Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:8009

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-06-2015
Datum publicatie
13-07-2015
Zaaknummer
09/842563-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Na openlijk geweld en bedreiging op een tankstation en een achtervolging per auto heeft er in Gouda een poging tot moord in vereniging plaatsgevonden. Na bewezenverklaring is het onderzoek heropend voor een dubbelrapportage naar de persoon van verdachte, na een advies tot het toepassen van het jeugdstrafrecht door de reclassering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/842563-14

Datum uitspraak: 26 juni 2015

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op 1 januari 1996 te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 22 januari 2015, 21 april 2015 en 12 juni 2015.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C. van den Heuvel en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. J.M. van Dam, advocaat te Utrecht, en door verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 9 oktober 2014 te Gouda en/of Reeuwijk met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, op het terrein van tankstation Shell, in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het (meermalen) slaan in het gezicht van die [slachtoffer] en/of met een of meerdere getrokken messen, althans een of meerdere scherpe en/of puntige voorwerpen, achtervolgen van die [slachtoffer] en/of (tijdens genoemde achtervolging) het afsnijden, in elk geval trachten af te snijden, van de weg van die [slachtoffer];

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 9 oktober 2014 te Gouda en/of Reeuwijk tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk een persoon (te weten [slachtoffer]) (meermalen) tegen het hoofd heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

en/of

hij op of omstreeks 9 oktober 2014 te Gouda en/of Reeuwijk tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend met een of meerdere getrokken messen, althans een of meerdere scherpe en/of puntige voorwerpen, die [slachtoffer] achtervolgd en/of (tijdens genoemde achtervolging) de weg van die [slachtoffer] afgesneden, althans getracht af te snijden;

2.

hij op of omstreeks 9 oktober 2014 te Gouda ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, in elk geval opzettelijk, die [slachtoffer] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, in elk geval met dat opzet,

- die [slachtoffer] (met een auto) heeft achtervolgd en/of

- die [slachtoffer] met een of meerdere getrokken messen, in elk geval een of meerdere scherpe en/of puntige voorwerpen, heeft achtervolgd en/of

- ( in de nabijheid van die [slachtoffer] en/of terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) in de richting van het (boven)lichaam van die [slachtoffer] met een of meerdere messen, in elk geval een of meerdere scherpe en/of puntige voorwerpen, (meermalen) een stekende beweging heeft gemaakt en/of

- die [slachtoffer] met een of meerdere messen, in elk geval een of meerdere scherpe en/of puntige voorwerpen, in het onder- en/of bovenlichaam (te weten het linker bovenbeen en/of de rechter elleboog en/of het linker schouderblad) heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 9 oktober 2014 te Gouda ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, in elk geval opzettelijk, die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, in elk geval met dat opzet

- die [slachtoffer] (met een auto) heeft achtervolgd en/of

- die [slachtoffer] met een of meerdere getrokken messen, in elk geval een of meerdere scherpe en/of puntige voorwerpen, heeft achtervolgd en/of

- ( in de nabijheid van die [slachtoffer] en/of terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) in de richting van het (boven)lichaam van die [slachtoffer] met een of meerdere messen, in elk geval een of meerdere scherpe en/of puntige voorwerpen, (meermalen) een stekende beweging heeft gemaakt en/of

- die [slachtoffer] met een of meerdere messen, in elk geval een of meerdere scherpe en/of puntige voorwerpen, in het onder- en/of bovenlichaam (te weten het linker bovenbeen en/of de rechter elleboog en/of het linker schouderblad) heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 9 oktober 2014 te Gouda [medeverdachte 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (terwijl hij zich in de nabijheid van die [medeverdachte 1] bevond) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, omhoog gehouden en/of (daarbij) die [medeverdachte 1] dreigend de woorden toegevoegd 'ik steek je neer', in elk geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

3. Bewijsoverwegingen 1

3.1

Inleiding

De verdenking tegen verdachte bestaat er uit dat hij op 9 oktober 2014 bij tankstation De Andel openlijk geweld zou hebben gepleegd tegen [slachtoffer] (hierna: aangever) door hem in het gezicht te slaan, hem met getrokken messen te achtervolgen en (te proberen) hem de pas af te snijden (feit 1 primair), dan wel het aldus medeplegen van mishandeling en/of bedreiging (feit 1 subsidiair). De verdenking bestaat er voorts uit dat verdachte in Gouda, na een achtervolging met de auto, aangever samen met anderen met messen heeft gestoken en zo heeft geprobeerd aangever te vermoorden (feit 2 primair), dan wel hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (feit 2 subsidiair). Bovendien zou verdachte [medeverdachte 1] met de dood hebben bedreigd (feit 3).

