Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:6814

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15-06-2015
Datum publicatie
18-06-2015
Zaaknummer
AWB - 14 _ 10538
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2017:1388, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2015/1359
V-N 2015/38.15.30
FutD 2015-1550
NTFR 2015/2167 met annotatie van Mr. E.G. Borghols
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 14/10538

uitspraak van de meervoudige kamer van 15 juni 2015 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [vestigingsplaats], verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de voldoening op aangifte van energiebelasting over de maand april 2014 voor een bedrag van € 162.

Verweerder heeft het bezwaar afgewezen.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 april 2015.

Namens eiseres zijn verschenen [persoon A] en [persoon B]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon C], [persoon D] en [persoon E].

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres is leverancier van elektriciteit en aardgas en daarom belastingplichtig voor de energiebelasting. Eiseres doet maandelijks aangifte energiebelasting en draagt de verschuldigde belasting maandelijks af.

De Coöperatie

2. De Coöperatie [coöperatie] U.A. (hierna: de Coöperatie) is opgericht op 26 augustus 2011 door zes inwoners van Lochem, onder wie [persoon F]. In de tot de gedingstukken behorende oprichtingsakte van de Coöperatie staat, voor zover hier van belang, het volgende:

“(. . .)

STATUTEN

(. . .)

Artikel 2 – Doel

1. Het doel van de coöperatie is het voorzien in de stoffelijke behoeften van haar leden krachtens

overeenkomsten, met hen gesloten in het bedrijf dat zij te dien einde ten behoeve van haar leden

uitoefent of doet uitoefenen.

(. . .)

2. Het bedrijf dat de coöperatie uitoefent of doet uitoefenen omvat:

a. het stimuleren van het gebruik van duurzame, lokaal opgewekte energie in de gemeente

Lochem;

b. het produceren of doen produceren van duurzame energie in de gemeente Lochem, direct of indirect ten behoeve van de leden;

(. . .)

4. Zij tracht dit doel ondermeer te bereiken door:

a. het uitoefenen van een bedrijf ten behoeve van de leden;

b. het verwerven, oprichten en exploiteren van duurzame energie-, opwekkings-middelen, waaronder zonne-energie-systemen, wind- en waterkrachtsystemen;

c. het sluiten van overeenkomsten met leden teneinde te voorzien in hun behoefte aan duurzame, lokaal geproduceerde energie;

d. het oprichten van, deelnemen in of samenwerken met organisaties, als dat voor het bereiken van het doel van de coöperatieve vereniging bevorderlijk kan zijn;

(. . .)

Artikel 3 – Aanvraag en toelating lidmaatschap; het ledenregister

1. Leden van de coöperatie kunnen zijn natuurlijke personen en rechtspersonen die woonachtig of gevestigd zijn in de gemeente Lochem.

(. . .)”

[BV] BV (hierna: de BV)

3. In het kader van de uitvoering van artikel 2, eerste lid, van de oprichtingsakte van de Coöperatie is op 18 december 2012 [BV] BV (hierna: de BV) opgericht. De Coöperatie is 100% aandeelhouder van de BV.

4. De BV heeft een zonnestroominstallatie in eigendom verworven. De installatie bestaat uit 200 zonnepanelen met aanhorige voorzieningen en is aangebracht op het dak van het gemeentehuis te Lochem. Ten behoeve van de BV is een recht van opstal gevestigd.

Huurovereenkomsten

5. De leden van de Coöperatie (hierna: de leden) kunnen een kavel van vijf of tien zonnepanelen huren. Hiertoe zijn de leden huurovereenkomsten aangegaan met de BV. Op deze wijze verkrijgen zij het recht op een overeenkomstig gedeelte van de met de totale zonnestroominstallatie opgewekte elektriciteit (hierna: de opbrengst huurder). Tot de gedingstukken behoort de huurovereenkomst van [persoon F] met de BV (hierna: de huurovereenkomst).

