Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:8315

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17-07-2015
Datum publicatie
28-07-2015
Zaaknummer
C-09-488678 - KG ZA 15-679
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Bij de beoordeling van de inschrijvingen zijn geen nieuwe/onbekende sub-subgunningscriteria gehanteerd. De beoordeling van de inschrijvingen heeft plaatsgevonden conform de vooraf bekendgemaakte beoordelingssystematiek. Niet kan worden aangenomen dat de winnaars van de aanbesteding niet voldoen aan de eisen.

Wetsverwijzingen
Aanbestedingswet 2012
Aanbestedingswet 2012 2.130
Aanbestedingswet 2012 2.138
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2015/192
Module Aanbesteding 2015/184

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/488678 / KG ZA 15-679

Vonnis in kort geding van 17 juli 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GRIP ROAD INSPECTION B.V.,

gevestigd te Eersel,

eiseres,

advocaat mr. A. van der Toorn te Roermond,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

(ministerie van Infrastructuur en Milieu),

zetelend te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. A.C.M. Prasing-Remmé te Utrecht,

waarin zijn tussengekomen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KOAC NPC, INSTITUUT VOOR MATERIAAL- EN WEGBOUWKUNDIG ONDERZOEK B.V.,

mede handelend onder de naam KOAC-NPC B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AVECO DE BONDT B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'Grip', 'de Staat', 'Koac' en 'Aveco'.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties;

- de brief van de Staat van 30 juni 2015, met productie;

- de incidentele conclusies tot tussenkomst, dan wel voeging;

- de op 3 juli 2015 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De incidenten tot tussenkomst en (subsidiair) voeging

2.1.

Koac en Aveco hebben primair gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Grip en de Staat en subsidiair om zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Ter zitting hebben Grip en de Staat verklaard geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van de incidentele vorderingen. Koac en Aveco zijn vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

Op 26 januari 2015 is Rijkswaterstaat, een onderdeel van de Staat, een Europese openbare aanbestedingsprocedure gestart met betrekking tot de uitvoering van stroefheidsmetingen voor Rijkswegen conform de Sideway Force (SWF) methode.

3.2.

Voor zover hier van belang vermeldt het Beschrijvend Document:

" 1.2 Beschrijving van de opdracht

RWS (voorzieningenrechter: Rijkswaterstaat) heeft er voor gekozen om met ingang van 2017 de meting van stroefheid conform de methode van de Sideway Force (SWF) te gaan uitvoeren en daarbij vanuit praktische gronden aan te sluiten bij de Duitse implementatie volgens "TP-Griff-StB (SKM)" inclusief de borging van de generieke kwaliteit, zoals die door de Duitse BASt wordt uitgevoerd. (…)

(…)

1.3

Perceelindeling

RWS-CIV (voorzieningenrechter: Rijkswaterstaat Centrale Informatievoorziening) heeft deze opdracht opgedeeld in 2 geografische percelen.

Het werkgebied is onderverdeeld in twee percelen:

perceel A omvat de RWS regio’s West Nederland Zuid, Zee en Delta, Zuid Nederland

perceel B omvat de RWS regio’s West Nederland Noord, Midden Nederland, Oost Nederland, Noord Nederland

(…)

1.5.

Resultaat van de aanbesteding/Duur en ingangsdatum overeenkomst

Het doel van deze aanbesteding is te komen tot een overeenkomst met per perceel 1 (één) partij betreffende het uitvoeren van stroefheidsmetingen met behulp van de Seitenkraft-Messverfahren (SKM).

(…)

3.7.

Beoordelingsproces

Alvorens tot opening van de inschrijvingen wordt overgegaan, wordt een beoordelingsmethodiek opgesteld. Deze beoordelingsmethodiek is vastgelegd in een beoordelingsinstructie. Deze instructie is een RWS-CIV intern document en wordt niet aan inschrijvers ter beschikking gesteld. Onderstaand wordt de voor ondernemers relevante informatie verstrekt over de beoordelingsmethodiek.

RWS-CIV hanteert beoordeling op basis van expert opinion. Dit houdt in dat een beoordelingsteam van deskundigen zich een professioneel oordeel vormt op basis van de eigen kennis en expertise. Om de objectiviteit te waarborgen wordt het beoordelingsteam zodanig samengesteld dat hierin alle relevante disciplines vertegenwoordigd zijn. Criterium is dat voor elk onderdeel van de beoordeling minstens twee personen met de benodigde deskundigheid in het team zitting hebben.

Elke beoordelaar beoordeelt eerst individueel de inschrijvingen conform de instructies opgenomen in de beoordelingsinstructie. Hierna nemen alle beoordelaars deel aan de beoordelingsbijeenkomst. De inschrijvingen worden door het team gezamenlijk besproken om tot een zo zorgvuldig mogelijke beoordeling te komen.

De resultaten van dit beoordelingsproces leiden tot een gunningsadvies aan de opdrachtgever binnen RWS voor deze aanbesteding.

