Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:5527

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-04-2015
Datum publicatie
13-05-2015
Zaaknummer
C-09-484191 KG ZA 15-303
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding; schorsende werking cassatieberoep 552 a Sv; eisers maken bezwaar tegen afgifte van (privacygevoelige) gegevens aan verdachten in een strafzaak. Het beklag van eisers op de voet van 552a Sv ongegrond is verklaard. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen grond is om schorsende werking te verlenen aan het door eisers tegen die ongegrondverklaring ingestelde cassatieberoep.

Wetsverwijzingen
Aanbestedingswet 2012
Aanbestedingswet 2012 2.114
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2015/151
Module Aanbesteding 2015/125
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/484191 / KG ZA 15-303

Vonnis in kort geding van 28 april 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AANNEMINGSBEDRIJF [A] B.V.,

gevestigd te Brakel,

eiseres,

advocaat mr. E. Steyger te 's-Hertogenbosch,

tegen:

de rechtspersoon naar publiekrecht

PROVINCIE ZUID-HOLLAND,

zetelend te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. F.G. Horsting te Amsterdam,

waarin is tussengekomen:

de vennootschap onder firma

FA. GEBR. [B],

gevestigd te Hagestein, gemeente Vianen,

advocaat mr. B.H.H.M. Ramakers te Arnhem.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als '[A]', 'de Provincie' en '[B]'.

1 Het incident tot tussenkomst c.q. voeging

[B] heeft primair gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen [A] en de Provincie en subsidiair om zich te mogen voegen aan de zijde van de Provincie. Ter zitting van 14 april 2015 hebben [A] en de Provincie aangegeven geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van de incidentele vordering. [B] is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 14 april 2015 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

Op 14 oktober 2014 heeft de Provincie een aanbesteding uitgeschreven voor het regulier onderhoud van vaarwegen in de provincie Zuid-Holland. De vereisten waaraan inschrijvers moeten voldoen zijn vastgelegd in het Bestek DOS-2014-0003405. Hierin is onder meer opgenomen dat eventuele vragen uiterlijk op 4 november 2014 vóór 14.00 uur moeten zijn gesteld. De wijze waarop de gunning plaatsvindt, is vastgelegd in de bij het bestek behorende "EMVI-gunningsleidraad" van 21 oktober 2014 (hierna 'de Gunningsleidraad')

2.2.

Voor zover hier van belang vermeldt de Gunningsleidraad:

" Inleiding

In deze EMVI-gunningsleidraad, welke integraal onderdeel uitmaakt van het bestek, is beschreven op welke wijze gunning van onderhavige opdracht tot stand komt. Gunning van het werk zal plaats vinden aan de Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI).

(…)

1 Inhoud Plan van Aanpak

De Inschrijver dient bij inschrijving een Plan van Aanpak in te dienen. Dit zal worden meegenomen in de kwalitatieve beoordeling van de inschrijving. Na opdrachtverlening zal het Plan van Aanpak van de inschrijver aan wie de opdracht wordt verleend deel uitmaken van diens Inschrijving (contractdocument).

(…)

2 Subgunningscriteria Kwaliteit

De Economisch Meest Voordelige Inschrijving wordt bepaald aan de hand van onderstaande criteria, welke in de volgende paragrafen verder worden uiteengezet.

Subgunningscriteria Kwaliteit

Max. fictieve korting

1.

Beperken van overlast (§2.1)

€ 400.000

2.

Aanpak van calamiteiten (§2.2)

€ 250.000

3.

Tijd- en capaciteitsplanning (§2.3)

€ 150.000

SUBTOTAAL KWALITEIT

€ 800.000

§ 2.1. Beperken van overlast (max. fictieve korting € 400.000)

(…)

Beoordeling:

In onderstaand schema wordt nader toegelicht hoe dit gunningscriterium zal worden beoordeeld.

