemde chatgesprekken tussen [betrokkene 1] en verdachte. Daarnaast wordt de verklaring van verdachte dat hij in de VS bij het slachtoffer was, ondersteund door de verklaring van het slachtoffer. Tot slot blijkt ook uit de verklaring van [betrokkene 1] , als ook uit de onder feit 1 ten laste gelegde en bewezen verklaarde kinderpornografische afbeeldingen, zonder meer dat met en bij het slachtoffer meerdere vergaande seksuele handelingen zijn verricht.

Op grond van het voorgaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, is de rechtbank - anders dan de verdediging heeft betoogd - van oordeel dat de verklaring van verdachte ter zake van de daarin vermelde handelingen met het slachtoffer meer dan voldoende steun vindt in overige bewijsmiddelen, zodat aan het bewijsminimum wordt voldaan.

Wat betreft het brengen van de tong in de vagina van het slachtoffer, wordt nog overwogen dat uit de verklaring van verdachte volgt dat hij de clitoris van het slachtoffer heeft gelikt, hetgeen niet anders kan betekenen dan dat verdachte ook tussen de schaamlippen heeft gelikt. Onder vagina verstaat de rechtbank het samenstel van zowel de interne delen als de externe delen van het vrouwelijk geslachtsdeel, waaronder de schaamlippen. Dit leidt ertoe dat ook bewezen kan worden verklaard dat verdachte zijn tong in de vagina van het slachtoffer heeft gebracht.

Dat verdachte niet de opzet heeft gehad om zijn penis in de mond van het slachtoffer te hebben, volgt de rechtbank niet. Gelet op de hele aard en setting waarbinnen alle seksuele handelingen werden verricht, past daarin ook het in de mond nemen van de penis van verdachte. Bovendien wordt deze handeling ook beschreven in de eerder aangehaalde chatgesprekken, waaruit kan worden opgemaakt dat het slachtoffer de penis heeft gelikt en dat verdachte dat weer zou willen ondergaan. Hieruit concludeert de rechtbank dat bij verdachte wel degelijk opzet aanwezig was dat zijn penis in de mond van het slachtoffer werd gebracht.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat verdachte handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer.

Pleegperiode

De rechtbank volgt wat betreft de pleegperiode het verweer van de verdediging. Genoegzaam is gebleken dat verdachte rond 15 december 2014 weer terug was in Nederland vanuit de VS, zodat hij na die datum geen fysieke (seksuele) handelingen meer met het slachtoffer heeft kunnen plegen.

Partiele vrijspra(a)k(en)

De overige onder 3 ten laste gelegde gedragingen acht de rechtbank niet bewezen, nu zich daarvoor onvoldoende ondersteunend bewijs in het strafdossier bevindt. Zij zal verdachte daarvan derhalve vrijspreken.

Conclusie

Op grond van het voorgaande, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode van 5 oktober 2014 tot en met 15 december 2014 in de Verenigde Staten als na te melden schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 primair ten laste gelegde.

Nu de rechtbank niet toekomt aan een beoordeling van het subsidiair ten laste gelegde, kunnen de daarop betrekking hebbende verweren van de raadsvrouw onbesproken blijven.

4.4.4

Feit 4

4.4.4.1 Het verweer

Volgens de raadsvrouw is er bewijs voor het onder het tweede tot en met het vierde en het onder het zesde en zevende gedachtestreepje ten laste gelegde verwijt.

Ten aanzien van het eerste en vijfde gedachtestreepje, heeft de raadsvrouw zich primair op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat iemand anders dan het slachtoffer zelf dit heeft gedaan.

Voor wat betreft het onder het achtste gedachtestreepje ten laste gelegde verwijt is er volgens de raadsvrouw evenmin bewijs. Zij betoogt dat het slachtoffer nooit is gedwongen tot het verrichten van seksuele handelingen, omdat de seksuele handelingen altijd op initiatief van het slachtoffer zijn verricht.

Ten aanzien van het medeplegen heeft de raadsvrouw betoogd dat bewijs ontbreekt voor wat betreft de handelingen die seksueel binnendringen inhouden. Volgens de raadsvrouw ontbreken zowel het hierop gerichte opzet bij verdachte als een duidelijk aanwijsbare contribuerende rol van verdachte bij de seksuele handelingen die door [betrokkene 1] bij het slachtoffer zijn gepleegd en die penetratie inhielden. Verdachte heeft zelf ter terechtzitting verklaard dat hem niet was opgevallen dat het slachtoffer wordt gepenetreerd op een aantal foto’s die [betrokkene 1] aan hem heeft gestuurd.

4.4.4.2 Verklaringen en bevindingen in het dossier

Verdachte heeft ter terechtzitting van 18 augustus 2016 verklaard dat toen het slachtoffer met zichzelf aan het spelen was, terwijl hij met [betrokkene 1] aan het chatten was, hij op een zeker moment tegen [betrokkene 1] heeft gezegd “misschien zou je haar kunnen helpen”. [betrokkene 1] heeft dat vervolgens letterlijk genomen. Verdachte was er naar eigen zeggen hooguit eens in de twee à drie weken via Skype bij als [betrokkene 1] en het slachtoffer “private time” met elkaar hadden. Hij vroeg weleens of hij mee mocht kijken. Verdachte zag dan dat zij met elkaar speelden, waarbij er naakt of gekleed in het kruis en over het lichaam werd gestreeld. [betrokkene 1] heeft bij het slachtoffer geïntroduceerd hoe het was om speeltjes tegen haar vagina en tegen haar tepels aan te houden. Verdachte vond het mooi om te zien hoe het slachtoffer en [betrokkene 1] op zo’n moment intiem met elkaar waren. Verdachte heeft voorts verklaard dat [betrokkene 1] hem tijdens zijn afwezigheid foto’s stuurde van de private time met het slachtoffer. Dat gebeurde ook al voordat verdachte naar de VS ging, zo heeft hij verklaard.27