(…)

3.8.

Gunningsbeslissing

Nadat de beoordelingsprocedure geheel is doorlopen en de ranking heeft plaatsgevonden, zal RWS CIV elke inschrijver gelijktijdig en onder opgaaf van de relevante redenen mededeling doen van de gunningsbeslissing.

RWS CIV deelt bepaalde gegevens betreffende de gunningsbeslissing niet mee indien naar haar mening openbaarmaking van die gegevens:

de toepassing van de wet in de weg zou staan;

met het openbaar belang in strijd zou zijn;

de gerechtvaardigde economische belangen van ondernemers zou kunnen schaden of

afbreuk aan de eerlijke mededinging tussen hen zou kunnen doen.

Op verzoek van een inschrijver is RWS CIV bereid mondeling een nadere toelichting op zijn gunningsbeslissing te geven.

(…)

4.3.4

Tegenstrijdigheden en/of onvolkomenheden

Dit document, met bijbehorende bijlagen, is met zorg samengesteld. Mocht een inschrijver desondanks tegenstrijdigheden en/of onvolkomenheden tegenkomen, dan dient RWS-CIV hiervan terstond door inschrijver op de hoogte te worden gesteld. Indien op enig moment blijkt dat dit document tegenstrijdigheden en/of onvolkomenheden bevat en inschrijver deze redelijkerwijs had kunnen en/of moeten ontdekken, maar inschrijver RWS-CIV hiervan echter niet schriftelijk op de hoogte heeft gebracht, zijn deze tegenstrijdigheden en/of onvolkomenheden voor eigen risico en rekening van inschrijver.

(…)

4.3.9

Percelen

Inschrijver dient voor elk perceel in te schrijven. Een inschrijver kan echter niet meer dan één perceel gegund krijgen.

(…)

5.3.3.1. Kerncompetenties

De vastgestelde kerncompetenties zijn:

Kerncompetentie1.
Inschrijver dient aan te tonen in de periode van 3 jaar voorafgaande aan de datum van deze aanbesteding op een vakkundige en regelmatige wijze te hebben uitgevoerd en tijdig te hebben opgeleverd, één referentieproject op het gebied van het inwinnen, verwerken en opleveren van stroefheidsdata van autosnelwegen en autowegen met een minimum contractomvang van 50.000 Euro.

Kerncompetentie2.
Inschrijver dient aan te tonen in de periode van 3 jaar voorafgaande aan de datum van deze aanbesteding op een vakkundige en regelmatige wijze te hebben uitgevoerd en tijdig te hebben opgeleverd, één referentieproject waaruit aantoonbare ervaring blijkt met de organisatie van verkeersmaatregelen bij de uitvoering van stroefheidsmetingen.

(…)

Kerncompetentie 3

Inschrijver dient te verklaren en aan te tonen, gedurende de looptijd van de overeenkomst (inclusief optionele verlengingen) de beschikking te hebben over twee gekwalificeerde operators met minimaal een half jaar ervaring met de uitvoering van stroefheidsmetingen.

Om aan te tonen dat inschrijver beschikt over de bovengenoemde kerncompetentie 3, dient inschrijver een functieprofiel aan de inschrijving toe te voegen als bijlage 6 en daarin tevens te verklaren dat aan deze Kerncompetentie wordt voldaan.

6 Gunning

(…)

6.3.

Beoordeling op gunningscriteria

Het criterium voor de gunning van deze aanbesteding is de 'economisch meest voordelige inschrijving' (EMVI). Het EMVI-criterium is uitgesplitst in een aantal gunningscriteria die door middel van een procentuele factor in belangrijkheid zijn geordend. Per gunningscriterium wordt beoordeeld in welke mate de inschrijving voldoet. Vermenigvuldiging met de weegfactoren leidt tot een score per gunningscriterium. Ieder gunningscriterium telt mee in de totaalscore per inschrijver.

RWS-CIV hanteert de in de tabel hieronder vermelde gunningscriteria en weegfactoren.

Nr.

Gunningscriteria

Weegfactor

Paragraaf

1

Prijs

40% (400 punten)

6.4.1

2

Kwaliteit

60% (600 punten)

6.4.2

6.4.

Gunningscriteria

De inschrijvingen die voldoen aan de minimumeisen worden beoordeeld op grond van de gunningscriteria, zoals in de paragrafen 6.4.1 tot en met 6.4.2 staan omschreven. Hierbij wordt een weging gehanteerd tussen de gunningscriteria, zoals aangegeven in de tabel in paragraaf 6.3.

De beoordeling wordt uitgevoerd door een beoordelingsteam van deskundigen op basis van expert opinion zoals beschreven in paragraaf 3.7.

6.4.1

Gunningscriterium 1: Prijs

(…)

Bij de beoordeling van de inschrijvingen op het gunningscriterium ‘prijs’ geldt

de inschrijver met de laagste inschrijvingsprijs krijgt 400 punten

voor de overige inschrijvers wordt het aantal punten als volgt berekend:

400 X (laagste inschrijvingsprijs) / (inschrijvingsprijs van de inschrijver)

(…)

6.4.2

Gunningscriterium 2: Kwaliteit

Gunningscriterium kwaliteit wordt beoordeeld op basis van de door inschrijver ingediende documenten.