Beoordelingsaspecten

Toelichting

Kwaliteit van de maatregelen

Zijn de maatregelen SMART uitgewerkt

Voldoen de maatregelen aan wet- en regelgeving

Houden maatregelen rekening met voorziene raakvlakken

Mate van gedetailleerdheid

Zijn de maatregelen voldoende gedetailleerd uitgewerkt en beschreven

Realiteitsgehalte van de maatregelen

Zijn de maatregelen haalbaar

Zij ze (eenvoudig) implementeerbaar

Mate van efficiëntie van de maatregelen

Op welke wijze zijn de maatregelen verankerd in de organisatie
(papier vs. praktijk)

§ 2.2. Aanpak van calamiteiten (max. fictieve korting € 250.000)

(…)

Beoordeling:

In onderstaand schema wordt nader toegelicht hoe dit gunningscriterium zal worden beoordeeld.

Beoordelingsaspecten

Toelichting

Kwaliteit van de maatregelen

Zijn de maatregelen SMART uitgewerkt

Voldoen de maatregelen aan wet- en regelgeving

Houden maatregelen rekening met voorziene raakvlakken

 Veiligheid van verkeer bij calamiteiten

Mate van gedetailleerdheid

Zijn de maatregelen voldoende gedetailleerd uitgewerkt en beschreven

Realiteitsgehalte van de maatregelen

Zijn de maatregelen haalbaar

Zij ze (eenvoudig) implementeerbaar

Mate van efficiëntie van de maatregelen

Op welke wijze zijn de maatregelen verankerd in de organisatie
(papier vs. praktijk)

§ 2.3. Tijd- en capaciteitsplanning (max. fictieve korting € 150.000)

(…)

Beoordeling:

In onderstaand schema wordt nader toegelicht hoe dit gunningscriterium zal worden beoordeeld.

Beoordelingsaspecten

Toelichting

Kwaliteit van de planning

Zijn de werkzaamheden efficiënt gepland

Is er voldoende buffer voor onvoorziene gebeurtenissen en/of
werkzaamheden

Uit de planning blijkt dat inschrijver over voldoende materieel en
personeel beschikt (capaciteit)

Mate van gedetailleerdheid

Is de planning voldoende gedetailleerd uitgewerkt en beschreven

Realiteitsgehalte van de planning

Is de geplande tijd voor werkzaamheden in de planning haalbaar

3 Beoordeling van de Inschrijving

In dit hoofdstuk is aangegeven op welke wijze de EMVI wordt vastgesteld. Het gunningcriterium is de "Economisch Meest Voordelige Inschrijving" (EMVI). De beoordelingscriteria zijn prijs (inschrijvingssom) en kwaliteit (bestaande uit de in hoofdstuk 2 beschreven subgunningscriteria).

(…)

§ 3.3. Beoordelingsmethodiek

§ 3.3.1. Vaststellen tijdigheid, volledigheid en geschiktheid van de Inschrijving

De via CTM binnengekomen Inschrijvingen zullen allereerst gecontroleerd worden op tijdige binnenkomst, volledigheid en of de Inschrijving voldoet aan de gestelde eisen. Vervolgens zal worden overgegaan tot het beoordelen van het kwalitatieve gedeelte van de binnengekomen Inschrijvingen, conform de in §3.3.3 beoordelingsmethodiek wat resulteert in een waardering per Inschrijving.

§ 3.3.2. Beoordeling Kwaliteit

Iedere beoordelaar zal de Inschrijvingen individueel beoordelen op de subgunningscriteria zoals beschreven in hoofdstuk 2. De behaalde scores voor deze subgunningscriteria zullen vervolgens worden uitgedrukt in een fictieve korting op de Inschrijvingssom, tot een maximum van EUR 800.000.

De beoordelaars kunnen per onderdeel een score van -1 t/m 4 toekennen, in gehele cijfers:

Score Beschrijving

4 Voldoet en biedt optimale meerwaarde

3 Voldoet en biedt veel meerwaarde

2 Voldoet en biedt enige meerwaarde

1 Voldoet, maar biedt weinig meerwaarde

0 Voldoet, maar biedt geen meerwaarde

-1 Voldoet niet (= knock-out)

§ 3.3.3. Kwalitatieve deel van de inschrijving

Stap 1. Beoordeling (individueel)

De leden van de beoordelingscommissie waarderen ieder individueel de plannen van aanpak, conform de waarderingswijze zoals in voorgaande paragraaf is aangegeven. Voor ieder (sub)subgunningscriterium kan een score worden toegekend in de range van -1 t/m 4 punten, waarbij punten in gehele cijfers worden gegeven.

