Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:11283

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-08-2016
Datum publicatie
06-10-2016
Zaaknummer
C/09/493857 / HA ZA 15-899
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dakinstorting niet gedekt onder de opstalverzekering. Instorting het gevolg van niet verzekerde wateraccumulatie en niet door verzekerde evenement storm.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/493857 / HA ZA 15-899

Vonnis van 3 augustus 2016

in de zaak van

de stichting

STICHTING STRATOZ BERGEN OP ZOOM I,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen

1. de naamloze vennootschap

REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

2. de naamloze vennootschap

GENERALI SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Diemen,

gedaagden,

advocaat mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam.

Eiser zal hierna Stratoz worden genoemd. Gedaagden zullen gezamenlijk worden aangeduid als verzekeraars.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de inleidende dagvaarding van 27 juli 2015, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 7 oktober 2015, waarin een comparitie van partijen is gelast,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 28 januari 2016 en de fax van mr. K.J. van den Herik van 16 februari 2016 en het B16-formulier, op 16 februari 2016 ingediend door mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.

1.2.

Ten slotte is een datum voor het wijzen van vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Stratoz is een professionele beheer- en beleggingsmaatschappij die sinds 28 februari 2005 eigenaresse is van een complex, gelegen aan de [adres] te Bergen op Zoom (hierna: het bedrijfspand). Het bedrijfspand is gelegen op industrieterrein [industrieterrein] en wordt permanent verhuurd aan Europia B.V. / [A B.V.] B.V. (hierna: [A B.V.] ). Het bedrijfspand bestaat uit een bedrijfsgebouw en een viertal hallen.

2.2.

Ten behoeve van het bedrijfspand heeft Stratoz, via haar tussenpersoon [tussenpersoon] , een Uitgebreide Brandverzekering afgesloten bij verzekeraars (hierna: de verzekering).

2.3.

Op de verzekering zijn van toepassing de Algemene Voorwaarden Uitgebreide Brandverzekering voor Bedrijven UBB02 (hierna: de polisvoorwaarden) en Module A en clausuleblad CBB02. De polisvoorwaarden bepalen, voor zover relevant:

“In deze voorwaarden wordt verstaan onder:

(…)

1.12

Storm

Wind met een snelheid van tenminste 14 meter per seconde;

(…)

2.1

Omschrijving van de dekking

Verzekerd wordt tegen schade aan de op het polisblad genoemde verzekerde belangen, voor zover de module(s) van toepassing zijn verklaard, veroorzaakt door:

(…)

g storm

(…)

I regen, sneeuw, hagel of smeltwater (verder te noemen neerslag) onvoorzien het gebouw binnengedrongen.

Uitgesloten is evenwel schade ontstaan door:

(…)

4 constructiefouten of slecht onderhoud van het gebouw;

(…)

6 instorting van het gebouw als gevolg van overdruk door neerslag.

Bovendien zijn uitgesloten reparatiekosten van daken, dakgoten, dakbedekking en afvoerpijpen;”

2.4.

Tijdens hevig noodweer op donderdag 5 juli 2012 is het dak van hal 4 van het bedrijfspand ingestort. Stratoz heeft de schade bij schadeaangifteformulier op 6 juli 2012 bij verzekeraars gemeld en verzocht dekking te verlenen. Op het schadeformulier staat, voor zover relevant, vermeld:

“Oorzaak van de schade [handgeschreven; rechtbank] hevige regenval (tropisch) heeft een

Omschrijving van de instorting veroorzaakt in de inpakloods/hal

Toedracht

(…)

Waarmee werd de schade [handgeschreven; rechtbank] hevige regenval/wind (tropisch)”

veroorzaakt

2.5.

Verzekeraars hebben daarop Interlloyd Survey B.V. (hierna: Interlloyd) ingeschakeld. Op 6 juli 2012 heeft Interlloyd een eerste bezoek aan (hal 4 van) het bedrijfspand gebracht. Daarbij was ook aanwezig de door de huurder ingeschakelde constructeur van GJM Bouwadviseurs, die het herstel van het dak heeft uitgevoerd. Op de oorspronkelijke bouwtekening van het dak van hal 4 (laatstelijk gewijzigd per 3 maart 1980) heeft de constructeur van GJM Bouwadviseurs op 6 juli 2012 met de hand aangetekend:

“- Op het dak is een zeer gering afschot geconstateerd, alsmede een lichte staalconstructie. Na herstel van het dak dient het aanwezige afschot van het dak volledig in kaart te worden gebracht, waarna het gehele dak op wateraccumulatie gecontroleerd dient te worden.”

