Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:9220

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-07-2015
Datum publicatie
06-08-2015
Zaaknummer
C/09/456505 / FA RK 13-9925
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

echtscheiding: wel of geen huwelijksvoorwaarden?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer

7 x

Rekestnummer: FA RK 13-9925 (scheiding) / FA RK 14-2424 (verdeling)

Zaaknummer: C/09/456505 (scheiding) / C/09/463327 (verdeling)

Datum beschikking: 7 juli 2015

Scheiding

Beschikking op het op 12 december 2013 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. F.L. Oudshoorn te Zoetermeer.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. R. van Venetiën te Alphen aan den Rijn.

Procedure

Bij beschikking van 30 september 2014 van deze rechtbank is – voor zover thans van belang –:

  1. de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;

  2. de behandeling van de verzoeken betreffende het gezag en de zorgregeling aangehouden in afwachting van het resultaat van de mediation;

  3. de behandeling van het verzoek tot afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden dan wel verdeling van de gemeenschap aangehouden en is de man in de gelegenheid gesteld een bepaald stuk in het geding te brengen;

  4. iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de zorgregeling, de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden dan wel de verdeling van de huwelijksgemeenschap en de proceskosten aangehouden.

De rechtbank heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen:

  • -

    het faxbericht met bijlagen d.d. 1 december 2014 van de zijde van de man;

  • -

    de brief d.d. 23 december 2014 van de zijde van de vrouw;

  • -

    de brief met bijlagen d.d. 29 mei 2015 van de zijde van de man;

  • -

    het formulier verdelen en verrekenen d.d. 4 juni 2015 van de zijde van de man;

  • -

    de brief met bijlagen d.d. 5 juni 2015 van de zijde van de vrouw;

  • -

    de brief met bijlagen d.d. 8 juni 2015 van de zijde van de man.

Op 9 juni 2015 is de behandeling ter terechtzitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: partijen en hun advocaten. Partijen hebben ter zitting een door hen beiden ondertekend ouderschapsplan overgelegd. Van de zijde van de man zijn enkele originele foto’s overgelegd.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.

Gezag en zorgregeling

Partijen hebben eensluidend verzocht het ouderschapsplan in de beschikking op te nemen. Het in een eerder stadium van deze procedure meer of anders verzochte ten aanzien van het gezag over de minderjarigen en de zorgregeling is door partijen over en weer ingetrokken.

Het verzoek kan als op de wet gegrond worden toegewezen.

Vermogensrechtelijke afwikkeling

Partijen twisten over het tussen hen geldende huwelijksvermogensregime. De man heeft gesteld dat partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, namelijk dat sprake is van “separation of goods” zoals vermeld staat op het overgelegde extract uit de huwelijksakte. De vrouw heeft dit betwist en heeft op haar beurt gesteld dat partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen.

Zoals reeds overwogen in de beschikking d.d. 30 september 2014 volgt uit artikel 12 van het Haags Huwelijksvermogensverdrag dat huwelijkse voorwaarden wat de vorm betreft, geldig zijn indien zij in overeenstemming zijn hetzij met het interne recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime, hetzij met het interne recht van de plaats waar zij werden aangegaan. Zij dienen in ieder geval te worden neergelegd in een gedagtekend en door beide partijen ondertekend schriftelijk stuk.

De rechtbank zal thans beoordelen of er sprake is van huwelijkse voorwaarden die in overeenstemming zijn met het recht van Mauritius en die bovendien zijn neergelegd in een gedagtekend en door beide partijen ondertekend schriftelijk stuk.

Ingevolge het recht van Mauritius kunnen partijen bij het aangaan van het huwelijk een keuze maken voor het door hen gewenste huwelijksvermogensregime. Deze keuze wordt vermeld op de huwelijksakte. Dit blijkt uit de artikelen 1393, 1475 en 1479 van het Burgerlijk Wetboek van Mauritius (Code Civil Mauricien) en de artikelen 20 en 24 van de Civil Status Act 1981 (Mauritius). Op het door de man in het geding gebrachte extract uit de huwelijksakte staat het volgende vermeld: “Matrimonial regime: The legal system of separation of goods”. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de keuze voor het huwelijksvermogensregime in overeenstemming is met het recht van Mauritius.

Vervolgens dient te worden beoordeeld of de keuze voor het huwelijksvermogensregime is neergelegd in een gedagtekend en door beide partijen ondertekend schriftelijk stuk.

Uit het door de man overgelegde extract uit de huwelijksakte blijkt niet dat de huwelijksakte door partijen is ondertekend. De man heeft gemotiveerd gesteld dat het niet mogelijk is om in Mauritius een afschrift van de originele huwelijksakte te verkrijgen waar de handtekeningen van partijen op staan vermeld. De man heeft echter foto’s in het geding gebracht op welke is te zien dat beide partijen een huwelijksakte ondertekenen. Uit die foto’s - bezien in samenhang met zowel het (met dezelfde hand) geschreven als het getypte “Certified Extract of a Marriage Entry” - blijkt naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam dat op deze akte die door partijen wordt ondertekend eveneens is vermeld:

“ Matrimonial regime: The legal system of separation of goods”.

Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat de keuze voor “The legal system of separation of goods” is neergelegd in een gedagtekend en door beide partijen ondertekend schriftelijk stuk en dat aldus moet worden aangenomen dat partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden die inhouden dat partijen met uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen zijn gehuwd.

Het voorgaande staat niet in de weg aan de mogelijkheid dat partijen vermogensbestanddelen in gemeenschappelijk eigendom hebben, de zogeheten eenvoudige gemeenschappen, of dat zij gemeenschappelijk schulden zijn aangegaan.

Ter terechtzitting is vast komen te staan dat thans nog de volgende vermogensbestanddelen gemeenschappelijke vermogensbestanddelen zijn:

  1. de echtelijke woning te [adres] ;

  2. de op deze woning gevestigde hypothecaire leningen bij Westland Utrecht, kenmerken [nummer] , [nummer] , [nummer] en [nummer] ;

  3. de hieraan gekoppelde polissen bij Florius, nummer [nummer] en [nummer] ;

  4. e inboedel.

Ad a, b en c: de echtelijke woning c.s.

Nu partijen geen overeenstemming hebben bereikt over de toedeling van echtelijke woning – de vrouw wil de woning verkopen terwijl de man de woning nog een periode buiten de verdeling wenst te houden – dient deze te worden verkocht, tenzij partijen alsnog anders overeenkomen. Naar het oordeel van de rechtbank kan immers niet langer van de vrouw worden verlangd dat zij in een onverdeeldheid blijft met de man ten aanzien van de woning, de hypothecaire leningen en de spaarpolissen.

De man dient hiertoe binnen een week na betekening van deze beschikking drie (NVM-)makelaars voor te stellen aan de vrouw. Vervolgens dient de vrouw binnen één week haar keuze voor één van de drie makelaars aan de man kenbaar te maken. Alsdan zullen partijen per omgaande gezamenlijk een opdracht tot verkoop aan de gekozen makelaar verstrekken. Met deze makelaar zullen partijen het verkoopbeleid uitzetten, waaronder de vraagprijs, de bodemprijs en de verkoopstrategie. Indien partijen geen overeenstemming bereiken over deze onderdelen, dienen zij het advies van de makelaar hieromtrent te volgen. Bij verkoop en levering van de woning dienen de hierop rustende hypothecaire geldleningen te worden afgelost en dienen de spaarpolissen te worden afgekocht. Partijen zijn vervolgens ieder voor de helft gerechtigd tot de resterende overwaarde althans zij dienen ieder de helft van de resterende schuld te dragen (te weten opbrengst woning -/- de hypothecaire leningen en kosten verbonden aan de verkoop en levering + de opbrengst van de spaarpolissen).

Ad d: de inboedel

Tussen partijen is in confesso dat de inboedelgoederen behoren tot hun gemeenschappelijk vermogen. Derhalve dient de inboedel bij helfte tussen partijen te worden gedeeld. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen – zo nodig met behulp van hun advocaten – de inboedel in goed onderling overleg zullen verdelen.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

*

neemt op de door partijen getroffen onderlinge regeling van hun betrekkingen na de echtscheiding, zoals neergelegd in het (in fotokopie) aan deze beschikking gehechte ouderschapsplan, en verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

*

stelt de verdeling van de goederen die partijen in gemeenschappelijke eigendom hebben als volgt vast:

1. met betrekking tot de echtelijke woning:

 de echtelijke woning dient te worden verkocht en overgedragen aan een derde; de man dient hiertoe binnen een week na betekening van deze beschikking drie (NVM-)makelaars voor te stellen aan de vrouw. Vervolgens dient de vrouw binnen één week haar keuze voor één van de drie makelaars aan de man kenbaar te maken. Alsdan zullen partijen per omgaande gezamenlijk een opdracht tot verkoop aan de gekozen makelaar verstrekken. Met deze makelaar zullen partijen het verkoopbeleid uitzetten, waaronder de vraagprijs, de bodemprijs en de verkoopstrategie. Indien partijen geen overeenstemming bereiken over deze onderdelen, dienen zij het advies van de makelaar hieromtrent te volgen. Bij verkoop en levering van de woning dienen de hierop rustende hypothecaire geldleningen te worden afgelost en dienen de spaarpolissen te worden afgekocht. Partijen zijn vervolgens ieder voor de helft gerechtigd tot de resterende overwaarde althans zij dienen ieder de helft van de resterende schuld te dragen (te weten opbrengst woning -/- hypothecaire leningen en kosten verbonden aan de verkoop en levering + de opbrengst van de spaarpolissen);

2. met betrekking tot de inboedel:

 aan de man wordt toegedeeld:

 de helft van de inboedelgoederen in de echtelijke woning, in onderling overleg te bepalen;

 aan de vrouw wordt toegedeeld:

 de helft van de inboedelgoederen in de echtelijke woning, in onderling overleg te bepalen;

en verklaart deze vaststelling uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.C. Olland, K.M. Braun en H. Dragtsma, tevens kinderrechters, bijgestaan door mr. A.W. Spee als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2015.