Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:5631

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20-05-2015
Datum publicatie
22-05-2015
Zaaknummer
C-09-453519 - HA ZA 13-1214
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Geen auteursrecht op rotan fietsmanden. Geldigheid niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel. Bewijs. Artikel 1019g Rv. Onrechtmatig bewijsbeslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

Zittingsplaats Den Haag

zaaknummer / rolnummer: C/09/453519 / HA ZA 13-1214

Vonnis van 20 mei 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BASIL B.V.,

gevestigd te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat: mr. Th.Y. Adam-van Straaten te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] LEDERWARENFABRIEK WIJCHEN B.V.,

gevestigd te Wijchen,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. P.A.J.M. Lodestijn te Plasmolen, gemeente Mook en Middelaar.

Partijen zullen hierna Basil en [A] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 2 september 2013, met producties 1 tot en met 29;

  • -

    de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 8 januari 2014, met producties 1 tot en met 20;

  • -

    het tussenvonnis van 22 januari 2014 waarin een comparitie van partijen wordt gelast;

  • -

    de brief van de advocaat van [A] van 30 april 2014;

  • -

    de brief van de advocaat van [A] van 15 mei 2014 met de producties 21 tot en met 25;

  • -

    de brief van de advocaat van Basil van 28 mei 2014 met de producties 32 tot en met 34, waaronder een proceskostenspecificatie;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie van 3 juni 2014, met producties 30 en 31;

  • -

    de proceskostenspecificatie zijdens [A] van 1 juni 2014;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 3 juni 2014, met aangehecht de pleitnotities namens Basil en [A];

  • -

    de conclusie na comparitie namens Basil van 16 juli 2014, met producties 35 tot en met 48;

  • -

    de conclusie na comparitie (genaamd “nadere conclusie in con- en reconventie”) namens [A] van 16 juli 2014, met producties 26 tot en met 29.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis nader bepaald op heden.

1.3.

Om organisatorische redenen wordt dit vonnis door een andere rechter gewezen dan de rechter die de zaak ter comparitie heeft behandeld.

2 De feiten

2.1.

Basil is een onderneming die sinds 1976 actief is op het gebied van de productie en verkoop van artikelen in de rijwielbranche. In haar collectie 2012 heeft Basil een fietsmandenserie geïntroduceerd bestaande uit drie modellen, de Basil Denton, Basil Dorset en Basil Dalton. Deze fietsmanden worden in het grijs en bruin geleverd in de maten L, M, S en XS. De Basil Denton is hieronder afgebeeld.

2.2.

Basil heeft de Basil fietsmandenserie voor het eerst aan het publiek getoond op of omstreeks 31 augustus 2011 tijdens de Eurobike beurs te Friedrichshafen in Duitsland.

2.3.

[A] is eveneens actief in de handel in rijwielartikelen. Op 31 mei 2012 heeft mevrouw [C], werkzaam bij [A], per e-mail een offerte opgevraagd bij de Indonesische producent van de Basil fietsmandenserie. De inhoud van de e-mail luidt:

“Hello madam, sir,

My name is [C] from [A] Lederwarenfabriek B.V. in Holland.

We sell bicycle bags and baskets for more than 60 years.

I’m interested in rattan baskets for bicycles.

Please see attachment for details.

Could you make samples and send us the quotation for a 40ft HQ these baskets?

Please visit our website for more information about our company and products.

At this moment, we’re buying the rattan baskets from China.

Best regards,

[C].”

2.4.

De bijlage waar mevrouw [A] in haar e-mail naar verwijst is een afbeelding van Basil Denton, voorzien van de afmetingen, de gewenste kleur en de sluiting:

“Inquiry baskets

1. Basket size about 48 x 37 x 32 cm

Grey and brown colour

closure with turnlock and (artificial) leather details.

2. Basket size about 45 x 30 x 25 cm

Grey and brown colour

closure with turnlock and (artificial) leather details.”

2.5.