De rechtbank ziet zich voor de vragen gesteld of verdachte bij tankstation De Andel en in Gouda (al dan niet samen met anderen) geweld tegen aangever heeft gepleegd. Zo ja, dan dient de rechtbank met betrekking tot feit 2 vast te stellen waarop het opzet van verdachte was gericht en of hij met voorbedachte raad heeft gehandeld. Ten slotte dient de rechtbank te onderzoeken of kan worden bewezen dat verdachte [medeverdachte 1] heeft bedreigd.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]) openlijk geweld heeft gepleegd tegen aangever bij tankstation De Andel. Ook heeft hij daar [medeverdachte 1] met de dood bedreigd. Daarna heeft [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3]), bij wie verdachte en [medeverdachte 2] in de auto zaten, aangever tot het Driewegplein in Gouda achtervolgd. Daar heeft verdachte zich volgens de officier van justitie samen met [medeverdachte 2] schuldig gemaakt aan een poging tot moord op aangever.

3.3

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft zich met betrekking tot alle vragen op zijn zwijgrecht beroepen.

De raadsman heeft met betrekking tot de feiten 1 en 3 geen verweer gevoerd.

Met betrekking tot feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is dat het (voorwaardelijk) opzet was gericht op de dood van aangever en dat er met voorbedachte raad is gehandeld.

3.4

Het oordeel van de rechtbank

Voor de beantwoording van de hiervoor genoemde vragen acht de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Aangifte

Aangever heeft verklaard dat hij op de avond van woensdag 8 oktober 2014 op stap was met [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]). Op donderdag 9 oktober 2014 tussen 00:00 en 00:30 uur parkeerden zij de auto achter de shop van tankstation De Andel,2 gelegen aan de Rijksweg A12 te Reeuwijk.3 Daar was ook [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]), die samen was met [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]) en twee Marokkaanse vrouwen. De vrouwen liepen op een gegeven moment naar de shop. Nadat [betrokkene 3] (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 3], hierna: [betrokkene 3]) op de parkeerplaats was aangekomen, ging ook aangever naar de shop om sigaretten te halen.4 Toen hij weer naar buiten liep, zei de dunste van de Marokkaanse vrouwen (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 4], de zus van verdachte5) iets tegen hem. Aangever weet niet meer wat ze zei, maar hij reageerde daar wel op. Buiten liepen hem drie jongens tegemoet, van wie hij later heeft begrepen dat het [medeverdachte 2], verdachte en een Bosnische jongen (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3]) waren. Verdachte vroeg hem wie hij was. Aangever zei verdachte dat dat hem niets aanging. Toen hij langs de jongens wilde lopen, kreeg hij van verdachte een vuistslag tegen zijn linkerkaak/-nek. Aangever draaide zich om en kreeg van [medeverdachte 2] een vuist op zijn rechterkaak. Verdachte en [medeverdachte 2] trokken allebei een mes. Verdachte had een soort rambomes van circa 15 centimeter lang. [medeverdachte 2] had een zakmesje dat kleiner was dan het mes van verdachte6 en ongeveer 5 centimeter lang was.7 [medeverdachte 3] stond er alleen maar bij. Aangever rende, met beide jongens met getrokken messen achter hem aan, de shop weer in. Hij rende om de stellingen en tafels heen. Verdachte rende achter aangever aan. [medeverdachte 2] probeerde aangever af te snijden en sloeg hem hard op zijn rechteroog. Aangever rende vervolgens de shop uit. Hij ging rechts om de shop heen naar zijn vrienden [betrokkene 3], [betrokkene 1], [medeverdachte 1] en [betrokkene 2], die nog bij de auto’s stonden. Hij zei tegen zijn vrienden dat hij was geslagen en dat ze messen hadden.8

Aangever is vervolgens de oprit van de snelweg opgerend en de rijbaan naar de middenberm overgestoken. Omdat in de middenberm een sloot lag, kon hij niet verder. Hij heeft daarna [medeverdachte 1] opgebeld en hem gevraagd om hem op te pikken met de auto. Toen aangever zag dat verdachte terugliep naar het tankstation is hij de snelweg weer overgestoken richting de vluchtstrook. Daar heeft [medeverdachte 1] hem met de auto opgepikt. [betrokkene 2] zat achter in de auto. [medeverdachte 1] is vervolgens naar het parkeerterrein van de Reeuwijkse plassen gereden. Daar hebben zij heel even gewacht en zijn daarna teruggereden richting de snelweg. Kort voor de afrit/oprit naar de A12 kwam een auto hen tegemoet rijden. In Reeuwijk zijn ze op de rotonde linksaf gegaan, richting de Jumbo. De auto, die gekeerd was, kwam hard achter hen aangereden. Ze zijn door de woonwijk van Reeuwijk gereden en uiteindelijk bij een brug, vlakbij de brandweer, linksaf richting Gouda gegaan. Op die lange weg werden ze ingehaald door de achtervolgende auto. Die auto werd dwars over de weg gezet voor de auto waarin aangever zich bevond. Aangever zag dat er twee personen, onder wie verdachte, uit de auto stapten. Verdachte had iets in zijn hand. Omdat [medeverdachte 1] een kleine auto heeft, kon hij om de dwarsgezette auto heen rijden. Ze vervolgden hun weg naar Gouda.9

Daar reden ze de wijk Achterwillens in, totdat ze bij het Driewegplein aankwamen, waar [medeverdachte 1] de auto parkeerde. De achtervolgende auto reed hen een stukje voorbij. Aangever stapte snel uit en liep een stukje terug de weg op. Hij zag ter hoogte van de bushalte dat verdachte en [medeverdachte 2] met getrokken messen op hem af kwamen rennen. Aangever kon hen beiden ontwijken en rende langs de supermarkt MCD en vervolgens het bruggetje over. Daar liep hij het hondenpad op. Omdat hij moe was, stopte aangever met rennen. Hij draaide zich om en werd door verdachte met een mes in zijn linkerbovenbeen gestoken.10 Nadat verdachte het mes uit zijn been had getrokken, viel aangever op zijn rug doordat hij geen kracht meer kon zetten. Terwijl hij probeerde op te staan, wilde [medeverdachte 2] hem steken. Aangever probeerde zich af te weren, waarna [medeverdachte 2] hem stak in zijn rechterelleboog. Aangever rende vervolgens terug het bruggetje over naar de MCD. Toen hij de MCD net voorbij was, draaide hij zich om. Aangever voelde en zag dat hij door [medeverdachte 2] werd gestoken in zijn linkerschouderblad. Hij rende vervolgens naar de weg naast de MCD. Hij zag dat [betrokkene 3] daar met zijn auto stond in de rijrichting zoals ze ook waren komen aanrijden. Aangever is op de bijrijdersstoel van de auto gaan zitten. [betrokkene 3] heeft hem naar het ziekenhuis gebracht. Onderweg begon aangever hevig te bloeden en heeft hij 112 gebeld.11

Verklaring [medeverdachte 1]

heeft, op 9 oktober 2014 omstreeks 2.30 uur, verklaard dat hij samen met [betrokkene 2], aangever en [betrokkene 3] bij tankstation De Andel was. Zij zaten daar in twee auto’s op de parkeerplaats achter de shop van het tankstation. Aangever was naar de shop gegaan om wat te halen. Op een gegeven moment kwam hij schreeuwend terugrennen naar de auto’s. Hij schreeuwde dat hij door drie gasten in elkaar werd geslagen. Aangever kwam naast de auto staan. [medeverdachte 1] zag een rode plek onder het rechteroog van aangever en een sneetje in zijn neus. Aangever rende vervolgens weer verder richting de voorzijde van de shop. Toen hij uit zijn auto was gekomen, zag [medeverdachte 1] dat aangever achterna werd gezeten door ene Mounir (de rechtbank begrijpt: verdachte) en [medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2]). [medeverdachte 2] rende iets achter verdachte. Hij zag dat verdachte een mes in zijn hand had. Toen aangever op enig moment naar de uitrit van de parkeerplaats in de richting van de snelweg rende, zag hij dat verdachte nog steeds achter aangever aanrende. Hij probeerde verdachte te stoppen en schreeuwde dat verdachte rustig moest doen. Hij zag dat verdachte het mes omhoog hield en hoorde dat verdachte tegen hem schreeuwde: “Ik steek je neer”. [medeverdachte 1] schrok van het gedrag van verdachte en rende terug naar zijn auto.12

Bij zijn auto werd [medeverdachte 1] gebeld door aangever met de mededeling dat hij naar de snelweg moest komen. [medeverdachte 1] is naar hem toegereden. Zij zijn vervolgens bij de afrit Reeuwijk van de snelweg afgegaan en hebben bij de Reeuwijkse Hout gewacht. Op het moment dat ze daar wegreden, zag [medeverdachte 1] dat er een grijze Kia Sportage hen tegemoet kwam rijden. Hij zag dat de Kia keerde en achter hen aan kwam. [medeverdachte 1] is bij de eerste rotonde linksaf geslagen, Reeuwijk in, om de Kia af te schudden. Terwijl hij door Reeuwijk reed, zat de Kia continu achter hem aan. Op een gegeven moment kwamen ze op de Zoutmansweg in Reeuwijk uit, een lange rechte weg naar Gouda. [medeverdachte 1] reed hier vol gas, maar de Kia haalde hen toch in. Door hen af te snijden dwong de Kia hen te stoppen. Op het moment dat [medeverdachte 1] tot stilstand was gekomen, zag hij dat beide portieren aan de achterzijde geopend werden en dat verdachte aan de rechterzijde uitstapte. Vervolgens wist [medeverdachte 1] via het gras toch weg te komen. Hij zag dat verdachte zijn hand omhoog hield en iets vast had. [medeverdachte 1] is zo snel mogelijk richting Gouda gereden. Hij zag dat de Kia inmiddels weer achter hen aanreed.13

