Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:7148

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-06-2015
Datum publicatie
16-09-2015
Zaaknummer
C-09-476525 - HA ZA 14-1240
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht. Inhoud overeenkomst. Ziet een garantstelling op toekomstige meerkosten

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 851
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBO 2016/43 met annotatie van H.J. Bos
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/476525 / HA ZA 14-1240

Vonnis van 3 juni 2015

in de zaak van

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MILIEUWERKEN KATWIJK B.V.,

gevestigd te Oestgeest,

eiseres,

advocaat mr. C.A. de Jong te Utrecht,

tegen

De publiekrechtelijke rechtspersoon

DE GEMEENTE KATWIJK,

gevestigd te Katwijk,

gedaagde,

advocaat mr. F.P. van Galen te Leiden.

Partijen zullen hierna MWK en de Gemeente genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding, met bijlagen;

  • -

    de conclusie van antwoord, met bijlagen;

  • -

    het tussenvonnis van 31 december 2014;

  • -

    de brief zijdens MWK d.d. 8 april 2015, met bijlagen, mede houdende een akte vermeerdering van eis;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 23 april 2015;

  • -

    de brief zijdens de Gemeente van 18 mei 2015.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

In de nacht van 26 op 27 april 2012 is een brand uitgebroken in een bedrijfsgebouw gelegen aan de [adres 1] . Bij die brand is asbest vrijgekomen. Het genoemde perceel, het perceel [adres 1] en de percelen behorende bij een woonarkhaven zijn met asbest verontreinigd.

2.2.

Ten tijde van deze brand was de grond van het perceel [adres 2] te [gemeente 1] eigendom van de heer [A] . Het daarop staande bedrijfsgebouw werd verhuurd aan onder andere [X] B.V. (hierna: [X] ).

2.3.

[X] was verzekerd tegen brandschade bij Delta Lloyd. Namens Delta Lloyd is in deze zaak opgetreden door Troostwijk Expertises B.V. (hierna: Troostwijk).

2.4.

Vervolgens zijn een aantal saneringswerkzaamheden uitgevoerd. Op 7 mei 2012 is echter door het daartoe ingeschakelde inspectiebureau geweigerd de door asbest besmette percelen vrij te geven. Duidelijk werd dat een grondige sanering van het gebied noodzakelijk was.

2.5.

Op 7 mei 2012 heeft MWK aan de Gemeente een offerte uitgebracht voor deze grondige sanering voor een bedrag van € 95.000,- excl. BTW. In deze offerte zijn de kosten voor (langdurige) opslag niet opgenomen. Na onderhandelingen tussen MWK en Troostwijk over deze offerte, is een overeenkomst tot stand gekomen tussen MWK en [X] , inhoudende dat MWK conform de offerte zou saneren tegen betaling door [X] van een bedrag van € 85.000,- excl. BTW. MWK is vervolgens begonnen met de saneringswerkzaamheden.

2.6.

MWK heeft haar werkzaamheden tijdelijk opgeschort omdat zij zekerheid wilde hebben voor de betaling van de door haar te verrichten werkzaamheden.

2.7.

In een e-mail van dinsdag 15 mei 2012 van [B] (hierna: [B] ), namens de Gemeente aan onder meer [C] (hierna: [C] ), medewerker van MWK, schrijft [B] :

“(…)

U saneert de woonarken en het gebied daar omheen zodat het vrij gegeven kan worden. U houdt daarbij rekening met de eerdere vrijgevingen en de klimatologische omstandigheden uit de periode na de brand. Dit om een meest reëel beeld te hebben van de mogelijke besmetting.

(…)

De kosten van deze sanering van de woonarken worden door u bij (de verzekeraar van) [X] ingediend. Mochten deze nalatig blijven in betalen dan kunt u een aanspraak maken op de gemeente.

(…)”

2.8.

In een e-mail van woensdag 16 mei 2012 van [C] aan [B] , schrijft [C] :

“(…)

Indien de heer [A] (en/of de verzekering van de heer [A] ) niet de volledige kosten van Milieu Werken Katwijk BV dekt, wordt het verschil door de gemeente vergoed aan Milieu Werken Katwijk BV.