Stap 2. Beoordeling (totaal)

De individuele scores van alle beoordelaars worden gezamenlijk besproken, waarna tot een eindoordeel per (sub)subgunningscriterium wordt gekomen. De scores van de beoordelaars zullen vervolgens per onderdeel worden gemiddeld. Deze gemiddelde waardering per (sub)subgunningscriterium wordt afgerond op twee decimalen.

Stap 3. Bepaling fictieve korting (per subgunningscriterium)

Door middel van onderstaande formule wordt vervolgens de fictieve korting voor het betreffende subgunningscriterium berekend:

Fictieve korting subgunningscriterium = (gemiddelde score / 4) x maximale score

Stap 4. Bepaling fictieve korting (totaal)

De fictieve kortingen op de verschillende (sub)subgunningscriteria worden bij elkaar opgeteld, wat resulteert in de totale fictieve korting. In een later stadium zal deze totale fictieve korting van de inschrijvingssom worden afgetrokken.

§ 3.3.4. Prijsgerelateerde (commerciële) deel van de Inschrijving

Voorafgaand aan het openen van de enveloppen met het prijsgerelateerde deel van de Inschrijving, zal de score van het kwalitatieve deel van de Inschrijvingen bekend worden gemaakt aan de Inschrijvers. Dit zullen zij middels een bericht via CTM ontvangen.

De opening van de enveloppe met het Inschrijvingsbiljet (met Inschrijvingssom) vindt plaats zodra de beoordelingsprocedure van het kwalitatieve gedeelte is afgerond en de uitkomsten hiervan aan de Inschrijvers zijn gecommuniceerd. De gesloten enveloppen met de Inschrijvingssommen worden vervolgens geopend en verwerkt in de totale beoordeling.

Om te bepalen welke Inschrijver de Economisch Meest Voordelige Inschrijving heeft gedaan worden de genoemde kwaliteits- en prijscriteria in verband met elkaar gebracht in de eindberekening.

In tabellen staan per subgunningscriterium dan wel per onderdeel, de maximaal toe te kennen fictieve korting (in EURO) vermeld. Het berekeningsresultaat van het berekeningsmodel is de 'Evaluatieprijs' conform de formule:

Evaluatieprijs = Inschrijvingssom - Fictieve korting

De Inschrijving die op grond van dit berekeningsmodel de laagste Evaluatieprijs (EP) heeft, is de Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI).

(…)

§ 3.5.1. Toelichting op de beoordeling

Opdrachtgever biedt de Inschrijvers de mogelijkheid om een mondelinge toelichting te verkrijgen op de beoordeling van het plan van aanpak. Indien een Inschrijver hiervan gebruik wil maken dan dient de Inschrijver contact op te nemen met de Opdrachtgever om in onderling overleg een afspraak te plannen. Voor het geven van een individuele toelichting op de beoordeling is per Inschrijver maximaal 1 uur gereserveerd."

2.3.

Vijf partijen hebben (tijdig) een inschrijving ingediend, onder wie [A] en [B]. De gemiddelde inschrijfsom beloopt een bedrag van € 1.861.800,--.

2.4.

Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.3.4 (eerste alinea) van de Gunningsleidraad heeft de Provincie op 11 december 2014 de scores en ranking op basis van de kwalitatieve beoordeling van de inschrijvingen doen toekomen aan [A]. Naar aanleiding daarvan heeft [A] op 16 december 2014 vragen gesteld aan de Provincie. In reactie daarop heeft de Provincie diezelfde dag nog aan [A] bericht dat de vragen niet (meer) zullen worden beantwoord, omdat zij zijn gesteld na de daarvoor gegeven termijn.

2.5.

Bij brief van 17 februari 2015 heeft de Provincie het volgende medegedeeld aan [A]:

"Op 1 december 2014 heeft u ingeschreven op bestek DOS-2014-0003405, Blauwbestek PZH 2015-2018. Naar aanleiding van uw inschrijving delen wij u mede dat u op grond van het gunningscriterium economisch meest voordelige inschrijving niet voor gunning van de opdracht in aanmerking komt.

