Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:7592

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
02-06-2015
Datum publicatie
21-07-2015
Zaaknummer
C-09-456191 - FA RK 13-9776
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

scheiding - vervangende toestemming verhuizing buitenland afgewezen - zorgregeling vastgesteld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer

7 x

Rekestnummer: FA RK 13-9776 (scheiding) / FA RK 14-9082 (afwikkeling HV)

Zaaknummer: C/09/456191 (scheiding) / C/09/477603 (afwikkeling HV)

Datum beschikking: 2 juni 2015

Scheiding

Beschikking op het op 6 december 2013 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende te [woonplaats],

advocaat: mr. S. Scheimann te Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende te [woonplaats],

advocaat: mr. G. Crawfurd te Rotterdam.

Als informant wordt aangemerkt:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

de gezinsvoogdij-instelling,

hierna: Jeugdbescherming west.

Procedure

Bij beschikking van 10 december 2014 van deze rechtbank is – voor zover van belang –:

  • -

    de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;

  • -

    bepaald dat de minderjarigen:

  • -

    [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];

  • -

    [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;

  • -

    bepaald dat de minderjarigen voorlopig bij de man zullen zijn:

  • -

    drie weekenden per maand van vrijdag 18.30 uur tot zondag 18.30 uur;

  • -

    een voorlopige door de man te betalen kinderalimentatie vastgesteld van € 205 per maand per kind;

  • -

    de behandeling van de verzoeken ter zake de verhuizing naar Israël, de zorgregeling en de kinderalimentatie aangehouden in afwachting van bericht van partijen met betrekking tot het resultaat van het traject Ouderschap Blijft en in afwachting van stukken van de man ten aanzien van de kinderalimentatie;

  • -

    de behandeling van het verzoek tot afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden aangehouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich nader uit te laten zoals in het lichaam van de beschikking overwogen;

  • -

    een beslissing ten aanzien van de kostenveroordeling aangehouden.

De rechtbank heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen:

  • -

    een uitlating over afwikkeling huwelijkse voorwaarden d.d. 29 januari 2015 van de zijde van de man;

  • -

    de brief d.d. 6 februari 2015 van de gezinsvoogd de heer [naam] van Jeugdbescherming West.

  • -

    de faxberichten d.d. 12 februari 2015 en 16 februari 2015 van de zijde van de vrouw;

  • -

    de brief met bijlagen d.d. 19 maart 2015 van de zijde van de vrouw;

  • -

    het f-formulier met bijlagen d.d. 16 april 2015 van de zijde van de man;

  • -

    de evaluatieverslagen “Ouderschap Blijft” van de Stichting Jeugdformaat;

  • -

    het f-formulier met bijlagen d.d. 22 april 2015 van de zijde van de man;

  • -

    het faxbericht met bijlagen d.d. 23 april 2015 van de zijde van de vrouw;

  • -

    het faxbericht met bijlagen d.d. 24 april 2015 van de zijde van de vrouw.

Op 28 april 2015 is de behandeling ter terechtzitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:

  • -

    de vrouw en haar advocaat;

  • -

    mevrouw [naam], die de vrouw bijstond als tolk in de Engelse taal;

  • -

    de man en zijn advocaat;

  • -

    gezinsvoogd de heer [naam] namens Jeugdbescherming West.

Van de zijde van de vrouw zijn pleitnotities overgelegd.

Na de zitting heeft de rechtbank ontvangen:

- een brief d.d. 1 mei 2015 van Jeugdbescherming West, met als bijlage een brief d.d. 1 mei 2015 van [naam], GZ-psycholoog bij de Jutters.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.

Gebleken is dat het traject “Ouderschap Blijft” is beëindigd zonder positief resultaat omdat de ouders niet tot communicatie kunnen komen.

Vervangende toestemming voor verhuizing naar Israël

De rechtbank stelt bij de beoordeling van het verzoek van de vrouw tot vervangende toestemming voor verhuizing met de kinderen naar Israël het volgende voorop.

