Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:9481

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-08-2015
Datum publicatie
11-08-2015
Zaaknummer
AWB 14/16744 ev
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging verblijfsvergunning regulier met arbeidsmarktaantekening “arbeid toegestaan, mits twv is verleend” dan wel afwijzing aanvraag verlenging omdat geen twv is overgelegd; overgangsrecht; Wav (nieuw); artikel 3:103 Vb; vertrouwens-en rechtszekerheidsbeginsel; artikel 12 Richtlijn 2011/98/EU; gelijkheidsbeginsel; artikelen 8, 13 en 14 van het EVRM

Beroepen gericht tegen de door verweerder afgegeven arbeidsmarktaantekening ‘arbeid toegestaan, mits een tewerkstellingsvergunning is verleend’, dan wel tegen besluiten van verweerder tot afwijzing van aanvragen tot verlenging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst, omdat geen geldige tewerkstellingsvergunning (twv) is overgelegd.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat uit artikel 4, tweede lid, aanhef en onder b, Wav, zoals dat artikel luidt na 1 januari 2014, volgt dat eisers niet vrij zijn op de arbeidsmarkt. Eisers voeren aan dat verweerder ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan de Wav, zoals die gold tot 1 januari 2014.

De rechtbank is, onder verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 16 december 2014 (ECLI:NL:RBDHA:2014:16504), van oordeel dat niet de Wav (oud), maar de per 1 januari 2014 geldende Wav (nieuw) van toepassing is.

Het beroep van eisers op Richtlijn 2011/98/EU slaagt niet, omdat deze richtlijn zich niet uitstrekt tot de termijn waarna een werknemer van een derde land vrije toegang heeft tot de arbeidsmarkt. Dat betreft de bevoegdheid van de lidstaten ten aanzien van de toegang tot de arbeidsmarkt, die de richtlijn onverlet laat.

Uit de Nota van Toelichting bij artikel 3.31 Vb volgt dat de wetgever de mogelijkheid van de voorwaarde, neergelegd in het eerste lid, dat voor de te verrichten werkzaamheden een twv is afgeven, af te wijken, als bedoeld in het zesde lid, heeft bedoeld voor de situatie dat een twv niet (meer) is vereist. Verweerder heeft zich daarom op goede gronden op het standpunt gesteld dat, omdat de termijn van vijf jaar in artikel 4, tweede lid, Wav dwingend is voorgeschreven en die termijn nog niet is verstreken, artikel 3.31, zesde lid, Vb geen grond biedt om af te wijken van het twv-vereiste om redenen die verband houden met het niet voldoen aan die termijn en de wijziging van artikel 4, tweede lid, Wav per 1 januari 2014.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 14/16744 en volgende (zie bijlage 1)

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 7 augustus 2015 in de zaak tussen

[eiser 1] en anderen genoemd in bijlage 1 (bijgevoegd),

verder te noemen eisers,

(gemachtigde: S. El Boumassaoudi te Tilburg),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

(gemachtigde: mr. J.J. Hofland, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)).

Procesverloop

In de primaire besluiten heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlengen van de geldigheidsduur van de aan hen verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid in loondienst’ ingewilligd, dan wel de aanvragen tot het verlengen van de geldigheidsduur van de aan hen verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid in loondienst’, afgewezen.
De arbeidsmarktaantekening van de verlengde verblijfsvergunningen luidt ‘arbeid toegestaan, mits een tewerkstellingsvergunning (twv) is verleend’.

In de besluiten op bezwaar (de bestreden besluiten) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen de afgegeven arbeidsmarktaantekening zoals geplaatst op de verlengde verblijfsvergunningen, dan wel tegen de afwijzing van de aanvragen tot het verlengen van de verblijfsvergunningen ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 april 2015, waarbij de beroepen van de in de bijlage 1 genoemde eisers gelijktijdig zijn behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

De rechtbank heeft het onderzoek geschorst teneinde verweerder in de gelegenheid te stellen een nader standpunt in te nemen.

