Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:9643

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-08-2015
Datum publicatie
14-08-2015
Zaaknummer
C/09/490558 / KG ZA 15-866
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Modelrecht. Inbreuk op Gemeenschapsmodellen tafels aangenomen. Verbod met nevenvorderingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/490558 / KG ZA 15-866

Vonnis in kort geding van 14 augustus 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EICHHOLTZ B.V.,

gevestigd te Noordwijkerhout,

eiseres,

advocaat mr. N.D.R. Nefkens te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te Hillegom,

gedaagde,

advocaat mr. H.A. van Beilen te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna Eichholtz en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 16 juni 2015, met producties 1 tot en met 10;

  • -

    de op 18 juni 2015 ingekomen kostenopgave van Eichholtz;

  • -

    de op 30 juli 2015 ingekomen faxbrief van [gedaagde] , met producties 1 tot en met 4;

  • -

    de op 30 juli 2015 ingekomen faxbrief van Eichholtz, met een ongenummerde productie (hierna productie 11) en een aanvullende kostenopgave van Eichholtz;

  • -

    de mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen een pleitnota is overgelegd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eichholtz is een meubelgroothandel, die zich onder meer bezighoudt met het ontwerpen en produceren van meubels en interieuraccessoires. Zij verkoopt haar meubels en accessoires onder meer in Europa.

2.2.

Eichholtz is houdster van de op 4 februari 2015 onder de nummers 002626812-0008 en 002626812-0009 geregistreerde Gemeenschapsmodellen voor tafels, door Eichholtz aangeduid als Asscher coffee table Asscher en Asscher side table. Voor elk model is een van de bij deze modelregistraties behorende afbeeldingen hierna weergegeven:

Asscher coffee table

Asscher side table

2.3.

Beide tafels zijn gemaakt van glas in een achthoekig goud- of nikkelkleurig frame, met een bovenblad van glas en een bodemplaat van marmer. De koffietafel en de bijzettafel hebben verschillende afmetingen. De koffietafel is lager en heeft een groter blad; de bijzettafel is hoger en heeft een kleiner blad.

2.4.

Op haar website biedt Eichholtz de tafels aan. Volgens de daar gegeven opgave zijn de afmetingen van de Asscher coffee table 100 x 100 x H 41cm en die van de Asscher side table 65 x 65 x H 56 cm (hierna: de Asscher-tafels). Afbeeldingen van de tafels zoals deze worden aangeboden op de website zijn hierna weergegeven:

Asscher coffee table Asscher side table

2.5.

Eichholtz heeft de tafels tentoongesteld in september 2014 tijdens de in Parijs gehouden internationale vakbeurs Maison & Objet (hierna ‘M & O’).

2.6.

Ook [gedaagde] is een meubelgroothandel. In januari 2015 heeft [gedaagde] de coffee table en de side table Kimberly tentoongesteld tijdens de M & O (hierna: de Kimberly-tafels).

2.7.

Op of omstreeks maart 2015 heeft [gedaagde] exemplaren van Kimberly-tafelsin haar showroom gehad en afbeeldingen ervan op haar Facebookaccount getoond. Afbeeldingen van deze tafels zijn hierna weergegeven:

Kimberly-tafels

side table Kimberly

2.8.

Op 16 maart 2015 heeft [gedaagde] een offerte uitgebracht aan een persoon te Amsterdam voor de coffee table Kimberly.

2.9.

Bij brief van 28 mei 2015 is [gedaagde] namens Eichholtz gesommeerd de fabricage, verkoop en levering van de Kimberly-tafels te doen staken en de daarbij gaande onthoudingsverklaring te ondertekenen. [gedaagde] heeft niet aan deze sommaties voldaan.

2.10.

Op 29 juli 2015 bood Home & Lifestyle Landhuys (hierna Landhuys) op de website www.hetlandhuys.nl de ‘ [gedaagde] Living Occasional table Kimberly 65x65x56 cm stem / white marble’ te koop aan voor € 795,-. Op de website is een afbeelding van deze tafel weergegeven:

3 Het geschil

3.1.