Wij zijn voornemens de opdracht te gunnen aan Fa. Gebr. [B] uit Hagestein, voor het bedrag van
€ 1.474.000,00 (excl. BTW) aangezien deze partij de economische meest voordelige inschrijving heeft gedaan en ook voor het overige heeft voldaan aan de eisen gesteld in het aanbestedingsreglement, de aankondiging, de aanbestedingsdocumenten en de Nota(s) van Inlichtingen.

In onderstaande tabel is uw EMVI score weergegeven (zie bijlage voor het totaaloverzicht).

[A] € 1.793.000,00

Score winnaar

Fa. Gebr. [B]

1e

Beperken overlast

2,94

2,06

Het plan is SMART opgezet. Positieve punten hieruit zijn het beperken van imagoschade, het benoemen van het Beheerplan Zuid-Holland, de inzet van verkeersregelaars en het rekening houden met passerend verkeer De inzet van een omgevingsmanager en het voorstel om kademuren anders te reinigen biedt voor de beoordelaars veel meerwaarde en is als hoogste gewaardeerd. Het instellen van een digitaal loket. Het inzetten van een digitaal loket wordt als een pré ervaren.

De inzet van bosmaaiers over grote lengte wordt Arbotechnisch niet wenselijk geacht. Daarnaast levert de inzet van roterende onkruidborstels volgens beoordelaars geen 100% reiniging op.

1e

Aanpak calamiteiten

3,11

1,50

De maatregelen bij de aanpak van calamiteiten zijn goed, duidelijk en SMART verwoord in een goed leesbaar en gedetailleerd plan. Positieve punten uit het plan zijn de inzet van 4 winterteams en het opzetten van 4 steunpunten. Ook het meedenken over schade door derden en de aanwezigheid van een kleine motorboot als eerste hulp bij het koelen van bruggen biedt volgens beoordelaars veel meerwaarde.

Het pas uitwerken van werkplannen - nà de gunning, zodat de beschikbaarheid van het personeel en materieel beoordeeld kan worden, werd als minpunt ervaren.

1e

Tijds- en capaciteitsplanning

2,22

1,28

Kritische paden, zoals het broedseizoen, vakantie en meer brugbewegingen in het seizoen zijn goed benoemd. Het werken met kleuren in de planning werkt zeer overzichtelijk en biedt veel meerwaarde.

Het ontbreken van het herzetten van glooiingen wordt als minpunt aangemerkt en het realiteitsgehalte van de planning wordt door beoordelaars betwijfeld

Fictieve korting € 571.625,00

Zoals u kunt zien heeft uw ingediende Plan van Aanpak op alle onderdelen een betere score gekregen dan de winnende inschrijver. Echter bleek het verschil in inschrijvingsprijzen te groot te zijn, en is uiteindelijk bij deze aanbesteding de laagste prijs van doorslaggevend belang geweest."

2.6.

Op 3 maart 2015 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [A] en de Provincie, waarbij de Provincie de gunningsbeslissing nader heeft toegelicht.

3 Het geschil

3.1.

[A] vordert, zakelijk weergegeven:

primair

I. de Provincie te gebieden de gunning van de opdracht aan [B] in te trekken, dan wel de gunningsbeslissing te vernietigen en de opdracht te gunnen aan [A];

subsidiair

II. de Provincie te gebieden de gunning aan [B] in te trekken, dan wel te vernietigen en over te gaan tot herbeoordeling van de inschrijving van [A];

meer subsidiair

III de Provincie te gebieden de aanbesteding in te trekken en over te gaan tot heraanbesteding;

een en ander met veroordeling van de Provincie in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Ter onderbouwing van haar vorderingen voert [A] drie gronden aan. Samengevat komen deze op het volgende neer:

(i) De facto is niet gegund op basis van de 'economisch meest voordelige inschrijving' (hierna 'EMVI'), maar op basis van de 'laagste prijs'.

(ii) De beoordelingsmethode is niet transparant.

(iii) De motivering van de gunningsbeslissing is ontoereikend en niet-transparant.

3.3.

De Provincie en [B] hebben de vorderingen van [A] gemotiveerd bestreden. Voor zover nodig zal hun verweer hierna worden besproken.

3.4.

[B] vordert de Provincie te verbieden het werk aan een ander te gunnen dan aan haar.

3.5.

Verkort weergegeven voert zij daartoe aan dat de Provincie op goede gronden voornemens is het werk (ook definitief) aan haar te gunnen.

3.6.