2.6.

Naar aanleiding van de inspectie van 6 juli 2012 heeft Interlloyd op 10 juli 2012 een voorlopig rapport opgesteld. In dat rapport is, voor zover relevant, opgetekend:

Overige bijzonderheden

Ten tijde van onze inspectie stelden wij het navolgende vast:

De loods 4 is NIET gebouwd conform de overgelegde tekening; de stramienmaat op de tekening is 4.300 mm en de uitvoering daarentegen 5.300 mm.

Op basis hiervan is mogelijk de staalconstructie bestaande uit een stalen balkenconstructie op drie onderslagbalken van deze loods, gebouwd in 1980, te licht uitgevoerd.

De huurder heeft voorts na 1980 aan de dakconstructie zware elektriciteitsbekabeling ten behoeve van de machines van zijn bedrijf, de sprinklerinstallatie alsmede de gasgestookte verwarmingselementen aan laten brengen.

Voorts stelden wij vast dat op de bestaande dakconstructie in het verleden een extra dakbedekkingslaag is aangebracht over de bestaande dakbedekking.

Al deze factoren dragen bij aan extra belasting op de staalconstructie.

Mogelijk als gevolg van de hierbij veroorzaakte extra belasting door hemelwater is nu de stalen platdakconstructie gaan doorzakken en door watercumulatie ingestort. Wel zijn spuwers aanwezig doch deze hebben, volgens opgave van de huurder, niet gewerkt, doordat de harde wind het hemelwater opstuwde haaks op deze spuwers.

Dit dient nog door ons te worden onderzocht, hetgeen pas mogelijk is nadat de juiste bouwtekeningen worden overgelegd. Deze zullen ons nog ter hand worden gesteld.”

2.7.

Op basis van de voorlopige rapportage van Interlloyd hebben verzekeraars op 17 juli 2012 dekking van de door Stratoz geleden schade afgewezen, aangezien het doorzakken van de dakconstructie volgens haar het gevolg was van overdruk door extreme neerslag terwijl er tevens sprake (b)leek van constructiefouten, zodat deze schade op grond van artikel 2.1.i onder 4 en 6 van de polisvoorwaarden van dekking is uitgesloten.

2.8.

Op verzoek van [A B.V.] heeft A.V.S. Engineering B.V. (hierna: AVS Engineering) een controle uitgevoerd van de oorspronkelijke bouwaanvraag voor hal 4. De bevindingen zijn neergelegd in een rapport van 29 juli 2012, waarvan de conclusie luidt:

4 CONCLUSIE

Uit de controle blijkt dat de staalconstructie is berekend conform de vigerende voorschriften van die tijd.

De staalconstructie is destijds wel op het scherpst van de snede berekend. Dit betreft vooral de steunpuntmomenten. Er zijn verstijvingsplaten aangebracht ter plaatse van de steunpunts momenten zodat de profielen zo klein mogelijk konden blijven.

Wat betreft de controle van de wateraccumulatie: destijds was er niet meer noodzakelijk dan het toepassen van een bepaald afschot.

Later zijn er nog wel noodoverstorten aangebracht.

Sinds 1980 zijn er overigens wel andere inzichten gekomen ten aanzien wateraccumulatie op platte (stalen) daken.”

2.9.

Op 2 augustus 2012 heeft AVS Engineering een opname gedaan van hal 4 van het bedrijfspand en de veiligheid daarvan gecontroleerd. Het rapport van AVS Engineering van 3 augustus 2012 (alsmede de rapporten van 29 juli 2012 en 3 augustus 2012) luidt, voor zover relevant, als volgt:

“Op 2 augustus jl. hebben wij een opname gedaan naar aanleiding van de dakinstorting bij [A B.V.] te Bergen op Zoom.

Een gedeelte van het dak van de hal was ingestort bij hevige regenval.

(…)

Bij een eerste onderzoek hebben gecontroleerd of het pand volgens de destijds vigerende voorschriften was gebouwd.

(…)

Allereerst is er een opname ter plaatse gedaan naar het huidige afschot, zakking van het pand en de noodafvoeren. Tevens is er gecontroleerd of er nu locaties zijn waar het water op het dak blijft staan.

Aan de hand van deze resultaten hebben we een wateraccumulatie berekening uitgevoerd.

(…)

4 Conclusie en aanbevelingen

Uit de metingen blijkt dat het afschot van het dak minimaal is. In combinatie met de slappe dakplaten ontstaan er dus plassen op het dak. Dit water kan niet makkelijk bij de reguliere regenwaterafvoeren terechtkomen.