Eichholtz vordert dat de voorzieningenrechter [gedaagde] zal veroordelen om:

A. binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden iedere inbreuk op de auteurs- en/of gemeenschapsmodellenrechten op de bijzettafel en koffietafel Asscher van Eichholtz, dan wel het slaafs (doen) nabootsen van de bijzettafel en koffietafel Asscher van Eichholtz, in het bijzonder [gedaagde] te verbieden de bijzettafel en koffietafel Asscher van Eichholtz openbaar te (doen) maken en/of te (doen) verveelvoudigen, dan wel tafels die identiek zijn aan of in overwegende mate lijken op de bijzettafel en koffietafel Asscher van Eichholtz te (doen) fabriceren en/of te (doen) aanbieden en/of te (doen) verhandelen en/of in voorraad te (doen) houden en/of te (doen) verkopen en/of te (doen) leveren en/of te (doen) importeren en/of te (doen) exporteren en/of te (doen) verhuren en/of uit te (doen) lenen en/of op welke titel dan ook te (doen) verhandelen en/of in het verkeer te (doen) brengenen/of te (doen) verspreiden via (direct)mailings en/of via e-mails, en/of via een catalogus en/of via een website of sociale media die vrij toegankelijk zijn voor het publiek dan wel op een andere wijze, in Nederland voor wat betreft de vordering gebaseerd op auteursrecht en onrechtmatige daad en in alle landen van de Europese Unie voor zover gebaseerd op het gemeenschapsmodellenrecht;

B. binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan mr. N.D.R. Nefkens, Herengracht 582, 1017 CJ Amsterdam, onder overlegging van kopieën van offertes en/of facturen en/of bankafschriften en/of andere relevante documenten of bescheiden, een schriftelijke, door een onafhankelijk registeraccountant gecontroleerde en gewaarmerkte opgave te verstrekken van:

a. het aantal vervaardigde, ingekochte en verkochte inbreukmakende tafels;

b. de kostprijs, de inkoopprijs en de verkoopprijs van de inbreukmakende tafels, alsmede de door [gedaagde] met de verkoop van de inbreukmakende tafels gemaakte bruto en netto winst, berekend volgens de variabele kostprijsberekeningsmethode;

c. de namen, adressen, telefoon- en faxnummers, web- en e-mailadressen van de afnemers, niet zijnde particulieren, van de inbreukmakende tafels;

d. de namen, adressen, telefoon- en faxnummer(s), web- en e-mailadressen van de fabrikant(en), (mede)importeur(s), tussenperso(o)n(en), agent(en) en leverancier(s) van de inbreukmakende tafels;

e. de namen, adressen, telefoon- en faxnummers(s), web- en e-mailadressen van de media waarop ten behoeve van reclame of anderszins de inbreukmakende tafels door [gedaagde] is/zijn geplaatst;

f. de voorraad inbreukmakende tafels, brochures, prijslijsten en/of ander promotiemateriaal waarmee de inbreukmakende tafels aangeboden worden, op het moment van de betekening van de dagvaarding, het vonnis en de dag der algehele voldoening;

C. binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis alle inbreukmakende tafels terug te halen bij de afnemers, niet zijnde particulieren, en deze binnen dertig dagen na betekening van dit vonnis aan Eichholtz af te staan, ter vernietiging op kosten van [gedaagde] , zonder dat Eichholtz daarvoor een vergoeding verschuldigd is;

D. binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis afgifte te doen aan Eichholtz van de aanwezige voorraad van inbreukmakende tafels, ter vernietiging door Eichholtz op kosten van [gedaagde] , zonder dat Eichholtz daarvoor een vergoeding verschuldigd is;

E. binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis afgifte te doen aan Eichholtz van de aanwezige voorraad van brochures, prijslijsten en/of ander promotiemateriaal waarmee de inbreukmakende tafels worden aangeboden, ter vernietiging door Eichholtz op kosten van [gedaagde] , zonder dat Eichholtz daarvoor een vergoeding verschuldigd is;

F. binnen veertien dagen na betekening van het dit vonnis haar met de verkoop van de inbreukmakende tafels gemaakte winst af te dragen;

A tot en met E op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv en met bepaling van de termijn van artikel 1019i Rv op zes maanden;

3.2.