Voor zover nodig zullen de standpunten van de Provincie en [A] met betrekking tot de vordering van [B] hierna worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

De vorderingen van [A]

Gunningscriterium

4.1.

Zowel de Provincie als [B] hebben aangevoerd dat [A] haar rechten heeft verwerkt voor zover zij stelt dat de gunningssystematiek er niet toe leidt dat wordt gegund op basis van EMVI, zoals aangegeven in de aanbestedingsdocumenten, maar op basis van laagste prijs. Dat verweer treft doel.

4.2.

Ingevolge vaste jurisprudentie mag - mede met het oog op het belang van een snelle en effectieve aanbestedingsprocedure - van een adequaat handelend inschrijver worden verwacht dat hij zich proactief opstelt bij het naar voren brengen van bezwaren. De eisen van redelijkheid en billijkheid, die de inschrijver jegens de aanbestedende dienst in acht dient te nemen, brengen mee dat hij bezwaren ten aanzien van de procedure in een zo vroeg mogelijk stadium duidelijk aan de orde stelt, zodat eventuele onregelmatigheden zo nodig kunnen worden gecorrigeerd met zo weinig mogelijk consequenties voor het verloop van de gehele procedure.

4.3.

Voor wat betreft de onderhavige kwestie zijn de aanbestedingsstukken duidelijk. Gelet hierop had [A] haar onderhavige bezwaar vóór 4 november 2014 om 14.00 uur kenbaar moeten maken aan de Provincie, zoals aangegeven in het bestek. [A] heeft dat nagelaten. Zij heeft haar bezwaar voor het eerst kenbaar gemaakt in de inleidende dagvaarding. Daarmee heeft zij niet voldaan aan hetgeen hiervoor - onder 4.2. - is overwogen. [A] heeft daarmee haar rechten in dit verband verwerkt. Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter nog het volgende.

4.4.

Het aanbestedingsrecht kent geen voorschriften die een aanbestedende dienst verplichten om, bij het inrichten van een EMVI-beoordelingsmethodiek, meer dan wel minder gewicht toe te kennen aan een bepaald criterium. Ook uit de Memorie van Toelichting betreffende artikel 2.114 van Aanbestedingswet 2012 blijkt dat de wetgever de aanbestedende dienst wat dat betreft vrij heeft willen laten. Daarin is immers het volgende opgenomen: "Aanbestedende diensten kunnen er voor kiezen om meer gewicht toe te kennen aan andere subcriteria van het gunningscriterium EMVI dan prijs, zoals kwaliteit of duurzaamheid". Een en ander brengt mee dat een aanbestedende dienst de mogelijkheid heeft om aan het subcriterium prijs meer gewicht toe te kennen dan aan alle andere, op de kwaliteit van de inschrijving betrekking hebbende, subcriteria gezamenlijk. Deze vrijheid bereikt echter haar grens waar de keuze van de aanbestedende dienst voor het gunningscriterium EMVI de facto neerkomt op een keuze voor het gunningscriterium laagste prijs. Hiervan is sprake wanneer op basis van de uitwerking van het gunningscriterium in de aanbestedingsdocumenten, alle omstandigheden van het geval afwegende, inschrijvers redelijkerwijs mogen verwachten dat de waardering van de kwalitatieve aspecten van de inschrijvingen - naast het aspect prijs - geen significante invloed heeft op de uitkomst van de aanbestedingsprocedure. Immers, in een dergelijke situatie hanteert de aanbestedende dienst weliswaar formeel het gunningscriterium EMVI, maar is materieel sprake van het gunningscriterium laagste prijs.

4.5.

