Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:2023

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-02-2015
Datum publicatie
23-03-2015
Zaaknummer
AWB - 14 _ 1941
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2015:2648, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

X is vóór 1 januari 1995 in dienst getreden van het Europees Octrooibureau (EOB).

In juli 2003 is X arbeidsongeschikt geraakt. Hierna heeft X geen werkzaamheden meer voor het EOB verricht. Vanaf juli 2003 tot 1 januari 2008 ontving eiser een ‘invalidity pension’ (invaliditeitspensioen) van het EOB op grond van de toen geldende pensioenregeling voor invaliden van het EOB. Dit invaliditeitspensioen was niet onderworpen aan een belasting ten gunste van en geheven door de Europese Octrooi Organisatie (interne belastingheffing). Hierover werd in Nederland inkomstenbelasting geheven.

Met ingang van 1 januari 2008 heeft het EOB zijn interne regelgeving aangepast. Vanaf die datum ontving X een ‘invalidity allowance’. Deze uitkering wordt onderworpen aan interne belastingheffing.

In geschil is of verweerder de ‘invalidity allowance’ terecht aan Nederlandse inkomstenbelastingheffing heeft onderworpen.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de ‘invalidity allowance’ niet aan Nederlandse inkomstenbelastingheffing kan worden onderworpen omdat deze onder artikel 16, eerste lid, van het Protocol on Privileges and Immunities valt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2015/677
PJ 2015/98 met annotatie van E.A.P. Schouten
FutD 2015-0805
NTFR 2015/2885 met annotatie van mr. A.H.W. Steijn
NTFR 2015/1875 met annotatie van mr. A.H.W. Steijn
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 14/1941

uitspraak van de meervoudige kamer van 3 februari 2015 in de zaak tussen

[eiser], wonende te [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. A.C. Breuer),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats], verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2008 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning en verzamelinkomen van € 41.218 (de aanslag). Tegelijkertijd is bij beschikking € 637 aan heffingsrente in rekening gebracht. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Verweerder heeft het bezwaar bij uitspraak op bezwaar afgewezen.

Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 november 2014 te Den Haag.

Namens eiser is verschenen zijn gemachtigde, tot bijstand vergezeld van [persoon A] en [persoon B]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden [persoon C] en [persoon D].

Overwegingen

Feiten

1. Eiser is op [geboortedatum] 1950 geboren. In het onderhavige jaar woonde eiser in Nederland. Eiser is vóór 1 januari 1995 in dienst getreden van het Europees Octrooibureau (EOB).

Het EOB is één van de twee organen van de Europese Octrooi Organisatie (EOO), welke organisatie is opgericht bij het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (met uitvoeringsreglement en protocollen) van 5 oktober 1973 (hierna: het Europees Octrooiverdrag; EOV, Trb 1975, 108). Het andere orgaan van de EOO is de Raad van Bestuur (Administrative Council).

2. In 1977 heeft Nederland het EOV geratificeerd. Het ‘Protocol on Privileges and Immunities’(het Protocol) is een integraal onderdeel van het EOV. In het EOV zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

“Article 4

European Patent Organisation

(1) A European Patent Organisation, hereinafter referred to as

the Organisation, is established by this Convention. It shall have

administrative and financial autonomy.

(2) The organs of the Organisation shall be:

( a) the European Patent Office;

( b) the Administrative Council.

(3) The task of the Organisation shall be to grant European

patents. This shall be carried out by the European Patent Office

supervised by the Administrative Council.

Article 8

Privileges and immunities

The Protocol on Privileges and Immunities annexed to this Convention

shall define the conditions under which the Organisation,

the members of the Administrative Council, the employees of the

European Patent Office and such other persons specified in that

Protocol as take part in the work of the Organisation, shall enjoy, in

each Contracting State, the privileges and immunities

necessary for the performance of their duties.

Article 33

Competence of the Administrative Council in certain cases

(1) (…)

(2) The Administrative Council shall be competent, in conformity

with this Convention, to adopt or amend:

( a) the Financial Regulations;

( b) the Service Regulations for permanent employees and the

conditions of employment of other employees of the European

Patent Office, the salary scales of the said permanent and other

employees, and also the nature, of any supplementary benefits

and the rules for granting them;

( c) the Pension Scheme Regulations and any appropriate increases

in existing pensions to correspond to increases in salaries;

( d) the Rules relating to Fees;

(…)

Article 34

Voting rights

(1) The right to vote in the Administrative Council shall be

restricted to the Contracting States.