(…)”

2.9.

De tussen MWK en [X] overeengekomen werkzaamheden zijn door MWK uitgevoerd. Op 19 mei 2012 is het gebied vrijgegeven.

2.10.

Op 1 juni 2012 heeft een vergadering plaatsgevonden die werd voorgezeten door de heer [D] (hierna: [D] ) van Troostwijk namens [X] . Aanwezig waren onder meer de woonarkbewoners, deels vertegenwoordigd door een schade-coach (de heer [E] ), een aantal vertegenwoordigers van verzekeraars van bewoners, twee vertegenwoordigers van de Gemeente (waaronder [B] ) en twee vertegenwoordigers van MWK ( [C] en [F] , directeur). Tijdens deze bijeenkomst is onder meer gesproken over de problematiek van het vaststellen en vergoeden van de schade van bewoners in verband met het verlies van zaken zoals tuinmeubilair, die door MWK in het kader van de sanering zijn weggenomen. Daarbij speelde een rol dat onduidelijk was of [X] voldoende verzekerd was en of de eigen verzekeringen van de bewoners in dat geval dekking zouden bieden.

2.11.

In het door Troostwijk opgestelde verslag van de vergadering van 1 juni 2012, staat onder meer het volgende (letterlijk geciteerd):

[D] (…) Welkom allemaal. Bedankt voor de komst hier. Dank voor de gemeente dat we hier mogen zitten en voor het gebruik van de ruimte, we hadden toch wel ernstig gebrek aan een grote ruimte met zo’n groot gezelschap. Ik heb een korte agenda gemaakt, het leek me verstandig om eerst met de woonarkbewoners in conclaaf te gaan. De eerste aanleiding voor mij was om de hele asbestsaneringskosten toewijzing te gaan regelen met de experts, maar daar hoeven we jullie niet lastig mee te vallen want dat gaat feitelijk een beetje buiten jullie om, alle andere zaken die eromheen komen die zijn voor jullie van belang, is ook dodelijk saai wat we gaan bespreken, dus stel voor dat we daar eerst mee gaan beginnen en dan kunnen we in het 2e deel van de vergadering met een kleiner gezelschap verder gaan met de experts (...)

[C] (…) De spullen zijn er nog wel maar die zijn afgesloten in een zak, mochten ze bekeken worden dan moeten ze onder asbestcondities de zak open gemaakt worden, (…) dat is een afweging die mogen jullie maken vandaag, ik hebben ze bewaard in de containers, we zouden erin kunnen als het zou moeten, maar wel onder asbestcondities. Het zou kunnen, maar het heeft niet onze voorkeur, het mag niet, officieel mogen we niet weer alles open gaan breken.

[D] (…) Ik zou het nog niet afvoeren het moet eerst melden bij de eigen verzekeraar en dan moet de expert de gelegenheid krijgen ernaar te kijken etcetera

[G] (Bewoner van 1 van de arken) We mogen er dus vanuit gaan dat deze containers blijven staan zolang de zaak niet afgehandeld is?

(…)

[E] (…) Het grote probleem waar je wel mee zit is, je kan zeggen dat er bewaard moet blijven tot de verzekeraar toestemming geeft. De meeste verzekerde Arken zijn bij NAV verzekerd en die geeft geen dekking, dus het is de vraag of hij ubberhaupt een expert inschakeld.

(…)

[D] (…) Ik ben nog steeds van mening die containers die zullen toch moeten blijven staan, die zullen het toch moet melden en dan zal London of NAV verzekeringen met een schriftelijke aanwijzing moeten komen, (…)

[F] (…) Ik zou het willen storten natuurlijk, ik heb die bakken nodig

(…)

[E] (…) stortbonnen

[C] (…) Stortbonnen tussendoor die zitten er niet bij

[D] (…) Nee, als die containers daar staan snappen we natuurlijk wel

[C] (…) Nee kijk waar moeten die facturen heen direct

[D] (…) Die facturen kunnen naar mij en ik zorg dat ze bij Delta Lloyd komt en dan komen er vanzelf vragen terug als er extra informatie nodig is.”

