Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:2063

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-02-2015
Datum publicatie
27-02-2015
Zaaknummer
C-09-479796 KG ZA 14-1565
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ricoh verliest kort geding over aanbesteding politie van printers en kopieerapparaten

De Nationale Politie hoeft een Europese aanbesteding voor printers en kopieerapparaten niet aan het bedrijf Ricoh te gunnen in plaats van aan Canon. Ook hoeft de politie niet de hele aanbesteding over te doen. Ricoh had dit gevraagd aan de kortgedingrechter in Den Haag in een zaak tegen de politie. De rechter wijst dit af, omdat Ricoh niet heeft aangetoond dat bij de beoordeling van de offertes door de politie fouten zijn gemaakt of dat de procedure onvoldoende transparant was.

Verloop van de gunning volgens Ricoh

Ricoh stelde dat de politie in de beoordeling van haar inschrijving een te laag aantal punten heeft gegeven ten opzichte van Canon. Kiezen voor Ricoh zou meer voordelen bieden dan de politie heeft onderkend, zo meent het bedrijf. Daarnaast zou de beoordeling ondoorzichtig zijn geweest, omdat individuele beoordelaars tijdens de gunningsprocedure elkaar beïnvloed hebben tijdens een gezamenlijke vergadering. Dat is de verklaring die Ricoh geeft voor een te lage beoordeling van haar voorstel.

Oordeel van de kortgedingrechter

De kortgedingrechter kan niet beoordelen of in de systematiek van de politie het juiste aantal punten aan de inschrijvers is toegekend. Hiervoor is kennis nodig van alle inschrijvingen, waaronder die van Canon. Nu dit niet het geval is, kan de rechter niet anders dan deze vordering van Ricoh afwijzen.

Ricoh heeft verder onvoldoende aangetoond dat de beoordelingscommissie de gunningsystematiek onjuist heeft toegepast. Van een herbeoordeling van de inschrijvingen kan daarom geen sprake zijn, zo oordeelt de kortgedingrechter. Daarnaast heeft Ricoh nagelaten om in een eerder stadium bezwaren te uiten tegen de vermeende onvoldoende transparante procedure. Door dat na te laten, verliest dat argument van het bedrijf haar kracht. De slotsom is daarom dat de verzoeken van Ricoh door de rechter worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2015/38
JAAN 2015/82
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/479796 / KG ZA 14-1565

Vonnis in kort geding van 27 februari 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap Ricoh Nederland B.V.,

gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,

eiseres,

advocaat mr. R.S. Damsma te Amsterdam,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon Politie (de Nationale Politie),

zetelend te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. I.J. van den Berge,

waarin is tussengekomen:

de naamloze vennootschap Canon Nederland N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

advocaat mr. J.W. Fanoy te Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Ricoh’, ‘NP’ en ‘Canon’.

1 Het incident tot tussenkomst, subsidiair voeging

Canon heeft primair gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Ricoh en NP en subsidiair om zich in deze procedure te mogen voegen aan de zijde van NP. Ter zitting van 13 februari 2015 hebben Ricoh en NP desgevraagd kenbaar gemaakt geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van de primaire vordering in het incident. Canon is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, nu zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij tussenkomst belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en aan de goede procesorde in het algemeen.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 13 februari 2015 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

Op 23 september 2014 heeft NP als aanbestedende dienst een Uitnodiging tot Inschrijving (hierna: de Uti) doen uitgaan ter zake de Europese aanbesteding afdrukfaciliteiten 2014 (MFP’s/Netwerkprinters/Reproductieapparatuur) met als doel het sluiten van één Raamovereenkomst met één leverancier voor het verzorgen van afdrukfaciliteiten voor de politieorganisatie. In de Uti is onder meer het volgende opgenomen:

6.9 Apparatenpool

(…)

Opdrachtnemer richt ten behoeve van Opdrachtgever een Apparatenpool in. Deze pool is bestemd voor Apparatuur die naar het oordeel van Opdrachtgever al dan niet tijdelijk redundant is geworden. (…)

Opdrachtgever is gerechtigd Apparatuur in de Apparatenpool te plaatsen waarbij de volgende condities van toepassing zijn:

  • -

    Apparatuur die in de Apparatenpool geplaatst wordt kan te allen tijde op verzoek van Opdrachtgever herplaatst wordt [vzr: worden] op een locatie van Opdrachtgever;

  • -

    Opdrachtnemer rekent geen kosten voor Apparatuur dat zich in de pool bevindt;

  • -

    Opdrachtnemer is gerechtigd om verhuiskosten in rekening te brengen bij verplaatsing van Apparatuur naar de pool en vice versa;

  • -

    Opdrachtnemer is gerechtigd de kosten van een nieuwe datadrager bij herplaatsing in rekening te brengen bij Opdrachtgever;

  • -

    Apparatuur blijft te allen tijde beschikbaar (herplaatsbaar) voor Opdrachtgever;

  • -

    Apparatuur zal niet worden ingezet voor andere klanten van Opdrachtnemer;

  • -

    Plaatsing van Apparatuur in de pool betekent tevens opschorting van de huurverplichting van Opdrachtgever (…).

(…)

6.11

Commerciële condities

(…)

C-E7

Indien een Apparaat in de Apparatenpool wordt geplaatst zal de huur worden opgeschort tot het Apparaat weer wordt ingezet.

De resterende op Opdrachtgever rustende verplichting voor de vaste huurperiode blijft bestaan.

(…)

7. Gunningscriteria

(…)

7.2

Beoordeling

(…)

Beoordeling vindt plaats door een team van tenminste 5 (materie)deskundigen dat afhankelijk van het betreffende gunningscriterium is samengesteld. Beoordeling vindt plaats op basis van de expertise van de betreffende materiedeskundige.

(…)

Bij de beoordeling van de volgende gunningscriteria (…) [vzr: waaronder "K-C3: Apparatenpool"] wordt een 10-puntsschaal gebruikt waarbij 10 de hoogste score vertegenwoordigt en 1 de laagste.

De Inschrijvingen worden met elkaar vergeleken om tot de scores te komen. In zijn algemeenheid geldt voor de hiervoor genoemde gunningscriteria dat een Inschrijving met onderscheidend vermogen ten opzichte van andere Inschrijvingen, bijvoorbeeld doordat deze Inschrijving meer innovatieve en creatieve elementen bevat dan de andere Inschrijvingen, beter zal scoren dan de andere Inschrijvingen.

Iedere beoordelaar stelt afzonderlijk zijn of haar score vast. (…) De scores worden bij elkaar opgeteld en vervolgens gedeeld door het aantal beoordelaars in de beoordelingscommissie.

(…)

7.5

K-C3 - Apparatenpool (segmenten A t/m I)

In paragraaf 6.9 staan de eisen die aan de Apparatenpool worden gesteld beschreven. Verder staat in eis C-E7 onder andere vermeld dat indien een Apparaat in de Apparatenpool wordt geplaatst de huur zal worden opgeschort tot het Apparaat weer wordt ingezet.

Opdrachtgever streeft naar maximale flexibiliteit ten aanzien van de inzet van de Apparatuur en streeft naar een continu geoptimaliseerd apparatenpark. Opdrachtgever wil tevens waarborgen dat er sprake is van een evenredige risicospreiding tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer en dat de inrichting van de oplossing doelmatig is.

(…)

Beoordeling:

De invulling van dit gunningscriterium wordt beoordeeld op basis van de volgende criteria:

  • -

    de mate waarin hetgeen wordt aangeboden concreet, meetbaar en tastbaar is (SMART);

  • -

    de mate waarin de aangeboden oplossing op overtuigende wijze bijdraagt aan de doelstelling van Opdrachtgever in termen van flexibiliteit, optimalisatie van het apparatenpark, een evenwichtige risicospreiding tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer en ontzorging van Opdrachtgever;

  • -

    de additionele meerwaarde die wordt geboden (wat wordt er geleverd in aanvulling op hetgeen geëist is in paragraaf 6.9 Apparatenpool en eis C-E7);

  • -

    de mate waarin met de inrichting van de Apparatenpool rekening is gehouden met een veranderende organisatie binnen de politie gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst.

2.2.

Ricoh heeft tijdig op de opdracht ingeschreven. Onder “K-C3 - Apparatenpool” heeft Ricoh in haar inschrijving onder meer het volgende opgenomen:

Risicospreiding tussen partijen

(…)

Financiën

Inschrijver ziet voor Politie een risico dat grote aantallen apparaten zeer lange tijd in de pool kunnen komen te staan. Zeker als er fors wordt gesneden in aantallen locaties en investeringen in digitaal werken gaan renderen. Aangezien (…) is ze [vzr: Ricoh) bereid om dit risico van Politie over te nemen (…) door de mogelijkheid tot kostenloze definitieve retouren aan te bieden. Haar invulling hiervan gaat ver voorbij aan de conformering aan de gestelde eisen ((…) het opschorten van huur).

Het hoofddoel is om een goede balans te vinden tussen doelmatige inrichting, initiële kostenreductie, doorlopende kostenbeheersing, continuïteit in het gebruik van het apparaten park en gebruikerstevredenheid. Hiertoe biedt de voorgestelde inzet van de apparatenpool de meest optimale vorm van flexibiliteit, maar worden onnodige kosten gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst voor beide partijen vermeden. Hieronder schetsen wij het plan waarmee deze toezegging gerealiseerd kan worden. Wij willen hierbij expliciet aangeven dat we uitgaan van een gedeeld belang en de prettige samenwerking en partnership die we met en van Politie gewend zijn. Wij vragen om het vertrouwen van Politie om de risico’s op deze wijze onderling te verdelen en te controleren.

Inschrijver heeft gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst exclusiviteit voor het leveren van alle diensten rondom afdrukapparatuur en bijhorende software oplossingen.

Inschrijver stelt, voorafgaand aan implementaties, een landelijk printbeleid in nauwe samenwerking met Politie vast. Het genoemde hoofddoel staat, en blijft, centraal. We passen het beleid, indien nodig, tussentijds aan.

Bijhorende initiële optimalisatievoorstellen blijven binnen de kaders van het printbeleid en zijn gericht op de realisatie van de door Politie gewenste mate van rationalisatie. Inschrijver krijgt ruimte voor zijn voorgestelde plan voor de optimalisatie-onderzoeken voor deelnemers.

Het uitgangspunt is dat initieel een sterke rationalisatie wordt doorgevoerd. Op basis van haar grondige analyse stelt Inschrijver voor om samen de reductie van 5700 naar circa 4200 apparaten tot (haalbaar) doel te stellen. Verdere rationalisatie naar 4000 apparaten is hierin ongeveer het maximum haalbare. (…)

Verbetervoorstellen van Inschrijver gedurende de looptijd zijn steeds gericht op continue optimalisatie van het park en haar beschikbaarheid. Inschrijver gaat ervan uit dat deze daarom steeds worden gehonoreerd. Inschrijver zorgt voor een minimum voorraad per segment in de apparatenpool gedurende de looptijd van de overeenkomst, zodanig dat aanvragen altijd kunnen worden ingevuld.

Indien een vraag tot bijplaatsing wordt ingediend, kiest Inschrijver (binnen alle kaders van redelijkheid) met welke oplossing ze die invult. We willen maximaal rendement halen uit de pool en zo min mogelijk ‘harde’ bijbestellingen doen.

Inschrijver zorgt voor een minimum voorraad per segment in de apparatenpool gedurende de looptijd van de overeenkomst, zodanig dat aanvragen altijd kunnen worden ingevuld.

Wanneer de aantallen apparaten per segment boven het gestelde minimum uitkomt en de apparaten langer dan een jaar in de pool staan én er op korte termijn geen zicht is op doorplaatsing dan worden deze apparaten definitief kosteloos aan Inschrijver geretourneerd.

Facturatie van retourgenomen apparaten wordt stopgezet vanaf het moment dat ze in de apparatenpool zijn geplaatst. Naast de opschortende werking vervalt hiermee de restverplichting die anders nog van toepassing zou zijn. Inschrijver neemt hiermee het financiële risico van structureel overtallige apparaten volledig over van Politie.

2.3.

Bij gunningsbeslissing van 4 december 2014 heeft NP aan Ricoh bericht dat Ricoh in de rangorde van inschrijvers met een puntentotaal van 8,261 als tweede is geëindigd na Canon met een puntentotaal van 8,300 en dat de opdracht daarom voorlopig wordt gegund aan Canon. In deze beslissing is onder meer het volgende opgenomen:

K-C3 Apparatenpool

In uw inschrijving worden alle diensten en software oplossingen zeer ruim geformuleerd hetgeen tot het oordeel heeft geleid dat uw inschrijving minder concreet en minder tastbaar is bevonden dan die van de winnende inschrijver.

Beide inschrijvingen bieden de mogelijkheid om tegen gunstige condities de Apparatenpool in omvang te doen afnemen. In uw voorstel heeft u echter een aantal voorwaarden zeer ruim geformuleerd in de 9 bullits op pagina 2. Daarmee is hetgeen u aanbiedt veel minder concreet en veel minder tastbaar dan het aanbod van de winnende inschrijver.

De winnende inschrijving heeft bovendien bij de inrichting van de Apparatenpool meer rekening gehouden met de veranderende organisatie binnen de politie dan uw inschrijving. Specifiek scoort uw voorstel minder op dit onderdeel door initieel al een verregaande rationalisatie van 5700 naar 4200 Apparaten door te voeren.

De exclusiviteit die u verder verbindt aan uw voorstel (alle bijbehorende diensten en software oplossingen rondom afdrukapparatuur dienen bij u te worden afgenomen) en het gegeven dat al uw verbetervoorstellen moeten worden gehonoreerd, dragen naar het oordeel van de beoordelingscommissie niet bij aan de doelstelling van Opdrachtgever in termen van flexibiliteit. Een aantal van deze software oplossingen, waaronder de follow me en de intelligent scan workflow, heeft Opdrachtgever overigens bovendien nadrukkelijk buiten de scope van deze opdracht gehouden.

Verder draagt de door u voorgestelde exclusiviteit en het honoreren van al uw verbetervoorstellen door Opdrachtgever veel minder bij aan een evenwichtige risicospreiding tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer dan de door de winnende inschrijver geboden oplossingen. Het aanbod van de winnende inschrijver onderscheidt zich in positieve mate door geen additionele voorwaarden te verbinden aan het aanbod om tegen gunstige condities de Apparatenpool af te romen. Tenslotte is de conclusie van de beoordelingscommissie dat uw inschrijving geen meerwaarde biedt in aanvulling op hetgeen is geëist en de winnende inschrijving wel.

2.4.

Op verzoek van Ricoh heeft NP de beslissing van 4 december 2014 toegelicht in een gesprek op 11 december 2014. Tijdens dat gesprek heeft NP een toelichting gegeven op de scoretoekenning van het beoordelingsteam op de verschillende subgunningscriteria in de inschrijving van Ricoh. In het daarvan door Ricoh opgestelde gespreksverslag is - voor zover hier van belang - het volgende opgenomen:

Feedback in de evaluatie:

De beoordelingsteams hebben de ontvangen offertes beoordeeld en na een onderlinge

discussie zijn zij gekomen tot een gewogen beoordeling per open vraag.

Er is letterlijk door Politie aangegeven dat er ook minimaal één scores van een 1 is gegeven.

(…)

Gemiddelde score Canon: 7,8

Gemiddelde score Ricoh: 3,2 “.

2.5.

Voor de beoordeling van de inschrijvingen heeft NP drie commissies ingesteld, waarvan één beoordelingscommissie de inschrijvingen heeft beoordeeld op - voor zover hier van belang - het subgunningscriterium K-C3 Apparatenpool. De vijf commissieleden hebben de inschrijving van Ricoh op dit punt beoordeeld met respectievelijk:

een 1 (“zeer slecht”), een 3 (“ruim onvoldoende”) en - drie keer - een 4 (“onvoldoende”).

3 Het geschil

3.1.

Ricoh vordert - zakelijk weergegeven - NP te gebieden de gunningbeslissing in te trekken, NP te verbieden de opdracht te gunnen aan Canon en

primair:

- NP te gebieden om - voor zover nog aan de orde - de opdracht te gunnen aan Ricoh,

subsidiair:

- NP te gebieden om - na overlegging aan Ricoh van de bevindingen van het

beoordelingsteam en de voor herbeoordeling relevante gegevens van Canon (met

uitzondering van eventuele bedrijfsvertrouwelijke informatie), alsmede de inschrijving van

Canon ter zake het subgunningscriterium K-C3 Apparatenpool - over te gaan tot

herbeoordeling door een onafhankelijk beoordelingsteam en een nieuwe voorlopige

gunningsbeslissing te nemen,

meer subsidiair:

- NP te gebieden om - voor zover nog aan de orde - over te gaan tot heraanbesteding,

een en ander op straffe van verbeurte van dwangsommen en met veroordeling van NP in de proceskosten, inclusief rente en nakosten.

3.2.

Aan deze vorderingen wordt het volgende ten grondslag gelegd. NP heeft ten onrechte geoordeeld dat hetgeen is aangeboden door Ricoh geen meerwaarde heeft ten aanzien van het vereiste in C-E7. NP miskent daarmee dat de hele invulling door Ricoh van het subgunningscriterium K-C3 Apparatenpool is opgebouwd uit zaken die Ricoh bovenop het vereiste biedt. NP had bij deze oplossing daarom in redelijkheid niet op een waardering van (gemiddeld) 3,2 kunnen uitkomen. Een juiste toepassing van de gunningsystematiek zou hebben meegebracht dat Ricoh Canon voorbijstreeft in puntentotaal. Ricoh maakt daarom primair aanspraak op gunning van de opdracht. Voor het geval niet vast staat dat Ricoh na juiste toepassing van de beoordelingsystematiek de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan, vordert Ricoh subsidiair herbeoordeling van de inschrijvingen door een onafhankelijk beoordelingsteam, nu bij de beoordeling van de inschrijving van Ricoh fouten zijn gemaakt. NP heeft namelijk ten onrechte verondersteld dat de door Ricoh bij de oplossing voor het subgunningscriterium K-C3 Apparatenpool onder “Financiën” opgevoerde bullits bedoeld zijn als voorwaarden die door NP moeten worden geaccepteerd. Ook heeft NP het citaat “alle bijbehorende diensten en software” in de eerste van deze bullits ten onrechte zo geïnterpreteerd dat het op meer ziet dan de scope van de opdracht. De enige verklaring voor de onjuiste interpretatie van de door Ricoh gegeven oplossing voor K-C3 Apparatenpool is dat de beoordelaars hun individuele oordeel hebben bijgesteld naar aanleiding van een plenaire vergadering. Dit is strijdig met het in de Uti opgenomen uitgangspunt dat iedere beoordelaar afzonderlijk zijn of haar score vaststelt. Om dat te kunnen vaststellen is de gunningsbeslissing echter onvoldoende gemotiveerd. Ricoh vordert daarom aanvulling van de motivering, in die zin dat duidelijk is welke expertises in het beoordelingsteam vertegenwoordigd zijn en wat de individuele scores en motiveringen van de betreffende commissieleden zijn. Voor het geval wordt geoordeeld dat er geen nieuw beoordelingsteam behoeft te komen, wenst Ricoh inzage in de samenstelling van het huidige beoordelingsteam. Daarnaast wenst Ricoh inzicht in de inschrijving van Canon ten aanzien van het criterium K-C3 Apparatenpool. Meer subsidiair vordert Ricoh heraanbesteding, omdat de in de Uti opgenomen gunningsystematiek onvoldoende transparant dan wel dubbelzinnig is. Het gunningscriterium K-C3 Apparatenpool is immers dermate algemeen geformuleerd dat voor inschrijvers niet duidelijk is wat de aanbestedende dienst van belang acht.

3.3.

NP en Canon voeren gemotiveerd verweer, dat hierna - voor zover nodig - zal worden besproken.

3.4.

Na vermeerdering van eis vordert Canon - zakelijk weergegeven - NP te gebieden de inschrijving van Ricoh als niet-besteksconform te kwalificeren en NP te verbieden de opdracht aan een ander te gunnen dan aan haar (Canon), met veroordeling van Ricoh in de kosten van het incident en de hoofdzaak.

3.5.

Verkort weergegeven stelt Canon daartoe dat zij er belang bij heeft dat de opdracht definitief aan haar gegund wordt.

3.6.

Voor zover nodig zullen de standpunten van NP en Ricoh met betrekking tot de vordering van Canon hierna worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

De vorderingen van Ricoh

4.1.

Vooropgesteld wordt dat in dit geschil als uitgangspunt heeft te gelden dat NP als aanbestedende dienst bij de beoordeling van de inschrijvingen een ruime beoordelingsvrijheid toekomt. Dit brengt mee dat slechts marginaal kan worden getoetst of de door de beoordelingscommissie in cijfers weergegeven waardering van de door Ricoh aangedragen oplossing ten aanzien van het subgunningscriterium K-C3 Apparatenpool binnen de toegekende beoordelingsvrijheid valt.