Van dit laatste is in de onderhavige situatie geen sprake. De maximale fictieve korting beloopt een bedrag van € 800.000,--, terwijl de gemiddelde inschrijfsom
€ 1.861.800,-- bedraagt, ofwel een maximale korting van ongeveer 43%. Uit het bij de gunningsbeslissing behorende overzicht blijkt ook dat ter zake van de inschrijvingen, die na de kwalitatieve beoordeling als eerste vier uit de bus kwamen, (zeer) substantiële fictieve kortingen zijn toegekend tussen € 571.625,-- en € 347.750,--. Op de veruit als slechtst beoordeelde inschrijving (nummer 5 in de rangorde) is zelfs nog een korting van € 162.750,--toegepast. Daarnaast heeft de Provincie in het (beperkte) bestek van dit kort geding - in het bijzonder aan de hand van een, niet voldoende bestreden, notitie van professor dr. P.G.M. van der Heijden van 8 april 2015 - aannemelijk gemaakt dat de factor kwaliteit een niet te verwaarlozen factor speelt bij de bepaling van de winnaar van de aanbesteding (tussen ± 33% en ± 20%). Daarnaast heeft [B] op de zitting onweersproken aangevoerd dat haar inschrijving als vierde zou zijn geëindigd, indien deze geen enkele meerwaarde zou hebben gehad. Onder die omstandigheden kan - ander dan in de casus die heeft geleid tot het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland van 24 januari 2014, waarop [A] zich beroept - niet worden aangenomen dat de waardering van de kwalitatieve aspecten van de inschrijvingen geen significante invloed heeft op de uitkomst van de aanbestedingsprocedure.

4.6.

In feite lijken de stellingen van [A] er op neer te komen dat zij de aanbesteding had moeten winnen aangezien zij kwalitatief (veruit) de beste inschrijving heeft ingediend. Uit het voorgaande volgt echter dat een dergelijk standpunt niet houdbaar is. Te minder nu de inschrijfprijs van [A] die van [B] ruimschoots overtreft (€ 319.000,--).

Beoordelingsmethode

4.7.

Volgens [A] is de wijze van de kwalitatieve beoordeling van de inschrijvingen niet transparant. In dat verband voert zij - zo begrijpt de voorzieningenrechter - aan dat niet duidelijk is of een inschrijving wordt beoordeeld op basis van de (drie) subgunningscriteria die zijn beschreven in hoofdstuk 2 van de Gunningsleidraad, zoals aangegeven in paragraaf 3.3.2 van de Gunningsleidraad, dan wel op basis van de (sub)subgunningscriteria, ofwel de op ieder subgunningscriterium van toepassing zijnde (drie) "beoordelingsaspecten", zoals aangegeven in paragraaf 3.3.3 van de Gunningsleidraad. Die paragrafen zijn tegenstrijdig, zodat de beoordelingsmethode niet duidelijk was, aldus [A].

4.8.

Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor onder 4.2 en 4.3 is overwogen, moet met betrekking tot voormeld bezwaar worden geoordeeld dat ook dienaangaande sprake is van rechtsverwerking. Niet valt in te zien dat - gelet op de inhoud van de aanbestedingsdocumenten - daarover niet vóór 4 november 2014 om 14.00 uur al vragen hadden kunnen worden gesteld c.q. opmerkingen hadden kunnen worden gemaakt. Ook de onderhavige kwestie heeft [A] pas voor het eerst in haar inleidende dagvaarding aan de orde gesteld. Voor de goede orde en ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter nog het volgende.

4.9.

Over de wijze van de kwalitatieve beoordeling van de inschrijvingen - zoals beschreven in de paragrafen 3.3.2 en 3.3.3 van de Gunningsleidraad - kan geen misverstand bestaan. Daarvoor is het volgende van belang.

Voor wat betreft het criterium 'kwaliteit' zijn drie subgunningscriteria uitgewerkt in hoofdstuk 2 van de Gunningsleidraad, te weten (i) Beperken van overlast, (ii) Aanpak van calamiteiten en (iii) Tijd- en capaciteitsplanning. Deze subgunningscriteria worden vervolgens telkens weer onderverdeeld in drie "beoordelingsaspecten", te weten (a) Kwaliteit van de maatregelen c.q. planning, (b) Mate van gedetailleerdheid en (c) Realiteitsgehalte van de maatregelen c.q. planning. De 'beoordelingsaspecten' worden in paragraaf 3.3.3 aangeduid als '(sub)subgunningscriteria'. Van de (zes) beoordelaars wordt verwacht dat zij voor wat betreft de (negen) verschillende beoordelingsaspecten "gehele cijfers" toekennen aan elke inschrijving. Vervolgens bespreken de beoordelaars de door hen toegekende scores gezamenlijk, waarna die scores voor ieder beoordelingsaspect worden gemiddeld, met een afronding op twee decimalen. Aan de hand van de (drie) gemiddelde scores per beoordelingsaspect wordt vervolgens de (gemiddelde) eindscore van het betreffende subgunningscriterium bepaald. Op basis hiervan wordt de fictieve korting per subgunningscriterium vastgesteld. Als behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettend inschrijver had [A] moeten (kunnen) begrijpen dat de kwalitatieve beoordeling van haar inschrijving en de vaststelling van de fictieve korting op die wijze zal plaatsvinden. Een onderlinge tegenstrijdigheid valt in de paragrafen 3.3.2 en 3.3.3 van de Gunningsleidraad in ieder geval niet te lezen.

