Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:8856

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-07-2015
Datum publicatie
29-07-2015
Zaaknummer
C/09/484865 / HA ZA 15-329
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

voeging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/484865 / HA ZA 15-329

Vonnis in incident van 22 juli 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

1. KWANTUM NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Tilburg,

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

2. KWANTUM BELGIË B.V.,

gevestigd te Tilburg,

eiseressen in de hoofdzaak,

verweersters in het incident tot voeging,

advocaat mr. C. Garnitsch te Eindhoven.

tegen

de rechtspersoon naar vreemd recht

VITRA COLLECTIONS AG,

gevestigd te Muttenz, Zwitserland,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident tot voeging,

advocaat mr. D. Knottenbelt te Rotterdam,

Eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in het incident zullen gezamenlijk worden aangeduid als Kwantum. Gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident zal hierna Vitra worden genoemd.

De zaak is voor Vitra inhoudelijk behandeld door mr. S.A. Klos en mr. J. Klopper, advocaten te Amsterdam, en voor Kwantum door mr. C. Garnitsch voornoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 20 februari 2015, met 21 producties,

  • -

    de incidentele conclusie tot voeging, tevens conclusie van antwoord, van Vitra van 3 juni 2015, met 16 producties,

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident tot voeging van Kwantum van 17 juni 2015.

1.2.

Vonnis in het incident is nader bepaald op heden.

2 Vorderingen en grondslagen in de hoofdzaak

2.1.

Kwantum vordert, zakelijk weergegeven, 1) een verklaring voor recht dat zij geen inbreuk heeft gemaakt of maakt op auteursrechten van Vitra, dat de door Kwantum verhandelde Paris stoel geen slaafse nabootsing is van de zogenaamde Eames DSW stoel en dat zij niet gehouden is tot het betalen van enige schadevergoeding uit dien hoofde, 2) opheffing van de door Vitra ten laste van haar gelegde beslagen en 3) vergoeding van de door de handhaving door Vitra van de door haar gepretendeerde rechten door Kwantum gederfde winst en geleden schade, met veroordeling van Vitra in de volledige proceskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1019h Rv (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering), te vermeerderen met wettelijke rente.

2.2.

Ter onderbouwing van haar vorderingen voert Kwantum aan dat Vitra haar ten onrechte heeft aangesproken op inbreuk op het auteursrecht op het ontwerp van de zogenaamde Eames DSW stoel, althans op slaafse nabootsing van dat ontwerp, en dat Vitra ten laste van haar conservatoir beslag tot afgifte en bewijsbeslag heeft gelegd. Vitra heeft vervolgens een kort geding tegen Kwantum aanhangig gemaakt waarin zij in het gelijk is gesteld1. Kwantum stelt dat Vitra geen auteursrecht in Nederland en/of België kan doen gelden ten aanzien van de Eames DSW stoel en dat, als er al een auteursrecht zou kunnen worden ingeroepen ten aanzien van de Eames DSW stoel, Vitra niet de rechthebbende is. Ook bestrijdt Kwantum de inbreuk op het auteursrecht en de gestelde slaafse nabootsing. Naar Kwantum stelt zijn de gelegde beslagen derhalve onrechtmatig en heeft zij schade geleden door deze onrechtmatigheid.

3 De incidentele vordering

3.1.

Bij incidentele conclusie vordert Vitra dat de rechtbank de onderhavige bodemprocedure op grond van artikel 222 Rv voegt met de bij dagvaarding van 23 februari 2015 door haar na het kort geding aanhangig gemaakte bodemprocedure tegen Kwantum, met zaaknummer C/09/486231 HA ZA 15-424.

3.2.

Vitra voert aan dat zij belang heeft bij de door haar aanhangig gemaakte bodemprocedure, onder meer omdat zij daarmee voldoet aan de gestelde voorwaarde in het beslagverlof van 28 november 2014 dat de eis in de hoofdzaak binnen twaalf weken na beslaglegging (24 februari 2015) dient te worden ingesteld en aan haar verplichting op grond van artikel 1019i Rv om een bodemprocedure aanhangig te maken. Dat Kwantum een dagvaarding heeft uitgebracht voordat Vitra de bodemprocedure aanhangig heeft gemaakt, neemt het belang van Vitra bij de door haar gestarte procedure niet weg, aldus Vitra.

3.3.

Op grond van het bovenstaande lijkt het Vitra opportuun de twee aanhangige bodemzaken tussen dezelfde partijen te voegen.

3.4.

Kwantum voert verweer. Zij stelt dat de door haar aanhangig gemaakte bodemprocedure – de onderhavige procedure – eerder aanhangig is gemaakt en dat zij in de andere bodemzaak met zaaknummer C/09/468231 HA ZA 15-424 reeds zelf een incident heeft opgeworpen waarin zij vordert dat die zaak met de onderhavige bodemzaak zal worden gevoegd. Ook voert Kwantum aan dat zij in de andere bodemzaak om niet-ontvankelijkheid van Vitra heeft verzocht. Kwantum vordert afwijzing van de incidentele vordering van Vitra met veroordeling van Vitra in de kosten van het incident conform artikel 1019h Rv, te vermeerderen met wettelijke rente.

4 De beoordeling in het incident

4.1.

Het argument van Kwantum komt erop neer dat geen voeging zou kunnen plaatsvinden omdat de onderhavige bodemprocedure eerder aanhangig is gemaakt dan de door Vitra aanhangig gemaakte bodemprocedure. Dat staat aan de gevorderde voeging echter niet in de weg. Nu beide partijen afzonderlijk van elkaar hebben gevorderd dat de twee aanhangige bodemzaken gevoegd zullen worden en voldaan is aan de door artikel 222 Rv gestelde voorwaarden, zal de incidentele vordering van Vitra worden toegewezen. Na voeging zullen de beide zaken gezamenlijk verder worden behandeld, waarbij niet van belang is of de onderhavige zaak is gevoegd bij de door Vitra aanhangig gemaakte bodemprocedure of omgekeerd.

4.2.

De beslissing over de proceskosten in de incidentele procedure zal worden aangehouden tot aan de beslissing in de hoofdzaak.

5 De procedure in de hoofdzaak

5.1.

De gevoegde zaken worden geplaatst op de rol van 5 augustus 2015 voor beraad comparitie.

6 De beslissing

De rechtbank:

in het incident

6.1.

voegt de onderhavige procedure met zaaknummer C/09/484865 HA ZA 15-329 met de procedure met zaaknummer C/09/486231 HA ZA 15-424;

6.2.

houdt de beslissing over de kosten van het incident aan tot de beslissing in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak

6.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 5 augustus 2015 voor beraad comparitie;

6.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.G.J. de Heij en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2015.

1 Vzr Den Haag, 23 januari 2015, (Vitra - Kwantum) zaaknummer C/09/478610/ KG ZA 14-1466.