Nr.

Subgunnings-criterium

Beoordelingskader (Aandachtspunten)

In te dienen informatie

Weging

1

Leverbetrouwbaarheid

De wijze waarop de MJPV- én incidentele metingen worden voorbereid en uitgevoerd waarbij rekening wordt gehouden met te benoemen risico’s, inclusief beheersmaatregelen. Doelstelling van de aanbesteder is hierbij dat zowel de MJPV metingen als de incidentele metingen, tijdig worden geleverd conform de in de overeenkomst genoemde levertermijnen.

Maximaal 3 A4

(Bijlage 8, formatvrij)

50%

2

Verificatie

De wijze waarop de vereiste volledigheid én nauwkeurigheid, conform het contract, zal worden geborgd en aangetoond voor zowel MJPV als Incidentele metingen.

Doelstelling van de aanbesteder is dat de door de Opdrachtnemer geleverde producten de minimale vereiste kwaliteit hebben, zoals is omschreven in het overeenkomst.

Maximaal 3 A4

(Bijlage 9, formatvrij)

50%

RWS-CIV hanteert de in de tabel hieronder vermelde subgunningscriteria en weegfactoren met betrekking tot kwaliteit.

Als score model wordt een 4 puntenschaal gehanteerd.

Beoordeling

Score

De uitwerking is van een zeer goede kwaliteit.

3

De uitwerking is van een goede kwaliteit.

2

De uitwerking is van een matige kwaliteit.

1

Niet of nauwelijks uitgewerkt, of de uitwerking bevat niet of nauwelijks relevante tekst.

0

Bij de beoordeling van de inschrijvingen op het gunningscriterium ‘kwaliteit’ geldt:

Voor elk afzonderlijk subgunningscriterium wordt een score bepaald door het gemiddelde te berekenen van de scores die het beoordelingsteam aan het betreffende document heeft gegeven.

De score voor het gunningscriterium kwaliteit wordt bepaald door het gewogen gemiddelde te berekenen van de scores voor de subgunningscriteria.

De inschrijver met de hoogste score voor het gunningscriterium kwaliteit krijgt 600 punten.

Voor de overige inschrijvers wordt het aantal punten als volgt berekend:

600 X (score kwaliteit van de inschrijver) / (hoogste score kwaliteit) .

Inschrijver dient voor elk van de subgunningscriteria een score te behalen van minimaal 1 om voor gunning in aanmerking te komen. Indien dit niet het geval is zal de inschrijving ter zijde gelegd worden."

3.3.

Er zijn vijf Nota's van Inlichtingen opgesteld.

3.4.

Op de aanbesteding hebben drie partijen een geldige inschrijving ingediend, te weten Grip, Koac en Aveco. Grip heeft op beide percelen ingeschreven.

3.5.

Bij brief van 24 april 2015 heeft Rijkswaterstaat het volgende bericht aan Grip:

"Op 26 januari 2015 is de opdracht “EU-aanbesteding stroefheidsmetingen voor de Rijkswegen conform de Sideway Force (SWF) methode” met zaaknummer 31094235 aanbesteed.

U heeft hierop ingeschreven. In totaal zijn 4 inschrijvingen ontvangen.

Als gunningcriterium geldt de economisch meest voordelige inschrijving, EMVI.

Hierbij bericht ik u dat mijn gunningbeslissing behelst dat ik voornemens ben voornoemde opdracht te gunnen aan de volgende ondernemer(s):

Perceel A: KOAC-NPC B.V.

Perceel B: Aveco de Bondt B.V.

In de ranking m.b.t. de kwaliteit is uw bedrijf in beide percelen als 3de geëindigd.

In de ranking m.b.t. de prijs is uw bedrijf in beide percelen als 3de geëindigd.

Op basis van de totaalscore is uw bedrijf in beide percelen als 3de geëindigd.

Toelichting: De bijbehorende puntenscores m.b.t. kwaliteit zijn voor beide percelen t.o.v. het hoogst scorende bedrijf:

Perceel 1/2

Naam Inschrijver

Leverbetrouwbaarheid

Verificatie

Totaal Kwaliteit

% t.o.v. hoogste

KOAC-NPC

279,7

320,3

600

100

Grip Road Inspection

152,5

86,4

239,0

40

Zoals uit bovenstaand overzicht blijkt, zijn de kwaliteitsscores van uw inschrijving behoorlijk afwijkend t.o.v. die van KOAC NPC als zijnde de, op kwaliteit, hoogst scorende leverancier.

In bijlage 1 worden alle relevante redenen genoemd waarom uw inschrijving niet is gekozen en waarom de inschrijvingen van de winnaars wel zijn gekozen."

3.6.

