Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:11289

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-09-2016
Datum publicatie
21-09-2016
Zaaknummer
C/09/513943 / KG ZA 16/830
Rechtsgebieden
Aanbestedingsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Best value procurement. Op basis van de aanbestedingsdocumenten kon de inschrijving van eiseres in de concretiseringsfase nog ongeldig worden verklaard. Dat heeft gedaagde op goede gronden ook gedaan, omdat in de concretiseingsfase is gebleken dat de inschrijving van eiseres niet voldoet aan een van de gestelde randvoorwaarden. Geen schending van het vertrouwens-, transparantie- en motiveringsbeginsel

Wetsverwijzingen
Aanbestedingswet 2012
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2016/239 met annotatie van mr. E.L.H. Snijders - van Erp
Module Aanbesteding 2016/497
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/513943 / KG ZA 16/830

Vonnis in kort geding van 14 september 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Honeywell B.V., ten deze handelend onder de naam Honeywell Building Solutions,

statutair gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. P.F.C. Heemskerk en mr. M. van den Brink te Utrecht,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

Provincie Zuid-Holland,

zetelend te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. J.E. Palm te Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Honeywell’ en ‘de Provincie’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met daarbij en nadien overgelegde producties;

- de door de Provincie overgelegde producties;

- de door de Provincie op voorhand toegezonden pleitnota;

- de op 31 augustus 2016 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door Honeywell pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

De Provincie heeft op 1 maart 2016 een openbare Europese aanbesteding aangekondigd en gepubliceerd voor het sluiten van een overeenkomst met één opdrachtnemer voor het leveren en implementeren van een toegangscontrolesysteem, inclusief beheer en onderhoud van het systeem, ten behoeve van de provinciale gebouwen en objecten (zoals bruggen, sluizen en gemalen) en specifieke ruimten en onderdelen in de gebouwen en objecten (specifieke ruimten, lockers, kluisjes etcetera). De aanbestedingstukken bestaan uit een Beschrijvend Document, twee Nota’s van Inlichtingen (hierna respectievelijk NvI 1 en NvI 2) en een antwoord op een spoedvraag. Op de aanbestedingsprocedure is de Aanbestedingswet 2012 van toepassing. De Provincie hanteert het gunningscriterium Economisch Meest Voordelige Inschrijving en past bij de aanbesteding de best value procurement (BVP) toe.

2.2.

In het Beschrijvend Document is, voor zover nu relevant, het volgende opgenomen:

“(…)

1.3

Best Value

(…)

De beoordeling tijdens de gunningsfase (het selecteren van de expert) vindt plaats in twee “blokken”. In het eerste blok dienen Inschrijvers een aantal documenten in. Met deze documenten geven Inschrijvers hun visie op en invulling aan de Opdracht. De omvang van deze documenten wordt bewust beperkt gehouden, vanuit de gedacht dat een “expert” die de Opdracht doorziet weinig tekst nodig heeft om de essentie vast te leggen. In het tweede blok, die plaatsvindt na beoordeling van de documenten, zal de Aanbestedende dienst interviews houden met de Sleutelfunctionarissen van de Inschrijvers. De mate waarin de sleutelfunctionarissen de opdracht en hun inschrijving doorgronden en binnen hun functie goed kunnen managen is namelijk van groot belang om maximaal te kunnen presteren in de uitvoering.

Na afronding van het tweede blok kan mede op basis van de inschrijfprijzen worden bepaald welke Inschrijver de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan. Met die Inschrijver (de beoogde opdrachtnemer) wordt de zogenaamde Concretiseringsfase doorlopen. In die fase moet de beoogd opdrachtnemer aantonen en aannemelijk maken dat hij die kwaliteit gaat leveren die hij heeft beloofd binnen de aangegeven planning en voor de opgegeven inschrijfprijs.

(…)

2.4

Doelstellingen

De Aanbestedende dienst wenst een Overeenkomst aan te gaan voor het leveren en implementeren van een Toegangscontrole-systeem (…). Daarbij wordt een partner gezocht die in staat is met de Aanbestedende dienst de volgende doelstellingen te realiseren (…):

(…)

d. Gebruikvriendelijk, bijvoorbeeld: eenvoudige uitgifte, eenvoudig dagelijks beheer, eenvoudig in gebruik, intuitief, flexibel.