Op de onder verdachte inbeslaggenomen gegevensdragers zijn diverse kinderpornografische foto’s aangetroffen met daarop een meisje met een geschatte leeftijd tussen zes en acht jaar oud, – naar later blijkt – het slachtoffer. Uit de beschrijving van de aangetroffen afbeeldingen blijkt onder meer dat er sprake is van penetratie met voorwerpen. Zo is op de afbeelding met filename [bestandnaam 6] te zien dat de linkerhand van een persoon een voorwerp inbrengt in de vagina van het meisje. Op de afbeelding met filename [bestandnaam 7] is te zien dat het meisje een roze dildo/vibrator in haar mond heeft. Op de afbeelding met filename [bestandnaam 8] is een rechterhand zichtbaar en een mascaraborstel die gedeeltelijk in de vagina van het meisje is gestopt. Ten slotte is op de afbeelding met [bestandnaam 9] te zien dat een vrouw met een dildo/vibrator in haar rechterhand de vagina van het meisje penetreert.28

Voorts zijn er ook afbeeldingen waarop zichtbaar is dat een volwassen persoon de schaamlippen van het slachtoffer spreidt.29

[betrokkene 1] heeft verklaard dat zij – al dan niet op zijn verzoek – foto’s van het (naakte) slachtoffer naar verdachte heeft gestuurd. De eerste keer dat [betrokkene 1] verdachte ontmoette had hij een vibrator/zwarte dildo voor het slachtoffer meegebracht.30

4.4.4.3 Het oordeel van de rechtbank

Medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook indien het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde het volgende af.

Verdachte heeft gedurende een periode van een half jaar internsief Skype en chat contact gehad met [betrokkene 1] , waarbij zij foto’s uitwisselden van het slachtoffer. Tussen verdachte en [betrokkene 1] werd overleg gevoerd over het uploaden van foto’s van het slachtoffer, waarbij werd gesproken over het al dan niet verkopen van deze foto’s.31 Ook staat vast dat op uitdrukkelijk verzoek van verdachte een foto is genomen van het slachtoffer, waarbij een bordje is te zien met de tekst “Love you poppa! Yodalurking”.32 Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [betrokkene 1] . Hoewel territoriaal gezien geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering, is de bijdrage van verdachte op afstand vanuit Nederland aan het ten laste gelegde naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. De rechtbank is daarbij van oordeel dat verdachte ook volle opzet heeft gehad op het met de hand of met voorwerpen binnendringen van de lichaamsholtes van het slachtoffer. De rechtbank heeft de afbeeldingen van het slachtoffer die onderdeel uitmaken van het dossier zelf bekeken. Het is evident dat er op verschillende foto’s voorwerpen uit de anus en de vagina van het slachtoffer steken. De verklaring van verdachte ter terechtzitting, dat hij niet heeft gezien dat op de foto’s van het slachtoffer die hij van [betrokkene 1] heeft ontvangen (en vervolgens heeft verspreid) sprake was van penetratie, acht de rechtbank gelet op haar eigen waarneming van de foto’s, volstrekt ongeloofwaardig. Temeer nu verdachte ook heeft verklaard zeer secuur naar de foto’s gekeken te hebben voor wat betreft de oogopslag van het slachtoffer, omdat hij niet wilde dat zij op de door hem via het Tor netwerk verspreidde foto’s herkend zou worden. Daarmee acht de rechtbank het onder 4 ten laste gelegde medeplegen van de hiervoor besproken gedragingen bewezen.

Pleegperiode

Nu de eerste kinderpornografische afbeelding 24 juli 2014 als “create date” heeft33, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat het misbruik van het slachtoffer vanaf die datum en tot en met de aanhouding van verdachte op 14 april 2015 heeft plaatsgevonden.

Partiele vrijspra(a)k(en)

De overige onder 4 ten laste gelegde gedragingen acht de rechtbank niet bewezen. Zij zal de verdachte in zoverre derhalve vrijspreken.

Conclusie

Op grond van het voorgaande, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich in de ten laste gelegde periode samen met een ander als na te melden schuldig heeft gemaakt aan het onder 4 primair ten laste gelegde.

Nu de rechtbank niet toekomt aan een beoordeling van het subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair ten laste gelegde, kunnen de daarop betrekking hebbende verweren van de raadsvrouw onbesproken blijven.

4.4.5

Feit 5

4.4.5.1 Het verweer

Voor wat betreft het onder feit 5 ten laste gelegde, heeft de raadsvrouw primair nietigheid en subsidiair vrijspraak bepleit. Hiervoor is reeds overwogen dat de rechtbank het onder 5 ten laste gelegde deels nietig verklaart. Volgens de raadsvrouw is onduidelijk op welke gedraging – werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of opgenomen hebben – de tenlastelegging ziet. De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring op het standpunt gesteld dat, voor zover de seksuele handelingen, dan wel het maken van kinderpornografische foto’s, zijn te kwalificeren als “werven” zoals bedoeld in artikel 273f Sr, [betrokkene 1] noch verdachte dit heeft gedaan met het oogmerk van uitbuiting van het slachtoffer.

Ten aanzien van het ten laste gelegde voordeel heeft de raadsvrouw betoogd dat hieronder financieel voordeel moet worden verstaan en niet het beleven van seksueel genot, waarvan verdachte overigens heeft ontkend dat hiervan sprake was. Voor “het krijgen van erkenning en/of een andere positie in het Tor netwerk” bevat het dossier geen bewijs, aldus de raadsvrouw.

4.4.5.2 Vrijspraak

De rechtbank dient te beoordelen of bewezen kan worden dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van het slachtoffer, doordat hij door de uitbuiting seksueel genot heeft beleefd en/of erkenning en/of een andere positie in het Tor netwerk heeft verkregen en/of toegang heeft verkregen tot kinderpornografisch materiaal van anderen (waartoe hij zonder de uitbuiting van het slachtoffer geen toegang zou hebben gehad).

Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier onvoldoende aanknopingspunten om te komen tot bewezenverklaring van het voordeel trekken door verdachte door het beleven van seksueel genot, het verkrijgen van erkenning en/of een andere positie in het Tor netwerk en/of toegang tot kinderpornografisch materiaal van anderen. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 5 ten laste gelegde, voor zover niet reeds nietig verklaard.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van verdachte bewezen dat:

1.

hij in de periode van 24 juli 2014 tot en met 15 april 2015 in Nederland en/of in de Verenigde Staten telkens afbeeldingen en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen (te weten laptop(s) en/of usb-stick(’s) en/of cd(‘s)/dvd(‘s) en/of een harde schijf en/of een computer) heeft

vervaardigd en/of

verspreid en/of aangeboden

en/of

verworven en/of

in bezit heeft gehad en/of

zich daartoe met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt (te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedag 2] 2007)), was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele handelingen bestonden uit onder andere:

- Foto A:

Op de afbeelding (foto) is een meisje zichtbaar in de geschatte leeftijd

tussen de 6 tot 8 jaar oud. Het meisje heeft donker blond halflang haar en is

geheel naakt. Het meisje zit op haar billen midden op een bed. Het meisje heeft haar handen achter haar lichaam geplaatst en leunt hierop. Het meisje heeft haar benen gespreid en haar knieën opgetrokken. Ter hoogte van de knie van het meisje is een hand zichtbaar. Het is een hand van een kennelijk volwassen persoon. In de hand zit een zwart langwerpig voorwerp gelijkend op een dildo/vibrator. Het camerastandpunt is vanaf de voeten van het meisje. De aandacht van de foto is gericht op de geopende vagina van het meisje. Rechts onderin de foto staan een viertal logos afgebeeld, kennelijk afkomstig van het programma Skype.

en

- Foto B:

De afbeelding ( foto) is een tegel van 9 foto's. Op alle negen foto's staat een meisje in de geschatte leeftijd tussen de 6 en 8 jaar oud. Het meisje is geheel naakt. Het meisje ligt op alle foto's op een wit laken. Op alle foto's is het camerastandpunt gericht op de vagina van het meisje. Het meisje ligt in verschillende standen. De aandacht van alle foto's richt zich op de vagina van het meisje.

en

- Foto 2

Op de foto is [slachtoffer] zichtbaar. [slachtoffer] is geheel naakt en ligt met haar

benen gespreid op een creme kleurige bank. [slachtoffer] houdt haar rechter

wijsvinger in haar mond. De linker hand van [slachtoffer] ligt aan de binnenkant van haar linker bovenbeen. Doordat de foto is genomen tussen de benen van [slachtoffer] en zij met haar benen gespreid ligt richt de aandacht van deze foto zich op de vagina van [slachtoffer] .

en

- Foto (p. 167)

[slachtoffer] is geheel naakt en ligt/zit op een wit laken op bed. [slachtoffer] heeft

een licht bruine handdoek op haar rechter schouder liggen welke ook deels op haar hoofd ligt. Op de achtergrond is een bruine knuffelbeer zichtbaar en een groot geel knuffel kuiken. [slachtoffer] houdt haar hielen tegen elkaar aan en haar knieën liggen uit elkaar waardoor haar benen geheel gespreid zijn. [slachtoffer] drukt met haar linker vingers een voorwerp, zwart van kleur, gelijkend op een dildo tegen haar vagina aan. (Voor [slachtoffer] , tegen haar buik aan, ligt een wit schrijfblok met daarop geschreven in roze letters de tekst: 'Love you Poppa! Yodalurking (Yummie, you newb). In de linkerbovenhoek van de fot staat in rode letters het logo YLMMXV)

2.

hij in de periode van 23 oktober 2001 tot en met 15 april 2015 in Nederland telkens

afbeeldingen en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen (te weten laptop(s) en/of usb(’s) en/of cd(‘s)/dvd(‘s) en/of een harde schijf en/of een computer)

in bezit heeft gehad en/of

heeft verspreid en/of

verworven en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon en/of personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had(den) bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar waren betrokken,

welke voornoemde seksuele handelingen bestonden uit onder andere:

- [bestandnaam 2] (Filename [bestandnaam 2] )

Op de afbeelding (foto) zijn een jongen en een meisje zichtbaar. Het meisje

heeft een geschatte leeftijd tussen de 8 en 12 jaar oud. De jongen heeft een

geschatte leeftijd tussen de 10 en 14 jaar oud. De jongen en het meisje staan

in een kamer. Het meisje heeft half lang bruin haar. De jongen heeft

donkerblond kort haar. De jongen en het meisje staan met hun gezicht naar de camera gericht. De jongen en het meisje staan naast elkaar. De jongen heeft zijn linkerarm om de rug van het meisje geslagen. Het meisje heeft haar rechterhand op de linkerschouder van de jongen meisje houdt met linkerhand de stijve penis van de jongen vast.

en

- [bestandnaam 1] (Filename: : [bestandnaam 1] ):

Op de afbeelding (foto) is een meisje zichtbaar met een geschatte leeftijd

tussen de 8 en 12 jaar oud. Het meisje ligt voorover op een lap stof. Het

meisje draagt een paars shirtje. Het meisje is zichtbaar vanaf haar middel tot

net onder haar billen. Het meisje draagt een kort spijkerrokje. Het rokje is

omhoog geschoven. De blote billen van het meisje zijn zichtbaar. De handen van het meisje liggen achter op haar rug. De polsen van het meisje zijn samengebonden op haar rug met een touw. De handen van het meisje zijn rood/blauw aangelopen. Er is duidelijk kleurverschil te zien tussen de armen en de handen van het meisje. Tussen de billen van het meisje is een stijve penis van een volwassen man te zien. De buik van de volwassen man is te zien. De man draagt een grijs met blauw gestreept shirt.

en

- [bestandnaam 3] (Filename: [bestandnaam 3] ):

Op de afbeelding (foto) is een meisje zichtbaar in de geschatte leeftijd

tussen de 8 en 12 jaar oud. Het meisje is naakt, het meisje heeft kort zwart

haar. De foto is genomen in de buitenlucht. Het meisje leunt met haar billen

tegen een grote steen aan. Achter en naast het meisje zijn bomen en struiken

zichtbaar. Het meisje staat met haar bloten voeten in het gras. Het rechterbeen van het meisje is gestrekt. Het linkerbeen van het meisje is licht gebogen. Het meisje heeft haar buik naar voren geduwd. Het meisje heeft haar handen tegen de steen geplaatst. In de rechter beneden hoek staan de woorden [website 1] met daaronder [website 1] . Boven deze woorden is een meisje te zien. Dit meisje is het zelfde meisje als het meisje die naakt op de foto staat. Het meisje heeft hier een lichtgekleurd hemdje aan.

en

- [bestandnaam 4] (Filename: [bestandnaam 4] )