[medeverdachte 1] is op het Driewegplein in Gouda uitgekomen, waar hij scherp een parkeerplaats in stuurde. Hierdoor schoot de Kia hen voorbij. [medeverdachte 1] stopte zijn auto en aangever stapte hier uit en rende weg. Daarna is [medeverdachte 1] gekeerd en is hij naar huis gereden.14

Verklaring [medeverdachte 3]

heeft verklaard dat hij met verdachte en [medeverdachte 2] naar tankstation De Andel is gereden. Toen hij het tankstation wilde inlopen, hoorde hij een klap. Daarna zag hij [medeverdachte 2] een jongen een klap geven. [medeverdachte 3] is er naar toe gelopen, omdat hij ze uit elkaar wilde halen. Het slachtoffer rende weg en [medeverdachte 2] en verdachte renden erachter aan.15

Een paar minuten later kwamen [medeverdachte 2] en verdachte terug. Zij zijn toen via de A12, afslag Reeuwijk, naar supermarkt MCD gereden.16

[medeverdachte 2] en verdachte zijn uitgestapt. [medeverdachte 3] heeft ongeveer vijf minuten gewacht. [medeverdachte 2] en verdachte zijn daarna weer bij [medeverdachte 3] ingestapt.17

De reisafstand en reisduur tussen tankstation De Andel en het Driewegplein in Gouda

De totale reisafstand tussen tankstation De Andel te Reeuwijk en het Driewegplein te Gouda, met als tussenstop de Reeuwijkse Houtwal, bedraagt 8,0 kilometer. De geschatte reisduur met de auto is 18 minuten.18 De rechtbank merkt op dat deze route geen rekening houdt met de omweg door Reeuwijk, waarover aangever en de getuige [medeverdachte 1] hebben verklaard.

De periode tussen het geven van de eerste klap bij tankstation De Andel en het steekincident op het Driewegplein in Gouda is 23 minuten.19

Camerabeelden

De rechtbank overweegt dat de politie [medeverdachte 2] op de beelden heeft herkend als de jongen met de blauwe trui met witte letters en een donkere broek. Daarnaast zou de jongen met de grijze pet verdachte zijn.20 Geconfronteerd met deze herkenning heeft verdachte zich op zijn zwijgrecht beroepen. De raadsman van verdachte heeft de herkenning door de politie en de aanwezigheid van verdachte bij tankstation De Andel, supermarkt MCD en het Driewegplein niet betwist. De rechtbank zal dan ook van de herkenning door de politie uitgaan bij de conclusies die zij trekt uit haar eigen waarneming van de camerabeelden van De Andel (vanaf de werkelijke tijd 01:01:47 uur), MCD (vanaf de werkelijke tijd 01:25:05) en Stadstoezicht Gemeente Gouda gericht op de voorzijde van de supermarkt (vanaf de werkelijke tijd 01:26:21 uur).21 Daaruit blijkt dan (onder meer) het volgende.

Tankstation De Andel

Op de camerabeelden is te zien dat verdachte naar aangever loopt en hem een klap geeft.22 Vervolgens slaat ook [medeverdachte 2] aangever en rent hij als eerste achter aangever aan.23 Daarna is te zien dat er vier personen achter elkaar aan rennen. Wanneer aangever de shop binnenkomt, wordt hij gevolgd door [medeverdachte 2] en verdachte. Verdachte heeft dan iets in zijn hand dat een grote gelijkenis vertoont met een mes. [medeverdachte 2] probeert zijn been voor het been van aangever te zetten. Nadat aangever de shop weer is uitgelopen, gaat hij rechtsaf. [medeverdachte 3], die voor de ingang staat, maakt een beweging naar [medeverdachte 2] en verdachte. [medeverdachte 2] slaat linksaf, terwijl verdachte rechtsaf afslaat en aangever blijft achtervolgen. [medeverdachte 3] loopt daar weer achteraan. Daarna is te zien dat verdachte een beweging maakt in de richting van [medeverdachte 1].24

Supermarkt MCD

Om 01:25:05 uur komt [medeverdachte 2] voorbij rennen. Een seconde later komt ook een persoon die verdachte zou kunnen zijn voorbij lopen. Om 01:26:25 uur is aangever te zien en daarachter [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] houdt zijn linkerhand naar voren. Aangever kijkt achterom en rent weg.25