Op 4 juni 2012 heeft de heer [B], statutair directeur van [A], een aanvullende e-mail gezonden aan de Indonesische producent van de Basil fietsmandenserie. In deze e-mail staat de navolgende tekst:

I’m the father of [C] who has send you the inquiry last week. I understand that you are interested in supplying the rattan baskets to us. We would like to change the baskets a little bit so that they are not exactly the same as Basil. The handelgrips now from Basil are square shape and meaby it is possible to make them a little round at downside. We don’t need the PVC handlegrips but can you make the Turnlock or do we have to send them also from China.

I’m intending to visit you first week of July and I noticed that your office is in Jakarta but is your factory also in that neighbourhood. I would like to visit also the factory.

For ordering I would like to start with 2 or 3 40ft HQ containers and would like to see first how they arrive. Can you give me already a quotation for similar baskets as Basil. We have interesting demand for the rattan baskets.

Met vriendelijke groet, Best regards,

[B]

2.6.

Basil brengt vanaf omstreeks september 2012 een serie fietsmanden genaamd New Looxs op de markt, verkrijgbaar in de maten L, M en S, die worden geleverd in het zwart, donkerbruin en grijszwart ('black-wash'). In september 2012 heeft Basil een flyer van [A] in handen gekregen waarin de fietsmandenserie van [A] als volgt wordt getoond:

2.7.

Hieronder wordt het New Looxs Java (medium) model gedetailleerd weergegeven (zoals getoond ter zitting).

2.8.

Naar aanleiding van bovenstaande e-mails en de flyer die [A] in september 2012 heeft verspreid, heeft Basil de douane verzocht om optreden in de zin van artikel 5 van de Anti-Piraterij Verordening1 (APV). De douane heeft op 16 november 2012 een lading van 3.067 fietsmanden welke bestemd was voor [A] tegengehouden en desgevraagd op 19 november 2012 foto’s van de daarbij aangetroffen fietsmanden aan Basil gezonden.

2.9.

De raadsman van [A] heeft op 19 november 2012 de raadsvrouw van Basil telefonisch verzocht de tegengehouden lading vrij te geven. De raadsvrouw van Basil heeft [A] bij brief van 20 november 2012 gesommeerd de inbreuk te erkennen en de lading vrijwillig af te staan aan Basil. Partijen hebben over en weer geen gehoor gegeven aan elkaars verzoek / sommatie.

2.10.

Op 19 en 20 november 2012 heeft [A] via e-mailverspreiding het navolgende persbericht doen uitgaan:

2.11.

Bij brief van 27 november 2012 heeft Basil [A] opnieuw gesommeerd. [A] heeft daarop niet gereageerd.

2.12.

Op 10 december 2012 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam Basil verlof verleend tot het leggen van conservatoir bewijsbeslag op de door de douane aangetroffen fietsmanden, welk beslag op 11 december 2012 is gelegd. De beslagen zaken zijn in bewaring gegeven aan een gerechtsdeurwaarder.

2.13.

Bij vonnis van 12 maart 2013 (zaak- en rolnummer: C/09/433647 / KG ZA 12-1438) heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag [A] een verbod van auteursrechtinbreuk met nevenvorderingen voor het grondgebied van de Europese Economische Ruimte (EER) opgelegd met betrekking tot de Java-manden. De vorderingen ten aanzien van de Sabah- en Bali-manden van [A] zijn afgewezen. Het vonnis is betekend op 18 maart 2013. Bij arrest van 22 juli 2014 (zaaknummer 200.126.653/01) heeft het gerechtshof te Den Haag het vonnis vernietigd voor wat betreft de grondslag voor het verbod en, opnieuw rechtdoende, [A] een verbod van inbreuk op een niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel ten aanzien van de Basil Denton opgelegd, geldend tot 30 augustus 2014.

2.14.

Op 30 augustus 2014 is de beschermingsduur van het door Basil ingeroepen niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel met betrekking tot de Basil Denton geëxpireerd.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Basil vordert samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, een verbod van auteurs- en modelrechtinbreuk voor de gehele EER met nevenvorderingen - alles op straffe van verbeurte van dwangsommen -, vergoeding van schade op te maken bij staat, en veroordeling in de proceskosten op basis van artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Tevens vordert zij verklaringen voor recht met betrekking tot

- auteurs- en modelrechtinbreuk, subsidiair onrechtmatige daad;

- aansprakelijkheid voor de door Basil geleden schade; en

- door [A] verbeurde dwangsommen ad € 250.000,-.