Op de afbeelding (foto) is een meisje zichtbaar in de geschatte leeftijd

tussen de 10 en 14 jaar oud. Het meisje is naakt. De foto is genomen in een

kamer. In de hoek van de kamer staat een houten kistje. Op het kistje stat

een rode spiegel. Achter de spiegel en het kistje hangt tegen de wand hangt

een rood/bruin net. Tegen het kistje in de hoek van de kamer staat een

tak/stronk van een boom. Op de tak/stronk van de boom zit het meisje. Het

meisje zit met haar rechterzij naar de camera, het meisje heeft haar hoofd

naar de camera gericht. Het meisje heeft blond halflang haar. Het meisje

heeft haar rechtervoet op een andere tak geplaatst. Het rechterbeen van het

meisje is opgetrokken. Het meisje heeft haar linkervoet op de tak geplaatst

waarop zij zit. Ook haar linkerbeen is opgetrokken en gebogen. Het meisje

heeft haar rechterarm recht vooruit gestoken en haar hand rust tegen een tak

aan. Het meisje heeft haar linkerhand gebogen achter haar hoofd geplaatst. In de rechterbovenhoek van de foto staat een logo meer daarop de woorden [website 2] en [website 2] .

en

-Filename: [bestandnaam 5]

Op de film is een meisje zichtbaar in de geschatte leeftijd tussen de 11 en 15

jaar oud. Het meisje zit kennelijk op haar knieën voor een bed. Op het bed

ligt een volwassen man. Van de man is alleen een stukje buik en zijn stijve

penis zichtbaar. Het meisje houdt met twee handen de stijve penis van de man vast. Met haar tong likt het meisje langs de eikel van de stijve penis. Het meisje stopt de stijve penis meerdere malen in haar mond en pijpt de man.

van welke misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

3. primair:

hij in de periode van 5 oktober 2014 tot en met 15 december 2014 in de Verenigde Staten, telkens met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten met [slachtoffer] (geboren op [geboortedag 2] 2007), handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte:

-met zijn tong over haar vagina gelikt en zijn, verdachtes, tong in haar vagina gebracht en

-zijn penis in haar mond gehouden en haar zijn penis laten likken en

-het lichaam van die [slachtoffer] betast en

-samen met die [slachtoffer] met een vibrator gespeeld en

-die [slachtoffer] gemasturbeerd.

4. primair:

hij in de periode van 24 juli 2014 tot en met 15 april 2015 in Nederland en in de Verenigde Staten, tezamen en in vereniging met een ander, telkens met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten met [slachtoffer] (geboren op [geboortedag 2] 2007), handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte en/of zijn mededader telkens:

-met de vingers en/of hand haar vagina betast en/of haar vagina en/of schaamlippen gespreid en/of

-een voorwerp in haar vagina gebracht en/of

-een voorwerp in haar anus gebracht en/of

-een voorwerp (waaronder een vibrator) in haar mond gebracht en/of

-met een voorwerp haar vagina betast en/of

-foto’s gemaakt waarbij die [slachtoffer] met zichzelf seksuele handelingen verricht en/of waarbij met die [slachtoffer] seksuele handelingen worden gepleegd en/of waarbij door die [slachtoffer] seksueel geposeerd wordt en/of

-die [slachtoffer] seksuele handelingen laten verrichten en/of die [slachtoffer] seksueel laten poseren terwijl dit voor verdachte door gebruik van een webcam en/of Skype zichtbaar was.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

t.a.v. van feit 1:

een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden en openlijk tentoonstellen en vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd;

t.a.v. van feit 2:

een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden en openlijk tentoonstellen en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt;

t.a.v. van feit 3 primair:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

t.a.v. van feit 4 primair:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

6 De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er – mede gelet op de conclusies in de hierna onder 7 te bespreken rapportages met betrekking tot de persoon van verdachte – geen verdere feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid (volledig) uitsluiten.

7 De strafoplegging

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht en dat de maatregel van terbeschikkingstelling (verder ook te noemen: TBS) onder de door de reclassering geadviseerde voorwaarden wordt opgelegd.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat verdachte doordrongen is van de ernst van de feiten. Terugkijkend ziet hij nu dat hij door seksuele handelingen met het slachtoffer te plegen grenzen heeft overschreden, waaronder ook zijn eigen grenzen. Verdachte koestert schuldgevoelens door de gevolgen van het ten laste gelegde voor het slachtoffer en [betrokkene 1] .

De verdediging kan zich vinden in de conclusies van de gedragsdeskundigen voor wat betreft de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. Als behandeling noodzakelijk wordt geacht, dan is verdachte hiervoor zeer gemotiveerd en zal hij daar volledig aan meewerken. Verdachte denkt, mede op basis van zijn ervaringen met eerdere klinische behandelingen, meer baat te hebben bij de door het NIFP geadviseerde ambulante – individuele – behandeling dan bij klinische behandeling in groepsvorm. De door de reclassering in het maatregelrapport geadviseerde bijzondere voorwaarden kunnen – voor zover de strafmaat dat toelaat – volgens de raadsvrouw ook in het kader van een deels voorwaardelijke straf worden opgelegd. Zij heeft dan ook verzocht om een straf op te leggen waarvan de duur tevens oplegging van een voorwaardelijk strafdeel mogelijk maakt. De raadsvrouw heeft verzocht daaraan bijzondere voorwaarden te verbinden, waaronder het – al tijdens detentie – ondergaan van ambulante behandeling en de verplichting om mee te werken aan begeleid wonen. Verdachte heeft geen bezwaar tegen de door de reclassering geadviseerde controlerende en beperkende voorwaarden, aldus de raadsvrouw.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan (het medeplegen van) seksueel misbruik van het destijds zes- en later zevenjarige slachtoffer. Het misbruik heeft veelal in het bijzijn van haar moeder plaatsgevonden in de woning van het slachtoffer, de plaats waar zij zich juist bij uitstek veilig zou moeten voelen. Het seksueel misbruik heeft onder meer bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer, door voorwerpen in haar vagina en anus te brengen. Het slachtoffer heeft tevens de penis van verdachte in haar mond gehad. Het moet als algemeen bekend worden verondersteld dat kinderen door betrokkenheid bij seksuele handelingen, zoals hier aan de orde, psychische schade kunnen oplopen, wat dan ook vele jaren later nog diepe sporen achterlaat. Onderzoek heeft uitgewezen dat slachtoffers van seksueel misbruik gebukt kunnen gaan onder emotionele reacties, zoals angst, boosheid en vijandigheid, schuld- en schaamtegevoel en depressiviteit. Zij kunnen daarnaast last hebben van lichamelijke functieklachten, zoals slaapstoornissen en verandering van hun eetpatroon. Ook kan er sprake zijn van psychoseksuele reacties en problemen in sociaal functioneren. Op de lange termijn kunnen er problemen ontstaan zoals depressiviteit, zelfdestructief gedrag, angst, gespannenheid, een negatief zelfbeeld en relationele problemen. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij al deze gevolgen voor lief heeft genomen en slechts zijn eigen belang – wat dat ook is geweest – voor ogen heeft gehad bij zijn handelen, zonder zich om het slachtoffer te bekommeren. De veronderstelling van verdachte dat het initiatief uitsluitend bij het slachtoffer lag, geeft aan dat hij geen enkel besef heeft van de invloed die hij als volwassene samen met de moeder van het slachtoffer op haar heeft gehad.