6. In de huurovereenkomst staat, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:
“(. . .)

Welke PV-zonnepanelen? (artikel 1)

1.13

U huurt van [de BV] twee kavels van 5 PV-zonnepanelen (. . .). Feitelijk is dit het gebruiksrecht van een gedeelte van het totale zonnepark dat overeenkomt met de capaciteit van 10 panelen.

1.14

Het gaat om PV-zonnepanelen van 250 WattPiek elk, dus 10 panelen hebben een capaciteit van 2500 WattPiek. In een normaal zonnejaar leveren deze 10 panelen circa 2200 kWh aan elektriciteit voor uw eigen gebruik. Via een verdeelsysteem via de netbeheerder wordt aan iedere huurder het aan hem/haar toekomende deel van de opgewekte stroom toegerekend aan de in artikel 6.2 bedoelde aansluiting van huurder in Lochem.

Hoe lang duurt deze overeenkomst? (artikel 2)

2.19

Deze huurovereenkomst gaat in op 1 juli 2013. U huurt de kavel PV-zonnepanelen voor een periode van vijftien jaar.

(. . .)

Welke huurprijs betaalt u voor de PV-zonnepanelen? (artikel 3)

3.1

Bij het begin van deze huurovereenkomst is uw maandelijkse netto huur € 40 voor twee kavels van vijf panelen. Dit bedrag is inclusief 21% BTW.

(. . .)

3.3

In de huurprijs is niet inbegrepen het lidmaatschap van de coöperatie (ter waarde van jaarlijks

€ 25,50, incl. 21 % BTW).

(. . .)

Welke verdere voorwaarden gelden voor deze overeenkomst? (artikel 6)

6.1

Op deze huurovereenkomst zijn de “Algemene voorwaarden voor dienstverlening door [de BV] in het kader van de verhuur van kavels zonnepanelen op het gemeentehuis Lochem” van toepassing.

(. . .)

6.2

De stroom die opgewekt wordt met het kavel zonnepanelen is bedoeld voor eigen gebruik door huurder ten behoeve van de elektriciteitsaansluiting op het adres (. . .).

6.3 [

De BV] levert via [eiseres] groene elektriciteit tegen marktconforme prijzen, waarbij jaarlijks op de jaarafrekening een coöperatiekorting (thans minimaal € 50, incl. BTW) in aanmerking wordt genomen. [De BV] regelt voor u vóór de ingangsdatum van deze overeenkomst een jaarcontract voor levering van elektriciteit via [eiseres], indien u dat niet al zelf heeft gedaan.

6.4

U beoogt middels deze overeenkomst te voorzien in opwekking van duurzame elektriciteit voor eigen gebruik middels het gehuurde gedeelte van het zonnepark.

(. . .)”

Algemene Voorwaarden

7. In de in punt 6.1 van de huurovereenkomst genoemde Algemene voorwaarden

staat, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:

“1. Definities
In deze algemene voorwaarden wordt verstaan onder:
(…)
c. Lid: Lid van [de Coöperatie]
(…)
f. De Opbrengst: De door de installatie opgewekte elektrische energie in kWh
(. . .)

6. Verrekening van, dan wel vergoeding voor de Opbrengst

a. De Opbrengst wordt telkens na afloop van een kalenderjaar door [de BV] in overleg met het Leveringsbedrijf [eiseres] bepaald. Het Lid verklaart bekend te zijn met het feit dat prognoses over De Opbrengst indicatief zijn en dat daaraan geen rechten kunnen worden ontleend. De werkelijk gerealiseerde Opbrengst is afhankelijk van een veelheid van factoren en wordt niet door [de BV] en daarbij betrokken personen gegarandeerd. Het Lid zal jegens [de BV], de Coöperatie, haar oprichters, bestuurders en commissarissen geen aanspraak maken op vergoeding van vermeende schade wegens tegenvallende Opbrengst. Voorts is het Lid er mee bekend dat noch [de BV] noch de Coöperatie onder toezicht staat van de AFM.

b. De Coöperatie zal met het Leveringsbedrijf afspreken dat voor een Lid dat een Leveringsovereenkomst heeft met het Leveringsbedrijf de gehele Opbrengst Huurder met de betreffende huurder verrekend wordt tegen een vergoeding per kWh conform de voor het betreffende Lid van toepassing zijnde elektriciteitsprijs.

c. De hoogte van deze vergoeding kan voor ieder individueel Lid verschillend zijn, afhankelijk van de

voor dat lid van toepassing zijnde Leveringsovereenkomst. De vergoeding voor Leden die een

Leveringsovereenkomst hebben met het Leveringsbedrijf kan afwijken van de Vergoeding voor overige Leden.

(. . .)”

Overeenkomst tussen de BV en Eneco

8. Op 26 juni 2013 hebben de BV en de rechtsvoorgangster van eiseres, Eneco Retail B.V., een overeenkomst getiteld “Overeenkomst voor het model ’eigen opwekking van elektriciteit’ op het dak van het gemeentehuis van Lochem” (hierna: de overeenkomst) ondertekend. In de overeenkomst staat, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:

“(. . .)
1. Definities en interpretatie
1.1 In deze Overeenkomst hebben de volgende begrippen de volgende betekenis:
(…)
xix. Opbrengst Huurder: het deel van de Opbrengst in kWh dat correspondeert met het door de
huurder gehuurde aantal kavels.
xx.Opbrengst: de door de Installatie opgewekte elektrische energie in kWh.
(…)

2. Inning en verrekening

2.1

Namens [de BV] zal [eiseres] maandelijks de Huur incasseren, via de maandelijkse reguliere voorschotnota.

2.2 [

Eiseres] zal de daadwerkelijk geïncasseerde Huur, na aftrek van alle over de Opbrengst Huurder verschuldigde belastingen (BTW en Energiebelasting) betalen aan [de BV].

2.3 [

Eiseres] zal, namens [de BV], de gehele Opbrengst Huurder aan de betreffende huurder verrekenen tegen een vergoeding per kWh conform de voor het betreffende Lid van toepassing zijnde elektriciteitsprijs. De hoogte van deze vergoeding kan voor ieder individueel Lid verschillend zijn, afhankelijk van de voorwaarden van de voor dat lid van toepassing zijnde Leveringsovereenkomst.

2.4

Tenzij anders overeengekomen of indien praktisch niet uitvoerbaar, zal de verrekening als genoemd in artikel 2.3, door [eiseres] worden verricht op de reguliere jaarlijkse eindafrekening. Maandelijks zal op basis van de reguliere voorschotnota een voorschot op de vergoeding als genoemd in artikel 2.3 worden betaald.

(. . .)

6. Consumptie elektriciteit en additioneel verhandelbare rechten

6.1

Het risico op verlies van elektriciteit (netverliezen) vóór het aansluitpunt op het openbare net is volledig voor rekening van [de BV].

6.2 [

De BV] zal ervoor zorg dragen dat de duurzaam opgewekte elektriciteit voldoet aan de eisen die de netbeheerder, verantwoordelijk voor het net waar de aansluiting zich bevindt, daaraan stelt (‘Netcode’).

6.3

Vanaf de Startdatum zal alle elektrische stroom van de Installatie op basis van de voorwaarden als neergelegd in deze overeenkomst toekomen aan [eiseres].

(…)
6.5 Vanaf de Startdatum zal [de BV] alle additioneel verhandelbare rechten van de Installatie overdragen aan [eiseres] op door [eiseres] aangewezen wijze. [Eiseres] zal de betreffende additioneel verhandelbare rechten behorende bij de Opbrengst Huurder voor zover mogelijk doen toekomen aan de betreffende Huurder, dan wel aan [de BV] in geval er sprake is van een situatie als

bedoeld in artikel 3.

(. . .)”

9. In 2014 is eiseres een samenwerking met de Coöperatie [coöperatie] U.A. (hierna: de Coöperatie) aangegaan.

10. Aangezien de onder 8 bedoelde Opbrengst Huurder niet voldoende is om in de totale elektriciteitsbehoefte van de leden te voorzien, nemen de leden daarnaast elektriciteit af van eiseres.

11. Eiseres heeft over maand april 2014 € 38.494.381 energiebelasting op aangifte afgedragen. Het beroep heeft betrekking op de afdracht van € 162 energiebelasting over de met de door [persoon F] gehuurde zonnepanelen opgewekte elektriciteit.

Geschil
12. In geschil is of eiseres, gelet op het bepaalde in artikel 50, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag (hierna: Wbm), terecht energiebelasting heeft afgedragen over de door middel van de aan [persoon F] verhuurde zonnepanelen opgewekte en vervolgens aan hem verstrekte elektriciteit. Bij ontkennende beantwoording van deze vraag is in geschil of artikel 50, vierde lid, aanhef en onderdeel a, juncto artikel 50, vijfde lid, van de Wbm van toepassing is zodat de aan [persoon F] verstrekte elektriciteit niet als levering in de zin van artikel 50, eerste lid, van de Wbm kan worden aangemerkt.

13. Eiseres neemt primair het standpunt in dat zij over de door middel van de aan [persoon F] verhuurde zonnepanelen opgewekte elektriciteit geen energiebelasting is verschuldigd, omdat zij geen levering in de zin van artikel 50, eerste lid, van de Wbm heeft verricht. Eiseres voert daartoe aan dat het begrip levering niet is gedefinieerd in de Wbm en in de Elektriciteitswet 1998 en dat het (civielrechtelijke) leveringsbegrip in het algemeen een juridische eigendomsoverdracht van de ene aan de andere partij veronderstelt, in welk verband eiseres ook wijst op de Richtlijn 2009/72 EG van 13 juli 2009 (hierna: de Richtlijn). Eiseres stelt dat een dergelijke eigendomsoverdracht niet heeft plaatsgevonden. Eiseres stelt dat zij op geen enkel moment (eigendoms)rechten op de opgewekte en door [persoon F] verbruikte elektriciteit heeft en dat zij deze dus ook niet kan leveren. Zij treedt slechts op als dienstverlener en niet als leverancier. De noodzaak tot het tussentijds overdragen van de beschikkingsmacht over de elektriciteit is onvoldoende om van een eigendomsoverdracht te kunnen spreken.

Subsidiair neemt eiseres het standpunt in dat weliswaar sprake is van verbruik in de zin van artikel 50, vierde lid, van de Wbm, doch dat daarop de uitzondering voor eigen duurzame opwekking van artikel 50, vijfde lid, van de Wbm van toepassing is.

14. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en teruggaaf van het door haar op aangifte afgedragen bedrag van € 162.

15. Verweerder stelt zich op het standpunt dat sprake is van een levering als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Wbm en voert daartoe aan dat contractueel is overeengekomen dat de elektriciteit die door middel van de zonnepanelen wordt opgewekt aan eiseres toekomt en dat [persoon F] slechts door de tussenkomst van eiseres over de door middel van de door hem gehuurde zonnepanelen opgewekte elektriciteit kan beschikken. Derhalve doet zich het belastbare feit genoemd in artikel 50, eerste lid, van de Wbm voor, te weten levering via een aansluiting.

16. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

17. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Beoordeling van het geschil

Toepasselijke regelgeving

18. Ingevolge artikel 48, eerste lid, van de Wbm wordt onder de naam energiebelasting een belasting geheven op aardgas en elektriciteit.

19. Artikel 50 van de Wbm luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“1. Met betrekking tot aardgas en elektriciteit wordt de belasting geheven ter zake van de levering via een aansluiting aan de verbruiker (. . .).

(. . .)

4. Als een levering als bedoeld in het eerste lid wordt mede aangemerkt het verbruik van aardgas en elektriciteit, indien:

a. deze producten op andere wijze zijn verkregen dan door een levering als bedoeld in het eerste lid;

(. . .)

5. Het vierde lid is niet van toepassing met betrekking tot de verbruiker die:

a. elektriciteit heeft opgewekt door middel van hernieuwbare energiebronnen (. . .).”

Afdracht op aangifte

20. Het begrip levering is niet geregeld in de Wbm. Eiseres heeft bepleit dat aansluiting moet worden gezocht bij de Richtlijn. De rechtbank onderschrijft die stelling niet, omdat de inhoud en strekking van die Richtlijn geen betrekking hebben op de heffing van energiebelasting. De rechtbank zal daarom uitgaan van de civielrechtelijke betekenis van het begrip levering. Van levering kan eerst sprake zijn indien (voor zover hier van belang) degene aan wie wordt geleverd, daardoor beschikkingsmacht verkrijgt.

21. In de huurovereenkomst tussen de BV en een lid van de Coöperatie is sprake van een gebruiksrecht dat toekomt aan dat lid, de huurder. De omvang van dat gebruiksrecht wordt gerelateerd aan de capaciteit van de gehuurde zonnepanelen. Het aan een huurder toekomende deel van de opgewekte stroom wordt toegerekend aan zijn aansluiting die hij heeft met eiseres. Die opgewekte stroom is bedoeld voor eigen gebruik en wordt door de BV via eiseres geleverd tegen marktconforme prijzen.

22. In de op die huurovereenkomst toepasselijke Algemene Voorwaarden is in artikel 6 geregeld dat de opbrengst van de installatie (van alle zonnepanelen tezamen), in overleg met eiseres, telkens na afloop van een kalenderjaar door de BV wordt bepaald. De Coöperatie zal met eiseres afspraken maken over de verrekening dan wel vergoeding van de aan elke huurder naar rato toekomende opbrengst conform de voor dat lid geldende elektriciteitsprijs.

23. Het samenstel van bepalingen dat de onderlinge rechtsverhouding tussen de BV en een huurder nader uitwerkt, beschouwt de rechtbank als (in hoofdzaak) van financiële aard, toegespitst op verrekening van de opbrengst. De rechtbank ziet geen aanknopingspunt voor het oordeel dat die rechtsverhouding op enig moment bij een huurder heeft geleid tot enigerlei beschikkingsmacht over de door zonnepanelen opgewekte elektriciteit. Bij gebreke van beschikkingsmacht bij een huurder, bestaat geen grond voor het oordeel dat de BV die elektriciteit aan een huurder heeft geleverd.

24. Niet kan worden gezegd dat de door de BV met de zonnepanelen opgewekte elektriciteit door haar wordt aangewend voor eigen gebruik. Die elektriciteit moet dus op andere wijze worden benut.

25. In de overeenkomst tussen de BV en eiseres is onder meer vastgelegd dat alle door de BV door middel van de zonnepanelen opgewekte elektriciteit toekomt aan eiseres. De BV is verplicht ervoor zorg te dragen dat wordt voldaan aan de eisen van de netbeheerder. Voorts is daarin geregeld dat de betalingsverplichtingen over en weer tussen de BV en een huurder via de reguliere maandelijkse voorschotnota respectievelijk de reguliere jaarlijkse eindafrekening van eiseres voor de netaansluiting op het huisadres van een huurder met hem worden afgewikkeld.

26. Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de BV de door de zonnepanelen opgewekte elektriciteit aan eiseres ter beschikking stelt. De wijze waarop dat vorm en inhoud heeft gekregen is door de BV en eiseres vastgelegd in de hiervoor onder de feiten weergegeven bepalingen.

27. Eiseres heeft over die elektriciteit de beschikkingsmacht verkregen en is mede daardoor in staat elektriciteit aan verbruikers te leveren, zoals aan [persoon F]. De stelling van eiseres dat zij slechts optreedt als dienstverlener en niet als leverancier vindt geen steun in de feiten en het recht.

28. Naar het oordeel van de rechtbank is dus sprake van een levering in de zin van

artikel 50, eerste lid, van de Wbm door eiseres aan [persoon F]. Het subsidiaire standpunt van eiseres faalt daarom eveneens. Aldus heeft het vereiste belastbare feit zich voorgedaan en heeft eiseres ter zake daarvan terecht energiebelasting afgedragen.

Slotsom

29. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

30. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. de Hek, voorzitter, mr. M.C.J.A. Huijgens, en mr. E.E. Schotte, leden, in aanwezigheid van F.J. Crabbendam, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2015.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021,

2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.