Het gevolg zou kunnen zijn dat bij hevige regenval er water blijft staan en dat de platen steeds verder gaan doorbuigen waardoor de waterbelasting toe kan nemen.

Uit berekeningen blijkt dat de noodafvoeren te klein zijn en te hoog zitten.

Om dergelijke problemen in de toekomst te voorkomen is aan te bevelen om 2 zaken aan te passen, nl.:

1. het aanpassen van de bestaande noodafvoeren

2. het aanbrengen van extra zgn. zwevende spuwers.

Ad. 1 Aanpassen van de bestaande spuwers

Uit berekeningen blijkt dat de bestaande noodafvoeren te klein en te hoog zitten.

Indien de afvoeren 30 mm boven dak worden geplaatst dan is de minimale breedte 350 mm voor de noodafvoer.”

2.10.

Op verzoek van Stratoz heeft Troostwijk Expertise B.V. (hierna: Troostwijk) een contra-expertise uitgevoerd. Het rapport van 7 augustus 2012 vermeldt, voor zover relevant:

Schadeoorzaak:

Sprake is geweest van excessieve weersomstandigheden waarbij storm met felle windstoten over de regio en gemeente Bergen op Zoom is getrokken. Tijdens het noodweer is in korte tijd een relatief grote hoeveelheid neerslag gevallen.

De afvoeren van de daken van het bedrijfsgebouw, met uitzondering van hal 4, hebben het water op de reguliere wijze kunnen verwerken en afvoeren.

Bij hal 4 is zouden de afvoeren in combinatie met de noodoverstorten normaliter op reguliere wijze gefunctioneerd hebben ware het niet dat de storm/felle wind het water opgestuwd heeft naar een hoek van het dakvlak waarbij het water als het ware haaks op de stuwers is komen te staan. Hierdoor heeft hemelwater zich opgehoopt en is het dakvlak onder de gewichtsdruk bezweken.

Wij benadrukken dat zich in het verleden nimmer dergelijke problemen hebben voorgedaan en dat de afvoeren altijd naar behoren gefunctioneerd hebben.

Dit blijkt eens te meer nu er ten aanzien van de overige dakvlakken van het bedrijfsgebouw geen enkele schade en/of lekkage is opgetreden.

Naar de constructieve staat van het gebouw is een eerste onderzoek ingesteld waarbij geen onregelmatigheden zijn aangetroffen.

Een uitgebreider onderzoek en dito rapportage is in opmaak.”

2.11.

Troostwijk heeft een onderzoek naar de constructie van hal 4 van het bedrijfspand laten uitvoeren door Royal HaskoningDHV B.V. (hierna: RHDHV). RHDHV heeft bij rapport van 13 november 2012 het volgende geconcludeerd:

3 DOCUMENTENONDERZOEK

(…)

Samenvatting gegevens klimaat op 5 juli 2012

De maximale windkracht die is gemeten op 5 juli 2012 in het tijdvak tussen 19.00 en 20.00 uur is 12 m / sec, niet kan worden uitgesloten dat plaatselijk in een bui een hogere windsnelheid is opgetreden.

De overheersende windrichting tijdens het noodweer was N N W.

Er is sprake van extreme neerslag op 5 juli 2012, in Bergen op Zoom is in het tijdvak 8.00 uur op 5 juli 2012 tot 8.00 uur op 6 juli 2012 63,2 mm regen gevallen. Uurgemiddelde voor Bergen op Zoom is niet beschikbaar, in Vlissingen is in 1 uur tijd 25 mm gevallen.

Zware (onweers)buien kunnen vergezeld gaan van valwinden. Een valwind ontstaat als een enorme hoeveelheid koude lucht uit een intensieve buienwolk omlaag stort. Een valwind wordt ook wel aangeduid als down-burst’ of micro-burst”. Een onweerswolk is een sterk kolkende luchtmassa waarin warme lucht omhoog en koude lucht omlaag beweegt. De warme lucht zorgt voor de aangroei van de wolk, de kou komt met de neerslag omlaag (bron KNMI).

Van dit weerkundige fenomeen is geen registratie beschikbaar. Niet kan worden uitgesloten dat tijdens het hevige noodweer valwinden zijn opgetreden.

4 INSPECTIE EN OPNAME OP LOCATIE

(…)

Noodafvoeren

Ten behoeve van de controleberekening is het dakvlak gesplitst in dakvlak 1 en dakvlak 2.

Afschot van dakvlak 1 is naar de oostkant van het dak, afschot van dakvlak 2 is naar de westkant van het dak. De schade aan het dak is opgetreden aan de zuidkant van dakvlak 1.

