Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:7832

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-07-2015
Datum publicatie
17-07-2015
Zaaknummer
C-09-395475 - HA ZA 11-1637 en C-09-418788 HA ZA 12-574
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Merkenrechtgeschil. Benoeming deskundige. Horen getuigen met toepassing van de bewijsverordening

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

Zittingsplaats Den Haag

zaaknummer / rolnummer: C/09/395475 / HA ZA 11-1637 en C/09/418788 HA ZA 12-574

Vonnis in gevoegde zaken van 8 juli 2015

in zaak 11-1637 van

de rechtspersoon naar vreemd recht

CONVERSE INC.,

gevestigd te North Andover, Massachusetts, Verenigde Staten van Amerika,

eiseres in conventie,

verweerster in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat: mr. N.W. Mulder te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALPI INTERNATIONAL FORWARDERS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat: mr. M. Tsoutsanis te Leiden,

en in zaak 12-574 van

de rechtspersoon naar vreemd recht

CONVERSE INC.,

gevestigd te North Andover, Massachusetts, Verenigde Staten van Amerika,

eiseres in conventie,

verweerster in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat: mr. N.W. Mulder te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALPI INTERNATIONAL FORWARDERS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat: M. Tsoutsanis te Leiden,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALPI NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Zaandam,

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat: M. Tsoutsanis te Leiden,

3. [E3],

wonende te [w3] ,

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat: M. Tsoutsanis te Leiden,

4. [E4],

wonende te [w4] ,

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat: M. Tsoutsanis te Leiden,

5. [E5],

wonende te [w5] ,

gedaagde in conventie ,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat: M. Tsoutsanis te Leiden,

6. de rechtspersoon naar vreemd recht

PELHAM SPORT S.L.,

gevestigd te [w7] ,

gedaagde,

niet verschenen,

7. [E7],

wonende te [w7] ,

gedaagde,

niet verschenen,

8. [E8],

wonende te [w7] ,

gedaagde,

niet verschenen,

9. de rechtspersoon naar vreemd recht

RESSOKD-RINGS S.L.,

gevestigd te Alicante, Spanje,

gedaagde,

niet verschenen,

10. de rechtspersoon naar vreemd recht

KARAMAY S.L.,

gevestigd te Guadelajara, Spanje,

gedaagde,

niet verschenen,

11. de rechtspersoon naar vreemd recht

YAGUA TRADING S.L.,

gevestigd te Guadelajara, Spanje,

gedaagde,

niet verschenen,

12. de rechtspersoon naar vreemd recht

AIAX INTERNACIONAL DEL COMERCIO 21 S.L.,

gevestigd te Madrid, Spanje,

gedaagde,

niet verschenen,

13. [E13],

wonende te [w13] ,

gedaagde,

niet verschenen.

Eiseres in beide zaken zal hierna worden aangeduid als Converse. Gedaagde in zaak 11-1637 zal worden aangeduid als Alpi International. Gedaagden 1 tot en met 5 in zaak 12-574 zullen hierna gezamenlijk (in enkelvoud) Alpi c.s. worden genoemd en afzonderlijk worden aangeduid als Alpi International, Alpi Netherlands, [E3a] , [E4a] en [E5a] . De overige gedaagden zullen respectievelijk worden aangeduid als Pelham, [E7a] , [E8a] , Ressokd, Karamay, Yagua, Aiax en [E13a] .

De zaak wordt voor Converse inhoudelijk behandeld door haar hiervoor genoemde advocaat en mr. L. Kroon, mr. L.E.J. Korsten en mr. A.M.E. Voerman, advocaten te Amsterdam, en voor Alpi c.s. door mr. M.M. Hoving, mr. P. Wezelenburg, mr. F.M.L. Dekkers, mr. R. te Pas en mr. Tsoutsanis voornoemd, allen advocaten te Leiden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure in beide zaken blijkt uit:

- het tussenvonnis van 15 oktober 2014 en de daarin genoemde stukken;

- de akte uitlating deskundigenbericht van 12 november 2014 van Converse;

- de akte van 12 november 2014 van Alpi c.s.;

- de antwoordakte uitlating deskundingenbericht van 10 december 2014 van Converse;

- de akte van 10 december 2014 van Alpi c.s.;

- de beschikking van 27 januari 2015 van de rechtbank waarbij onder meer de datum voor het getuigenverhoor is bepaald op 30 maart 2015 en het bezwaar van Converse tegen het overleggen van bewijsmiddelen door Alpi c.s. is verworpen;

- het faxbericht van 25 maart 2015 van Alpi c.s.;

- het faxbericht van 27 maart 2015 van Converse;

- het faxbericht van 2 april 2015 van Alpi c.s. met bijlage 1;

- het faxbericht van 8 april 2015 van Converse.