3.2.

Basil legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij de Basil Denton heeft ontworpen en dat dit ontwerp als eerste door haar openbaar is gemaakt, waardoor zij de auteurs- en modelrechthebbende is. Basil stelt dat [A] de Basil Denton verveelvoudigt in de vorm van de Java New Looxs fietsmand, en dat [A] daarmee inbreuk maakt op het aan Basil toekomende auteursrecht. Daarnaast stelt Basil dat de Java Looxs bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekt dan de Basil Denton, waardoor [A], door het aanbieden en verkopen van de Java New Looxs manden, eveneens inbreuk maakt op het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel van Basil met betrekking tot de Basil Denton. Ten aanzien van de verklaring voor recht voert Basil nog aan dat [A] de Basil Denton slaafs heeft nagebootst en de reputatie van Basil schaadt door voor dezelfde prijs de nagebootste manden, die van slechte kwaliteit zijn, aan te bieden. Door de inbreuken op het auteursrecht en het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel heeft Basil schade geleden die [A] gehouden is te vergoeden. Daarnaast heeft [A] het in het kort geding-vonnis gegeven verbod overtreden omdat zij na betekening van het vonnis door is gegaan met het aanbieden en verkopen van de Java New Looxs fietsmanden, zodat zij (het maximum aan) dwangsommen ad € 250.000,- heeft verbeurd.

3.3.

[A] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in (voorwaardelijke) reconventie

3.5.

[A] vordert samengevat - bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, een verklaring voor recht dat Basil door bewarende maatregelen te treffen ten aanzien van de Sabah-en Bali-manden jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld, alsmede vergoeding van de schade die [A] als gevolg hiervan heeft geleden, op te maken bij staat. Mocht de rechtbank de vorderingen in conventie afwijzen, vordert [A] een verklaring voor recht dat Basil door bewarende maatregelen te treffen ten aanzien van de Java-manden, alsmede door het kort geding-vonnis ten uitvoer te leggen jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld, alsmede vergoeding van de schade die [A] als gevolg hiervan heeft geleden, op te maken bij staat. Alles met veroordeling in de proceskosten in reconventie.

3.6.

[A] legt aan haar onvoorwaardelijke vorderingen ten grondslag dat Basil jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld door de Sabah- en Bali-fietsmanden bij de douane te laten tegenouden en in bewijsbeslag te laten nemen terwijl zij daarbij geen belang had aangezien [A] reeds had erkend dat zij deze manden op de markt brengt, terwijl die maatregelen ten onrechte waren omdat [A] met de Sabah- en Bali-manden geen inbreuk maakt op het auteursrecht en/of het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel van Basil, noch anderszins onrechtmatig jegens haar handelt, en bovendien het beslag van onwaarde is geworden omdat Basil niet tijdig de eis in de hoofdzaak heeft ingesteld. Door dat onrechtmatig handelen heeft [A] schade geleden die Basil gehouden is te vergoeden. Aan de voorwaardelijke vordering legt [A] ten grondslag dat Basil jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld door de Java-fietsmanden bij de douane te laten tegenouden en in bewijsbeslag te laten nemen, en het kort geding-vonnis te betekenen, terwijl (indien de voorwaarde waaronder de reconventie is ingesteld is vervuld) [A] met het exploiteren van die manden geen inbreuk maakt op het auteursrecht en/of het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel van Basil ten aanzien van de Basil Denton, of anderszins onrechtmatig jegens Basil handelt.

3.7.

Basil voert verweer.

3.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

Bevoegdheid

4.1.

Voor zover de vorderingen in conventie inbreuk op een niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel betreffen is deze rechtbank bevoegd op grond van artikel 80 en artikel 81 aanhef en onder a Verordening (EG) 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen (hierna: GModVo) in combinatie met artikel 3 van de Uitvoeringswet de EG-Verordening betreffende Gemeenschapsmodellen (Stb. 2004, 573). Voor wat betreft de vorderingen in conventie en reconventie anders dan op basis van het Gemeenschapsmodel volgt de relatieve bevoegdheid in conventie en reconventie uit het feit dat die niet is betwist (art. 110 Rv).

het vormgevingserfgoed

4.2.

Door partijen is verwezen naar de in de volgende rechtsoverwegingen geïllustreerde fietsmanden. Met uitzondering van de Dian-mand is niet in geschil dat deze manden tot het relevante vormgevingserfgoed behoren.

4.3.

[X] Mandwerk te Ameide, een Nederlandse importeur van rotan manden, heeft vanaf 2009 een mand (hierna: de [X]-mand) op de markt gebracht die ter is zitting getoond. Afbeeldingen van de getoonde mand zijn hieronder opgenomen:

4.4.

De heer [Y], werkzaam bij [X] Mandwerk, heeft aan [A] verklaard dat daarnaast de hierna afgebeelde mand al meer dan 10 jaar in het assortiment wordt gevoerd:

4.5.

[A] heeft de hierna weergegeven afbeeldingen overgelegd van de Braxton mand, die eerder dan de Basil Denton fietsmand op de markt is gekomen. Een exemplaar waarbij de sluitingen zijn uitgevoerd in donkerbruin leer is ter zitting getoond.

4.6.

In een brochure van LIO Collection 2009-2010 worden op pagina 29 de volgende manden (hierna: de Lio-manden) getoond:

4.7.

De Indonesische vennootschap C.V. Home Fashions Indonesia heeft op 10 april 2013 de hierna getoonde mand (hierna: de Dian-mand) aan [A] geleverd.

auteursrecht op de Basil Denton: eigen intellectuele schepping?

4.8.

Uitgangspunt bij de beoordeling is dat een voortbrengsel auteursrechtelijk beschermd is indien het oorspronkelijk is, in die zin dat het een eigen intellectuele schepping van de maker is die de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt en tot uiting komt door de vrije creatieve keuzes van de maker bij de totstandkoming van het werk. Ook een verzameling of selectie van op zichzelf niet beschermde elementen kan een (oorspronkelijk) werk zijn. Daarbuiten valt in elk geval al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarachter geen creatieve arbeid van welke aard ook valt aan te wijzen. Ook is van bescherming uitgesloten datgene wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van een technisch effect.

4.9.

Naar het oordeel van de rechtbank komen de ontwerpkeuzes die zijn gemaakt bij de Basil Denton ieder voor zich, noch in combinatie gezien, uit boven hetgeen triviaal en/of strikt functioneel is, mede in het licht van het vormgevingserfgoed als geïllustreerd door de in deze procedure overgelegde (afbeeldingen van) rotan (fiets)manden (vergelijk de r.o. 4.3. tot en met 4.6.) met uitzondering van de Dian-mand (vergelijk r.o. 4.7.), wier openbare bekendheid in geschil is.

4.10.

De Basil Denton is een fietsmand die wordt bevestigd op een voordrager zodat de ontwerpvrijheid qua omvang beperkt is. Rotan (fiets)manden met afgeronde hoeken zoals de Denton zijn gangbaar. Het robuuste rotan vlechtwerk van de Denton is standaard voor manden, die vanwege hun functie - het bevatten van al dan niet zware voorwerpen - een bepaalde stevigheid moeten hebben. Een mand met een deksel (en slot) is ook een gangbare keuze, welke bovendien bij een fietsmand in hoge mate functioneel is in verband met diefstal/inkijk en het mogelijke uitvallen van voorwerpen. Binnen de beschikbare typen mandsloten is het slot op de Denton een triviale keuze. Hoewel toegegeven kan worden dat bij een normaliter aan de voordrager vastzittende fietsmand (zoals de Basil Denton) een handgreep niet noodzakelijk is en daarom dus als (voornamelijk) decoratief kan worden beschouwd, is een handgreep evenwel standaard voor een mand waarin dingen moeten worden vervoerd; zij komt bij rotanmanden veel voor.

4.11.

