Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:8341

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16-07-2015
Datum publicatie
20-07-2015
Zaaknummer
VK-15_3671
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2016:814, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

vlucht- en verblijfsalternatief, Sierra Leone, soweh-schap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 15/3671

V-nummer: [nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 16 juli 2015 in de zaak tussen

[naam 1], eiseres,

mede namens haar minderjarige kind [naam 2], geboren [geboortedatum 2],
gemachtigde mr. drs. J.M. Walls,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. J.E.P. Pijnenburg.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 19 februari 2015, waarbij de asielaanvraag van eiseres is afgewezen (het bestreden besluit).

De behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 4 juni 2015. Eiseres is ter zitting verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig A.K. Nyaku, tolk in de Krio taal. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiseres heeft gesteld te zijn geboren op [geboortedatum 1] en de Sierraleoonse nationaliteit te bezitten. Op 21 mei 2014 heeft eiseres een aanvraag ingediend tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag bij besluit van 27 juni 2014 afgewezen. De voorzieningenrechter van deze rechtbank en zittingsplaats heeft het daartegen door eiseres ingediende beroep bij uitspraak van 24 juli 2014 (Awb 14/15203) gegrond verklaard en voornoemd besluit vernietigd vanwege de onzorgvuldige voorbereiding van het tegengeworpen vlucht- c.q. vestigingsalternatief elders in Sierra Leone. Eiseres is vervolgens op 6 januari 2015 aanvullend gehoord.

2. Verweerder heeft bij het bestreden besluit de aanvraag van eiseres opnieuw afgewezen omdat eiseres elders in Sierra Leone een vlucht- dan wel vestigingsalternatief heeft. Verweerder heeft zijn herhaald standpunt ditmaal gebaseerd op een artikel van Amnesty International (AI) van 22 juli 2014, “Communities in Sierra Leone turn their backs on female genital mutilation” (hierna: FGM). Hierin wordt gewezen op een gebied in het Noord-Westen van Sierra Leone, met name het Chiefdom Masungbala, waar in augustus 2011 een Memorandum of Understanding (MoU) is ondertekend, waarbij is afgesproken dat besnijdenis van meisjes onder 18 jaar niet langer is toegestaan en dat vrouwen boven 18 jaar niet meer zonder hun toestemming mogen worden besneden. Ook zijn er steeds meer NGO’s in Sierra Leone actief met anti-FGM campagnes, evenals VN-organisaties zoals Unicef en de kerk. Verweerder heeft aangenomen dat eiseres zich als alleenstaande, meerderjarige vrouw kan handhaven in een ander vestigingsgebied, bijvoorbeeld in het hierboven aangehaalde artikel genoemde Noord-Westen van Sierra Leone. Volgens verweerder zijn er onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat eiseres na terugkeer alsnog van de zijde van het Bundu-genootschap zou hebben te vrezen, nu zij in de periode na haar ontsnapping aan het inwijdingsritueel tot aan haar vertrek zonder problemen in Sierra Leone heeft verbleven. Dit geldt temeer nu blijkens voornoemd artikel van AI de situatie in haar land van herkomst ten aanzien van FMG is verbeterd.

3. Eiseres heeft aangevoerd dat verweerder, met de verwijzing naar de verbetering van de situatie ten aanzien van FMG, de nog immer bestaande macht en de maatschappelijke betekenis van het Bundu-genootschap heeft miskend. Het is voor eiseres bij terugkeer onmogelijk zich te onttrekken aan het soweh-schap. Verweerder heeft derhalve eiseres wederom ten onrechte een vlucht- c.q. vestigingsalternatief in het land van herkomst tegengeworpen. Eiseres betwist dat zij na haar ontsnapping zonder problemen in Sierra Leone heeft gewoond, nu zij nadien ondergedoken in Freetown verbleef.

4. In het verweerschrift van 3 juni 2015 heeft verweerder aangegeven dat in de verbeterde situatie ten aanzien van FMG besloten ligt dat de macht van het Bundu-genootschap ook afneemt.

De rechtbank overweegt als volgt.

5. Verweerder heeft zijn standpunt over de aanwezigheid van een vlucht- of vestigingsalternatief dit maal gebaseerd op bovenvermeld artikel van AI van 22 juli 2014 en het feit dat er steeds meer NGO’s in Sierra Leone actief zijn met anti-FGM campagnes.

6. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de inhoud van het artikel van AI en het feit dat steeds meer NGO’s actief zijn met anti-FMG campagnes niet de conclusie worden gebaseerd dat eiseres, die reeds besneden is, ten dele (onder dwang) al was ingewijd en zich heeft onttrokken aan het soweh-schap, een vlucht- of vestigingsalternatief elders in Sierra Leone heeft. In het artikel wordt immers in het geheel niet gesproken over het Bundu-genootschap, derhalve evenmin dat sprake is van een afname van de macht van dit genootschap. De aanname van verweerder dat dit besloten ligt in de positieve ontwikkeling in Sierre Leone ten aanzien van FMG, is op geen enkele wijze onderbouwd. Nu verweerder met het tegenwerpen van een vlucht- en vestigingsalternatief aannemelijk heeft geacht dat eiseres te vrezen heeft voor vervolging van het Bundu-genootschap, is de vraag of zij nu wel of niet na haar ontsnapping problemen heeft ondervonden van het genootschap naar het oordeel van de rechtbank niet meer relevant.

7. Gelet op het voorgaande is het tegenwerpen van een vlucht- c.q. vestigingsalternatief aan eiseres ondeugdelijk gemotiveerd, zodat het beroep wederom gegrond moet worden verklaard. Het bestreden besluit zal worden vernietigd, dit maal wegens strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

8. De rechtbank ziet in dit geval aanleiding verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte kosten. Deze kosten zijn op voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 980,- (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 490,- en een wegingsfactor 1.

Beslissing

De rechtbank:

-verklaart het beroep gegrond;

-vernietigt het bestreden besluit;

-bepaalt dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit neemt met inachtneming van deze uitspraak;

-veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 980 (negenhonderdtachtig euro), te
betalen aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2015.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.