2.12.

Op 6 juni 2012 om 8:17 uur heeft [C] een e-mailbericht verzonden aan Troostwijk en de Gemeente met een offerte “voor de opslag van de containers betreffende het werk [adres 3] te [gemeente 1] ”.

2.13.

Op 13 juni 2012 heeft [B] een mail aan [C] verzonden met als onderwerp “factuur” en de volgende inhoud:

“Goedemorgen [C] ,

Ik denk dat dit een foutje betreft?

De verzekeraars zouden jullie laten weten of de spullen opgeslagen moesten blijven. Daar ligt dan ook de opdrachtverstrekking en visa versa de facturering.

Svp een creditnota hiervoor.”

2.14.

In een e-mailbericht van 18 juli 2012 aan [A] met “c.c.” aan onder meer [B] , schrijft [C] onder meer het volgende:

“Geachte heer [A] ,

Om tot een afronding van de brandschade van de [adres 3] te [gemeente 1] te komen willen u het volgende melden.

Tot op heden staan er 7 stuks containers met asbestbesmet materiaal, conform de mail van woensdag 06-06-2012 8:17, opgeslagen op een terrein te [gemeente 2] . Om de huur- en opslagkosten niet verder op te laten lopen adviseren wij u de containers af te voeren en te storten.”

2.15.

MWK heeft geen opdracht gekregen om de containers af te voeren en is facturen blijven sturen voor de doorlopende huur- en opslagkosten aan [X] met “c.c”. aan onder meer de Gemeente.

2.16.

In een e-mailbericht van 1 november 2012 van [B] aan [H] van Fomab (die optreedt namens MWK), heeft [B] onder meer het volgende geschreven:

“De gemeente kan en zal geen uitspraak doen wat er met de opgeslagen goederen moet gebeuren. In een overleg met verzekeraars, waar Milieuwerken Katwijk ook vertegenwoordigd was, is aangegeven dat wellicht een contra expertise zou moeten worden uitgevoerd. Enkele bewoners zette[n] vraagtekens bij het feit waarom tuinmeubilair etc was weggenomen. De heer [E] heeft dit toen geopperd. Ik neem aan dat Milieuwerken Katwijk daarmee afspraken heeft gemaakt om de goederen op te slaan?”

2.17.

Betaling door [X] van het bedrag van € 85.000,- op grond van de hiervoor onder 2.5 genoemde overeenkomst, is uitgebleven. Bij akte van 12 november 2012 heeft MWK een deel van haar vordering op [X] , namelijk beperkt tot een bedrag ad € 102.201,36 inclusief BTW, gecedeerd aan de Gemeente tegen betaling door de Gemeente van een zelfde bedrag. Dit bedrag is door de Gemeente voldaan.

In dit bedrag zijn niet inbegrepen de kosten voor huur en opslag van de containers. De door MWK in dat verband verzonden facturen zijn tot op heden niet door [X] of een derde voldaan.

2.18.

In een e-mailbericht van 15 april 2014 van 16:30 uur van [B] aan [I] (die optreedt namens MWK), heeft [B] het volgende geschreven:

“(…) De gemeente is voor de 1e fase opdrachtgever geweest voor MWK. Voor deze fase is volledig aan haar verplichtingen voldaan.

Voor de 2e fase was [X] c.q. Troostwijk opdrachtgever. De kosten van deze opdracht heeft de gemeente op basis van een akte van sessie voldaan aan MWK.

Hierbij is expliciet te kennen gegeven dat de opslag hier buiten viel. Sterker nog een deel van de stortkosten zijn in deze akte van sessie opgenomen, welke kosten nog niet zijn gemaakt door MWK.”

In een e-mailbericht van 15 april 2014 van 17:23 heeft [B] aan [I] als volgt bericht:

“De eerste fase was direct na de brand. De paden zijn schoongemaakt door Lek Sloopwerken. Vervolgens is aan MWK door de gemeente opdracht gegeven om de tuinen van de woonboten te saneren. Dit is op 30 april gebeurd.