Anders dan de voorzieningenrechter, die niet was ingelicht over het bestaan en uiterlijk van de Braxton-mand en de Lio-manden, is de rechtbank van oordeel dat het gebruik van (kunst)leren strips voor de omhulling van het handvat, alsmede de (kunst)leren strips voor de montage van het slot en het bevestigen van het deksel van de mand, welke strips met kruisstekken zijn bevestigd, geen auteursrechtelijk beschermde trekken zijn. Dat het draaislot op een (leren) strip is bevestigd die op zijn beurt op het rotan is bevestigd, is technisch bepaald. Bij afwezigheid van een dergelijke strip is het moeilijk om een dergelijk klein slot deugdelijk op het grove vlechtwerk te bevestigen (zonder dat vlechtwerk te beschadigen). De bevestiging van de deksel aan de mand door middel van (kunst)leren stroken die met grote kruissteken zijn vastgemaakt, is een uit het vormgevingserfgoed bekende bevestigingswijze (vergelijk de Braxton-mand en de [X]-mand); daarnaast is die maatregel ook in hoge mate functioneel. De keuze voor PU-(kunst)leer materiaal voor de stroken is ook functioneel aangezien deze stroken vochtbestendig moeten zijn in verband met gebruik op de fiets in regenachtige omstandigheden.

4.12.

Uit het voorgaande volgt dat de afzonderlijke ontwerpelementen van de Basil Denton mand voortvloeien uit de functie (fietsmand) en de materiaalkeuze (rotan), welke materiaalkeuze op zichzelf voor een fietsmand triviaal is, dan wel anderszins triviaal zijn. De combinatie van die elementen is daarmee (ook) niet aan te merken als een eigen intellectuele schepping van Basil. Basil komt dus geen auteursrechtelijke bescherming toe met betrekking tot de Basil Denton. De vorderingen van Basil voor zover gebaseerd op auteursrecht kunnen dus niet worden toegewezen.

slaafse nabootsing

4.13.

Basil heeft slaafse nabootsing enkel als subsidiaire grondslag voor de gevorderde verklaring voor recht aangevoerd. Nu deze grondslag niet is aangevoerd voor het gevorderde verbod/nevenvorderingen en schadevergoeding, Basil bij die verklaring voor recht geen specifiek en concreet belang heeft gesteld, en een dergelijk belang ook niet anderszins is gebleken, is de gevorderde verklaring voor recht voor zover gebaseerd op slaafse nabootsing niet toewijsbaar.

dwangsommen

4.14.

Basil heeft onder verwijzing naar door haar overgelegde screenshots van de website van [A] (www.newlooxs.nl), gedateerd na de datum van betekening van het kort geding-vonnis, gesteld dat [A] na betekening van het vonnis het daarin gegeven verbod heeft overtreden zodat [A] dwangsommen heeft verbeurd. Daarbij is volgens Basil het maximum aan dwangsommen ad € 250.000,- verbeurd.

4.15.

Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest het vonnis voor wat betreft het verbod van auteursrechtinbreuk (en de grondslagen waarop dit rust) vernietigd. Hoewel het hof opnieuw rechtdoende een verbod heeft opgelegd op basis van het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel, houdt zijn oordeel in dat het verbod van auteursrechtinbreuk onterecht was opgelegd. Aangezien het arrest is gewezen na de laatste conclusiewisseling in de onderhavige zaak, zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte (tegelijkertijd) uit te laten over de gevolgen hiervan voor de verklaring voor recht met betrekking tot de dwangsommen.

niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel?

4.16.

Nu het auteursrecht niet als grondslag voor de vorderingen van Basil kan dienen, zal de rechtbank de andere grondslag (niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel) voor de vorderingen van Basil behandelen.

4.17.

Het gestelde eigen karakter van de Basil Denton fietsmand is door [A] bestreden onder verwijzing naar het vormgevingserfgoed. Dat [A] alleen het makerschap en de nieuwheid zou hebben betwist in deze procedure en dat daarmee het eigen karakter vast zou zijn komen staan, zoals Basil heeft betoogd, kan reeds daarom niet worden gevolgd. Dat de rechtbank in de voorliggende zaak zou moeten uitgaan van de geldigheid van het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel omdat [A] niet ingevolge artikel 85 lid 2 GMVo bij wege van exceptie de geldigheid heeft betwist, zoals door Basil aangevoerd, kan ook niet worden gevolgd. [A] heeft immers in de stukken en ter zitting uitdrukkelijk, althans duidelijk kenbaar, een beroep gedaan op de ongeldigheid van het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel, meer specifiek op het gebrek aan eigen karakter.