De in voormelde brief van 24 april 2015 bedoelde bijlage 1 vermeldt:

Leverbetrouwbaarheid

1. 1. Beschrijving proces van voorbereiding en uitvoering is van matige kwaliteit. Er wordt bv geen rekening gehouden met uitlopende planning als gevolg van weersomstandigheden. Ook wordt niet of nauwelijks ingegaan op de bij de uitvoering betrokken actoren en hun verantwoordlijkheden. De hoogst scorende partij beschrijft e.e.a. uitgebreid.

2. 2. Wat opvalt is dat de beschikbaarheid van medewerkers onvoldoende geborgd is door de opzet van organisatie. Ook is niet duidelijk dat de organisatie dag en nacht bereikbaar is als Incidentele metingen op afroep moeten worden verricht.

Verificatie

1. Er wordt door Grip geen aandacht geschonken aan het rapporteren van de voortgang.

2. Er wordt door Grip geen aandacht geschonken aan het toepassen van de juiste locatiecodering

3. Er zijn formats van belang te weten Geo Rohdaten en UUI.

UUI is nieuw te ontwikkelen voor dit bedrijf. Hier hoort een uitgebreid testtraject bij. Nergens blijkt dat dit wordt onderkend. Zonder juiste UUI-formaat kon RWS de data niet inlezen.

4. 4. Er wordt door GRIP Road Inspection niet beschreven hoe men denkt om te gaan met storingen.

5. 5. Er wordt door GRIP Road Inspection niet beschreven hoe wordt voldaan aan de langssynchronisatie
-eis van 10 meter, signaalverlies en de nauwkeurigheid van de plaatsbepaling. Ook wordt er door GRIP Road Inspection niet beschreven hoe de bijvoorbeeld de langssynchronisatie software wordt gevalideerd en dat er een testrapport aan de Opdrachtgever wordt overhandigd.

6. 6. Er wordt door GRIP Road Inspection niet beschreven hoe aan de eis wordt voldaan m.b.t. meetomstandigheden o.a. temperatuur en oppervlaktevervuiling. Tevens wordt door GRIP Road Inspection niet beschreven en aangetoond hoe zij borgen dat er in het rijspoor wordt gemeten."

3.7.

Bij brief van 6 mei 2015 heeft Grip aan Rijkswaterstaat haar bezwaren tegen de gunningsbeslissing kenbaar gemaakt en om een nadere toelichting verzocht. Rijkswaterstaat heeft daarop - bij brief van 11 mei 2015 - gereageerd. Hierin geeft Rijkswaterstaat onder andere aan dat de scores van de winnaars met betrekking tot het criterium prijs niet worden bekendgemaakt, omdat deze als bedrijfsvertrouwelijke informatie worden beschouwd. Verder vermeldt deze brief:

"Nadere inhoudelijke toelichting op de kwaliteitsonderdelen Leverbetrouwbaarheid en Verificatie.

Leverbetrouwbaarheid

Zwak/matig zijn:

Proces van voorbereiding en proces van uitvoering matig/niet beschreven

In het Planningsproces worden geen actoren en verantwoordelijkheden genoemd. Daarnaast geen bewaking van de planning, geen flexibiliteit in geval van Incidentele metingen, geen beschrijving opvolging planning in geval van uitlopende planning door weersomstandigheden.

Inkoopproces niet beschreven met verantwoordelijken, actoren etc.

Beschikbaarheid medewerkers: teams zijn aanwezig, maar de borging hiervan ontbreekt dus hoe is organisatie bereikbaar + wie verantwoordelijk voor planning + welke actoren + hoe is beschikbaarheid georganiseerd (denk aan prioriteiten, vakantie, ziekte, calamiteiten) + Calamiteiten.

Risico’s. Er is een aantal risico’s genoemd echter smart beheersmaatregelen ontbreken. Dus onvoldoende overtuiging voor beheersing van zowel MJPV- als Incidentele metingen.

Algemeen: In de 3 A4-tjes op EMVT-kwaliteit 'leverbetrouwbaarheid' te weinig nadruk op die Leverbetrouwbaarheid (teveel andere onderwerpen die geen relatie hebben met omschrijving en dus geen score op kwaliteit). GRIP legt wel nadruk op middelen (auto’s, meetpersoneel, relaties, BASt goedkeuring) maar de organisatie hiervan en de processen zijn minimaal beschreven: o.a. hoe gebeurt de werkvoorbereiding, hoe de gegevensverwerking, hoe de kwaliteitsborging, hoe gebeurt de vrijgave.

Verificatie (Volledigheid)

Zwak/matig zijn:

• Nauwelijks aandacht voor volledige levering van het areaal m.a.w. organisatie, proces en borging hiervan ontbreken.

• Rapporteren voortgang nauwelijks uitgewerkt (onder verificatie).

• Juiste lokatiecodering nauwelijks uitgewerkt (onder verificatie), zoals afwijkingen van referentiebestand en hoe BPS correct wordt toegepast.