Stadstoezicht Gemeente Gouda

Vanaf 01:26:21 uur is te zien dat aangever wordt achtervolgd door [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] nadert aangever tot korte afstand. Aangever kijkt een aantal keren achterom naar [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] gaat met zijn armen heen en weer. Vervolgens wordt de afstand tussen aangever en [medeverdachte 2] weer groter.26

Letsel

Bij aangever werden door de forensisch arts D. Botter drie door een scherprandig voorwerp veroorzaakte letsels geconstateerd:

- een klieving van circa 1,5 cm lengte bij het linkerschouderblad;

- een klieving van circa 2,5 cm lengte in de rechteronderarm;

- een klieving van circa 2,7 cm lengte in het linkerbovenbeen.27

De forensisch arts heeft over de risico’s van de vastgestelde letsel het volgende overwogen.

Het steekletsel aan het linkerbovenbeen was aanleiding tot shock door verbloeding. Shock is een levensbedreigende toestand die, indien onbehandeld, een aanzienlijke kans op dodelijke afloop heeft. Door tijdige en adequate behandeling van de shocktoestand en de bloeding zijn de gezondheidsrisico’s gereduceerd tot nihil. Indien het slachtoffer het ziekenhuis niet of later had kunnen bereiken, was er sprake geweest van een aanzienlijke kans op overlijden.

Indien het steekletsel bij de linkerschouder dieper en/of anders van richting was geweest, had het volgende kunnen plaatsvinden: een perforatie van de borstkas met als mogelijke gevolgen een klaplong of bloedverlies in de borstholte, een perforatie van de grote ader in de hals met als (mogelijke) gevolgen bloedverlies en een luchtembolie waarbij een ernstige of fatale hartpompfunctiestoornis kan optreden, dan wel een vaak dodelijke perforatie van de halsslagader.28

De deskundige heeft met betrekking tot de steekletsels in de rechteronderarm en het linkerbovenbeen nog toegevoegd dat de gezondheidstoestand cumulatief slechter wordt als er meer dan één van bovengenoemde complicaties optreedt. Indien letsels en/of complicaties optreden wordt de prognose in belangrijke mate bepaald door de mogelijkheid voor het slachtoffer om snel adequate medische hulpverlening te bereiken en het slagen van medische behandeling.29

Conclusies met betrekking tot feiten 1 en 3: het incident bij tankstation De Andel

De rechtbank acht alleen al op grond van de aangifte, de verklaring van [medeverdachte 1] en de camerabeelden van De Andel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met [medeverdachte 2] schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging, waaronder het meermalen slaan, het met getrokken messen achter aangever aanrennen en het afsnijden van de weg van aangever. Hierop is door de verdediging ook geen verweer gevoerd.

Ook heeft verdachte [medeverdachte 1] met de dood bedreigd.

De rechtbank stelt vast dat bij feit 3 Gouda als pleegplaats is ten laste gelegd en niet Reeuwijk, waar tankstation De Andel is gesitueerd. Het ligt op de weg van de rechter om in de tekst van een tenlastelegging voorkomende misslagen te verbeteren, indien de verdachte daardoor in zijn verdediging niet wordt geschaad. Waar het om gaat is of voldoende duidelijk is op welk historisch gebeuren het aan de verdachte gemaakte verwijt is gestoeld. De plaatsaanduiding vormt daarbij een geëigend middel om tot die duidelijkheid te geraken, maar ook niet meer dan dat. Over een onjuiste aanduiding kan daarom worden heengestapt als die onjuistheid aan de duidelijkheid geen afbreuk heeft gedaan.

Naar het oordeel van de rechtbank is hier van een kennelijke misslag sprake. Vast staat dat tankstation De Andel in Reeuwijk ligt. De officier van justitie heeft dit ook onderkend door ter terechtzitting de wijziging van de tenlastelegging ten aanzien van feit 1 op het punt van de pleegplaats te vorderen, welke vordering door de rechtbank is toegewezen. Nu er voorts geen discussie bestaat over de vraag welke historische gebeurtenis aan verdachte verweten wordt, mede blijkend uit de omstandigheid dat de raadsman van verdachte geen verweer heeft gevoerd, zal de rechtbank de tenlastelegging met betrekking tot de pleegplaats verbeterd lezen.

Conclusies met betrekking tot feit 2: het incident nabij het Driewegplein in Gouda

Is er sprake geweest van een achtervolging?

De rechtbank stelt vast dat verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] na het incident bij De Andel de auto waarin aangever zat hebben achtervolgd en afgesneden. De rechtbank baseert zich ook hiervoor allereerst op de betrouwbaar geachte verklaring van aangever. Deze verklaring wordt, ook voor wat betreft de gereden omweg door Reeuwijk, ondersteund door de verklaring van [medeverdachte 1], de bestuurder van de auto waarin aangever zich bevond, welke verklaring zeer kort na het incident is afgelegd. Daar komt bij dat de rechtbank het voor onmogelijk houdt dat de auto van verdachten zonder precies zou zijn aangekomen op de plaats waar en het moment waarop aangever is uitgestapt.