Daartoe heeft Eichholtz het volgende gesteld. De verhandeling van de Kimberley-tafels door [gedaagde] maakt inbreuk op de auteursrechten en gemeenschapsmodelrechten van Eichholtz en de Kimberley-tafels zijn daarnaast een slaafse nabootsing van de Asscher-tafels. Vermoedelijk heeft [gedaagde] de Asscher-tafels gezien op de M & O in september 2014 en de tafels vervolgens nagemaakt. Eichholtz heeft een spoedeisend belang bij de door haar gevorderde voorzieningen teneinde de inbreuk, die blijkens het aanbod van Landhuys nog altijd voortduurt, te beëindigen. Daarnaast heeft zij een spoedeisend belang bij de door haar gevorderde opgaven, aangezien zij direct actie wenst te ondernemen teneinde de verdere fabricage en verhandeling van de inbreukmakende tafels tegen te gaan. Van Eichholtz kan niet worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure of zelfs schadestaatprocedure moet afwachten voordat zij de onrechtmatig door [gedaagde] verkregen winst, of althans een voorschot daarop, ontvangt.

3.3.

[gedaagde] voert de volgende verweren. Eichholtz heeft geen spoedeisend belang bij haar vorderingen, aangezien [gedaagde] slechts in het totaal 12 monsters heeft laten maken van de Kimberly-tafels en zij er geen enkele van heeft verkocht. De offerte – die was aangevraagd door iemand uit de kringen van Eichholtz – is niet gevolgd door een (koop)overeenkomst. Eichholtz had daarom genoegen dienen te nemen met de toezegging van [gedaagde] om de tafels ook in de toekomst niet te verhandelen en met haar aanbod aan Eichholtz de administratie te komen inzien. De Asscher-tafel is bovendien niet nieuw en heeft geen eigen karakter, aangezien het model is ontleend aan de Asscher-geslepen diamant en er andere tafels bestaan met een vergelijkbare vormgeving.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

Gelet op de vestigingsplaats van [gedaagde] (Nederland) is, voor zover aan de

vorderingen van Eichholtz het gemeenschapsmodelrecht ten grondslag wordt gelegd, de voorzieningenrechter van deze rechtbank bevoegd daarvan kennis te nemen op grond van de artikelen 80 lid 1, 81 aanhef en sub a, 82 lid 1, 83 lid 1 en 90 lid 1 van Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen (hierna: GModVo) en artikel 3 Uitvoeringswet EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen.

Voor het overige (ten aanzien van de auteursrechten en onrechtmatig handelen) is de bevoegdheid niet bestreden en is de voorzieningenrechter reeds om die reden bevoegd.

Spoedeisend belang

4.2.

Als meest verstrekkende verweer heeft [gedaagde] aangevoerd dat de vorderingen van Eichholtz spoedeisend belang missen. [gedaagde] heeft in dit verband aangevoerd dat zij slechts 12 tafels (als monster) heeft laten maken, dat zij daarvan geen enkele heeft verkocht en dat zij toezegt niet tot fabricage en verhandeling van de tafels over te gaan. Dit verweer kan niet worden gevolgd. Gelet op de stelling van Eichholtz dat de verhandeling van de Kimberly-tafels inbreuk maakt op voormelde intellectuele eigendomsrechten van Eichholtz, en [gedaagde] tot op heden geen onthoudingsverklaring met boetebeding heeft ondertekend, is het voor deze procedure vereiste spoedeisend belang gegeven. Daarbij is het aanbod van Landhuys ondanks de toezegging van [gedaagde] nog steeds online.

Modelrechtelijke grondslag

4.3.

[gedaagde] heeft zich op het standpunt gesteld dat aan Eichholtz geen Gemeenschapsmodelrechtelijke bescherming toekomt, omdat haar modellen niet nieuw zijn en geen eigen karakter hebben. Op dit punt wordt als volgt overwogen. Ingevolge vaste rechtspraak van het HvJEU/HvJEG kan een model slechts geacht worden een eigen karakter te hebben indien de algemene indruk die dat model bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die bij hem wordt gewekt door het vormgevingserfgoed, met inachtneming van de aard van het voortbrengsel waarop het model wordt toegepast of waarin het is verwerkt en in het bijzonder van de bedrijfstak waarmee het verbonden is en de mate van vrijheid van de ontwerper bij de ontwikkeling van het model.1 Daarbij dient voorts elk model uit het vormgevingserfgoed individueel te worden beschouwd.2

4.4.

De (modellen van de) Asscher-tafels kenmerken zich door de combinatie van de volgende elementen:

a. a) vormgeving op basis van een Asscher-geslepen diamant;

b) een relatief kleine bodemplaat van een marmer- of steensoort;

c) een relatief groot bovenblad van glas;

d) een goud- of nikkelkleurig frame;

e) een open (leeg) en licht karakter.

4.5.

Ter onderbouwing van haar standpunt dat de modellen van Eichholtz niet nieuw zijn en dat zij geen eigen karakter hebben, heeft [gedaagde] gewezen op de Asscher-diamant en op andere tafels die zijn vormgegeven als een diamant, al dan niet volgens de zogenoemde ‘Asscher-cut’. Volgens [gedaagde] heeft zij de Kimberly-tafels ontleend aan een tafel die één van haar medewerkers in februari 2014 heeft gezien bij de meubelzaak Beymen in Istanbul (Turkije). Daarnaast heeft [gedaagde] aangevoerd dat Eichholtz de Asscher-tafels niet zelf heeft ontworpen, maar dat zij deze ontleend moet hebben aan een reeds bestaand model. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft [gedaagde] de volgende afbeeldingen in het geding gebracht:

weergave van de Asscher-cut

de ‘Diamond Acrylic Table’

de tafel van ‘Beymen’

4.6.

Naar aanleiding van dit vormgevingserfgoed overweegt de voorzieningenrechter als volgt met betrekking tot de nieuwheid en het eigen karakter van de modellen van de Asscher-tafels.

4.6.1.

Het bestaan van de Asscher-geslepen diamant staat niet in de weg aan de nieuwheid en het eigen karakter van de Asscher-tafels. Bij de vergelijking dient immers ook de aard van het voortbrengsel waarop het model wordt toegepast of waarin het is verwerkt en in het bijzonder van de bedrijfstak waarmee het verbonden is in acht te worden genomen, waarbij in dit geval grote verschillen zijn te constateren. Meubels, en tafels in het bijzonder zijn duidelijk van edelstenen te onderscheiden, terwijl bovendien niet aannemelijk is gemaakt door [gedaagde] dat edelsteenvormen als Asscher voor bijvoorbeeld tafels gemeengoed waren. Daarbij heeft de Asscher-geslepen diamant geen goud- of nikkelkleurig frame en is het model van de tafel aan de zijkanten, in tegenstelling tot een diamant, open.

4.6.2.

[gedaagde] heeft zich voorts beroepen op de ‘Diamant Acrylic Table’. Deze achthoekige tafel maakt evenwel naar voorlopig oordeel een andere algemene indruk dan de modellen van Eichholtz, aangezien deze tafel langwerpiger (kenmerk a) is (de verhouding tussen de zijden is verschillend), welk langwerpiger karakter versterkt wordt door de rechthoekige bovenblad en bodemplaat , tegenover de achthoeken van het model. De Diamant Acrylic Table is verder geheel rondom (kennelijk) van acrylaat voorzien, tegenover de open zijkanten van de modellen van Eichholtz.

