Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:9135

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-07-2015
Datum publicatie
06-08-2015
Zaaknummer
C-09-478516 - HA ZA 14-1344
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Vordering van schadevergoeding wegens tijdelijke wegafsluiting door gemeente. Er is niet voldaan aan de vereisten van het égalitébeginsel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/478516 / HA ZA 14-1344

Vonnis van 8 juli 2015 [bij vervroeging]

in de zaak van

[eiseres] ,

handelend onder de naam [naam winkel],

wonende en zaakdoende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. B.F. Eblé te Haarlem,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE GEMEENTE ALPHEN AAN DEN RIJN,

zetelende te Alphen aan den Rijn,

gedaagde,

advocaat mr. T.L. de Leeuwe te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en de gemeente genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 31 oktober 2014, met producties;

- de conclusie van antwoord, met producties;

- het tussenvonnis van 11 februari 2015, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- de brief van mr. Eblé van 17 juni 2015, met producties;

- het proces-verbaal van comparitie van 17 juni 2015.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald. Dit vonnis wordt bij vervroeging uitgesproken.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is eigenaresse van [naam winkel] , een modezaak in winkelcentrum De Ridderhof te Alphen aan den Rijn.

2.2.

Op 17 februari 2014 heeft de gemeente een gedeelte van de President Kennedylaan in Alphen aan den Rijn afgesloten in verband met vervanging van een wegvak van de President Kennedylaan alsmede de aanleg van een rotonde op het kruispunt President Kennedylaan-Troubadourweg. De President Kennedylaan is een toegangsweg naar het winkelcentrum De Ridderhof. De wegafsluiting duurde tot 28 mei 2014.

2.3.

Bij brief van 13 maart 2014 heeft [eiseres] de gemeente onder meer meegedeeld dat zij ten gevolge van de reconstructie van de President Kennedylaan te kampen heeft met teruglopende klandizie en omzet en heeft zij verzocht nadeelcompensatie toe te kennen.

2.4.

Bij brief van 7 april 2014 heeft de gemeente aan [eiseres] onder meer laten weten dat zij van mening is dat de gemeente zorgvuldig gehandeld heeft, er geen sprake is van een onrechtmatige daad en dat de gemeente geen aanleiding ziet om schadevergoeding toe te kennen.

2.5.

Na ontvangst op 19 juni 2014 van nadere financiële informatie van [eiseres] , heeft de gemeente bij brief van 26 juni 2014 nogmaals bevestigd dat zij het verzoek om schadevergoeding afwijst.

2.6.

Bij brief van 15 augustus 2014 heeft [eiseres] nogmaals verzocht om nadeelcompensatie toe te kennen.

2.7.

Bij brief van 30 september 2014 heeft de gemeente laten weten dat zij geen aanleiding ziet het eerder ingenomen standpunt te herzien.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert, na wijziging van eis, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de gemeente veroordeelt tot betaling aan haar van

€ 26.948,97, vermeerderd met rente en proceskosten.

3.2.

Aan deze vordering legt [eiseres] , samengevat, ten grondslag dat de door haar geleden omzetschade ten gevolge van de wegafsluiting disproportioneel was. Door de wegafsluiting was De Ridderhof eigenlijk niet meer bereikbaar. De omleidingsroute was niet reëel, omdat die leidde naar een paadje achterom het winkelcentrum. Voorts stelt [eiseres] dat de President Kennedylaan zonder nadere aankondiging plotseling is afgesloten, omdat de werkzaamheden het sluitstuk vormden van een eerder in gang gezet project, dat moest worden gestaakt vanwege geldgebrek. Indien de nieuwe weg wel in één keer was gerealiseerd, zou [eiseres] veel minder schade hebben geleden.

3.3.

