Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:5223

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-05-2015
Datum publicatie
08-01-2019
Zaaknummer
09-817703-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

DiRa Art. 509a Sv. Op verzoek van de raadsvrouw, Vermoed wordt dat de geestvermogens van verdachte gebrekkig ontwikkeld of ziekelijk gestoord zijn en dat zij tengevolge daarvan niet in staat is haar belangen behoorlijk te behartigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Sector strafrecht

Parketnummer: 09/817703-15

Kenmerk RK: 15/1606

Beslissing van 1 mei 2015

Beslissing van de rechtbank Den Haag, meervoudige raadkamer in strafzaken, op het verzoek ex artikel 509a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1958 te [geboorteplaats] ,

[adres]

thans preventief gedetineerd in de penitentiaire inrichting Zwolle te Zwolle,

hierna te noemen: verdachte.

De procesgang.

Bij brief van 30 maart 2015 heeft de raadsvrouw van verdachte mr. H.S.K. Jap-A-Joe, advocaat te Utrecht, verzocht toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 509a Sv.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een aantal processtukken en van de hieronder genoemde stukken en correspondentie.

De rechtbank heeft op 21 april 2015 dit verzoek in raadkamer behandeld.

Verdachte, bijgestaan door mr. H.S.K. Jap-A-Joe, is in raadkamer gehoord. Daarnaast is de officier van justitie mr. P.M. Gruppelaar gehoord.

De bevoegdheid van de rechtbank.

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot behandeling van het verzoek.

De beoordeling van het verzoek.

De verdenking

Verdachte wordt onder meer verdacht van, kort gezegd, het op 16 maart 2015 gooien van hete melk naar twee agenten (zware mishandeling dan wel poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 1] en poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 2] ) en het op 16 maart 2015 gooien van voorwerpen, waaronder een baksteen, in de richting van [slachtoffer 3] (poging tot zware mishandeling). Sinds 16 maart 2015 verblijft verdachte in voorarrest en de inhoudelijke behandeling van de zaak zal, volgens mededeling van de raadsvrouw in raadkamer, op 10 september 2015 plaatsvinden.

De inhoud van het verzoek

De raadsvrouw van verdachte heeft betoogd dat op basis van het dossier, haar gesprekken met verdachte en de verkregen informatie van de familie alsook de inrichting waar verdachte thans verblijft, het ernstig vermoeden bestaat dat verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens waardoor zij niet in staat is haar belangen naar behoren te behartigen. Verdachte staat zowel bij de politie als in de buurt bekend als verward/psychotisch en haar zorgcoördinator [naam] van het Penitentiair Psychiatrisch Centrum Zwolle heeft op 25 maart 2015 verklaard dat bij verdachte sprake is van een ernstig psychiatrisch toestandsbeeld waarbij sprake is van psychotische belevingen, aldus de raadsvrouw.

Het voorgeleidingsadvies GGZ Reclassering Palier d.d. 18 maart 2015

Uit dit advies blijkt dat verdachte door de reclassering is bezocht, maar dat verdachte toen helemaal niet heeft gesproken. Volgens de partner van verdachte werd zij een aantal jaren geleden ambulant behandeld bij de ParnassiaGroep vanwege angst- en depressieve klachten. De afgelopen jaren had verdachte contact met een vrijgevestigde psychiater. Uit informatie van het steunsysteem van verdachte (familie) kwam naar voren dat verdachte sinds anderhalf jaar is veranderd. De laatste paar weken voor haar aanhouding trok zij zich terug in een kamer in de woning en deed de deur niet meer open. Ook vertoonde zij passief en apathisch gedrag en nam zij haar medicatie niet in. Verdachte staat bij de politie bekend als een verwarde persoon en de politie heeft eerder meldingen van overlast door verdachte gekregen. Verdachte is bij de politie bezocht door medewerkers van Opvang Verwarde Personen, maar het is niet gelukt contact met haar te leggen. Verdachte lag stil in haar cel, bewoog nauwelijks, liet een katatonisch beeld zien en at en dronk vrijwel niet. Ook is zij bezocht door een arts en weigerde medicatie. De situatie is zorgelijk en psychische problematiek lijkt op de voorgrond te staan. Een NIFP voorgeleidingsconsult is aangevraagd.

