Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:11471

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15-08-2016
Datum publicatie
04-10-2016
Zaaknummer
C/09/484569 / FA RK 15-1829
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verbetering akte register burgerlijke stand en ontkenning vaderschap

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2017/4993

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 15-1829

Zaaknummer: C/09/484569

Datum beschikking: 15 augustus 2016

Verbetering akte register burgerlijke stand en ontkenning vaderschap

Beschikking op het op 10 maart 2015 ingekomen verzoek van de officier van justitie in het arrondissement Den Haag en op het op 6 oktober 2015 ingekomen verzoek van na te melden minderjarige.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

ten aanzien van het verzoek verbetering akte register burgerlijke stand en

ten aanzien van het verzoek ontkenning vaderschap:

[de vrouw] ,

hierna ook te noemen: de vrouw,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande, doch feitelijk verblijvende te [verblijfplaats] , Filipijnen,

advocaat: mr. T. Janssen te Rotterdam,

[juridische vader] ,

hierna ook te noemen: [naam] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

en

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

de minderjarige,

in rechte vertegenwoordigd door mr. I.J. Pieters advocaat te Leiden,

in de hoedanigheid van bijzondere curator.

ten aanzien van het verzoek verbetering akte register burgerlijke stand worden daarnaast als belanghebbende aangemerkt:

[de man] ,

hierna ook te noemen: de man,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. S.I. Soekarman te Delft,

en

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [woonplaats] ,

zetelend te [woonplaats] ,

hierna ook te noemen: de ambtenaar.

Procedure

Bij beschikking van 29 februari 2016 van deze rechtbank is de beslissing ter zake van de verbetering van de akte van de burgerlijke stand en de ontkenning van het vaderschap aangehouden en is bepaald dat de verzoeken worden voortgezet op de zitting van 13 juni 2016.

De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder thans ook:

- de brief d.d. 31 mei 2016, met bijlagen, van de zijde van de bijzondere curator;

- het verweerschrift van de vrouw.

Op 13 juni 2016 is de behandeling ter terechtzitting voortgezet en behandeld door mr. S.M. Westerhuis-Evers als rechter-commissaris. Hierbij zijn verschenen: de advocaat van de vrouw, de bijzondere curator, de man met zijn advocaat, en de heer [ambt] namens de ambtenaar.

De officier van justitie en de vrouw zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet respectievelijk niet in persoon verschenen.

[naam] heeft blijkens het door de rechtbank ambtshalve geraadpleegde systeem ingevolge de Wet basisregistratie personen geen hier te lande bekende woon- of verblijfplaats. [naam] is voor de zitting van 13 juni 2016 openbaar opgeroepen door middel van een advertentie in de Staatscourant op 25 maart 2016, zoals blijkt uit de door de griffier in het dossier gevoegde gegevens. [naam] is evenwel niet ter zitting verschenen. Hoewel de man ter terechtzitting heeft aangevoerd dat de vrouw – in tegenstelling tot haar eigen verklaring – wel contact heeft met [naam] , heeft de man ook verklaard niet zelf op de hoogte te zijn van het adres van [naam] . Nu de vrouw stelt [naam] niet te kunnen bereiken en ook de bijzondere curator [naam] niet heeft kunnen bereiken, gaat de rechtbank ervan uit dat [naam] niet op een andere wijze opgeroepen had kunnen worden en dus door middel van de openbare oproep op een formeel juiste wijze is opgeroepen.

Na de terechtzitting heeft de rechtbank ontvangen een bericht d.d. 4 juli 2016 van de zijde van de man.

Beoordeling

Verbetering akte register burgerlijke stand

Zoals reeds is overwogen in de beschikking van 29 februari 2016 worden de geslachtsnaam en de voornaam van de minderjarige bepaald naar Filipijns recht. Ingevolge het Filipijnse recht verkrijgt een wettig kind de geslachtsnaam van de vader en kan aanvullend de geslachtsnaam van de moeder worden gedragen. Dit betekent dat de minderjarige de geslachtsnaam [naam] heeft verkregen en de geboorteakte van de minderjarige derhalve verbetering behoeft. Immers, in de geboorteakte is opgenomen dat de minderjarige de achternaam [de man] draagt.

De bijzondere curator heeft de rechtbank evenwel ter terechtzitting nogmaals verzocht om het door hem eerder gedane voorstel te volgen. Ook de vrouw en de man scharen zich achter dit voorstel. Het voorstel strekt ertoe de geboorteakte ongewijzigd te laten. Ter onderbouwing hiervan is aangevoerd dat er een verzoek tot ontkenning van het vaderschap van [naam] aan de rechtbank voorligt en dat bij toewijzing van dit verzoek het vaderschap van de man zal worden vastgesteld. De geslachtnaam van de minderjarige behoeft alsdan niet te worden veranderd en kan [de man] blijven luiden.