[X] heeft zelf MWK opdracht gegeven de brandhaard te slopen en het naastgelegen perceel [adres 1] te saneren. Dit is ook gebeurd toen later bleek dat de tuinen van de woonboten alsnog waren besmet. Troostwijk heeft deze onderhandelingen gevoerd. Dit bleek vanwege een geschilpunt over het afvoeren van grond in een impasse te zijn geraakt. Ik heb MWK toen gevraagd met de sanering door te gaan en min of meer garant te staan voor zijn inzet. Dit is de gemeente Katwijk door de cessie nagekomen.

Uit de discussie over de schade (de cessie was toen overigens nog niet aan de orde) was Troostwijk namens [X] de woordvoerder. De gemeente zat vanwege haar publieke toezichtsrol aan tafel en niet vanwege opdrachtgeverschap.”

3 Het geschil

3.1.

MWK vordert – samengevat – de Gemeente:

I te veroordelen tot betaling van € 304.637,61 inclusief BTW te vermeerderen met rente per uiterste betaaltermijn per factuur;

II te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 37.431,66;

III te veroordelen tot het nemen van een beslissing betreffende het afstorten van de thans nog immer in opslag zijnde goederen binnen 5 dagen na vonnis in dier voege dat aan MWK de kosten met betrekking tot de afvoer voor een bedrag groot € 9.801,35 te vermeerderen met 21% BTW [de rechtbank begrijpt: worden vergoed];

IV te veroordelen in de kosten van het geding.

3.2.

MWK stelt daartoe dat de Gemeente garant heeft gestaan voor de kosten van het in opslag houden van de met asbest besmette zaken, zoals aan MWK is opgedragen door [X] .

3.3.

De Gemeente voert verweer. Zij betwist dat sprake is van een overeenkomst tussen MWK en [X] die er toe strekt dat MWK de met asbest besmette zaken in opslag diende te houden, zij betwist voorts dat zij zich voor deze vermeende overeenkomst garant heeft gesteld en beroept zich ten slotte op eigen schuld aan de zijde van MWK waar het het laten oplopen van de schade betreft.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank zal eerst beoordelen of ook in de situatie dat zou komen vast te staan dat tussen MWK en [X] is overeengekomen dat MWK de met asbest besmette goederen in opslag zou houden (zoals MWK stelt en de Gemeente betwist), sprake is van een garantstelling van de Gemeente voor de verplichtingen van [X] die uit de veronderstelde overeenkomst voortvloeien.

4.2.

Een garantstelling vloeit voort uit een overeenkomst van borgtocht. Die komt tot stand doordat twee partijen overeenkomen dat de ene partij, de borg, zich tegenover de andere partij, de schuldeiser, verbindt tot nakoming van een verbintenis die een derde tegenover de schuldeiser heeft of zal krijgen (artikel 7:850 BW).

4.3.

Tussen partijen is niet in geschil dat MWK en de Gemeente op 15/16 mei 2012 zijn overeengekomen dat de Gemeente borg zou staan voor de verplichtingen van [X] jegens MWK uit hoofde van de overeenkomst die is aangegaan op basis van de offerte van 7 mei 2012 en die hiervoor onder 2.5 nader is omschreven.

4.4.

De rechtbank begrijpt de stelling van MWK aldus, dat deze overeenkomst mede omvat het in opslag houden van de met asbest besmette materialen, zodat de garantstelling mede op die verplichting ziet. MWK verwijst in dat verband naar de e-mailwisseling tussen MWK en de Gemeente van 15 en 16 mei 2012. Voorts zou deze overeenkomst blijken uit het feit dat de Gemeente geen bezwaar heeft gemaakt tijdens de vergadering van 1 juni 2012 en het feit dat de Gemeente niet heeft geprotesteerd tegen e-mailberichten met facturen aan [X] die carbon copy aan de Gemeente zijn gestuurd, waaronder ook het mailbericht van 18 juli 2012.

4.5.