Verweerder heeft per brief van 28 april 2015 zijn nadere standpunt naar voren gebracht. Eisers hebben hierop op per brief van 13 mei 2015, aan de rechtbank verzonden op 18 mei 2015, gereageerd.
Bij faxberichten van 8 juni 2015 en 23 juni 2015 hebben eisers respectievelijk verweerder de rechtbank toestemming verleend om zonder nadere zitting uitspraak te doen.

Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek op 29 juni 2015 gesloten.

Overwegingen

1. Verweerder heeft zich in de bestreden besluiten die betrekking hebben op de afgegeven arbeidsmarktaantekening, zoals geplaatst op de verlengde verblijfsvergunningen, op het standpunt gesteld dat eisers niet vrij zijn op de arbeidsmarkt.
In de bestreden besluiten die betrekking hebben op de afwijzing van de aanvragen tot verlenging van de verblijfsvergunningen heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat er geen geldige twv is overgelegd. Eisers komen niet in aanmerking voor vrijstelling van het vereiste tot het overleggen van een twv, omdat zij niet vrij zijn op de arbeidsmarkt.
In alle bestreden besluiten heeft verweerder aan zijn standpunt ten grondslag gelegd dat uit artikel 4, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) volgt dat eisers niet vrij zijn op de arbeidsmarkt. Ingevolge die bepaling, zoals die geldt na 1 januari 2014, wordt aan eisers pas een arbeidsmarktaantekening afgegeven waaruit blijkt dat aan de verblijfsvergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid of hoeven zij geen geldige twv meer te overleggen, nadat zij een onafgebroken periode van vijf jaar hebben beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning. Eisers hebben niet gedurende een onafgebroken periode van vijf jaar beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning.

Ten aanzien van alle eisers (bijlage 1)

2. Eisers voeren aan dat de bestreden besluiten geen rechtskracht hebben, omdat verweerder de besluiten niet heeft ondertekend. Niet is gebleken dat de beslissingen namens verweerder zijn genomen. Daarom zijn de bestreden besluiten in strijd met de rechtszekerheid en de zorgvuldigheid.
Eisers merken op dat het ook voor andere bestuursorganen mogelijk is besluiten te ondertekenen en dat de IND het in sommige gevallen ook doet. Door het ontbreken van een handtekening is de persoon achter het besluit niet aanspreekbaar. Ook uit artikel 2:16 Algemene wet bestuursrecht (Awb) volgt dat aan een vereiste van een (elektronische) ondertekening moet zijn voldaan. Dat geldt niet alleen voor de aanvrager of belanghebbende, maar ook voor de betrokken ambtenaar.

2.1

Zoals deze rechtbank en zittingsplaats in haar uitspraak van 16 december 2014 (ECLI:NL:RBDHA:2014:16504) in vergelijkbare zaken heeft geoordeeld, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 31 oktober 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BY1703), ontzegt de enkele omstandigheid dat de ondertekening ontbreekt in het geval van een geautomatiseerd aangemaakte brief, aan die brief niet het besluitkarakter. Dat een brief het karakter heeft van een besluit, betekent op grond van artikel 1:3, eerste lid, Awb dat die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt, zodat het besluit rechtskracht heeft.
De stelling van eisers dat het wel mogelijk is om besluiten te ondertekenen en dat dit in de praktijk ook voorkomt, zowel bij de IND als bij andere bestuursorganen, brengt niet mee, wanneer in het geval van een geautomatiseerd aangemaakte brief die ondertekening ontbreekt, dat, anders dan overwogen in voornoemde uitspraken, geen sprake is van een rechtsgeldig besluit.
Uit de bestreden besluiten blijkt dat deze zijn genomen namens verweerder en dat onderaan de besluiten tevens de naam van de ambtenaar staat vermeld die het besluit namens verweerder heeft genomen. Zoals verweerder ter zitting heeft bevestigd, is die ambtenaar derhalve aanspreekbaar op het genomen besluit.
De verwijzing naar artikel 2:16 Awb leidt evenmin tot een ander oordeel. Artikel 2:16 Awb regelt uitsluitend onder welke voorwaarden is voldaan aan een vereiste van ondertekening door middel van een elektronische handtekening. Artikel 2:16 Awb bepaalt niet dat een besluit dient te zijn voorzien van een handtekening. Daarnaast geldt artikel 2:16 Awb voor langs elektronische weg verzonden berichten, terwijl het in dit geval niet gaat om besluiten die elektronisch zijn verzonden. De besluiten, in een elektronisch systeem vervaardigd, zijn immers per gewone post aan eisers toegezonden. Artikel 2:16 Awb heeft geen betrekking op die situatie.
De beroepsgrond slaagt niet.