De rechtbank heeft hieromtrent reeds eerder overwogen dit voorstel niet te zullen volgen en ziet gelet op het dossier en het verhandelde ter terechtzitting geen aanleiding om hierover thans anders te oordelen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat volgens het wettelijke stelsel van de burgerlijke stand de volledige (juridische) historie van een persoon, waaronder de afstammingshistorie, in chronologische volgorde dient te worden weergegeven. Nu de minderjarige ten tijde van het huwelijk tussen de vrouw en [naam] is geboren, dient [naam] in beginsel als juridisch vader op de geboorteakte te worden vermeld. De stelling van de vrouw dat de minderjarige [naam] niet kent en hij niet haar de biologische vader is maakt dit niet anders. Bovendien zal de ontkenning van het vaderschap van [naam] niet zonder meer leiden tot herstel van de naam ' [de man] ' voor de minderjarige. Daarvoor is immers nodig dat a) juridisch vaderschap van de man over de minderjarige tot stand komt en b) dat uit het alsdan toepasselijke naamrecht volgt dat de minderjarige de geslachtsnaam van de man krijgt. De rechtbank gaat ervan uit dat, wanneer de hierna uit te spreken ontkenning van het vaderschap van [naam] in kracht van gewijsde zal zijn gegaan, de vrouw en/of de man stappen zullen zetten om (weer) een familierechtelijke betrekking tot stand te brengen tussen de man en de minderjarige. De rechtbank stelt overigens vast dat, anders dan waar partijen kennelijk van uitgaan, er in deze procedure ook geen verzoek tot vaststelling vaderschap dan wel een verzoek tot vervangende toestemming van de erkenning van de minderjarige is gedaan.

Voor zover de ambtenaar ter terechtzitting heeft opgemerkt dat ook ten aanzien van de andere kinderen van de vrouw, te weten [naam] en [naam] een beslissing zou moeten worden genomen, gaat de rechtbank hieraan voorbij, nu het onderhavige verzoek slechts betrekking heeft op de minderjarige [naam] . Bovendien zijn de geboorteaktes van [naam] en [naam] in de Filipijnen opgemaakt.

Ontkenning vaderschap

Rechtsmacht

Nu de vrouw de bijzondere curator volgt in zijn stelling dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft over het verzoek te oordelen en [naam] in de procedure niet is verschenen, zal de rechtbank aansluiten bij hetgeen zij eerder bij beschikking d.d. 29 februari 2016 heeft overwogen omtrent de rechtsmacht. De rechtbank is gelet daarop thans nog steeds van oordeel dat er voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer zijn om aan te nemen dat de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt.

Toepasselijk recht

Ingevolge artikel 10:93, lid 1, juncto artikel 10:92, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt de vraag of familierechtelijke betrekkingen in een gerechtelijke procedure tot gegrondverklaring van een ontkenning van het vaderschap kunnen worden tenietgedaan, bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vrouw en de man of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de vrouw en de man elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van de minderjarige.

Zoals reeds in de beschikking d.d. 29 februari 2016 is overwogen, gaat de rechtbank er vanuit dat zowel de vrouw als [naam] de Filipijnse nationaliteit bezitten. De rechtbank heeft op basis van nader ingekomen stukken en het verhandelde ter terechtzitting geen reden anders te oordelen. Dit betekent dat naar Filipijns recht bezien dient te worden in hoeverre ontkenning van het vaderschap mogelijk is.

Filipijns recht

De rechtbank stelt voorop dat de mogelijkheid tot ontkenning van het vaderschap in het Filipijnse recht is opgenomen. Ingevolge artikel 166 van ‘The family code’ van de Filipijnen kan het vaderschap worden ontkend op de grond dat:

  1. het lichamelijk niet mogelijk was voor de man om in de eerste 120 dagen van de 300 dagen onmiddellijk voorafgaande aan de geboorte van het kind gemeenschap gehad te hebben met de moeder van het kind als gevolg van:
    a) impotentie;
    b) het feit dat de echtgenoten separaat leefden op zo'n manier dat gemeenschap niet mogelijk was of;
    c) ernstige ziekte van de echtgenoot waardoor gemeenschap absoluut verhinderd was;

  2. er medisch bewijs bestaat dat de man onmogelijk de vader van het kind kan zijn (behalve als het kind met behulp van kunstmatige inseminatie is verwekt);

  3. het kind door kunstmatige inseminatie is verwekt en de schriftelijke toestemming of instemming van een echtgenoot was verkregen door fraude, geweld, bedreiging of misbruik van omstandigheden.