4.2.

Toewijzing van het primair gevorderde gebod de opdracht te gunnen aan Ricoh kan slechts aan de orde zijn indien zij Canon in puntentotaal voorbij streeft. Een beoordeling dienaangaande kan in kort geding echter niet aan de orde komen. Allereerst is het - in beginsel - niet aan de voorzieningenrechter, maar aan de beoordelingscommissie, om te beoordelen welke score aan de door een inschrijver geboden oplossingen moet worden toegekend. Daarnaast is sprake van een relatieve beoordeling. Dit brengt mee dat de inschrijvingen met elkaar moeten worden vergeleken om tot een juiste score te komen. Voor een beoordeling conform die systematiek dient derhalve ook te worden beschikt over (kennis van) alle andere inschrijvingen, waaronder die van Canon. Nu dit niet het geval is, kan die beoordeling niet plaatsvinden. Reeds om die reden komt het primair gevorderde niet voor toewijzing in aanmerking.

4.3.

Ricoh stelt zich verder op het standpunt dat haar inschrijving op een aantal onderdelen verkeerd is geïnterpreteerd, met als gevolg dat de beoordelingscommissie aan de door Ricoh gegeven oplossing voor het subgunningscriterium K-C3 Apparatenpool ten onrechte de score van (gemiddeld) 3,2 heeft toegekend. Volgens haar kan een dergelijk lage score alleen worden verklaard door het feit dat de beoordelaars hun individuele beoordeling hebben bijgesteld naar aanleiding van een plenaire vergadering. Daartoe verwijst Ricoh naar het onder 2.4 vermelde verslag van het gesprek op 11 december 2014, waarin wordt aangegeven dat de beoordelingsteams na een onderlinge discussie tot hun oordeel zijn gekomen.

4.4.

NP heeft echter gemotiveerd weersproken dat binnen de betreffende beoordelingscommissie over de door Ricoh gegeven oplossing voor subgunningscriterium K-C3 Apparatenpool een plenaire discussie heeft plaatsgevonden. Daarbij wijst NP op haar eigen verslag van het gesprek op 11 december 2014, waarin wordt vermeld dat op de vraag of de beoordelaars zelf hebben geoordeeld of dat hun beoordeling eerst na discussie is vastgesteld door NP, is geantwoord dat bij de beoordeling “het kader strikt is nageleefd”. Dat - zoals het verslag van Ricoh veronderstelt - binnen deze commissie een plenaire discussie heeft plaatsgevonden om op basis daarvan de scores vast te stellen wordt door NP nadrukkelijk betwist. Een en ander brengt mee dat Ricoh niet aannemelijk heeft gemaakt dat NP bij de beoordeling van de inschrijvingen heeft gehandeld in strijd met het in de Uti opgenomen uitgangspunt dat iedere beoordelaar afzonderlijk zijn of haar score vaststelt.

4.5.

Ten aanzien van het betoog van Ricoh dat bij de beoordeling van haar oplossing voor het subgunningscriterium K-C3 Apparatenpool fouten zijn gemaakt wordt als volgt overwogen.

4.6.

Ricoh stelt zich op het standpunt dat NP de onder “financiën” bij de oplossing voor het subgunningscriterium K-C3 Apparatenpool opgenomen aandachtspunten (bullits) ten onrechte heeft aangemerkt als voorwaarden. Bij haar oplossing dienaangaande wijst Ricoh onder “Risicospreiding tussen partijen” echter op het voor NP bestaande risico dat grote aantallen apparaten voor een lange tijd in de Apparatenpool komen te staan en dat Ricoh bereid is dit risico van NP over te nemen door NP de mogelijkheid te bieden om apparaten kosteloos aan Ricoh te retourneren. Voorts maakt Ricoh onder “financiën” melding van – kort gezegd – de prioriteit om te komen tot een goede balans tussen doelmatige inrichting, initiële kostenreductie, doorlopende kostenbeheersing, continuïteit in het gebruik van het apparatenpark en gebruikerstevredenheid. Volgens Ricoh is de voorgestelde inzet van de apparatenpool daartoe de meest optimale vorm van flexibiliteit en worden daarmee onnodige kosten gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst voor beide partijen vermeden. Vervolgens schetst Ricoh in deze passage het plan waarmee die toezegging gerealiseerd kan worden en maakt zij in de daarna volgende (negen) bullits melding van de omstandigheden die daarbij een rol spelen.