De met het slachtoffer verrichte seksuele handelingen zijn door verdachte en zijn mededader vastgelegd. Verdachte heeft 330 kinderpornografische afbeeldingen van het slachtoffer in zijn bezit gehad. Daarnaast heeft hij een deel van deze afbeeldingen in de periode van 24 juli 2014 tot en met 15 april 2015 via het internet op diverse websites verspreid en aangeboden. Verdachte heeft zich door middel van suggestieve bijnamen op ondergrondse netwerken begeven om in aanraking te komen met gelijkgestemden. Hij heeft aan verschillende chatpartners links naar kinderpornografische afbeeldingen verzonden.

Tot slot heeft verdachte zich langdurig, in de periode van 23 oktober 2001 tot en met 15 april 2015, schuldig gemaakt aan het bezit van 38.099 kinderpornografische foto’s en 131 films. Ook de op deze films en afbeeldingen vastgelegde handelingen vallen, zoals blijkt uit de betiteling en/of de beschrijving daarvan in het proces-verbaal van de politie en overigens ook door verdachte is erkend, zonder meer aan te merken als de zo goed als zwaarst denkbare vorm van seksueel misbruik van kinderen. Het gaat immers om misbruik van – ook zeer jonge – kinderen, waarbij onder meer sprake is van het penetreren van die kinderen door volwassen mannen. Voorts is sprake van sadomasochistische seksuele handelingen, zoals minderjarigen die vastgebonden waren en als gevolg daarvan rood/blauw gekleurde enkels en polsen hadden. Door dergelijk materiaal te downloaden en in bezit te houden, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het leveren van een bijdrage aan het bevorderen en in stand houden van het op gruwelijke wijze misbruiken van (zeer jonge) kinderen. Verdachte heeft er ter terechtzitting blijk van gegeven thans het laakbare van zijn gedrag in te zien.

Documentatie

Blijkens het strafblad d.d. 16 april 2015 van verdachte, is hij niet eerder met politie en justitie in aanraking gekomen ter zake van soortgelijke strafbare feiten.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft met betrekking tot de persoon van verdachte kennisgenomen van de volgende stukken:

  • -

    het voorgeleidingsadvies van GGZ Reclassering Palier d.d. 17 april 2015, opgesteld door S. Tissen (reclasseringswerker) onder supervisie van A.B. Westgeest (leidinggevende);

  • -

    het Pro Justitia rapport psychologisch onderzoek d.d. 11 augustus 2015, opgesteld door dr. R.A.R. Bullens, psycholoog;

  • -

    het Pro Justitia rapport psychiatrisch onderzoek d.d. 16 augustus 2015, opgesteld door A.M.M. van der Reijken, psychiater;

  • -

    het Pro Justitia rapport aanvullend psychologisch onderzoek d.d. 6 januari 2016, opgesteld door dr. R.A.R. Bullens, psycholoog;

  • -

    het Pro Justitia rapport aanvullend psychiatrisch onderzoek d.d. 11 januari 2016, opgesteld door A.M.M. van der Reijken, psychiater;

  • -

    het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 1 februari 2016, opgesteld door A. Oedit (reclasseringswerker), onder supervisie van R. den Duijf (leidinggevende);

  • -

    de brief d.d. 23 maart 2016 met als onderwerp ‘aanvullende vragen n.a.v. rapportage d.d. 11 januari 2016’, van de zijde van het openbaar ministerie;

  • -

    het reclasseringsadvies (beknopt) zonder diagnose instrument van Reclassering Nederland d.d. 29 april 2016, opgesteld door A. Oedit (reclasseringswerker), onder supervisie van R. den Duijf (leidinggevende);

  • -

    het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 21 juli 2016, opgesteld door S. Revet (reclasseringswerker), onder supervisie van S. van den Arend (leidinggevende);

  • -

    het Pro Justitia rapport ‘Beantwoording van aanvullende vragen van de officier van justitie’ d.d. 15 augustus 2016, opgesteld door A.M.M. van der Reijken, psychiater;

  • -

    het Pro Justitia rapport ‘Aanvullend psychologisch onderzoek’ d.d. 15 augustus 2016, opgesteld door dr. R.A.R. Bullens, psycholoog;

  • -

    het milieuonderzoek, ongedateerd, opgesteld door D.A. de Ruiter.

Toerekeningsvatbaarheid

De psycholoog R.A.R. Bullens (hierna: Bullens) en de psychiater A.M.M. van der Reijken (hierna: Van der Reijken) hebben geconcludeerd dat verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis NAO (Niet Anders Omschreven) en een niet goed ontwikkelde identiteit met daarachterliggend een reactieve hechtingsstoornis. Daarnaast zou er bij verdachte sprake zijn van een ziekelijke stoornis in de vorm van een parafilie. De deskundigen concluderen dat hiervan tevens sprake was ten tijde van het ten laste gelegde en dat dit de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte heeft beïnvloed. Hij dient derhalve volgens beide deskundigen verminderd toerekeningsvatbaar te worden verklaard.

De rechtbank stelt vast dat bovengenoemde rapportages op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en dat de conclusies van het psychiatrisch en psychologisch onderzoek met betrekking tot de toerekenbaarheid worden gedragen door een deugdelijke en inzichtelijk gemotiveerde onderbouwing. De rechtbank zal haar oordeel dan ook mede daarop baseren. Dit brengt met zich dat de rechtbank van oordeel is dat het bewezenverklaarde in verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend wegens voornoemde gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens.