3. Eisers voeren voorts aan dat de aan hen toegekende arbeidsmarktaantekening ‘arbeid toegestaan, mits een twv is verleend’ rechtens niet juist is, dan wel dat hun aanvragen om verlenging van hun verblijfsvergunning ten onrechte is afgewezen op de grond dat zij geen twv hebben overgelegd. Zij stellen zich op het standpunt dat zij vrij zijn op de arbeidsmarkt en dat voor hen geen twv (meer) is vereist. Zij voeren daartoe aan dat verweerder ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan de Wav, zoals die gold tot 1 januari 2014 (Wav (oud)), op grond waarvan voor hen geen beperkingen meer gelden voor het verrichten van arbeid. In de Wav, zoals die geldt vanaf 1 januari 2014 (Wav (nieuw)), ontbreekt overgangsrecht, zodat sprake is van eerbiedigende werking van de Wav (oud). Eisers verwijzen daartoe voorts naar de Kamerstukken II 2013-2014, 33749, nr. 2 en 3 en artikel 3.103 Vreemdelingebesluit 2000 (Vb), op grond waarvan de datum van de aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning bepalend is voor de vraag welk recht van toepassing is.
Eisers voeren voorts aan dat op grond van het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel verweerder ten onrechte niet de door hen verlangde arbeidsmarktaantekening heeft verleend op grond waarvan zij vrije toegang hebben tot de arbeidsmarkt, dan wel ten onrechte de aanvragen tot verlenging van hun verblijfsvergunning heeft afgewezen wegens het ontbreken van een twv. Zij konden er gerechtvaardigd op vertrouwen dat na 1 januari 2014 geen twv meer was vereist.

3.1

Ingevolge artikel 2, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 4, eerste lid, van zowel de Wav (oud) als de Wav (nieuw), is het verbod voor een werkgever om een vreemdeling zonder twv arbeid te laten verrichten niet van toepassing, indien de desbetreffende vreemdeling krachtens de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vergunning is verleend, voorzien van een aantekening van de Minister van Veiligheid en Justitie, waaruit blijkt dat aan de vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid.
Ingevolge artikel 4, tweede lid, aanhef en onder b, Wav (oud) werd een zodanige aantekening afgegeven aan een vreemdeling die gedurende een ononderbroken tijdvak van drie jaar had beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en die nadien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland had gevestigd.
Ingevolge artikel 4, tweede lid, aanhef en onder b, Wav (nieuw) wordt een zodanige aantekening afgegeven aan een vreemdeling die gedurende een ononderbroken tijdvak van vijf jaar heeft beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en die nadien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd.

Ten aanzien van de eisers genoemd in bijlage 2:

3.2

De rechtbank stelt vast dat eisers ten tijde van de bestreden besluiten nog geen drie jaar ononderbroken hebben beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning. Ook bij toepassing van de Wav (oud) zou dus op de aan eisers verstrekte verblijfsvergunning op goede gronden de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid toegestaan, mits een twv is verleend’ zijn geplaatst dan wel de aanvragen tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning op goede gronden zijn afgewezen vanwege het ontbreken van een twv. Wat er ook zij van eisers beroepsgronden dienaangaande, zij kunnen eisers daarom niet baten.