In het bedoelde bericht van 15 mei 2012, spreekt de Gemeente over “de kosten van deze sanering van de woonarken”. In haar reactie daarop van 16 mei 2012 heeft MWK het over “de volledige kosten van Milieu Werken Katwijk BV”. Uit de tekst van de e-mailberichten als zodanig blijkt niet dat toekomstige meerkosten – voor zover die al voldoende bepaalbaar zouden zijn geweest, hetgeen een voorwaarde is voor een mogelijke overeenkomst van borgtocht – eveneens onder de garantstelling zouden vallen. Weliswaar sluit de tekst van de zinsnede “de volledige kosten” ook niet bij voorbaat toekomstige kosten uit, maar in het licht van de gemotiveerde betwisting door de Gemeente heeft MWK onvoldoende gesteld ter onderbouwing van de stelling dat partijen bij het aangaan van de overeenkomst wel die bedoeling hebben gehad. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

4.6.

Toen de percelen op 7 mei 2012 niet zijn vrijgegeven, is door MWK een offerte uitgebracht waarin de noodzakelijke werkzaamheden zijn opgenomen. Over de uiteindelijke prijs is onderhandeld met Troostwijk namens Delta Lloyd, maar de verplichtingen van MWK zijn daardoor niet gewijzigd zoals MWK overigens ook niet heeft gesteld. Daarmee staat vast dat de garantstelling ziet op de saneringswerkzaamheden zoals aangegeven in die offerte. Die offerte betreft concrete werkzaamheden die dienden te worden uitgevoerd tegen een vooraf overeengekomen prijs. De Gemeente heeft in dat verband onder meer onbetwist gesteld dat uit de offerte een bedrag van 25.000,- blijkt voor het weghalen en afvoeren van de zaken zoals in de offerte omschreven. Een nog nader te bepalen post “opslagkosten”, “onvoorzien” of “p.m.” ontbreekt. Dat bij het aangaan van de garantstelling bedoeld was ook toekomstige meerkosten daaronder te laten vallen, kan daar dan ook niet uit worden afgeleid.

4.7.

Op het voorgaande stuit eveneens af de stelling van MWK dat het niet meer dan logisch is dat de kosten van opslag onder de garantstelling vallen omdat het finale afstorten van het vervuilde materiaal ook onder de garantie viel. Uit de offerte – waarin kosten zijn opgenomen voor afvoer – blijkt namelijk niet dat er iets opgeslagen zou gaan worden, althans niet voor zodanige duur dat daarmee substantiële kosten gemoeid zouden zijn.

4.8.

Dat partijen ten tijde van het aangaan van de overeenkomst van borgtocht wel beoogd zouden hebben deze mede aan te gaan voor toekomstige meerkosten, blijkt evenmin uit het feit dat de Gemeente geen bezwaar heeft gemaakt tijdens de vergadering van 1 juni 2012. Onbetwist is dat de Gemeente bij deze vergadering aanwezig was uit hoofde van haar publiekrechtelijke toezichtsrol en niet als contractspartij. Uit de notulen van deze vergadering blijkt dat de Gemeente zich nauwelijks in het debat heeft gemengd en ook op andere punten niet heeft meegedaan aan de discussie. Nu een eventuele garantstelling van de Gemeente tijdens deze vergadering niet aan de orde was en bovendien uit het verslag niet blijkt dat concrete afspraken zijn gemaakt over de aan opslag verbonden kosten, kan uit het zwijgen van de Gemeente hieromtrent niet worden afgeleid dat zij van begin af aan bedoeld heeft garant te staan voor toekomstige meerkosten.

4.9.

Ter onderbouwing van haar stelling dat partijen bij het aangaan van de overeenkomst wel beoogd hebben toekomstige meerkosten daaronder te laten vallen, voert MWK voorts aan dat dit moet worden afgeleid uit het feit dat de Gemeente de ontvangen facturen niet tijdig heeft betwist.