De gezamenlijke gezagsuitoefening van partijen brengt mee dat de vrouw voor het wijzigen van de woonplaats van de kinderen toestemming van de man behoeft. Indien de ouders hieromtrent niet tot overeenstemming komen, zal de rechtbank een zodanige beslissing nemen die haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 april 2008 (LJN BC 5901) overweegt de rechtbank dat hieruit niet mag worden afgeleid dat het belang van de kinderen in deze kwesties altijd zwaarder weegt dan andere belangen. Bij de beoordeling dienen alle omstandigheden van het geval in acht te worden genomen en alle betrokken belangen te worden afgewogen. Hoewel het belang van de kinderen een overweging van eerste orde dient te zijn neemt dat niet weg dat, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, andere belangen zwaarder kunnen wegen. In onderhavige kwestie dienen dan ook de navolgende omstandigheden en belangen te worden meegewogen:

 het recht en belang voor de vrouw om te verhuizen en de vrijheid om haar leven opnieuw in te richten;

 de noodzaak voor de vrouw om te verhuizen;

 de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;

 de door de vrouw geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing te verzachten en/of te compenseren;

 de mate waarin partijen in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;

 de rechten van de man en de kinderen op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving;

 de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;

 de leeftijd van de kinderen, hun mening en de mate waarin zij geworteld zijn in hun omgeving of juist gewend zijn aan verhuizingen;

 de extra kosten van de omgangscontacten na de verhuizing.

De rechtbank komt na afweging van de hierboven genoemde omstandigheden en belangen tot het oordeel dat een verhuizing naar Israël thans niet in het belang van de kinderen moet worden geacht. Hierbij acht de rechtbank het gegeven dat de ouders thans niet in staat zijn tot enige vorm van opbouwende communicatie doorslaggevend. Hierdoor bestaat er immers een aanzienlijke kans dat de banden tussen de man en de kinderen zullen worden doorgesneden indien de kinderen naar Israël zullen verhuizen. De rechtbank acht dit schadelijk voor de (identiteits)ontwikkeling van de nog zeer jonge kinderen. De vrouw heeft weliswaar gesteld dat zij vanuit Israël het contact tussen de man en de kinderen zal stimuleren, maar de rechtbank heeft er weinig vertrouwen in dat het contact tussen de man en de kinderen na een verhuizing naar Israël daadwerkelijk van de grond zal komen gezien de zeer slechte onderlinge communicatie tussen de ouders waardoor het opbouwen en het onderhouden van contact via Skype of andere communicatiemiddelen moeizaam zal zijn.

Bovendien acht de rechtbank de kans dat er op korte termijn verbetering zal komen in de onderlinge communicatie gering, nu het partijen ook met behulp van diverse professionele hulpverleningsinstanties niet is gelukt om nader tot elkaar komen.

De rechtbank begrijpt dat het verblijf voor de vrouw in Nederland emotioneel zwaar is en zij onderkent daarom ook de wens en de belangen van de vrouw om te verhuizen naar haar thuisland Israël waar zij een sociaal netwerk heeft en waar bovendien een baan voor haar wordt vrijgehouden. Naar het oordeel van de rechtbank wegen deze belangen van de vrouw echter minder zwaar dan de belangen van de man alsook de belangen van de kinderen – die in Nederland geboren en getogen zijn – bij het in stand houden en nader opbouwen van hun onderlinge band. De rechtbank is van oordeel dat deze belangen in geval van verhuizing naar Israël ernstig in het gedrang komen.

Hier komt bij dat de vrouw de financiële noodzaak om naar Israël te verhuizen naar het oordeel van de rechtbank niet heeft aangetoond. Hoewel de vrouw thans in Nederland geen verblijfsvergunning en betaalde baan heeft, heeft zij ter terechtzitting verklaard dat zij goede kansen heeft om een verblijfsvergunning en een werkvergunning te verkrijgen indien er een omgangsregeling tussen de man en de kinderen wordt vastgesteld. Alsdan mag van de vrouw worden verwacht dat zij in Nederland op zoek gaat naar een betaalde baan. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de vrouw in het verleden ook een betaalde baan in Nederland heeft gehad. Bovendien kan de vrouw alsdan ook aanspraak maken op de diverse sociale voorzieningen die de Nederlandse Staat biedt.

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank het verzoek van de vrouw tot vervangende toestemming om met de kinderen naar Israël te verhuizen, afwijzen.

De zorgregeling

Ter terechtzitting zijn partijen het in grote lijnen eens geworden over de zorgregeling. Zij zijn overeengekomen dat de kinderen drie van de vier weekenden bij de man zullen zijn, dat de zorg gedurende de vakanties bij helfte zal worden gedeeld, dat de kinderen de belangrijke Joodse feestdagen bij de vrouw zullen doorbrengen en dat de verjaardagen van de kinderen bij toerbeurt jaarlijks bij de ene of de andere ouder worden gevierd. Partijen twisten echter over de exacte uitwerking van deze regeling alsmede over de opbouw van de vakantieregeling.