Het dakvlak is voorzien van voldoende noodoverstorten van voldoende capaciteit.

5 BEVINDINGEN

(…)

Klimaatomstandigheden

Op 5 juli 2012 kan gesproken worden over een extreme weersituatie, een neerslag totaal van 63 mm is zeer extreem en komt overeen met een maandgemiddelde wat op 1 dag is gevallen.

De gegevens voor de opgetreden windsnelheid komt van station 340 te Woensdrecht. Maximale windsnelheid is opgetreden tijdens een windstoot en is 12 m/sec. Niet uitgesloten kan worden dat op de bewuste locatie in Bergen op Zoom een hogere windsnelheid is opgetreden. Met de overheersende windrichting is de extreme neerslag opgestuwd naar de zuidkant van het dakvlak.

Volgens amateur opnamen op de bewuste avond was er sprake van een micro-burst, op you-tube zijn opnamen te zien van het noodweer op de bewuste avond.

Noodafvoeren

De noodoverstorten van dakvlak 1 voldoen aan de huidige voorschriften. Door het extreme weer is het water, onder invloed van de wind, echter opgestuwd naar de zuidzijde van het dakvlak.

(…)

5 CONCLUSIE

Tijdens hevig noodweer is een deel van hal 4 van het complex aan de [adres] te Bergen op Zoom ingestort. Uit het onderzoek is gebleken dat de constructie van het pand voldoet aan de toenmalig geldende voorschriften NEN3850 en NEN3851 (TGB1972).

De voorschriften ten aanzien van wateraccumulatie in de TGB 1972 gingen niet verder als het toepassen van afschot, inmiddels zijn de inzichten hierop gewijzigd en dient in de berekening rekening te worden gehouden mei de mogelijkheid van wateraccumulatie.

In een later stadium zijn er noodoverstorten aangebracht, de aanwezige noodoverstorten voldoen aan de huidige voorschriften volgens de NEN3215 en NTR 3216.

De dakinstorting is veroorzaakt door de extreme weersomstandigheden zoals die op 5 juli 2012 tussen 20.00 en 21.00 zijn opgetreden.”

2.12.

Interlloyd heeft Constructiebureau B.V. ingeschakeld om onderzoek te doen naar de constructie van hal 4 van het bedrijfspand. De bevindingen, neergelegd in een brief van 4 maart 2013 aan Interlloyd luiden, voor zover relevant, als volgt:

1- Controle hoofdligger IPE330:

De stalen hoofdligger zijnde een IPE 330 is tijdens de bouw van de hal versterkt door de staalbouwer [Staalbouwer] bv door bij de tussensteunpunten een stalen boven- en onder-plaat te lassen ter lengte van 1.0 meter, bovendien is er daarna een sprinkler installatie aan de staalconstructie opgehangen en is er een laag dakleer aangebracht op het dak. Met deze aanpassingen heeft AVS – Engineering de stalen balk niet gecontroleerd. Wij hebben bewust gerekend met de staalnormen TGB 1972 NEN 3850 uit die tijd omdat die wijzigingen in die periode hebben plaatsgevonden en er toen aanpassingen hadden moeten worden doorgevoerd. AVS – Engineering schrijft wel in hun rapport dat zij met de TGB 1972 hebben getekend maar de kipstabiliteitcontrole hebben wij volgens die norm niet in hun rapportage terug gevonden. De IPE330 voldoet niet aan sterkte, doorbuiging en kipstabiliteit. Met de toegevoegde belastingen zou het minimaal een IPE400 moeten zijn. Voor de wateraccumulatie is hierbij gerekend op 50 mm, deze blijkt na twee iteraties 193mm te zijn waardoor zelfs een IPE500 bezwijkt.

2- Controle wateraccumulatie:

Volgens de ons verstrekte informatie bevinden zich de spuwers en hoofdafvoeren gemiddeld 65 mm bovendaks (inmeting AVS). Het afschot van het dak bedraagt naast het ingestorte deel gemiddeld 173 mm over een afstand van 15,80 meter (inmeting DHV), wat neerkomt op 11 mm per meter. Het af te voeren oppervlak per spuwer bedraagt 25 m2. Na twee iteratieberekeningen blijkt de wateraccumulatie 193 mm te zijn waardoor zelfs een IPE 500 bezwijkt.