4.6.3.

Voor zover [gedaagde] in dit verband heeft verwezen naar de tafel van Beymen – indien al zou blijken dat deze tafel binnen de Europese Unie beschikbaar was voor het publiek op de relevante datum, hetgeen door Eichholtz is betwist – geldt dat ook deze tafel een andere algemene indruk wekt. Weliswaar heeft deze tafel een achthoekig bovenblad en bodemplaat, maar de zijden daarvan zijn alle gelijk, terwijl die van het model voor de bijzettafel ongelijke zijden heeft. Dit vertaalt zich ook in een geheel regelmatig frame, tegenover een onregelmatiger frame bij het model. Bovendien is bij deze tafel het bovenblad van marmer of in elk geval ondoorzichtig (kenmerken b en c). Ten slotte heeft de Beymen-tafel een bodemplaat die juist groter is dan het bovenblad. Al met al maakt deze tafel een duidelijk andere (ruimtelijke) indruk (kenmerk b, c en e) dan de Asscher-tafels.

4.7.

Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de modellen in aanmerking genomen de in 4.4 vermelde karakteristieke en specifieke kenmerken voldoende verschillen van het door [gedaagde] aangevoerde vormgevingserfgoed, zodat voorshands is aan te nemen dat de modellen van de Asscher-tafels nieuw zijn en dat deze een eigen karakter hebben, zodat is aan te nemen dat Eichholtz daarop geldige geregistreerde Gemeenschapsmodelrechten heeft.

4.8.

Aan de stelling van [gedaagde] dat de modellen van Eichholtz nietig dienen te worden verklaard, omdat Eichholtz de Asscher-tafels zou hebben gekopieerd van een andere ontwerper moet worden voorbijgegaan, aangezien [gedaagde] die door Eichholtz betwiste stelling op geen enkele wijze heeft onderbouwd. Daarbij komt dat deze nietigheidsgrond ingevolge artikel 25 lid 2 GModVo enkel door de ontwerper of diens rechtverkrijgende kan worden ingeroepen, en niet is gesteld of gebleken dat [gedaagde] (rechtsopvolger van) de ontwerper is.

4.9.

Door [gedaagde] is niet aangevoerd dat haar tafels een andere algemene indruk wekken dan de modellen van Eichholtz zodat voorshands sprake is van inbreuk. Op grond van artikel 19 GModVo kan Eichholtz derhalve aan [gedaagde] het gebruik van de Kimberly-tafels verbieden, zodat de vordering onder A in beginsel toewijsbaar is. Nu [gedaagde] op dit punt geen zelfstandig verweer heeft gevoerd, zal het verbod worden toegewezen voor alle landen van de Europese Unie.

Nevenvorderingen

4.10.

Nu de Kimberly-tafels als inbreukmakende producten moeten worden aangemerkt en een (dreigende) verdere inbreuk niet kan worden uitgesloten, is de door Eichholtz onder B gevorderde opgave, zij het met inachtneming van het navolgende, toewijsbaar.

4.11.

De gevorderde opgave van het aantal vervaardigde, ingekochte en verkochte inbreukmakende tafels en de voorraad tafels en brochures, prijslijsten en/of ander promotiemateriaal, alsmede de gegevens van producenten, leveranciers, afnemers (niet zijnde particulieren), ander betrokken personen en media zal worden toegewezen. Deze opgave dient er immers toe verdere (dreigende) inbreuken te beëindigen of te voorkomen. Indien en voor zover [gedaagde] , zoals zij ter zitting heeft verklaard, niet over brochures, prijslijsten en/of ander promotiemateriaal beschikt, en/of zij de tafels niet aan afnemers heeft geleverd, zal dat blijken uit de onderbouwde opgave.

4.12.