(…)

2.6

Randvoorwaarden

Voor de Opdracht gelden de volgende randvoorwaarden:

(…)

e. Het systeem en de dienstverlening voldoen aan alle relevante wet- en regelgeving.

f. Het systeem en de dienstverlening voldoen aan beveiligingsstandaards van PZH (zie bijlage I).

g. Toegang en gebruik is traceerbaar zodanig dat PZH kan voldoen aan haar verantwoordingsplicht in het kader van beveiliging en vertrouwelijkheid. PZH moet tevens kunnen voldoen aan de audit voorschriften op het gebied van Toegangsautorisatie en toegangsmonitoring.

(…)

5.3

In te dienen documenten inzake kwaliteit

a) Prestatie-onderbouwing

In de Prestatie-onderbouwing geeft Inschrijver aan de hand van een aantal stellingen (of beweringen) aan in welke mate hij verwacht invulling te geven aan de doelstellingen en waarom hij in staat is de Opdracht goed uit te voeren. (…) Van inschrijver wordt nadrukkelijk niet verwacht dat hij in dit document detailinformatie of technische informatie opneemt over de wijze waarop hij de opdracht zal uitvoeren.

Aandachtpunt:

De oplossingsrichting (aanbodscope) hoeft pas in de Concretiseringsfase bekend te worden gemaakt en toegelicht. (…) Voorwaarde is dat de oplossingsrichting voldoet aan gestelde randvoorwaarden en de doelstellingen hiermee kunnen worden gerealiseerd. Extra’s kunnen worden aangeboden in het Kansendossier met per optie een aparte prijsaanbieding (…).

b) Risicodossier

(…)

c) Kansendossier

In het kansendossier dient Inschrijver op maximaal 2 pagina’s A4 de kansen voor de Opdracht te identificeren (dit zijn waarde toevoegende opties, bovenop de eigen aanbodscope die in de Concretiseringsfase wordt gepresenteerd). (…)

Let op: doelstellingen moeten worden gehaald zonder de kansen.

(…)

(…)

6.7

Beoordeling kwaliteit

(…)

b. Beoordeling door middel van interviews

(…)

Aan de hand van de interviews wordt beoordeeld of de Sleutelfunctionarissen de Opdracht (de uitvoering van de opdracht) binnen hun functie goed doorgronden en goed kunnen managen. (…) Het interview kan mede dienen ter verificatie van hetgeen is aangeboden in één van de kwalitatieve documenten, maar ook ter verdere verdieping van hetgeen Inschrijver heeft aangeboden.

(…) De te houden interviews duren maximaal 45 minuten per Sleutelfunctionaris (…).

(…)

7 Gunning

(…)

7.2

Gunningsperiode (Concretiseringsfase)

(…) Deze fase neemt naar verwachting 6 weken in beslag en is bedoeld om de Inschrijving van de beoogde Opdrachtnemer gedegen te toetsen. (…)

Gedurende de Concretiseringsfase wordt van de de beoogde Opdrachtnemer verwacht dat hij het uit te voeren Project tot in detail uitwerkt in een Plan van Aanpak (inclusief detailplanning) op basis van de door hem ingediende Inschrijving. De beoogde Opdrachtnemer moet in het Plan van Aanpak nauwkeurig aangeven op welke wijze hij het beloofde resultaat zal gaan bereiken binnen de randvoorwaarden en doelstellingen (zoals aangegeven in de projectomschrijving in hoofdstuk 2). (…)

(…)

Indien de beoogde Opdrachtnemer niet in staat is voldoende aan te tonen, dat hij het door hem beloofde resultaat kan bereiken, zal zijn Inschrijving alsnog als ongeldig terzijde worden gelegd. (…)”

2.3.

In NvI 1 staat, voor zover nu relevant, het volgende vermeld over punt g van de onder 2.6 van het Beschrijvend Document vermelde randvoorwaarden:

Vraag 58:

““Toegang en gebruik is traceerbaar zodanig dat PZH kan voldoen aan haar verantwoordingsplicht in het kader van beveiliging en vertrouwelijkheid”

Vraag:

Kunt u toelichten en meer specifiek maken wat de doelstelling is van deze randvoorwaarde? Welke eisen stelt u hier in de praktijk aan?

Antwoord:

Het gaat hier om de verantwoordingsplicht van de Provincie in het kader van alle relevante wet- en regelgeving, in dit geval specifieker op het vlak van beveiliging en vertrouwelijkheid. Een gevolg daarvan is bijvoorbeeld dat PZH realtime moet kunnen zien wie in welke locatie aanwezig is.

De log gegevens zijn nodig om aan te kunnen tonen dat de personen die toegang hebben ook daadwerkelijk geautoriseerd zijn. Voor wat betreft de toegang tot technische ruimtes en gesloten vertrouwelijke ruimtes moet PZH kunnen aantonen dat zij in control is via een registratie. Dit wordt van PZH geëist in het kader van informatiebeveiliging (Interprovinciale Baseline Informatiebeveiliging).”