Onderzoek ter terechtzitting

De psycholoog Bullens en C. Chilah (hierna: Chilah) van de reclassering zijn ter terechtzitting van 18 augustus 2016 als deskundigen gehoord en hebben de rapporten toegelicht zoals hieronder – voor zover van belang – zal worden vermeld.

De rechtbank acht zich op basis van voornoemde (aanvullende) rapporten en de toelichting van rapporteurs Bullens en Chilah ter terechtzitting van 18 augustus 2016, voldoende geïnformeerd over de persoonlijkheid en de geestvermogens van verdachte voorafgaand aan en ten tijde van het ten laste gelegde.

Recidivegevaar

De deskundigen schatten het recidiverisico voor het seksueel misbruik en het maken van kinderporno in als laag, nu deze vooral een situatief karakter dragen, waarbij met name de omgevingsfactoren hebben bijgedragen tot seksueel misbruik. Van der Reijken acht het minder waarschijnlijk dat verdachte weer met een minderjarige met een moeder als [betrokkene 1] in contact zal komen. Daar komt volgens haar nog bij dat verdachte gezien de gevolgen van het ten laste gelegde voor het slachtoffer en haar moeder, een volgende keer voorzichtiger zal zijn.

Bullens heeft ter terechtzitting desgevraagd toegelicht dat met betrekking tot het recidiverisico wereldwijd de fout van de ‘false positive’ wordt gemaakt, waarbij men geneigd is om een overschatting te geven van het recidiverisico. Volgens Bullens bestaat er wat betreft verdachte een laag recidiverisico voor ‘hands on’ delicten. Hij kan worden beschouwd als een situatieve/opportunistische pleger. Verdachte heeft weliswaar een parafile inslag, maar hij is geen kernpedofiel, aldus Bullens. Voor wat betreft de ten laste gelegde feiten rond het vervaardigen en verspreiden van kinderporno, is dit risico hoger omdat het in verhouding makkelijk beschikbaar is. Bullens heeft gewezen op het belang van de juiste behandeling bij een bepaald recidiverisico. Iemand teveel behandeling geven bij een laag recidiverisico werkt volgens hem averechts.

De rechtbank is niet overtuigd van de argumenten van de deskundigen ten aanzien van het recidiverisico en schat dat hoger in. De rechtbank neemt daarbij onder meer in aanmerking dat verdachte na zijn detentie via het internet, en dan met name op het Tor netwerk, gemakkelijk weer in contact kan komen met gelijkgestemde ouders van (jonge) kinderen, waarbij niet is uitgesloten dat hij in een vergelijkbare situatie terecht zal komen als die met het slachtoffer en haar moeder.

Passende behandeling

Volgens Van der Reijken kan worden volstaan met intensieve dagbehandeling bij een instelling zoals De Waag – al dan niet in het kader van TBS met voorwaarden – gevolgd door een langdurig ambulant behandelcontact om terugval te voorkomen. Dit is mede gebaseerd op hetgeen zij heeft geconcludeerd over het recidiverisico en de mate waarin verdachte in staat is om in een groep te functioneren. Verdachte moet leren dat kinderen niet op gelijke wijze als volwassenen in staat zijn om beslissingen te nemen op seksueel gebied. Hij moet, om de verveling te verminderen, een andere dagbesteding vinden en meer contacten krijgen buiten internet en seksuele relaties, aldus Van der Reijken.

Bullens heeft ter terechtzitting (nogmaals) gewezen op het belang van de juiste behandeling bij een bepaald recidiverisico. Bullens heeft voorts desgevraagd toegelicht dat het zijn voorkeur heeft om de behandeling niet al in detentie, maar direct daarna aan te vangen. De grotendeels individuele deeltijdbehandeling bij bijvoorbeeld De Waag, gericht op de specifieke behandelbehoeften van verdachte, kan van korte duur zijn. De meer langdurige behandeling, die zich richt op de bij verdachte geconstateerde persoonlijkheidsstoornis, is niet nodig voor het voorkomen van recidive en moet zich richten op de bredere behandelbehoefte, zoals bijvoorbeeld de eigenwaarde en de persoonlijkheidsstoornis. Voor zover de strafmaat dat toelaat, geniet een behandeling in het kader van een voorwaardelijk strafdeel de voorkeur.

Chilah heeft ter terechtzitting toegelicht dat de reclassering zich – in tegenstelling tot hetgeen is geadviseerd in het rapport van 21 juli 2016 – kan vinden in de door de deskundigen van het NIFP voorgestelde ambulante behandeling, welke dan wel in het kader van TBS met voorwaarden moet gaan plaatsvinden. Geadviseerd wordt om als aanvullende voorwaarde op te nemen dat verdachte alsnog klinisch zal worden behandeld als de ambulante behandeling niet slaagt.

Straf

Rekening houdende met al het voorgaande, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur, zoals door de officier van justitie is gevorderd, gerechtvaardigd. Nu de rechtbank – anders dan de officier van justitie – niet tot een bewezenverklaring komt van het onder feit 5 ten laste gelegde, valt de straf lager uit dan gevorderd. De rechtbank zal aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier jaren opleggen, met aftrek van de in voorarrest doorgebrachte tijd.

Maatregel

De bij verdachte geconstateerde stoornissen, bezien in relatie tot het bewezenverklaarde, brengen mee dat oplegging van een strafrechtelijke vrijheidsbeperkende maatregel gerechtvaardigd is.

De deskundigen zijn van mening dat verdachte behandeling nodig heeft om het recidiverisico te verkleinen. Verdachte heeft desgevraagd aangegeven dat hij – indien dat nodig wordt bevonden – bereid is om mee te werken aan behandeling.

De rechtbank heeft zich gebogen over de vraag of verdachte klinisch moet worden behandeld of niet. Ter terechtzitting van 18 augustus 2016 hebben de deskundigen geadviseerd dat, gelet op de persoon van verdachte en de feiten waarvoor hij is gedagvaard, ambulante behandeling het meest aangewezen is.

Over de vraag binnen welk strafrechtelijk kader die ambulante behandeling dient plaats te vinden, hebben de gedragsdeskundigen ter zitting geen eenduidig standpunt ingenomen. Nu de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaren passend acht, is gelet op het bepaalde in artikel 14a, tweede lid, Sr een behandeling in het kader van een voorwaardelijk strafdeel niet aan de orde.

