Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:1885

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-02-2015
Datum publicatie
24-02-2015
Zaaknummer
09/754248-11; 09/765011-14 (gev. ttz.)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Den Haag veroordeelt een man tot een celstraf van veertien jaar voor de overval in Rijswijk, een overval op een gezin in Rotterdam en het afleveren van een wapen met munitie en hennepgruis. Hij wordt vrijgesproken van een overval op het huis van een vleeshandelaar in Honselersdijk, vanwege gebrek aan bewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 09/754248-11; 09/765011-14 (gev. ttz.)

Datum uitspraak: 24 februari 2015

Tegenspraak

(Promis vonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting “[penitentiaire inrichting]”.

Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 2 tot en met 6, 9 en 10 februari 2015.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. N.H. Vogelenzang en R.A.E. van Noort en van hetgeen door de raadsvrouw en raadsman van verdachte, mrs. C.H. Zuur en N. Bertrand, beiden advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/754248-11:

(Zaaksdossier [adres 1])

1.

hij in of omstreeks de periode van 16 november 2012 tot en met 17 november 2012 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of (diens) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud) heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een (grote) hoeveelheid sieraden en/of (merk)horloges, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of (diens) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

hij in of omstreeks de periode van 16 november 2012 tot en met 17 november 2012 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning (gelegen aan de [adres 1]aldaar), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid sieraden en/of (merk) horloges, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of (diens) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of (diens) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit:

- het gekleed in het zwart en/of bedekt met bivakmuts de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] onverhoeds binnen dringen en/of

- het springen op de rug van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) het duwen van die [slachtoffer 1] op de grond en/of (vervolgens) het duwen van die [slachtoffer 1] in de rug en/of het (hardhandig) achterop het hoofd duwen en/of

- het van achteren vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer 2] en/of

- het houden van een hand voor de mond van die [slachtoffer 2] en/of

- meermalen tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zeggen dat ze niet mochten bewegen en/of niet met elkaar mochten praten en/of op hun knieën moesten zitten en/of de alarmcode moesten afgeven en/of de mobiele telefoons moesten inleveren en/of

- aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of hun kind(eren) meermalen een of meer vuurwapens tonen en/of

- het vastbinden van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aan handen en/of enkels met tie-ribs en/of

- het duwen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] op hun bed en/of (vervolgens) vastbinden van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] met tie-ribs en/of

- het harder aantrekken van de tie-ribs bij die [slachtoffer 1] en/of

- het opsluiten van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in hun slaapkamer (gescheiden van hun kinderen) en/of

- het tegen die [slachtoffer 2] zeggen dat ze over een paar dagen terug zouden komen voor het geld;

2.

hij in of omstreeks de periode van 16 november 2012 tot en met 17 november 2012 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of (diens) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud), wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet

- gekleed in het zwart en/of bedekt met bivakmuts de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] onverhoeds binnengedrongen en/of

- op de rug van die [slachtoffer 1] gesprongen en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] op de grond geduwd en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] in de rug geduwd en/of (hardhandig) achterop het hoofd geduwd en/of

- die [slachtoffer 2] van achteren vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- een hand voor de mond van die [slachtoffer 2] gehouden en/of

- meermalen tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gezegd dat ze niet mochten bewegen en/of niet met elkaar mochten praten en/of op hun knieën moesten zitten en/of de alarmcode moesten afgeven en/of de mobiele telefoons moesten inleveren en/of

- aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of hun kind(eren) meermalen een of meer vuurwapens getoond en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aan handen en/of enkels met tie-ribs vastgebonden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] op hun bed geduwd en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] met tie-ribs vastgebonden en/of

- ( vervolgens) de tie-ribs bij die [slachtoffer 1] harder aangetrokken en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] opgesloten in hun slaapkamer (gescheiden van hun kinderen) en/of

- gedurende een duur van ongeveer twee uur (22.30u tot 00.20u) in de woning en/of in de directe nabijheid van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of (diens) kinderen gebleven;

(Zaaksdossier [adres 2])

3.

hij in of omstreeks de periode van 22 maart 2012 tot en met 23 maart 2012 te Rijswijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning (gelegen aan of bij de '[adres 2] aldaar), met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een groot geldbedrag en/of een groot aantal (merk)horloge(s) en/of sieraden en/of pennen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die geldbedrag en/of horloge(s) en/of sieraden en/of pennen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) een haak van een (slaapkamer)raam verbroken en/of (vervolgens) zijn verdachte en/of zijn mededader(s) door een (slaapkamer)raam voornoemde woning binnengeklommen,

en/of

hij in of omstreeks de periode van 22 maart 2012 tot en met 23 maart 2012 te Rijswijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning (gelegen aan of bij de '[adres 2] aldaar), met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een groot geldbedrag en/of een groot aantal (merk) horloge(s) en/of sieraden en/of pennen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die geldbedrag en/of horloge(s) en/of sieraden en/of pennen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) een haak van een (slaapkamer)raam verbroken en/of (vervolgens) zijn verdachte en/of zijn mededader(s) door een (slaapkamer)raam

voornoemde woning binnengeklommen en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit:

- het gekleed in het zwart en/of bedekt met bivakmuts de kelder, althans de woning van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] onverhoeds binnendringen en/of

- het dreigend tonen van een of meer vuurwapen(s) en/of kogels en/of mes(sen) aan die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- het onder schot houden van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] met een of meer vuurwapen(s) en/of mes(sen) en/of

- die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] op de grond laten liggen en/of laten zitten en/of de handen op hun rug laten houden en/of

- het vastbinden van de handen van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] met tie-ribs en/of

- het zwaaien met een mes voor het gezicht van die [slachtoffer 4] en/of

- het vasthouden van die [slachtoffer 4] bij haar badjas en/of

- dreigend zeggen tegen die [slachtoffer 4]: "Niet liegen, als jij zegt dat er is geen kluis en er is wel een kluis, wordt hij heel boos. Niet liegen", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking

- het spugen in de haren van die [slachtoffer 4];

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 maart 2012 tot en met 16 november 2012 te Rijswijk en/of te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland en/of te België en/of te Frankrijk en/of te Spanje en/of te Marokko de gehele buit (afkomstig van de overval op 22/23 maart 2012 op

familie [slachtoffer 3]/[slachtoffer 4]) of een deel van de buit (afkomstig van de overval op 22/23 maart op familie [slachtoffer 3]/[slachtoffer 4]), te weten een groot geldbedrag en/of een groot aantal (merk)horloges en/of sieraden en/of pennen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde geldbedrag en/of horloges en/of sieraden en/of pennen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij in of omstreeks de periode van 22 maart 2012 tot en met 23 maart 2012 te Rijswijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet

- gekleed in het zwart en/of bedekt met bivakmuts de kelder, althans de woning van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] onverhoeds binnengedrongen en/of

- dreigend een of meer vuurwapen(s) en/of kogels en/of mes(sen) aan die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] getoond en/of

- die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] met een of meer vuurwapen(s) en/of mes(sen) onder het schot gehouden en/of

- die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] op de grond laten liggen en/of laten zitten en/of de handen op hun rug laten houden en/of

- de handen van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] met tie-ribs vastgebonden en/of

- met een mes voor het gezicht van die [slachtoffer 4] gezwaaid en/of

- die [slachtoffer 4] bij haar badjas vastgehouden en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer 4] gezegd: "Niet liegen, als jij zegt dat er is geen kluis en er is wel een kluis, wordt hij heel boos. Niet liegen", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking

- die [slachtoffer 4] in haar haren gespuugd

- gedurende een duur van ongeveer twee uur (23.00u tot 01.02u) in de woning en/of in de directe nabijheid van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] gebleven;

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/765011-14:

(Zaaksdossier [adres 3])

1.

hij in of omstreeks de periode van 5 november 2012 tot en met 6 november 2012 te Honselersdijk, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning (gelegen aan of bij de [adres 3] aldaar), met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van

- een geldbedrag (van ongeveer 23.035 euro, althans een groot geldbedrag) en/of

- 14, althans een of meer siera(a)d(en) en/of

- twee, althans een of meer horloge(s) (te weten: gouden dameshorloge en/of doublet dameshorloge), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die geldbedrag en/of siera(a)d(en) en/of horloge(s) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) met een of meer schroevendraaier(s) de binnendeur van de woning open gemaakt,

en/of

hij in of omstreeks de periode van 5 november 2012 tot en met 6 november 2012 te Honselersdijk, gemeente Westland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning (gelegen aan of bij de [adres 3] aldaar), met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

- een geldbedrag (van ongeveer 23.035 euro, althans een groot geldbedrag) en/of

- 14, althans een of meer siera(a)d(en) en/of

- twee, althans een of meer horloge(s) (te weten: gouden dameshorloge en/of doublet dameshorloge),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die geldbedrag en/of siera(a)d(en) en/of horloge(s) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben

verdachte en/of zijn mededader(s) met een of meer schroevendraaier(s) de binnendeur van de woning open gemaakt, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit:

- het gekleed in het zwart en/of bedekt met een bivakmuts/zwarte doek de woning van die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] (onverhoeds) binnendringen en/of

- het (onverhoeds) van achteren beetpakken van die [slachtoffer 5] (op zijn erf) en/of het (vervolgens) tegen de grond werken van die [slachtoffer 5] en/of

- het bij de nek naar achteren trekken van die [slachtoffer 5] en/of het bij zijn keel grijpen van die [slachtoffer 5] en/of het snoeren van de mond van die [slachtoffer 5] en/of

- het onder schot houden van die [slachtoffer 5] met een vuurwapen en/of

- ( daarbij) dreigend zeggen: "Je hebt een kluis, je hebt geld, meewerken", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- het geven van een klap tegen/op de neus van die [slachtoffer 5] en/of

- het dreigend tonen van een of meer vuurwapen(s) en/of een of meer mes(sen) aan die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of

- het vastbinden van die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] met tie-ribs en/of broekriem en/of

- het opsluiten van die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] in de badkamer;

2.

hij in of omstreeks de periode van 5 november 2012 tot en met 6 november 2012 te Honselersdijk, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet

- gekleed in het zwart en/of bedekt met een bivakmuts/zwarte doek de woning van die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] onverhoeds binnengedrongen en/of

- die [slachtoffer 6] op de bank vastgebonden met tieraps en/of

- die [slachtoffer 5] (op zijn erf) (onverhoeds) van achteren beetgepakt en/of (vervolgens) tegen de grond gewerkt en/of

- die [slachtoffer 5] bij de nek naar achteren getrokken en/of bij zijn keel gegrepen en/of de mond gesnoerd en/of

- die [slachtoffer 5] een klap tegen/op de neus gegeven en/of

- die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] bedreigd en/of onder schot gehouden met een of meer vuurwapen(s) en/of mes(sen) en/of

- die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] meermalen een of meer vuurwapen(s) en/of mes(sen) getoond en/of

- die [slachtoffer 5] vastgebonden met tie-ribs en/of een broekriem en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] opgesloten in de badkamer en/of

- gedurende een duur van ongeveer anderhalf uur (23.30u tot 00.50u) in de woning en/of in de directe nabijheid van die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] gebleven;

(Zaaksdossier [adres 4])

3.

hij op of omstreeks 11 januari 2012 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, te weten, een automatisch vuurwapen, (merk Agram, model 2000, kaliber 9 x 19 mm) en/of een voorwerp van categorie I, te weten een (bijbehorende) geluidsdemper en/of munitie van categorie III, te weten 42, althans een of meer

patro(o)n(en) (merk Hollow Point, kaliber 9 mm Luger, merk Prvi Partizan Namenska Proizodnja) heeft overgedragen aan een of meer ander(en) en/of voorhanden heeft gehad;

(Zaaksdossier Kempenbaan)

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 februari 2012 tot en met 3 maart 2012 te 's-Gravenhage en/of Geertruidenberg en/of Rijen en/of Oosterhout en/of Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad een (grote) (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed) en/of metamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA), althans een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, zijnde amfetamine (speed) en/of metamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA), in ieder geval (een) middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 februari 2012 tot en met 3 maart 2012 te 's-Gravenhage en/of Geertruidenberg en/of Rijen en/of Oosterhout en/of Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een (grote) (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed) en/of metamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA), althans een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, zijnde amfetamine (speed) en/of metamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA), in ieder geval (een) middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft trachten te verschaffen, en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit, hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) met dat opzet

- een of meer contact(en) gehad (ontmoetingen en sms-berichten) ten behoeve van het bereiden en/of bewerken en/of aankopen en/of verkopen en/of leveren en/of vervoeren van een (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed) en/of metamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA)

en/of N-ethyl-MDA (MDEA), althans een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of

- een of meer telefoongesprek(ken) gevoerd en/of sms-berichten gestuurd met betrekking tot het bereiden en/of bewerken en/of verkopen en/of leveren en/of vervoeren van een (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed) en/of metamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA), althans een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of

- een hoeveelheid (hand)geld voorhanden gehad ten behoeve van het bereiden en/of bewerken en/of aankopen en/of verkopen en/of leveren en/of vervoeren van een (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed) en/of metamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA), althans een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of

- een (aanzienlijke) (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed) en/of metamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA), althans een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voorhanden gehad en/of

- een (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed) en/of metamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA), althans een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, bereid en/of bewerkt en/of verkocht en/of geleverd;

(Zaaksdossier Gruis)

5.

hij op een meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 maart 2012 tot en met 26 maart 2012 te 's-Gravenhage en/of Rotterdam en/of Delft, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) (grote) hoeveelheid hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Inleiding 1

1. Op 11 november 2011 is een opsporingsonderzoek gestart onder de naam “Condor”, dat zich richtte op de verdenking van witwassen van criminele gelden door verdachte [verdachte]. In het kader van dat onderzoek zijn diverse onderzoeksmethoden ingezet, waaronder het afluisteren van telefoon-, SMS- en Pingverkeer maar ook het doen van observaties en het opnemen van vertrouwelijke communicatie2. In het pand [adres 5] te Den Haag, waarvan bekend was dat verdachte daar verbleef, is in de periode van 16 mei 2012 tot en met 17 november 2012 vertrouwelijke communicatie opgenomen en uitgeluisterd. Vanaf 5 januari 2012 vonden observaties plaats. Daartoe was onder meer een observatiecamera geïnstalleerd tegenover de voordeur van de woning van de [adres 5]. Tenslotte zijn beelden veilig gesteld en aan het dossier toegevoegd die afkomstig zijn van beveiligingscamera’s die waren geïnstalleerd aan de buitenzijde van het appartementencomplex waarvan de woning [adres 5] deel uitmaakt, alsmede van een camera die in het portiek van dat complex was geplaatst.

2. Het onderzoek heeft uiteindelijk geleid tot zes verdenkingen tegen verdachte. Verdachte zou op 11 januari 2012 een automatisch vuurwapen met bijbehorende geluidsdemper en munitie hebben overgedragen (zaaksdossier [adres 4]). Daarnaast wordt hij ervan verdacht dat hij in de periode van 2 februari 2012 tot en met 3 maart 2012 heeft gehandeld in synthetische drugs, dan wel de handel daarin heeft voorbereid (zaaksdossier Kempenbaan) en in de periode van 10 tot en met 26 maart 2012 heeft gehandeld in hennepgruis (zaaksdossier Gruis). Verdachte wordt bovendien – en daar ligt het zwaartepunt in deze zaak – verdacht van drie woningovervallen, die hij met een of meer mededaders zou hebben uitgevoerd. Hij zou op 22 op 23 maart 2012 in Rijswijk de heer [slachtoffer 3] en mevrouw [slachtoffer 4] hebben beroofd van een groot geldbedrag en een groot aantal horloges (zaaksdossier [adres 2]). Daarnaast wordt verdachte beschuldigd van de overval op 5 op 6 november 2012 op een echtpaar in een woning in Honselersdijk (zaaksdossier [adres 3]). De derde woningoverval die door verdachte zou zijn gepleegd betreft de overval op een gezin in Rotterdam (zaaksdossier [adres 1]).