De vordering om de opgave te doen waarmerken door een registeraccountant zal evenwel – bij gebrek aan spoedeisend belang – worden afgewezen. De opgave zal immers worden versterkt met een dwangsom en, indien daartoe aanleiding is, kan de opgave in de bodemprocedure alsnog door een accountant worden gecontroleerd. De opgave dient betrekking te hebben op alle inbreukmakende tafels en – zonder nadere toelichting, die Eichholtz niet heeft gegeven – valt niet in te zien op welke grond de opgave uitgesplitst moet worden aan de hand van de door Eichholtz gevorderde peilmomenten.

4.13.

Eichholtz heeft niet onderbouwd waarom van haar niet gevergd kan worden dat zij met betrekking tot afdracht van door [gedaagde] met de inbreukmakende tafels behaalde winst de uitkomst van de bodemprocedure afwacht, terwijl deze evenmin eenvoudig te begroten is. De betreffende delen van haar vordering (B. onder b en F) missen daarmee het voor kort geding vereiste spoedeisende belang3 en zullen daarom worden afgewezen.

4.14.

Het gevorderde gebod om inbreukmakende tafels terug te halen bij de afnemers (niet zijnde particulieren) zal worden toegewezen. Dit gebod strekt ertoe te voorkomen dat inbreukmakende producten waarvan uit de opgave blijkt dat zij bij afnemers van [gedaagde] zijn, op de markt gebracht worden. Reeds omdat zoals volgt uit 2.10 side table Kimberly daags voor de zitting nog werd aangeboden door Landhuys, is het (spoedeisend) belang bij deze vordering gegeven. Indien, zoals [gedaagde] heeft aangevoerd, zij nooit tafels heeft geleverd aan Landhuys, zal dit blijken uit de hiervoor vermelde opgave. Teneinde executieproblemen te voorkomen, zal worden gespecificeerd dat dit gebod niet meer inhoudt dan een schriftelijk verzoek aan de afnemers om de tafels op kosten van [gedaagde] en tegen vergoeding van de koopprijs terug te zenden.

4.15.

De gevorderde afgifte tot vernietiging van (teruggehaalde of op voorraad zijnde) inbreukmakende producten en brochures, prijslijsten en/of ander promotiemateriaal zal worden afgewezen, nu dit een onomkeerbare maatregel betreft en Eichholtz niet heeft gesteld dat er specifieke omstandigheden zijn die een dergelijke maatregel, naast het met een dwangsom versterkte in 4.9 vermelde verbod, noodzakelijk en spoedeisend maken.

Slotsom en kosten

4.16.

Op grond van het voorgaande zullen de vorderingen van Eichholtz op de hierna te vermelden wijze worden toegewezen.

4.17.

Oplegging van een dwangsom als stimulans tot nakoming van het op te leggen inbreukverbod en de geboden is aangewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.

4.18.

Nu de vorderingen op de modelrechtelijke grondslag worden toegewezen, heeft Eichholtz geen belang meer bij een oordeel over de overige door haar ingeroepen grondslagen voor haar vorderingen (te weten auteursrecht en slaafse nabootsing).

4.19.

[gedaagde] zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. Eichholtz maakt aanspraak op vergoeding van haar volledige proceskosten overeenkomstig artikel 1019h Rv en heeft specificaties van haar kosten ten bedrage van in totaal (€ 1.180,- + € 2.832,- + € 767,- + € 1.770,- =) € 6.549,- (exclusief BTW) overgelegd. [gedaagde] heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de door Eichholtz gevorderde kosten. De voorzieningenrechter overweegt dat de redelijke en evenredige kosten in een specifieke zaak kunnen afwijken van de in de Indicatietarieven in IE-zaken opgenomen bedragen, maar dan zal bij betwisting van de redelijkheid en evenredigheid de overschrijding van de indicatiebedragen zoals neergelegd in de Indicatietarieven, moeten worden toegelicht. Deze zaak kan worden aangemerkt als een eenvoudig kort geding en de voorzieningenrechter zal de kosten aan de zijde van Eichholtz daarom, met toepassing van de Indicatietarieven en bij gebreke van een deugdelijke toelichting op de – overigens geringe – overschrijding, begroten op € 6.000,- aan