4.7.

Met NP is de voorzieningenrechter van oordeel dat met hetgeen Ricoh heeft aangeboden geen sprake is van voorstellen die in het kader van de aangeboden oplossing voor subgunningscriterium K-C3 Apparatenpool al dan niet door NP kunnen worden overgenomen. De aangehaalde passages kunnen immers niet anders worden begrepen dan dat van de uit de oplossing voortvloeiende voordelen voor NP eerst sprake kan zijn als NP gebruik maakt van de aangeboden optie en akkoord gaat met het plan waarmee Ricoh de toezegging wil realiseren. De slotsom is dan ook dat NP uit hetgeen Ricoh in haar inschrijving als oplossing voor subgunningscriterium K-C3 Apparatenpool naar voren heeft gebracht in redelijkheid heeft kunnen begrijpen dat daarin sprake is van voorwaarden waaraan moet worden voldaan om de genoemde voordelen te kunnen benutten.

4.8.

Ten aanzien van de stelling van Ricoh dat bij de beoordeling van de oplossing voor het subgunningscriterium K-C3 Apparatenpool door NP onjuiste conclusies zijn verbonden aan hetgeen Ricoh heeft opgenomen onder het eerste aandachtspunt (bullit), is allereerst van belang dat daarin wordt vermeld dat Ricoh gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst de exclusiviteit heeft “voor het leveren van alle diensten rondom afdrukapparatuur en bijbehorende software oplossingen”. Anders dan Ricoh stelt, is uit deze bewoordingen als zodanig niet op te maken dat bedoelde exclusiviteit zich beperkt tot de door Ricoh te leveren apparatuur en software. Ricoh wordt daarom niet gevolgd in haar betoog dat NP op dit punt in de inschrijving iets leest dat er niet staat. Mede gezien het in de jurisprudentie geldende uitgangspunt dat de aanbestedende dienst voor de beoordeling van de aanbiedingen mag afgaan op hetgeen door de inschrijver schriftelijk is ingediend (vgl. gerechtshof ’s-Gravenhage 15 maart 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BA0867), heeft NP derhalve vorenbedoelde zinsnede in redelijkheid in die zin kunnen interpreteren dat de exclusiviteit zich niet beperkt tot hetgeen door Ricoh wordt geleverd. De stelling van Ricoh dat zij bedoeld heeft de exclusiviteit te beperken tot “alle diensten en software binnen deze opdracht” maakt dat, wat daar verder ook van zij, niet anders. Hetzelfde lot treft de op de zitting gemaakte opmerkingen van Ricoh dat haar aanbod vanzelfsprekend binnen de scope van de opdracht valt en dat uit een ander element van de oplossing blijkt dat Ricoh slechts een beperkte exclusiviteit voor ogen heeft. Een en ander is immers niet in overeenstemming met de feitelijk door Ricoh gebruikte bewoordingen, waarvan Ricoh bij de beoordeling dient uit te gaan.

4.9.

Het betoog van Ricoh dat - in geval van een eventuele onduidelijkheid in de geboden oplossing - het op de weg van NP had gelegen om Ricoh te vragen om verduidelijking stuit reeds af op de opmerking van NP dat het aanbod van Ricoh duidelijk is en geen vragen oproept. Bovendien zou een nadere verduidelijking in dit geval (kunnen) neerkomen op het wijzigen van de inschrijving na de sluitingstermijn, wat niet is toegestaan.

4.10.