Ten aanzien van de eisers genoemd in bijlage 3:

3.3

De rechtbank stelt vast dat eisers ten tijde van de bestreden besluiten meer dan drie jaar ononderbroken hebben beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning en dat dan ook de geldigheidsduur van de vergunning onder de Wav (oud) niet in de weg had gestaan aan afgifte van de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid toegestaan, geen twv vereist’ dan wel aan de verlenging van de verblijfsvergunningen. De rechtbank is echter van oordeel dat niet de Wav (oud), maar de per 1 januari 2014 geldende Wav (nieuw) van toepassing is. De rechtbank verwijst daartoe naar eerdergenoemde uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 16 december 2014 in vergelijkbare zaken, waarin dezelfde beroepsgronden naar voren zijn gebracht. Hetgeen eisers in reactie op voornoemde uitspraak aanvullend naar voren hebben gebracht, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

3.3.1

Eisers hebben in reactie op voornoemde uitspraak aangevoerd dat de beslissing om een arbeidsmarktaantekening te verlenen, en dus ook om te bepalen dat voor het verrichten van arbeid geen twv is vereist, geen besluit is op grond van de Wav, maar op grond van de Vw en dat daarom, anders dan de rechtbank in voornoemde uitspraak heeft aangenomen, artikel 3.103 Vb wel van toepassing is. Verweerder is niet het bevoegde bestuursorgaan om de Wav toe te passen, maar het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) of de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

3.3.1.1 De bevoegdheid van verweerder om een arbeidsmarktaantekening te verlenen waaruit blijkt dat de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt na meer dan drie jaar (Wav (oud)) dan wel vijf jaar (Wav (nieuw)) ononderbroken te hebben beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning, is gebaseerd op artikel 4, eerste en tweede lid, Wav. Hierin is immers bepaald dat een dergelijke aantekening wordt afgegeven door de Minister van Veiligheid en Justitie. De bevoegdheid van het UWV, gedelegeerd door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, op grond van de Wav betreft het afgeven en intrekken van tewerkstellingsvergunningen aan de werkgever (zie artikel 5, eerste en zesde lid, Wav).

3.3.2.

Eisers hebben in reactie op voornoemde uitspraak voorts aangevoerd dat uit artikel 12 van de Richtlijn 2011/98/EU betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven (hierna: de Richtlijn), voortvloeit dat het recht niet ongunstiger mag worden en dat met verlenging van de termijn van drie naar vijf jaar voordat zij vrij zijn op de arbeidsmarkt, de situatie voor eisers juist ongunstiger is geworden.

3.3.2.1 Artikel 1 van de Richtlijn luidt:
1. Deze richtlijn bepaalt:
a) één enkele aanvraagprocedure voor het verstrekken van een gecombineerde vergunning aan onderdanen van derde landen om op het grondgebied van een lidstaat te verblijven met het oog op werk, teneinde de procedures in verband met hun toelating te vereenvoudigen en de controle van hun status gemakkelijker te maken; en
b) een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven, ongeacht de doeleinden waarvoor zij oorspronkelijk tot het grondgebied van die lidstaat waren toegelaten, gebaseerd op gelijke behandeling ten opzichte van de onderdanen van deze lidstaat.
2. Deze richtlijn laat de bevoegdheden van de lidstaten ten aanzien van het toelaten van onderdanen van derde landen tot hun arbeidsmarkt, onverlet.

3.3.2.2 Gelet op artikel 1, tweede lid, van de Richtlijn, strekt deze zich niet uit tot de termijn, waarna een werknemer van een derde land vrije toegang heeft tot de arbeidsmarkt. Dat betreft immers de bevoegdheid van de lidstaten ten aanzien van de toegang tot de arbeidsmarkt, die de Richtlijn onverlet laat. Er is daarom geen grond voor het oordeel dat de wijziging van artikel 4, tweede lid, Wav per 1 januari 2014 wegens strijd met de Richtlijn buiten toepassing moet worden gelaten.
Artikel 12 van de Richtlijn, waarop eisers zich beroepen, heeft betrekking op het recht van werknemers uit derde landen die reeds zijn toegalaten tot de arbeidsmarkt op gelijke behandeling ten opzichte van nationale onderdanen in het kader van arbeidsvoorwaarden. Deze bepaling heeft derhalve geen betrekking op de voorwaarden voor werknemers uit derde landen voor de vrije toegang tot de arbeidsmarkt, dat juist aan de eigen bevoegdheid van de lidstaten is overgelaten.