Overwegingen met betrekking tot een aangevoerd vormverzuim

Inleiding

3. Nadat gedurende het onderzoek de machtiging tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie in het pand [adres 5] op 19 oktober 2012 met vier weken was verlengd tot en met 16 november 2012, is door een administratieve fout aan de zijde van het openbaar ministerie geen nieuwe vordering ingediend. Er was dan ook geen machtiging van de rechter-commissaris aanwezig voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie na 16 november 2012 in de woning aan de [adres 5] te Den Haag. Vanaf 17 november 00.00 uur tot en met 02.17 uur is in die woning niettemin communicatie opgenomen. De uitwerkingen van deze opnamen zijn in een proces-verbaal neergelegd en in het dossier gevoegd. Er is daarmee evident sprake van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek dat niet meer kan worden hersteld en waarvan het rechtsgevolg niet blijkt uit de wet, zoals bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv).

4. Ter terechtzitting heeft de rechtbank – op verzoek van de verdediging – beslist dat de op 17 november 2012 gemaakte opnamen voorshands niet ter zitting konden worden beluisterd, nu de rechtbank eerst bij vonnis kon en zou beslissen over de vraag of aan het vormverzuim en de daaruit voortvloeiende uitwerkingen rechtsgevolgen moeten worden verbonden en zo ja, welke.

Het standpunt van de verdediging

5. De rechtbank vat het standpunt van de verdediging dat de desbetreffende opname niet op de zitting mocht worden beluisterd aldus op, dat als verweer wordt gevoerd dat de opnamen en de daarvan gemaakte uitwerkingen van het bewijs moeten worden uitgesloten.

Het standpunt van de officieren van justitie

6. De officieren van justitie hebben betoogd dat bewijsuitsluiting niet aan de orde is, omdat het recht van verdachte op een eerlijk proces door het vormverzuim niet is tekort gedaan en evenmin kan worden gezegd dat er sprake is van een andere belangrijk strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel dat in aanzienlijke mate is geschonden. Nu bewijsuitsluiting ook niet noodzakelijk is om soortgelijke inbreuken te voorkomen, moet het verweer worden verworpen.

Het oordeel van de rechtbank

7. Bij de beoordeling of, en zo ja, welk rechtsgevolg in aanmerking komt, dient de rechter rekening te houden met de in het tweede lid van artikel 359a Sv genoemde factoren, te weten het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Het rechtsgevolg zal door deze factoren moeten worden gerechtvaardigd.

8. De rechtbank is van oordeel dat niet is gesteld, en ook niet gebleken of zelfs maar aannemelijk geworden dat verdachte enig concreet nadeel van het vormverzuim heeft ondervonden, wat betekent dat hij door dat vormverzuim niet in zijn verdediging is geschaad. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte zich ter zitting juist een voorstander heeft betoond van het afspelen van de desbetreffende opnamen omdat hij meent dat aan de toonzetting daarvan (door hem toegelicht als: niet gehaast) argumenten in zijn voordeel zijn te ontlenen. Reeds daarom komt – wat er van de ernst van het verzuim en het belang van het geschonden voorschrift ook zij – bewijsuitsluiting als rechtsgevolg niet in aanmerking (vgl. HR 7 januari 2014 ECLI:NL:HR:2014:36 r.o. 2.7.4.). De rechtbank zal het verweer dan ook verwerpen.

Bewijsoverwegingen met betrekking tot Zaaksdossier [adres 4]

Inleiding

9. Op 11 januari 2012 heeft op het parkeerterrein van winkelcentrum [winkelcentrum] te Den Haag een ontmoeting plaatsgevonden tussen enerzijds verdachte en anderzijds [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Aan die ontmoeting is telefoon- en SMS-verkeer vooraf gegaan tussen verdachte en [medeverdachte 1]. Die ontmoeting is waargenomen door een observatieteam, terwijl er ook video-opnamen van zijn gemaakt. Later die dag is in een loods/garage in gebruik bij de vader van [medeverdachte 1] een zwarte tas met daarin een automatisch vuurwapen met geluiddemper en munitie aangetroffen.

10. Gelet op hetgeen aan verdachte op basis van dit dossier is ten laste gelegd dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of bij de ontmoeting op het parkeerterrein door verdachte aan [medeverdachte 1] het later aangetroffen vuurwapen met toebehoren is overgedragen.

Het standpunt van de officieren van justitie

11. De officieren van justitie hebben gevorderd dat de rechtbank het ten laste gelegde feit bewezen zal verklaren, te weten de overdracht van het automatische vuurwapen met munitie en geluiddemper door verdachte.

Het standpunt van de verdediging

12. De verdediging heeft vrijspraak bepleit van hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd en wel op de grond dat verdachte in het geheel niets aan [medeverdachte 1] heeft overgedragen op 11 januari 2012.

Het oordeel van de rechtbank

Observaties

13. Uit het daarvan opgemaakte proces-verbaal3 van observaties die op 11 januari 2012 hebben plaatsgevonden blijkt het volgende:

14.52

uur

Een auto merk Hyundai, type Lantra, kenteken [kenteken 1] wordt geparkeerd op het parkeerterrein van het winkelcentrum [winkelcentrum] te Den Haag. Verdachte stapt uit deze auto en maakt contact met (de later als zodanig herkende) [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1].

14.57-15.00 uur

Verdachte stapt achter in de [kenteken 1]. Deze auto vertrekt en stopt korte tijd later. Verdachte stapt uit en loopt de [adres 6] in. Even later komt hij weer aanlopen uit de richting van de [adres 6] en stapt in de [kenteken 1] waarna deze vertrekt.

15.02

uur

De [kenteken 1] stopt weer op het parkeerterrein van winkelcentrum [winkelcentrum] te Den Haag. Verdachte stapt uit en maakt contact met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. Verdachte overhandigt [medeverdachte 1] iets waarop [medeverdachte 1] de kofferbak opent van een personenauto, merk Audi, type A6, kleur groen en voorzien van het kenteken [kenteken 2]. [medeverdachte 1] gooit vervolgens een zwarte tas in de kofferbak en sluit deze weer. [medeverdachte 1] en verdachte omhelzen elkaar hartelijk waarna zij afscheid nemen.

Verdachte stapt in de [kenteken 1] en vertrekt. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] stappen in de [kenteken 2] en vertrekken ook.

15.25

uur

De [kenteken 2] stopt op de [adres 4] te Den Haag. [medeverdachte 1] stapt uit en pakt uit de kofferbak de zwarte tas. [medeverdachte 1] opent vervolgens met sleutel een loods gelegen naast portiek [adres 4] en gaat naar binnen. Kort hierop verlaat [medeverdachte 1] genoemde loods zonder tas, stapt in de [kenteken 2] en vertrekt. Aanvang observatie genoemde loods.

14. Uit een proces-verbaal van bevindingen4 volgt dat de loods naast portiek [adres 4] Den Haag op 11 januari 2012 te 15.25 uur onder observatie is genomen en constant onder observatie is geweest totdat op die dag te 18.51 uur personeel van de politie Haaglanden ter plaatse kwam, aan wie de observatie is overgedragen. Gedurende voornoemde periode is niemand in of uit de loods gekomen.

Aantreffen wapen

15. De politie is op 11 januari 2012 omstreeks 19.15 uur binnengetreden in de loods gelegen naast [adres 4]. Vervolgens is te 19.22 uur een doorzoeking geopend, waarbij onder meer een tas met vermoedelijk een vuurwapen in beslag werd genomen5.

Onderzoek wapen

16. Het wapen dat in de loods aan de [adres 4] is aangetroffen is nader onderzocht. Het wapen zat in een zwarte rugzak. Het betreft een automatisch vuurwapen, dat valt onder artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1, categorie II sub 2 va de wet wapens en munitie. Bij het vuurwapen was een geluiddemper aanwezig. Tevens zijn 42 stuks scherpe munitie aangetroffen, te weten kaliber 9 mm Luger verdeeld over twee patroonmagazijnen. De munitie kan met het aangetroffen wapen worden verschoten. Ook de aangetroffen patronen vallen onder de wet wapens en munitie, artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III.6

Verklaring [medeverdachte 2]

17. [medeverdachte 2], heeft, als verdachte door de politie gehoord, verklaard dat hij er op 11 januari 2012 bij was, dat hij weet dat de tas aan [medeverdachte 1] is gegeven en dat [medeverdachte 1] de tas in de kofferbak van de Audi heeft gelegd. Hij, [medeverdachte 2], was er bij om te rijden omdat [medeverdachte 1] geen rijbewijs heeft. Zij zijn toen naar de [adres 4] gereden naar de garage van [medeverdachte 1] en daar heeft [medeverdachte 1] de tas in de garage gelegd7.

Betrouwbaarheid van de observaties

18. Door de verdediging is op diverse gronden betoogd dat de observaties zoals die in het vorenstaande zijn weergegeven onbetrouwbaar zijn voor zover daar uit zou moeten blijken dat door verdachte op 11 januari 2012 op het parkeerterrein van winkelcentrum [winkelcentrum] iets aan [medeverdachte 1] is afgegeven.

19. Voor zover de gestelde onbetrouwbaarheid van de observaties is gestoeld op veronderstellingen omtrent de diverse posities die de observanten zouden hebben ingenomen en de (on)mogelijkheid om van daaruit te kunnen zien wat zij hebben geverbaliseerd gaat de rechtbank hieraan voorbij, nu die veronderstellingen niet op enig concreet feit zijn gebaseerd.

20. De verdediging heeft voorts argumenten ontleend aan de inhoud van een videofragment dat ter terechtzitting is afgespeeld en dat betrekking heeft op de ontmoeting tussen verdachte en [medeverdachte 1] waarbij volgens het openbaar ministerie een vuurwapen is overgedragen. Diverse zaken die de observanten in het proces-verbaal hebben vermeld zijn op die videobeelden niet te zien en omgekeerd, waardoor de observatie als geheel als onbetrouwbaar heeft te gelden, aldus de verdediging.

21. De rechtbank overweegt daaromtrent, dat de enkele omstandigheid dat iets op de videobeelden niet is te zien, nog niet betekent dat dit niet heeft plaatsgevonden en –vanuit een andere positie- wel degelijk door het observatieteam kan zijn waargenomen en terecht geverbaliseerd. Het openbaar ministerie heeft te kennen gegeven dat een feitelijke overdracht van enig voorwerp door verdachte aan [medeverdachte 1] op de videobeelden inderdaad niet is te zien, en de rechtbank heeft de juistheid van die constatering bij haar eigen waarneming kunnen bevestigen. Waar het echter om gaat is, of wat er op de videobeelden wel te zien is tenminste zodanige twijfel oproept of er inderdaad iets is overgedragen dat op grond daarvan de observatie als geheel als onbetrouwbaar moet worden bestempeld. De rechtbank heeft vastgesteld dat daarvan geen sprake is, nu op de beelden niets voorkomt dat een overdracht uitsluit of zelfs maar doet betwijfelen.

22. De conclusie is dat er geen aanleiding is om aan de betrouwbaarheid van de resultaten van de observatie, zoals neergelegd in het daarvan opgemaakte proces-verbaal, te twijfelen zodat die resultaten onverkort als bewijsmiddel kunnen gelden.

Conclusie omtrent het bewijs

23. Op grond van de waarnemingen neergelegd in het proces-verbaal van observatie in combinatie met het aantreffen van het wapen in de loods aan de [adres 4] en de verklaring van [medeverdachte 2] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 11 januari 2012 te Den Haag op het parkeerterrein van winkelcentrum “[winkelcentrum]” een vuurwapen met munitie en geluiddemper heeft afgeleverd. Dat het observatieteam niet het feitelijk overdragen van de tas (waarin later het wapen werd gevonden) heeft gezien maar het overdragen van “iets” door verdachte aan [medeverdachte 1] doet daar niet aan af. Niet valt immers in te zien hoe de overdracht van een voorwerp aan [medeverdachte 1] en het direct hierop door [medeverdachte 1] stoppen van een zwarte tas in de kofferbak van de auto in een ander logisch verband tot elkaar zouden kunnen staan dan dat dat voorwerp en de zwarte tas één en hetzelfde object zijn.

24. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte het aldus bewezen geachte feit samen met een ander of anderen heeft gepleegd, zodat hij van dat onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

Bewijsoverwegingen met betrekking tot Zaaksdossier Kempenbaan

Inleiding

25. De verdenking tegen verdachte bestaat er in dat hij (samen met anderen) in de periode van 2 februari 2012 tot en met 3 maart 2012 heeft gehandeld in verdovende middelen, te weten speed of MDMA, in ieder geval een middel als vermeld op lijst I bij de Opiumwet (eerste cumulatief/alternatief) en/of voorbereidings- of bevorderingshandelingen daartoe heeft gepleegd (tweede cumulatief/alternatief).

Het standpunt van de officieren van justitie

26. De officier van justitie heeft met betrekking tot dit feit tot vrijspraak geconcludeerd, omdat niet kan worden bewezen dat het verhandelde een stof bevatte die op lijst I bij de Opiumwet staat.

Het standpunt van de verdediging

27. De verdediging acht het feit eveneens niet wettig en overtuigend bewezen.

Het oordeel van de rechtbank

28. De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat dat er werd gehandeld in middelen zoals vermeld op lijst I bij de Opiumwet. Er zijn namelijk geen (verdovende) middelen onderschept en/of aan onderzoek onderworpen en ook anderszins kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het om dit soort middelen ging. Tevens kan niet worden vastgesteld dat verdachte de intentie had om in deze middelen te handelen. De rechtbank zal verdachte dan ook van beide ten laste gelegde varianten vrijspreken.

Bewijsoverwegingen met betrekking tot Zaaksdossier Gruis

Inleiding

29. De verdenking tegen verdachte bestaat erin dat hij (samen met anderen) in de periode van 10 maart 2012 tot en met 26 maart 2012 heeft gehandeld in hennep(resten).

Het standpunt van de officier van justitie

30. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het medeplegen van het opzettelijk vervoeren/aanwezig hebben van ongeveer 20 kilogram hennep(resten) op 19 maart 2012 wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

31. De verdediging heeft aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat is gehandeld in middelen zoals vermeld op lijst II bij de Opiumwet, nu de handel kan hebben bestaan uit hennepresten waaruit de werkzame stoffen volledig waren onttrokken.

Het oordeel van de rechtbank

32. De rechtbank acht – met de officier van justitie – niet bewezen dat verdachte zich op een andere datum dan op 19 maart 2012 aan het ten laste gelegde feit zou hebben schuldig gemaakt.

33. Verdachte is ter terechtzitting over een aantal van de telefoongesprekken en sms-berichten, die hij omstreeks 19 maart 2012 heeft gevoerd en verzonden, ondervraagd. In antwoord daarop heeft hij zich consequent op zijn zwijgrecht beroepen. Daarmee geconfronteerd dient de rechtbank zelfstandig te beoordelen wat uit deze gesprekken naar voren komt.

