Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:9350

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-08-2015
Datum publicatie
09-10-2015
Zaaknummer
09/787006-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Jeugdrecht- berovingen pakketbezorgers te Den Haag

De verdachte en zijn mededaders hebben zich schuldig gemaakt aan gewelddadige berovingen van pakketbezorgers. De verdachte heeft zich daarnaast nog schuldig gemaakt aan de voorbereiding van nog een overval. De verdachte en een mededader hebben gewacht, maar de pakketbezorger kwam uiteindelijk niet opdagen.

De verdachte en zijn mededaders zijn planmatig en gewiekst te werk gegaan. Immers, het beroven van een pakketbezorger met een door de verdachte onder valse identiteit besteld pakketje vergde de nodige voorbereiding. De verdachten hebben allereerst spullen uitgezocht die ze persé in bezit wilden krijgen, zoals dure merkkleding of de allernieuwst Iphone.

Deze goederen zijn kostbaar en zeer gewild. Er is gesurft op de sites van de diverse verkopers/producenten om precies die producten uit te zoeken die men wilde hebben.

Vervolgens zijn er online bestellingen gedaan (waarschijnlijk vanuit een publieke ruimte zoals de Haagse bibliotheek), met gebruikmaking van een valse emailaccounts met een verzonnen namen, een (soms) verzonnen mobiele nummers, en een bestaand maar niet aan een van de verdachten te relateren adressen. Op die adressen werden de nietsvermoedende pakketbezorgers opgewacht.

De verdachten hebben bedacht dat het onder rembours bestellen - een begrip dat online is opgezocht - het meest profijtelijk was. Zo hoefde er immers op voorhand niets betaald te worden en was de ‘opbrengst/winst’ maximaal.

Ook is er zorggedragen voor een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp, geschikt voor afdreiging. Dit heeft een evident gevaarzettend karakter.

De pakketten, en dus de komst van de te beroven pakketbezorgers, is via de mobiele telefoons van de verdachten gevolgd via het Track & Trace systeem, waardoor de verdachten goed konden inschatten of het pakket al in aantocht was en wanneer ze moesten toeslaan.

Van enige terughoudendheid bij het voorgenomen plan, dat immers inhield dat een hardwerkende pakketbezorger onverhoeds zou worden overvallen door een groep verdachten onder bedreiging van een vuurwapen en van zijn pakket zou worden beroofd,

is de rechtbank niets gebleken. Van enige aarzeling bij het bedreigen van die pakketbezorger op de openbare weg, of enige aarzeling bij het uitvoeren van dit gewelddadige plan, is de rechtbank evenmin iets gebleken.

Het vooruitzicht dat de verdachten op deze wijze in het bezit zouden komen van de zo gewenste goederen was kennelijk allesoverheersend.

Bij de impact die een dergelijke gewelddadige beroving op de pakketbezorger zou hebben, hebben de verdachten niet stil gestaan. Zij hebben alleen aan hun eigen geldelijk gewin gedacht. De hebzucht overheerste. Dit rekent de rechtbank de verdachten zwaar aan. Bovendien nemen door dit soort overvallen de gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij in het algemeen toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Den Haag

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer 09/787006-15

Datum uitspraak: 6 augustus 2015

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,

adres: [adres 1] ,

thans preventief gedetineerd in [een JJI]

[een JJI] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting met gesloten deuren van 28 mei 2015 en

23 juli 2015.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. I. Doves en van hetgeen door de raadsvrouw van de verdachte

mr. C.C. Peterse, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na aanpassing en wijziging van de tenlastelegging - ten laste gelegd dat:

Feit 1

Hij op of omstreeks 21 januari 2015 te Den Haag [adres 2] ) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen kleding (onder andere van het merk Phulipp Plein), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het richten van een (nep) vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd althans het lichaam van die [aangever 1] en/of het grissen en/of trekken

van een pakket uit de handen van die [aangever 1] ;

Feit 2

Hij op of omstreeks 18 februari 2015 te Rijswijk ( [adres 3] ) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Iphone 6, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het richten van een (nep) vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd althans het lichaam van die

[aangever 2] en/of het grissen en/of trekken van een pakket uit de handen van die [aangever 2] ;

Feit 3

hij op of omstreeks 19 februari 2015 te Den Haag [adres 4] ) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf, te weten diefstal met geweld in vereniging van een iphone 6, opzettelijk een (nep)vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, bestemd tot liet begaan van dat

misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

Feit 4

Hij op of omstreeks 19 februari 2015 te Den Haag [adres 5] ) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Iphone 6, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [aangever 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit liet richten van een (nep) wapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd althans het lichaam van die [aangever 3]

[aangever 3] en/of liet grissen en/of trekken van een pakket uit de handen van die [aangever 3] ;

subsidiair, indien het vorenstaande niet kan worden bewezen;

Hij op of omstreeks 19 februari 2015 te Den Haag ( [adres 5] ) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een Iphone 6, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3]

[aangever 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het richten van een (nep) wapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd althans liet lichaam van die [aangever 3] ;

Feit 5

Hij op één en of meerdere tijdstippen in de periode van 20 januari 2015 tot en met 19 februari 2015 in Den Haag en/of Rijswijk en/of Voorburg althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad

1) een wapen van categorie 1, onder 7, althans een veerdrukpistool (merk Colt Mustang) althans een

(nep)vuurwapen voor bedreiging of afdreiging geschikt en/of

2) een wapen van categorie III, onder 4, althans een alarmpistool (merk Bruno Sri);

Feit 6

Hij op of omstreeks 18 december 2014 te Den Haag tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met liet oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Iphone, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die

[aangever 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij liet bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit liet geven van een kopstoot en/of het slaan (met de vuisten) en/of het schoppen tegen het gezicht en/of het dichtknijpen van de keel van die [aangever 4] .

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

Op 21 januari 2015 en op 18 en 19 februari 2015 is er te Den Haag in de [adres 2] respectievelijk de [adres 5] en te Rijswijk in het [adres 3] een pakketbezorger beroofd. Telkens is er een (nep)vuurwapen op (het hoofd van) de bezorger gericht en is het pakketje, waarin zich kleding dan wel een Iphone 6 bevond, uit zijn handen getrokken dan wel van zijn schoot gegrist.

Ook is er op 19 februari 2015 te Den Haag in de [adres 4] gewacht op een pakketbezorger, die uiteindelijk het bestelde pakketje niet kwam bezorgen. De verdenking betreft de voorbereiding van deze beroving.

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de verdachte hierbij betrokken is geweest en zo ja, hoe deze betrokkenheid dient te worden gekwalificeerd. Ook dient de rechtbank zich te buigen over de vraag of de verdachte in de periode van 20 januari 2015 tot 19 februari 2015 een of meer (nep)wapens voorhanden heeft gehad.

Ten slotte wordt de verdachte op 18 december 2014 een diefstal met geweld van een Iphone van een meisje in de tram te Den Haag verweten, al dan niet in vereniging gepleegd.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de verdachte zal vrijspreken van feit 4 primair en dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte feit 1, feit 2, feit 3, feit 4 subsidiair, feit 5 en 6 heeft begaan.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de bewezenverklaring ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 geen verweer gevoerd.

Ten aanzien van feit 6 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de verdachte niet ontkent dat hij die dag in de tram ruzie heeft gehad met de aangeefster [aangever 4] , maar niet in de mate die de aangeefster schetst, terwijl hij ook haar Iphone niet heeft weggenomen of bij die diefstal betrokken is.

Op het moment dat de mobiele telefoon volgens de aangeefster gestolen zou zijn, was de verdachte bovendien niet meer in de tram aanwezig. De diefstal van de telefoon noch het toepassen van geweld om die diefstal mogelijk te maken kan, aldus de raadsvrouw, op basis van het dossier bewezen worden verklaard en vrijspraak dient dan ook te volgen.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank het volgende af. 1

Ten aanzien van feit 1

Op 21 januari 2015 omstreeks 19.30 uur is [aangever 1] (verder: [aangever 1] ) werkzaam als postbezorger van Post NL. De bestelling is bedoeld voor het adres [adres 2] te Den Haag. [aangever 1] belt aan bij het portiek van het adres [adres 2] en hoort iemand aan komen rennen. Voordat hij iets kon zien, krijgt hij een klap tegen de rechterzijde van zijn hoofd. [aangever 1] draait zich om en ziet drie jongens met een capuchon over hun hoofd. Een jongen trekt het pakket uit zijn hand en een andere jongen richt een pistool op zijn hoofd waarbij het pistool dicht bij zijn hoofd werd gehouden. De jongen met het pistool zegt: ”blijf staan, blijf staan”. De jongen met het pakket rent weg en daarna ook de jongen met het pistool.

De derde jongen rent met de jongen met het pakket mee. Het pistool is zwart van kleur.

De jongen houdt het dicht bij het hoofd van de aangever.2

Op 20 februari 2015 is in de slaapkamer van medeverdachte [medeverdachte 1] een zwartkleurig vuurwapen aangetroffen.3

Onderzoek van het wapen leert dat het een alarmpistool is, merk Bruni Sri.4

Het pakketje dat bezorgd moest worden op het adres [adres 2] is afkomstig van [afzender] en de geadresseerde is [klant] . Het pakket, dat op

18 januari 2015 is besteld, bevat 2 Philipp Plein t-shirts, een Stone Island polo, een Stone Island jack en een Stone Island pull, met een totale waarde van € 995,70. Dit bedrag zou bij aflevering worden betaald.

Bij controle door [afzender] bij de besteller, die gebruik maakt van het emailadres [x] , en terugbelt met telefoonnummer 06- [x] en die beweert te goeder trouw te zijn, is de bestelling per post verzonden naar het adres [adres 2] te Den Haag.5

Het telefoonnummer 06- [x] blijkt in gebruik te zijn bij [medeverdachte 2] , één van de medeverdachten, terwijl het adres [adres 2] het oude woonadres van [medeverdachte 2] blijkt te zijn.6 Naar later blijkt maakt de verdachte gebruik van voornoemde telefoonnummer.7

[medeverdachte 2] , die inmiddels is overleden, heeft bij de politie verklaard dat de verdachte tegen hem heeft gezegd dat hij op naam van [medeverdachte 2] kleding zou bestellen en dat hij de bezorger op de grond heeft gegooid en het pakketje heeft afgepakt, waarbij hij een luchtbuks op de bezorger heeft gericht. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zijn erbij geweest en hebben het pakketje overgenomen en zijn ermee weggerend. De verdachte komt met het pakketje naar het huis van [medeverdachte 2] en laat ook het wapen zien.8

Tijdens een zitje (de rechtbank leest: feestje) bij [medeverdachte 2] thuis heeft de verdachte een nieuw Philipp Plein t-shirt aan en zegt hij dat het uit het pakketje komt.9

Op 20 februari 2015 wordt bij de huiszoeking op het adres van de verdachte ook een zwart Philipp Plein t-shirt aangetroffen, dat door de eigenaar van [afzender] wordt herkend als zijn eigendom.10

Het emailadres [x] is aangetroffen op één van de laptops, die in het huis van de verdachte in beslag zijn genomen.11

In de I-phone van de verdachte, die zich op zijn zwijgrecht beroept, bevindt zich een Whatsapp-gesprek met [x] dat op 19 februari 2015 plaatsvindt. Daarin zegt de verdachte op de vraag van [x] hoe hij aan die I-phones komt: dezelfde als met designer.

Naar het oordeel van de rechtbank doelt de verdachte hiermee op de wijze waarop hij aan het kostbare Philipp Plein t-shirt is gekomen.12

De rechtbank is op grond van voormelde bewijsmiddelen van oordeel dat het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van feit 2

Op 18 februari 2015 omstreeks 10.15 uur is [aangever 2] (verder: [aangever 2] ), werkzaam als uitzendkracht bij F&H Transport B.V. te Delft, en in die hoedanigheid bezorger van postpakketten voor Post NL, aangekomen bij zijn eerste bezorgadres [adres 3] te Rijswijk. [aangever 2] treft niemand aan op voornoemd adres, doet een kennisgeving in de bus en loopt weer naar zijn auto.