salaris advocaat, te vermeerderen met € 613,- aan griffierecht en € 77,84 aan explootkosten, in totaal derhalve op € 6.690,84. De kosten voor het deel van het geschil dat slaafse nabootsing betreft zijn verwaarloosbaar te achten. Deze kosten zullen daarom bij de begroting van de proceskosten niet in aanmerking worden genomen.

4.20.

Ambtshalve zal de redelijke termijn van artikel 1019i Rv worden bepaald op 6 maanden na heden.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op de Gemeenschapsmodelrechten op de bijzettafel en koffietafel Asscher van Eichholtz te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden, en verbiedt [gedaagde] in het bijzonder tafels die bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekken dan de in dit geding bedoelde Gemeenschapsmodellen van Eichholtz te (doen) fabriceren en/of te (doen) aanbieden en/of te (doen) verhandelen en/of in voorraad te (doen) houden en/of te (doen) verkopen en/of te (doen) leveren en/of te (doen) exporteren en/of te (doen) verhuren en/of te (doen) lenen en/of onder welke titel dan ook in het verkeer te (doen) brengen, zulks in alle landen van de Europese Unie en op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per overtreding of per dag, zulks ter keuze van Eichholtz, met een maximum van € 500.000,-;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om binnen twee maanden na betekening van dit vonnis aan mr. N.D.R. Nefkens, Herengracht 582, 1017 CJ Amsterdam, onder overlegging van kopieën van offertes en/of facturen en/of bankafschriften en/of andere relevante documenten of bescheiden, een schriftelijke opgave te verstrekken van:

  1. het aantal vervaardigde, ingekochte en verkochte inbreukmakende tafels;

  2. de namen, adressen, telefoon- en faxnummer(s), web- en e-mailadressen van de afnemers, niet zijnde particulieren van de inbreukmakende tafels;

  3. de namen, adressen, telefoon- en faxnummer(s), web- en e-mailadressen van de fabrikant(en), (mede)importeur(s), tussenperso(o)n(en), agent(en) en leveranciers van de inbreukmakende tafels;

  4. e namen, adressen, telefoon- en faxnummer(s), web- en e-mailadressen van de media waarop ten behoeve van reclame of anderszins de inbreukmakende tafels door [gedaagde] is/zijn geplaatst;

  5. de voorraad inbreukmakende tafels, brochures, prijslijsten en/of ander promotiemateriaal waarmee de inbreukmakende tafels aangeboden worden;

5.3.

veroordeelt [gedaagde] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis alle inbreukmakende tafels terug te halen bij de afnemers, niet zijnde particulieren, inhoudende een schriftelijk verzoek aan de afnemers om de tafels op kosten van [gedaagde] en tegen vergoeding van de koopprijs terug te zenden;

5.4.

bepaalt dat [gedaagde] bij overtreding van de in 5.2 en 5.3 opgelegde geboden een dwangsom verbeurt van € 2.500,- per overtreding of per dag, zulks ter keuze van Eichholtz, met een maximum van € 100.000,-;

5.5.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot dusver aan de zijde van Eichholtz begroot op € 6.690,84;

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.7.

bepaalt de termijn bedoeld in artikel 1019i Rv op 6 maanden na heden;

5.8.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.F. Brinkman en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2015.

1 HvJEU, 20 oktober 2011, NJ 2012/443, ECLI:EU:C:2011:679 (PepsiCo/Grupo Promer)

2 HvJEU 19 juni 2014, RvdW 2014/2012, ECLI:EU:C:2014:2013 (Karen Millen)

3 Hoge Raad, 14 april 2000 (ECLI:NL:HR:2000:AA5519).