3- Conclusie:

De gehele dakconstructie is ondeugdelijk en voldoet niet aan de toen geldende normen, ook niet aan de huidige normen.

a- Er is later een sprinkler installatie en een extra laag dakleer aangebracht.

b- De stalen ligger IPE330 voldoet niet aan de sterkte, doorbuigingseisen en kipstabiliteit.

c- Door de te hoog aangebrachte spuwers en te weinig afschot in het dakvlak bedraagt na twee iteraties de wateraccumulatie 193 mm in plaats van de berekende 50 mm.

d- Door de oriëntatie van het gebouw ten opzichte van de Noord-Zuid lijn blijkt dat de storm van 6 juli 2012 die uit NNW kwam het water op het dak heeft opgestuwd naar ZZO wat juist de plaats is waar het dak is ingestort. Aanpassingen aan de gehele constructie raden wij ten strengste aan.”

2.13.

Op 16 april 2013 heeft Interlloyd haar definitieve rapport afgegeven. Het rapport, vermeldt, voor zover relevant:

Risico

(…)

Na de realisatie van deze hal in 1980 zijn er in de loop der jaren installaties zoals een sprinklerinstallatie, elektriciteitsleidingen ten behoeve van de later gerealiseerde en aangebouwde loodsen ingebouwd/aangebracht.

Uit voorzorg waren recentelijk in opdracht van de huurder aan de langsgevelzijden van deze hal noodspuwers aangebracht, zodat tijdens regenval, dat deel wat niet snel genoeg kon worden afgevoerd via de bestaande hemelwaterafvoeren, alsnog kon wegstromen.

(…)

Oorzaak en toedracht

Op donderdag 5 juli 2012 is een hevig noodweer met zeer zware regenval, onder andere boven het industrieterrein [industrieterrein] te Bergen Op Zoom losgebarsten. In een kort tijdsbestek is circa 63 mm regen gevallen met een opstuwende, uit NNW richting komen de wind. Volgens de geraadpleegde KNMI-gegevens zijn er windsnelheden van 12 meter per seconde geregistreerd.

Niet uitgesloten moet worden dat zich plaatselijk windsnelheden van meer dan 14 meter per seconde hebben ontwikkeld, alsmede verticale valwinden. De dichtstbijzijnde meetstations zijn namelijk relatief ver weg.

Normaliter is 63 mm de hoeveelheid regenwater, die in een volledige maand wordt geregistreerd. Er was ten tijde van het evenement derhalve sprake van een uitzonderlijke situatie.

Het dak van één van de hallen, hal 4, genoemd inpakloods 1e gedeelte, met een oppervlakte van 2.500 m2 en een inhoud van 17.500 m3, is als gevolg van deze excessieve regenval in combinatie met stuwende wind uit windrichting NNW, plaatselijk blank komen te staan.

Door het gewicht van deze hoeveelheid regenwater is het platte dak doorgezakt en is vervolgens meer regenwater toegestroomd. Uiteindelijk is het dak over een oppervlakte van circa 600 m² d.d. 5 juli 2012, omstreeks 21.30 uur, door het gewicht van de hierop aanwezige hoeveelheid regenwater bezweken.”

2.14.

Verzekeraars hebben de afwijzing van de dekking onder de verzekering vervolgens gehandhaafd.

3 Het geschil

3.1.

Stratoz vordert – samengevat – dat de rechtbank, bij uitvoerbaar verklaard vonnis:

1. voor recht verklaart dat de door Stratoz als gevolg van het voorval op 5 juli 2012 te Bergen op Zoom geleden schade onder de dekking valt van de bij verzekeraars afgesloten Uitgebreide Brandverzekering;

2. verzekeraars veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 245.530,60 ter vergoeding van de door Stratoz geleden opstalschade, gemaakt opruimkosten, en kosten verbonden aan de inschakeling van contra-experts, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2012 tot aan de dag van betaling, dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag en datum;

3. verzekeraars veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 5.374,19 ter vergoeding van de door eiseres gemaakte buitengerechtelijke incassokosten, dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;

4. verzekeraars veroordeelt tot betaling van de kosten van dit geding, te vermeerderen met de nakosten van € 131, te vermeerderen met € 68 indien het vonnis zal moeten worden betekend, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – indien de kosten niet binnen de gestelde termijn worden voldaan –, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten.

3.2.

Verzekeraars voeren gemotiveerd verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is in geschil of de opstalschade is gedekt onder de verzekering. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil dat een dakinstorting door (uitsluitend) wateraccumulatie (een opeenhoping van regenwater) niet is meeverzekerd.

4.2.

De rechtbank stelt voorop dat Stratoz dient te bewijzen dat de schade is veroorzaakt door een gedekt evenement, terwijl het vervolgens aan verzekeraarsReaal c.s. is om te bewijzen dat de schade onder een uitsluitingsbepaling valt.

4.3.

Stratoz stelt zich op het standpunt dat de dakinstorting het gevolg is van het gedekte evenement storm als bedoeld onder 2.1 sub g van de polisvoorwaarden.

4.4.

Verzekeraars hebben betwist dat, zoals Stratoz stelt, de schade (mede) het gevolg is van storm. Volgens verzekeraars heeft de wind slechts een minimale, initiërende rol gespeeld. De instorting is feitelijk het gevolg van de (deels door de wind/storm veroorzaakte) wateraccumulatie. Die wateraccumulatie is in belangrijkere mate veroorzaakt door de reeds bestaande dakdoorzakking vanwege het na de bouw aangebrachte extra gewicht van latere aanpassingen en voorzieningen aan het dak. Omdat het geaccumuleerde water vervolgens niet kon worden afgevoerd vanwege ontoereikende noodoverstorten, heeft het dak kunnen instorten, zo begrijpt de rechtbank verzekeraars.Reaal c.s. Storm heeft volgens verzekeraars geen rol van betekenis gespeeld.Reaal c.s.

4.5.

De rechtbank is van oordeel dat eerst dient te worden vastgesteld of de storm een rechtens relevante oorzaak is van de dakinstorting. Dat is alleen het geval wanneer de dakinstorting niet zou hebben plaatsgehad wanneer de storm (wind) buiten beschouwing wordt gelaten. Wanneer in die situatie de dakinstorting eveneens zou hebben plaatsgevonden, is de storm geen rechtens relevante oorzaak en is de schade uitsluitend het gevolg van de niet gedekte evenementen wateraccumulatie, een gebrekkige constructie en/of onvoldoende onderhoud (de door verzekeraars ingeroepen uitsluitingen van artikel 2.1.1 onder 4 en 6 van de polisvoorwaarden) en bestaat er geen dekking onder de verzekering.

4.6.

De rechtbank volgt verzekeraars dan ook niet in hun betoog dat de uitsluiting van wateraccumulatie in werking treedt, ongeacht of de storm invloed heeft gehad in de ernst en omvang van die wateraccumulatie. Het is immers mogelijk dat een dak wel instort door de door een storm veroorzaakte wateraccumulatie, terwijl die wateraccumulatie in ernst en omvang zonder die storm achterwege was gebleven en de dakinstorting in dat geval niet was ontstaan.

4.7.

De rechtbank volgt evenmin Stratoz in haar betoog dat zodra de dakinstorting plaatsvindt tijdens een storm als bedoeld in de polisvoorwaarden, te weten wind van ten minste 14 m/s, sprake is van een gedekt evenement ongeacht of – en zo ja, de mate waarin – die storm aan de dakinstorting door wateraccumulatie heeft bijgedragen.

4.8.

Met verzekeraars is de rechtbank van oordeel dat de uitsluiting in verband met wateraccumulatie algemeen is geformuleerd en dat geen voorwaarden worden gesteld aan de oorzaak van het ontstaan van de wateraccumulatie.

4.9.

Stratoz betoogt dat de wateraccumulatie het gevolg is van de opstuwende wind en dat zonder die opstuwing (en dus zonder de storm) de dakinstorting niet zou hebben plaatsgevonden. In het licht van de in het geding gebrachte rapporten is de rechtbank van oordeel dat Stratoz niet is geslaagd in de op haar rustende stelplicht en bewijslast dat de dakinstorting (mede) is veroorzaakt door storm als bedoeld in de polisvoorwaarden.

4.10.

De rapporten tonen aan dat uit de windregistraties niet volgt dat sprake is geweest van storm als bedoeld in de polis. Zelfs de sterkst gemeten windstoot bij het dichtstbijzijnde windmeetstation heeft een maximale windsnelheid geregistreerd van 12 m/s, mitsdien minder dan 14 m/s (zie 2.11 en 2.13). De stelling dat sprake is geweest van storm wordt (in de diverse in opdracht van Stratoz opgestelde rapporten) slechts gebaseerd op veronderstellingen en aannames, maar staat – anders dan in de uitspraak van hof ’s‑Hertogenbosch van 13 januari 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BI0201, waar Stratoz zich op beroept – rechtens niet vast. Daarmee faalt het beroep van Stratoz op de betreffende polisbepaling.

4.11.

Voor zover Stratoz in dit verband een beroep heeft gedaan op de contra-proferentum-regel en stelt dat zij vanwege de vermelding “Uitgebreide Brandverzekering” erop mocht vertrouwen dat schade ten gevolge van alle mogelijke weersomstandigheden, waaronder de onderhavige schade, gedekt zou zijn, faalt dat beroep reeds nu Stratoz een professionele verhuurder is die bij het afsluiten van de verzekering is bijgestaan door een onafhankelijke (professionele) tussenpersoon.

4.12.

Met Stratoz is de rechtbank van oordeel dat het bestaan van een storm niet slechts dient te worden beoordeeld aan de hand van meetgegevens van het KNMI. Het staat Stratoz vrij om – ondanks de meetgegevens van het KNMI die onder de waarden zijn gebleven van de in de polis opgenomen ondergrenswaarden voor storm – op andere wijze bewijs te leveren dat ter plaatse van het bedrijfspand sprake is geweest van storm als bedoeld in de polis. In dat verband heeft Stratoz ter zitting aangevoerd dat het na de storm in de directe omgeving van het bedrijfspand een ravage was en in de hele omgeving bomen waren ontworteld, terwijl er op meerdere locaties in de onmiddellijke omgeving ernstige schade aan daken was ontstaan en wel in die mate dat daaruit het zich voordoen van een storm kan worden afgeleid. Nog los van het feit dat Stratoz dat betoog op geen enkele wijze heeft onderbouwd, blijkt uit de in het geding gebrachte rapporten in het geheel niet van dergelijke omvangrijke stormschade, terwijl daarin wel veelvuldig melding wordt gemaakt van de uitzonderlijke neerslag. Nu Stratoz haar stelling onvoldoende heeft onderbouwd en daarmee niet aan haar stelplicht heeft voldaan, wordt aan bewijslevering niet toegekomen.

4.13.

Waar Stratoz nog heeft gesteld dat verzekeraars in hun afwijzingsbrief van 13 juli 2013 hebben erkend dat sprake is geweest van een storm, zodat zij daar niet meer op terug mogen komen, faalt dit betoog. In de eerste afwijzingsbrief blijkt niet dat verzekeraars erkennen dat sprake is van het gedekte evenement storm. De afwijzingsbrief van 13 juli 2013, waarin de in de eerste afwijzingsbrief genoemde afwijzing van dekking wordt herhaald, bevat de volgende passage:

“Dat de storm de primaire oorzaak was van het instorten van het dak, blijven wij betwisten. De storm zal ongetwijfeld een rol hebben gespeeld in het ontstaan van de accumulatie op 1 specifieke plek, maar de hevige regenval heeft voor de grote hoeveelheid water gezorgd, niet de storm. Indien het niet geregend zou hebben maar alleen gestormd, dan was deze schade niet ontstaan.”

4.14.

Naar het oordeel van de rechtbank mag Stratoz – mede in het licht van de rest van de brief en de eerdere afwijzingsbrief – uit die passage in redelijkheid niet afleiden dat verzekeraars de bedoeling hebben gehad te erkennen dat sprake is van een storm, als bedoeld in de polis.

4.15.

Maar zelfs wanneer de rechtbank er veronderstellenderwijs van uitgaat dat sprake is geweest van storm in de zin van de polis, is zij van oordeel dat de schade niet voor vergoeding onder de verzekering in aanmerking komt. Daartoe is het volgende redengevend.

4.16.

De rechtbank stelt voorop dat niet in geschil is dat op 5 juli 2012 sprake is geweest van hevige regenval; op het schadeaangifteformulier zelfs aangeduid als “tropisch” (zie 2.4). De neerslag bedroeg die dag 63 mm, een hoeveelheid die normaal gesproken in een maand valt.

4.17.

Uit de rapporten blijkt dat na de bouw van hal 4 van het bedrijfspand in 1980 aan het dak zware elektriciteitsbekabeling ten behoeve van machines, een sprinklerinstallatie alsmede gasgestookte verwarmingselementen zijn aangebracht. Bovendien is een extra dakbedekkingslaag aangebracht over de bestaande dakbedekkingslaag (zie 2.5). Stratoz heeft dit alles ook niet betwist. Naar het oordeel van de rechtbank valt niet te ontkennen dat al deze factoren bijdragen aan een extra belasting op de staalconstructie, die een negatieve invloed heeft op de hoeveelheid neerslagdruk die het dak kan weerstaan.

4.18.

Ook blijkt dat het onderhoud van het dak niet op orde is. Zo heeft AVS Engineering geconstateerd dat het afschot van het dak minimaal is en dat door de slappe dakplaten plassen op het dak ontstaan (zie 2.7). Aan de vele plassen op de bij het rapport gevoegde foto’s is zichtbaar dat dakplaten over het gehele dak, dus ook daar waar de dakinstorting niet heeft plaatsgevonden, zijn doorgezakt.