• Correcte formats is genoemd maar testtraject voor UUI is niet onderkend.

Verificatie (Nauwkeurigheid)

Zwak/matig zijn:

• Storingen opmerken en foutherstel (proces) buiten de verplichte BASt controles volgens de norm, krijgt weinig aandacht. Dus hoe wordt voorkomen dat RWS afwijkingen in de rapportages krijgt.

• Langssynchronisatie van metingen nauwelijks genoemd bv validatie van de software en testrapport hiervan naar RWS.

• Juiste meetomstandigheden en meetuitvoering is niet uitgewerkt (o.a. temperatuur oppervlaktevervulling; geen borging rijspoor).

Algemeen : te weinig nadruk 3 A4tjes op EMVI-kwaliteit 'verificatie.'"

3.8.

Op 12 mei 2015 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen Grip en Rijkswaterstaat. Naar aanleiding hiervan heeft Rijkswaterstaat - bij brief van 13 mei 2015 - aan Grip doen toekomen nadere informatie over scores "op het niveau van sub-sub gunningscriteria inzake kwaliteitsitems Leverbetrouwbaarheid en Verificatie".

3.9.

In reactie op een e-mailbericht van 13 mei 2015 van Grip, waarin wordt verzocht om een Excell-sheet met een overzicht van de verschillende scores, heeft Rijkswaterstaat diezelfde dag - per e-mail - het volgende bericht aan Grip:

"Ik heb in het overleg aangegeven dat ik de gebruikte sub-sub gunningscriteria, alsmede de scores daarop, aan u zou sturen, zodat u zich een beeld zou kunnen vormen van onze beoordeling op deze sub-sub gunningscriteria. Hier heb ik naar mijn mening aan voldaan; weliswaar niet in een Excell-bestand, maar dat laat onverlet dat u de gegevens hebt ontvangen, die door mijn zijn toegezegd en hetgeen conform de afspraken is, zoals in de e-mail is verwoord, die gisteren door mij om 18:02 aan u is verstuurd."

4 Het geschil

4.1.

Na vermindering van eis vordert Grip - zakelijk weergegeven - de Staat, op straffe van verbeurte van een dwangsom, te veroordelen:

I. de aanbestedingsprocedure onmiddellijk te staken;

II. Grip toe te laten tot de gunning en beoordeling bij een eventuele heraanbesteding van de opdracht;

een en ander met veroordeling van de Staat in de proceskosten.

4.2.

Daartoe voert Grip - samengevat - het volgende aan.

De handelwijze van Rijkswaterstaat is niet transparant en Grip is niet op dezelfde wijze behandeld als de andere inschrijvers. Zo zijn er blijkens de beoordeling van de inschrijving van Grip sub-subgunningscriteria gehanteerd die op voorhand niet bekend waren en ook niet konden zijn. Deze - voor Grip onbekende - criteria waren kennelijk wel bekend bij Koac en Aveco, die op dit moment belast zijn met de uitvoering van de stroefheidsmetingen ten behoeve van Rijkswaterstaat. Voorts bevreemdt het dat Grip voor wat het criterium 'kwaliteit' als derde is geëindigd, nu nagenoeg alle eisen betrekking hebben op de uitvoering van SWF-metingen. Grip is de enige die thans reeds overeenkomstig die methode werkt en dienaangaande is gecertificeerd. Betwijfeld moet worden of Koac en Aveco wel (kunnen) voldoen aan de eisen. Bovendien heeft de beoordeling van de inschrijvingen niet plaatsgevonden, zoals beschreven in de aanbestedingsstukken en bestaat de indruk dat de beoordelaars niet beschikken over de vereiste materiedeskundigheid. Alles bijeengenomen lijkt het er op dat de winnaars van de aanbesteding op voorhand vaststonden.

4.3.

De Staat, Koac en Aveco voeren gemotiveerd verweer, dat - voor zover nodig - hierna zal worden besproken.

4.4.

De vorderingen van Koac en Aveco komen er op neer dat (verder) uitvoering moet worden gegeven aan de gunningsbeslissing, omdat deze op goede gronden is genomen.

4.5.

Voor zover nodig zullen de standpunten van Grip en de Staat met betrekking tot de vorderingen van Koac en Aveco hierna worden besproken.

5 De beoordeling van het geschil

Met betrekking tot de vorderingen van Grip

Inleiding

5.1.

In de kern genomen komen de bezwaren van Grip neer op het volgende:

(i) in strijd met het aanbestedingsrecht zijn bij de beoordeling van haar inschrijving sub-subgunningscriteria gehanteerd, die op voorhand niet kenbaar waren, dan wel konden zijn;

(ii) de beoordeling van de inschrijvingen heeft niet plaatsgevonden op de wijze zoals aangekondigd in de aanbestedingsstukken;

(iii) Koac en Aveco voldoen niet aan de eisen.

5.2.