Bovendien brengen de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de unanimiteit van de deskundigen over de noodzaak van een intensieve behandeling van verdachte teneinde het recidiverisico te verkleinen, naar het oordeel van de rechtbank met zich dat de (ambulante) behandeling van verdachte dient plaats te vinden in het kader van de maatregel van TBS met voorwaarden. Nu de bewezenverklaarde feiten alle misdrijven betreffen als bedoeld in artikel 37a, eerste lid aanhef en onder sub 1, Sr, bij verdachte tijdens het begaan van de bewezen verklaarde feiten een ziekelijke stoornis bestond en de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, het opleggen van deze maatregel eist, zal de rechtbank aan verdachte dan ook de TBS-maatregel gelasten onder de hierna te noemen voorwaarden.

Ten aanzien van de op te leggen voorwaarden sluit de rechtbank zich aan bij het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 21 juli 2016, alsmede bij hetgeen Chilah ter terechtzitting van 18 augustus 2016 namens de reclassering op het rapport heeft aangevuld en toegelicht.

De rechtbank ziet, gelet op de duur van de op te leggen onvoorwaardelijke straf – anders dan de reclassering ter terechtzitting aanvullend heeft geadviseerd – geen aanleiding om de tenuitvoerlegging van de TBS met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

De rechtbank overweegt ten slotte uitdrukkelijk dat de TBS met voorwaarden wordt opgelegd ter zake van misdrijven die zijn gericht tegen en gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Om die reden wordt, gelet op het bepaalde in artikel 38e, eerste lid, Sr, een totale duur van de maatregel van meer dan vier jaren niet op voorhand uitgesloten.

8 De inbeslaggenomen goederen

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage II aan dit vonnis is gehecht) onder 1 tot en met 12 genummerde voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht de gegevensdragers waarop geen kinderporno is aangetroffen, te weten de Samsung, de Acer en de disks (met uitzondering van disk 8, 9, 19, 24 en 29, waarop wel kinderporno is aangetroffen) terug te geven aan verdachte. De raadsvrouw heeft daarbij gewezen op het belang van verdachte om na zijn detentie over een computer te kunnen beschikken. De genoemde inbeslaggenomen disks zijn waardevol voor verdachte omdat er bijvoorbeeld door hemzelf gemaakte muziek op staat, aldus de raadsvrouw.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 1 tot en met 10 en 12 genummerde voorwerpen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met betrekking tot en/of met behulp van deze voorwerpen de onder 1, 2 en 4 primair bewezenverklaarde feiten zijn begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Voor zover de raadsvrouw heeft betoogd dat de Acer computer en de Samsung computer aan verdachte moeten worden teruggegeven, omdat daarop geen kinderporno is aangetroffen, maar alleen op in die computers aanwezige uitneembare sticks, overweegt de rechtbank als volgt. De Acer computer en de Samsung computer zijn – via een uitneembare stick – gebruikt om de strafbare feiten te plegen zoals in de tenlastelegging omschreven, daarnaast bestaat een reëel risico dat de betreffende computers door dat gebruik zijn gecontamineerd. Ook voor de Acer computer en de Samsung computer geldt dan ook dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, zodat deze voor onttrekking aan het verkeer vatbaar zijn.

Ten aanzien van de disks (nummer 11) geldt het volgende. Op vijf van de negenentwintig disks is kinderpornografisch materiaal aangetroffen. Uit het dossier volgt genoegzaam dat dit op de disks 8, 9, 19, 24 en 29 is aangetroffen en dat deze voor onttrekking aan het verkeer vatbaar zijn. Daarmee staat tevens vast dat met betrekking tot de overige vierentwintig disks geen strafbare handelingen zijn verricht. Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, komen die disks voor teruggave aan verdachte in aanmerking.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

- 36b, 36c, 37a, 38, 38a, 47, 57, 240b, 244, 248 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

verklaart de dagvaarding ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde nietig, voor zover het betreft de passage “heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer] terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en/of”;

verklaart de dagvaarding voor het overige geldig;

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 5 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 primair en 4 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

t.a.v. van feit 1:

een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden en openlijk tentoonstellen en vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd;

t.a.v. van feit 2:

een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden en openlijk tentoonstellen en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt;

t.a.v. van feit 3 primair:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

t.a.v. van feit 4 primair:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezenverklaarde en verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast dat de veroordeelde wegens het bewezenverklaarde ter beschikking wordt gesteld en stelt de volgende bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde stelt zich onder toezicht van Reclassering Nederland en houdt zich aan de voorschriften en aanwijzingen die door of namens de reclassering aan hem gegeven worden. Veroordeelde zorgt ervoor dat hij te allen tijde bereikbaar is voor de reclassering, zijn behandelaren en zijn begeleiders;

2. de veroordeelde werkt mee aan een ambulante behandeling bij een door het IFZ geïndiceerde kliniek, zoals forensische polikliniek De Waag of een soortgelijke instelling, zolang als de behandelaren en de reclassering nodig achten;

3. de veroordeelde werkt na zijn detentie mee aan begeleid dan wel beschermd wonen in een nader te bepalen setting, zoals Exodus of een soortgelijke setting;

4. de veroordeelde werkt mee aan ambulant forensisch psychiatrisch toezicht (FPT), en houdt zich aan de aanwijzingen en afspraken van zijn behandelaar(s), voor zolang zijn behandelaar(s) dat nodig acht(en). Tevens werkt de veroordeelde mee aan (ambulant) forensisch psychiatrisch toezicht, ook indien dit betekent een time-out opname in een nader te bepalen forensische kliniek van maximaal twee keer een periode van zeven weken bij een door het IFZ nader te bepalen kliniek;

5. de veroordeelde zet zich in voor een adequate dagbesteding voor meerdere dagen per week die is goedgekeurd door de reclassering;

6. de veroordeelde zal op geen enkele manier contact zoeken met het slachtoffer en haar moeder;

7. de veroordeelde werkt mee aan periodieke controles op het bezit van kinderporno dan wel het contact zoeken met minderjarigen op al zijn gegevensdragers;

en de algemene voorwaarden:

8. de veroordeelde onthoudt zich van het plegen van strafbare feiten;