Hij ziet dat het pakketje afkomstig is van [afzender 2] , dat er een rembours acceptgiro ter waarde van € 833,99 op is bevestigd en dat het is geadresseerd aan [klant 2] , op voornoemd adres.

Als [aangever 2] bij het hekje van de voortuin van voornoemd adres komt, ziet hij twee jongens in zijn richting komen lopen. Als hij bijna de voortuin uit is, ziet en voelt de aangever dat de langste jongen met zijn linkerhand met kracht het pakketje dat hij in zijn rechterhand had, beetpakt. De jongen pakt het pakket zo stevig vast dat de bovenkant kreukelt. [aangever 2] ziet en voelt dat de jongen het pakket uit zijn rechterhand wil trekken. [aangever 2] trekt terug. De jongen doet zijn rechterhand in zijn jaszak en haalt er een zilverkleurig voorwerp uit. Dat houdt hij in de richting van het gezicht van [aangever 2] , op een geschatte afstand van 25 tot 50 centimeter.

Die ziet dat het voorwerp de vorm van een pistool had. [aangever 2] ziet dat de jongen het pistool op hem richt. Hij schrikt daar zo van, dat hij het pakketje loslaat. Hij staat even verstijft van schrik en ziet de jongens naar het park rennen.13

Het pakket dat bezorgd moest worden is afkomstig van [afzender 2] en bevat een zilveren Iphone 6 met IMEI-nummer [x] . Het pakket is op 17 februari 2015 te 23:54:45 uur besteld.

Het emailadres van de besteller is [x] en als telefoonnummer is opgegeven [x] .14

Onderzoek aan de telefoon met dit IMEI-nummer wijst uit dat de verdachte de telefoon dezelfde dag in gebruik heeft genomen, immers bij het uitlezen van de telefoon wordt een whatsapp-berichtje gedateerd 18 februari 2015 te 18.36 uur gevonden.15

Medeverdachte [medeverdachte 1] stuurt op 18 februari 2015 te 13.22 uur al een berichtje op de groepsapp, met een foto van een witte Iphone 6 en de tekst ‘nieuwe telefoon van me [x] ’.16

Ook uit het whatsappgesprek tussen de verdachte en [x] op 19 februari 2015 beginnend om 19.36 uur kan worden opgemaakt dat de verdachte met voornoemde beroving te maken heeft gehad. Hij zegt: ‘ik heb mijne gister gedaan in ochtend zelf’.17

Bij de aanhouding van de verdachte op 20 februari 2015 in de auto van de moeder van de verdachte, is op de bijrijderstoel een Iphone aangetroffen met IMEI-nummer [x] .18

In de woning van de verdachte is op 20 februari 2015 op de eerste etage, in een bergruimte een zilverkleurig op een vuurwapen gelijkend voorwerp aangetroffen en in beslag genomen.19

Onderzoek van het wapen leert dat het een veerdrukpistool is, merk Colt Mustang, en voor afdreiging geschikt.20

Bij medeverdachte [medeverdachte 1] wordt de verpakking van de weggenomen Iphone gevonden.21

Medeverdachte [medeverdachte 5] heeft bij de politie verklaard dat hij erbij was toen de verdachte een pakketbezorger overviel. De verdachte had een grijze luchtbuks met een zwart handvat bij zich, die hij pakte waardoor de bezorger schrok en de verdachte zijn pakket kon afpakken. [medeverdachte 5] stond zelf op een afstandje en keek toe. Hij is samen met de verdachte weggerend. Een week ervoor had hij van de verdachte gehoord dat hij een Iphone 6 ging bestellen en op een ander adres zou laten bezorgen. Het pakket was van [afzender 2] en er zat een witte Iphone 6 in.22

Gelet op voormelde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van feit 3

Op 19 februari 2015 zou er tussen 14.00 en 16.00 uur een Iphone 6, van het bedrijf [afzender 2] , onder rembours worden bezorgd op het adres [adres 4] te Den Haag. Dit bedrijf heeft de bestelling geannuleerd omdat het vermoeden bestond dat de bestelling frauduleus zou zijn. De besteller gebruikte het emailadres [x]23

Het emailadres [x] is aangetroffen op één van de laptops, die in het huis van verdachte in beslag zijn genomen.24

Op 19 februari 2015 omstreeks 13:56 uur vindt er een gesprek plaats tussen de verdachte en [medeverdachte 1] , waarbij [medeverdachte 1] aangeeft dat hij eraan komt.25

Uit onderzoek in de Iphone met IMEInummer [x] , die kan worden toegeschreven aan verdachte, blijkt dat hij op 19 februari 2015 een whats app verstuurt naar [medeverdachte 1] met een afdruk van Post Nl betreffende de verzending naar de [adres 4] te Den Haag.26

Op 19 februari 2015 om 14.53 uur vindt er een gesprek plaats tussen de verdachte en [medeverdachte 3] , waarin de verdachte aangeeft dat hij nog steeds op het pakketje wacht.27

Uit onderzoek in de telefoon die kan worden toegeschreven aan [medeverdachte 3] , blijkt dat [medeverdachte 1] op

18 februari 2015 rond 14.00 uur tegen [medeverdachte 3] zegt:‘Ik kom zo die get halen. Bij jou thuis ja’.28

Uit onderzoek in de telefoon die kan worden toegeschreven aan [medeverdachte 1] , blijkt dat [medeverdachte 1] op 18 februari 2015 om 23.03 uur een foto van een zwart vuurwapen op de groepsapp waarin ook de verdachte zit, en om 23.26 uur stuurt hij deze foto nog eens met daarbij de tekst ‘slaap met dit’. Op 19 februari 2015 om 9.41 uur stuurt de verdachte een berichtje op de groepsapp waarin hij zegt dat ‘ [medeverdachte 1] geladen op school loopt’.29

Uit onderzoek in de telefoon die kan worden toegeschreven aan de verdachte, blijkt dat [medeverdachte 1] op 19 februari 2015 rond 08.22 uur tegen de verdachte zegt dat hij die get bij zich heeft.30

Gelet op voormelden gesprekken is de rechtbank van oordeel dat de verdachte samen met [medeverdachte 1] op het pakketje, dat zou worden bezorgd op de [adres 4] te Den Haag, heeft staan wachten en dat [medeverdachte 1] een zwart (nep)vuurwapen bij zich had.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het onder 3 ten laste gelegde feit, te weten, de voorbereiding van de beroving van een pakketbezorger op de [adres 4] door het samen met een ander voorhanden hebben van een (nep)vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijken voorwerp, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van feit 4

Op 19 februari 2015 omstreeks 19.15 uur bevindt [aangever 3] (verder: [aangever 3] )

zich op de [adres 5] te Den Haag om op het adres [adres 5] een Iphone 6 onder rembours te bezorgen. Er wordt niet open gedaan. [aangever 3] wacht even en loopt vervolgens naar zijn bus. Hij doet de deur van zijn bus open en gaat met het pakket op schoot zitten. Hij wil zijn deur dichtdoen als hij opeens een jongen aan ziet komen rennen. De jongen trekt aan zijn portier en richt met zijn andere hand een vuurwapen op de aangever. Achter de jongen met het wapen staat nog een jongen. De jongen met het wapen trekt de deur helemaal open en pakt het pakketje van de schoot van de aangever. Terwijl hij dit doet heeft hij het wapen nog in zijn handen. Vervolgens rent de jongen met het vuurwapen samen met de andere jongen weg. Het wapen is een donker handpistool.

De dag ervoor, op 18 februari 2015 heeft [aangever 3] in zijn webshop in elektronica, [x] een bestelling voor een Iphone 6 ontvangen. Deze is besteld onder de naam [x] en moest worden besteld op het adres [adres 5] . Als telefoonnummer is [x] en het emailadres [x] doorgegeven. [aangever 3] heeft via de mail de bestelling bevestigd en het tijdstip van bezorgen doorgegeven. De bestelling zou onder rembours plaatsvinden.31

Het emailadres [x] is aangetroffen op één van de laptops, die in het huis van de verdachte in beslag zijn genomen.32

Het zwarte pistool dat bij de overval is gebruikt is op 20 februari 2015 in de slaapkamer van medeverdachte [medeverdachte 1] aangetroffen. Ook wordt daar de verpakking van de weggenomen Iphone gevonden.33

Aan de binnenzijde van de kartonnen deksel van de verpakking van de weggenomen Iphone wordt de vingerafdruk van de verdachte34 gevonden. Ook wordt op de kartonnen doos de vingerafdruk van medeverdachte [medeverdachte 3] gevonden.35

In de woning van [medeverdachte 3] wordt een goudkleurige Iphone 6 aangetroffen.36

Uit onderzoek in de Iphone 6, die bij de verdachte in gebruik is, wordt informatie betreffende de bestelling van de Iphone bij [x] gevonden. Tevens is er een mailtje aangetroffen van [x] dat de bezorger op 18 februari 2015 tevergeefs aan de deur is geweest.37

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat hij op 19 februari 2015 met [x] in de stad was toen hij door [medeverdachte 3] werd gebeld dat hij naar de Bijenkorf moest komen. [medeverdachte 3] was samen met [medeverdachte 1] en de verdachte. Ze gingen met zijn allen met de tram, maar werden uit de tram gezet omdat [medeverdachte 3] geen ov-kaart had. De verdachte belde zijn broer [x] en die kwam hen ophalen. [x] bracht hen naar het huis van [medeverdachte 2] . Daar werd de auto voor de deur gezet. De verdachte zei tegen [x] dat hij moest wachten. De verdachte en [medeverdachte 1] renden de hoek om. Vijf minuten later kwamen ze weer terugrennen en gingen ze met zijn allen de auto in op weg naar het huis van [medeverdachte 3] . In de auto heeft [medeverdachte 1] verteld dat hij op het raam van de bus had getikt, dat hij het wapen had laten zien en dat de bezorger het pakketje naar hem toe had gegooid. De verdachte keek toe. Vervolgens hebben ze het pakketje gepakt en zijn ze weggerend. [medeverdachte 1] vertelde in de auto het wapen op het hoofd van de bezorger te hebben gericht. In het huis van [medeverdachte 3] , nadat [x] hen had afgezet, hebben [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] het pakketje opengemaakt en heeft [medeverdachte 3] de telefoon meteen in gebruik genomen.38

Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft bij de politie verklaard dat hij op 19 februari 2015 samen met de verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [x] was en dat ze inderdaad uit de tram zijn gezet omdat hij geen ov-kaart had en dat de verdachte toen zijn broer heeft gebeld om hen op te halen. Vervolgens heeft [x] hen naar het huis van [medeverdachte 2] gereden, hebben ze gewacht, en hebben de verdachte en [medeverdachte 1] de pakketbezorger beroofd. [medeverdachte 1] heeft het vuurwapen op de bezorger gericht en [medeverdachte 3] heeft in zijn huis de telefoon gekregen en direct in gebruik genomen. In de auto was het (nep)vuurwapen getoond.39

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat het onder 4 primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van feit 5

Gelet op de bewijsmiddelen die zijn vermeld bij de hiervoor genoemde feiten, is de rechtbank van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, te weten dat de verdachte in de periode van 20 januari 2015 tot en met 19 februari 2015 te

Den Haag (de feiten 1, 3 en 4) en Rijswijk (feit 2) samen met anderen een veerdrukpistool (merk Colt Mustang) en een alarmpistool (merk Bruno Sri) voorhanden heeft gehad.

Ten aanzien van feit 6

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 6 ten laste gelegde feit heeft begaan en zal de verdachte van dit feit vrijspreken.

De rechtbank overweegt te dien aanzien dat in het dossier, naast de verklaring van de aangeefster, geen verklaring aanwezig is die haar verklaring dat haar Iphone 4 met gebruik van geweld van haar is weggenomen, ondersteunt.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat

Feit 1

Hij op 21 januari 2015 te Den Haag ( [adres 2] ) tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen kleding (onder andere van het merk Philipp Plein), toebehorende aan [aangever 1] , welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [aangever 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het richten van een (nep) vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd van die

[aangever 1] en het trekken van een pakket uit de handen van die [aangever 1] ;

Feit 2

Hij op 18 februari 2015 te Rijswijk ( [adres 3] ) tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Iphone 6, toebehorende aan

[afzender 2] , welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die

[aangever 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het richten van een (nep) vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd van die [aangever 2] en het trekken van een pakket uit de handen van die [aangever 2] ;

Feit 3

Hij op 19 februari 2015 te Den Haag ( [adres 4] ) tezamen en in vereniging met een ander, ter voorbereiding van het met een ander te plegen misdrijf, te weten diefstal met geweld in vereniging van een iphone 6, opzettelijk een (nep)vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, bestemd tot liet begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad;

Feit 4

Hij op 19 februari 2015 te Den Haag ( [adres 5] ) tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Iphone 6, toebehorende aan AMMS Electronics, welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld

tegen die [aangever 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en bedreiging met geweld bestonden uit het richten van een (nep) wapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd althans het lichaam van die [aangever 3] en het grissen en/of trekken van een pakket van die [aangever 3] ;

Feit 5

Hij op tijdstippen in de periode van 20 januari 2015 tot en met 19 februari 2015 in Den Haag en Rijswijk, tezamen en in vereniging met anderen, voorhanden heeft gehad

1) een wapen van categorie 1, onder 7, althans een veerdrukpistool (merk Colt Mustang) althans een

(nep)vuurwapen voor bedreiging of afdreiging geschikt en

2) een wapen van categorie III, onder 4, althans een alarmpistool (merk Bruno Sri).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

4 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De straf/maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt tot jeugddetentie voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarden begeleiding door de jeugdreclassering en het volgen van een dagbehandeling bij het Palmhuis en aldaar naar school gaan. De officier van justitie vordert de dadelijk uitvoerbaarheid van de te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit aan de verdachte een deels voorwaardelijke detentiestraf op te leggen, onder algemene voorwaarden en onder de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zal meewerken aan dagbehandeling (behandeling en schoolgang) vanuit het Palmhuis, overeenkomstig het advies van de Raad voor de Kinderbescherming.

Het onvoorwaardelijke gedeelte van de straf dient, aldus de raadsvrouw, gelijk te zijn aan het voorarrest van de verdachte en een directe schorsing van de voorlopige hechtenis is dan ook verzocht.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte en zijn mededaders hebben zich schuldig gemaakt aan gewelddadige berovingen van pakketbezorgers. De verdachte heeft zich daarnaast nog schuldig gemaakt aan de voorbereiding van nog een overval. De verdachte en een mededader hebben gewacht, maar de pakketbezorger kwam uiteindelijk niet opdagen.

De verdachte en zijn mededaders zijn planmatig en gewiekst te werk gegaan. Immers, het beroven van een pakketbezorger met een door de verdachte onder valse identiteit besteld pakketje vergde de nodige voorbereiding. De verdachten hebben allereerst spullen uitgezocht die ze persé in bezit wilden krijgen, zoals dure merkkleding of de allernieuwst Iphone.

Deze goederen zijn kostbaar en zeer gewild. Er is gesurft op de sites van de diverse verkopers/producenten om precies die producten uit te zoeken die men wilde hebben.

Vervolgens zijn er online bestellingen gedaan (waarschijnlijk vanuit een publieke ruimte zoals de Haagse bibliotheek), met gebruikmaking van een valse emailaccounts met een verzonnen namen, een (soms) verzonnen mobiele nummers, en een bestaand maar niet aan een van de verdachten te relateren adressen. Op die adressen werden de nietsvermoedende pakketbezorgers opgewacht.

Diverse bedrijven hebben een bestelling voor verzending gereedgemaakt en de door hen ingehuurde pakketbezorger met de nieuwe, kostbare goederen op pad gestuurd, niet wetend dat de pakketbezorger zou worden beroofd.

De verdachten hebben bedacht dat het onder rembours bestellen - een begrip dat online is opgezocht - het meest profijtelijk was. Zo hoefde er immers op voorhand niets betaald te worden en was de ‘opbrengst/winst’ maximaal.

Ook is er zorggedragen voor een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp, geschikt voor afdreiging. Dit heeft een evident gevaarzettend karakter.

De pakketten, en dus de komst van de te beroven pakketbezorgers, is via de mobiele telefoons van de verdachten gevolgd via het Track & Trace systeem, waardoor de verdachten goed konden inschatten of het pakket al in aantocht was en wanneer ze moesten toeslaan.

Door deze handelswijze hebben de verdachten - zij het met de nodige tijdrovende voorbereiding - precies datgene in handen gekregen waar ze hun zinnen op hadden gezet; nieuwe merkkleding en een nieuwe I Phone 6, helemaal compleet en in de originele doos.

Van enige terughoudendheid bij het voorgenomen plan, dat immers inhield dat een hardwerkende pakketbezorger onverhoeds zou worden overvallen door een groep verdachten onder bedreiging van een vuurwapen en van zijn pakket zou worden beroofd,

is de rechtbank niets gebleken. Van enige aarzeling bij het bedreigen van die pakketbezorger op de openbare weg, of enige aarzeling bij het uitvoeren van dit gewelddadige plan, is de rechtbank evenmin iets gebleken.

Het vooruitzicht dat de verdachten op deze wijze in het bezit zouden komen van de zo gewenste goederen was kennelijk allesoverheersend. Duidelijk is ook dat de minderjarige verdachten financieel niet in staat waren deze kostbare goederen zelf te kopen, en op deze wijze hebben de verdachten toch gekregen wat ze persé wilden hebben.