In de dagvaarding heeft Grip ook nog aangevoerd dat Rijkswaterstaat ten onrechte weigert de prijzen, waarmee Koac en Aveco hebben inschreven, bekend te maken. Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding is Grip daarop in het geheel niet meer teruggekomen. Gelet hierop moet ervan worden uitgegaan dat Grip dat bezwaar heeft laten schieten. Voor zover zij het (toch) heeft willen handhaven, moet het bezwaar als ongegrond worden aangemerkt. Op grond van artikel 2.138 van de Aanbestedingswet 2012 behoeft een aanbestedende dienst gegevens betreffende de gunning niet te openbaren indien daarmee de rechtmatige commerciële belangen van ondernemers zouden kunnen worden geschaad en/of afbreuk zou kunnen worden gedaan aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers. Rijkswaterstaat heeft die bevoegdheid ook nog eens expliciet opgenomen in het Beschrijvend Document onder 3.8. Aangenomen moet worden dat die situaties, dan wel één ervan, zich zou kunnen voordien bij bekendmaking van de inschrijvingsprijzen van Koac en Aveco.

Nieuwe criteria

5.3.

Grip stelt zich op het standpunt dat uit de brief van Rijkswaterstaat van 11 mei 2015 blijkt dat bij de beoordeling van de kwalitatieve subgunningscriteria Leverbetrouwbaarheid en Verificatie sub-subgunningscriteria zijn gehanteerd die in de aanbestedingstukken niet zijn opgenomen, wat in strijd is met de fundamentele beginselen van het aanbestedingsrecht.

5.4.

Teneinde te beoordelen of in een aanbestedingsprocedure het - hier aan de orde zijnde - transparantiebeginsel in acht is genomen, moet worden uitgegaan van de zogenaamde 'Succhi di Frutta-norm'. Van belang is dat alle voorwaarden een modaliteiten van de procedure in de aanbestedingsstukken worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, opdat enerzijds alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren en anderzijds de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de inschrijvingen beantwoorden aan de criteria die op de betreffende opdracht van toepassing zijn.

5.5.

In paragraaf 6.4.2 van het Beschrijvend Document wordt het beoordelingskader (ook wel "Aandachtspunten" genoemd) aangegeven met betrekking tot de kwalitatieve subgunningscriteria Leverbetrouwbaarheid en Verificatie. Gesteld noch gebleken is dat dat onderdeel van het Beschrijvend Document niet voldoet aan de hieronder - onder 5.4 - vermelde norm.

5.6.

In aanbestedingsprocedures is het niet ongebruikelijk en ook toegestaan dat kwalitatieve criteria vrij algemeen ('open') worden geformuleerd. Dat is hier ook het geval. In een dergelijke situatie wordt van de inschrijver verwacht dat hij in eigen bewoordingen aangeeft op welke wijze hij de verlangde 'kwaliteit' gaat leveren. Daarmee wordt hij in de gelegenheid gesteld zich te onderscheiden van de andere inschrijvers en aldus zijn 'meerwaarde' aan te tonen. Mede gelet hierop mag van de aanbestedende dienst dan ook niet worden verwacht dat deze aangeeft wat nodig is om een maximale score voor wat betreft het criterium 'kwaliteit' te behalen. Alsdan zou iedere innovatie, creativiteit of zelfstandig denkproces bij de inschrijvers worden geëcarteerd. Aan een gunningssystematiek - zoals hier aan de orde - is derhalve inherent dat een inschrijvende partij de ruimte wordt geboden om op eigen wijze aan te geven hoe hij de gewenste kwaliteit invult. Daardoor wordt hij optimaal gestimuleerd om inventief in te schrijven en kenbaar te maken begrip en inzicht te hebben voor c.q. in die aspecten van de opdracht die volgens hem relevant zijn voor de aanbestedende dienst.

5.7.

Bezien in het licht van het voorgaande kan Grip niet worden gevolgd in haar stelling dat uit de brief van Rijkswaterstaat van 11 mei 2015, voor zover hiervoor geciteerd onder 3.7, blijkt dat elf sub-subgunningscriteria zijn gehanteerd die niet in de aanbestedingsstukken worden vermeld. Met de Staat moet worden geoordeeld dat de betreffende onderdelen van de brief slechts 'aspecten' betreffen die de beoordelaars betrekken bij de beoordeling van de vraag of en - zo ja - in welke mate door een inschrijver wordt voldaan aan de eisen voor wat betreft de criteria Leverbetrouwbaarheid en Verificatie. Zoals uit het voorgaande volgt behoefde Rijkswaterstaat die aspecten niet uitdrukkelijk op te nemen in de aanbestedingsstukken. Als behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettend inschrijver heeft Grip dat moeten (kunnen) begrijpen, alsmede dat van haar werd verwacht dat zij, aan de hand van het in paragraaf 6.4.2 van het Beschrijvend Document vermelde beoordelingskader, in haar inschrijving in eigen bewoordingen zou aangeven hoe zij aan de betreffende criteria zal voldoen en ook nog op een zodanige wijze dat zij zich - in positieve zin - onderscheidt van de andere inschrijvers. Dat de betreffende 'aspecten' daarbij een rol zouden (kunnen) spelen moet voor haar ook duidelijk zijn geweest.

5.8.

Op grond van het bovenstaande strandt het onderhavige bezwaar van Grip. Hieraan doet niet af dat in de - onder 3.8 vermelde - brief van Rijkswaterstaat van 13 mei 2015 en het - onder 3.9 vermelde - e-mailbericht wordt gesproken van "sub-sub gunningscriteria". De voorzieningenrechter begrijpt dat de gebruikte terminologie zou kunnen leiden tot misverstanden, maar - tegen de achtergrond van het vorenstaande - kan de inhoud van die correspondentie niet meebrengen dat het standpunt van Grip voor juist moet worden gehouden. Voorts is niet aannemelijk geworden dat Koac en Aveco ervan op de hoogte waren (gebracht door Rijkswaterstaat) dat de in de brief van 11 mei 2015 vermelde 'aspecten' een rol zouden spelen bij de beoordeling van de inschrijvingen. Grip baseert zijn stellingen in dat verband enkel op een vermoeden, wat niet als een voldoende onderbouwing kan worden beschouwd. Bovendien is de juistheid van dat vermoeden stellig betwist.

Beoordelingsmethode

5.9.

Grip stelt zich op het standpunt dat de beoordeling van de inschrijving(en) niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig hetgeen de aanbestedingstukken daarover vermelden.

5.10.

Zoals de Staat terecht heeft aangevoerd baseert Grip haar stellingen in dit verband in feite ook slechts op aannames, vermoedens en suggesties. Hiervoor is - onder 5.8 - al aangeven dat daarmee geen sprake is van een deugdelijke onderbouwing. Voor zover Grip zich beroept op uitlatingen van de zijde van Rijkswaterstaat tijdens besprekingen (zie dagv. sub 22) ontbreken stukken waaruit blijkt dat de betreffende uitlatingen zijn gedaan. Overigens zou - zelfs indien de betreffende uitlatingen daadwerkelijk zijn gedaan - enkel op grond daarvan de juistheid van voormelde stelling van Grip nog niet kunnen worden aangenomen. Daar komt bij dat de Staat gemotiveerd heeft aangevoerd dat de inschrijvingen geheel conform de aanbestedingstukken zijn beoordeeld (zie pleitnota sub 42 en 43). Een en ander brengt mee dat Grip - in het bestek van dit kort geding - niet kan worden gevolgd in haar bezwaar.

5.11.

Met Grip moet overigens wel worden geconcludeerd dat de gunningsbrief van 24 april 2015 vragen oproept voor zover daarin wordt vermeld dat aan de inschrijving van Koac voor wat betreft het subcriterium Leverbetrouwbaarheid 297,7 punten zijn toegekend en voor wat betreft het subcriterium Verificatie 320,3. Blijkens het Beschrijvend Document kunnen ter zake van het gunningscriterium Kwaliteit maximaal 600 punten worden gescoord en weegt ieder daaronder vallend subgunningscriterium voor 50%. Dit lijkt mee te brengen dat - zoals Grip ook stelt - voor ieder subgunningscriterium maximaal 300 punten kunnen worden behaald. Daarmee rijmt niet dat aan de inschrijving van Koac ter zake van het subgunningscriterium Verificatie 320,3 punten zijn toegekend. Die onduidelijkheid kan Grip echter niet baten. De Staat heeft op de zitting - in feite onbetwist - aangevoerd dat uit de beoordeling naar voren kwam dat de inschrijving van Koac het hoogst had gescoord op het criterium Kwaliteit, zodat daaraan op grond van het bepaalde in 6.4.2 van het Beschrijvend Document 600 punten dienden te worden toegekend. Volgens hem waren er redenen om het maximaal te behalen punten te verdelen onder de subgunningscriteria op de wijze zoals vermeld in de gunningsbeslissing. Hoewel deze reactie van de zijde van Rijkswaterstaat niet geheel overtuigt c.q. bevredigt, is het een feit dat het totaal van de scores van Koac op de kwalitatieve subgunningscriteria uitkomt op 600 punten, waarop zij ook recht zou hebben. In die situatie bestaat geen aanleiding om consequenties te verbinden aan voormelde onduidelijkheid.

5.12.

Aan de stelling van Grip dat de beoordelaars niet materiedeskundig zijn, wordt eveneens voorbij gegaan wegens onvoldoende onderbouwing. Ook die stelling berust op niet meer dan een vermoeden. Bovendien heeft Rijkswaterstaat gemotiveerd aangegeven dat het beoordelingsteam beschikte over de vereiste deskundigheid (zie pleitnota, sub 45).

5.13.

