Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:6932

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-04-2015
Datum publicatie
25-06-2015
Zaaknummer
C-09-457779 - HA ZA 14-49
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

eindvonnis schadeloosstelling onteigening

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/457779 / HA ZA 14-49

Vonnis van 22 april 2015

in de zaak van

de openbare rechtspersoon

HET HOOGHEEMRAADSCHAP VAN SCHIELAND EN DE KRIMPENERWAARD,

zetelende te Rotterdam,

eiser,

advocaat: mr. G.J.M. de Jager te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap

[A] HOLDING B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 2],

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna het hoogheemraadschap en [B] Holding worden genoemd.

1 De verdere procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis van 5 februari 2014 en de daarin genoemde processtukken;

  • -

    het proces-verbaal van de descente van 27 februari 2014 en de daarin genoemde stukken;

  • -

    het concept deskundigenrapport;

  • -

    de e-mail van mr. De Jager van 4 december 2014 aan de deskundigen;

  • -

    het definitieve deskundigenrapport van 5 januari 2015(depotnummer 15.1);

  • -

    de beschikking van 27 januari 2015 waarbij pleidooi is bepaald op 19 maart 2015;

  • -

    de brief van de deskundigen van 5 maart 2015, met bijlage, aan de rechtbank.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Bij vonnis van 5 februari 2014 (hierna: het onteigeningsvonnis) heeft de rechtbank vervroegd de onteigening uitgesproken ten behoeve en ten name van het hoogheemraadschap van:

- een gedeelte ter grootte van 00.00.47 hectare van het perceel kadastraal bekend gemeente [gemeente], [sectie], [nummer], in totaal groot 00.09.15 hectare (grondplannummer [nummer2]),

gelegen nabij de [nummer2] te [gemeente], vrij van alle op deze zaak rustende lasten en rechten.

2.2.

In het onteigeningsvonnis is het voorschot op de schadeloosstelling voor [B] Holding bepaald op € 1.700,00.

2.3.

De (vervroegde) opneming (zaak- / rekestnummer C/09/454718 / HA RK 13-605) door de rechter-commissaris en de deskundigen als bedoeld in artikel 54a van de Onteigeningswet (hierna: Ow) heeft op 27 februari 2014 plaatsgevonden.

2.4.

Op 18 april 2014 is het onteigeningsvonnis in de openbare registers ingeschreven.

2.5.

Bij rapport van 5 januari 2015, gedeponeerd ter griffie op 5 januari 2015, hebben de deskundigen omtrent de aan [B] Holding toekomende schadeloosstelling als volgt geadviseerd:

de waarde van het onteigende € 1.645,00

de waardevermindering van het overblijvende € nihil

inkomensschade € nihil

bijkomende schade € nihil

belastingschade € p.m.

rente € p.m.

totaal € 1.645,00

met gestanddoening van de bijkomende aanbieding.

2.6.

Het hoogheemraadschap heeft bij pleidooi gereageerd op het definitieve deskundigenrapport. [B] Holding is niet in rechte verschenen. Tegen haar is verstek verleend.

Waarde van het onteigende

2.7.

De deskundigen waarderen het onteigende op een bedrag van € 1.645,00. Zij zijn hierbij uitgegaan van een grondwaarde van het onteigende van € 35,00 per m². Het hoogheemraadschap is het hiermee eens. Nu [B] Holding niet is verschenen wordt zij geacht zich aan te sluiten bij het advies van de deskundigen.

2.8.

De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de door de deskundigen op basis van hun kennis, ervaring en intuïtie begrote waarde, nu hiertegen geen verweer is gevoerd. De rechtbank zal het advies van de deskundigen ter zake van de waarde van het onteigende dan ook volgen en bepalen op € 1.645,00.

Waardevermindering van het overblijvende en inkomensschade

2.9.