(2) Each Contracting State shall have one vote, subject to the

application of the provisions of Article 36.

Article 35

Voting rules

(1) The Administrative Council shall take its decisions other than

those referred to in paragraph 2 by a simple majority of the Contracting

States represented and voting.

(2) A majority of three-quarters of the votes of the Contracting

States represented and voting shall be required for the decisions

which the Administrative Council is empowered to take under

Article 7, Article 11, paragraph 1, Article 33 (…)

(3) Abstentions shall not be considered as votes.”

In het Protocol zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

“Article 13

(1) Subject to the provisions of Article 6, the President of the European Patent Office shall enjoy the priviliges and immunities accorded to diplomatic agents under the Vienna Convention on Diplomatic Relations of 18 April 1961 (…)

Article 14

The employees of the European Patent Office:

( a) shall, even after their service has terminated, have immunity

from jurisdiction in respect of acts, including words written and

spoken, done in the exercise of their functions; (…)

Article 16

(1) The persons referred to in Articles 13 and 14 shall be subject

to a tax for the benefit of the Organisation on salaries and emoluments

paid by the Organisation, subject to the conditions and rules

laid down by the Administrative Council within a period of one

year from the date of the entry into force of the Convention. From

the date on which this tax is applied, such salaries and emoluments

shall be exempt from national income tax. The Contracting States

may, however, take into account the salaries and emoluments thus

exempt when assessing the amount of tax to be applied to income

from other sources.

(2) Paragraph 1 shall not apply to pensions and annuities paid

by the Organisation to the former employees of the European Patent

Office.

Article 17

The Administrative Council shall decide the categories of employees

to whom the provisions of Article 14, in whole or in part,

and Article 16 shall apply and the categories of experts to whom

the provisions of Article 15 shall apply.

The names, titles and addresses of the employees and experts included

in such categories shall be communicated from time to time

to the Contracting States.”

3. In juli 2003 is eiser arbeidsongeschikt geraakt. Hierna heeft eiser geen werkzaamheden meer voor het EOB verricht. Vanaf juli 2003 tot 1 januari 2008 ontving eiser inkomen van het EOB. Dit betrof een ‘invalidity pension’ (invaliditeitspensioen) verstrekt op grond van de toen geldende pensioenregeling voor invaliden van het EOB.

Dit invaliditeitspensioen was niet onderworpen aan een belasting ten gunste van de EOO (interne belastingheffing). Hierover werd in Nederland inkomstenbelasting geheven.

4. De relevante regelgeving van het EOB luidde tot 1 januari 2008 als volgt:

“Service Regulations for permanent employees of the European Patent Office (het Ambtenarenregelement)

Section 3 Retirement

Article 54

Date of retirement

(1) A permanent employee shall be retired

- automatically on the last day of the month during which he reaches the age of sixty-five years

- at his own request under the conditions stipulated in the Pension Scheme Regulations.

(2) A permanent employee found to fulfil the conditions for invalidity set out in Article 13 of the Pension Scheme Regulations shall cease to perform his duties and shall receive an invalidity pension.”

Pension Scheme Regulations of the European Patent Office

“Chapter III

INVALIDITY PENSION

Article 13

Conditions of entitlement - Medical Committee

(1) Subject to the provisions of Article 2, an invalidity pension shall be payable to

an employee who is under the age limit laid down in the Service Regulations

and who, at any time during the period in which pension rights are accruing

to him, is recognised as meeting the definition of invalidity.

(2) “Invalidity” means physical and/or psychological incapacity making it

definïtively and permanently impossible for the employee concerned to

carry out, at least on a 50% part-time basis, his duties or similar other

duties which might reasonably be assigned to him, ie which correspond

to his situation, his knowledge and his capabilities.

(3) Such incapacity must be established by the Medical Committee referred

to in Article 89 of the Service Regulations.

Article 16

Medical examination - Termination of pension

(1) While an employee drawing an invalidity pension is still under the age limit

laid down in the Service Regulations, the Office may have him medically

examined periodically to ascertain that he still satisfies the conditions for entitlement to such pension.

(2) When an employee who has not reached the said age limit ceases to

satisfy the conditions for entitlement to the invalidity pension, the Office

shall terminate that pension. The time during which the employee has drawn his invalidity pension shall then be reckoned, without payment of back contributions, for the calculation

of the severance grant or retirement pension, as the case may be.”