Vraag 59:

““PZH moet tevens voldoen aan de audit voorschriften op het gebied van Toegangsautorisatie en toegangsmonitoring”

Vraag:

Kunt u toelichten en meer specifiek maken wat de doelstelling is van deze randvoorwaarde? Welke eisen stelt u hier in de praktijk aan?

Antwoord:

PZH wil real time kunnen monitoren of er personen aanwezig zijn.

Ook hier gaat het om de verantwoordingsplicht van de Provincie in het kader van alle relevante wet- en regelgeving, in dit geval specifieker op het vlak van Toegangsauthorisatie en toegangsmonitoring.”

Vraag 109:

“Datalijnen naar de objecten staan aangeduid als buiten de vraagscope. Tijdens de aanwijzing is aangegeven dat op de locaties geen verbindingen beschikbaar zijn en dat geen gebruik gemaakt kan worden van aanwezig netwerk van de opdrachtgever. Kunnen wij er van uitgaan dat de opdrachtgever de benodigde verbindingen verzorgt?

Antwoord:

Ja, Opdrachtgever verzorgt benodigde dataverbindingen doch niet via fysieke datalijnen, behalve voor de grote locaties (Provinciehuis, Gouda, Archeologisch depot en Moerkappelle, ook de 5 bedieningscentrales hebben fysieke datalijnen). Voor de overige objecten dient gebruik gemaakt te worden van het mobiele netwerk van Tele 2.”

2.4.

Naar aanleiding van NvI 1 is een spoedvraag gesteld en door de Provincie beantwoord. De vraag en het antwoord luiden:

“Vraag:

(…)

In de ontvangen Nota ven Inlichtingen als antwoord op vraag 58 & 59 gaat u specifiek in op de gestelde randvoorwaarde g (…). Hier geeft u expliciet aan real time te kunnen monitoren wie in welke locatie aanwezig zijn. Is dit een randvoorwaarde die voor alle locaties geldt binnen de scope van deze aanbesteding (bv. ruimten bij bruggen, sluizen, pompgemalen, locaties achter hekken (zie vraag 147, NvI 1, ook de hekken met hangsloten behoren tot de scope))?

Het antwoord op de vraag is: Ja.

Voor de duidelijkheid: Opdrachtgever wil realtime kunnen monitoren wie op welk moment in welke locatie aanwezig is. Bij vraag 58 gaat het over de traceerbaarheid en de logging daarvan, dus de verantwoording achteraf. Bij vraag 59 gaat het vooral over het in real time kunnen monitoren van de toegang.”

2.5.

In NvI 2 staan over vraag 58 en 59 uit NvI 1 nog de volgende vragen vermeld, voor zover nu relevant:

Vraag 1:

“Het antwoord op de eerder gestelde vraag aangaande vraag 58 & 59 van de NvI 1 met betrekking tot ‘real time’ geeft de indruk dat iedere af te sluiten deur, hek, luik, kasten, hek (hangsloten) van alle locaties/objecten een koppeling moet hebben om real time informatie af te geven. Dit heeft ons inziens een enorme impact (kosten) op de te leveren oplossing. Welke locaties en objecten moeten voorzien zijn van een verbinding om real time informatie af te geven?

Antwoord:

Het begrip real-time heeft betrekking op de ‘hoofd’ toegangsdeuren en de toegang tot de specifieke E-ruimten van de objecten (Bruggen, sluizen, bediencentrales en pompgemalen). Zie hiervoor Bijlage “Overzicht pompinstallaties” (alles behalve waar BG voor staat, de Vijfgatenbrug en de Coenecoopbrug) en Bijlage “Sleutelplan Areaal Bruggen en Sluizen”. Het provinciehuis, kantoor Gouda, Archeologisch Depot in Alphen aan den Rijn en de locatie Moerkapelle moeten real-time informatie afgeven.”

Vraag 2:

“U geeft aan real time te willen zien wie in welke locatie aanwezig is in de hierboven aangegeven locaties/objecten.

A) Geldt dit voor de pas aanbieding?

B) Geldt dit voor de deurstand signalering?

C) Voor welke locaties/objecten is A) danwel B) of beide van toepassing?

Antwoord:

A) Aanbesteder heeft geen idee, wij willen real-time kunnen zien wie in welke locatie aanwezig is. Op welke manier inschrijver daarin voorziet is aan inschrijver.

B) Nee, dit is opgenomen in een separaat systeem en is buiten scope van deze aanbesteding, u hoeft hier geen rekening mee te houden.

C) Zie hiervoor het antwoord op vraag 1.”

2.6.

Honeywell heeft tijdig ingeschreven op de aanbesteding. In de prestatie-onderbouwing van Honeywell staat, voor zover nu relevant, als bewering 5 vermeld:

“Ons managementsysteem verschaft eenvoudig en real-time inzicht in wie, wanneer op welke locatie aanwezig is.”

In het kansendossier staat, voor zover nu relevant, vermeld:

Kans 5

Objecten worden voorzien van geautomatiseerde aanwezigheidregistratie

Op welke wijze draagt deze kans ezxtra bij aan het realiseren van de doelstellingen

Om PZH real-time inzicht te geven over wie op welke locatie aanwezig is, wordt gebruik gemaakt van een telefonisch aan- en afmeldsysteem. Dit proces kan worden geautomatiseerd door middel van online kaartlezers bij elk buitenobject dat via een dataverbinding aanwezigheid registreert in het managementsysteem. In plaats van een telefoonnummer te bellen biedt een (service)medewerker op een locatie zijn sleutel aan een online kaartlezer aan om aan- of af te melden. Deze automatisering verhoogt de gebruiksvriendelijkheid en verlaagt de operationele beheerlasten.

(…)

(…)

Impact op prijs in €

EUR 639.500,- voor het aanbrengen van online kaartlezers op alle buitenobjecten (brugkelderpompobjecten uitgezonderd)

2.7.

Bij brief van 20 mei 2016 heeft de Provincie Honeywell bericht dat de inschrijving van Honeywell als economisch meest voordelige kan worden aangemerkt en dat de Provincie voornemens is Honeywell uit te nodigen voor de concretiseringsfase. In die brief staat voorts, voor zover nu relevant, vermeld:

“(…)

Inzake het criterium Kwaliteit staan de scores op de verschillende onderdelen in de tabel hierboven vermeld. Onderstaand vindt u de motiveringen voor de verschillende scores:

Prestatie-onderbouwing

(…) Er is geen onderbouwing opgenomen waarmee het real-time inzicht wordt aangetoond.

(…)

Kansendossier

(…) Kans 1 roept voor het beoordelingsteam vraagtekens op of dat niet in scope zou moeten zitten. Na enige discussie blijkt dat de kans gaat over de bouwkundige voorzieningen, en dat is dan weer buiten scope van deze aanbesteding. Datzelfde geldt voor kans 5. Wat wordt hier nu precies aangeboden en wat is de business case? Wat levert deze kans concreet op waarmee de investering wordt gerechtvaardigd? (…)

(…)

Interview sleutelfunctionaris 2:

(…) Had ook een plan. In de schets werd uitgelegd wat inschrijver precies wil gaan doen. Bij de uitleg van het plan rees echter een zorg bij het beoordelingsteam, namelijk: dat er veel direct contact met medewerkers en extra handelingen nodig zijn (bellen) en er geen realtime informatie beschikbaar is. Dit punt is iets voor de concretiseringsfase. (…)

(…)”

2.8.

Op 24 mei 2016 heeft het eerste gesprek tussen Honeywell en de Provincie in het kader van de concretiseringsfase plaatsgevonden. In het besprekingsverslag dat van deze bijeenkomst is opgemaakt staat vermeld, voor zover nu relevant:

“(…)

Opmerkingen beoordeling PZH

EEL [toev. voorzieningenrechter: aanwezig namens Honeywell] geeft een onderbouwing van het realtime inzicht, de kosten-batenanalyse die is gemaakt en het belang van de verantwoordelijkheid van de medewerkers zich telefonisch aan te melden. Als medewerkers niet bellen is dat na te gaan vanuit de audittrails van de sleutels. Medewerkers dienen er dan op aangesproken te worden. PZH vraagt zich af of het proces niet arbeidsintensief is. MBR [toev. voorzieningenrechter: aanwezig namens Honeywell] geeft aan dat de kosten-batenanalyse gebaseerd is op de frequentie van de bezoeken die in de NVI is aangegeven en de aanname dat er nu ook handelingen zijn om te registreren. CSN [toev. voorzieningenrechter: aanwezig namens Honeywell] vult aan dat de rechten per sleutel te programmeren zijn voor elk gewenst tijdslot en voor elke gewenste locatie. Vraag PZH: hoeveel updaters zijn er nu meegenomen? Er zijn in totaal 10 updaters meegenomen voor de kantoren, de bedienscentrales en de onderaannemers. PZH geeft aan dat het een belangrijk punt is voor het slagen van het project. De zorg die geuit is in de beoordeling is nog niet weggenomen. In de verdieping van de techniek wordt hier verder op ingegaan.

(…)”

2.9.

Op 1 juni 2016 heeft een tweede overleg in de concretiseringsfase plaatsgevonden. In het verslag van dit overleg staat vermeld dat de zorg die geuit is over de realtime oplossing in de eerste bijeenkomst niet is weggenomen, maar eerder is toegenomen en dat er tijdens die bijeenkomst duidelijkheid moet komen, omdat anders “mogelijk afscheid van elkaar moet worden genomen.” Blijkens het verslag is vervolgens gesproken over het aan- en afmelden bij een bezoek aan één van de objecten, hetzij telefonisch, hetzij via een mobiele webinterface en de vraag of oplossingen realtime zijn.

2.10.

Bij brief van 13 juni 2016 heeft de Provincie Honeywell bericht dat zij voornemens is de inschrijving van Honeywell alsnog uit te sluiten en dat om die reden de concretiseringsfase met Honeywell wordt beëindigd. In die brief staat, voor zover nu relevant, vermeld:

“(…)

Tijdens de concretiseringsfase is gebleken dat uw oplossing niet voldoet aan een van de randvoorwaarden gesteld aan de oplossing en de dienstverlening (real time inzicht en kunnen monitoren van aanwezige personen) in het Beschrijvend Document inclusief alle relevante bijlagen. (…)”

De Provincie verwijst vervolgens naar (en citeert) paragraaf 2.4, onder d en paragraaf 2.6 onder e, f en g van het Beschrijvend Document, vraag en antwoord 59 en 109 van NvI 1, de spoedvraag en het antwoord daarop, vraag en antwoord 1 en 2 van NvI 2.

Vervolgens staat in de brief vermeld:

“(…)

De door Honeywell aangeboden oplossing voorziet in een offline oplossing (maakt dus geen gebruik van datalijnen) waarbij de volgende werkwijze is voorzien:

2. De bezoeker van een buiten locatie krijgt via een centraal managementsysteem autorisatie.

3. De bezoeker moet via een updater (link naar centraal managementsysteem) de autorisatie gegevens op zijn smart key plaatsen.

4. Op locatie moet bezoeker zich aan- en afmelden door:

a. zijn toegangspas of elektronische sleutel / smart key met autorisatiegegevens te gebruiken om toegang te krijgen

en daarnaast dient de bezoeker ook:

b. te bellen naar een loket waarna een handmatige registratie plaatsvindt in het centrale managementsysteem

of

via een website melding te doen (via smartphone of laptop) waarna de gegevens direct worden verwerkt in het centrale management systeem.

5. Na afloop van de werkzaamheden/het bezoek moet de bezoeker de smart key langs een updater halen (elders geplaatst, niet op de locatie zelf) om de gegevens op de smart key te synchroniseren met het centrale managementsysteem en vice versa.

De provincie Zuid-Holland is van mening dat de voorgestelde oplossing en werkwijze niet voldoet aan de gestelde randvoorwaarde van real time inzicht, kunnen monitoren wie op welk moment in welke locatie aanwezig is en kan met deze oplossing niet voldoen aan geldende wet- en regelgeving. Bovendien acht de provincie Zuid-Holland de voorgestelde werkwijze als niet gebruiksvriendelijk en eenvoudig in gebruik.

(…)”

2.11.

Bij brief van 25 juni 2016 heeft Honeywell aan de Provincie bericht dat zij zich niet kan verenigen met het besluit van 13 juni 2016 en dat zij van mening is dat er geen grondslag is om Honeywell uit te sluiten. Honeywell vraagt om bevestiging dat het besluit van 13 juni 2016 wordt herzien en dat de concretiseringsfase met Honeywell wordt voortgezet, bij gebreke waarvan wordt verzocht om een inhoudelijke en juridische motivering van de afwijzing. Bij brief van 29 juni 2016 heeft de Provincie een nadere toelichting gegeven op het besluit van 13 juni 2016 en kenbaar gemaakt niet terug te komen op dat besluit.

3 Het geschil

3.1.

