Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:8085

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-07-2015
Datum publicatie
14-07-2015
Zaaknummer
13 / 8542 en 13 / 8543
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vervanging verblijfsdocumenten, inschrijving GBA, twijfel identiteit, ontbreken brondocumenten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummers: AWB 13/8542 en 13/8543

V-nummers: [nummer 1] en [nummer 2]

uitspraak van de meervoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 9 juli 2015 in de zaak tussen

[naam 1],

[naam 2],

tezamen: eisers,

gemachtigde: mr. E. van Kempen,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (en diens rechtsvoorgangers), verweerder,

gemachtigde: mr. M.M. van Asperen.

Procesverloop

Eisers hebben 27 maart 2013 beroep ingesteld tegen de besluiten van verweerder van 28 februari 2013 (de bestreden besluiten), waarbij hun bezwaren tegen de afwijzing van de aanvragen om vervanging van hun verblijfsdocumenten kennelijk ongegrond zijn verklaard.

De gevoegde behandeling van de beroepen heeft plaatsgevonden op 13 april 2015, tezamen met de behandeling van de beroepen van de andere familieleden. Zie daarvoor de uitspraak van heden met AWB nummers 14/25116 en 14/25117. Eisers zijn ter zitting verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is het onderzoek gesloten. De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak eenmaal verlengd.

Overwegingen

1. Eisers hebben onder de hierboven als eerste genoemde namen, waarbij zij tevens hebben gesteld te zijn geboren op respectievelijk [geboortedatum 1] en [geboortedatum 2] en de Iraakse nationaliteit te bezitten, op 13 juli 2012 aanvragen ingediend om vervanging van hun verblijfsdocumenten. Zij wensten een verblijfsdocument waarop zij met de achternaam [naam 3] zouden worden aangeduid. Met deze naam waren zij op basis van verklaringen onder ede inmiddels geregistreerd in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA), thans de Basisregistratie Personen (BRP), van de gemeente [gemeente]. Op 5 oktober 2012 heeft verweerder deze aanvragen afgewezen vanwege twijfel aan de identiteit van eisers.

2. Bij de bestreden besluiten zijn de bezwaren van eisers daartegen kennelijk ongegrond verklaard. De besluiten in eerste aanleg zijn daarbij gehandhaafd onder de toevoeging dat inmiddels op 27 februari 2013 voornemens zijn uitgebracht tot intrekking van de aan eisers verleende verblijfsvergunningen asiel voor onbepaalde tijd.

3. Eisers hebben in beroep het volgende aangevoerd. Er bestaat geen twijfel meer aan de echte personalia zoals geregistreerd in de GBA van de gemeente [gemeente] nu er verklaringen onder ede zijn afgelegd. Voorts verkeren eisers vanwege de situatie in Syrië in bewijsnood inzake het verstrekken van brondocumenten. Tot slot stellen eisers dat de hoorplicht is geschonden. Van een kennelijk ongegrond bezwaar is geen sprake nu verweerder onderzoek heeft gedaan bij de gemeente [gemeente].

4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat onder voorwaarden van de persoonsgegevens in de GBA kan worden afgeweken. Gelet op alle feiten en omstandigheden in deze zaak behoefde verweerder niet uitsluitend op basis van de verklaringen onder ede aan te nemen dat eisers andere personalia bezitten. Verweerder mocht verlangen dat deze stelling zou worden onderbouwd met gelegaliseerde brondocumenten. Dat eisers thans in bewijsnood verkeren komt voor hun rekening en risico nu zij jarenlang de gelegenheid hebben gehad hun juiste personalia kenbaar te maken en de daarvoor benodigde brondocumenten te verkrijgen. Van schending van de hoorplicht is geen sprake, aldus verweerder.

De rechtbank overweegt als volgt.

5. In hoofdstuk A1/6.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000 oud), ten tijde van belang, is bepaald dat de GBA-gegevens leidend zijn, dat wil zeggen dat in de communicatie de vreemdeling wordt aangeduid met de persoonsgegevens zoals deze in de GBA zijn geregistreerd. GBA-persoonsgegevens kunnen niet gewijzigd worden door de partners in de vreemdelingenketen. Van het gebruik van GBA-gegevens kan slechts onder strikte voorwaarden worden afgeweken.

6. De rechtbank oordeelt dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er twijfel was aan de identiteit van eisers. Van belang is dat de gemeente [gemeente] bij brief van 10 december 2012 aan eisers heeft meegedeeld dat zij na het afleggen van de verklaringen onder ede slechts tijdelijk zijn ingeschreven. Uit de brief blijkt namelijk dat met eisers is afgesproken dat, zodra de situatie in Syrië het weer toelaat en de akten nog te verkrijgen zijn, deze volgens de geldende voorschriften verkregen en overgelegd zullen worden.

7. Verder overweegt de rechtbank dat eisers na de bestreden besluiten alsnog brondocumenten (Syrische geboorteaktes) hebben overgelegd. Niet in geschil is dat deze in het kader van de ex-tunc toetsing niet in de beoordeling kunnen worden betrokken.

8. De omstandigheid dat verweerder vóór het nemen van de bestreden besluiten nog contact heeft opgenomen met de gemeente [gemeente] om de stand van zaken met betrekking tot de GBA-inschrijving van eisers te verifiëren, maakt niet dat er geen sprake was van een kennelijk ongegrond bezwaar. Verweerder heeft derhalve het horen van eisers achterwege kunnen laten.

9. Gelet op het voorgaande heeft verweerder in redelijkheid kunnen besluiten om geen genoegen te nemen met de verklaringen onder ede en de aanvragen tot vervanging van eisers verblijfsdocumenten wegens twijfel aan hun identiteit af te wijzen.

10. De beroepen zijn ongegrond.

11. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, voorzitter, mr. A.W. Ente en mr. B.F.Th. de Roos, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Loonstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2015.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.