Is er sprake van medeplegen?

Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen tevens worden afgeleid dat er sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering. De rechtbank merkt allereerst op dat verdachte en [medeverdachte 2] beiden bij De Andel al met getrokken messen achter aangever zijn aangerend. Zij acht het daarom niet voorstelbaar dat verdachte zich toen niet al bewust is geweest van het mes van [medeverdachte 2]. Daarna hebben zij samen minutenlang in een achtervolgende auto gezeten. In Gouda hebben zij met getrokken messen de achtervolging van aangever te voet voortgezet om hem daarna op dezelfde plaats vlak na elkaar te steken. Deze gelijktijdigheid van handelen maakt dat verdachte en [medeverdachte 2] zich van elkaars geweldshandelingen bewust moeten zijn geweest. [medeverdachte 2] is aangever daarna nog gevolgd en heeft hem nogmaals gestoken, voordat verdachte en [medeverdachte 2] weer samen met dezelfde auto vertrokken. Dit maakt dat verdachte en [medeverdachte 2] complementerende geweldshandelingen hebben verricht, waarbij beiden een significante en haast inwisselbare rol hebben gehad. Het voorgaande getuigt van een dermate bewuste en nauwe samenwerking met het doel om aangever met messen te steken dat er sprake is van medeplegen.

Waar was het opzet van verdachte en [medeverdachte 2] op gericht?

Nu verdachte en [medeverdachte 2] als medeplegers zijn aangemerkt moet bij de beoordeling van hun opzet de gezamenlijkheid van hun gedragingen en de door hen toegebrachte letsels worden betrokken. De rechtbank overweegt dat voor het aannemen van voorwaardelijk opzet op de dood allereerst moet worden vastgesteld of de kans dat aangever zou komen te overlijden naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk moest worden geacht. De rechtbank is van oordeel dat het meermalen steken in onder meer het bovenlichaam in beginsel een aanmerkelijke kans op de dood oplevert. Immers bevinden zich in het bovenlichaam vitale organen die bij dit soort geweld gemakkelijk dermate beschadigd kunnen raken dat dit dodelijk is. Daar komt bij dat de door steekwonden elders in het lichaam veroorzaakte bloedingen de kans op een fatale afloop kunnen versterken.

Dit oordeel op grond van algemene ervaringsregels wordt ondersteund door het rapport van de forensisch arts waaruit blijkt dat als de steekwond in het bovenlichaam anders van richting was geweest (en nog niet eens per se dieper) fataal letsel had kunnen optreden. Dat klemt temeer nu aangever op het moment dat hij in zijn schouderblad werd gestoken in beweging was. Daarnaast is aangever door bloedverlies daadwerkelijk in een levensbedreigende toestand beland.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte en [medeverdachte 2] een aanmerkelijke kans in het leven hebben geroepen dat aangever door hun handelen was komen te overlijden. Verdachte moet zich daarvan – net als ieder ander – ook bewust zijn geweest. Door desondanks deze geweldshandelingen samen met een ander te plegen, heeft verdachte deze aanmerkelijke kans ook aanvaard. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat verdachte (voorwaardelijk) opzet op de dood van aangever heeft gehad.

De omstandigheid dat aangever direct naar het ziekenhuis is gebracht waardoor de gezondheidsrisico’s zouden zijn gereduceerd tot nihil, zoals de verdediging heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. Niet alleen doet het enkele feit dat er tijdig medische hulp is verleend niet af aan het feit dat het steken op zichzelf een aanmerkelijke kans op de dood opleverde. Ook vermag de rechtbank niet in te zien dat de omstandigheid dat de steekpartij zich in bewoond gebied heeft voorgedaan, afdoet aan het (voorwaardelijk) opzet van verdachte op de dood van aangever.

Is er sprake geweest van voorbedachte raad?

De rechtbank overweegt dat voor een bewezenverklaring van het bestanddeel “voorbedachte raad” moet komen vast te staan dat verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

De rechtbank stelt voorop dat reeds bij het tankstation De Andel sprake was van een gewelddadige confrontatie en getrokken messen. De rechtbank acht het uitgesloten dat verdachte en [medeverdachte 2] in de auto niet over het zojuist voorgevallen incident, de achtervolging en de - bij het slagen van die achtervolging - te nemen acties hebben gesproken. Zij hadden dan ook op verschillende momenten (na de eerste confrontatie, na het mislukte klemrijden en bij het wegrennen van aangever) kunnen besluiten om van een tweede confrontatie af te zien. Dit is telkens – kennelijk na overleg met [medeverdachte 3], de bestuurder van de auto – niet gebeurd.