1.2.

Tot slot is een datum voor het wijzen van vonnis bepaald, en nader bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

in beide zaken

het tussenvonnis

2.1.

Bij het tussenvonnis van 15 oktober 2014 (hierna: het tussenvonnis) heeft de rechtbank geoordeeld dat een deskundige moet worden benoemd om van drie in beslag genomen partijen schoenen aan de hand van echtheidskenmerken vast te stellen of de opdrachtgevers van Alpi c.s. met deze schoenen inbreuk hebben gemaakt op de merken van Converse. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de persoon of personen van de te benoemen deskundige(n), de formulering van de vraagstelling en de wijze waarop die deskundige(n) het onderzoek zouden kunnen uitvoeren. In dit vonnis zal de rechtbank op die punten een beslissing nemen.

2.2.

Daarnaast heeft de rechtbank bij het tussenvonnis Alpi c.s. toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen de voorshands voor juist aangenomen stelling dat 54 (andere) partijen schoenen zonder toestemming van Converse op de markt zijn gebracht in Europa. In haar akte van 12 november 2014 heeft Alpi c.s. aangekondigd dat zij dat bewijs wilde leveren door het horen van [E13a] , [E7a] , [E8a] , [E3a] en [E4a] als getuigen. Nadat de rechtbank het verhoor van deze getuigen had gepland op 30 maart 2015, heeft Alpi c.s. bij haar faxbericht van 25 maart 2015 gemeld dat het getuigenverhoor ‘op die dag geen doorgang hoeft te vinden’ omdat het volgens Alpi c.s. onwaarschijnlijk was dat [E13a] , [E7a] en [E8a] zouden verschijnen. Alpi c.s. heeft in het bericht verzocht deze getuigen te laten horen door een Spaans gerecht. Converse maakt daartegen bezwaar. Bij dit vonnis zal op het verzoek van Alpi c.s. worden beslist.

deskundigenonderzoek

onderwerp

2.3.

Het voorgenomen deskundigenonderzoek heeft betrekking op de 27.938 paar schoenen die op 24 september 2010 bij Alpi International door Converse in beslag zijn genomen (zie r.o. 2.10 van het tussenvonnis) en twee zendingen van respectievelijk 13.560 en 13.842 paar schoenen die op 2 en 6 april 2010 door de Italiaanse douane zijn tegengehouden (in de opgave van Alpi c.s. aangeduid als 14/21011469 en 14/21011471, zie ook r.o. 2.9 van het tussenvonnis). Deze drie partijen schoenen zullen hierna worden aangeduid als ‘de in beslag genomen schoenen’.

2.4.

Converse stelt dat aan de hand van door haar gehanteerde echtheidskenmerken kan worden vastgesteld dat de in beslag genomen schoenen ‘namaak’ zijn, dat wil zeggen dat de schoenen niet door Converse en evenmin met haar toestemming zijn geproduceerd. Het gaat daarbij, naar Converse stelt, om de volgende echtheidskenmerken:

  • -

    13-cijferige serienummers die op “nieuwe” labels op de tong van de schoen staan, komen terug in een databank van Avery Dennison;

  • -

    9-cijferige productiecodes die op “oude” labels op de tong van de schoen staan, komen terug in een databank van Converse;

  • -

    kenmerken die voortvloeien uit productiecriteria die zijn vastgelegd in de Chuck Taylor All Star Production Operation Manual.

2.5.

Het deskundigenonderzoek dient ertoe om vast te stellen of de stelling van Converse dat aan de hand van de door haar gehanteerde echtheidskenmerken kan worden vastgesteld dat de in beslag genomen schoenen ‘namaak’ zijn, gegrond is. Daartoe moet worden vastgesteld of de in beslag genomen schoenen de betreffende echtheidskenmerken vertonen en moet worden geverifieerd of de aangedragen echtheidskenmerken betrouwbaar zijn. Gelet op de uitlatingen van partijen is de rechtbank van oordeel dat het onderzoek op de volgende wijze moet worden uitgevoerd.

2.6.