9. de veroordeelde verschaft de reclassering zicht op de voortgang van zijn behandeling en begeleiding en verleent de reclassering toestemming om relevante referenten te raadplegen en contact te onderhouden met personen en instanties die deel uitmaken van zijn netwerk;

10. de veroordeelde zal niet van adres wijzigen c.q. verhuizen zonder overleg met en toestemming van de reclassering;

11. de veroordeelde zal zich niet buiten de Europese landgrenzen van Nederland begeven, tenzij en voor zover hem dit in overleg met het Openbaar Ministerie en de reclassering wordt toegestaan;

12. de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzake aanbieden;

13. de veroordeelde zal medewerking verlenen aan het verstrekken van een pasfoto en het verstrekken van informatie, zoals bedoeld in het kader van het landelijk opgestelde opsporingsbeleid ten aanzien van TBS-gestelden;

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst onder 1 tot en met 10 en 12 genummerde voorwerpen, alsmede de vijf genoemde disks onder 11, te weten:

1.00 STK USB stick Kl:zwart

KINGSTON,

1.00 STK USB STICK

ALBERT HEIJN,

1.00 STK Harddisk

SEAGATE,

1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart

SAMSUNG,

1.00 STK Geheugensim Kl:blauw

CANON,

1.00 STK USB stick

SITECOM,

1.00 STK Computer

NOTEBOOK asus pro,

1.00 STK Computer

SAMSUNG,

1.00 STK Computer

TABLET acer,

1.00 STK Computer

NOTEBOOK lenova,

5.00 STK Compactdisc (nrs. 8, 9, 19, 24 en 29)

CD ROM,

1.00 STK Geheugensimm Kl:zwart

HAMA;

gelast de teruggave aan verdachte van de overige onder 11 op de beslaglijst genoemde compactdiscs (nrs. 1 tot en met 7, 10 tot en met 18, 20 tot en met 23 en 25 tot en met 28).

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.C.M. Bouman, voorzitter,

mr. N.F.H. van Eijk, rechter,

mr. L. Kelkensberg, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. E. Noorlander, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 september 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL 2015098013, van de politie eenheid Den Haag, Team Bestrijding Kinderpornografie & Kinderseks toerisme (onderzoek ‘Meerkoet’), met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 842).

2 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 7 mei 2015, blz. 363 onderaan; proces-verbaal ter terechtzitting van 18 augustus 2016, verklaring van verdachte.

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 juni 2015, blz. 163-164, met als bijlagen geschriften, te weten een tweetal uitvergrotingen van foto’s, blz. 165.

4 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 16 april 2015, blz. 118; proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 8 mei 2015, blz. 372.

5 Geschrift, te weten ‘Interview [slachtoffer] ’ d.d. 20 april 2015, blz. 595;geschrift, te weten ‘Interview [slachtoffer] ’ d.d. 16 april 2015, blz. 684.

6 Proces-verbaal ter terechtzitting van 18 augustus 2016, verklaring van verdachte.

7 Geschrift, te weten ‘Interview [slachtoffer] ’ d.d. 16 april 2015, (blz. 648-652 Nederlandse vertaling samenvatting), (blz. 653-656 Engelstalige samenvatting), met als bijlagen het letterlijk uitgewerkte verhoor en de Nederlandse vertaling daarvan, blz. 657-833, zie blz. 693.

8 Proces-verbaal ter terechtzitting van 18 augustus 2016, verklaring van verdachte.

9 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 juni 2015, blz. 159 en proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 16 april 2015, blz. 114.

10 Proces-verbaal van bevindingen d.d.16 april 2015, blz. 97 en 98.

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 juni 2015, blz. 163-164.

12 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 juni 2015, blz. 166-167.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 8 mei 2015, blz. 373.

14 Geschrift, te weten ‘Interview [slachtoffer] ’ d.d. 16 april 2015, blz. 694, 710 en 711.

15 Proces-verbaal ter terechtzitting van 18 augustus 2016, verklaring van verdachte.

16 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 april 2015, blz. 126-127 en proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 augustus 2015, blz. 448-449.

17 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 7 juli 2015, blz. 435.

18 Geschrift, te weten ‘OP FERAS :: USER REPORT, Target:: yodalurking d.d. 26 maart 2015, blz. 37 e.v; geschrift, te weten een uitdraai van chatgesprekken d.d. 3 oktober 2015, blz. 219 e.v. en blz. 238 e.v; proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 april 2016, blz. 505.

19 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 augustus 2015, blz. 478-479.

20 Proces-verbaal ter terechtzitting van 18 augustus 2016, verklaring van verdachte.

21 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juni 2015, blz. 188; proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 augustus 2015, blz. 448.

22 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 16 april 2015, blz. 111-118.

23 Proces-verbaal ter terechtzitting van 18 augustus 2016, verklaring van verdachte.

24 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 april 2015, blz. 396-399, met als bijlagen geschriften, te weten een uitdraai van de Skype chat messages, blz. 400-407.

25 Geschrift, te weten ‘Interview [slachtoffer] ’ d.d. 20 april 2015, (blz. 539-593 Nederlandse vertaling van het letterlijk uitgewerkte verhoor), (blz. 594-647 Engelstalige letterlijke uitwerking van het verhoor), zie blz. 566.

26 Geschrift, te weten ‘Interview [slachtoffer] ’, d.d. 20 april 2015, blz. 573.

27 Proces-verbaal ter terechtzitting van 18 augustus 2016, verklaring van verdachte.

28 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 april 2015, blz. 131-132, met als bijlage geschriften, te weten een beschrijving van een aantal van de kinderpornografische afbeeldingen, blz. 133-134.

29 Proces-verbaal beoordeling beeldmateriaal d.d. 26 maart 2015, blz. 75 eerste beschrijving van het bestand bovenaan en blz. 76 vierde beschrijving van het bestand.

30 Geschrift, te weten ‘Interview [slachtoffer] ’ d.d. 16 april 2015, blz. 694 en 706.

31 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 mei 2015, blz. 408-410, met als bijlagen geschriften, te weten een uitdraai van de Skype chat messages, blz. 412-413.

32 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 juni 2015, blz. 167;proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 april 2015, gesprek 24527 t/m 24697, blz. 398, met als bijlagen geschriften, te weten een uitdraai van de Skype chat messages, blz. 400-407.

33 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 augustus 2015, blz. 478-479.