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat verdachte en [medeverdachte 2] na de beëindiging van de eerste confrontatie, gedurende een periode van ruim 20 minuten en een fysieke verplaatsing van meer dan 8 kilometer, meermalen de gelegenheid gehad om zich op hun voorgenomen daad te beraden. In een zaak als de onderhavige, waarin verdachte en zijn mededader geen inzicht willen geven in hetgeen voor en ten tijde van het begaan van het feit in hen is omgegaan, gaat de rechtbank er van uit dat zij ook van deze gelegenheid gebruik hebben gemaakt. De rechtbank ziet daarvoor ook geen contra-indicaties. Integendeel, het feit dat verdachte en [medeverdachte 2], na een eerdere confrontatie en een lange achtervolging, op het Driewegplein direct met getrokken messen achter aangever aan zijn gelopen, past veeleer bij een reeds genomen besluit om het geweld, dat kennelijk nog niet afdoende was geweest, voort te zetten dan in een scenario dat zij pas kort voor het steekincident hebben besloten om dat geweld te gaan uitoefenen. Dit betekent dat verdachte samen met [medeverdachte 2] heeft gehandeld met voorbedachte raad en zich aldus schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot moord op aangever.

[medeverdachte 3]

Ten aanzien van [medeverdachte 3] is de rechtbank van oordeel dat hij zich als medeplichtige schuldig heeft gemaakt aan de poging tot moord.30

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van verdachte bewezen dat:

1. primair).

hij op 9 oktober 2014 te Reeuwijk met een ander op een voor het publiek toegankelijke plaats openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het meermalen slaan in het gezicht van die [slachtoffer] en het met meerdere getrokken messen achtervolgen van die [slachtoffer] en (tijdens genoemde achtervolging) het trachten af te snijden van de weg van die [slachtoffer];

2 ( primair).

hij op 9 oktober 2014 te Gouda ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg

- die [slachtoffer] met een auto heeft achtervolgd en

- die [slachtoffer] met meerdere getrokken messen heeft achtervolgd en

- die [slachtoffer] met meerdere messen in het onder- en bovenlichaam (te weten het linkerbovenbeen en de rechterelleboog en het linkerschouderblad) heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3

hij op 9 oktober 2014 te Reeuwijk [medeverdachte 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (terwijl hij zich in de nabijheid van die [medeverdachte 1] bevond) een mes omhoog gehouden en daarbij die [medeverdachte 1] dreigend de woorden toegevoegd 'ik steek je neer'.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

(feit 1 primair) openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

(feit 2 primair) medeplegen van poging tot moord;

(feit 3) bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

5 Heropening en schorsing van het onderzoek

Na de sluiting van het onderzoek is onder de beraadslaging gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.

Ervan uitgaande dat verdachte een strafbare dader is – welke beslissing de rechtbank uitdrukkelijk nog niet neemt – komt de rechtbank toe aan strafoplegging. De rechtbank ziet zich alsdan geconfronteerd met enerzijds een eis van de officier van justitie overeenkomstig het volwassenenrecht, te weten een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, en anderzijds een advies van de reclassering om het jeugdstrafrecht op verdachte toe te passen.

De rechtbank is gelet op de beschikbare informatie thans niet in staat een zuivere afweging tussen het volwassenenstrafrecht en jeugdstrafrecht te maken.

Voorop staat dat het onder 2 primair bewezenverklaarde feit een zeer ernstig feit betreft, waarbij een vrijheidsstraf van aanzienlijke duur past. De rechtbank is voorshands van oordeel dat jeugddetentie voor de maximale duur, waarvan een gedeelte voorwaardelijk met de door de reclassering geadviseerde voorwaarden, geen recht doet aan de ernst van het feit. Dat zou ertoe leiden dat aan verdachte een langdurige gevangenisstraf wordt opgelegd. Een dergelijke straf acht de rechtbank echter, gelet op de (thans onvolledige) informatie over de persoon van verdachte, niet zonder meer passend.

De rechtbank stelt vast dat een afdoening die mogelijk wel recht zou kunnen doen aan alle omstandigheden, te weten jeugddetentie in combinatie met een PIJ-maatregel, niet is onderzocht en heeft kunnen worden onderzocht, omdat verdachte heeft geweigerd mee te werken aan een NIFP-rapportage. De rechtbank acht het in het kader van een volledig onderzoek naar de persoon van verdachte noodzakelijk dat alsnog een dubbelrapportage over verdachte wordt opgemaakt waarbij uitdrukkelijk de mogelijkheid en wenselijkheid van een PIJ-maatregel wordt onderzocht.