Ten eerste moet de deskundige willekeurig tien monsters (laten) trekken uit elk van de drie partijen in beslag genomen schoenen. Met partijen is de rechtbank van oordeel dat onderzoek aan die 30 monsters volstaat en dat dus niet alle duizenden in beslag genomen schoenen hoeven te worden onderzocht. De deskundige moet hierbij niet de al door Converse gebruikte monsters hergebruiken, maar zelf monsters (laten) trekken. Aldus wordt voorkomen dat het verwijt kan worden gemaakt dat Converse de monsters selectief heeft getrokken.

2.7.

Ten tweede moet de deskundige verifiëren of de partijen waaruit de monsters worden getrokken, daadwerkelijk de in beslag genomen schoenen zijn. De deskundige kan daarbij volstaan met de vraag aan de bewaarder Hub Hub B.V. en de Italiaanse douane of zij aanwijzingen hebben dat er tussen het moment van inbewaringneming van de partijen en de monsterneming schoenen zijn toegevoegd aan de partij waaruit de monsters worden getrokken. Nader onderzoek acht de rechtbank op dit punt niet nodig omdat Alpi c.s. geen concrete redenen heeft aangevoerd om eraan te twijfelen dat de schoenen die op dit moment bij de bewaarder en de douane liggen, dezelfde schoenen zijn als de schoenen die in beslag zijn genomen.

2.8.

Ten derde moet Converse de deskundige inzage verschaffen in de echtheidskenmerken op basis waarvan volgens Converse kan worden vastgesteld of de betreffende dertig paar schoenen al dan niet door Converse of met haar toestemming zijn geproduceerd. Voor zover de echtheidskenmerken per type schoen, productiedatum en/of fabriek verschillen, moet Converse daarbij aangeven welke echtheidskenmerken gelden voor welk type schoen, welke productiedatum en/of welke fabriek en hoe de deskundige dat kan controleren.

2.9.

Ten vierde moet de deskundige voor elk van de 30 paar schoenen vaststellen in hoeverre de stelling van Converse klopt dat de schoen de door Converse aangedragen echtheidskenmerken niet vertoont. Onder niet-vertonen van de echtheidskenmerken valt ook de door Converse genoemde situatie dat een schoen een ‘negatief echtheidskenmerk’, dat een met toestemming van Converse geproduceerde schoen op grond van de echtheidskenmerken niet hoort te bezitten, wel bezit. Voor zover de echtheidskenmerken per type schoen, productiedatum en/of fabriek verschillen, moet de deskundige per monster ook het type schoen, de productiedatum en/of de fabriek vaststellen.

2.10.

Voor zover de deskundige op basis van de hiervoor bedoelde controle concludeert dat de schoenen de door Converse aangedragen echtheidskenmerken wel vertonen, kan het onderzoek geen bewijs opleveren van de stelling van Converse en kan het onderzoek daar dus stoppen. Voor zover de schoenen niet voldoen aan die echtheidskenmerken, dient de deskundige, ten vijfde, te verifiëren of de door Converse aangedragen echtheidskenmerken voldoende betrouwbaar zijn, in die zin dat ervan uitgegaan kan worden dat een schoen die niet voldoet aan de betreffende echtheidskenmerken, namaak is. Om dat te onderzoeken moet de deskundige, zoals Alpi c.s. heeft gesuggereerd, 30 paar schoenen bij officiële wederverkopers van Converse kopen en moet hij onderzoeken in hoeverre die schoenen voldoen aan de echtheidskenmerken, op dezelfde manier als hij de in beslag genomen schoenen heeft onderzocht. Voor zover de echtheidskenmerken per type schoen, productiedatum en/of fabriek verschillen, moet de deskundige proberen schoenen te kopen die qua type, productiedatum en fabriek zo dicht mogelijk bij de onderzochte monsters liggen. Gelet op hetgeen partijen hebben aangevoerd over de complexiteit en kosten van nader onderzoek naar de betrouwbaarheid van de echtheidskenmerken kan vooralsnog worden volstaan met deze test.

vragen

2.11.

Gelet op het voorgaande en de uitlatingen van partijen kunnen de vragen die de deskundige moet beantwoorden bij dit vonnis worden bepaald en wel als volgt:

1. Vertonen 30 monsters van de in beslag genomen schoenen de door Converse aangedragen echtheidskenmerken?

2. Zo nee, vertonen 30 monsters van schoenen die door of met toestemming van Converse op de markt zijn gebracht, de echtheidskenmerken wel?

persoon

2.12.