3.3.3

De beroepsgronden slagen niet.

Ten aanzien van alle eisers (bijlage 1)

4. Eisers voeren voorts aan dat de bestreden besluiten in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel, nu verweerder in vele identieke zaken het twv-vereiste niet heeft gesteld en aan de desbetreffende vreemdelingen de daarmee corresponderende arbeidsmarktaantekening heeft afgegeven. Daartoe hebben zij een lijst van namen van acht vreemdelingen, met v-nummers, overgelegd.

4.1

De rechtbank heeft in meergenoemde uitspraak van 16 december 2014 het beroep op het gelijkheidsbeginsel onder verwijzing naar dezelfde lijst van acht vreemdelingen verworpen. Nu eisers in onderhavige zaak in dit verband geen andere argumenten naar voren hebben gebracht, verwijst de rechtbank naar hetgeen hierover is overwogen in de uitspraak van 16 december 2014 (r.o. 6.3.2).
De beroepsgrond slaagt niet.

5. Eisers voeren voorts aan dat verweerder in strijd heeft gehandeld met de artikelen 8, 13 en 14 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in relatie tot (artikel 12) Richtlijn 2011/98, door onderscheid te maken in cultuur. Als gevolg van het sinds 2012 volgens hen door het UWV ten onrechte passeren van het destijds geldende Stappenplan Chinees-Indische Horeca en het vervolgens in 2013 eenzijdig intrekken van het Stappenplan, hebben tientallen Chinese restaurants wegens personeelsgebrek moet sluiten, hetgeen tot achteruitgang van de economie in de sector Aziatische horeca heeft geleid. Er is al jarenlang geen prioriteitgenietend aanbod van gekwalificeerde Nederlandse specialiteitenkoks beschikbaar. Nederlandse opleidingen om gekwalificeerde specialiteitenkoks op te leiden, hebben gefaald.

5.1

Hetgeen eisers aanvoeren biedt geen grond voor een ander oordeel dan hetgeen de rechtbank heeft overwogen in rechtsoverweging 6.4.1 van meergenoemde uitspraak van 16 december 2014. Zoals de rechtbank in die uitspraak heeft overwogen, geldt de Wav (nieuw) voor werkgevers van alle culturen en voor werknemers van alle nationaliteiten van derde landen en niet slechts voor (werkgevers en werknemers) in de Chinese horeca. De gevolgen van de wijze waarop het UWV in het verleden het Stappenplan Chinees-Indische Horeca heeft toegepast en waarop het Stappenplan is beëindigd, zijn geen gevolgen van de thans bestreden besluiten waarbij aan eisers geen vrije toegang tot de arbeidsmarkt is verleend. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat de wijziging van artikel 4 Wav per 1 januari 2014 is doorgevoerd met als doel om uitsluitend de Chinese horeca te benadelen. Dat die wijziging wel nadelige gevolgen heeft voor werkgevers en werknemers in de Chinese horeca, maakt nog niet dat sprake is van discriminatie.
Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen onder 3.3.2.2 heeft artikel 12 van Richtlijn 2011/98 geen betrekking op een gelijk recht op (vrije) toegang tot de arbeidsmarkt voor werknemers uit derde landen.
De beroepsgrond slaagt niet.

6. Eisers voeren voorts aan dat, gelet op de bijzondere omstandigheden waarin zij verkeren, verweerder ten onrechte heeft nagelaten een individuele belangenafweging te maken.

6.1

In de zaken waarin het beroep zich richt tegen de afgegeven arbeidsmarktaantekening, verwijst de rechtbank naar hetgeen is overwogen in meergenoemde uitspraak van 16 december 2014 (r.o. 6.5.2), waarin is geoordeeld dat in die situatie geen ruimte voor verweerder bestaat om een individuele belangenafweging te maken om in afwijking van artikel 4, tweede lid, Wav een arbeidsmarktaantekening af te geven op grond waarvan arbeid vrij is toegestaan.