34. Op 19 maart 2012 om 08:02 uur vindt er een gesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd:

[medeverdachte 1] zegt dat hij om half 11 bij zijn broertje moet zijn en om 11 uur bij [coffeeshop]. (…)

[medeverdachte 1] zegt dat hij er echt 20 nodig had. Die van Delft had er 20 nodig.

Verdachte zegt: maar daar is zeventien zoveel.

[medeverdachte 1] zegt: laat ik er drie bij doen en dan zijn het er sowieso twintig.

Verdachte zegt: maar hoe kom jij aan die andere drie dan.

[medeverdachte 1] zegt: dat hij (3e persoon) die kan regelen voor 80 euro.8

Verdachte zegt: dit keer geen misverstand over de prijs toch.

[medeverdachte 1] zegt: nee, nee.

Op 19 maart 2012 om 08:11 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd:

[medeverdachte 1] zegt dat hij om half elf bij [medeverdachte 3] is.

[medeverdachte 1] zegt dat hij ‘het’ even moet oppikken.

Op 19 maart 2012 te 08:14 uur stuurt [medeverdachte 1] een sms-bericht naar verdachte:

Ik heb net gebeld en gaat gewoon door.

Op 19 maart 2012 worden tussen 08:41 uur en 09:26 uur door [medeverdachte 1] en een NN-[medeverdachte 4] de volgende sms-berichten uitgewisseld:

[medeverdachte 1] naar [medeverdachte 4]: Maatje heb je er 3 by ? Zo ja dan kan ik half11 weg brengen dan kan je zie hoe hoog hy sta

[medeverdachte 4] naar [medeverdachte 1]: Heb ik gevraag aan ze..maar waren weg het weekend...maar pak wel die andere zakken f terug die kan ik niet bewaren by my..9

[medeverdachte 1] naar [medeverdachte 4]: Ik haal ze zo op hoe laat afspraak met die rooien

[medeverdachte 4] naar [medeverdachte 1]: Ik laat m bellen om 10 uur...dan spreek k n tyd voor je af.

[medeverdachte 1] naar [medeverdachte 4]: 1 uur [medeverdachte 3] ik by je10

35. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat verdachte en [medeverdachte 1] in de veronderstelling zijn dat er bij [medeverdachte 4] 17 kilo ligt. Omdat een persoon van (coffeeshop) [coffeeshop] in Delft 20 kilo nodig heeft, vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 4] om er drie bij te doen. [medeverdachte 1] is voornemens om de 20 kilo om 13:00 uur bij [medeverdachte 4] op te halen.

36. Op 19 maart 2012 te 14:22 uur stuurt verdachte een sms-bericht naar [medeverdachte 1]:

Maar snap niet heb je nou af gegeven of rij je der nog mee

Op 19 maart 2012 te 14:24 uur stuurt [medeverdachte 1] een sms-bericht naar verdachte:

Ik heb het al af gegeven en ik maak af spraak voor woensdag oke

Op 19 maart 2012 om 14:42 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd:11

[medeverdachte 3] zegt: En eh die EENE is, die EENE is 9.115 netto.

[medeverdachte 1] zegt: Ja.

[medeverdachte 3] zegt: En die andere 728 Netto. Dus 16.400 nog wat. Ok. Dus ik weet niet of er nog een tas lag met EEN (1) erin of zo, of waren het alleen die twee (2) dozen.

[medeverdachte 1] zegt: Er waren twee (2) dozen. Dus jij zegt zestien (16)?

[medeverdachte 3] zegt: Zestien (16), om precies is het zestien drie negen vijf (16.395) maar kan iets in die dinges zitten dus, zestien vier honderd (16.400)

37. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [medeverdachte 1] de kilo’s om 14:24 uur inmiddels heeft geleverd en dat deze verpakt waren in twee dozen. Een doos bevatte 9,115 kilogram netto en de andere, gelet op het totaalgewicht van 16,395 kilogram, 7,280 kilogram. Wellicht bevatte een tas nog één kilo. Kennelijk is het niet gelukt om de drie extra kilo’s te leveren.

38. Op 19 maart 2012 te 14:57 uur stuurt verdachte een sms-bericht naar [medeverdachte 1]:

Oke is cool maar heb je nou die papieren of wat x van vandaag x.

Op 19 maart 2012 te 14:58 uur stuurt [medeverdachte 1] een sms-bericht naar verdachte:

Ja word zo naar myn toe gebrag maatje.12

Op 19 maart 2012 om 17:40 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] en zijn vriendin [betrokkene 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd:

[medeverdachte 1] zegt dat [verdachte] al honderd duizend keer loopt te bellen en vraagt wat hij moet zeggen.

[betrokkene 1] vraagt op de achtergrond wat [medeverdachte 1] moet zeggen tegen [verdachte].

Op de achtergrond zegt [medeverdachte 2] (sh) dat [medeverdachte 1] moet zeggen dat hij geript is en dat hij nu naar de koffieshop moet gaan.

[betrokkene 1] zegt dit vervolgens ook weer tegen [medeverdachte 1].

[medeverdachte 1] zegt: Ja, doei.

Op 19 maart 2012 te 17:43 uur stuurt [medeverdachte 1] een sms-bericht naar verdachte:

We zyn nu naar [coffeeshop] om geld te galen.

Op 19 maart 2012 te 17:43 uur stuurt verdachte een sms-bericht naar [medeverdachte 1]:

Heb die het dus geaccepteerd broer.

Op 19 maart 2012 te 17:43 uur stuurt [medeverdachte 1] een sms-bericht naar verdachte:

Ja.13

Op 19 maart 2012 te 17:46 en 17:51 uur stuurt verdachte twee sms-berichten naar [medeverdachte 1]:

Oké kom je dan gelijk na mij hoor je zo maar stoten ze het door ruis of voor hun zelf.

Die ruis gebruiken ze dat voor hun eigen shop of verkopen ze het door? Want jij zegt elke week twintig nodig.

39. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat niet is betaald voor de levering. [medeverdachte 2] suggereert dat [medeverdachte 1] tegen verdachte moet zeggen dat hij geript is en dat hij nu naar de coffeeshop (de rechtbank begrijpt: [coffeeshop]) moet gaan. [medeverdachte 1] laat verdachte weten dat hij naar [coffeeshop] gaat om zijn geld te halen. Verdachte vraagt [medeverdachte 1] of [coffeeshop] het “ruis” voor hun eigen shop (de rechtbank begrijpt: coffeeshop) gebruiken of dat ze het doorverkopen. Uit de combinatie van het “rippen”, hetgeen een term is voor het stelen van drugs, en de vraag over het gebruik door de coffeeshop zelf, leidt de rechtbank af dat wordt gesproken over hennepgruis en dat de levering daaruit bestond.

40. Op 19 maart 2012 om 17:58 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en een NN-man ([telefoonnummer 1]), waarin onder meer het volgende wordt gezegd:

[medeverdachte 3] zegt: Eh ik had net een afspraak met dinge, maar dat is niet helemaal goed gegaan geloof ik.

(…)

[medeverdachte 3] zegt: Nou eh wij hebben elkaar wel gezien maar hij is ineens pleite gegaan.

NN-man zegt: Oh bel ik hem wel effe op. Spreek wat af voor je, hierzo.

[medeverdachte 3] zegt: Hij staat uit.

NN-man zegt: He?

[medeverdachte 3] zegt: Hij staat uit zijn telefoon. Hij is pleitte gegaan en die ander die hebt het spul in de auto. Dus ik heb er nu twee bij mij, die zijn niet helemaal blij.

NN-man: Dan bel ik hem wel effe op Ja?

Op 19 maart 2012 worden tussen 18:04 en 18:24 uur door [medeverdachte 1] en verdachte de volgende sms-berichten uitgewisseld:

[medeverdachte 1] naar verdachte: Maatje kom met spoet naar [coffeeshop] [adres 7] delft

verdachte naar [medeverdachte 1]: Waarom waarom ? wat gebeurd broer14

[medeverdachte 1] naar verdachte: Die gozer is pleiten maar was voor shop dus we laten nu eigen naar komen en geen geld weg dag voor raad dan

verdachte naar [medeverdachte 1]: Ja dan neuken we ze broer wij werken niet gratis maar waar is die gozer dan welke gozer die het zou nemen toch waar is die handel heb jij die nog in handen of wat? Hallo reageer snel is die pleiten met handel of bedoel je pleiten en der is dan geen geld

[medeverdachte 1] naar verdachte: Ja we gingen naar zyn huis geld halen dat was in schiedam dus maar ze hebben hem nu en ze breng hem hier heen maar me tel is ook leeg maatje

verdachte naar [medeverdachte 1]: Praat duidelijk wie brengt hem na jou toe en wat brengen ze na jou toe heb jij die handel nog ja of nee is die vandoor gegaan met die handen ofzo wees duidelijk hij is toch werkzaam in [coffeeshop] is toch bekende dan kan die geen kant op dus wat speeld er nou

(…)

[medeverdachte 1] naar verdachte: Kom nu alsjeblief.15

Op 19 maart 2012 18:31 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en een NN-man ([telefoonnummer 2]) [medeverdachte 5], waarin onder meer het volgende wordt gezegd:

NN-man zegt: Hee wat is er nou joh? Dit is, dit heb je echt verkeerd begrepen [medeverdachte 3] jongen. Ik zweer het je. Echt waar. IK wil, ik wou gewoon mee helpen dat jij er ook vanaf was. Echt!

[medeverdachte 3] zegt: Ja

NN-man zegt: Moet ik ineens lopen voor mijn leven.

[medeverdachte 3] zegt: Nou ja, dat eh.....dat hoefde toch niet?

NN-man zegt: Nee, maar [medeverdachte 3] hij komt ineens achter mij aan. Wat is er aan de hand man. Dit heb ik nog nooit meegemaakt man.

[medeverdachte 3] zegt: Maar ja, ik ook niet.

NN-man zegt: Echt. Ik heb pistool eh die die ik wil die geld terug geven [medeverdachte 3]. Ik eh ik heb het helemaal verkeerd begrepen jongen. Ik heb net [medeverdachte 6] aan de lijn, die dacht ook dat het zo was. Die kwam ermee bij mij. Snap je?

[medeverdachte 3] zegt: Mh.

NN-man zegt: Ik heb het echt verkeerd begrepen. [medeverdachte 6] wou ook anderhalf. Kan jij het alstublieft bij mij op komen halen [medeverdachte 3]?

[medeverdachte 3] zegt: Eh Ja ik [medeverdachte 3] buiten de stad nu.

NN-man zegt: Ja, kunnen wij dat regelen dat wij naar je toe komen rijden of zo of eh ....want dat wil ik gewoon met jou regelen en niet die andere idioot erbij [medeverdachte 3]. Daar zit ik helemaal niet op te wachten joh. Dat slaat echt nergens op. Dat had ik ook echt niet verwacht [medeverdachte 3]. Ik zweer het echt. Ik probeer jou ermee te helpen. Echt waar. Dat heb je echt honderd procent verkeerd begrepen joh. Je moet echt niet verkeerd over mij denken. Dat vind ik echt vervelend. Dat meen ik echt.

[medeverdachte 3] zegt: Ja, Ik vind het ook vervelend hoe eh, wat er net .....want hij is ook ineens pleitte.

(…)

NN-man zegt: ik wil, ik wil het effe met jou afhandelen [medeverdachte 3]. Die andere jongens ken ik helemaal niet. Was die andere jouw broer of eh weet ik het wat?

[medeverdachte 3] zegt: Ja. Dat is mijn broer.

(…)

NN-man: ik probeer je echt te helpen [medeverdachte 3] om er van af te komen. Dat heb ik echt verkeerd begrepen jongen. Ik doe nooit niet dat gruis gebeuren. Echt niet.

[medeverdachte 3] zegt: Nou ja. Ik eh bel je zo terug.

NN-man zegt: bel mij zo terug.

[medeverdachte 3] zegt: Wacht effe.

NN-man zegt: Ok goed.16

Op 19 maart 2012 om 18:39 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en een NN-man ([telefoonnummer 2]) [medeverdachte 5], waarin onder meer het volgende wordt gezegd:

NN-man zegt dat hij het wil teruggeven.

[medeverdachte 3] zegt dat hij niet zou weten hoe hij daarmee moet komen aanzetten bij hun.

(...)

[medeverdachte 3] vraagt waar de man wil afspreken.

NN-man vraagt wat makkelijk is, of ze elkaar bij Ikea zien of zo.

[medeverdachte 3] zegt dat het goed is, spreken over 3 kwartier af, niet bij de hoofdingang, maar daarnaast.

De man zegt: wel jij alleen he [medeverdachte 3].

[medeverdachte 3] zegt dat het goed is.

Op 19 maart 2012 om 18:46 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] als gebruiker van de telefoon van [medeverdachte 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd:

[medeverdachte 3] zegt: met wie spreek ik nou dan?

[medeverdachte 2] zegt: [medeverdachte 2]

[medeverdachte 3] zegt: oh he, hij belt me net. Hij is over drie kwartier met die Bolle samen bij de Ikea in Delft

[medeverdachte 2] zegt: Over drie kwartier in Delft, Ikea

[medeverdachte 3] zegt: Ja en hij wil alleen mij spreken, hij wil jullie niet zien.

[medeverdachte 2] zegt: hij wil jou alleen spreken. Gaat hij nou de eisen stellen. Dat zou mooi worden.

[medeverdachte 3] zegt: Nee maar

[medeverdachte 2] zegt: Oke is goed, wij rijden naar Scheveningen en zien jullie zo.

Op 19 maart 2012 te 18:49 uur stuurt [medeverdachte 1] (of [medeverdachte 2]) een sms-bericht naar verdachte:

Over drie kwarties ikea delft kom je daar heen.17

41. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [medeverdachte 1] met [medeverdachte 2] in de middag naar het huis van [medeverdachte 5], een inkoper/werknemer van coffeeshop [coffeeshop], in Schiedam is gereden om het geld voor de levering op te halen. Bij de daarna ontstane onenigheid over de prijs is deze [medeverdachte 5] (of diens kompaan) met het hennepgruis weggereden. [medeverdachte 3] probeert [medeverdachte 5] te bellen, maar deze heeft zijn telefoon uitstaan. [medeverdachte 3] wordt daarna gebeld door [medeverdachte 5] dat hij de boel alleen met [medeverdachte 3] wil afhandelen en hij [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] niet meer wil zien. Er wordt rond half acht afgesproken bij de Ikea in Delft. [medeverdachte 1] (of [medeverdachte 2]) vraagt aan verdachte om ook daarheen te komen.

42. Op 19 maart 2012 om 19:27 uur wordt waargenomen dat verdachte met het voertuig met kenteken [kenteken 3] aankomt bij de Ikea. Het voertuig wordt om 19:33 uur bij de McDonald’s te Delft geparkeerd.18

Op 19 maart 2012 om 19:38 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] en zijn vriendin [betrokkene 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd:

[medeverdachte 1] zegt: die kankergek loopt te schieten.

[betrokkene 1] zegt: te schieten?

[medeverdachte 1] zegt: te schieten ja

[betrokkene 1] zegt: rij maar weg dan he

[medeverdachte 1] zegt: Rij maar weg. Ik zit achter hem.19 Ja wat denk jij da tik op me laat schieten gek. Ik maak hem dood geloof me nou.