Voor zover Grip in het onderhavige verband ook nog heeft willen aanvoeren dat de gunningsbeslissing onvoldoende is gemotiveerd, treft die stelling evenmin doel. De gunningsbeslissing van 24 april 2015, zoals nadien nader toegelicht in de brief van Rijkswaterstaat van 11 mei 2015, voldoet aan de eisen die artikel 2:130 van de Aanbestedingswet 2012 stelt aan de mededeling van een gunningsbeslissing. Aan de hand daarvan beschikt Grip immers over voldoende informatie om een doeltreffend beroep tegen de gunningsbeslissing te kunnen instellen. Tot slot is van belang dat Grip niet aannemelijk heeft gemaakt dat Rijkswaterstaat niet tot de in de brief van 24 april 2015 vermelde gunningsbeslissing heeft kunnen komen.

5.14.

Voor het geval Grip heeft willen stellen dat er onvoldoende ruimte was (maximaal 3 A4-tjes) om duidelijk te maken dat zij voldoet aan de kwalitatieve subgunningscriteria, moet daaraan reeds worden voorbij gegaan gelet op het bepaalde in 4.3.4 van het Beschrijvend Document. Het had op de weg van Grip gelegen om Rijkswaterstaat daarvan onmiddellijk op de hoogte te stellen. Nu zij dat heeft nagelaten komt die eventuele onvolkomenheid voor haar risico en rekening. Overigens is duidelijk geworden dat Grip de ruimte die haar ter beschikking stond (lang) niet optimaal heeft benut.

Voldoen Koac en Aveco aan de eisen?

5.15.

Grip heeft ernstige twijfels over de geschiktheid van Koac en Aveco. Zij gaat ervan uit dat zij als enige kan voldoen aan de eisen, omdat zij de enige is die al conform de SWF-methode werkt en in het bezit is van een certificering door de BASt. Ook dit laatste bezwaar treft geen doel.

5.16.

Daarvoor is allereerst van belang dat Grip andermaal haar stelling grondt op een vermoeden. Bovendien dienen inschrijvers - blijkens paragraaf 5.3.3.1 van het Beschrijvend Document - aan te tonen te beschikken over bepaalde ervaring (kerncompetenties 1 en 2) en over ervaren personen op een bepaald gebied (kerncompetentie 3). Die verlangde ervaring ziet niet (specifiek) op de SWF-methodiek, terwijl een BASt-certificering niet wordt vereist. Daarnaast volgt uit het tot de aanbestedingsstukken behorende Programma van Eisen de juistheid van de - overigens onweersproken gebleven - stelling van de Staat dat negentien van de twintig producteisen, althans het overgrote deel ervan, geen betrekking heeft op de SKM-norm. Daarnaast heeft de Staat gesteld dat na zorgvuldig onderzoek (overeenkomstig de vooraf bekend gemaakt aanbestedingsstukken) is gebleken dat Koac en Aveco voldoen aan alle geschiktheidseisen.

5.17.

De slotsom is dat de vorderingen van Grip zullen worden afgewezen.

5.18.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Grip in de procedure tegen de Staat worden veroordeeld in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voor een veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor de nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI: NL:HR:2010: BL1116).

Met betrekking tot de vorderingen van Koac en Aveco

5.19.

In de stellingen van de Staat ligt besloten dat hij nog steeds voornemens is verdere uitvoering te geven aan de gunningsbeslissing van 24 april 2015. Bij die stand van zaken hebben Koac en Aveco geen belang (meer) bij toewijzing van hun vorderingen. Deze zullen dan ook worden afgewezen.

5.20.

Als de in het ongelijk gestelde partij zullen Koac en Aveco in het kader van hun vorderingen worden veroordeeld in de kosten van de Staat. Deze kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat de Staat als gevolg van die vorderingen extra kosten heeft moeten maken. Ondanks de afwijzing moet Grip in haar verhouding tot Koac en Aveco worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van Koac en Aveco was immers te bewerkstelligen dat de gunningsbeslissing in stand blijft. Dat doel is bereikt. Grip zal dan ook worden veroordeeld in de proceskosten van Koac en Aveco, voor wat betreft Koac - zoals verzocht - te vermeerderen met de wettelijke rente. De door Koac gevorderde nakosten zullen worden afgewezen om de hiervoor onder 5.18 vermelde reden.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de vorderingen van Grip af;

- wijst de vorderingen van Koac en Aveco af;

- veroordeelt Koac en Aveco voor wat betreft de door hen ingestelde vorderingen jegens de Staat in de kosten van de Staat, die worden begroot op nihil;

- veroordeelt Grip in de overige proceskosten, tot op dit vonnis aan de zijde van de Staat, Koac en Aveco telkens begroot op € 1.429,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 613,-- aan griffierecht;

- bepaalt dat Grip de aan de Staat en Koac verschuldigde proceskosten dient te voldoen binnen veertien dagen na het uitspreken van dit vonnis en dat zij - bij gebreke daarvan - daarover de wettelijke rente verschuldigd is;

- verklaart de kostenveroordelingen ten behoeve van de Staat en Koac uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde/verzochte.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Groeneveld-Stubbe en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2015.

jvl