Partijen zijn het erover eens dat de benoeming van één deskundige volstaat. De rechtbank zal de door Converse voorgestelde heer [deskundige 1] als zodanig benoemen. Aangenomen kan worden dat de heer [deskundige 1] de vereiste expertise bezit, aangezien tussen partijen vast staat dat hij in een andere procedure in België als gerechtelijk deskundige heeft gefungeerd in een vergelijkbaar onderzoek met betrekking tot Converse-schoenen. Dat de heer [deskundige 1] onafhankelijk is van Converse is niet bestreden. De suggestie van Alpi c.s. dat de heer [deskundige 1] geneigd zou zijn om zich niet te richten naar de vraagstelling en instructies van deze rechtbank, wordt verworpen. Alpi c.s. baseert die suggestie uitsluitend op het feit dat de heer [deskundige 1] betrokken is geweest bij het eerdere onderzoek. Dat is onvoldoende.

2.13.

De rechtbank verkiest de benoeming van de heer [deskundige 1] boven het voorstel van Alpi c.s. om het Nederlands Forensisch Instituut een deskundige te laten benoemen. Converse heeft er terecht op heeft gewezen dat de rechtbank de benoeming van een gerechtelijk deskundige niet kan uitbesteden aan een instituut. Daar komt bij dat – in het licht van hetgeen Converse heeft aangevoerd – er in deze procedure niet van uitgegaan kan worden dat het Nederlands Forensisch Instituut specifieke expertise bezit op het gebied van de beoordeling van namaak.

medewerking

2.14.

Partijen zijn op grond van artikel 198 Rv verplicht mee te werken aan het onderzoek. Dat houdt onder meer in dat Converse de deskundige inzage moet geven in de Chuck Taylor All Star Production Operation Manual en de deskundige toegang moet geven tot de databank van Avery Denisson voor zover een en ander naar het oordeel van de deskundige nodig is voor zijn onderzoek. Ook kan de deskundige Converse vragen om een toelichting. Dat laat onverlet dat de deskundige het onderzoek zelfstandig moet uitvoeren.

vertrouwelijkheid

2.15.

De deskundige moet de echtheidskenmerken geheimhouden voor Alpi c.s. en derden en moet de echtheidskenmerken daarom niet weergeven in zijn concept-rapport en/of definitieve rapport. Om dat te waarborgen moet de deskundige zijn concept-rapport eerst ter beschikking te stellen aan Converse, alvorens het concept-rapport te verstrekken aan Alpi c.s.

locatie

2.16.

De rechtbank laat het aan de deskundige over een geschikte locatie voor zijn onderzoek te kiezen met inachtneming van de hiervoor bedoelde geheimhoudingsplicht.

kosten

2.17.

De kosten van het deskundigenonderzoek komen vooralsnog ten laste van Converse omdat, zoals in het tussenvonnis is vastgesteld, op haar de bewijslast rust van de stelling dat met de in beslag genomen schoenen inbreuk is gemaakt op haar merkrechten en haar ter onderbouwing daarvan aangevoerde stelling dat de schoenen ‘namaak’ zijn.

getuigen

2.18.

Het verzoek van Alpi c.s. om [E13a] , [E8a] en [E7aa] in Spanje als getuigen te horen moet worden toegestaan. Alpi c.s. heeft op grond van artikel 166 Rv immers recht op het horen van getuigen. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat de genoemde getuigen niet bereid zijn vrijwillig voor de Nederlandse rechter te verschijnen om een getuigenverklaring af te leggen. Omdat het Nederlandse recht geen dwangmiddelen kent om buitenlandse getuigen, zoals de in Spanje woonachtige [E13a] , [E8a] en [E7aa] , in Nederland voor de rechter te brengen, moet gebruik worden gemaakt van de procedure van artikel 10 van de Europese bewijsvordering (Verordening (EG) 1206/2001), zoals Alpi c.s. suggereert.

2.19.

Om proceseconomische redenen en om tegemoet te komen aan het bezwaar van Converse dat de getuigen niet worden gehoord ten overstaan van de rechter die de bewijsopdracht heeft gegeven en straks het bewijs moet waarderen, zal de rechtbank de Spaanse rechter met toepassing van de artikelen 11 en 12 van de Bewijsverordening verzoeken de advocaten van partijen en een rechter-commissaris van deze rechtbank te laten deelnemen aan het verhoor en partijen desgewenst aanwezig te laten zijn bij het verhoor. Om praktische redenen en om kosten te besparen zal de rechtbank met toepassing van artikel 10 lid 4 van de Bewijsverordening de Spaanse rechter verzoeken gebruik te maken van videoconferentie-faciliteiten, zodat partijen, hun advocaten en de rechter-commissaris niet hoeven af te reizen naar Spanje.

2.20.