6.2

In de zaken waarin het beroep zich richt tegen de afwijzing van de aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning omdat geen twv is overgelegd, is het bepaalde in artikel 3.31, eerste lid, Vb, zoals dat luidde ten tijde van de bestreden besluiten, van belang. Daarin is, voor zover hier van belang, bepaald dat de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst, wordt verleend aan de vreemdeling die in Nederland arbeid in loondienst verricht of gaat verrichten, waarvoor een tewerkstellingsvergunning is afgegeven.
In het zesde lid is, voor zover hier van belang, bepaald dat in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, de verblijfsvergunning kan worden verleend.

6.2.1

In de Nota van Toelichting bij het Besluit van 23 november 2000 tot uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 (Vreemdelingenbesluit 2000) is bij artikel 3.31 Vb het volgende opgenomen (Staatsblad 2000, p. 497):
Artikel 3.31 voorziet in een aanspraak op de verlening van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst. Indien na toetsing aan prioriteitgenietend aanbod op de Nederlandse arbeidsmarkt een tewerkstellingsvergunning is afgegeven, staat daarmee het wezenlijk Nederlands belang vast en wordt de verblijfsvergunning verleend (eerste lid), tenzij niet wordt voldaan aan de algemene voorwaarden.[…]
Indien niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, betekent dat nog niet dat de verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid in loondienst niet kan worden verleend. Indien een tewerkstellingsvergunning anders dan na toetsing aan prioriteitgenietend aanbod op de Nederlandse arbeidsmarkt is afgegeven, of niet is vereist, kan eveneens een verblijfsvergunning worden verleend. Zo staat dit artikel niet de vergunningverlening in de weg aan de vreemdeling, die drie jaren arbeid heeft verricht waarvoor na toetsing aan het prioriteitgenietend aanbod op de Nederlandse arbeidsmarkt een tewerkstellingsvergunning was afgegeven, en die om die reden vrij is op de arbeidsmarkt, ook indien er met zijn werkzaamheden niet (langer) een wezenlijk Nederlands belang is gediend. De omstandigheden waaronder de vergunning ook daadwerkelijk zal worden verleend, zullen worden geregeld in de Vreemdelingencirculaire.”
6.2.2 Uit artikel 3.31, eerste lid, Vb volgt dat voor het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor het verrichten van arbeid in loondienst als voorwaarde geldt, dat voor de te verrichten werkzaamheden een twv is afgegeven. Uit de Nota van Toelichting bij artikel 3.31 Vb, zoals hierboven aangehaald, volgt dat de wetgever de mogelijkheid van die voorwaarde af te wijken, als bedoeld in het zesde lid, heeft bedoeld voor de situatie dat een twv niet (meer) is vereist, zoals in de situatie dat een vreemdeling na drie jaar te hebben beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning vrij is op de arbeidsmarkt, als bedoeld in het toen geldende artikel 4, tweede lid, Wav (oud), en thans na vijf jaar, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wav (nieuw). Verweerder heeft zich daarom op goede gronden op het standpunt gesteld dat, omdat voornoemde termijn van vijf jaar in artikel 4, tweede lid, Wav dwingend is voorgeschreven en die termijn nog niet is verstreken, artikel 3.31, zesde lid, Vb geen grond biedt om af te wijken van het twv-vereiste om redenen die verband houden met het niet voldoen aan die termijn en de wijziging van artikel 4, tweede lid, Wav per 1 januari 2014. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat de situatie van eisers valt onder een van de situaties zoals beschreven in het beleid van verweerder, neergelegd in de paragrafen B5/2.1.1 en B5/2.1.2 Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc), zoals die luidden ten tijde van belang, waarin verweerder met toepassing van artikel 3.31, zesde lid, Vb een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid verleent.

6.3

De beroepsgrond slaagt niet.