(…)

[betrokkene 1] zegt: [medeverdachte 1]20

Op 19 maart 2012 20:01 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en een NN-man ([telefoonnummer 2]) [medeverdachte 5], waarin onder meer het volgende wordt gezegd:

NN-man zegt: [medeverdachte 3], jij zou toch alleen komen jongen. Wij zouden gewoon toch effe afhandelen. (…) Probeer je me als een soort ripper uit te laten maken, wil je dat doen? (…) Die spullen komt [medeverdachte 6] bij jou terugbrengen.

[medeverdachte 3] zegt: Is goed.21

Op 19 maart 2012 om 20:16 uur wordt waargenomen dat verdachte met het voertuig met kenteken [kenteken 3] stil staat ter hoogte van de [adres 8] te Den Haag. Daar staat verdachte te praten met [medeverdachte 2]. Om 20:30 uur neemt verdachte plaats als bestuurder in de [kenteken 3], waarop deze vertrekt.22

Op 19 maart 2012 om 20:44 uur vindt er een telefoongesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd:

Verdachte vraagt waar [medeverdachte 1] is.

[medeverdachte 1] komt net bij [medeverdachte 2] aan. [medeverdachte 1] zegt dat ze tot twee keer toe wegrijden. [medeverdachte 1] zegt: eerst vanmiddag en net weer. [medeverdachte 1] zegt dat het terug wilde komen brengen.

Verdachte zegt: hoe kan dat, ik was binnen 10 min bij Ikea.

[medeverdachte 1] zegt: een stationwagen en hij erachter aan. [medeverdachte 1] zegt onder bruggetje en toen zo"n dingetje (wapen) gek. [medeverdachte 1] zegt dat de bedrijfsleider het bij zijn broertje gaat brengen, en dan willen ze overal van af zijn.

Verdachte zegt: denk je dat het genoeg is als het terug is. verdachte vraagt wat derde te maken heeft met de shop.

[medeverdachte 1] zegt dat hij de inkoper is.

Verdachte vraagt of [medeverdachte 5] de vaste inkoper is.

[medeverdachte 1] zegt: ja.

[medeverdachte 1] zegt dat bedrijfsleider, ze noemen hem witte, die komt het terugbrengen. [medeverdachte 1] zegt dat die ook in de shop is.

Verdachte zegt dat hij naar hun wil gaan.

[medeverdachte 1] zegt dat hun denken dat het van zijn broertje is. [medeverdachte 1] zegt: die kale toch of niet.

[medeverdachte 1] zegt: ja net was hij binnen.

[medeverdachte 1] zegt: dat die lange dunne sowieso van de afspraak weet. Die kale dunne noemen ze witte.

Verdachte zegt dat hij die kankertoko binnengaat.23

43. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [medeverdachte 3] niet in zijn eentje naar de afspraak bij de Ikea in Delft is gekomen, maar dat in ieder geval [medeverdachte 1] bij hem was. [medeverdachte 1] beweert dat op hem is geschoten. verdachte vraagt hoe dat kan zijn gebeurd, omdat hij zelf in de buurt was en – kennelijk – daarvan niets heeft gemerkt. [medeverdachte 3] heeft met [medeverdachte 5] afgesproken dat [medeverdachte 6], de bedrijfsleider van [coffeeshop], het hennepgruis terug komt brengen. Verdachte deelt [medeverdachte 1] mede dat hij naar de coffeeshop gaat.

44. Op 19 maart 2012 om 20:50 uur wordt waargenomen dat het voertuig met kenteken [kenteken 3] stil staat voor coffeeshop “[coffeeshop]” te Delft en dat deze om 20:54 uur weer vertrekt.24

Op 19 maart 2012 om 20:58 uur uur vindt er een gesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd:

Verdachte zegt: niet aannemen.

Verdachte zegt dat die mannetje wil teruggeven, dat hij zei verkeerd 150 euro.

Op 19 maart 2012 om 21:18 uur vindt er een gesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 2] als gebruiker van de telefoon van [medeverdachte 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd:

[medeverdachte 2] zegt: De batterij was leeg.

Verdachte zegt: Dat begreep ik al. Maar luister dan. Waarom ontkennen ze dan dat hij die inkoper was. Dat weet je 100% toch?

[medeverdachte 2] zegt: Ja. Maar daar hebben ze zelf ook bijgestaan toen die dat zei hoor!

Verdachte zegt: Oh, die lange was er gewoon bij toen je erover ging praten met hun ofzo

[medeverdachte 2] zegt: Nee, toen we daar stonden in Schiedam, toen zei die zelf al waar hun ook bij stonden van eh ik koop altijd in voor de gang.

Verdachte zegt: Oh, maar hun kennen hem wel goed dus he

[medeverdachte 2] zegt: Ja ja ja

Verdachte zegt: Probeert hij jou nog te bellen of zo

[medeverdachte 2] zegt: Nee, vanavond krijg ik een telefoontje en dan komen ze naar mijn huis om die spullen te brengen.

Verdachte zegt: Nee, je moet zeggen op kankeren. Je moet zeggen ik neem die spullen niet aan.

[medeverdachte 2] zegt: Oke.25

Op 19 maart 2012 om 21:20 uur wordt waargenomen dat het voertuig met kenteken [kenteken 3] stil wederom stopt voor coffeeshop “[coffeeshop]” te Delft. Daarna wordt om 21:21 uur waargenomen dat minimaal drie personen, onder wie verdachte, een blanke man en een man met een Noord-Afrikaans uiterlijk, ter hoogte van de coffeeshop staan te praten. De blanke man kwam uit de coffeeshop. Om 21:31 uur nemen de mannen afscheid van elkaar.26

Op 19 maart 2012 worden tussen 23:00 en 23:20 uur door NN-man [medeverdachte 5] ([telefoonnummer 2]) en verdachte de volgende sms-berichten uitgewisseld:

NN-man naar verdachte: Wat er afgesproken is dat komt goed ik heb nog nooit iemand belazerd die portier had mij verx prijs gezegd

Verdachte naar NN-man: Wat is er afgesproken welke prijs ?

NN-man naar verdachte: Jou prijs

Verdachte naar NN-man: 1500 de kilo zit daar 17,340

NN-man naar verdachte: Was 16.400 komt goed

Verdachte naar NN-man: Nee dat wat ik zij min die zakken precies 16,690

Niks meer te maken met die [medeverdachte 3] of ze broertje ik Kom het zelf halen hoe laat precies morgen en waar?27

NN-man naar verdachte: Die jonge is morgen pm 10 uur bij mij dan bel ik je gelijk.

Op 19 maart 2012 om 23:29 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en een NN-man ([telefoonnummer 1]), waarin onder meer het volgende wordt gezegd:

NN-man zegt: hij was met nog iemand, er komen 2 Marokkanen net hierzo, allemaal redelijke jongens hoor, maar die willen weer geld zien en die spullen willen ze niet en ze willen geld.28

45. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat het hennepgruis bij [medeverdachte 2] zou worden teruggebracht. Verdachte instrueert [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], anders dan zij van plan waren, het hennepgruis niet terug te nemen. Verdachte gaat daarna samen met een andere man van Marokkaanse afkomst naar de coffeeshop “[coffeeshop]” om te vertellen dat ze het hennepgruis niet terug wilden, enkel het geld. Verdachte laat [medeverdachte 5] weten dat hij

€ 1500 per kilo wil voor de hoeveelheid hennepgruis die hij nog in zijn bezit moet hebben. Verdachte komt het geld zelf morgen halen, zodat [medeverdachte 5] [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] niet meer hoeft te zien.

46. Op 20 maart 2012 om 10:12 uur vindt er een gesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 7], die belt met het nummer van NN-man [medeverdachte 5] ([telefoonnummer 2]), waarin onder meer het volgende wordt gezegd:

[medeverdachte 7] zegt dat hij die handel wil teruggeven.

Verdachte zegt dat dat niet kan.

[medeverdachte 7] zegt dat hij net die handel heeft bekeken en dat hij die of voor 150 overneemt of dat het nu wordt teruggeven.

[medeverdachte 7] zegt dat hij er niet van houdt als zijn maatjes worden afgeperst.

[verdachte] zegt: weet je wat, steek je maar in reet.

[medeverdachte 7] zegt: dan ben je nu je handel kwijt.29

Op 20 maart 2012 om 10:44 uur stuurt verdachte aan NN-[medeverdachte 5] ([telefoonnummer 2]) het volgende sms-bericht:

Is wat anders he dan [medeverdachte 7] laten bellen door jou zit ik er een week mee je hebt het aan genomen je bent akkoord gegaan je hebt het geript kanker aap nu probeer je het op te losse doe het dan goed en hou je je aan je woord niemand woord afgeperst verdien gewoon wat jij heb toegezegd gisteren nog dus ik zie je straks gaan we even praten hoe laat kan ik je zien? Met [medeverdachte 7] ook goed?30

47. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [medeverdachte 7] namens [medeverdachte 5] aan verdachte laat weten dat zij de handel, die nog steeds in hun bezit is, willen overnemen voor 150 euro per kilo of willen teruggeven aan verdachte. Verdachte gaat daar kennelijk niet mee akkoord en wil een afspraak maken om er over te praten.

48. Op 20 maart 2012 om 12:49 uur stuurt [medeverdachte 1] aan verdachte het volgende sms-bericht:

Ze willen dat we delf kommen ik kom naar je toe met mike en gaan we daar heen oke

Op 20 maart 2012 om 12:57 uur stuurt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 3] het volgende sms-bericht:

Laat ze het maar brengen naar je we kunnen het kwyd en die boeten komt tog wel31

Op 20 maart om 13:00 wordt waargenomen dat er op de parkeerplaats van de McDonald’s in Delft vijf personen bij elkaar staan. Een van de mannen wordt herkend als verdachte.32

Op 20 maart 2012 om 13:00 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en NN-[medeverdachte 5] ([telefoonnummer 2]), waarin onder meer het volgende wordt gezegd:

[medeverdachte 3] zegt dat hij die spullen weg heb kunnen doen.

[medeverdachte 5] zegt dat hij met die jongens, die Marokkanen hier staat.

[medeverdachte 3] zegt dat hij net een SMSje krijgt van zijn broer dat zij die spullen naar hem kunnen brengen.

[medeverdachte 5] zegt dat hij de spullen net aan die Marokkanen heeft gegeven en dat zij ze hebben aangepakt van hem.33

Op 20 maart 2012 om 13:05 uur vindt er een gesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd:

Verdachte zegt dat zijn broertje stuurt dat hij het kwijt kan

[medeverdachte 1] zegt dat hij naar iemand rijdt die vaak opkoopt van hun

Verdachte vraagt waar hij het wil hebben

[medeverdachte 1] zegt dat hij naar zuiderpark rijdt

Verdachte zegt dat hij naar hem toe rijdt

Op 20 maart 2012 om 13:28 uur vindt er een gesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd:

Verdachte zegt dat [medeverdachte 1] bereikbaar moet blijven

[medeverdachte 1] zegt dat hij even naar binnen was gelopen heen en weer maar hij zit vol

[medeverdachte 1] is vlakbij het huis van verdachte

Verdachte zegt: kom effe naar mij dan34

49. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat verdachte [medeverdachte 5] heeft ontmoet op de parkeerplaats van de McDonald’s in Delft. Daar heeft [medeverdachte 5] het hennepgruis weer aan verdachte teruggegeven. [medeverdachte 1] en verdachte proberen het hennepgruis nog aan een andere afnemer te verkopen, maar deze wil het niet hebben. Uit voorgaande gesprekken en berichten volgt dat de handel in gruis de verdachten uiteindelijk geen geld heeft opgeleverd.

Verklaring [medeverdachte 2]

50. De rechtbank ziet voor deze interpretatie van de tapgesprekken niet alleen steun in de hiervoor al aangehaalde observaties, die naadloos aansluiten bij de getapte communicatie tussen de verdachten, maar tevens in de verklaring die [medeverdachte 2] bij de politie heeft afgelegd. In deze verklaring belast [medeverdachte 2] zichzelf, hoewel hij ook probeert zijn eigen rol te minimaliseren. Zijn verklaring bevestigt wat uit de getapte communicatie en observaties reeds kon worden opgemaakt. [medeverdachte 2] heeft immers verklaard dat [medeverdachte 1] een partij handel had en zijn broer [medeverdachte 3] deze kwijt kon aan twee jongens. Hij heeft ook verklaard dat het best zou kunnen kloppen dat het gruis was (de rechtbank begrijpt: hennepgruis) en dat hij dacht dat dit wietafval was. Deze handel is op de [adres 9] (de rechtbank begrijpt: in Den Haag, het adres van [medeverdachte 3]) in de auto van de twee jongens gezet. Vervolgens zijn zowel [medeverdachte 2] als [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] achter deze jongens aangereden naar Schiedam. Daar deed een van de jongens zijn kofferbak open en toen zag [medeverdachte 2] twee dozen. Toen volgde er een gesprek over de betaling en zou er te weinig betaald worden. Een van de jongens is toen met de dozen in zijn auto weggereden.35 Daarna is er telefonisch contact geweest, waarbij werd gezegd dat zij richting een coffeeshop in Delft moesten gaan. [medeverdachte 2] is daar toen met [medeverdachte 1] naar binnen gegaan. [medeverdachte 1] heeft een gesprek gevoerd met de bedrijfsleider over het geld. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] hebben daarna een afspraak gemaakt met de jongens bij de Ikea, waarna [medeverdachte 1] later meldde dat hij was beschoten.36

Conclusie

51. In samenhang met de hiervoor al gedane constatering dat het om hennepgruis moet zijn gegaan, kunnen de reacties van [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en verdachte en de door hen concreet genoemde aantallen en prijzen tot geen andere conclusie leiden dan dat het “geripte” een substantiële waarde vertegenwoordigde. Anders dan door de verdediging betoogd kan daarmee - in combinatie met de vaststelling dat de afnemers van coffeeshop “[coffeeshop]” de handel hadden bekeken en er 150 euro per kilo voor wilden betalen en dus konden gebruiken - worden uitgesloten dat het om waardeloos hennepafval ging. Het betrof daarentegen een flinke hoeveelheid hennepresten over de prijs waarvan flink ruzie wordt gemaakt en waarvoor vanuit Den Haag naar Schiedam en Delft wordt gereden om het geld op te eisen. Bovendien vond verdachte het kennelijk de moeite waard om de volgende dag de handel weer in zijn bezit te krijgen. De rechtbank acht daarom bewezen dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en verdachte - nu zij allen op de hoogte waren van en een rol hadden bij de levering en het terughalen van hennepgruis en/of het corresponderende geldbedrag - tezamen en in vereniging ongeveer 17 kilogram hennepgruis hebben afgeleverd.

Bewijsoverwegingen met betrekking tot Zaaksdossier [adres 2]

Inleiding

52. Op 23 maart 2012 te 01.01.58 uur ontvangt de politie een melding van een overval op een woning, gelegen aan ’[adres 2] in Rijswijk. De bewoonster meldt dat de overval is gepleegd door twee, mogelijk meer daders. Die daders hadden pistolen en messen. Ze waren in het zwart gekleed en spraken met een Marokkaans accent. De bewoners zijn vastgebonden met tiewraps in de kelder van de woning37.

Het standpunt van de officieren van justitie

53. De officieren van justitie achten de feiten wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

54. De verdediging heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit.

Het oordeel van de rechtbank

Aangifte door de bewoners

55. De bewoners, [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] (hierna te noemen: “[slachtoffer 3]” en “[slachtoffer 4]”) hebben verklaard dat zij op 22 maart 2012, omstreeks 23.00 uur, in de kelder van hun woning waren, toen [slachtoffer 3] een tweetal personen met bivakmutsen de trap zag aflopen. Beide personen hadden een vuurwapen. [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] hebben bij één van deze personen ook een mes gezien. Zij riepen: “Dit is een overval, blijf rustig, dan gebeurt er niets.” [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] moesten op de grond zitten en liggen, met de handen op de rug. Eén van de overvallers haalde een bos tiewraps uit zijn broekzak. Hij bond daarmee de handen van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] vast. Dat ging met enig geweld, omdat [slachtoffer 3] tegenstribbelde. Deze overvaller heeft ook de houder uit zijn vuurwapen gehaald, zodanig dat [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zagen dat er kogels op de grond vielen.

[slachtoffer 3] beschrijft de overvallers als volgt:

Man 1: 1.72 meter, zwarte bivakmuts met twee gaten, zwarte trui en broek, rond de dertig, sprak goed Nederlands, met accent (mogelijk Antilliaans), had vuurwapen (zwart van kleur);

Man 2: 1.85 meter, zwarte bivakmuts met twee gaten, zwarte trui en zwarte broek, rond de dertig, sprak goed Nederlands, met accent (mogelijk Antilliaans), had vuurwapen.

[slachtoffer 4] beschrijft de overvallers als volgt:

Dader 1: 25-30 jaar, 190 cm., zwarte kleding met in donkere letters “Amsterdam” erop. Bivakmuts met 1 groot gat voor beide ogen, zwarte stoffen handschoenen, met op de knokkels rubberen beschermdelen.

Dader 2: 25-30 jaar, 168 (iets kleiner dan aangeefster), zwarte kleding en schoenen, zwarte bivakmuts met 1 gat voor ogen, zwarte stoffen handschoenen (net als dader 1).

De overvallers doorzoeken de woning, lopen beurtelings met [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] door de woning en stoppen spullen uit de woning in kussenslopen. [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] hebben daarbij spullen aangewezen, waaronder (nep)horloges, een enveloppe met geld, briefgeld en een koopmansportemonnee met 300 a 400 euro. Voorts, in de vitrinekast in de eetkamer: een vijftal echte merkhorloges, onder meer van het merk Patec Philippe, Audemans Piquet, Dublot.

Toen [slachtoffer 3] met één van de overvallers, de langere van de twee, boven in het huis was heeft de andere overvaller gepraat met [slachtoffer 4] en daarbij met een mes voor haar gezicht gezwaaid. [slachtoffer 4] voelde zich hierdoor bedreigd. Zij probeerde een paar keer op te staan, maar dan werd zij door deze overvaller bij de ceintuur van haar badjas gepakt en terug op de stoel geduwd.

Als [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] beiden terug zijn in de kelder vragen de overvallers naar de kluis. Daarbij wordt door één van de overvallers gezegd: “Niet liegen, als jij zegt dat er is geen kluis en er is wel een kluis wordt hij heel boos. Niet liegen.” In de kluis lagen enveloppes met geld en 150 tot 200 horloges. [slachtoffer 3], die volgens [slachtoffer 4] als enige beschikt over de sleutel van de kluis, heeft geprobeerd met hen te onderhandelen. [slachtoffer 3] heeft geld geboden, € 50.000,-- en dacht een deal te hebben gesloten, maar dat bleek niet het geval. De kluis is door [slachtoffer 3] geopend. [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] zijn door één van de overvallers onder schot gehouden, terwijl de andere overvaller het geld telde. [slachtoffer 3] heeft zich achteraf gerealiseerd dat er mogelijk veel meer geld in de kluis zat. Er is daarbij nog gesproken over enkele horloges, die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zouden mogen behouden. [slachtoffer 4] heeft in de kussenslopen gezocht naar die horloges. Uiteindelijk heeft één van de overvallers die horloges nog snel in zijn jaszak gestoken.

Vervolgens hebben de overvallers met de gevulde kussenslopen de woning verlaten.

[slachtoffer 4] heeft nog verklaard dat de overvallers door het slaapkamerraam binnen zijn gekomen. Daar zijn geen sporen van braak aangetroffen, wel is het badkamerraam beschadigd. De kleinere man zei tegen [slachtoffer 4] dat de spullen door het badkamerraam naar buiten zijn gegooid, op het dak van de keuken.38

56. De woning was voorzien van beveiligingscamera’s en deze beelden zijn aan de politie ter beschikking gesteld. Op de beelden is te zien dat op 22 maart 2012 te 22.27 uur twee personen, in donker gekleed, voor het hek langsrennen. Tussen 22.35 uur en 01.00 uur (de volgende dag) is onder meer te zien hoe zich (steeds één of twee) personen op het terrein van ’[adres 2] bevinden. Zij lopen langs de (ramen van de) woning, staan in de deuropening, lopen de woning uit met een witte, (kennelijk) zware kussensloop en leggen die goederen bij de struiken langs het hek. Tenslotte is te zien dat zij over het hek klimmen en vertrekken in een Volkswagen Golf. 39

Het politieonderzoek

57. Bij de R.C.I.E. Haaglanden is in de maand april 2012 informatie binnengekomen, houdende dat “de overval op [slachtoffer 3] is gepleegd door [verdachte], [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9]. Alle drie verblijven in Marokko.” Met deze benamingen worden respectievelijk bedoeld: [verdachte], [medeverdachte 8] (hierna: [medeverdachte 8]) en [medeverdachte 9].

58. Op 4 april 2012 wordt het onderzoek in deze zaak voortgezet door het onderzoekteam “Condor”, welk team zich vanaf november 2011 bezighoudt met een onderzoek naar de betrokkenheid van verdachte bij het witwassen van uit misdrijf verkregen gelden. In het kader van dit laatste onderzoek waren reeds diverse opsporingsmiddelen, waaronder telefoontaps en de inzet van een observatieteam, ingezet.

59. Uit telecomonderzoek in het onderzoek Condor was gebleken dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (medeverdachten in o.a. zaaksdossier “Gruis”) op 26 maart 2012 een ontmoeting zouden hebben bij McDonalds aan de [adres 10] te Delft. De camerabeelden van McDonalds zijn gevorderd en verkregen. Daarop is waargenomen dat ook verdachte op 26 maart 2012 rond 14.45 uur in deze McDonalds is, alsmede dat hij aldaar contact heeft met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Verdachte is voorts in het gezelschap van [medeverdachte 10]. Om 14.57 uur wordt gezien dat verdachte een horloge uit zijn rechterbroekzak haalt. Hij doet het horloge om zijn linker pols. Gezien wordt dat [medeverdachte 10] voor dit horloge veel aandacht toont.40

60. Iets later die dag, om 15.39 uur, belt [medeverdachte 1] (met het nummer eindigend op …[telefoonnummer 3])41 met zijn vriendin [betrokkene 1]. [medeverdachte 1] zegt in dat gesprek dat hij op een afspraak was en daarbij allemaal criminelen tegenkwam. Ook “[verdachte]”. Over deze “[verdachte]” zegt [medeverdachte 1]:

“hij stond op het parkeerterrein met zijn advocaat, helemaal spier spierwit. Die ging ook weg, hij ging ook weg ook dus. Hij wilde mijn telefoon afpakken, die gek. (..) Hij was spierwit gek, hij heb nu gesprek met zijn advocaat, horloge laten brengen, papieren en geld en hij ging met de auto gelijk weg.”42

61. [medeverdachte 10] heeft verklaard dat hij zijn auto, een BMW X5, met het kenteken

[kenteken 4], heeft uitgeleend aan verdachte. Dat is ná de ontmoeting bij de McDonalds in Delft geweest.43

62. De volgende dag, 27 maart 2012, wordt door een observatieteam van de politie waargenomen dat verdachte beschikt over de BMW X5, kenteken [kenteken 4]. Om 21.20 uur stapt verdachte in de auto en rijdt naar de [adres 11] in Den Haag. Om 21.25 uur gaat verdachte een aldaar gelegen restaurant, “[restaurant]” binnen. Om 21.33 wordt waargenomen dat verdachte in gezelschap van de eigenaar van het restaurant, [betrokkene 2], naar buiten komt. Verdachte pakt een voorwerp uit de BMW X5 pakt en gaat vervolgens met [betrokkene 2] het restaurant “[restaurant]” weer in.44

63. Diezelfde avond, rond het tijdstip dat verdachte instapt in de BMW X5, hebben [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8] telefonisch contact. Om 21.07 uur vraag [medeverdachte 9] naar “de andere”, waar die is? [medeverdachte 8] zegt: hij zei “trek” (weg). Iets later (21.24 uur) hebben zij nogmaals contact, waarbij [medeverdachte 9] tegen [medeverdachte 8] zegt dat hij moet opschieten.45

64. Op 28 maart 2012 om 00.09 uur parkeert de BMW X5 bij het adres [adres 5]. Verdachte stapt uit en gaat naar binnen. Om 01.09 uur worden, komende uit het portiek van [adres 5] drie personen gezien, waaronder twee mannen in zwarte kleding, uit voormeld portiek. Zij stappen in de BMW X5.

65. De BMW X5 wordt die avond (en nacht) enkele malen in de directe omgeving van een Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 5] gezien. Op 28 maart 2012 om 01.16 uur wordt gezien dat uit de BMW twee personen stappen, die vervolgens in de Volkswagen Golf stappen. Om 01.42 uur rijden beide auto’s direct achter elkaar over de van Vredenburchweg te Rijswijk. Daar stopt de Volkswagen Golf op een parkeerterrein, de BMW X5 stopt ook op de van Vredenburchweg. Om 01.50 uur stappen drie mannen, waarvan twee mannen in donkere kleding in de BMW X5. Zeer kort daarna, om 01.52 uur, wordt de Volkswagen Golf brandend aangetroffen op het parkeerterrein, terwijl enkele minuten later, 01.55 uur, de BMW X5 rijdt op over de Rembrandtkade te Rijswijk.46 De (uitgebrande) Volkswagen Golf heeft geen kentekenplaten (meer). De auto blijkt te zijn gestolen op 12 januari 2012 te Den Haag.47 Ook de kentekenplaten ([kenteken 5]) zijn gestolen, tussen vrijdag 23 maart 2012 om 21.00 uur en zaterdag 24 maart 2012 om 11.00 uur te Den Haag48.

66. Iets later die nacht, 28 maart 2012, omstreeks 02.48 uur, worden achtereenvolgens enkele sms-berichten gestuurd door verdachte (gebruikmakend van het nummer eindigend op …[telefoonnummer 4]49) aan zijn zuster, [betrokkene 3] (gebruikmakend van het nummer, eindigend op …[telefoonnummer 5])50. Daarin meldt verdachte aan zijn zuster dat hij haar nummer heeft gegeven aan iemand en dat die persoon haar gaat bellen. Zij moet “auto aan hem geven en alles doorgeven”. Ze mag hem niet laten praten door de telefoon en als verdachte iemand stuurt voor een ticket, moet ze gelijk boeken. Verder schrijft hij: “Sarf (= geld51) weet je te halen, he, tel uit en halen als nodig is”.52

67. De Marokkaanse autoriteiten hebben geregistreerd dat de BMW X5, kenteken [kenteken 4], is ingevoerd in Marokko door verdachte op 30 maart 2012.53

68. In Marokko is onderzoek gedaan naar het verblijf van verdachte in (o.a.) het Mövenpickhotel in Tanger. Gebleken is dat verdachte in dit hotel heeft verbleven van 18 april 2012 tot 21 april 2012, dat hij de hele afdeling had gereserveerd en dat hij een factuur heeft betaald van 14.999,70 dirham. Ook meldt de Marokkaanse politie dat hen tijdens de opsporing is gebleken dat verdachte discotheek Al Uns had bezocht en aldaar veel geld heeft uitgegeven, in één nacht meer dan een miljoen dirham (ongeveer 100.000 euro).54

69. In de maanden april, mei en juni 2012 is een aantal meisjes naar Marokko gereisd, op uitnodiging en voor rekening van verdachte (al dan niet tezamen met [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8]). [getuige 1] verklaart dat zij, samen met een vriendin genaamd [getuige 2], op uitnodiging van verdachte in april 2012 naar Marokko is gereisd. Zij hebben drie dagen in Tanger verbleven waarbij [verdachte], [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] alles hebben betaald.55 [getuige 2] verklaart dat [verdachte] alles heeft betaald: de vlucht, het hotel, het uitgaan en het eten. In Tanger werden zij opgewacht door [verdachte] en twee vrienden. Zij reden in een BMW X5 of een Mercedes. Ze hebben aldaar ook [betrokkene 4], de vriendin van [verdachte], ontmoet. Op 5 april 2012 heeft een contante storting op de bankrekening van [getuige 2] plaatsgevonden, van € 1200,-. In Marokko heeft zij geld opgenomen via Western Union, te weten € 500,-. Er zijn vele meisjes op uitnodiging van [verdachte] en de jongens naar Marokko geweest. [verdachte] zei daarover tegen [getuige 2]: “Zondag komt een andere groep meisjes”.56

70. Uit sms-berichten tussen [betrokkene 3] (gebruikmakend van het nummer eindigend op …[telefoonnummer 5]57) en verdachte (gebruikmakend van Marokkaans nummer, eindigend op …[telefoonnummer 6]58) blijkt dat het verdachte is die op 2 april 2012 aankondigt dat hij het nummer van [betrokkene 3] aan een meisje geeft. [betrokkene 3] krijgt de opdracht om voor dit meisje een ticket te boeken, “sarf” weet ze te vinden.” Op 3 april 2012 en 5 april 2012 volgen twee tapgesprekken tussen [getuige 2] en [betrokkene 3], waaruit blijkt dat voor [getuige 2] en [getuige 1] een vlucht wordt geboekt naar Tanger, Marokko: vertrek 7 april 2012, retour 11 april 2012.59

71. [betrokkene 5], toentertijd de vriendin van verdachte, is in 2012 vier keer naar Marokko gereisd: eind maart, begin april, eind mei en eind juni. De vliegreis werd steeds geregeld via het reisbureau van de vader van verdachte. De tickets zijn betaald via de zuster van verdachte, [betrokkene 3]60. Uit een tapgesprek tussen [betrokkene 5] en [betrokkene 3] d.d. 10 april 2012 te 18.46 uur blijkt dat ze een afspraak maken om op 11 april 2012 naar “die man” te gaan om geld te halen. [betrokkene 5] heeft geld nodig voor een scooter en [betrokkene 3] moet ook voor zichzelf halen.61 Op 11 april 2012 wordt door het observatieteam waargenomen dat [betrokkene 5] en [betrokkene 3] naar de [adres 11] rijden, restaurant “[restaurant]” binnengaan en een minuut later weer naar buiten komen62. [betrokkene 5] heeft hierover verklaard dat zij met [betrokkene 3] geld heeft gehaald bij [betrokkene 2] ([betrokkene 2], eigenaar van [restaurant]) en dat het om € 2. 000,- of € 3.000,- ging.63

72. Op 14 mei 2012 is [betrokkene 5], samen met haar moeder (mevrouw [betrokkene 6]), gecontroleerd bij uitreis naar Marokko op de luchthaven Schiphol. In de bagage van [betrokkene 5] is een enveloppe met daarin een geldbedrag van € 3.000,-- aangetroffen. In de kleding van [betrokkene 6] is, in de broeksband, een geldbedrag ter hoogte van € 2.600,-- aangetroffen64.