4.18.

Tot het vormgevingserfgoed behoort volgens [A] de Dian-mand (vergelijk r.o. 2.9.), hetgeen door Basil wordt betwist. Door Basil is niet (gemotiveerd) bestreden dat het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel met betrekking tot de Basil Denton nieuwheid, dan wel eigen karakter ontbeert indien de Dian-mand tot het vormgevingserfgoed zou behoren.

4.19.

[A] stelt dat de Dian-mand tot het vormgevingserfgoed behoort aangezien de mand in februari 2010 en 2011 aan het publiek is getoond op de Ambiente Beurs in Frankfurt (Duitsland). C.V. Dian Rotan had op deze beurs een stand waar haar assortiment is getoond, waaronder de Dian-mand. [A] heeft de aanwezigheid van C.V. Dian Rotan in Frankfurt onderbouwd middels het overleggen van documentatie van de betreffende beurs. [A] heeft van haar stellingen bewijs aangeboden door middel van het horen van de heer [D] van C.V. Dian Rotan.

4.20.

[A] heeft genoemde stellingen ten aanzien van de Dian-mand pas ingenomen, en haar bewijsaanbod pas gedaan bij conclusie na comparitie, die partijen gelijktijdig hebben genomen. Aangezien de zaak na deze conclusieronde in staat van wijzen is geraakt, heeft Basil op de stellingen van [A] niet meer kunnen reageren. De rechtbank gaat er daarom voorzichtigheidshalve van uit dat Basil genoemde stellingen gemotiveerd zou hebben betwist. Aangezien de stelling van [A] feiten betreffen die bepalend zijn voor de toewijsbaarheid van de vorderingen, zal [A] worden toegelaten tot bewijslevering als in het dictum verwoord.

Basil rechthebbende?

4.21.

[A] betwist voorts dat Basil de rechthebbende is op het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel met betrekking tot de Basil Denton. Zij voert daartoe aan dat de freelance ontwerpers [E] en [F] de rechthebbenden zijn omdat zij de Basil Denton hebben ontworpen en uit niets blijkt dat het ontwerpproces onder leiding stond van Basil, of dat de rechten ten aanzien van het ontwerp door [E] en [F] zijn overgedragen aan Basil.

4.22.

Bij conclusie na comparitie heeft Basil in reactie op de betwisting van [A] afschrift van aktes gedateerd 8 januari 2009, respectievelijk 3 november 2004 overgelegd waaruit zou blijken dat [E] en [F] al hun (intellectuele eigendoms)rechten met betrekking tot hun ontwerpwerkzaamheden voor Basil hebben overdragen aan Basil. [A] heeft hier - vanwege de eerdergenoemde reden - niet meer op kunnen reageren. Aangezien het door [A] opgeworpen verweer direct raakt aan de toewijsbaarheid van de vorderingen op grond van het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel zal de rechtbank [A] in de gelegenheid stellen bij akte te reageren op de nadere argumenten en documenten die Basil aan haar stelling dat zij rechthebbende is ten grondslag heeft gelegd.

4.23.

De rechtbank merkt bij deze procedurele gang van zaken op dat de stellingen van [A] omtrent de Dian-mand en het daartoe gedane bewijsaanbod, alsmede de onderbouwing door Basil van de stelling dat zij rechthebbende is ten aanzien van het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel vanwege het vergevorderde stadium van de procedure normaliter in strijd zouden zijn met de goede procesorde. In dit geval maakt de rechtbank hierop een uitzondering omdat Basil geen spoedeisend belang heeft gesteld bij toewijzing van haar vorderingen. Daarbij komt dat een verbod hoe dan ook niet toewijsbaar is aangezien er geen auteursrecht rust op de Basil Denton en het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel reeds is geëxpireerd, zodat uit de aard van de eventueel toewijsbare vorderingen een dergelijk spoedeisend belang ook niet volgt. [A] heeft ten aanzien van de eis in reconventie ook niet een dergelijk belang gesteld, en dit laat zich ook niet uit de aard van de vorderingen (alleen verklaringen voor recht) afleiden.