Het hoogheemraadschap en de deskundigen zijn het erover eens dat er geen sprake is van waardevermindering van het overblijvende. Nu [B] Holding niet in de procedure is verschenen en aldus wordt geacht zich hiertegen niet te verzetten, ziet de rechtbank geen reden hieromtrent anders te oordelen.

Bijkomende schade

2.10.

De deskundigen begroten de bijkomende schade op nihil.

2.11.

In de dagvaarding heeft het hoogheemraadschap aan [B] Holding als schadeloosstelling voor de onteigening een bedrag van € 1.700,00 aangeboden, waarin een bedrag van € 55,00 was opgenomen aan “afrondingskosten”. Bij pleidooi heeft het hoogheemraadschap laten weten het aanbod tot vergoeding van deze kosten te handhaven.

2.12.

De rechtbank zal het door de deskundigen geadviseerde bedrag verhogen van nihil naar € 55,00.

Belastingschade

2.13.

De deskundigen verwachten dat er geen belastingschade zal ontstaan als gevolg van de onteigening. Het hoogheemraadschap biedt aan om eventuele ten gevolge van de onteigening optredende belastingschade bindend te laten vaststellen door de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken. De rechtbank zal, nu hiertegen geen verweer is gevoerd, het hoogheemraadschap hiertoe veroordelen.

Bijkomende aanbiedingen

2.14.

Het hoogheemraadschap heeft aangeboden om op het onteigende een erfdienstbaarheid ten behoeve van [B] Holding te vestigen voor het verkeer van en naar de loods. Nu het hoogheemraadschap heeft aangegeven deze aanbieding gestand te doen, zal de rechtbank dit aldus in dit vonnis opnemen.

Voorts

2.15.

De rechtbank is voor het overige niet gebleken dat de deskundigen onjuiste uitgangpunten hebben gehanteerd of relevante factoren over het hoofd hebben gezien. De rechtbank zal de schadeloosstelling voor [B] Holding in afwijking van het advies bepalen op € 1.700,00 (€ 1.645,00 + € 55,00).

2.16.

Deskundigen hebben geadviseerd de te vergoeden rente over het verschil tussen het voorschot en de definitief vast te stellen schadeloosstelling te bepalen op 2% per jaar.

2.17.

Aangezien het voorschot hetzelfde bedrag betreft als de definitief vast te stellen schadeloosstelling kan [B] Holding geen aanspraak maken op de rentevergoeding als bedoeld onder 2.16.

2.18.

Van derde belanghebbenden die ter zake het onteigende enig recht op schadeloosstelling zouden hebben is niet gebleken.

2.19.

De kosten van de door de rechtbank benoemde deskundigen bedragen volgens hun opgave € 10.330,19 (inclusief btw). Tegen de hoogte van deze kosten, die ook overigens redelijk voorkomen, heeft het hoogheemraadschap geen bezwaar gemaakt, zodat het als onteigende partij tot betaling van deze kosten zal worden veroordeeld.

2.20.

Aangezien [B] Holding niet is verschenen in de procedure, begroot de rechtbank de proceskosten van [B] Holding op nihil.

2.21.

Ten slotte zal een nieuws- en advertentieblad worden aangewezen voor de publicatie van dit vonnis.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

stelt de schadeloosstelling voor [B] Holding vast op € 1.700,00;

3.2.

verstaat dat het hoogheemraadschap de bijkomende aanbieding als genoemd onder 2.14. gestand doet;

3.3.

veroordeelt het hoogheemraadschap tot vergoeding van eventuele zich als gevolg van de onteigening voor [B] Holding voordoende belastingschade, vast te stellen door de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken in Rotterdam;

3.4.

veroordeelt het hoogheemraadschap in de kosten van de door de rechtbank benoemde deskundigen ten bedrage van € 10.330,19 (inclusief btw);

3.5.

wijst het “AD Rotterdams Dagblad” en “De Lekstreek” aan als nieuws- en advertentieblad waarin de griffier van deze rechtbank de beslissing bij uittreksel zal plaatsen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H.I.J. Hage en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.1

1 type: 2184 coll: