Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:10415

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25-08-2016
Datum publicatie
01-09-2016
Zaaknummer
C/09/485319 / HA RK 15-118
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Rijkswet op het Nederlanderschap. Erkenning van verzoeker door Nederlander in Dominicaanse Republiek moet in Nederland worden erkend. Verzoeker heeft ogv art. 4 lid 1 RWN op 13 januari 1995 de Nederlandse nationaliteit verkregen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rekestnummer: C/09/485319 / HA RK 15-118

Beschikking van 25 augustus 2016

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te Spanje, feitelijk verblijvende te [woonplaats] ,

verzoeker,

advocaat mr. A. Bozbey te Den Haag,

en

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie,

Immigratie- en Naturalisatiedienst), verder te noemen: de IND,

zetelende te Den Haag,

belanghebbende,

vertegenwoordigd door mr. C.M. Meijer.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het op 23 maart 2015 ingekomen verzoekschrift,

  • -

    de brieven van de IND van 17 april 2015, 11 januari 2016 en 12 juli 2016,

  • -

    de brieven van mr. Bozbey van 3 juni 2015, 2 november 2015 en 31 mei 2016,

  • -

    het e-mailbericht van de officier van justitie van 17 februari 2016.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op

18 februari 2016. Verschenen zijn verzoeker, vergezeld van mr. Bozbey, zijn tante mevrouw [X] en de heer [de tolk] , tolk Spaans, en mr. Meijer namens de IND. De officier van justitie heeft schriftelijk te kennen gegeven niet te zullen verschijnen.

2 De feiten

2.1.

Verzoeker is geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] in de Dominicaanse Republiek uit de affectieve relatie van [A] en [B] .

2.2.

In het (gelegaliseerde) op 18 augustus 2014 afgegeven uittreksel uit het geboorteregister van de Burgerlijke Stand van het 4e Arrondissement, Santo Domingo Este, Tijdige Aangifte, boek [nummer 1] , bladzijde [nummer 2] , aktenummer [nummer 3] , van het jaar 1995, staat als vader vermeld: [A] , van Nederlandse nationaliteit, en als moeder: [B] , van Dominicaanse nationaliteit en ongehuwd. Tevens is opgenomen dat registratie plaatsvond op 13 januari 1995 op aangifte van [A] en dat de tardieve aangifte overeenkomt met het vonnis [nummer 4] van het Gerecht in eerste aanleg van het Distrito Nacional van 6 februari 1995.

3 Het verzoek en het standpunt van de IND

3.1.

Verzoeker verzoekt de rechtbank vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. Hij voert aan dat hij door de erkenning bij akte van 13 januari 1995 door zijn Nederlandse vader op grond van artikel 4 lid 2 Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen. Verzoeker doet (nader) subsidiair een beroep op het bezit van staat als bedoeld in artikel 1:209 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

3.2.

De IND heeft zich (nader) op het standpunt gesteld dat de erkenning van verzoeker door [A] kan worden erkend en dat verzoeker op 13 januari 1995 de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen.

3.3.

De officier van justitie is niet verschenen en heeft zich evenmin anderszins inhoudelijk over het verzoek uitgelaten.

4 De beoordeling

4.1.

De heer [A] heeft door het doen van de geboorteaangifte verzoeker op 13 januari 1995 naar Dominicaans recht erkend. Beoordeeld dient te worden of die erkenning in Nederland dient te worden erkend.

4.2.

Ingevolge artikel 10:101 lid 1 juncto artikel 10:100 leden 1, onder b en c, 2 en 3 BW wordt een in het buitenland tot stand gekomen rechtsfeit of rechtshandeling waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld of gewijzigd, welke zijn neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften opgemaakte akte erkend, tenzij

- aan de rechtshandeling geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan, of

- de erkenning van de rechtshandeling onverenigbaar is met de openbare orde.

4.3.

Naar Dominicaans recht is de geboorte van verzoeker tardief aangegeven. Bij een tardieve geboorteaangifte van een persoon van 13 jaar of jonger dient de volgende procedure te worden gevolgd: Een ‘Procurador Fiscal’(een in Nederland niet bestaande functionaris, te vergelijken met een openbaar aanklager in Nederlandse strafrechtelijke procedures) dient het ziekenhuis van de plaats waarin de aan te geven persoon is geboren te controleren alsmede – ter voorkoming van dubbele registraties – het register van de burgerlijke stand van de plaats waarvan wordt aangenomen dat betrokkene daar geboren is. Hij dient eveneens (middels documentatie en interviews of andere bewijsmiddelen) de geboortedatum, –plaats en de namen van de ouders van de betrokkene te verifiëren. Nadat dit is gebeurd, wordt het dossier naar de rechter gestuurd die een ratificatievonnis kan uitspreken waarbij de inschrijving van de geboorte geautoriseerd wordt.

4.4.

Op de geboorteakte van verzoeker is melding gemaakt van een dergelijk ratificatievonnis met nummer [nummer 4] van 16 februari 1995, zodat een verificatieonderzoek moet hebben plaatsgevonden. Het is (de vader van) verzoeker weliswaar niet gelukt om ter bevestiging van een en ander een afschrift van dat vonnis te verkrijgen, maar uit wel verkregen stukken uit de Dominicaanse Republiek – een verklaring van de ambtenaar van de burgerlijke stand in het 4e arrondissement van Santo Domingo Este van 29 april 2016, alsmede een afschrift van een rectificatievonnis van een vonnis met betrekking tot een eis inzake reistoestemming aangaande verzoeker van 7 februari 2008 – valt op te maken dat er bij de Dominicaanse autoriteiten geen twijfel bestaat over de identiteit van verzoeker. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat een verificatieonderzoek daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Overigens zijn er geen aanwijzingen waaruit het tegendeel zou kunnen blijken. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook niet gebleken dat aan de erkenning door [A] geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan.

4.5.

Nu bovendien [A] ten tijde van de erkenning van verzoeker niet was gehuwd en ook overigens niet is gebleken dat de erkenning kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde, moet de erkenning van verzoeker door [A] in de Dominicaanse Republiek in Nederland worden erkend.

4.6.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoeker door de erkenning door een Nederlander op grond van het ten tijde van de erkenning geldende artikel 4 lid 1 RWN op 13 januari 1995 de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen. Het verzoek zal als na te melden worden toegewezen.

5 De beslissing

De rechtbank stelt vast dat [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Dominicaanse Republiek) vanaf 13 januari 1995 de Nederlandse nationaliteit bezit.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, mr. N.B. Verkleij en

mr. S.M. Westerhuis-Evers en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2016.1

1 type: 201 coll: