Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:5665

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20-05-2015
Datum publicatie
27-05-2015
Zaaknummer
C-09-471492 - HA ZA 14-953
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanneming van werk. Gebrekkige uitvoering. Vervangende schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/471492 / HA ZA 14-953

Vonnis bij vervroeging van 20 mei 2015

in de zaak van

1 [A],

2. [B],

beide wonende te [woonplaats],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. M.J. Goedhart te Rotterdam,

tegen

[C] ,

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. W.G.H. Janssen te Leiden.

Partijen zullen hierna [A] c.s. (enkelvoud) en [C] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de inleidende dagvaarding van 31 juli 2014, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie,

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie,

  • -

    het tussenvonnis van 8 oktober 2014, waarin een comparitie van partijen is gelast,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 28 april 2015 en de daarin genoemde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[A] c.s. heeft in het najaar van 2012 [C] opdracht gegeven om diverse werkzaamheden te verrichten in de tuin van zijn woning aan de [adres] te [woonplaats]. Tot die werkzaamheden behoorden in ieder geval het maken van een nieuwe afrastering, het ophogen van de tuin, het maken van een betonnen terras en het maken van een houten schuur. In verband daarmee heeft [C] een offerte van 9 december 2012 gezonden aan [A] c.s. ten bedrage van € 29.719,75 inclusief btw.

2.2.

Begin 2013 is [C] met de werkzaamheden aangevangen en heeft deze op enig moment gestaakt. Uiteindelijk heeft [C] voor een bedrag van € 38.081,48 aan facturen verzonden aan [A] c.s. [A] c.s. heeft daarop in totaal € 36.766,49 voldaan.

2.3.

Bij brief van 1 juli 2013 heeft [A] c.s. [C] aangeschreven wegens gebreken aan onder meer de afgeleverde schuur en het betonnen terras. Bij brief van 9 september 2013 heeft de rechtsbijstandsverzekeraar van [A] c.s. [C] nogmaals in gebreke gesteld en gesommeerd om uiterlijk op 1 oktober 2013 tot herstel van deze gebreken over te gaan. Tevens is te kennen gegeven dat [C] teveel in rekening had gebracht en heeft [A] c.s. zich beroepen op een opschortingsrecht.

2.4.

In opdracht van [A] c.s. heeft expertisebureau Kloosterman Bouwkundige Expertise een inspectie uitgevoerd en daarover een rapport van 14 november 2013 opgesteld. Expert Kloosterman concludeert:

“De waargenomen gebreken rechtvaardigen de conclusie dat [C] niet het

vakmanschap in huis heeft dat nodig is voor andere werkzaamheden dan grondwerk en

bestrating.”

2.5.

Bij brief van 2 mei 2014 heeft [A] c.s. terugbetaling gevorderd van [C] van € 9.718,39 in verband met teveel in rekening gebrachte kosten.

2.6.

Partijen hebben over het herstel van de gebreken gecorrespondeerd, maar [C] is niet tot herstel en/of terugbetaling overgegaan.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[A] c.s. vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht verklaart dat [C] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen met betrekking tot (in elk geval) de betonvloer, de schuur, de afrastering en de vlonder, en dat hij aansprakelijk is voor de schade die [A] c.s. als gevolg van deze tekortkomingen hebben geleden en nog zullen lijden;

2. [C] veroordeelt om aan [A] c.s. te betalen een bedrag van € 20.102,71 als schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;

3. [C] veroordeelt om aan [A] c.s. te betalen een bedrag van € 11.031,79 wegens onverschuldigde betaling, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;

4. met veroordeling van [C] in de proceskosten.

3.2.

[C] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen en weren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

[C] vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [A] c.s. veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 9.850, te vermeerderen met het alsdan te hanteren btw tarief, met veroordeling van [A] c.s. in de proceskosten.

3.5.

[C] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [A] c.s. nog niet heeft betaald voor alle door hem uitgevoerde werkzaamheden en vordert alsnog betaling van door hem uitgevoerde, maar nog niet gefactureerde (aanvullende) werkzaamheden.

3.6.

[A] c.s. voert verweer.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

De vordering van [A] c.s. is enerzijds gegrond op een toerekenbare tekortkoming van [C] in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst tot aanneming van werk en anderzijds op onverschuldigde betaling van het volgens [A] c.s. ten onrechte in rekening gebrachte bedrag. De rechtbank zal de vorderingen hierna afzonderlijk behandelen.

De gebreken

De schuur en de afrastering

4.2.

Expert Kloosterman heeft in zijn rapport met betrekking tot de schuur het volgende opgenomen:

(…) PLAATSEN SCHUUR

Waarnemingen

De schuur is opgebouwd uit geïmpregneerde rabatdelen die met de binnenkant naar buiten zijn bevestigd op geïmpregneerde balken met een afmeting van 85 x 25 millimeter. De staanders en dakbalken zijn aangebracht met een hart-op-hartafstand van 780 millimeter. Het dak veert enorm als men het betreedt.

Het dak is uitgevoerd als een lessenaarsdak met een helling van circa 10°. Het dakbeschot is

gemaakt van rabatdelen die zijn aangebracht met de binnenkant naar buiten. Het dakbeschot in de schuur is aan de binnenkant op meerdere plaatsen nat. De dakbedekking die bestaat uit één laag gemineraliseerd dakleer is aangebracht in banen. De banen zijn dakpansgewijs in de breedte aangebracht en op het dakbeschot vastgespijkerd met asfaltnagels. Sommige nagels zijn afgedekt met een stukje loodvervangend materiaal (Wakaflex). De banen zijn over de gehele lengte getapet met een loodvervangend materiaal. De zijkanten zijn afgewerkt met een aluminium hoekprofiel. De laagste kant van het dak is niet voorzien van een goot terwijl deze wel op de offerte wordt vermeld.

De schuur heeft zowel aan de voor- als aan de achterkant een deur. De deuren zijn zogenaamde opgeklampte deuren. De achterste deur heeft geen schoren. Deze achterste deur staat circa 25 millimeter rond en is doorgezakt. De rabatdelen vertonen rafels van het zagen. De voorste deur is wel voorzien van schoren maar deze zijn niet op de juiste wijze aangebracht. De bovenste schoor is zelfs in de verkeerde richting aangebracht. Deze deur kan niet dicht; hij past niet in de uitsparing die als kozijn is bedoeld.

Beoordeling

[A] heeft er om esthetische redenen voor gekozen de rabatdelen met de binnenkant naar

buiten te laten aanbrengen. De dakbalken zijn met een afmeting van 85 x 85 millimeter tamelijk iel. Volgens een tabel van het Houtvoorlichtingsinstituut dienen dakbalken bij een hart-op-hartafstand van 730 millimeter minimaal een afmeting te hebben van 75 x 175 millimeter. Om in het onderhavige geval de juiste afmeting van de dakbalken te bepalen dient een constructeur te worden ingeschakeld. Aangezien het hier een schuurruimte betreft kan ook worden volstaan met het verdubbelen van het aantal dakbalken om zo voldoende stevigheid aan het dak te bieden.

De toepassing van het gemineraliseerde dakleer als dakbedekking is een volstrekt onjuiste keuze.

Dit materiaal wordt door dakdekkersbedrijven hooguit gebruikt als dampremmende laag bij platte daken. Het is absoluut niet geschikt als dakbedekking op de hier aan de orde zijnde schuur. De spijkers maken van de bedekking een vergiet wat meteen de natte plekken aan de binnenkant

verklaart. De dakbedekking wordt in de offerte van [C] niet genoemd.

Het is onvermijdelijk dat een opgeklampte deur van rabatdelen kromtrekt; dit is inherent aan het

materiaal. Enkele centimeters is wel erg veel. Dan kan de deur bijna niet meer dicht. De rabatdelen vertonen rafels als gevolg van een stompe zaag of het op een verkeerde manier zagen. Om doorzakken te voorkomen dienen de opgeklampte deuren te zijn voorzien van diagonale schoren, aangebracht van hoek naar hoek en vanuit de scharnierzijde omhoog gericht. De schoren in de voorste deur zijn niet op deze wijze aangebracht. Deze deur is dan ook doorgezakt. Bovendien heeft de deur te weinig omtrekspeling.

Hersteladvies

Om het dak voldoende stevig te maken dienen de dakbalken te worden verdubbeld. De bevestiging kan worden uitgevoerd met BAT ankers en horizontale regels tussen de bestaande dakbalken.

De achterste deur moet worden voorzien van nieuwe rechte verticale klampen en schoren om

doorzakken te vermijden.

De omtrekspeling van de deur moet worden aangepast. De zaagkanten moeten worden geschuurd

om de rafels weg te werken. De schoren van de voorste deur moeten worden verwijderd en op de

juiste manier worden aangebracht. Ook de omtrekspeling moet worden bijgewerkt.

Om het dak waterdicht te krijgen moet de huidige bedekking worden bevestigd met schroeven en volgplaatjes. Vervolgens moet een bitumineuze afwerklaag worden aangebracht (VB470K24 vol en zat gebrand). Hierbij dient er rekening mee gehouden te worden dat de aluminium hoekstrippen aan de zijkant moeten worden gedemonteerd en na het aanbrengen van de afwerklaag weer moeten worden gemonteerd. Door het vastschroeven van het gemineraliseerde dakleer zullen de schroeven aan de onderkant van het dakbeschot zichtbaar zijn. Om condensvorming aan de binnenkant van het dak te vermijden kan worden overwogen om 40 millimeter PIR isolatie aan te brengen. Dit zal dan als meerwerk uitgevoerd moeten worden. Of een dakgoot aangebracht moet worden is ter beoordeling van [A]. Het is in dit geval namelijk niet noodzakelijk gezien de aanwezigheid van voldoende overstek aan de achterzijde. In de offerte wordt een goot overigens ook niet genoemd.

4.3.

Met betrekking tot de afrastering heeft expert Kloosterman het volgende in zijn rapport opgenomen:

(…) PLAATS AFRASTERING

Waarnemingen

Rond de woning is een afrastering aangebracht bestaande uit hardhouten palen waartegen bouwstaalmatten met bijbehorende klemmetjes zijn bevestigd. De bevestiging aan de palen is uitgevoerd met gipsplaatschroeven. Tegen de bouwstaalmatten zijn rietmatten geplaatst waarvoor hedera is geplant. De afrastering is aan de zij- en achterkant niet op de erfgrens geplaatst. De afrastering is gemiddeld 250 millimeter vanaf de erfscheiding geplaatst. Het is [A] niet duidelijk waarom dit zo is uitgevoerd; zijn perceel is hierdoor met 22 m² verkleind. Aan de achterzijde zijn twee palen niet ver genoeg de grond in geplaatst of zijn deze niet op lengte gezaagd. De afrastering is niet recht en strak aangebracht maar slingert hier en daar.

Beoordeling

De schroeven die zijn toegepast voor het bevestigen van de bouwstaalmatten zijn niet geschikt voor buitenwerk. Deze zullen gaan oxideren en doorroesten waardoor de bouwstaalmatten na verloop van tijd los zullen raken van de hardhouten palen.

(…) Voorts dient de afrastering recht te worden aangebracht en moeten palen waarbij dat niet is gebeurd op de juiste hoogte worden afgezaagd. Het richten van de palen zal erg bewerkelijk zijn omdat de ruimte tussen de erfafscheiding van de aangrenzende percelen en de door [C] aangebrachte afrastering plaatselijk zeer minimaal is.

Hersteladvies

Geadviseerd wordt om de gipsplaatschroeven te vervangen door verzinkte of roestvrij stalen

schroeven. Om de afrastering in een rechte lijn te plaatsen dienen de palen in één lijn te worden geplaatst. Te lange palen moeten worden ingekort.

Conclusie

De (…) bouwstaalmatten zijn bevestigd met verkeerde schroeven en de afrastering staat niet in een rechte lijn.

4.4.

De rechtbank is van oordeel dat op basis van het door [A] c.s. in het geding gebrachte expertiserapport en de daarbij behorende foto’s – en anders dan [C] aanvoert – afdoende blijkt dat de schuur en de afrastering gebrekkig zijn aangelegd. [C] heeft, ondanks daartoe door [A] c.s. in de gelegenheid te zijn gesteld, geweigerd het gevraagde herstel uit te voeren, zodat [C] in verzuim verkeert. [C] is daarom gehouden de met het herstel gemoede kosten aan [A] c.s. te vergoeden, welke herstelkosten die door de rechtbank worden gesteld op de door [A] c.s. gevorderde bedragen, berekend aan de hand van de door de expert berekende herstelkosten, vermeerderd met 8% algemene kosten en btw, te weten € 2.544,15 respectievelijk € 1.102,55.

De vlonder

4.5.

Expert Kloosterman heeft in verband met de vlonder het volgende in zijn rapport opgenomen:

5 AFWERKING VLONDER

Waarnemingen

De vlonder aan de linkerkant van de woning achter de schuur is gemaakt van bankirai. Aan de bovenkant is de vlonder afgewerkt met planken die op regels zijn bevestigd. De vlonderplanken zijn met onderlinge afstand van circa 15 millimeter aangebracht. Tussen de regels waarop de planken zijn bevestigd ligt afval zoals een colafles en een melkpak. De planken zijn ter plaatse van de woning pas gezaagd om twee betonnen stiepjes. De aansluiting van de vlonderplanken tegen de stiepjes is zeer slordig uitgevoerd.

Beoordeling

Het afval onder de vlonder kan onmogelijk door de naden van 15 millimeter zijn gevallen. Waarschijnlijk is het er tijdens de werkzaamheden van [C] onder terechtgekomen. Dit moet uiteraard worden verwijderd. De aansluiting van de vlonderplanken tegen de betonnen stiepjes is een slordigheid van [C]. Twee planken zullen moeten worden vervangen.

Hersteladvies

Geadviseerd wordt het afval onder de vlonder te verwijderen en twee vlonderplanken te vervangen en deze pas te zagen rond de stiepjes.

Conclusie

De afwerking rond de betonnen stiepjes is slordig en dient te worden aangepast. Het afval onder de vlonder moet worden verwijderd.

4.6.

[C] heeft het bestaan van de door expert Kloosterman geconstateerde gebreken van de vlonder niet bestreden. Niet in geschil is dat [C] met betrekking tot het herstel van de gebreken in verzuim verkeert. De rechtbank is van oordeel dat de gebreken voor vergoeding in aanmerking komen. [C] is daarom gehouden de met het herstel gemoede kosten aan [A] c.s. te vergoeden, welke herstelkosten die door de rechtbank worden gesteld op de door [A] c.s. gevorderde bedragen, berekend aan de hand van de door de expert berekende herstelkosten, vermeerderd met 8% algemene kosten en btw, te weten € 181,51.

De betonnen terrasvloer

1 AFWERKING TERRAS

Waarnemingen

Het terras is uitgevoerd in beton. De oppervlakte is ruw en niet egaal. Hier en daar zit veel grind aan de oppervlakte, zijn drupsporen zichtbaar en is een vlinderslag in de afwerking aanwezig. Op twee plaatsen is de vloer gescheurd. Volgens [A] is de betonvloer gestort met vezelbeton met een dikte van 170 millimeter. De bovenkant van de terrasvloer is niet waterpas; er is van links naar rechts over een afstand van ruim 16 meter een hoogteverschil van circa 70 millimeter geconstateerd.

Volgens [A] zou het terras conform de offerte als een gevlinderde vloer met een zogenaamde monoliet afgewerkt oppervlak worden opgeleverd. De afspraak was dat de vloer op een maandag zou worden gestort zodat [A] erbij kon zijn. [C] kon echter goedkoop beton krijgen en daarom werd de vloer gestort op een vrijdag, om precies te zijn de dag dat [A] terugkwam uit het buitenland. [A] werd die dag op Schiphol door [C] gebeld die zei dat [A] direct moest komen om naar de vloer te kijken. Het beton was inmiddels te droog om te vlinderen. Pogingen om de vloer alsnog glad te krijgen door deze te schuren hadden niet het gewenste resultaat.

Beoordeling

Een gestorte betonvloer wordt gevlinderd als het beton de juiste stijfheid heeft bereikt. Op welk moment dat het geval is, hangt af van de weersomstandigheden. Als het beton te droog is lukt het niet meer. In dit geval kan worden vastgesteld dat de vloer niet is gevlinderd. Althans, er is geen mortel gebruikt die normaal noodzakelijk is om een gladde afwerking te verkrijgen. De slagen die in het beton zijn waargenomen kunnen van een vlindermachine zijn maar kunnen ook zijn ontstaan door een spaan. De afwerking is in ieder geval niet conform de offerte en de afspraken die hierover zijn gemaakt.

De vloer is volgens [A] gestort met vezelbeton. In de offerte wordt vermeld dat de vloer wordt gewapend met bouwstaalmatten 150-150-6. Als de ondergrond voldoende is gestabiliseerd of getrild, is vezelbeton ook prima. Krimpscheuren zijn zowel bij gewapend beton als bij vezelbeton uitgesloten.

Nu er in dit geval toch scheurvorming optreedt, moet de oorzaak worden gezocht in verzakking. Wel zou het beter geweest zijn dat er een dilatatievoeg was aangebracht ter plaatse van de verbreding van het terras. De kans op scheurvorming wordt hierdoor aanzienlijk verminderd.

Vanuit esthetisch oogpunt bezien is het feit dat het terras naar rechts op afschot ligt jammer. Dit is niet fraai omdat het een hoogteverschil van enkele centimeters met zich meebrengt ter plaatse van de kozijnen in de voorgevel. Het terras had langs de gevel waterpas moeten liggen en iets op afschot naar de openbare weg. Herstel is eigenlijk niet meer mogelijk omdat dan een afwerklaag moet worden aangebracht en dat is niet aan te bevelen omdat de de laag aan de linkerkant dan wel erg dun wordt en het risico bestaat dat de afwerklaag loskomt van de ondergrond. De kosten voor het aanbrengen van een geheel nieuw terras staan evenwel niet in verhouding met de kosten daarvan. KBE vindt dan ook dat [A] in dit geval genoegen zal moeten nemen met de huidige ligging van het terras maar acht het wel redelijk dat hiervoor een schadeloosstelling wordt toegekend van € 250,00.

Hersteladvies

Om van de ruwe oppervlakte van het terras een glad oppervlak te maken wordt geadviseerd de vloer te laten schuren door Moru Schuurservice te Purmerend (…). De vloer krijgt een met een gevlinderde vloer te vergelijken oppervlak en een structuur als van grindbeton. Voorts is het aan te bevelen een dilatatievoeg aan te brengen op de plaats waar het terras breder wordt en waar zich de scheur bevindt.

Conclusie

De afwerking van het terras is niet volgens afspraak uitgevoerd. Ter plaatse van de gevel ligt het terras niet waterpas. Bovendien zijn er scheuren aanwezig. Aanpassingen en herstelwerkwerkzaamheden zijn noodzakelijk. Voor wat betreft het niet waterpas liggen van het terras is een schadeloosstelling in dit geval een redelijke oplossing.

4.7.

Met betrekking tot de betonnen terrasvloer verschillen partijen van mening over de gemaakte afspraken. Volgens [A] c.s. zijn partijen overeengekomen dat [C] de betonvloer glad zou afwerken door deze te vlinderen, hetgeen [C] ter zitting heeft betwist. In de (aangepaste) offerte van 9 december 2012 staat echter onder 8 – naast de post “beton fijn kiezel +/- 13,72 m3” vermeld “beton afsmeer beton toplaag glad ½ m3”. Daaruit volgt reeds dat partijen een gladde toplaag bovenop de betonvloer van fijn kiezel zijn overeengekomen. De rechtbank is van oordeel dat hieruit afdoende blijkt dat partijen een kiezelvrije gladde toplaag zijn overeengekomen. Uit de in het geding gebrachte foto’s waarop de betonvloer zichtbaar is, blijkt naar het oordeel van de rechtbank – en gelijk ook expert Kloosterman heeft geconstateerd – dat de betonvloer niet voldoet aan hetgeen partijen zijn overeengekomen.

4.8.

Maar zelfs wanneer er van uit gegaan zou moeten worden dat de betonvloer mocht worden opgeleverd zonder deze te vlinderen, zoals [C] stelt, geldt dat in de betonvloer regenslag aanwezig is. [C] heeft betwist dat hij aansprakelijk kan worden gehouden voor de aanwezigheid van die regenslag, omdat hij de vloer voor aanvang van de regen zou hebben afgedekt met zijl. Niet in geschil is echter dat het zijl is verwijderd nog voordat de vloer volledig was uitgehard. Onduidelijk is wie het zijl heeft verwijderd. Volgens [C] is het zijl mogelijk verwijderd door andere aannemers die in de woning aan de slag waren. Wat daar ook van zij, [C] is ervoor verantwoordelijk dat het beton onder de juiste omstandigheden kan uitharden en dient daartoe de nodige maatregelen te treffen. Dit brengt mee dat hij er voor moet zorgen dat het zijl niet (voortijdig) wordt verwijderd. De omstandigheid dat het zijl wel voortijdig is verwijderd, komt dan ook voor rekening en risico van [C]. Om die reden is [C] voor de aanwezigheid van de regenslag aansprakelijk.

4.9.

Vaststaat dat [C] heeft getracht de regenslag te verwijderen met een slijpmachine, terwijl op de foto’s zichtbaar is dat door die slijpmachine (permanent) zichtbare slijpsporen op de vloer zijn achtergebleven. Reeds de door de regenslag en de in verband daarmee uitgevoerde slijpwerkzaamheden voldoet het betonnen terras niet meer aan de afspraak van een gladde vloer en is de vloer gebrekkig.

4.10.

[A] c.s. heeft voorts nog aangevoerd dat de terrasvloer onvoldoende is onderheid en verzakt. [C] heeft dit betwist. [A] c.s. heeft zijn stelling dat sprake is van verzakking slechts onderbouwd met een verwijzing naar een offerte van 15 juli 2014 voor het volledig vervangen van het terras. In die offerte wordt melding gemaakt van verzakking en verwezen naar een foto, maar [A] c.s. heeft nagelaten die foto in het geding te brengen. Op de in het geding gebrachte foto’s van het terras is geen relevante verzakking zichtbaar en ook de door [A] c.s. ingeschakelde expert begroot in verband met de verzakking geen schadevergoeding. Om die reden gaat de rechtbank voorbij aan de niet onderbouwde stelling van [A] c.s. dat sprake is van verzakking en oordeelt zij dat de tekortkoming met betrekking tot de betonvloer zich beperkt tot het niet glad opleveren van de vloer.

4.11.

De door [A] c.s. ingeschakelde expert heeft in dat verband geen herstel geadviseerd, maar een schadevergoeding opgenomen van € 250. [A] c.s. kon zich daar niet in vinden en heeft de voornoemde offerte in het geding gebracht, voor het volledige verwijderen en opnieuw aanleggen van het terras. De overgelegde offerte sluit op € 16.274,50. [C] heeft ter zitting aangegeven dat hij destijds is nagegaan dat herstel kan worden uitgevoerd door vier centimeter van het beton af te schrapen en vervolgens een nieuwe dekvloer te storten en glad af te werken. Volgens hem bedragen de daarmee gemoeide kosten ongeveer € 2.000.

4.12.

De rechtbank is, mede op basis van de in het geding gebrachte foto’s van het terras, van oordeel dat in redelijkheid niet van [C] kan worden verlangd om de kosten voor de vervanging van het volledige terras (inclusief heipalen) te betalen, zoals [A] c.s. vordert. De rechtbank is echter van oordeel dat, nu [C] uitdrukkelijk een gladde vloer heeft geoffreerd en [C] in die verplichtingen is tekortgeschoten, de door [C] genoemde wijze van herstel door [A] c.s. kan worden verlangd. De rechtbank zal om die reden de door [C] begrootte en niet betwiste herstelkosten vaststellen op een bedrag van € 2.000 (inclusief btw).

4.13.

Het voorgaande leidt ertoe dat [C] in verband met de gebreken een bedrag aan schadevergoeding verschuldigd is aan [A] c.s. van in totaal € 5.828,21.

Teveel in rekening gebrachte kosten

4.14.

[A] c.s. heeft voorts aangevoerd dat hij een bedrag van € 11.031,79 onverschuldigd aan [C] heeft betaald. [A] c.s. heeft in verband hiermee een overzicht in het geding gebracht waarop gedetailleerd is aangegeven welke bedragen volgens haar ten onrechte in rekening zijn gebracht.

4.15.

[C] heeft zijn verweer slechts onderbouwd waar het betreft de post berggrind. Daarvan heeft hij gesteld dat het daarop betrekking hebbende bedrag van € 1.361,25 in de volgende factuur is verrekend met het uiteindelijk geleverde duurdere grind ‘Canadian black slate’ waarvoor [A] c.s. in plaats van berggrind had gekozen. Volgens [C] bedraagt de prijs van ‘Canadian black slate’ € 360 per kub. De door [A] c.s. ingeschakelde expert heeft echter aangegeven dat de marktprijs van ‘Canadian black slate’ € 190 per kub bedraagt.

4.16.

Uit de factuur waarin de ‘Canadian black slate’ in rekening wordt gebracht blijkt dat de prijs per kub € 198,35 bedraagt. Dit bedrag komt zeer dicht in de buurt van het door de expert genoemde bedrag. Nu bovendien uit de factuur in het geheel niet blijkt dat een verrekening heeft plaatsgevonden, en – er vanuit gaande dat verrekening wel heeft plaatsgevonden de prijs per kub € 323,34 (en niet € 360, zoals [C] stelt) bedraagt, is de rechtbank van oordeel dat geen verrekening heeft plaatsgevonden van het bedrag van € 1.361,25 dat in verband met het berggrind in rekening is gebracht. Het verweer van [C] faalt derhalve.

4.17.

Voorts heeft [C] nog verweer gevoerd met betrekking tot de geleverde hoeveelheid zand/aarde. [A] c.s. stelt dat [C] teveel zand/aarde in rekening heeft gebracht. Zoals blijkt uit de in het geding gebrachte facturen, heeft [C] uiteindelijk 140 kub zand/aarde in rekening gebracht, 14 kub beton kiezel en 9 kub grind. Uit de offerte blijkt dat 140 kub zand/aarde, 14 kub beton en 25 kub grind is geoffreerd. [C] heeft dan ook niet meer in rekening gebracht dan geoffreerd. Nu tussen partijen niet in geschil is dat de offerte door [A] c.s. is geaccepteerd, faalt het betoog van [A] c.s. dat teveel in rekening is gebracht. [A] c.s. heeft dan ook ten onrechte terugbetaling gevorderd van een bedrag van € 3.285,10.

4.18.

Het voorgaande leidt ertoe dat [C] een bedrag van € 7.746,09 (€ 11.031,79 - € 3.285,70) teveel heeft betaald. De rechtbank zal [C] veroordelen tot terugbetaling van dit bedrag.

4.19.

Nu tegen de gevorderde rente geen verweer is gevoerd, zal de rechtbank de rente over de toegewezen bedragen berekenen vanaf de gevorderde datum.

4.20.

[C] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van [A] c.s. op basis van het toegewezen bedrag op:

- dagvaarding € 77,52

- griffierecht € 868

- salaris advocaat € 579 (1,0 punt × tarief € 579)

Totaal € 1.524,52

in reconventie

4.21.

[C] vordert in reconventie betaling van meerwerk. Het meerwerk (exclusief btw) heeft betrekking op het vlinderen van de betonnen vloer (€ 3.500), een kub grind (€ 350), het verplaatsen van een gat voor een trampoline (€ 500) en het (ver)plaatsen van de schuur (€ 1.500). [A] c.s. heeft de verschuldigdheid van deze bedragen betwist.

4.22.

Met betrekking tot het vlinderen van de vloer, is de rechtbank van oordeel dat die werkzaamheden niet kwalificeren als meerwerk en in aanvulling op de reeds in rekening gebrachte kosten voor het storten van de vloer in rekening mogen worden gebracht. Voor zover [C] in verband met het vlinderen extra kosten heeft moeten maken vanwege het feit dat de vloer reeds te ver was uitgehard toen er werd gevlinderd, geldt dat die omstandigheid – zoals hiervoor reeds is overwogen – voor rekening en risico komt van [C]. De daarmee gemoeide manuren komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking.

4.23.

[C] stelt dat hij een kub extra geleverd grind heeft betaald, die hij nog niet in rekening heeft gebracht. [A] c.s. heeft, met verwijzing naar factuur 2013-012-c, als verweer gevoerd dat hij de kub extra grind heeft betaald. Uit de factuur blijkt dat voor een nalevering van een halve bigbag grind een bedrag van € 180 in rekening is gebracht. In het licht hiervan heeft [C] zijn enkele stelling dat nog een kub nageleverd grind niet is betaald onvoldoende onderbouwd. Stukken waaruit dit blijkt ontbreken, terwijl uit de beschikbare stukken volgt dat het aanvullend geleverde grind wel degelijk in rekening is gebracht. De rechtbank zal deze vordering daarom afwijzen.

4.24.

Met betrekking tot het een aantal centimeters verplaatsen van de trampoline is de rechtbank van oordeel dat de daarmee gemoeide werkzaamheden een aanvullend bedrag van € 500 niet rechtvaardigen, nu voor het graven van het volledige gat een bedrag van € 200 in rekening is gebracht. Bovendien heeft [A] c.s. als verweer gevoerd dat [C] bereid was de werkzaamheden uit te voeren en onbestreden aangevoerd dat hij daarbij niet heeft aangegeven dat daarvoor meerwerk in rekening zou worden gebracht. Voorts blijkt dat de kosten voor het graven van het gat voor de trampoline is gedeclareerd en dat daarna nog facturen zijn gezonden zonder dat in die facturen is gefactureerd voor de door [C] gestelde verplaatsing, terwijl wel ander meerwerk in rekening is gebracht. In het licht van dit alles en gezien artikel 7:755 BW is de rechtbank van oordeel dat [C] geen aanspraak kan maken op betaling van meerwerk voor het verplaatsen van het gat van de trampoline. De daarop betrekking hebbende vordering wordt dan ook afgewezen.

4.25.

Met betrekking tot de schuur vordert [C] vergoeding van extra werkzaamheden wegens het tot drie maal toe verplaatsen van de schuur. [A] c.s. heeft betwist dat de schuur drie maal is verplaatst en heeft als verweer gevoerd dat de schuur slechts eenmaal is verplaatst omdat [C] de schuur in eerste instantie niet conform de afspraak op zodanige wijze had geplaatst dat deze vóór de gevel uitstak. Ter zitting heeft [C] erkend dat het dak van de schuur in eerste instantie vóór de gevel uitstak en dat de schuur vervolgens is verplaatst. Bovendien is van belang dat [C] ook meerwerk in rekening heeft gebracht in verband met de schuur, terwijl [A] c.s. dit meerwerk heeft betaald. Gesteld noch gebleken is dat partijen hebben afgesproken dat [C] in verband met de schuur (ook) het door hem gevorderde bedrag van € 1.500 aan meerwerk in rekening mocht brengen. Onder deze omstandigheden kan [C] gezien artikel 7:755 BW voornoemd meerwerk niet van [A] c.s. vorderen, mede nu voor het plaatsen van de schuur in de offerte een vast bedrag is overeengekomen.

4.26.

Het voorgaande lijdt ertoe dat de reconventionele vordering van [C] wordt afgewezen.

4.27.

[C] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [A] c.s. worden begroot op 579 (2 punten × factor 0,5 × tarief € 579 aan salaris advocaat.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

verklaart voor recht dat [C] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen met betrekking tot de betonvloer, de schuur, de afrastering en de vlonder, en dat hij aansprakelijk is voor de schade die [A] c.s. als gevolg van deze tekortkomingen heeft geleden en nog zullen lijden;

5.2.

veroordeelt [C] om aan [A] c.s. te betalen een bedrag van € 5.828,21 als schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 31 juli 2015 tot de dag van volledige betaling;

5.3.

veroordeelt [C] om aan [A] c.s. te betalen een bedrag van € 7.746,09 wegens onverschuldigde betaling, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 31 juli 2015 tot de dag van volledige betaling;

5.4.

veroordeelt [C] in de proceskosten, aan de zijde van [A] c.s. tot op heden begroot op € 1.524,52,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.7.

wijst de vorderingen af,

5.8.

veroordeelt [C] in de proceskosten, aan de zijde van [A] c.s. tot op heden begroot op € 579,

5.9.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.L.M. Luiten en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2015.