Honeywell vordert – zakelijk weergegeven –

primair:

i. de Provincie te gebieden de brief van 13 juni 2016 in te trekken en de concretiseringsfase met Honeywell te continueren op basis van de bevindingen die ten grondslag hebben gelegen aan het gunningsbesluit van 20 mei 2016 en, voor zover de Provincie de opdracht nog wil vergeven, de concretiseringsfase te goeder te doorlopen, mogelijke aarzelingen gemotiveerd aan de orde te stellen en te bediscussiëren met inachtneming van het aanbestedingsrecht en vervolgens af te ronden en die te laten uitmonden in een deugdelijk gemotiveerd gunningsbesluit;

subsidiair:

de Provincie te gebieden de brief van 13 juni 2016 in te trekken en een gemotiveerde toelichting met redenen omkleed aan Honeywell te verstrekken onder verwijzing naar concrete eisen waaraan juridisch gezien met betrekking tot BVP niet zou worden voldaan in relatie tot die delen van de inschrijving van Honeywell die daarmee verband houden, een en ander voorzien van een toelichting die een zinvol debat mogelijk maakt; en

de Provincie te gebieden Honeywell een nieuwe Alcateltermijn van 20 dagen te bieden na ontvangst van de gevraagde toelichting;

primair en subsidair:

de Provincie te verbieden gedurende de hiervoor genoemde periodes tot gunning van de opdracht aan een ander dan Honeywell over te gaan, dan wel met een andere partij dan Honeywell op basis van een nieuw te nemen gunningsbesluit de concretiseringsfase in te gaan;

alles op straffe van een dwangsom en met veroordeling van de Provincie in de kosten van dit geding.

3.2.

Daartoe voert Honeywell – samengevat – het volgende aan. De inschrijving van Honeywell voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in paragraaf 2.1, 2.4 en 2.6 van het Beschrijvend Document en aan de voorwaarde van real time functioneren van het Toegangscontrolesysteem dat volgt uit vraag 58 en 59 NvI 1 en vraag 1 en 2 NvI 2. Die mening was de Provincie tot 13 juni 2016 ook toegedaan en waarom en op basis waarvan de Provincie zich heeft bedacht is Honeywell totaal onduidelijk. Honeywell heeft een geldige inschrijving gedaan, die voldoet aan alle relevante wet- en regelgeving, voldoet aan beveiligingsstandaard van de Provincie en gebruiksvriendelijk is. De door Honeywell geboden oplossing biedt bovendien een real time toegangscontrolesysteem. Deze oplossing maakte reeds deel uit van de initiële bieding van Honeywell en is geëxpliciteerd in zowel de prestatieonderbouwing als in het kansendossier. Die documenten zijn door de Provincie getoetst en geldig gevonden. De oplossing is ook tijdens de interviews met de sleutelfunctionarissen besproken en ook die gesprekken hebben de Provincie niet tot het standpunt gebracht dat de inschrijving van Honeywell ongeldig zou zijn. In de prille start van de concretiseringsfase heeft Honeywell haar inschrijving uitgewerkt met inachtneming van de bieding die zij eerder indiende en die door de Provincie is getoetst, geldig is bevonden en als beste is aangemerkt. Bij die stand van zaken is er geen enkele aanleiding de concretiseringsfase af te breken en dient die dan ook te worden gecontinueerd. Subsidiair geldt dat een gemotiveerde toelichting waarom de door Honeywell aangeboden oplossing niet voldoet aan de gestelde voorwaarden ontbreekt.

3.3.

De Provincie voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

Tussen partijen staat vast dat de oplossing van Honeywell kort gezegd inhoudt dat alle gebouwen uitsluitend toegankelijk zijn op basis van een passysteem, dat realtime informatie afgeeft wie in het betreffende gebouw aanwezig is. Objecten zijn in de aanbieding van Honeywell toegankelijk met een intelligente elektronische sleutel. Aan deze sleutel kunnen toegangsrechten worden toegekend. Toegangsrechten worden voor een bepaalde periode geautoriseerd, door de sleutel langs een zogenaamde (op een aantal locaties geplaatste) updater te halen. De sleutel geeft geen realtime informatie af op het moment dat deze wordt gebruikt, maar telkens als de sleutel langs de updater wordt gehaald wordt zichtbaar waar en wanneer de sleutel gebruikt is. De aanbieding van Honeywell omvat verder een systeem waarbij elke persoon die een object betreedt zich voor binnenkomst telefonisch dient aan te melden en bij weggaan telefonisch dient af te melden. Eventueel kan dit aan- of afmelden ook geschieden via mobiele webinterface.

4.2.