7. Eisers voeren in reactie op de meergenoemde uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 16 december 2014 en de door verweerder aangehaalde uitspraak van deze rechtbank van 5 december 2014 (ECLI:RBDHA:2014:14851) in vergelijkbare zaken, aan dat in die uitspraken de aangevoerde gronden niet in hun onderlinge samenhang zijn beoordeeld, maar slechts elke grond apart. Dit is volgens eisers rechtens onjuist, want juist hun onderlinge samenhang geeft de duidelijkheid, op grond waarvan eisers menen in aanmerking te mogen komen voor de gewenste arbeidsmarktaantekening, dan wel de verlenging van hun verblijfsvergunning. Eisers verzoeken daarom de rechtbank de aangevoerde beroepsgronden in onderhavige zaak (ook) in hun onderlinge samenhang te beoordelen.

7.1

Nu, zoals volgt uit hetgeen in het voorgaande is overwogen, elk van de aangevoerde beroepsgronden afzonderlijk geen grond biedt voor het oordeel dat verweerder ten onrechte het recht heeft toegepast zoals geldend vanaf 1 januari 2014, bieden die gronden in onderlinge samenhang bezien evenmin grond voor het oordeel dat verweerder ten onrechte het recht zoals dat geldt vanaf 1 januari 2014 heeft toegepast. Zoals volgt uit hetgeen is overwogen onder 6.1 en 6.2.2 biedt het bepaalde in artikel 4, tweede lid, Wav daarnaast geen ruimte voor een belangenafweging.

8. De beroepen zijn ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van der Kluit, rechter, in aanwezigheid van mr. M.H. Boomsma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2015.

griffier rechter

afschrift verzonden aan partijen op:

Coll:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Bijlage 1

AWB nummers en namen eisers

AWB 14/16744 [eiser 1] e.a.

AWB 14/16743 [eiser 2]

AWB 14/16088 [eiser 3]

AWB 14/16031 [eiser 4]

AWB 14/15955 [eiser 5]

AWB 14/16768 [eiser 6] e.a.

AWB 14/16627 [eiser 7]

AWB 14/16552 [eiser 8]

AWB 14/14351 [eiser 9]

AWB 14/14992 [eiser 10]

AWB 14/16733 [eiser 11]

AWB 14/15007 [eiser 12]

AWB 14/15001 [eiser 13]

AWB 14/14857 [eiser 14]

AWB 14/14753 [eiser 15]

AWB 14/16282 [eiser 16]

AWB 14/16058 [eiser 17]

AWB 14/16052 [eiser 18]

AWB 14/16767 [eiser 19] e.a.

AWB 14/16727 [eiser 20]

AWB 14/16219 [eiser 21]

AWB 14/14839 [eiser 22]
AWB 14/16782 [eiser 23]

AWB 14/16738 [eiser 24]

AWB 14/15044 [eiser 25]

AWB 14/16756 [eiser 26]

AWB 14/16286 [eiser 27]

AWB 14/16117 [eiser 28]

AWB 14/16095 [eiser 29]

AWB 14/16278 [eiser 30]

AWB 14/16737 [eiser 31]

AWB 14/16736 [eiser 32]

AWB 14/16714 [eiser 33]

AWB 14/16710 [eiser 34]

AWB 14/16709 [eiser 35]

AWB 14/16624 [eiser 36]

AWB 14/19197 [eiser 37]

AWB 14/16771 [eiser 38]

AWB 14/16023 [eiser 39]

AWB 14/17456 [eiser 40]

AWB 14/16739 [eiser 41]

AWB 14/16032 [eiser 42]

AWB 14/15967 [eiser 43]

AWB 14/14790 [eiser 44]

AWB 14/14776 [eiser 45]

AWB 14/16618 [eiser 46]

AWB 14/16580 [eiser 47]

AWB 14/16526 [eiser 48]

AWB 14/16492 [eiser 49]

AWB 14/16794 [eiser 50]

AWB 14/14789 [eiser 51]

AWB 14/16123 [eiser 52]

AWB 14/16741 [eiser 53]

AWB 14/16740 [eiser 54]

AWB 14/16734 [eiser 55]

AWB 14/16535 [eiser 56]

AWB 14/16563 [eiser 57]

AWB 14/16522 [eiser 58]

AWB 14/13996 [eiser 59]

AWB 14/13993 [eiser 60]

AWB 14/14859 [eiser 61]

AWB 14/14841 [eiser 62]