In (voorwaardelijke) reconventie

4.24.

De door [A] gevorderde verklaringen voor recht en schadevergoeding in reconventie zijn gebaseerd op het laten tegenhouden door Basil van een zeecontainer met Java-, Bali- en Sabah-manden van [A] door de douane, het vervolgens laten leggen van bewijsbeslag op de inhoud van de gehele container, en het ten uitvoer leggen van het kort geding-vonnis ten aanzien van de Java-manden.

4.25.

Niet is gesteld of gebleken dat [A] bij de gevorderde verklaringen voor recht een ander belang heeft dan het verkrijgen van schadevergoeding. Nu [A] ter verkrijging van schadevergoeding separate vorderingen heeft ingesteld, zullen de gevorderde verklaringen voor recht worden afgewezen bij gebrek aan belang.

4.26.

Dat [A] in haar eis in reconventie niet zou hebben voldaan aan haar substantiëringsplicht, zoals Basil betoogt, en [A] daarom niet-ontvankelijk zou zijn in haar vordering, althans deze zou moeten worden afgewezen, wordt verworpen. [A] heeft in haar conclusie van antwoord/eis in reconventie (in de randnummers 1.1. tot en met 1.8) voldoende duidelijk aangegeven op welke feiten en grondslagen zij haar eis in reconventie baseert. Hoewel genoemd betoog onder het kopje “Inleiding” van de conclusie van [A] staat (en niet onder het kopje “Reconventie”), volgt uit de tekst zelf onmiskenbaar de (feitelijke) grondslag van de vorderingen. Dat deze grondslag voor Basil in elk geval duidelijk was, blijkt uit het feit dat zij een uitgebreid verweer heeft gevoerd in reconventie. Basil is dan ook niet in haar verdediging geschaad, en [A] is dan ook ontvankelijk in haar vorderingen.

4.27.

Aangezien Basil onweersproken heeft aangevoerd dat de douanemaatregel en het bewijsbeslag niet de Bali-manden hebben getroffen, kan de onvoorwaardelijke vordering in zoverre niet worden toegewezen.

4.28.

[A] heeft haar vorderingen met betrekking tot de Java-mand ingesteld onder voorwaarde dat in conventie komt vast te staan dat [A] daarmee geen inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht of niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel van Basil, en de Basil Denton-mand niet slaafs heeft nagebootst. Omdat een beslissing in conventie omtrent het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel wordt aangehouden hangende bewijslevering door [A] en aktewisseling door partijen, zal de rechtbank een oordeel over de voorwaardelijke vordering in reconventie eveneens aanhouden.

4.29.

Ten aanzien van de Sabah-manden stelt [A] dat Basil onrechtmatig heeft gehandeld onder meer omdat Basil niet tijdig de eis in de hoofdzaak heeft ingesteld zodat het beslag van rechtswege is komen te vervallen (‘van onwaarde is geworden’) en - zo begrijpt de rechtbank het betoog van [A] - omdat is gebleken dat [A] met de Sabah-manden geen inbreuk heeft gemaakt of anderszins onrechtmatig jegens Basil heeft gehandeld en Basil in dat oordeel heeft berust door geen incidenteel beroep in te stellen tegen het vonnis.

4.30.

Wat betreft de stelling van [A] dat zij met de Sabah- (en Bali-) manden geen inbreuk heeft gemaakt op rechten van Basil overweegt de rechtbank als volgt.

4.31.