73. In twee tapgesprekken komt naar voren dat [betrokkene 5] dure geschenken, te weten een Chopard-horloge en een Louis Vuitton-tas, heeft gekregen van verdachte.65

74. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het is voorgekomen dat meisjes voor hem geld hebben meegenomen naar Marokko. Het Chopard-horloge heeft verdachte gekregen van een Marokkaanse man, die het horloge aan diens vriendin wilde schenken. Toen bleek dat de vriendin het horloge niet mooi vond, heeft verdachte het horloge gekregen. Het klopt dat hij het horloge aan [betrokkene 5] heeft gegeven. Ook de Louis Vuitton-tas was een geschenk aan [betrokkene 5].

75. [medeverdachte 11] (hierna: [medeverdachte 11]) is woonachtig op hetzelfde adres als verdachte, [adres 5] te Den Haag. In het kader van het onderzoek Condor is zijn telefoon getapt, heeft observatie plaatsgevonden en is een baken geplaatst in zijn auto, een Fiat Punto, kenteken [kenteken 6]. In de periode 4 t/m 10 juni 2012 komt het navolgende naar voren: 66

Op 4 juni 2012, om 17.21 uur, belt [medeverdachte 11] (gebruikmakend van het nummer eindigend op …[telefoonnummer 7]67) met verdachte (gebruikmakend van het Marokkaanse nummer, eindigend op …[telefoonnummer 8]68):

Verdachte vraag of [medeverdachte 11] heeft gehaald.

[medeverdachte 11] heeft wel wat/iets/beetje bij hem gehaald, gamsa (mogelijk: vijf).

Verdachte: “asch…. twee nul (twintig) moet ik hier hebben. Je hebt geen tijd om naar Amsterdam te gaan? Breng die ssh uh die dingen. (…) Dan krijg ik/je het gelijk. In ieder geval bel me wanneer je het hebt. (…) Bel me wanneer je twintig hebt, ja.”

[medeverdachte 11]: Luister dan? Blijf even bereikbaar, voor een andere bel ik je ja. Blijf even bereikbaar, ik ga een andere halen.69

Diezelfde dag, om 20.00 uur stuurt [medeverdachte 11] een sms-bericht naar [betrokkene 2] (bijnaam: [betrokkene 2], eerdergenoemde eigenaar van restaurant [restaurant]). Ze spreken af dat [medeverdachte 11] naar het restaurant komt70. Uit de bakengegevens van de auto van [medeverdachte 11] blijkt dat deze auto uitpeilt aan de [adres 11] (alwaar [restaurant] is gevestigd) tussen 20.35 en 20.42 uur71.

Iets later die avond, om 21.06 uur belt [medeverdachte 11] (A) met verdachte (R), beiden gebruikmakend van de telefoonnummers zoals hierboven genoemd:

R ik heb je toch nummer gegeven

A van die van Ams, ja

R waarom ga jij niet naar hem brengen dan..

A wat zeg je nou ik moest toch halen wat praat je nou

R wat moest je halen

A ja wat denk je wat ik moest halen

R je hebt toch gehaald?

A ja nu net net net

Vervolgens geeft verdachte instructies aan [medeverdachte 11] (over een Amsterdam, het nummer van die Porsche Cayenne (…[telefoonnummer 9]) en dat [medeverdachte 11] daarbij moet zeggen: “het is van [naam 1]”.72

Uit het tapgesprek dat direct daarop volgt om 21.11 uur blijkt dat [medeverdachte 11] belt met de “Porsche Cayenne-man” op nr …[telefoonnummer 9]. Hij stelt zich voor als [medeverdachte 11], zegt dat hij naar die vriend van hem gaat en vraagt wat hij moet zeggen. ..[telefoonnummer 9] zegt: “begroet hem en zeg ik bel je ivm [naam 1]. (..) En geef het aan hem. Dat is het.” ..[telefoonnummer 9] geeft het nummer aan [medeverdachte 11] en zegt dat hij wel eerst moet bellen.73

Uit de bakengegevens blijkt dat [medeverdachte 11] naar de [adres 14] in Amsterdam gaat en aldaar stilstaat tussen 21.53 uur en 22.02 uur.74 Om 21.56 uur vindt een ontmoeting plaats tussen [medeverdachte 11] en een onbekende man.75 Tenslotte, om 22.02 uur belt [medeverdachte 11] nogmaals met de Porsche Cayenne-man (…[telefoonnummer 9]):

[medeverdachte 11] Hallo chef, ik heb hem het cadeau gegeven

[telefoonnummer 9] hoeveel heb je hem gegeven

[medeverdachte 11] Twintig

76. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [medeverdachte 11] heeft geregeld dat er geld naar hem werd overgemaakt. De hiervoor genoemde activiteiten waren nodig omdat aan overboekingen naar Marokko een bepaalde limiet per persoon is verbonden.

77. Uit de bakengegevens van de auto van [medeverdachte 11] blijkt dat de Fiat Punto op 5 juni 2012 tussen 20.48 uur en 21.40 uur wederom uitpeilt op de [adres 11], in de buurt van restaurant [restaurant]. Voorts is uit die bakengegevens gebleken dat dit voertuig op woensdag 6 juni 2012, tussen 15.19 uur en 16.28 uur op de Vestingstaat in Antwerpen heeft gestaan76. Op camerabeelden, gemaakt rond dat tijdstip in de Vestingstraat, is een zwarte personenauto, gelijkend op een Fiat Punto, te zien. Iets later is op de beelden een persoon, die door de politie wordt herkend als [medeverdachte 11], te zien77. In de omgeving van de Vestingstraat zijn vele juweliers, waaronder Naor Gold, gevestigd78.

78. Uit diverse tapgesprekken bleek dat door of via [medeverdachte 11] geldbedragen werden overgemaakt naar verdachte in Marokko met gebruikmaking van “Western Union”79. Op 2 augustus 2012 is het bedrijf “Western Union Benelux MT Limited” gevorderd opgave te doen van alle moneytransfers van (ontvanger of zender) [verdachte], [medeverdachte 8], [medeverdachte 11], [medeverdachte 12], [medeverdachte 13], [medeverdachte 14] en [getuige 5]. In de maanden juni, juli en augustus 2012 is een reeks transacties gemeld, tot een beloop van € 26.023,-.80

79. [medeverdachte 11] is verdachte daarbij aan de Nederlandse zijde behulpzaam is geweest. Aan de Marokkaanse zijde is een persoon genaamd [getuige 5], die zich daarbij heeft geïdentificeerd met ID nummer [ID-nummer], daarbij behulpzaam geweest.81

80. Deze [getuige 5] heeft verklaard82 dat hij verdachte heeft leren kennen via [betrokkene 7] in Tanger in april 2012. Verdachte heeft hem een groot geldbedrag laten zien dat hij in zijn auto, een BMX5 4 WD met Nederlands kenteken, bewaarde. Een foto van het geld in het interieur van die auto83, is door verdachte per BBM naar (de telefoon van) [getuige 5] verstuurd. Verdachte heeft veel geld uitgegeven in Layali Alons, SNOP en 555. Hij bewaarde het geld in een schoudertas. Verdachte heeft [getuige 5] verteld dat er problemen waren met justitie in Nederland en hem gevraagd te helpen door geld op te nemen, dat via Western Union zou worden toegestuurd. [getuige 5] zou in ruil daarvoor een geldbedrag krijgen. [getuige 5] heeft verklaard dat hij, gedurende een periode van ongeveer twee maanden, ongeveer 5 á 7 keer een geldbedrag heeft opgehaald, waarbij het ging om bedragen tussen de € 1.100,- en de € 5.500,- per keer. Hij heeft daarbij soms ook gebruik gemaakt van de hulp van een andere persoon, genaamd “[betrokkene 8]”.

81. In augustus 2012 reizen [getuige 3] en [getuige 4] naar Marokko. [getuige 3] heeft hierover verklaart dat de reis is betaald met geld, dat [getuige 4] had gekregen van [verdachte] of van zijn vrienden84. [getuige 4] heeft verklaard dat zij in april/mei 2012 in Marokko is geweest. Ook in augustus 2012, is zij met haar nichtje [getuige 3] naar Marokko geweest. Toen heeft zij twee dagen in een normaal hotel gezeten op kosten van [verdachte].

82. [getuige 4] en [betrokkene 9] voeren op 23 november 2012, 22.21 uur een telefoongesprek. In dit gesprek zegt [getuige 4]:

“Toch [medeverdachte 3] ik al twee keer naar Marokko gegaan met doekoe”, “Wholla, ik stopte mijn BH vol mijn onderbroek, ik nam gewoon 20 doezoe, ik nam zelfs vriendinnen mee, me nichten mee. Ik zei tegen hun: vullen en we gingen helemaal naar Marrakesh” en “We brachten hem geld en we konden weer terug”.85

83. [medeverdachte 11] voert op 14 augustus 2012 een telefoongesprek met een onbekend gebleven man, welk gesprek lijkt te gaan over de verkoop van gestolen horloges.86 Het vermoeden bestond dat [medeverdachte 11] naar aanleiding van dit gesprek naar Antwerpen zou gaan met één of meerdere horloges.

84. [medeverdachte 11] op 15 augustus 2012 geobserveerd.87 De observanten nemen waar dat [medeverdachte 11] in een Fiat Punto met kenteken [kenteken 6] om 14.13 uur wegrijdt van de parkeerplaats bij [adres 5]. Om 14.38 uur wordt [medeverdachte 11] gezien, komende vanuit een portiek aan het [adres 17], nrs. 171 t/m 229 te Den Haag. Hij draagt een bruine stoffen tas, stapt in de Fiat Punto en vertrekt. Op de Rijksweg A6 wordt het voertuig om 15.26 uur gecontroleerd door een surveillance politievoertuig.

85. In de auto van [medeverdachte 11] treft de politie in het dashboardkastje een zilverkleurige oorbel aan. Voor de bijrijdersstoel wordt een Louis Vuittontas, met daarin een witte stoffen zak, die na opening een groot aantal horloges blijkt te bevatten, gevonden. Verder treft men nog een rood H&M tasje met horloges en een doosje met daarin een goudkleurig hangertje met rode steen aan88. Er worden in totaal 20 horloges in de witte zak en 4 horloges in het H&M-tasje geteld.89

86. De onder [medeverdachte 11] inbeslaggenomen horloges worden getoond aan [slachtoffer 3]. Een aantal van die horloges (17) wordt door hem herkend als zijn eigendom, waaronder een Omega De Ville, Omega Constellion “my choice”, Patek Philippe Geneve, IWC, Cartier; Coum Automatic, een Jan Marel (gekregen van [naam 2]) en een Pierre Balmain (1000% zeker). Ook een oorring wordt door [slachtoffer 3] als zijn eigendom herkend.90

87. De witte stoffen zak waarin de horloges zijn aangetroffen is bemonsterd en voor onderzoek naar het NFI verstuurd. Uit het DNA-onderzoek is gebleken dat daar zowel DNA-materiaal dat overeenkomt met [medeverdachte 11] als DNA-materiaal dat overeenkomt met aangeefster [slachtoffer 4] op wordt aangetroffen91. [slachtoffer 4] is voorts geconfronteerd met de witte stoffen zak en zij heeft deze als een haar toebehorende kussensloop herkend92.

88. Na de controle op de A16 heeft [medeverdachte 11] omstreeks 15.55 uur zijn reis vervolgd.93 Door het observatieteam wordt waargenomen dat [medeverdachte 11] naar Antwerpen rijdt, een juwelierszaak, genaamd “Rezotal” bezoekt, waarbij gekeken wordt naar een horloge.94

89. Enkele minuten later, om 16.04 uur, stuurt [medeverdachte 11] (gebruikmakend van het nummer, eindigend op …[telefoonnummer 10]95) een sms-bericht naar de gebruiker van het Marokkaanse nummer, eindigend op …[telefoonnummer 11]. Dit bericht luidt:

“Nood bro, niks opmaken whollah alles is zbet”

90. [medeverdachte 11] ontvangt op 15 augustus 2012 om 13.49 uur een sms, verzonden door de gebruiker van een Marokkaans nummer, eindigend op ..[telefoonnummer 11] met de tekst:

“mijn nr [naam 3]”96

91. Deze naam, “[naam 3]”, komt overeen met de pingnaam “[pingnaam 1]”, die door verdachte wordt gebruikt97. Voorts hebben twee verbalisanten, betrokken bij dit onderzoek, de stem van de gebruiker van dit nummer vergeleken met een eerder tapgesprek, waarin het nummer, eindigend op ..[telefoonnummer 12] wordt gebruikt en waarvan verdachte erkent dat hij op dat moment de gebruiker is van dat nummer98. De verbalisanten komen tot een herkenning van verdachte als de gebruiker van het nummer, eindigend op …[telefoonnummer 11]99. Tenslotte is onderzoek gedaan naar de historische gegevens van het nummer, eindigend op …[telefoonnummer 11]. In de periode van 15 augustus 2012 tot 18 augustus 2012 worden gesprekken gevoerd met [betrokkene 5], [betrokkene 10], [betrokkene 11], [betrokkene 12], [betrokkene 13] en de moeder van [verdachte].100

92. Het contact tussen [medeverdachte 11] en de gebruiker van het nummer eindigend op … [telefoonnummer 11] krijgt een vervolg in een gesprek om 16.08 uur101:

(R = … [telefoonnummer 11]; A = ([medeverdachte 11]) [medeverdachte 11])

R: zeg

A: Praat dadelijk, kan niet dit. Kan echt niet vandaag

R: wat is er?

A: ik bel je dadelijk ja

R: puinhoop (chaos)?

A: ja man kanker kanker puinhoop ik zweer het

R: wie?

A: insecten (politie)

R: Zweer?

A: Ik zweer.

93. Na dit gesprek volgt een hele serie sms-berichten tussen [medeverdachte 11] en verdachte, waarin onder meer het volgende wordt uitgewisseld102:

  • -

    16.12 uur (R sms A): is er een probleem

  • -

    16.14 uur (A sms R): wat een kanke probleem

  • -

    19.12 uur (R sms A): ruzie

(samenvatting: A is laks, heeft niet gedaan wat R heeft gezegd; over en weer schelden)

  • -

    19.46 uur (R sms A): “alles was oke ook als ik trug zou gaan ook lekker rustig sarf op kekening niemand belles steeds ma jij echt bedacht dat je moeite nam te luisteren en goed te luisteren bedankt”

  • -

    19.50 uur (R sms A) : “… als je mij had geluister niks gebeurd steeds dag later en niet je rent sbut ofzo ma doet laks later laat”

De volgende dag wordt de ruzie voortgezet:

- 16.09 (R sms A): “judas”

- 19.38 uur (R sms A): “Poep nog meer op saaf gaat om kanker onderschatten oren kapot jij begrijp niet luister niet en eindstand dan draai je het om niet jou fout ma kk ezel zeker jou fout onthou dat”

OVC 16 augustus 2012 103

94. [medeverdachte 11] (bijnaam [medeverdachte 11]) en nn-vrouw spreken in de woning aan de [adres 5] over de aanhouding van [medeverdachte 11] en de horloges:

[medeverdachte 11] zegt dat ze allemaal gestolen zijn. De horloges? Volgens mij was het niet zo super veel, maar hun gaan kijken naar de kanker nieuwwaarde, begrijp je. [medeverdachte 11] heeft het over vastzitten. Gesprek gaat over vastzitten, Scheveningen.