AWB 14/14835 [eiser 63]

AWB 14/16066 [eiser 64]

AWB 14/16751 [eiser 65]

AWB 14/16752 [eiser 66]

AWB 14/16258 [eiser 67]

AWB 14/16759 [eiser 68]

AWB 14/16757 [eiser 69]

AWB 14/16755 [eiser 70]

AWB 14/16754 [eiser 71]

AWB 14/16152 [eiser 72]

AWB 14/18953 [eiser 73]

AWB 14/18856 [eiser 74]

AWB 14/19274 [eiser 75]

AWB 14/19189 [eiser 76]

AWB 14/16798 [eiser 77]

AWB 14/16797 [eiser 78]

AWB 14/16780 [eiser 79]

AWB 14/16779 [eiser 80]

AWB 14/16774 [eiser 81]

AWB 14/16770 [eiser 82]

AWB 14/16796 [eiser 83]

AWB 14/16766 [eiser 84]

AWB 14/16763 [eiser 85]

AWB 14/16761 [eiser 86]

AWB 14/16760 [eiser 87]

AWB 14/17454 [eiser 88]

AWB 14/16804 [eiser 89]

AWB 14/16803 [eiser 90]

AWB 14/16802 [eiser 91]

AWB 14/16789 [eiser 92]

AWB 14/15102 [eiser 93]

AWB 14/16107 [eiser 94]

AWB 14/16748 [eiser 95] e.a.

AWB 14/16735 [eiser 96]

AWB 14/16732 [eiser 97]

AWB 14/16725 [eiser 98]

AWB 14/16786 [eiser 99] e.a.

AWB 14/16758 [eiser 100] e.a.

AWB 14/13941 [eiser 101]

AWB 14/16783 [eiser 102] e.a.

AWB 14/16722 [eiser 103]

AWB 14/16667 [eiser 104] e.a.

AWB 14/16591 [eiser 105]

AWB 14/16747 [eiser 106] e.a.

AWB 14/16742 [eiser 107] e.a.

AWB 14/16713 [eiser 108]

AWB 14/16699 [eiser 109] e.a.

AWB 14/16648 [eiser 110] e.a.

AWB 14/16630 [eiser 111]

AWB 14/17127 [eiser 112]

AWB 14/16800 [eiser 113] e.a.

AWB 14/16163 [eiser 114]

AWB 14/16156 [eiser 115]

AWB 14/16750 [eiser 116] e.a.

AWB 14/16749 [eiser 117]

AWB 14/16745 [eiser 118]

Bijlage 2

AWB nummers

14/15102
14/16535

14/16563

14/16591

14/16667

14/16722

14/16725

14/16732

14/16735

14/16741

14/16743

14/16744

14/16745

14/16749

14/16750

14/16751

14/16752

14/16794

14/16796

14/16802

14/16803

14/16107

14/16123

14/16258

14/14789

14/16522

14/16552

14/16627

14/16058

14/16282

14/16742

14/16747

14/16748

14/16779

14/16780

14/16783

14/16789

14/16797

14/16152

14/16156

14/16800

14/17127

14/16066

14/19189

14/19274

14/14841

14/14835

14/14859

14/16754

14/16755

14/16757

14/16763

14/16766

14/16734

14/16740

14/16759

14/16760

14/16770

14/16774

14/18856

14/16758

14/16786

14/17454

14/18953

14/16052

14/16767

14/16768

14/16804

14/13941

14/16630

14/16648

14/16699

14/16713

14/14992

14/14351

14/14753

14/14857

14/15001

14/15007

14/15955

14/16031

14/16088

14/16798

14/13993

14/13996
14/16219
14/14839

Bijlage 3

AWB nummers

14/16580

14/16618

14/16624

14/16709

14/16710

14/16714

14/16727

14/16733

14/16736

14/16737

14/16738

14/16095

14/16117

14/16756

14/16739

14/16163

14/19197

14/16492

14/16526

14/16761

14/17456

14/16023

14/16771

14/16278

14/16286

14/15044

14/14776

14/14790

14/15967

14/16032
14/16782