4.10.

Verder is van belang dat als onweersproken vaststaat dat de beoordeling van de inschrijvingen op de hiervoor beschreven wijze heeft plaatsgevonden.

Motivering gunningsbeslissing

4.11.

Vooropgesteld wordt dat met het oog op de beoordeling van de stelling van [A] dat de gunningsbeslissing onvoldoende is gemotiveerd, het door haar - als productie 1 - overgelegde verslag van de bespreking van 3 maart 2015, waarbij de Provincie de gunningsbeslissing nader heeft toegelicht, buiten beschouwing wordt gelaten. [A] heeft dat verslag eenzijdig opgesteld, terwijl de inhoud ervan (op relevante onderdelen) gemotiveerd is weersproken door de Provincie. Onder die omstandigheden kan niet worden uitgegaan van de juistheid van het verslag.

4.12.

Ingevolge het aanbestedingsrecht dient de mededeling van de gunningsbeslissing de relevante redenen voor die beslissing te bevatten, opdat daartegen doeltreffend beroep kan worden ingesteld. De - onder 2.5 vermelde - brief van de Provincie voldoet daaraan. Hierin worden de scores van zowel [A] als [B] betreffende de drie subgunningscriteria ter zake van het criterium 'kwaliteit' vermeld. Bovendien worden daarin met betrekking tot elk subcriterium de positieve en negatieve aspecten van de inschrijving van [A] aangegeven. Gelet hierop moet de motivering van de gunningsbeslissing als voldoende worden aangemerkt. Te meer nu de Provincie deze in een bespreking op 3 maart 2015 nader heeft toegelicht. Overigens heeft [A] tegen de inhoud/strekking van de motivering van de gunningsbeslissing nauwelijks concrete bezwaren aangevoerd. In feite volstaat zij in dat verband met het poneren van enkele 'algemeenheden'.

Afronding

4.13.

De slotsom is dat de vorderingen van [A] zullen worden afgewezen.

4.14.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [A] in de procedure tegen de Provincie worden veroordeeld in de proceskosten

De vordering van [B]

4.15.

In de stellingen van de Provincie ligt besloten dat zij nog steeds voornemens is verdere uitvoering te geven aan de gunningsbeslissing van 17 februari 2015. Bij die stand van zaken heeft [B] geen belang (meer) bij toewijzing van haar vordering. Deze zal dan ook worden afgewezen.

4.16.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [B] in het kader van haar vordering worden veroordeeld in de kosten van de Provincie. Deze kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat de Provincie als gevolg van die vordering extra kosten heeft moeten maken. Ondanks de afwijzing moet [A] in haar verhouding tot [B] worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van [B] was immers te bewerkstelligen dat de gunningsbeslissing in stand blijft. Dat doel is bereikt. [A] zal dan ook worden veroordeeld in de proceskosten van [B] - zoals verzocht - te vermeerderen met de wettelijke rente.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de vorderingen van [A] af;

- wijst de vordering van [B] af;

- veroordeelt [B] voor wat betreft de door haar ingestelde vordering jegens de Provincie in de kosten van de Provincie, die worden begroot op nihil;

- veroordeelt [A] in de overige proceskosten, tot op dit vonnis aan de zijde van de Provincie en [B] telkens begroot op € 1.429,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 613,-- aan griffierecht;

- bepaalt dat [A] de aan [B] verschuldigde proceskosten dient te voldoen binnen veertien dagen na het uitspreken van dit vonnis en dat zij - bij gebreke daarvan - daarover de wettelijke rente verschuldigd is;

- verklaart de kostenveroordeling ten behoeve van [B] uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Groeneveld-Stubbe en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2015.

jvl