Bij de impact die een dergelijke gewelddadige beroving op de pakketbezorger zou hebben, hebben de verdachten niet stil gestaan. Zij hebben alleen aan hun eigen geldelijk gewin gedacht. De hebzucht overheerste. Dit rekent de rechtbank de verdachten zwaar aan.

Bovendien nemen door dit soort overvallen de gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij in het algemeen toe.

De rechtbank weegt mee dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 20 februari 2015, nog niet eerder is veroordeeld, maar wel veel politiecontacten heeft gehad.

De rechtbank heeft acht geslagen op het pro justitia rapport d.d. 1 mei 2015 betreffende het psychologisch onderzoek van de verdachte, opgesteld en ondertekend door [Y] ,

GZ-psycholoog.

Blijkens dit rapport, is er bij de verdachte sprake van een gebrekkige ontwikkeling in de zin van een gedragsstoornis NAO en een disharmonisch intelligentieprofiel.

Gezien de aard hiervan moet worden aangenomen dat dit ook ten tijde van het tenlastegelegde, indien bewezen, aanwezig was.

Gezien de houding van de verdachte kon het ten laste gelegde niet door onderzoeker met hem worden besproken. Hierdoor is er geen delictscenario beschikbaar en is er geen duidelijk zicht verkregen in de omstandigheden, gevoelens en gedachten van betrokkene ten tijde van de ten laste gelegde feiten. In hoeverre zijn problematiek van invloed is geweest op het plegen van de ten laste gelegde feiten - indien bewezen - is onduidelijk gebleven, evenals de invloed van derden (familie, vriendenkring) daarop.

Welke factoren, voortkomend uit de eventuele stoornis of gebrekkige ontwikkeling

van de verdachte, kunnen van belang zijn voor de kans op recidive?

Onderzoeker kan, gezien de proceshouding van verdachte, hier geen antwoord op geven.

De verdachte gaat veelvuldig om met delinquente leeftijdgenoten en zijn buurt staat geregistreerd als achterstandsbuurt. In welke mate de medeverdachten een invloed hebben gehad op het handelen van de verdachte is onduidelijk gebleven.

Onderzoeker onthoudt zich van een advies ter preventie van recidive vanwege de onvolledigheid van het onderzoek. De beeldvorming omtrent de aanwezigheid van een ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens is mogelijk niet volledig en de daaruit mogelijk voortvloeiende relatie tussen eventuele psychopathologie en delictgedrag evenmin. Onderzoeker acht het van belang dat, wanneer de verdachte schuldig mocht worden bevonden, er een poging tot delictanalyse wordt gedaan zodat er meer zicht komt op zijn belevingswereld en mogelijke risicofactoren uitgebreid in kaart gebracht kunnen worden.

De rechtbank neemt de conclusie ten aanzien van de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens uit voornoemd rapport over en maakt deze tot de hare.

De rechtbank heeft kennis genomen van diverse voorlichtingsrapporten betreffende de persoonlijke omstandigheden van de verdachte waaronder het meest recente rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad) d.d. 18 juni 2015.

Uit dit rapport komt naar voren dat de Raad een vijftienjarige jongen van Afrikaans-Nederlandse komaf ziet, die ouder oogt dan zijn kalenderleeftijd doet vermoeden. De verdachte heeft gedurende het onderzoek niet willen praten over de delicten en geeft geen openheid van zaken. De Raad heeft grote zorgen over deze houding van de verdachte.

De verdachte is opgegroeid op in een zeer beschermend en controlerend netwerk bij zijn

ouders, zusjes en broer en de ouders hebben in de thuissituatie nooit problemen ervaren met de verdachte.

De schoolgang is wel altijd een zorg geweest, omdat de verdachte veel spijbelde en veel school heeft gemist. Hij was aangemeld bij voor het Palmhuis voor de spijbelklas.

De Raad heeft naast de zorgen over de schoolgang ook grote zorgen over de houding van verdachte, zijn agressie en zijn vaardigheden. Ook de vrienden van de verdachte en de daarbij behorende groepsdruk waaronder de delicten mogelijk zijn gepleegd is een punt van zorg.

De Raad vindt het noodzakelijk dat de verdachte zal gaan praten over de verdenkingen

en dat de delictbespreking, die reeds is gestart vanuit het Palmhuis, doorgezet zal worden. Daarnaast vindt de Raad het belangrijk dat er dagbehandeling van de grond zal komen vanuit het Palmhuis, waarbij de verdachte school en behandeling zal volgen bij het Palmhuis. De Raad vindt het tevens essentieel dat de jeugdreclassering zal bezien of er ouderbegeleiding ingezet zal moeten gaan worden voor de ouders van de verdachte.

De Raad vindt het positief dat de verdachte en ouders openstaan voor begeleiding en hulpverlening.

Geadviseerd wordt dan ook de verdachte een deels voorwaardelijke detentiestraf op te leggen, onder de algemene voorwaarden en onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte zal meewerken aan dagbehandeling (behandeling en schoolgang) vanuit het Palmhuis of een vergelijkbare instelling (en eventuele andere hulpverlening die daaruit voortvloeit).

De rechtbank onderschrijft het advies van de Raad.

De rechtbank overweegt voorts dat de verdachte steeds degene is geweest die, met gebruikmaking van een vals emailadres, de bestellingen heeft gedaan en hij was ook steeds bij de berovingen aanwezig. Hij heeft tweemaal zelf het wapen op de pakketbezorger gericht. De berovingen zijn door de verdachte en zijn mededaders goed voorbereid en gepland en er is geen enkel moment gedacht aan de gevolgen voor de slachtoffers.

Bij de politie, de rechter-commissaris en ook ter terechtzitting heeft de verdachte niet willen verklaren en ook op geen enkele wijze getoond dat hij inzicht heeft in zijn gedrag, de laakbaarheid en de consequenties daarvan. Ook heeft hij geen berouw getoond. Dat de verdachte de delicten wel bespreekt met zijn begeleider van het Palmhuis maakt dit niet anders. Juist tijdens de behandeling ter zitting had de verdachte de kans de rechtbank te laten zien wat hem heeft bewogen de bewezenverklaarde feiten te plegen en daarover verantwoording af te leggen. De rechtbank verbindt hieraan de gevolgtrekking voor deze feiten met een calculerende en zich ouder voordoende verdachte van doen te hebben.