Honeywell betoogt allereerst dat zij de Provincie een geldige bieding heeft gedaan, conform de eisen die zijn gesteld in de aanbestedingsdocumenten. Dat heeft de Provincie zelf ook vastgesteld tijdens de beoordelingsfase van de biedingen. Immers, met het nemen van de verschillende beoordelingsstappen heeft de Provincie de inschrijving van Honeywell ook inhoudelijk getoetst op geldigheid, hetgeen heeft geresulteerd in het besluit van 20 mei 2016. Bij het nemen van dat besluit was de Provincie er volledig mee bekend dat alleen op de door de Provincie bij NvI genoemde locaties een toegangscontrolesysteem zou worden gerealiseerd dat real time informatie afgeeft en dat op andere locaties een toegangscontrolesysteem zou worden gerealiseerd waarbij real time inzicht kan worden verkregen doordat personen die die objecten en locaties betreden zich telefonisch aan- en afmelden. Het is de Provincie, aldus Honeywell, dan ook niet meer toegestaan op dit standpunt tijdens de concretiseringsfase terug te komen en zonder objectieve redenen een geheel ander standpunt in te nemen dat haaks staat op alle standpunten die tot dan toe door haar zijn ingenomen.

4.3.

De voorzieningenrechter overweegt dat ongeldigverklaring van een inschrijving in de concretiseringsfase op basis van de aanbestedingsstukken mogelijk is en dat de Provincie daar in sommige gevallen ook toe verplicht is. In paragraaf 7.2 van het Beschrijvend Document staat omschreven dat de beoogde opdrachtgever in de concretiseringsfase het uit te voeren project tot in detail uitwerkt in een plan van aanpak, waarbij hij nauwkeurig moet aangeven op welke wijze hij het beloofde resultaat zal gaan bereiken binnen de gestelde randvoorwaarden en doelstellingen. Voorts staat in die paragraaf omschreven dat de inschrijving als ongeldig terzijde zal worden gelegd indien de beoogde opdrachtnemer niet in staat is voldoende aan te tonen dat hij het door hem beloofde resultaat kan bereiken. Gelet hierop is een ongeldigverklaring in de concretiseringsfase zonder meer mogelijk. De omstandigheid dat reeds in de beoordelingsfase voor de Provincie duidelijk was dat telefonisch aan- en afmelden onderdeel uitmaakte van de door Honeywell voorgestelde oplossing, maakt vorenstaande niet anders. Zoals de Provincie terecht stelt is de inschrijving in deze procedure zeer beperkt van omvang. Concrete invulling van de door Honeywell geboden oplossing maakte geen onderdeel uit van de inschrijving, doch diende in de concretiseringsfase te worden gegeven. In paragraaf 5.3 van het Beschrijvend Document staat ook expliciet omschreven dat van een inschrijver uitdrukkelijk niet wordt verwacht dat hij in de prestatie-onderbouwing detailinformatie of technische informatie opneemt over de wijze waarop hij de opdracht zal uitvoeren. De interviews dienden ter verificatie en verdere verdieping van hetgeen de inschrijver in de kwalitatieve documenten heeft aangeboden, maar ook daarin kan – reeds gezien de beperkte duur van de interviews – geen uitputtende detailinformatie of technische informatie aan de orde komen. Gezien de aard van de best value procurement hoefde de Provincie aan haar twijfels over de oplossing van Honeywell niet gelijk in de beoordelingsfase de conclusie van ongeldigheid te verbinden, doch heeft zij door Honeywell toe te laten tot de concretiseringsfase Honeywell – als expert – terecht de mogelijkheid geboden haar inschrijving nader te concretiseren en aannemelijk te maken dat haar oplossing, ondanks de twijfels van de Provincie, kon voldoen aan het gestelde in de aanbestedingsstukken. Dit is een handelswijze die thuishoort in de best value procurement en ook volgt uit de aanbestedingsstukken.

4.4.

Vorenstaande laat uiteraard onverlet dat de Provincie uitsluitend op goede gronden alsnog tot ongeldigverklaring van de inschrijving van Honeywell over mag gaan. In dat verband twisten partijen in de kern over de vraag of de inschrijving van Honeywell voldoet aan de randvoorwaarde g, inhoudende dat toegang en gebruik traceerbaar is, zodanig dat de Provincie kan voldoen aan haar verantwoordingplicht in het kader van beveiliging en vertrouwelijkheid en dat de Provincie kan voldoen aan de audit voorschriften op het gebied van Toegangsautorisatie en –monitoring. In de inlichtingenrondes is deze randvoorwaarde geconcretiseerd in die zin dat de Provincie duidelijk heeft gemaakt dat zij realtime moet kunnen zien wie in welke locatie aanwezig is. Tussen partijen staat vast dat de oplossing die Honeywell biedt voor de gebouwen voldoet aan randvoorwaarde g, zij twisten echter over de vraag of de geboden oplossing voor de objecten ook aan die randvoorwaarde voldoet, alsmede of die oplossing voldoet aan de doelstelling van klantvriendelijkheid.