Reguliere weekendregeling

Partijen zijn het erover eens dat de kinderen drie van de vier weekenden bij de man zullen zijn van vrijdag 18.30 uur tot zondag 18.30 uur, waarbij de vrouw de kinderen naar de man brengt en de man de kinderen weer terugbrengt naar de vrouw. Voorts hebben partijen afgesproken dat in onderling overleg een verlenging van het weekend tot maandagochtend tot de mogelijkheden behoort zodat de man de kinderen naar school kan brengen.

De rechtbank zal bepalen dat het eerste van de drie opvolgende weekenden dat de kinderen bij de man verblijven aanvangt op 5 juni 2015, ongeacht bij wie de kinderen de daaraan voorafgaande drie weekenden hebben verbleven.

De vrouw heeft te kennen gegeven dat zij veel waarde hecht aan de Joodse les voor de kinderen op zondagochtend van 10.00 uur tot 12.00 uur. Met de overeengekomen regeling zouden de kinderen echter maar eens per vier weken naar de Joodse les kunnen gaan. De vrouw zou graag zien dat de kinderen vaker de Joodse les kunnen bezoeken.

De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat beide ouders hun religie en cultuur in gelijke mate met de kinderen kunnen delen. Nu het bovendien slechts een paar uur op zondagochtend betreft, zal de rechtbank bepalen dat de man de kinderen in het tweede omgangsweekend naar de Joodse les zal brengen en hen daar weer zal ophalen.

Schematisch ziet dit er als volgt uit:

Weekend 1

De kinderen zijn bij de man van vrijdag 18.30 uur tot zondag 18.30 uur

Weekend 2

De kinderen zijn bij de man van vrijdag 18.30 uur tot zondag 18.30 uur

De man brengt de kinderen op zondagochtend naar Joodse les en haalt hen daar weer op.

Weekend 3

De kinderen zijn bij de man van vrijdag 18.30 uur tot zondag 18.30 uur

Weekend 4

De kinderen zijn bij de vrouw

Joodse feestdagen

Partijen zijn het erover eens dat de kinderen de volgende Joodse feestdagen bij de vrouw zullen doorbrengen:

 Joods Paasfeest (Pesach)

 Joods Nieuwjaar

 Loofhuttenfeest

 Grote Verzoendag (Jom Kipoer)

 Poerimfeest

 Het feest der lichten (Chanoeka)

Indien bovengenoemde Joodse feestdagen vallen in een weekend waarin de kinderen bij de man zouden verblijven, wordt de man hiervoor niet gecompenseerd.

Vakantieregeling

Partijen wensen de zorg gedurende de vakanties bij helfte te verdelen. Zij zijn het erover eens dat de kinderen de herfstvakantie en de voorjaarsvakantie bij de man zullen doorbrengen en de meivakantie bij de vrouw. De zorg gedurende de kerstvakantie zal bij helfte worden gedeeld, waarbij geldt dat de kinderen in de oneven jaren gedurende de eerste week bij de man zullen zijn en in de even jaren gedurende de tweede week.

Schematisch ziet dit er als volgt uit:

Even jaren

Oneven jaren

Herfstvakantie

De kinderen zijn bij de man

De kinderen zijn bij de man

Kerstvakantie

De kinderen zijn week 1 bij de vrouw en week 2 bij de man

De kinderen zijn week 1 bij de man en week 2 bij de vrouw

Voorjaarsvakantie

De kinderen zijn bij de man

De kinderen zijn bij de man

Meivakantie

De kinderen zijn bij de vrouw

De kinderen zijn bij de vrouw

Zomervakantie

De kinderen zijn week 1-3 bij de man en week 4-6 bij de vrouw

De kinderen zijn week 1-3 bij de man en week 4-6 bij de vrouw

De rechtbank zal – gelet op de jonge leeftijd van de kinderen en de spoedige start van de zomervakantie 2015 – voor de zomervakantie van 2015 een afwijkende regeling vaststellen opdat de kinderen kunnen wennen aan het verblijf bij de man gedurende een langere periode. De rechtbank zal derhalve in het belang van de kinderen bepalen dat:

 de kinderen week 1 van de zomervakantie 2015 (12 – 19 juli 2015) bij de man zullen doorbrengen;

 de kinderen week 2, 3 en 4 van de zomervakantie 2015 (19 juli – 9 augustus 2015) aaneengesloten bij de vrouw zullen doorbrengen;

 de kinderen week 5 van de zomervakantie 2015 (9 – 14 augustus 2015) bij de man zullen doorbrengen ;

 de kinderen vervolgens het daarop volgende weekend (14 – 16 augustus 2015) bij de vrouw zullen doorbrengen;

 de kinderen week 6 van de zomervakantie (16 – 23 augustus 2015) bij de man zullen doorbrengen.

Voor alle vakanties die de kinderen (gedeeltelijk) bij de vrouw doorbrengen geldt dat, zoals ter terechtzitting besproken, de man de vrouw toestemming zal verlenen om met de kinderen naar Israël te reizen.

Voorts geldt dat de vrouw als verzorgende ouder de paspoorten van de kinderen beheert en dat zij deze aan de man zal afgeven indien hij de kinderen voor een vakantie wil meenemen naar het buitenland.

Na een vakantie waarin de kinderen bij de vrouw verblijven, starten de reguliere weekendcontacten met drie opvolgende weekenden bij de man. Na een vakantie waarin de kinderen bij de man verblijven, verblijven de kinderen in het eerstvolgende weekend daarna bij de vrouw en vervolgens drie opvolgende weekenden bij de man.

De verjaardagen van de kinderen zullen bij toerbeurt jaarlijks bij de ene of de andere ouder worden gevierd, zoals hiervoor reeds aangegeven. Daarbij geldt dat in het geval van de verjaardag van [de minderjarige 1] de vakantieregeling voorgaat indien de moeder alsdan met [de minderjarige 1] in Israël is.

Contact via telefoon / Skype

De rechtbank zal voorts bepalen dat de kinderen op maandag, woensdag en zaterdag rond 19.00 uur (lokale tijd) zullen bellen of Skypen met de ouder waar zij op dat moment niet verblijven. Dit geldt buiten en tijdens de vakanties.

Tot slot

De rechtbank gaat ervan uit dat partijen zich in het belang van de kinderen ten volle zullen inzetten om een zo harmonieus mogelijke uitvoering van deze zorgregeling te bewerkstelligen. Hierbij dienen zij discussies over de uitleg van deze regeling te vermijden of in goed onderling overleg op te lossen.

Kinderalimentatie

De vrouw heeft de rechtbank verzocht een door de man te betalen kinderalimentatie vast te stellen van € 200 per maand per kind. Partijen zijn het erover eens dat de door de vrouw verzochte bijdrage overeenkomt met het aandeel van de man in de kosten van de kinderen.

De man heeft gesteld dat hij thans over onvoldoende draagkracht beschikt om de door de vrouw verzochte bijdrage te kunnen voldoen. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat hij in het eerste kwartaal van 2015 geen omzet heeft gegenereerd. De vrouw heeft bij gebrek aan recente financiële stukken van de zijde van de man betwist dat hij geen inkomsten heeft. Volgens haar moet de man in staat worden geacht minimaal een inkomen te generen gelijk aan het inkomen dat hij in de voorgaande jaren genoot.

De rechtbank overweegt dat uit de overgelegde stukken kan worden afgeleid dat de man in 2013 en 2014 omzetten heeft gegenereerd van respectievelijk circa € 37.000 en € 42.000 op jaarbasis. In het licht hiervan had het op de weg van de man gelegen zijn stelling betreffende het uitblijven van inkomsten in 2015 nader te onderbouwen met recente financiële stukken. Naar het oordeel van de rechtbank is hij hierin onvoldoende geslaagd. De rechtbank overweegt hiertoe dat de man heeft nagelaten om inzage te geven in zijn banksaldi in de periode vanaf 1 januari 2015. Evenmin heeft de man recente kwartaalcijfers in het geding gebracht of anderszins aangetoond dat hij momenteel geen opdrachten heeft of kan verwerven. Gelet hierop acht de rechtbank het redelijk om de man een zodanige verdiencapaciteit toe te dichten dat hij – evenals in 2014 – in staat moet worden geacht de verzochte kinderalimentatie te voldoen. Het verzoek van de vrouw zal derhalve worden toegewezen.

Afwikkeling huwelijkse voorwaarden

De rechtbank zal de behandeling van het verzoek van de vrouw tot afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden aanhouden tot een nader te bepalen terechtzitting. De zaak zal ter terechtzitting worden behandeld door mr. M.T. Nijhuis als rechter-commissaris.