De gemeente voert gemotiveerd verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De grondslag van de vordering stelt het égalité-beginsel aan de orde. In de rechtspraak is de regel ontwikkeld dat de onevenredig nadelige - dat wil zeggen buiten het normale maatschappelijke risico of het normale bedrijfsrisico vallende, en op een beperkte groep burgers of instellingen drukkende - gevolgen van een overheidshandeling of overheidsbesluit niet ten laste van die beperkte groep behoren te komen, maar gelijkelijk over de gemeenschap moeten worden verdeeld. Uit deze regel vloeit een tweetal, naast elkaar bestaande, vereisten voort: er moet sprake zijn van een abnormale last in de zin dat de schade buiten het normale maatschappelijke of normale ondernemersrisico moet vallen. Daarnaast moet sprake zijn van een speciale last, dat tot uitdrukking brengt dat een specifieke burger of beperkte groep burgers in vergelijking tot anderen onevenredig zwaar door een overheidshandeling moet zijn getroffen.

De vraag of in een bepaald geval de gevolgen van een overheidshandeling buiten het normale maatschappelijk risico of het normale ondernemersrisico vallen, moet worden beantwoord met inachtneming van alle van belang zijnde omstandigheden van het geval. Van belang kan hierbij onder meer zijn enerzijds de aard van de overheidshandeling en het gewicht van het daarmee gediende belang alsmede in hoeverre die handeling en de gevolgen daarvan voorzienbaar zijn voor de derde die als gevolg daarvan schade lijdt, en anderzijds de aard en de omvang van de toegebrachte schade.

4.2.

In het algemeen geldt, dat de gemeente in het kader van haar overheidstaak werkzaamheden als de onderhavige mag laten verrichten, ook als die enige schade voor bedrijven opleveren. Het behoort tot het normale ondernemersrisico dat dit soort werkzaamheden zo nu en dan enige hinder en daaruit voortvloeiende (omzet)schade veroorzaken. In het onderhavige geval hebben de werkzaamheden bestaan uit het vervangen van een wegvak alsmede de aanleg van een rotonde. Zoals de gemeente onweersproken heeft aangevoerd, zijn deze werkzaamheden uitgevoerd in het kader van de behartiging van de overheidstaak van de gemeente. Deze werkzaamheden waren voor [eiseres] in ieder geval voorzienbaar vanaf omstreeks 1 februari 2014, toen de gemeente bebording heeft geplaatst. Daarnaast heeft de gemeente in het plaatselijke weekblad van 12 februari 2014 de start van de werkzaamheden aangekondigd. Hoewel de wegafsluiting ruim drie maanden heeft geduurd, is De Ridderhof bereikbaar gebleven via een alternatieve route naar de buitenparkeerplaats van het winkelcentrum. Daarnaast is de ondergrondse parkeergarage van De Ridderhof bereikbaar gebleven via de Troubadourweg. Voorts acht de rechtbank van belang dat, zoals de gemeente onweersproken heeft aangevoerd, de werkzaamheden op termijn een gunstig effect hebben op de bereikbaarheid en de aantrekkingskracht van De Ridderhof. Een bijzondere omstandigheid is nog dat de gemeente de kosten van de winkeliersvereniging van De Ridderhof voor het plaatsen van acht grote advertenties ter promotie van het winkelcentrum tijdens de wegafsluiting heeft vergoed. In de afweging betrekt de rechtbank ook de aard van de gestelde schade, voornamelijk omzetschade, en de gestelde omvang daarvan. Dit alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat eventuele (omzet)schade ten gevolge van de tijdelijke afsluiting binnen het normale ondernemersrisico van [eiseres] valt, zodat reeds hierom haar vordering strandt. Toetsing aan het vereiste van de speciale last kan dan ook achterwege blijven.

4.3.

Bij deze uitkomst past dat [eiseres] in de kosten van de procedure wordt veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van de gemeente begroot op € 3.050,-, te weten € 1.892,- aan griffierecht en € 1.158,- aan salaris advocaat (2 punten à € 579,- volgens tarief III).

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure, aan de zijde van de gemeente begroot op € 3.050,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Bockwinkel en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2015.1

1 type: 1554