Uit het hiervoor onder 2.13 genoemde mailbericht van 13 juni 2012, blijkt echter dat de Gemeente onmiddellijk na het ontvangen van de eerste factuur bezwaar heeft gemaakt. Bovendien heeft MWK ter zitting erkend dat [B] naar aanleiding van de facturen meerdere keren telefonisch contact heeft opgenomen met [C] en heeft aangegeven dat MWK zich diende te wenden tot [X] . Dat de Gemeente ondanks het e-mailbericht van 18 juni 2012 van MWK haar geen opdracht heeft gegeven om over te gaan tot afstorten, maakt dit niet anders. Immers, de Gemeente was geen opdrachtgever van MWK en was derhalve niet de contractspartij die op grond daarvan een dergelijke opdracht kon verstrekken.

4.10.

MWK beroept zich voorts op het e-mailbericht van 15 april 2014 om 17:23 uur. Daaruit zou blijken dat de Gemeente zich garant had gesteld en dat die garantstelling in ieder geval mede de opslagkosten omvat. Kennelijk bedoelt MWK dat uit deze mail moet worden afgeleid dat de garantstelling door de Gemeente is afgegeven na “het geschilpunt over het afvoeren van de grond”, en dat met dit laatste geschilpunt wordt bedoeld de veronderstelde opdracht van [X] aan MWK om de besmette materialen in opslag te houden.

De rechtbank is met de Gemeente van oordeel dat [B] dit niet bedoeld kan hebben. Immers, [B] heeft het over een moment waarop de saneringswerkzaamheden in een impasse waren geraakt. Het kan niet anders dan dat hij daarbij doelt op de periode tussen 7 en 19 mei 2012 waarin het gebied nog steeds besmet was en niet vrijgegeven kon worden. In die periode heeft MWK haar werkzaamheden korte tijd opgeschort. De Gemeente had er belang bij dat de saneringswerkzaamheden door zouden gaan zodat het gebied vrijgegeven zou worden. Dat [B] niet doelt op het geschil over het in opslag houden van de materialen, blijkt ook uit het feit dat hij het heeft over een geschil over afvoer van “grond”; de veronderstelde opdracht om de zaken in opslag te houden ziet niet specifiek op grond, maar op alle met asbest besmette materialen, in het bijzonder eigendommen van bewoners zoals tuinmeubilair.

4.11.

Voor zover MWK heeft bedoeld te stellen dat de garantstelling voor toekomstige meerkosten alsnog is overeengekomen na 15 mei 2012 door het nalaten van de Gemeente om bezwaar te maken tijdens de vergadering van 1 juni 2012 en niet te protesteren tegen de facturen, houdt die stelling om dezelfde redenen geen stand als hiervoor overwogen onder 4.8 en 4.9. Bovendien is een uitsluitend nalaten geen rechtshandeling waaruit een verbintenis tot garantstelling kan voortvloeien.

4.12.

De rechtbank is van oordeel dat MWK gelet op de gemotiveerde betwisting door de Gemeente, haar stelling dat de Gemeente zich reeds op 15 mei 2012 garant heeft gesteld voor eventuele toekomstige opslagkosten, dan wel dat partijen deze garantstelling later alsnog zijn overeengekomen, onvoldoende heeft onderbouwd. Aan bewijslevering wordt derhalve niet toegekomen.

4.13.

Uit het voorgaande vloeit voort dat de vorderingen sub I en II dienen te worden afgewezen.

4.14.

Ten aanzien van de vordering sub III wordt overwogen dat vaststaat dat als al sprake is van een overeenkomst op grond waarvan MWK de met asbest besmette materialen in opslag diende te houden, niet de Gemeente maar [X] moet worden aangemerkt als wederpartij. Zoals de Gemeente terecht stelt, kan zij niet op grond van een dergelijke overeenkomst opdracht geven het materiaal af te storten. Van een andere grondslag op grond waarvan de Gemeente dat wel zou kunnen doen is niet gebleken, zodat ook deze vordering dient te worden afgewezen.

4.15.

MWK zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Gemeente worden begroot op:

- griffierecht € 3.829,00

- salaris advocaat € 4.000,00 (20,0 punten × tarief € 2.000,00)

Totaal € 7.829,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt MWK in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeente tot op heden begroot op € 7.829,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Brakel en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2015.