Ten aanzien van het standpunt van Ricoh dat NP ten onrechte heeft geoordeeld dat haar inschrijving geen meerwaarde biedt in aanvulling op hetgeen is geëist, wordt als volgt overwogen. In dat verband wijst Ricoh op hetgeen zij in haar inschrijving als oplossing voor het subgunningscriterium K-C3 Apparatenpool onder “Aanvullende Meerwaarde” heeft aangeboden met betrekking tot de inzet van de apparatenpool bij speciale projecten, de flexibiliteit voor repro’s en de refund voor oude printers. De hiermee door Ricoh gestelde additionele meerwaarde wordt echter door NP gemotiveerd betwist. Daartoe wijst NP op hetgeen in de Uti is opgenomen onder C-E6 (pag. 62) en L-E3 (pag. 50), waar wordt ingegaan op de inzet van apparatuur ten behoeve van tijdelijke projecten en incidentele gevallen op projectbasis. Met het oog op de door Ricoh benoemde flexibiliteit bij de inzet van repro’s stelt NP voorts dat daarin voor haar geen additionele meerwaarde gelegen is, nu zij voor de verdeling van het werk al de beschikking heeft over voldoende repro-afdelingen, alsmede dat - voor bepaalde reprografische diensten - reeds een contract is afgesloten met een derde. Met betrekking tot de voorgestelde refund van oude printers stelt NP ten slotte dat daarin voor wat betreft het met de opbrengst daarvan te dienen goede doel ten opzichte van het op dit punt door Canon aangebodene - wat daar verder ook van zij - geen meerwaarde gelegen is.

4.11.

Het vorenstaande brengt mee dat hetgeen door Ricoh is aangevoerd onvoldoende is voor de conclusie dat de beoordelingscommissie de gunningsystematiek onjuist heeft toegepast. Wat resteert is de enkele ongefundeerde stelling dat het niet zo kan zijn dat één van de leden van de beoordelingscommissie de door Ricoh voor het gunningscriterium K-C3 Apparatenpool gegeven oplossing heeft gewaardeerd met een 1 (één) en dat dit ten minste een 6 (zes) had moeten zijn. Bezien in het licht van het voorgaande is dat evenwel onvoldoende om de door NP uitgevoerde toepassing van de gunningsystematiek als onjuist te kwalificeren. Van een herbeoordeling van de inschrijvingen kan daarom geen sprake zijn.

4.12.

Ten aanzien van de meer subsidiair gevorderde heraanbesteding overweegt de voorzieningenrechter ten slotte als volgt. Ricoh stelt zich op het standpunt dat de in de Uti opgenomen gunningsystematiek onvoldoende transparant is, aangezien het gunningscriterium K-C3 Apparatenpool zo algemeen is geformuleerd dat het voor inschrijvers niet duidelijk is wat de aanbestedende dienst voor de te geven oplossing van belang acht. Voor zover Ricoh van mening is dat door het hanteren van - zoals zij stelt - vage en niet concrete begrippen op dit punt geen sprake was van voldoende duidelijkheid, had het echter op grond van paragraaf 5.7 van de Uti (“Akkoordverklaring rechtsverwerking”) op haar weg gelegen om haar bezwaren voorafgaand aan de inschrijving bekend te maken aan NP. Door dat na te laten heeft Ricoh haar rechten dienaangaande verwerkt.

4.13.

De slotsom is dat de vorderingen van Ricoh zullen worden afgewezen.

4.14.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Ricoh in de procedure tegen NP worden veroordeeld in de kosten van dit geding, zoals verzocht te vermeerderen met de wettelijke rente.

De vorderingen van Canon

4.15.

Nu NP voornemens is de opdracht ook definitief te gunnen aan Canon, brengt voormelde beslissing mee dat Canon geen belang (meer) heeft bij toewijzing van haar vordering, zodat deze wordt afgewezen. Canon zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van NP, welke kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat NP als gevolg van deze vorderingen extra kosten heeft moeten maken. Ondanks de afwijzing moet Ricoh in haar verhouding tot Canon worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van Canon was immers te voorkomen dat de opdracht aan Ricoh zou worden gegund, welk doel is bereikt. Ricoh zal dan ook worden veroordeeld in de proceskosten van Canon, te vermeerderen met de wettelijke rente.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de vorderingen van Ricoh af;

- wijst de vordering van Canon af;

- veroordeelt Canon voor wat betreft de door haar ingestelde vordering jegens NP in de kosten van NP, die worden begroot, op nihil;

- veroordeelt Ricoh in de overige proceskosten, tot op dit vonnis aan de zijde van NP begroot op € 1.424,--, waarvan € 608,-- aan griffierecht en € 816,-- aan salaris advocaat en aan de zijde van Canon op € 1.429,--, waarvan € 613,-- aan griffierecht en
€ 816,-- aan salaris advocaat, zowel voor wat betreft NP als Canon te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het uitspreken van dit vonnis;

- verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken

op 27 februari 2015.

fl