Partijen worden tot uiterlijk veertien dagen vóór aanvang van die terechtzitting in de gelegenheid gesteld om hun standpunten hieromtrent desgewenst nader te onderbouwen.

Proceskosten

Nu de beslissing ter zake de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden zal worden aangehouden, zal de rechtbank de beslissing ter zake de proceskosten eveneens aanhouden.

Beslissing

De rechtbank:

*

wijst af het verzoek van de vrouw tot het verlenen van vervangende toestemming voor verhuizing met de kinderen naar Israël;

*

bepaalt dat de minderjarigen:

  • -

    [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], en

  • -

    [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

bij de man zullen zijn:

 met ingang van het weekend van 5 juni 2015:

 drie van de vier weekenden van vrijdag 18.30 uur tot zondag 18.30 uur;

 in de zomervakantie 2015:

 week 1 (12 – 19 juli 2015);

 week 5 met uitzondering van het weekend (9 – 14 augustus 2015);

 week 6 (16 – 23 augustus 2015);

 in de vakanties vanaf september 2015:

 in de herfstvakantie;

 in de oneven jaren: week 1 van de kerstvakantie;

 in de even jaren: week 2 van de kerstvakantie;

 in de voorjaarsvakantie;

 week 1 – 3 van de zomervakantie;

bij genoemde regeling geldt dat:

  • -

    de vrouw de kinderen naar de man brengt en de man de kinderen weer terugbrengt naar de vrouw;

  • -

    in onderling overleg een verlenging van het weekend tot maandagochtend tot de mogelijkheden behoort zodat de man de kinderen naar school kan brengen;

  • -

    de man de kinderen het tweede omgangsweekend van de drie op zondagochtend naar de Joodse les zal brengen;

  • -

    de kinderen de volgende Joodse feestdagen bij de vrouw zullen doorbrengen:

 Joods Paasfeest (Pesach)

 Joods Nieuwjaar

 Loofhuttenfeest

 Grote Verzoendag (Jom Kipoer)

 Poerimfeest

 Het feest der lichten (Chanoeka)

  • -

    er geen compensatie plaatsvindt indien bovengenoemde Joodse feestdagen vallen in een weekend waarin de kinderen bij de man zouden verblijven;

  • -

    de verjaardagen van de kinderen bij toerbeurt jaarlijks bij de ene of de andere ouder worden gevierd, met dien verstande dat in het geval van de verjaardag van [de minderjarige 1] de vakantieregeling voorgaat indien de moeder alsdan met [de minderjarige 1] in Israël is;

  • -

    de man de vrouw toestemming verleent om met de kinderen naar Israël te reizen gedurende alle vakanties die de kinderen (gedeeltelijk) bij de vrouw doorbrengen;

  • -

    de vrouw als verzorgende ouder de paspoorten van de kinderen beheert en dat zij deze aan de man zal afgeven indien hij de kinderen voor een vakantie wil meenemen naar het buitenland;

  • -

    na een vakantie waarin de kinderen bij de vrouw verblijven, starten de reguliere weekendcontacten met drie opvolgende weekenden bij de man;

  • -

    na een vakantie waarin de kinderen bij de man verblijven, verblijven de kinderen in het eerstvolgende weekend bij de vrouw en vervolgens drie opvolgende weekenden bij de man;

  • -

    de kinderen op maandag, woensdag en zaterdag rond 19.00 uur (lokale tijd) zullen bellen of Skypen met de ouder waar zij op dat moment niet verblijven;

verklaart deze zorgregeling uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat de man met ingang van heden voor de verzorging en opvoeding van de minderjarigen aan de vrouw (bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt)zal betalen een bedrag van € 200 per maand per kind, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en verklaart de bepaling van deze bijdrage uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat de behandeling van het verzoek tot afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden zal worden voortgezet op een nader te bepalen terechtzitting ten overstaan van mr. M.T. Nijhuis als rechter-commissaris;

bepaalt dat de raadslieden bescheiden waarop zij zich ter terechtzitting willen beroepen uiterlijk veertien dagen vóór de dag der terechtzitting in afschrift aan de wederpartij en aan de rechtbank moeten doen toekomen;

*

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden en de proceskosten aan.

*

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.T. Nijhuis, C.G. Meeder en H. Dragtsma, tevens kinderrechters, bijgestaan door mr. A.W. Spee als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2015.