4.5.

De voorzieningenrechter is met de Provincie van oordeel dat in de door Honeywell geboden oplossing de toegang tot objecten niet voldoet aan de uit randvoorwaarde g voortvloeiende eis van realtime beschikbare informatie. In de oplossing van Honeywell is het verkrijgen van toegang losgekoppeld van de registratie van de aanwezigheid in het object. Een realtime oplossing wordt daarmee niet geboden, nu voor realtime informatie over de aanwezigheid vereist is dat informatie direct, zonder vertraging als gevolg van verwerking van gegevens beschikbaar is. De voorzieningenrechter volgt in dit verband niet het betoog van Honeywell dat uit het antwoord op vraag 1 in NvI 2 zou volgen dat voor de objecten kan worden volstaan met een toegangscontrolesysteem dat realtime informatie beschikbaar heeft (realtime inzicht) en dat uitsluitend voor de gebouwen vereist is dat het toegangscontrolesysteem automatisch realtime informatie afgeeft. Het onderscheid tussen het realtime beschikbaar hebben van informatie en het realtime afgeven van informatie wordt in de aanbestedingsstukken niet gemaakt. Uit de enkele omstandigheid dat in het antwoord op vraag 1 bij gebouwen wordt gesproken over realtime afgeven van informatie, kan niet worden afgeleid dat derhalve bij objecten kan worden volstaan met het real time inzicht (zonder automatische afgifte), nog daargelaten dat de oplossing van Honeywell voor objecten ook geen realtime inzicht biedt, gezien voornoemde loskoppeling van het verkrijgen van toegang tot het object en de registratie van aanwezigheid in het object. In zoverre is de inschrijving van Honeywell naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook terecht in de concretiseringsfase alsnog uitgesloten.

4.6.

Anders dan Honeywell betoogt is er geen sprake van schending van het vertrouwensbeginsel of transparantiebeginsel. Allereerst is door de enkele toelating van Honeywell tot de concretiseringsfase – gezien de inrichting van de aanbestedingsprocedure – door de Provincie nog niet geconcludeerd dat de inschrijving van Honeywell daadwerkelijk geldig is. De aanbestedingsstukken bieden, zoals reeds overwogen, ook nog uitdrukkelijk de mogelijkheid dat de inschrijving in de concretiseringsfase alsnog ongeldig wordt verklaard. Voorts heeft de Provincie reeds in de brief van 20 mei 2016 haar twijfels over de door Honeywell geboden oplossing ten aanzien van het vereiste van realtime geuit en zijn die twijfels ook in de concretiseringsfase telkens door de Provincie aan de orde gesteld. Nu de twijfels die de Provincie van meet af aan geuit heeft niet zijn weggenomen en uit de in de concretiseringsfase verstrekte informatie bleek dat de oplossing van Honeywell inderdaad niet voldoet aan het realtime vereiste, mocht de Provincie de inschrijving van Honeywell alsnog ongeldig verklaren.

4.7.

Schending van het motiveringsbeginsel bij het nemen van de beslissing is niet aan de orde. In de brief van 13 juni 2016 heeft de Provincie toegelicht hoe de oplossing van Honeywell door haar begrepen is. Honeywell heeft de juistheid van die weergave niet betwist. Voorts heeft de Provincie toegelicht dat zij van mening is dat die oplossing niet voldoet aan de gestelde randvoorwaarde van realtime inzicht en kunnen monitoren wie op welk moment in welke locatie aanwezig is. Die motivatie kan, gezien de inhoud van de aanbestedingsstukken, de beslissing dragen. Dat in de beslissing nog wordt verwezen naar geldende wet- en regelgeving, zonder dat expliciet wordt vermeld welke wet en regelgeving, maakt vorenstaande niet anders, nu die verwijzing de motivering dat de oplossing niet realtime is onverlet laat.

4.8.

Slotsom van al het vorenstaande is dat de vorderingen van Honeywell moeten worden afgewezen. Honeywell zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente bij niet tijdige betaling. Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt Honeywell om binnen veertien dagen nadat dit vonnis is uitgesproken de kosten van dit geding aan de Provincie te betalen, tot dusverre aan de zijde van de Provincie begroot op € 1.435,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 619,-- aan griffierecht;

5.3.

bepaalt dat Honeywell bij gebreke van tijdige betaling de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd is;

5.4.

verklaart dit vonnis deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2016.

idt