4.19.

Bovendien blijkt uit berekeningen door AVS Engineering dat de noodafvoeren te klein zijn en te hoog zitten. De rechtbank gaat in dit verband voorbij aan de enkele, niet nader gemotiveerde opmerking in het in opdracht van Stratoz opgestelde rapport van Troostwijk dat “de afvoeren in combinatie met de noodoverstorten normaliter op reguliere wijze gefunctioneerd zouden hebben en dat uitsluitend door de storm/felle wind het water is opgestuwd naar een hoek van het dakvlak waarbij het water als het ware haaks op de spuwers is komen te staan” (zie 2.11). Dat laatste is overigens onjuist, nu uit de foto’s blijkt dat de instorting heeft plaatsgevonden nabij een dakrand waarin zich noodoverstorten bevonden. Dit is duidelijk zichtbaar op de foto op pagina 2 van het rapport van AVS Engineering van 3 augustus 2012 (productie 14 bij dagvaarding: de witte streepjes in de dakrand), hetgeen ook staat vermeld in de tekening die als laatste pagina bij het rapport is gevoegd. Dat het water is naar een hoek waar zich geen noodoverstorten bevonden, zoals Trooswijk in haar rapport vermeld (zie 2.10), wordt door de genoemde foto weersproken (althans, de dakinstorting heeft zich in ieder geval niet voorgedaan in het gedeelte van de hoek waar zich geen noodoverstorten bevonden).

4.20.

Voorts blijkt uit de constructieberekening van Constructiebureau B.V. dat – anders dan Stratoz zonder gefundeerde onderbouwing stelt – de gehele staalconstructie van het dak ondeugdelijk is en niet voldoet aan de destijds tijdens de bouw geldende normen en evenmin aan de huidige normen. Waar Stratoz stelt dat in de rapporten van AVS Engineering en RHDHV is geoordeeld dat de dakconstructie aan de destijds in 1980 geldende eisen voldoet, geeft […] Constructiebureau aan dat AVS Engineering bij haar berekening geen rekening heeft gehouden met de aanwezige sprinklerinstallatie en de extra laag dakleer, terwijl AVS Engineering met een te geringe wateraccumulatie heeft gerekend (50 mm in plaats van 193 mm).

4.21.

In het licht van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de rechtens relevante schadeoorzaak is gelegen in de wateraccumulatie die vanwege de excessieve regenval zodanig was dat ook wanneer de invloed van de storm wordt weggedacht, het dak van hal 4 van het bedrijfspand zou zijn ingestort. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de storm hooguit invloed gehad op de plaats waar het dak is ingestort en heeft de storm – wederom anders dan in het reeds aangehaalde arrest van hof ’s-Hertogenbosch (zie 4.10) is geoordeeld – geen relevante rol gespeeld bij de dakinstorting.

4.22.

In de omstandigheid dat de dakinstorting zich uitsluitend heeft voorgedaan bij hal 4 van het bedrijfspand, ziet de rechtbank – anders dan Stratoz – een bevestiging van haar oordeel dat het extra gewicht dat in de loop der jaren aan het dak is toegevoegd en de te hoog geplaatste noodoverstorten, in combinatie met de wateraccumulatie tot de dakinstorting heeft geleid. Immers, indien de dakinstorting zou zijn veroorzaakt door enkel de wind/storm in combinatie met de neerslag, valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien waarom uitsluitend het dak van hal 4 van het bedrijfspand is ingestort en niet

ook de daken van de andere hallen zijn bezweken.

4.23.

Nu de overige stellingen en weren van partijen, in het bijzonder die aangaande het door professor [X] op 17 juli 2014 afgegeven voorlopig advies, niet afdoen aan hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen, behoeven die stellingen en weren hier geen bespreking.

4.24.

Het voorgaande leidt ertoe dat de vorderingen van Stratoz zullen worden afgewezen. De overige stellingen en weren van partijen kunnen onbesproken blijven, nu zij niet tot een ander oordeel leiden.

4.25.

Stratoz zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van verzekeraars worden begroot op:

- griffierecht € 3.864

- salaris advocaat € 4.000 (2 punten × tarief € 2.000)

Totaal € 7.864

4.26.

Voor veroordeling van Stratoz in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Stratoz in de proceskosten, aan de zijde van verzekeraars tot op heden begroot op € 7.864,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.L.M. Luiten en in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2016.