5. Op 14 december 2007 heeft de Administrative Council besloten de Service Regulations, de Pension Scheme Regulations en de Regulation on internal tax met ingang van 1 januari 2008 aan te passen. Zij heeft besloten dat arbeidsongeschikte werknemers geen invaliditeitspensioen meer ontvangen maar een ‘invalidity allowance’ (ook: de uitkering) en dat dergelijke betalingen van het EOB worden onderworpen aan de interne belastingheffing. Dit was het gevolg van nieuw arbeidsvoorwaardenbeleid van het EOB ten behoeve van het verbeteren van de re-integratie van werknemers die (geheel of gedeeltelijk) niet in staat zijn om te werken. Over deze wijzigingen is in een vergadering van de Administrative Council gestemd. Tijdens die vergadering waren afgevaardigden van 31 landen aanwezig. Er hebben 25 landen gestemd, waarvan 21 vóór en 4 tegen de wijzigingen hebben gestemd. Nederland heeft zich van stemming onthouden. De aangepaste regelgeving van het EOB en de toelichting hierop luidt - voor zover van belang - als volgt:

“Service Regulations for permanent employees of the European Patent Office:

Artikel 42, paragraaf 1:

(1) A permanent employee may be assigned to non-active status as follows:

(a) (…)

(…)

(f) for reasons of invalidity as provided in Article 62a.

Artikel 54:

Date of retirement

(1) ( (a) A permanent employee shall be retired

- automatically on the last day of the month during which he reaches the age of

sixty-five years;

- at his own request under the conditions stipulated in the Pension Scheme Regulations.

Artikel 62a:

(1) A permanent employee who is under the age limit laid down in Article

54, paragraph 1(a), first indent, and who is found to fulfil the conditions

for invalidity set out in the present Article at any time during the period in

which pension rights are accruing to him shall cease to perform his

duties’ and receive an invalidity allowance.

(2) Invalidity means physical and/or psychological incapacity making It

definitively and permanently impossible for the permanent employee

concerned to carry out, at least on a 50% part-time basis, his duties or

similar other duties which might reasonably be assigned to him, i.e. which

correspond to his situation, his knowledge and his capabilities.

(3) Such incapacity must be established by the Medical Committee

referred to in Article 89, following the consultation of an expert as set Out

in Article 90, paragraph 3, if applicable. (…)

Regulation on internal tax for the benefit of the European Patent Organisation

Article 3:

The tax shall be due in respect of the total remuneration, benefits and allowances, including invalidity allowance, received from the Office by those liable to taxation, subject to the following provisions: (…)

Decision of the Administrative Council of 14 december 2007 (CA/D 30/07):

VII. Transitional measures

Article 29

Invalidity allowance

(a) Permanent employees under 65 years in receipt of an invalidity pension when

this decision enters into force are subject to the invalidity allowance regulations laid

down in Article 62a of the Service Regulations and the Implementing Rules thereto

as from 1 January 2008.

The benefits paid until 31 December 2007, after deduction of the theoretical

national tax due on the pension, calculated according to Article 42(3) of the Pension

Scheme Regulations, shall be guaranteed until the recipient dies in those cases in

which the application of the regulations which entered into force on 1

January 2008 would lead to an employee receiving lower benefits.

(…)

Article 30

The Implementing Rules for Article 62a of the Service Regulations contained in Annex 1

To the present decision are adopted.

IX. Medical examination

(1) While an employee is drawing an invalidity allowance, the Office may have him

medically examined periodically to ascertain that he still satisfies the conditions for

entitiement to such allowance.

(…)

(3) If the recipient of an invalidity allowance fails to submit to medical examination as

prescribed by the Office, payment of the invalidity allowance may be suspended

X. Cessation of entitlement

(1) Except in the case provided for in paragraph 2 below, entitlement to invalidity

allowance shall cease at the end of the month in which the recipient of such

allowance dies or the age limit laid down in Articie 54, paragraph 1(a), of the

Service Regulations is reached.

(2) Where the Medical Committee declares that an employee has ceased to satisfy the

conditions of entitlement to an invalidity allowance, the payment of that allowance

shall be terminated.

(3) If the employee concerned does not resume work in the Office, the time during

which he has received an invalidity allowance shall then be reckoned without

payment of back contributions, for the calculation of the severance grant or

retirement pension as the case may be.

XIV. Requirement of evidence

(1) A person eligible for an invalidity allowance under these Rules shall furnish such

supporting evidence as may be required by the Office and inform It of any facts

which may affect his entitlement to benefit, such as any change in his address or in

his civil status or the composition of his family in so far as such latter change alters

the numbers of persons entitled under him. Such statement shall in any case be

required to be renewed during the month of December each year. For this purpose,

the Office shall send a form to the person concerned each year.

(2) Should the recipient of an invalidity allowance fail to comply with these obligations,

he may be deprived of the right to the invalidity allowance; save exceptional

circumstances, he shall refund any sums received to which he was not entitled.”

6. Op 14 januari 2008 heeft het EOB aan de voormalig medewerkers die een invaliditeitspensioen ontvingen een brief verzonden, waarin het volgende is meegedeeld:

“(…) * From 1 January 2008 your status as the recipient of an invalidity pension will change from pensioner to employee assigned to non-active status. (…)”

7. Tot de gedingstukken behoort een aan eiser gericht certificaat, gedateerd 4 augustus 2009, van de ‘Director Compensation and Benefits’ van het EOB waarin het volgende is opgenomen:

“According to a legal change in the European Patent Office regulations

with effect from 1 January 2008, invalidity allowances fall under the

category of salaries and emoluments paid by the Organisation as from

that date. Under the terms of Artic1e 16(1) of the Protocot on Privileges

and Immunities of the European Patent Organisation, salaries and

emoluments paid by the Organisation are subject to an intemal tax and exempt from national income tax. The invalidity allowance and other allowances related to the invalidity allowance (if entitled)) paid to him/her by this Office are therefore not subject to national tax.”

8. De hiervoor in 5 vermelde regelgeving van het EOB is met ingang van 1 januari 2008 ook van toepassing op eiser. In het onderhavige jaar heeft eiser de hiervoor genoemde invalidity allowance ontvangen. De regeling betreffende het invaliditeitspensioen, die voor 1 januari 2008 op eiser van toepassing was, is per 1 januari 2008 ingetrokken. De EOO heeft de invalidity allowance van eiser aan interne belastingheffing onderworpen.

9. Eiser heeft voor het onderhavige jaar aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 25.445. In zijn aangifte heeft eiser ter zake van de van het EOB ontvangen uitkering een bedrag van € 46.805 aangegeven. In de rubriek ‘elders belast’ heeft eiser ook € 46.805 aangegeven. Voorts heeft eiser € 21.360 aan persoonsgebonden aftrek in de aangifte opgenomen. Verweerder heeft ter zake van de uitkering een bedrag van € 62.578 in aanmerking genomen en het belastbaar inkomen uit werk en woning (en verzamelinkomen) vastgesteld op € 41.218 (€ 62.578 -/- € 21.360). Er is geen rekening gehouden met inkomen elders belast.

Geschil

10. In geschil is of de invalidity allowance die eiser in het onderhavige jaar van het EOB heeft ontvangen in Nederland in de inkomstenbelastingheffing kan worden betrokken.

11. Eiser stelt dat de invalidity allowance met ingang van 1 januari 2008 valt onder artikel 16, eerste lid, van het Protocol en dat die daarmee niet langer aan de Nederlandse belastingheffing maar aan de interne belastingheffing van de EOB is onderworpen.

12. Verweerder stelt dat eiser aan de Nederlandse belastingheffing is onderworpen, aangezien er in het jaar 2008 ten opzichte van het jaar 2007 niets is veranderd in de situatie van eiser en diens verhouding tot de EOB. Eiser is sinds juli 2003 arbeidsongeschikt en er is geen enkele aanwijzing dat eiser weer deels of volledig arbeidsgeschikt zou kunnen worden, aldus verweerder. Eiser heeft verder, in tegenstelling tot werknemers in actieve dienst, geen toegangspas meer van het gebouw van het EOB. Uit de verwijzing in artikel 16, eerste lid, van het Protocol naar artikel 14 van het Protocol, dat blijkens de daarin opgenomen bewoordingen ‘done in the exercise of their functions’ ziet op actieve werknemers van het EOB, volgt dat artikel 16, eerste lid, van het Protocol alleen van toepassing is op werknemers met een ‘actieve status’ Eiser valt hier niet onder. Bovendien kan een invalidity allowance volgens verweerder niet worden beschouwd als een allowance in de zin van artikel 16, eerste lid, van het Protocol.

Beoordeling van het geschil

Invalidity allowance

13. Verweerder is van mening dat het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Protocol ziet op werknemers van het EOB in actieve dienst. Voor deze opvatting pleit dat genieters van een invaliditeitspensioen als eiser tot 1 januari 2008 werden beschouwd als ‘former employees’ van het EOB als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van het Protocol. Die uitleg van dat begrip ‘former employees’ vond steun in de tekst van het hiervoor geciteerde artikel 54, tweede lid, van het Ambtenarenreglement, zoals dat tot 1 januari 2008 van kracht was. De regeling voor werknemers van het EOB die arbeidsongeschikt zijn geraakt, is echter met ingang van 1 januari 2008 gewijzigd. De nieuwe regels hebben tot gevolg dat een werknemer van het EOB die arbeidsongeschikt is geraakt en een invalidity allowance ontvangt, niet langer wordt aangemerkt als een ‘former employee’ als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van het Protocol. Een dergelijke arbeidsongeschikt geraakte werknemer voldoet ook aan de omschrijving waarmee artikel 16, eerste lid, van het Protocol opent: hij behoort tot ‘the persons referred to in Article (…) 14’ van het Protocol: namelijk ‘The employees of the European Patent Office’.

14. De omstandigheid dat de Administrative Council bevoegd is tot de bovengenoemde wijziging te besluiten, ontleent de rechtbank aan artikel 33 van het EOV en artikel 17 van het Protocol. Artikel 17, aanhef, van het Protocol regelt in dit verband dat ‘The Administrative Council shall decide the categories of employees to whom the provisions of Article (…) 16 shall apply (…)’. Deze bepaling maakt dat de Administrative Council ook bevoegd is om de positie van een arbeidsongeschikte werknemer van het EOB te wijzigen van ‘former employee’ als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van het Protocol in ‘employee’ waarop het eerste lid van dat artikel 16 van het Protocol van toepassing is.

15. In aanvulling daarop en anders dan verweerder heeft betoogd staat het Nederland, gelet op artikel 34 en 35 van het EOV en artikel 16, eerste lid van het Protocol, dan niet meer vrij de invalidity allowance aan de Nederlandse inkomstenbelasting te onderwerpen.

16. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de door eiser ontvangen invalidity allowance met ingang van 1 januari 2008 een emolument vormt als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van het Protocol. Daarom zal het beroep gegrond worden verklaard.

Niet in aanmerking genomen persoonsgebonden aftrek

17. Artikel 6.2a, eerste lid, van de Wet IB 2001 bepaalt dat de inspecteur het bedrag van de op enig tijdstip niet in aanmerking genomen persoonsgebonden aftrek (hierna: PGA) vaststelt bij voor bezwaar vatbare beschikking. Eiser heeft een PGA van € 21.360 voor het jaar 2008 geclaimd en verweerder heeft dit bedrag bij de aanslagregeling als PGA in aanmerking genomen. Gelet hierop gaat de rechtbank ervan uit dat verweerder tegelijkertijd met de aanslagregeling impliciet een beschikking niet in aanmerking genomen PGA van nihil heeft genomen. Voorts acht de rechtbank het bezwaar en het beroep tegen de aanslag mede gericht tegen deze (nihil)beschikking, omdat eiser enkel inkomen van het EOB had en zijn standpunt is dat Nederland deze inkomsten in het geheel niet mag belasten. Nu het belastbaar inkomen uit werk en woning en het verzamelinkomen voor het onderhavige jaar op nihil dient te worden gesteld, zal de rechtbank de nog te in aanmerking te nemen persoonsgebonden aftrek vaststellen op € 21.360.

Proceskosten

De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor door een derde verleende beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 974 (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van

€ 487 en een wegingsfactor 1). De rechtbank ziet geen aanleiding een vergoeding van kosten in verband met de behandeling van het bezwaar toe te kennen nu gesteld noch gebleken is dat eiser hierom heeft verzocht vóórdat verweerder op het bezwaar had beslist.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak op bezwaar;

  • -

    vermindert de aanslag tot een verzamelinkomen van nihil;

  • -

    vernietigt de beschikking heffingsrente;

  • -

    stelt het bedrag van de niet in aanmerking genomen persoonsgebonden aftrek vast op € 21.360;

  • -

    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 974, en

  • -

    gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 45 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. dr. N. Djebali, voorzitter, mr. T.A. de Hek en mr. J.W. van den Berge, rechters en mr. S.R.M. Dekker, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2015.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021,

2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.