Artikel 1019g Rv bepaalt, voor zover relevant, aanhef onder b, dat de rechter degene die het bewijsbeslag heeft laten leggen kan gelasten degene die daardoor is getroffen op passende wijze te compenseren “indien het beslag onterecht is gelegd of het beslag is opgeheven, (..) of indien wordt vastgesteld dat er geen inbreuk was of dreigde”. Artikel 19 van de APV heeft tot gevolg dat genoemde aansprakelijkheid ook ontstaat bij (achteraf) onterecht ingestelde douanemaatregelen. Het is de bedoeling van de wetgever geweest algemene procesrechtelijke regels ook van toepassing te laten zijn op Titel 15 (de artikelen 1019 Rv en verder) voor zover daar in die titel niet van wordt afgeweken. Ten aanzien van voorlopige maatregelen in het algemeen, daaronder begrepen conservatoire beslagen, geldt dat degene die de maatregelen heeft laten toepassen uit onrechtmatige daad aansprakelijk is voor de schade die de door de maatregel getroffen partij heeft geleden (vergelijk HR 13 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1608) als de maatregel achteraf onterecht blijkt te zijn geweest.

4.32.

[A] heeft in het kader van haar eis in reconventie gesteld dat zij met het exploiteren van de Sabah-manden geen inbreuk maakt / heeft gemaakt op de rechten van Basil. Ter onderbouwing van die stelling heeft zij onder meer verwezen naar het kort geding-vonnis waarbij haar vorderingen ten aanzien van de Sabah-manden zijn afgewezen, alsmede het feit dat Basil in zoverre in het vonnis heeft berust. De aldus gemotiveerde stelling dat de Sabah-manden niet onder de beschermingsomvang van de door Basil ingeroepen rechten vallen, is door Basil (in het geheel) niet bestreden, zodat de rechtbank bij deze vaststelt dat er geen sprake is/was van (dreigende) inbreuk in de zin van artikel 1019g Rv door het exploiteren van de Sabah-manden. Daarom is aan de voorwaarden voor een passende compensatie in de zin van die bepaling voldaan. De onvoorwaardelijke vordering van [A] is wat betreft de Sabah-manden dus toewijsbaar.

4.33.

Een beslissing in conventie zal worden aangehouden tot na bewijslevering en aktewisseling. De zaak wordt wat betreft de voorwaardelijke vorderingen in reconventie aangehouden in afwachting van de uitkomst van de zaak in conventie. Nu niet is gebleken van een specifiek spoedeisend belang van [A] bij onmiddellijke toewijzing van de onvoorwaardelijke vordering in reconventie zal de rechtbank ook iedere beslissing in reconventie aanhouden.

5 De beslissing

De rechtbank:

in conventie

5.1.

draagt [A] op te bewijzen dat de Dian-mand op de Ambiente Beurs in Frankurt in februari 2010 en 2011 publiekelijk is getoond;

5.2.

bepaalt dat, indien [A] het bewijs wil leveren door overlegging van bewijsstukken, zij daartoe een akte kan nemen op de rolzitting van 17 juni 2015;

5.3.

bepaalt dat [A], indien zij het bewijs niet (uitsluitend) door overlegging van bewijsstukken wil leveren maar (tevens) door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel, dit gelijktijdig met de in 5.2. bedoelde akte aan de rechtbank dient te verzoeken met opgave van de namen van de te horen getuigen en opgave van verhinderdata van deze getuigen en beide partijen voor de drie daarop volgende maanden;

5.4.

bepaalt dat Basil in de gelegenheid zal worden gesteld een antwoordakte te

nemen indien [A] uitsluitend bewijs levert door overlegging van stukken;

5.5.

bepaalt dat [A] bij akte ter rolle van 17 juni 2015 (uitsluitend) zal mogen reageren op het in randnummer 18 en 19 van de conclusie na comparitie van Basil aangevoerde, alsmede op productie 38 van Basil;

5.6.

bepaalt dat partijen zich bij akte ter rolle van 17 juni 2015 zullen kunnen uitlaten over het in r.o. 4.15. overwogene;

5.7.

houdt iedere verdere beslissing aan;

in (voorwaardelijke) reconventie

5.8.

houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Burgers en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2015.

1 Verordening (EG) Nr. 1383/2003 van de Raad van 22 juli 2003 inzake het optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten en inzake de maatregelen ten aanzien van goederen waarvan is vastgesteld dat zij inbreuk maken op dergelijke rechten