Nu de rechtbank geen inzicht heeft kunnen krijgen in de beweegredenen van de verdachte, zal de rechtbank die proceshouding in het nadeel van de verdachte meewegen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat alleen een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur een passende reactie vormt. Hoewel de rechtbank de verdachte van feit 6 heeft vrijgesproken, zal de rechtbank een straf overeenkomstig de eis van de officier van justitie opleggen en aldus een zwaardere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd. De ernst van de gepleegde berovingen brengt de rechtbank tot dit oordeel.

Teneinde de verdachte in de toekomst van strafbare feiten te weerhouden, ziet de rechtbank wel aanleiding een deel van deze straf voorwaardelijk op te leggen.

Daarbij zal als algemene voorwaarde onder andere het meewerken aan toezicht en begeleiding door de jeugdreclassering, huisbezoeken inbegrepen, worden opgelegd, in combinatie met de bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal melden bij de jeugdreclassering en een dagbehandeling (behandeling en schoolgang) bij het Palmhuis of een soortgelijke instelling zal volgen.

De rechtbank ziet, gelet op de omstandigheid dat de verdachte first offender is, geen reden de dadelijk uitvoerbaarheid van de te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht te bevelen, nu niet is gebleken dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

7 De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel

[afzender 2] heeft zich ten aanzien van feit 2 als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 833,99.

[aangever 3] heeft zich ten aanzien van feit 4 als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 800,-, bestaande uit immateriële schade, met vergoeding van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[aangever 3] heeft zich ten aanzien van feit 4 als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 671,42, zijnde materiële schade, met vergoeding van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[aangever 4] heeft zich ten aanzien van feit 6 als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.716,-, bestaande uit een bedrag van

€ 606,- aan immateriële schade en een bedrag van € 1.110,- aan materiële schade, met vergoeding van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [afzender 2] [afzender 2] in de vordering, nu het bedrag aan geleden schade niet duidelijk uit de vordering kan worden afgeleid.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [aangever 3] ten bedrage van € 800,-, zijnde de gevorderde immateriële schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Tevens heeft de officier van justitie geconcludeerd tot hoofdelijk toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [aangever 3]. ten bedrage van € 20,-,

zijnde de rembourstoeslag, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en tot

niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in de vordering voor het overige, nu de goudkleurige Iphone 6 aan [aangever 3] zal worden teruggegeven en de bepaling van de waardevermindering te ingewikkeld is voor het onderhavige strafproces.

De officier van justitie heeft ten slotte geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [aangever 4] tot een bedrag van € 780,-, zijnde

€ 380,- aan materiële schade (telefoon) en een bedrag van € 400,- aan immateriële schade en tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in de vordering voor het overige, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [afzender 2] in de vordering bepleit, nu onduidelijk is welk bedrag de geleden schade betreft.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [aangever 3] heeft de raadsvrouw

zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [aangever 3] is de raadsvrouw primair van mening dat de machtiging waaruit blijkt dat de heer [aangever 3] gerechtigd is tot het doen van de vordering ontbreekt, waardoor de benadeelde partij

niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering. Subsidiair heeft de raadsvrouw gedeeltelijke toewijzing van vordering, te weten ten aanzien van de rembourskosten, bepleit, nu de telefoon aan de rechthebbende kan worden teruggegeven.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [aangever 4] heeft de raadsvrouw primair afwijzing bepleit in verband met de bepleite vrijspraak en subsidiair niet-ontvankelijk verklaring, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

7.3.1

Vordering benadeelde partij van [afzender 2]

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien er geen volledige vordering is ingediend.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

7.3.2

Vordering benadeelde partij van [aangever 3]

De rechtbank acht deze vordering, die betrekking heeft op een bedrag van € 800,-, als vergoeding ter zake van geleden immateriële schade tot dat bedrag naar billijkheid toewijsbaar. Nu de vordering namens de verdachte ook niet is betwist, is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 2 primair bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal de vordering derhalve hoofdelijk ten laste van de verdachte toewijzen tot een bedrag van € 800,-.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente ten laste van de verdachte toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 6 augustus 2015 is ontstaan.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 2 primair bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 800,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 6 augustus 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 3] .

7.3.3

Vordering benadeelde partij van [aangever 3]

De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post Post NL rembourstoeslag, is

naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd door de benadeelde partij.

Dit deel van de vordering is namens de verdachte ook niet betwist. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 2 primair bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal de vordering derhalve hoofdelijk ten laste van verdachte toewijzen tot een bedrag van € 20,-.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente ten laste van de verdachte toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 19 februari 2015 is ontstaan.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de goudkleurige Iphone 6 aan [aangever 3] zal worden geretourneerd en de berekening van de waardevermindering van de telefoon te belastend is voor het onderhavige strafgeding.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 2 primair bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 20,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 19 februari 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 3] .

7.3.4

Vordering benadeelde partij van [aangever 4]

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft, is vrijgesproken.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

8 De inbeslaggenomen goederen

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de op de lijst van in beslag genomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage A aan dit vonnis is gehecht) onder 2, 3, 4, 5 en 7 genummerde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte en dat het onder 1 genummerde voorwerp aan [afzender 2] zal worden teruggegeven en het onder 6

genummerde voorwerp aan [afzender]

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw kan zich vinden in de teruggave van de goederen aan de rechthebbenden.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan de verdachte gelasten van de op de beslaglijst onder 2, 3, 4, 5 en 7 genummerde voorwerpen.

