Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:1986

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25-02-2015
Datum publicatie
17-06-2015
Zaaknummer
14 _ 7216 TOESL
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2015:3393, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Eiseres heeft zowel bij het indienen van het bezwaarschrift als bij het indienen van het beroepschrift de in de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijnen overschreden. De termijnoverschrijding voor het indienen van het beroep is verschoonbaar nu de rechtbank geloofwaardig acht dat eiseres de uitspraak op bezwaar in eerste instantie niet ontvangen heeft en zij, na kennis te hebben genomen van de uitspraak op bezwaar, zo spoedig al redelijkerwijs mogelijk beroep heeft ingesteld. De termijnoverschrijding voor het maken van bezwaar is naar het oordeel van de rechtbank niet verschoonvaar een situatie als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb niet is gebleken. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:7
Algemene wet bestuursrecht 6:11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2015/1334
FutD 2015-1547
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 14/7216

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
25 februari 2015 in de zaak tussen

[eiseres], wonende te [plaats], eiseres

en

[P], verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 12 juni 2014 op het bezwaar van eiseres tegen de beslissing op verzoek persoonlijke betalingsregeling.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 februari 2015.

Eiseres is verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger].

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Door verweerder is op 9 augustus 2013 een verzoek persoonlijke betalingsregeling van eiseres ontvangen. Op 13 september 2013 heeft verweerder een beslissing op het verzoek genomen.

2. Op 20 mei 2014 is door verweerder een nieuw verzoek persoonlijke betalingsregeling van eiseres ontvangen, welk verzoek door verweerder is aangemerkt als een bezwaar tegen de hiervoor vermelde beslissing. Op 12 juni 2014 heeft hij een beslissing op het bezwaar genomen.

3. Op of rondom 17 juli 2014 heeft eiseres een brief van verweerder ontvangen waarin is opgenomen dat de betalingsregeling vanwege een achterstand in de betalingen is komen te vervallen.

4. Eiseres heeft met dagtekening 28 juli 2014, door de rechtbank ontvangen op
30 juli 2014, beroep aangetekend tegen de beslissing op bezwaar van 12 juni 2014.

5. In geschil is of het beroep tegen de beslissing op bezwaar tijdig is ingediend. En indien dit het geval is of het bezwaar tijdig is ingediend.

6. Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een beroep- of bezwaarschrift zes weken. Deze termijn vangt ingevolge artikel 36 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) aan op de dag na die van dagtekening van de uitspraak dan wel beschikking, tenzij de dag van dagtekening is gelegen vóór de dag van de bekendmaking. Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een beroep- of bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft bij een na afloop van de termijn ingediend beroep- of bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.


Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep

7. Omdat eiseres stelt dat zij de beslissing op bezwaar van 12 juni 2014 niet heeft ontvangen, is het in beginsel aan verweerder om aannemelijk te maken dat die beslissing op het adres van de geadresseerde is ontvangen of aangeboden dan wel haar op een andere manier heeft bereikt. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt evenwel het vermoeden van ontvangst van het besluit op dat adres. Dit brengt mee dat verweerder in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres.

8. Ten bewijze dat hij de uitspraak op bezwaar heeft verzonden heeft verweerder een uitdraai uit het geautomatiseerde systeem van de belastingdienst/toeslagen overgelegd waarin is af te lezen dat de beslissing op bezwaar, gedateerd 12 juni 2014, op 10 juni 2014 is verzonden. Een kopie van de beslissing is tevens in het systeem opgenomen, waaruit blijkt dat het naar het in de GBA bekende adres van eiseres is verstuurd. Hiermee heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk gemaakt dat hij de beslissing op bezwaar naar het juiste adres heeft verzonden.

9. Zoals hiervoor is overwogen rechtvaardigt de verzending naar een adres het vermoeden van ontvangst of aanbieding van het besluit op dat adres. Dan is het aan eiseres om dit vermoeden te ontzenuwen. Hierin is eiseres naar het oordeel van de rechtbank geslaagd. De rechtbank overweegt hierbij dat zij het niet ongeloofwaardig acht dat eiseres de beslissing op bezwaar niet heeft ontvangen, mede nu zij binnen twee weken na ontvangst van de brief van 17 juli 2014, het moment waarop zij kennis heeft genomen van de beslissing op bezwaar, beroep bij de rechtbank heeft aangetekend en zij ter zitting heeft verklaard dat zij meerdere malen brieven niet heeft ontvangen.

10. Nu eiseres voor het eerst met de brief van 17 juli 2014 van de uitspraak op bezwaar kennis heeft kunnen nemen en zij op 28 juli 2014, ontvangen door de rechtbank op 30 juli 2014, een beroepschrift heeft ingediend, heeft zij naar het oordeel van de rechtbank zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk was, beroep ingesteld. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb in die zin dat de termijnoverschrijding in dit geval verschoonbaar geacht moet worden. Het beroep is derhalve ontvankelijk.


Ten aanzien van het in beroep bestreden besluit

11. Niet in geschil is dat eiseres niet tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de beslissing verzoek persoonlijke betalingsregeling van 13 september 2013. Van een situatie als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb, die aan de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar in de weg zou staan, is niet gebleken. Het bezwaar is derhalve terecht niet-ontvankelijk verklaard.

12. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. Dirks, rechter, in aanwezigheid van
mr. M. Molenaar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2015.

griffier rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019,

2500 EA Den Haag. (Nadere informatie www.raadvanstate.nl)

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.