NN-vrouw: hij keert toch een miljoen uit?

[medeverdachte 11]: nee drie ton. Miljoen was voor alle buit terug incl de daders veroordeeld met zijn tweeën. Dan kan die blijven dromen, ik ga sowieso niks verklaren.

NN-vrouw: maar [verdachte] heeft wel een paar miljoen, want [verdachte] had gezegd 10 miljoen ofzo

[medeverdachte 11]: ook niet, nee, .. ja dat dacht ik ook

NN-vrouw: al die horloges was al… weet ik veel

[medeverdachte 11]: ja, was kanker (ntv) vertrek drie ton cash, het is meer die horloges gevonden horloges ter waarde van… na onderzoek gebleken ter waarde van zo en zo duizenden euro’s… oohhh, dat het weet je.

95. [medeverdachte 11] heeft hieromtrent ter terechtzitting in zijn eigen strafzaak verklaard: “Als u mij een OVC-gesprek van 16 augustus 2012 tussen [medeverdachte 11] en een NN-vrouw voorhoudt, zeg ik u dat dit gesprek inderdaad waarschijnlijk over de overval op [slachtoffer 3] gaat.”104

96. Verdachte heeft geen legale inkomstenbron.105

Nadere bewijsoverwegingen en conclusies

97. De rechtbank zal de feiten en omstandigheden, zoals die hierboven zijn weergegeven, bespreken en daarbij, waar dit aangewezen is, ook de standpunten van de officier van justitie en de verdediging bespreken.

98. In deze zaak staat vast dat in de nacht van 22 maart 2012 een overval heeft plaatsgevonden in de woning van de heer [slachtoffer 3] en mevrouw [slachtoffer 4], gelegen aan [adres 2] te Rijswijk. Bij die overval is (onder meer) een grote hoeveelheid horloges en een aanzienlijk bedrag aan contant geld buitgemaakt. De rechtbank neemt daarbij de verklaringen, zoals die zijn gedaan door de bewoners direct ná de overval, alsmede het onderzoek van de politie ter plaatse, tot uitgangspunt. Er is geen rechtstreeks bewijs voorhanden dat leidt tot vaststelling van de identiteit van één of meer daders van deze overval. Noch uit sporenonderzoek, noch uit getuigenverklaringen kan rechtstreeks worden afgeleid welke personen voor het plegen van deze overval verantwoordelijk kunnen worden gehouden.

99. De rechtbank ziet zich aldus geplaatst voor de vraag of uit de bewijsmiddelen, zoals die zijn gepresenteerd door de officier van justitie, niettemin kan worden afgeleid dat het verdachte is geweest die bij deze overval is betrokken geweest en zo ja, waaruit die betrokkenheid heeft bestaan.

100. De rechtbank dient allereerst de vraag te beantwoorden of uit de gang van zaken rond de inbeslagneming van de horloges bij [medeverdachte 11] op 15 augustus 2012, waarvan vaststaat die die horloges deels behoren tot de buit van de overval op [slachtoffer 3], blijkt dat verdachte is aan te merken als direct betrokkene en belanghebbende bij die horloges.

Wie is de gebruiker van het telefoonnummer, eindigend op …[telefoonnummer 11]?

101. Daarbij is van belang of kan worden vastgesteld dat verdachte op 15 augustus 2012, de gebruiker was van het Marokkaanse telefoonnummer, eindigend op … [telefoonnummer 11]. In het dossier bevindt zich een proces-verbaal van stemherkenning, waarin door twee verbalisanten wordt verklaard dat zij de stem van verdachte herkennen.

102. Bij het gebruik van een zogenaamde stemherkenning dient terughoudendheid te worden betracht. Dat gaat naar het oordeel van de rechtbank evenwel niet zo ver dat daaraan geen (enkele) bewijskracht toekomt als die stemherkenning niet op wetenschappelijke wijze door bijvoorbeeld het NFI, is geschied. Wel dient de stemherkenning te steunen op andere bewijsmiddelen.

103. In deze zaak vindt de stemherkenning steun in de historische gegevens over de periode op en direct ná 15 augustus 2012. Daaruit is gebleken dat met dit nummer vrijwel uitsluitend contact is gelegd met personen uit de directe omgeving van verdachte. De stelling van verdachte, dat ook anderen in die (korte) periode, vanuit Marokko, contact zouden kunnen hebben gehad met zowel zijn moeder, zijn beide broers als zijn vriendin [betrokkene 5], is zonder nadere toelichting, welke door verdachte niet is gegeven, niet geloofwaardig te achten.

104. Voorts is gebleken dat de door verdachte gebruikte pingnaam “[naam 3]” grote overeenkomsten vertoont met de door de gebruiker van het nummer eindigend op …[telefoonnummer 11] gebruikte naam “[naam 3]”.

105. Tenslotte is deze stemherkenning opgenomen in een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal, waaruit blijkt dat de stem uit het tapgesprek van 15 augustus 2012 is vergeleken met een eerder tapgesprek dat als referentiemateriaal kon dienen. De twee verbalisanten hebben bovendien verklaard al langer ervaring te hebben met het uitluisteren van tapgesprekken waarop de stem van verdachte te horen is.

106. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de stemherkenning betrouwbaar is te achten en verbindt zij daaraan, in combinatie met de overige omstandigheden rond het gebruik van dit nummer, de conclusie dat het verdachte is geweest die op 15 augustus 2012 de gebruiker was van het nummer, eindigend op …[telefoonnummer 11].

107. Hieruit volgt dat het verdachte is die, enkele minuten nadat [medeverdachte 11] is aangehouden en de horloges in beslag worden genomen, door [medeverdachte 11] wordt gewaarschuwd met een sms-berichtje dat hij niks moet opmaken, omdat alles weg (zbet) is. Kort daarna is het verdachte die door [medeverdachte 11] als eerste wordt gebeld.

108. Onder [medeverdachte 11] is die dag een (deel van de) horloges die bij de overval op [slachtoffer 3] zijn gestolen inbeslaggenomen. [medeverdachte 11] was met die horloges op weg naar Antwerpen. [medeverdachte 11] was zich van de herkomst van de horloges en de mogelijke consequenties van de inbeslagname bewust en heeft daarover op 16 augustus 2012 in de woning aan de [adres 5] een gesprek met een nn-vrouw, in welk gesprek ook verdachte als direct betrokkene bij de buit van de overval op [slachtoffer 3] wordt genoemd.

109. De informatie die door [medeverdachte 11] is het telefoongesprek aan verdachte wordt gegeven beperkt zich tot “ja, man kanker kanker puinhoop ik zweer het” en “insecten”. Wat daarmee wordt bedoeld is evenwel kennelijk duidelijk voor verdachte. Het is immers verdachte die, direct daaropvolgend, gedurende 15 en 16 augustus 2012 een lange reeks van sms-berichten wisselt met [medeverdachte 11] waaruit (tenminste) kan worden geconcludeerd dat verdachte boos is op [medeverdachte 11] en het hem zeer kwalijk neemt dat hij lui is geweest en niet goed heeft geluisterd naar verdachte.

110. Verdachte heeft over deze tap en de daaropvolgende sms-berichten geen verklaring afgelegd. De inhoud van deze sms- en telefooncontacten, in samenhang met het moment waarop deze contacten plaatsvinden, leiden de rechtbank tot de conclusie dat het niet anders kan dan dat verdachte een rechtstreeks belang had bij de onder [medeverdachte 11] inbeslaggenomen horloges, en daarbij ten opzichte van [medeverdachte 11] een leidende rol vervult.

Vertrek naar Marokko

111. Verdachte heeft op 26 maart 2012 een afspraak bij restaurant McDonalds te Delft met [medeverdachte 10]. Op camerabeelden wordt gezien dat de aandacht van [medeverdachte 10] wordt getrokken door een horloge, dat door verdachte uit zijn broekzak wordt gehaald. Verdachte leent de auto van [medeverdachte 10] een BMW X5. In dat restaurant treft hij nog anderen, waaronder [medeverdachte 1]. In een telefoongesprek, kort daarna, spreekt [medeverdachte 1] over “[verdachte]”, die weg zou gaan en “horloge, papieren en geld liet brengen”.

112. Op 27 maart 2012 beschikt verdachte over de BMW X5. Hij is degene die de auto heeft geleend van [medeverdachte 10]. Tot 28 maart 2012, 00.09 uur wordt verdachte door het observatieteam in of bij de BMW X5 gezien. Om 01.09 uur worden drie personen gezien, komende uit het portiek waar ook verdachte woont, waarvan twee met zwarte kleding. Geen van de personen wordt door het observatieteam herkend. Ze stappen in de BMW X5, die vervolgens diverse malen in de buurt van een Volkswagen Golf rijdt. Gezien wordt voorts dat twee personen uit de BMW X5 stappen, die vervolgens in de Volkswagen Golf stappen. Even later, om 01.52 uur, staat de Volkswagen Golf in brand. Het blijkt een gestolen auto en de kentekenplaten (die er enkele momenten eerder nog op zaten) zijn er af gehaald. Ook die kentekenplaten blijken te zijn gestolen.

113. Deze feiten en omstandigheden acht de rechtbank, gelet op al hetgeen hierboven is overwogen, in samenhang met de omstandigheid dat bij de overval op [slachtoffer 3] een Volkswagen Golf is gebruikt, als zodanig belastend dat van verdachte kan worden gevergd dat hij daarvoor een aannemelijke verklaring geeft. Deze specifieke combinatie van feiten en omstandigheden kan immers niet anders worden gezien dan als een verhullende handeling, die beoogt te voorkomen dat kan worden vastgesteld dát met deze auto iets is geschied dat het daglicht niet kan verdragen óf dat daarin sporen worden aangetroffen.

114. Verdachte heeft ter terechtzitting, desgevraagd, ontkend dat hij op dat moment in de BMW X5 zat. Hij is op een later tijdstip die nacht, met gebruikmaking van een andere auto, naar een ontmoetingspunt ergens langs de snelweg gebracht. Op de vragen waarom dit zo is gegaan, met behulp van wie en met welke auto heeft verdachte geen antwoord gegeven. Ook heeft verdachte niet willen verklaren aan wie hij de auto, die hij had geleend van [medeverdachte 10], die nacht tussen 01.09 en 01.52 uur, ter beschikking heeft gesteld.

De rechtbank acht deze verklaring volstrekt onaannemelijk. De verklaring vindt geen enkele steun in de overige bewijsmiddelen en verdachte biedt geen enkel aanknopingspunt ter verificatie van deze verklaring. Aan het ontbreken van een aannemelijke verklaring verbindt de rechtbank de conclusie dat het, gelet op hetgeen hierboven reeds is overwogen, niet anders kan dan dat verdachte betrokken is geweest bij het in brand steken van de Volkswagen Golf op 28 maart 2012, zulks met het doel te voorkomen dat deze auto, zijnde een auto van dezelfde kleur, merk en type als de auto waarmee de overval op [slachtoffer 3] is gepleegd, zou kunnen worden onderzocht.

Het geld

115. Verdachte heeft in de periode direct na de overval, zowel in Nederland als in Marokko, de beschikking gehad over grote geldbedragen. Binnen enkele dagen na de overval regelt hij zijn reis naar Marokko en geeft hij zijn zuster opdracht om, als verdachte iemand stuurt, direct tickets te regelen. Geld is daarbij geen probleem, zijn zuster mag “halen als het nodig is”. Ze moet daarbij wel haar telefoon uitdoen. Gebleken is dat zijn zuster (en overigens ook zijn vriendin [betrokkene 5]), om geld te halen naar “[restaurant]”, het restaurant van [betrokkene 2] ([betrokkene 2]), gaat.

116. In Marokko verblijft verdachte in hotels, nodigt meisjes uit (en betaalt voor hen ook de kosten), begeeft zich in het uitgaansleven en koopt (dure) cadeautjes voor vrienden en vriendinnen. Over de herkomst van dit geld heeft [getuige 5] verklaard dat verdachte hem heeft verteld dat hij een groot contant geldbedrag had meegenomen naar Marokko in de BMW X5. Verdachte heeft [getuige 5] daarvan een foto gestuurd, met daarop de Euro-bankbiljetten in de BMW X5. Opvallend detail daarbij is dat, naar de officier van justitie aan de hand van ter terechtzitting overgelegde documenten heeft aangetoond en wat ook niet door verdachte is bestreden, het interieur van de auto op de foto grote overeenkomsten vertoont met het interieur van een BMW X5 van dat type en dat bouwjaar. Op de foto is voorts waarneembaar dat het Eurobiljetten betreft, terwijl de uitbetaling van het door of via [medeverdachte 11] toegestuurde geld heeft plaatsgevonden in Marokkaanse Dirham.

117. De verklaring van getuige [getuige 5] betreft een niet ter terechtzitting afgelegde, de verdachte belastende verklaring. Het gebruik als bewijsmiddel van een dergelijke verklaring is, ook als de verdachte niet in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad de persoon die de verklaring heeft afgelegd als getuige te ondervragen, niet ongeoorloofd indien die verklaring in belangrijke mate steun vindt in andere bewijsmiddelen. Daarvoor is voldoende dat de betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde feit wordt bevestigd door ander bewijsmateriaal dat betrekking heeft op die onderdelen van de hem belastende verklaring die de verdachte betwist.

118. Dit onderdeel van de verklaring van [getuige 5] vindt naar het oordeel van de rechtbank onder meer steun in andere bewijsmiddelen (hierboven genoemd onder 69 en 70) waaruit blijkt dat verdachte, ook vóórdat sprake is van door of via [medeverdachte 11] overgemaakte bedragen, veel geld uitgeeft aan het inviteren van meisjes, hotels en het uitgaansleven. Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding deze verklaring van het bewijs uit te sluiten.

119. Verdachte komt ook aan geld omdat het wordt meegebracht vanuit Nederland door meisjes, waaronder [betrokkene 5]. Anders dan verdachte hecht de rechtbank betekenis aan de inhoud van het telefoongesprek [getuige 4] en [betrokkene 9] op 23 november 2012. Niet valt in te zien waarom [getuige 4] hier uit rancune zou hebben gesproken. Verdachte heeft immers zelf ter terechtzitting verklaard dat het is voorgekomen dat meisjes voor hem geld hebben meegenomen. [getuige 4] stopte het geld, twintig doezoe (de rechtbank begrijpt: twintig duizend), in haar BH en haar onderbroek, waaruit blijkt dat zij zich kennelijk bewust was van het feit dat het vervoeren van grote hoeveelheden contant geld verhuld diende te worden.

120. Door of via [medeverdachte 11] worden voorts aanzienlijke bedragen naar Marokko verstuurd. Dat daarbij een wel heel ingewikkelde methode werd gebruikt, had volgens verdachte te maken met een, aan het overmaken van geld naar Marokko, gestelde limiet. Ook indien dit juist zou zijn, vormt dit naar het oordeel van de rechtbank geen verklaring voor de wijze waarop, bijvoorbeeld op 4 juni 2012, over zo’n betaling in verhullend taalgebruik wordt gecommuniceerd en met onbekende mensen, met gebruikmaking van codewoorden, wordt afgesproken. Daaruit kan niet anders worden geconcludeerd dan dat het de bedoeling is geweest van verdachte en [medeverdachte 11] om te verhullen dat een geldbedrag naar verdachte werd overgemaakt.