De brief van de psychiater drs. D.H.M. Lefrandt, verbonden aan het NIFP locatie Den Haag, betreffende een voorgeleidingsconsult d.d. 19 maart 2015

De psychiater heeft geconcludeerd dat verdachte niet met zekerheid te beoordelen is, omdat zij nauwelijks met hem heeft gesproken. Omdat mutisme of een psychotisch toestandsbeeld niet zijn uitgesloten, is geadviseerd verdachte in het PPC te plaatsen. Bij de rechter-commissaris werd informatie uit een extra proces-verbaal en het consult van de reclassering (de rechtbank begrijpt het hiervoor besproken voorgeleidingsadvies) gegeven. Met deze extra informatie omhelst de differentiële diagnose een psychotische depressie, een psychose of fronto-temporaal dementie.

De verklaringen van [naam] , behandelcoördinator PPC Zwolle

Per e-mail van 25 maart 2015 heeft [naam] verklaard dat verdachte sinds een week bij hem op de afdeling verblijft en dat er sprake is van een ernstig psychiatrisch toestandsbeeld waarbij sprake is van psychotische belevingen. Verdachte is in contact afwerend, dysfoor en dreigend. Contacten zijn per definitie kort, omdat zij niet wil dat mensen haar naderen. Verdachte verblijft vanaf de start in de isoleer en heeft tweemaal dwangmedicatie gekregen. Haar toestandsbeeld is dermate kwetsbaar dat het bijwonen van een zitting (in het kader van de voorlopige hechtenis) haar toestandsbeeld geen goed zal doen. Zij is gebaat bij rust, regelmaat en voorspelbaarheid.

Per e-mail van 15 april 2015 heeft [naam] aanvullend verklaard dat verdachte na haar opname voedsel, water en urine naar het personeel gooide. Plaatsing in de isoleer was noodzakelijk vanuit veiligheidsoverwegingen. Echter, sinds begin april, na het inzetten van dwangmedicatie is het toestandsbeeld sterk opgeklaard. Verdachte verblijft inmiddels op een eigen cel, neemt deel aan de afdelingsactiviteiten en arbeid en is vriendelijk en beleefd in het contact. De dwangmedicatie is gestopt en verdachte accepteert vrijwillig medicatie. De verwachting is dat zij binnenkort overgeplaatst wordt naar een afdeling voor gestabiliseerde patiënten. In deze casus is het volgens [naam] tevens opvallend dat er sprake is van een heel betrokken en positief netwerk dat ondersteuning biedt en kan bieden in de toekomst.

De verklaring van verdachte in raadkamer

Verdachte heeft verklaard dat zij ziek is en dat zij zich onrustig voelt. Zij heeft verder verklaard dat het juist is dat het een tijdje niet goed met haar ging, maar dat het nu beter met haar gaat in het PPC en zij medicatie inneemt. In eerste instantie heeft verdachte desgevraagd verklaard dat zij niet weet waarvoor zij thans gedetineerd is. Haar raadsvrouw heeft de zaak met haar besproken en de zaak uitgelegd, maar zij heeft het niet helemaal begrepen. Op het moment dat aan verdachte de gelegenheid werd gegeven als laatste het woord te voeren heeft zij desgevraagd verklaard dat zij niet heeft begrepen wat er tijdens de zitting is besproken. Voorts heeft zij verklaard dat zij weet dat zij thans vastzit omdat zij hete melk naar agenten heeft gegooid en vervelende dingen tegen de buren heeft gedaan. Zij heeft verder desgevraagd verklaard dat zij niet in staat is om haar belangen naar behoren te behartigen in deze strafzaak en dat zij het dus eens is met het verzoek van haar raadsvrouw.