Tevens zal de rechtbank de teruggave aan [afzender 2] gelasten van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp en teruggave aan [afzender] van het op de beslaglijst onder 6 genummerde voorwerp.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

36f, 46, 77a, 77g, 77h, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312 van het Wetboek van Strafrecht;

13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding onder 6 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de hem bij - aangepaste en

gewijzigde - dagvaarding onder 1, 2, 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

1, 2 en 4 primair:

DIEFSTAL, VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, MEERMALEN GEPLEEGD

3:

VOORBEREIDING VAN DIEFSTAL, VERGEZELD VAN GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN

5:

HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 13, EERSTE LID, VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE

EN

HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE, EN HET FEIT BEGAAN MET BETREKKING TOT EEN VUURWAPEN VAN CATEGORIE III

MEERMALEN GEPLEEGD

verklaart het bewezene en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;


veroordeelt de verdachte tot

jeugddetentie voor de duur van 12 MAANDEN

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van deze jeugddetentie, groot 3 MAANDEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;

stelt de proeftijd vast op 2 jaren onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het

nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1

Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de (jeugd)reclassering te houden toezicht,

bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de

medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd en op door de reclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij

de reclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd een dagbehandeling (behandeling en schoolgang) bij het Palmhuis

of een soortgelijke instelling zal volgen, zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

- geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling, de Stichting Jeugdbescherming west

Haaglanden, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere

voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

ten aanzien van feit 2:

verklaart de benadeelde partij [afzender 2] [afzender 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden begroot op nihil;

ten aanzien van feit 4:

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij hoofdelijk toe ten laste van de verdachte en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [aangever 3], een bedrag van € 800,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 6 augustus 2015 tot de dag waarop deze vordering is voldaan;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededaders aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 800,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 6 augustus 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 3];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 16 dagen;

bepaalt dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

ten aanzien van feit 4:

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij hoofdelijk toe ten laste van de verdachte en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [aangever 3] [aangever 3] een bedrag van € 20,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 19 februari 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededaders aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 20,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 19 februari 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 3] ;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 1 dag;

bepaalt dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

ten aanzien van feit 6:

verklaart de benadeelde partij [aangever 4] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden begroot op nihil;

gelast de teruggave aan de verdachte van de op de beslaglijst onder 2, 3, 4, 5 en 7 genummerde voorwerpen, te weten:

2. 1.00 STK Computer; ACER ASPIRE 5349;

3. 1.00 STK Computer; ACER ASPIRE 7741g;

4. 1.00 STK Telefoontoestel Kl: wit; APPLE IPHONE 4;

5. 1.00 STK Telefoontoestel K1: zwart; APPLE IPHONE 4;

7. 1.00 STK Telefoontoestel K1: zwart; APPLE IPHONE 5;

gelast de teruggave aan [afzender 2] [afzender 2] van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten:

1. STK Telefoontoestel Kl:wit; APPLE IPHONE 6;

gelast de teruggave aan [afzender] van het op de beslaglijst onder 6 genummerde voorwerp, te weten:

6. 1.00 STK Shirt Kl: zwart; PHILIPP PLEIN.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Kramer, kinderrechter, voorzitter,

mr. M. van Loenhoud. kinderrechter,

en mr. P.J. Schreuder, kinderrechter,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. de Witte, griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 augustus 2015.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit – voor zover niet anders weergegeven - delen van ambtsedige processen-verbaal van de politie Eenheid Den Haag, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer 2015023230, doorgenummerd als pagina 1 tot en met 1561, alsmede een correctie proces-verbaal nummer 2015023230 dat niet voorzien is van een bladzijde-aanduiding.

2 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , pagina 338/339.

3 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 100/108.

4 Proces-verbaal Team Forensische Opsporing, Wapens, Munitie en Explosieven, pagina 20/24.

5 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 348/349.

6 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 347.

7 Proces-verbaal vaststellen gebruiker [verdachte] 31649210012, pagina 449/450.

8 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2] , pagina 275/276.

9 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2] , pagina 990.

10 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 629/658.

11 Proces-verbaal van bevindingen uitgelezen laptops [adres 1] , pagina 1547.

12 Proces-verbaal Vervolg zaaksdossier 2.3 [adres 5] , pagina 1451.

13 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , met bijlagen, pagina 360/368.

14 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 380.

15 Proces-verbaal uitlezen telefoon Iphone 6 [verdachte] , pagina 755.

16 Proces-verbaal van uitgelezen iphone 5 [medeverdachte 1] , pagina 806/807.

17 Proces-verbaal vervolg zaaksdossier 2.3, pagina 1451.

18 Proces-verbaal van aanhouding van [verdachte] , pagina 43.

19 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 53/54.

20 Proces-verbaal Team Forensische Opsporing, Wapens, Munitie en Explosieven, pagina 16/19.

21 Proces-verbaal bevindingen, met bijlagen, pagina 100/108.

22 Proces-verbaal 1ste verhoor verdachte [medeverdachte 5] , pagina 1218/1219.

23 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 669.

24 Proces-verbaal van bevindingen uitgelezen laptops [adres 1] , pagina 1547.

25 Tapgesprek, pagina 672.

26 Proces-verbaal van bevindingen uitgelezen Iphone 6 van [verdachte] , pagina 1295/1296

27 Tapgesprek, pagina 671.

28 Proces-verbaal uitgelezen Iphone 6 [medeverdachte 3] Serwaa, pagina 750.

29 Proces-verbaal uitgelezen Iphone 6 van [medeverdachte 1] , pagina 806.

30 Proces-verbaal Vervolg zaaksdossier 2.3, bladzijde 1451.

31 Proces-verbaal van aangifte van A.M.S. [aangever 3] , pagina 390/393.

32 Proces-verbaal van bevindingen uitgelezen laptops [adres 1] , pagina 1547.

33 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 100/108.

34 Proces-verbaal bevindingen, pagina 1077, en rapport dactyloscopisch onderzoek, pagina 1086/1093.

35 Proces-verbaal bevindingen, pagina 1077, en rapport dactyloscopisch onderzoek, pagina 1094/1098.

36 Proces-verbaal doorzoeking [x] , met bijlagen, pagina 160/179.

37 Proces-verbaal uitgelezen Iphone 6 [verdachte] , pagina 1317/1318.

38 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2] , pagina 996/999.

39 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3] , pagina 955/963.