De rechtbank zal het onderzoek daarom heropenen en de zaak verwijzen naar de rechter-commissaris in verband met een onderzoek naar de geestvermogens van verdachte en de mogelijkheid en wenselijkheid van een PIJ-maatregel. De rechtbank overweegt ten overvloede dat, voor zover verdachte zijn medewerking aan deze onderzoeken zou weigeren, de wet voorziet in een mogelijkheid van een observatie in een inrichting tot klinische observatie bestemd.

De rechtbank zal het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis afwijzen, nu er gelet op het voorgaande niet ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de tijd die verdachte thans in voorarrest heeft doorgebracht langer is dan de op te leggen vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel.

6 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, 2 primair en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

(feit 1 primair) openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

(feit 2 primair) medeplegen van poging tot moord;

(feit 3) bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

wijst af het verzoek tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis;

heropent en schorst het onderzoek en beveelt dat het onderzoek zal worden hervat op een nader te bepalen terechtzitting binnen drie maanden na heden;

stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Den Haag in verband met een onderzoek naar de geestesvermogens van verdachte en naar de mogelijkheid en wenselijkheid van een PIJ-maatregel;

schorst het onderzoek ter terechtzitting voor langer dan een maand om de klemmende reden dat de agenda van de rechtbank een eerdere voortzetting niet mogelijk maakt en dat bedoeld onderzoek niet binnen een maand kan worden voltooid;

beveelt de oproeping van de verdachte tegen het tijdstip van een nader te bepalen terechtzitting met verstrekking van een afschrift van die oproeping aan de raadsman van de verdachte;

beveelt de oproeping van de benadeelde partij [slachtoffer] tegen het tijdstip van die nader te bepalen terechtzitting.

Dit tussenvonnis is gewezen door

mr. G.P. Verbeek, voorzitter,

mrs. M.L. Ruiter en Y.C. Bours, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.M. Woertman, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 juni 2015.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2014252687, van de politie eenheid Den Haag, district Gouwe IJssel, Team Opsporing Opvang D2, met bijlagen (doorgenummerd p. 1 t/m 484).

2 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer], p. 148

3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 12

4 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer], p. 148

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 213

6 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer], p. 149

7 Proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer], p. 153

8 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer], p. 149

9 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer], p. 149

10 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer], p. 149

11 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer], p. 150

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 194-195

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 195

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 195

15 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3], p. 297

16 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3], p. 298

17 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3], p. 300

18 Proces-verbaal van bevindingen, p. 315

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 315

20 Proces-verbaal van bevindingen, p. 407; proces-verbaal van bevindingen, p. 213

21 Proces-verbaal van bevindingen, p. 311: het opnamestation van “De Andel” loopt zes minuten voor; proces-verbaal van bevindingen, p. 201: de klok van het beveiligingssysteem van MCD liep 10 minuten en 5 seconden voor op de werkelijke tijd; de tijden op de beelden van Stadstoezicht Gemeente Gouda lopen kennelijk twee uur achter; alle weergaven in het vonnis betreffen de werkelijke tijd

22 Proces-verbaal ter terechtzitting van 22 januari 2015, opgemaakt en ondertekend door mr. E.A.G.M. van Rens, voorzitter, en mr. M.A. Schaap, griffier, p. 2

23 Proces-verbaal ter terechtzitting van 22 januari 2015, opgemaakt en ondertekend door mr. E.A.G.M. van Rens, voorzitter, en mr. M.A. Schaap, griffier, p. 2 en 3

24 Proces-verbaal ter terechtzitting van 22 januari 2015, opgemaakt en ondertekend door mr. E.A.G.M. van Rens, voorzitter, en mr. M.A. Schaap, griffier, p. 3

25 Proces-verbaal ter terechtzitting van 22 januari 2015, opgemaakt en ondertekend door mr. E.A.G.M. van Rens, voorzitter, en mr. M.A. Schaap, griffier, p. 4 en 5

26 Proces-verbaal ter terechtzitting van 21 april 2015, opgemaakt en ondertekend door mr. G.P. Verbeek, voorzitter, en W.M.W. van Nuss, griffier, p. 4

27 Een geschrift, te weten een rapport van D. Botter, forensisch arts KNMG, d.d. 20 januari 2015, betreffende een onderzoek naar de aard en de oorzaken van letsels bij de heer [slachtoffer], p. 11

28 Een geschrift, te weten een rapport van D. Botter, forensisch arts KNMG, d.d. 20 januari 2015, betreffende een onderzoek naar de aard en de oorzaken van letsels bij de heer [slachtoffer], p. 12

29 Een geschrift, te weten een rapport van D. Botter, forensisch arts KNMG, d.d. 20 januari 2015, betreffende een onderzoek naar de aard en de oorzaken van letsels bij de heer [slachtoffer], p. 13

30 Vonnis van deze rechtbank van heden in de zaak tegen M. [medeverdachte 3] (parketnummer 09/819514-14).