Het standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft gepersisteerd bij het verzoek en kort samengevat het volgende aangevoerd. Hoewel de toestand van verdachte inmiddels enorm is vooruitgegaan, is zij nog steeds kwetsbaar en is haar toestand nog steeds broos. Vastgesteld kan worden dat het vermoeden bestaat dat verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens. De indruk bestaat dat verdachte de consequenties van de onderhavige strafzaak niet helemaal begrijpt, hetgeen de raadsvrouw heeft geconstateerd tijdens het bespreken van de zaak met verdachte. Verdachte is derhalve niet in staat om haar belangen naar behoren te behartigen. Daarom wil de raadsvrouw beslissingen in het belang van verdachte kunnen nemen en ook wenst zij aanwezig te zijn bij de verhoren van verdachte door de politie. De raadsvrouw acht het onverantwoord om verdachte buiten haar aanwezigheid door de politie te laten horen. Om hiervoor – het aanwezig zijn bij de verhoren van verdachte – een vergoeding van de Raad voor de Rechtsbijstand te kunnen krijgen is echter een verklaring ex artikel 509a Sv vereist. De raadsvrouw heeft desgevraagd meegedeeld dat een last van toevoeging ex artikel 509c Sv achterwege kan blijven, daar zij ingevolge artikel 40 e.v. Sv reeds aan verdachte is toegevoegd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich verzet tegen inwilliging van het verzoek en zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 509a Sv, gezien de verklaring van [naam] van 15 april 2015 en het feit dat verdachte in raadkamer in staat was de aan haar gestelde vragen coherent te beantwoorden. De officier van justitie heeft verder meegedeeld dat inmiddels een NIFP-rapportage betreffende verdachte is aangevraagd. Desgevraagd heeft zij in raadkamer toegezegd dat aan de NIFP-rapporteur zal worden gevraagd in de rapportage ook in te gaan op de vraag of bij verdachte sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 509a Sv.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank dient te beoordelen of het vermoeden bestaat dat verdachte door een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens niet in staat is haar belangen te behartigen.

Gelet op de inhoud van het voorgeleidingsadvies, de brief van de psychiater en de verklaringen van [naam] is de rechtbank van oordeel dat het vermoeden bestaat dat de geestvermogens van verdachte gebrekkig ontwikkeld of ziekelijk gestoord zijn. Ook bieden deze stukken, de verklaring van de raadsvrouw en de verklaringen, het gedrag en de houding van verdachte in raadkamer een basis voor het vermoeden dat verdachte hierdoor belemmerd wordt haar belangen in rechte op behoorlijke wijze te behartigen.

Dat verdachte in raadkamer de aan haar gestelde vragen enigszins kon beantwoorden leidt niet tot een ander oordeel. Immers, verdachte heeft tijdens de behandeling in raadkamer ook op verschillende momenten laten blijken niet te begrijpen wat er werd besproken. Ter bescherming van de rechtspositie van verdachte zal de rechtbank dan ook verklaren dat op dit moment vermoed wordt dat de geestvermogens van de verdachte gebrekkig ontwikkeld of ziekelijk gestoord zijn en dat zij ten gevolge daarvan niet in staat is haar belangen behoorlijk te behartigen. Het verzoek van de raadsvrouw zal derhalve worden toegewezen. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat deze beslissing te allen tijde door de rechtbank kan worden herroepen, zoals is bepaald in artikel 509b Sv, bijvoorbeeld indien de nog te verschijnen NIFP-rapportage daar aanleiding voor zal geven.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart dat vermoed wordt dat de geestvermogens van de verdachte gebrekkig ontwikkeld of ziekelijk gestoord zijn en dat zij ten gevolge daarvan niet in staat is haar belangen behoorlijk te behartigen.

Gelast dat deze beslissing onverwijld aan verdachte zal worden betekend.

Aldus beslist te Den Haag door

mr. M.A.J. van de Kar, voorzitter,

mr. A.M. Boogers en mr. W.N.L. Donker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R. Moese, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 mei 2015.

Deze beslissing is ondertekend door de voorzitter en de griffier.