Ontvankelijkheid

De bijzondere curator stelt zich op het standpunt dat de minderjarige dient te worden ontvangen in het verzoek. Hij voert daartoe onder meer aan (waarbij hij verwijst naar een uitspraak van de rechtbank Zutphen met ECLI-nummer: ECLI:NL:RBZUT:2011:BR4838) dat, hoewel in de tekst van voormeld artikel 166 niet expliciet is opgenomen wie gerechtigd is een verzoek tot ontkenning van het vaderschap in te dienen, deze mogelijkheid voor de minderjarige niet uitdrukkelijk is uitgesloten.

De vrouw is het eens met de visie van de bijzondere curator.

De rechtbank overweegt dat uit de tekst van bovengenoemd artikel 166 niet expliciet volgt aan welke personen de mogelijkheid wordt geboden een verzoek tot ontkenning van het vaderschap in te dienen. Wel volgt uit artikel 167 van ‘The family code of the Philippines’ dat de ontkenning van de wettigheid van het kind niet door de moeder kan worden verzocht. Nu een dergelijke beperking voor de minderjarige niet is opgenomen, gaat de rechtbank ervan uit dat de minderjarige kan worden ontvangen in haar verzoek tot ontkenning van het vaderschap. Daarbij komt dat in artikel 173 van de voormelde wet is opgenomen dat een kind om wettigheid kan verzoeken, op grond waarvan de rechtbank aanneemt dat de minderjarige ook de ontkenning van het vaderschap kan verzoeken.

Verder overweegt de rechtbank dat zij geen termijn in acht zal nemen waarbinnen de het verzoek zou hebben moeten ingediend. Ook in voormeld artikel 173 is geen termijn opgenomen.

Ontkenning

Voor de vraag in hoeverre de ontkenning naar Filipijns recht mogelijk is, zal de rechtbank aansluiten bij de vereisten die zijn genoemd in het voormelde artikel 166. Daarbij is het volgende van belang. De vrouw heeft gesteld dat zij vanaf 2011 tot 2015 in Nederland heeft gewoond. Dit wordt ondersteund door het door de rechtbank ambtshalve geraadpleegde systeem ingevolge de Wet basisregistratie personen waarin is vermeld dat de vrouw van augustus 2011 tot augustus 2015 ingeschreven heeft gestaan in Nederland. Ten tijde van de geboorte van de minderjarige verbleef de vrouw in Nederland en kan daarmee worden aangenomen dat zij geruime tijd voor de geboorte van de minderjarige separaat van [naam] heeft geleefd. Verder is van belang dat uit het door de man overgelegde DNA-onderzoek, waarvan de uitslag niet door de vrouw is betwist, volgt dat de man de biologische vader is van de minderjarige. Naar het oordeel van de rechtbank staat daarmee voldoende vast dat de man de biologische vader is van de minderjarige en bestaat er derhalve medisch bewijs dat de man onmogelijk de vader van het kind kan zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is derhalve voldaan aan de wettelijke vereisten voor ontkenning volgens de Filipijnse wet. Zij zal het verzoek derhalve toewijzen.

De bijzondere curator heeft zijn taak volbracht. De rechtbank zal daarom beslissen dat zijn taak ten einde is.

Beslissing

De rechtbank:

gelast de verbetering van de akte, nummer [nummer] , van het jaar [jr] , voorkomend in het register van geboorten van de gemeente [woonplaats] , in dier voege dat in deze akte als volgt wordt verbeterd:

In het eerste gedeelte van de akte (KIND)

Geslachtsnaam: [naam]

In het tweede gedeelte van de akte (OUDERS)

Geslachtsnaam vader: [naam]

Voornamen vader: [juridische vader] .

In het derde gedeelte van de akte (GEBOORTEGEGEVENS OUDERS)

Plaats van geboorte vader: -

Dag van geboorte vader: -

verklaart gegrond het verzoek van:

[minderjarige] (nu nog) [naam van de man] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

tot ontkenning van het vaderschap van:

[juridische vader] , met onbekende geboortedatum en geboorteplaats,

van de minderjarige:

[minderjarige] (nu nog) [naam van de man] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

uit:

[de vrouw] , geboren op 6 [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Filipijnen;

ontslaat mr. I.J. Pieters van zijn taak als bijzondere curator over de minderjarige.

Deze beschikking is gegeven door mrs. S.M. Westerhuis-Evers, J.M. Vink en I.D. Bellaart, tevens kinderrechters, bijgestaan door mr. L. Arreman-Mos als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 augustus 2016.