Aangezien het getuigenverhoor plaatsvindt in het kader van het leveren van tegenbewijs door Alpi c.s. moet Alpi c.s. ervoor zorgdragen dat het Spaanse gerecht een door een beëdigde vertaler vervaardigde Spaanse vertaling van de twee dossiers ontvangt en moet zij de kosten daarvan vooralsnog dragen (artikel 12a Uitvoeringswet EG-Bewijsverordening). Ook zal Alpi c.s. moeten zorgen voor de aanwezigheid van tolken bij de verhoren (onder meer om de rechter-commissaris te kunnen laten deelnemen) en de kosten daarvan vooralsnog dragen.

2.21.

Mede gelet op hetgeen Alpi c.s. naar voren heeft gebracht over de kosten van het deskundigenonderzoek, zal de rechtbank Alpi c.s. in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de vraag of Alpi c.s. het verzoek de getuigen in Spanje te horen wil doorzetten gelet op de kosten daarvan, alvorens de rechtbank het Spaanse gerecht zal benaderen.

3. De beslissing

De rechtbank

in beide zaken

de deskundige

3.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen met inachtneming van de uitgangspunten uiteengezet in 2.6 tot en met 2.10:

1. Vertonen 30 monsters van de in beslag genomen schoenen de door Converse aangedragen echtheidskenmerken?

2. Zo nee, vertonen 30 monsters van schoenen die door of met toestemming van Converse op de markt zijn gebracht, de echtheidskenmerken wel?

3.2.

benoemt tot deskundige:

[deskundige 1] ,

[…]

[adres]

[plaats]

[land]

Telefoonnummer [nummer]

het voorschot

3.3.

bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende:

  • -

    de deskundige dient binnen drie weken na de datum van deze beslissing een begroting van de kosten op te geven aan de griffie van de rechtbank, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten;

  • -

    de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen;

  • -

    partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief van de griffie schriftelijk bij de rechtbank bezwaar maken tegen de begroting;

  • -

    indien niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag;

  • -

    indien wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing;

3.4.

bepaalt dat Converse het voorschot dient te deponeren. Hiertoe ontvangt Converse separaat een factuur van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (hierna: LDCR); De factuur moet Converse binnen drie weken na ontvangst voldoen;

3.5.

bepaalt dat de deskundige zijn werkzaamheden pas behoeft aan te vangen, nadat de griffier van deze rechtbank de deskundige zal hebben bevestigd dat het voormelde voorschot door het LDCR is ontvangen;

het onderzoek

3.6.

bepaalt dat Converse haar procesdossiers in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen;

3.7.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;

3.8.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie);

  • -

    de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;

3.9.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek;

3.10.

bepaalt dat de gerechtelijke bewaarder van de op 24 september 2010 bij Alpi International in beslag genomen schoenen, Hub Hub B.V., de deskundige toegang zal geven tot de betreffende schoenen en hem monsters zal laten nemen uit die partij schoenen;

de vertrouwelijkheid

3.11.

draagt de deskundige op de echtheidskenmerken waarin hij in het kader van zijn onderzoek inzage verkrijgt, geheim te houden voor Alpi c.s. en derden;

het schriftelijk rapport

3.12.

draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie;

3.13.

bepaalt dat de deskundige een concept van het rapport aan Converse moet toezenden, opdat Converse de gelegenheid krijgt daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, waaronder mede begrepen een verzoek echtheidskenmerken te verwijderen die de deskundige in strijd met de op hem rustende geheimhoudingsplicht in het concept-rapport heeft weergegeven;

3.14.

bepaalt dat de deskundige na ontvangst van de reactie van Converse hetzelfde concept van het rapport aan Alpi c.s. moet sturen, met dien verstande dat daaruit zo nodig echtheidskenmerken zijn verwijderd, opdat Alpi c.s. de gelegenheid krijgt daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen;

3.15.

bepaalt dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden;

3.16.

bepaalt dat partijen binnen twee weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan de betreffende partij is toegezonden en dat partijen geen gelegenheid hebben bij de deskundige te reageren op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport;

overige bepalingen

3.17.

draagt de griffier op de zaak op een rol te plaatsen:

  • -

    indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken; of

  • -

    na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van Converse op een termijn van vier weken;

3.18.

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad;

3.19.

verwijst de zaak naar de rol van 22 juli 2015 voor een akte van Alpi c.s. over hetgeen is bepaald in rechtsoverweging 2.21 van dit vonnis;

3.20.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H. Blok, mr. L. Alwin en mr. M.P.M. Loos en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2015.