121. De rechtbank is voorts van oordeel dat uit tapgesprekken, bakengegevens en observaties blijkt dat verdachte in die periode aan [medeverdachte 11], telefonisch of per sms-bericht, opdrachten geeft, die [medeverdachte 11] vervolgens ook uitvoert. Zo dient [medeverdachte 11] iets te halen, mensen te bellen en iets te brengen en daarbij al dan niet codes door te geven. [medeverdachte 11] krijgt van verdachte een vergoeding als hij het regelt. De rechtbank stelt daarbij vast dat het verdachte is die in deze contacten het initiatief neemt, opdrachten verstrekt en [medeverdachte 11] van informatie voorziet.

122. Aan de wijze waarop deze communicatie verloopt, waarbij het in de onderlinge verhouding tussen verdachte en [medeverdachte 11] zonder uitzondering verdachte is, die bepaalt wanneer, hoeveel en op welke wijze betalingen dienen te worden verricht, verbindt de rechtbank de conclusie dat het verdachte is - en niet: [medeverdachte 11] – die zich presenteert als degene aan wie de beschikkingsmacht over deze geldbedragen toekomt.

123. Enkele uren vóór het vertrek van verdachte naar Marokko, in de avond van 27 maart 2012, om 21.33 uur, wordt waargenomen dat verdachte, op dat moment in gezelschap van [betrokkene 2] ([betrokkene 2]) iets uit de auto (de BMW X5) pakt en daarmee, samen met [betrokkene 2] restaurant “[restaurant]” binnengaat. Zijn zuster [betrokkene 3], zijn vriendin [betrokkene 5] halen op 11 april 2012 geld bij [betrokkene 2]. Aannemelijk is dat ook [medeverdachte 11] op 4 juni 2012 geld of goederen bij [betrokkene 2] ophaalt. [medeverdachte 11] wordt voorts op 5 juni 2012 gezien bij [restaurant], één dag voordat hij naar Antwerpen rijdt en aldaar in de Vestingstraat wordt gezien. Verdachte is met deze feiten geconfronteerd en heeft zich te dien aanzien beroepen op zijn zwijgrecht. Dat betekent dat de rechtbank zelfstandig dient te beoordelen welke betekenis aan deze feiten toekomt. De rechtbank is van oordeel dat het, bij gebreke aan enige verklaring die in een andere richting duidt, niet anders kan dan dat verdachte bij [betrokkene 2] op 27 maart 2012 iets van (zeer) grote waarde heeft achtergelaten, nu alleen een dusdanige uitleg verklaart waarom [betrokkene 2] gehouden zou zijn om aan de zuster, de vriendin of een vriend van verdachte geld of spullen af te geven.

124. Vaststaat dat verdachte geen legale inkomsten heeft gehad in de periode voorafgaand aan zijn vertrek naar Marokko op 28 maart 2012. Voor zover verdachte heeft willen betogen dat hij (al dan niet aanzienlijke) inkomsten uit “de verdenking in zaaksdossier Gruis” heeft genoten, is daarvan – althans uit dat zaaksdossier – niet gebleken. Integendeel, op 20 maart 2012 is de deal rond het hennepgruis, om welke het in dat dossier (onder meer) draait, uiteengevallen en is verdachte – met gruis, maar zonder inkomsten – achtergebleven. Nu verdachte daartegenover enkel heeft verwezen naar “de verdenking in zaaksdossier Gruis”, zonder dit nader toe te lichten, is de rechtbank van oordeel dat niet aannemelijk kan worden geacht dat verdachte met hennephandel grote bedragen heeft verdiend.

125. Verdachte heeft, ruim twee jaar na zijn arrestatie, eerst ter zitting een verklaring gegeven de omstandigheid dat hij in Marokko gelden ter beschikking heeft gehad. Hij heeft allereerst gesteld dat hij een bedrag heeft geleend. Nu verdachte deze verklaring op geen enkele wijze heeft willen concretiseren, is deze verklaring aannemelijk noch controleerbaar en gaat de rechtbank aan deze mogelijkheid voorbij. Bovendien heeft verdachte verklaard de lening weer terugbetaald te hebben. Indien verdachte daadwerkelijk een geldbedrag geleend zou hebben, hetgeen niet aannemelijk geworden is, dan blijft nog altijd onverklaard met welk geld verdachte deze lening vervolgens heeft afgelost.

Voor zover de verdediging, onder verwijzing naar een tapgesprek d.d. 11 januari 2012 tussen verdachte en [betrokkene 2] ([betrokkene 2]) aan wenst te tonen dat aangenomen mag worden dat verdachte “wel vaker” geld leent van [betrokkene 2] overweegt de rechtbank dat geen steun vindt in enig ander bewijsmiddel. In het bijzonder vindt die stelling geen steun in de verklaring van [betrokkene 2] die zich, in antwoord op een concrete vraag over deze tap, heeft beroepen op zijn zwijgrecht. De rechtbank stelt overigens vast dat de verdediging, ter eventuele onderbouwing van die stelling, kennelijk ook geen aanleiding heeft gezien getuige [betrokkene 2] te (doen) horen bij de rechter-commissaris.

126. Verdachte heeft voorts aangevoerd dat hij geld heeft verdiend door in Marokko met geld “te strooien”. Verdachte zou, met het oog op de komst van een rijke man, van de eigenaar van een nachtclub een grote hoeveelheid geld hebben gekregen, welk geld hij letterlijk zou uitstrooien in de nachtclub. De rechtbank begrijpt het aldus, dat deze handelswijze de ander (de rijke man) er toe moest brengen om op zijn beurt ook geld te gaan strooien. Het door die man gestrooide geld is verdeeld tussen verdachte en de nachtclubeigenaar, aldus verdachte. Nog daargelaten de omstandigheid dat verdachte deze stelling niet van controleerbare of verifieerbare gegevens heeft willen voorzien, hecht de rechtbank aan deze verklaring van verdachte geen geloof. De rechtbank kwalificeert ook de verklaring van verdachte, houdende dat hij het op deze wijze verdiende geld door, verder onbekend gebleven, personen naar Nederland heeft laten vervoeren, teneinde het vervolgens weer door (bijvoorbeeld) [medeverdachte 11] aan hem te (laten) toekomen als sturen, als een hoogst onwaarschijnlijke mogelijkheid en hecht daaraan geen betekenis in voor verdachte ontlastende zin.

127. Verdachte heeft aldus, naar het oordeel van de rechtbank, geen enkele aannemelijke verklaring kunnen geven voor het feit dat hij, in de periode direct ná de overval op [slachtoffer 3], en vanaf dat moment voortdurend tot het moment van de inbeslagname van horloges bij [medeverdachte 11], over grote (deels contante) geldbedragen kon beschikken.

128. De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat verdachte, zeer kort na de overval op [slachtoffer 3], naar Marokko is vertrokken, waarbij hij in de uren daaraan voorafgaand achtereenvolgens iets van grote waarde heeft afgegeven aan [betrokkene 2] en voorts betrokken is geweest bij het in de brand steken van een auto van hetzelfde merk en type als de auto waarmee de overval op [slachtoffer 3] is gepleegd. Vervolgens blijkt verdachte [medeverdachte 11] aan te sturen bij het te gelde maken van horloges die bij de overval zijn weggenomen. Tenslotte, en dat is naar het oordeel van de rechtbank van doorslaggevend belang, blijkt hij vanaf enkele dagen na de pleegdatum van de overval op [slachtoffer 3], zowel in Nederland als in Marokko, over een grote hoeveelheid geld te kunnen beschikken. Geld dat hem (onder andere) wordt toegestuurd door [medeverdachte 11], onder wie een deel van de buit van de overval op [slachtoffer 3] wordt aangetroffen. Verdachte, die niet beschikt over enige (legale) bron van inkomsten, heeft hiervoor geen enkele aannemelijke verklaring gegeven. De rechtbank stelt in dat verband vast dat het op zich mogelijk is goederen (zoals horloges) die door anderen zijn gestolen in bezit te krijgen maar dat dit niet aannemelijk is voor wat betreft (grote) geldbedragen die bij een dergelijke overval zijn buit gemaakt. Dat geld blijft gebruikelijk in handen van degenen die het hebben gestolen en wordt ook door hen uitgegeven.

129. Nu ook overigens noch uit het dossier, noch uit het verhandelde terechtzitting iets is gebleken dat in een andere richting wijst komt de rechtbank tot de slotsom dat het, gelet op al hetgeen hierboven is overwogen, niet anders kan dan het verdachte is die metterdaad, tezamen met een ander, op 22/23 maart 2012 te Rijswijk de overval op [slachtoffer 3] heeft gepleegd. De rechtbank zal de feiten die verdachte in verband met deze overval zijn ten laste gelegd, te weten diefstal met geweld, afpersing en wederrechtelijke vrijheidsberoving wettig en overtuigend bewezen verklaren.

Bewijsoverwegingen met betrekking tot Zaaksdossier [adres 3]

Inleiding

130. Op 5 november 2012 is een echtpaar in hun woning aan de [adres 3] in Honselersdijk overvallen. De overval heeft ongeveer vijf kwartier geduurd. Tijdens de overval zijn de man en de vrouw des huizes met tiewraps vastgebonden. De buit bestond uit een geldbedrag en aantal sieraden.

Het standpunt van de officier van justitie

131. De officier van justitie concludeert in de zaak [adres 3] tot een bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

132. De verdediging heeft in deze zaak algehele vrijspraak bepleit.

Het oordeel van de rechtbank

Aangifte en verhoor aangevers

133. Op 5 november 2012 omstreeks 23.30 uur heeft aangever [slachtoffer 5], verder ook te noemen aangever, zijn woning aan de [adres 3] in Honselersdijk verlaten om zijn paarden schillen en etensresten te voeren. Aangever heeft een vee- en vleeshandel. Nadat aangever de paarden gevoerd had en terugliep naar zijn woning kwamen er ineens drie donker geklede mannen op aangever af. Aangever is toen aan zijn nek naar achteren getrokken en werd door de mannen naar de grond gewerkt. Hierbij werd hij bij zijn keel geknepen en werd hem de mond gesnoerd. Bij de worsteling die toen ontstond heeft aangever een klap tegen zijn neus gehad en een bloedneus opgelopen. Degene die hem de mond snoerde droeg zwartkleurige, strakke handschoenen met een soort rubber reliëf. Nadat aangever tegen de grond was gewerkt is aangever met tiewraps geboeid door om iedere hand een tiewrap te doen en deze tiewraps vervolgens met een derde tiewrap aan elkaar vast te maken. Toen zei een van de mannen: “Je hebt een kluis, je hebt geld, meewerken” of woorden van gelijke strekking. Op dat moment werd ook een pistool op het hoofd van aangever gericht.

Een van de mannen heeft toen de binnendeur met een schroevendraaier opengemaakt en is vervolgens naar binnen gegaan. De andere twee mannen bleven bij aangever. De echtgenote van aangever, [slachtoffer 6], verder ook te noemen aangeefster, zat op dat moment op de bank in de woonkamer. Zij hoorde een mannenstem zeggen: “rustig blijven, meewerken, dan gebeurt je niks”, waarna een man de woonkamer binnenkwam. Deze man had een vrij vriendelijke stem met een Marokkaans accent en heeft aangeefster geboeid met zwarte tiewraps. Vervolgens is aangever met de twee andere mannen de woning ingegaan en op een stoel in de woonkamer gezet. Toen de aangever op zijn stoel zat, werden de tiewraps aan zijn eigen broekriem vastgebonden. Op dat moment kreeg aangever een vuurwapen tegen zijn voorhoofd gedrukt.

Vervolgens moest aangeefster de sleutel van de kluis halen. De man die aangeefster heeft vastgebonden is met haar meegelopen. Aangeefster heeft laten zien waar de sleutel lag. Zij zat toen op een stoel in de slaapkamer. Ook heeft zij verteld welke sieraden zij had. Vervolgens is aangeefster weer teruggebracht naar de woonkamer. Aangevers zijn daarna naar hun badkamer gebracht. Hier hebben aangevers ongeveer 5 tot 7 minuten gezeten. Aangever heeft toen zijn tiewraps losgemaakt waarna hij zijn zoon heeft gebeld. Deze zoon heeft vervolgens 112 gebeld. Omstreeks 00.53 uur doet de centrale meldkamer een melding van de overval in de woning aan de [adres 3].

De daders hebben de volgende goederen en/of geldbedragen meegenomen:

  • -

    oorbellen en een ring

  • -

    een kettinkje, hanger, oorbellen en een broche

  • -

    een armband

  • -

    een kettinkje met hanger plus een briljant

  • -

    een gouden armband

  • -

    de trouwring van aangever

  • -

    een gouden horloge

  • -

    een doublé horloge

  • -

    een kettinkje met drie briljantjes

  • -

    een schakelarmbandje

  • -

    de portefeuille van aangever met daarin ongeveer € 400,00

  • -

    de portefeuille van aangeefster met daarin een bedrag van 4.635,00 aan kasgeld

  • -

    een geldbedrag van € 18.000,00

Het beoordelingskader

134. De rechtbank dient te beoordelen of wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte een van de daders van de overval op de bewoners van de woning aan de [adres 3] is. Hiertoe overweegt de rechtbank, in navolging op hetgeen is aangevoerd door zowel de officier van justitie als de verdediging, dat het dossier geen direct bewijs van de betrokkenheid van verdachte bij de overval op de woning aan de [adres 3] bevat. Zo heeft het forensisch onderzoek geen belastende – maar ook geen ontlastende – resultaten voor verdachte opgeleverd. Verder zijn er aanwijzingen dat een Fiat Punto (met kenteken [kenteken 6]) en een Seat Leon (voorzien van gestolen kentekenplaten: eerst [kenteken 7] en later [kenteken 8]) gebruikt zijn voor (de voorbereidingen op) de overval. Deze auto’s noch de voorwerpen die in de Seat Leon zijn aangetroffen te weten schroevendraaiers, moker en vuurwapen kunnen echter rechtstreeks met verdachte in verband gebracht worden. De rechtbank zal derhalve dienen te beoordelen of het eventueel aanwezige indirecte bewijs, zoals gepresenteerd door de officier van justitie, dusdanig zwaar weegt dat de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. In dit verband zal de rechtbank een aantal beeld- en geluidsopnames die in de periode van 3 tot met 6 november 2012 in en buiten de woning aan de [adres 5] in Den Haag, waar verdachte in die periode verbleef, zijn gemaakt beoordelen.

OVC-gesprekken

Gesprek 3 november 2012 (00.26.35 uur)

135. Op 3 november 2012 vanaf 00.26.35 uur voeren verdachte en [medeverdachte 8] in de woning aan de [adres 5] in Den Haag een gesprek. Dit gesprek is opgenomen en door de politie als volgt geverbaliseerd:

[medeverdachte 8]: gun, gun, gun, heb je gun of niet?

[medeverdachte 8]: heb je gun of niet?

Verdachte: nee

[medeverdachte 8]: nou dan, [naam 4] heeft eentje.

Verdachte: wollah

[medeverdachte 8]: wollah

Verdachte: [ovb]

[medeverdachte 8]: ja nep.

[medeverdachte 8]: als je nou een keertje vroeg opstaat en je gaat die auto effe tanken enzo, weetje, jemag op zijn minst een keertje doen ofzo

Verdachte: ja jij heb sleutel toch

[medeverdachte 8]: ja

Verdachte: staat nog steeds hetzelfde plek”

136. Verdachte heeft aangevoerd dat [medeverdachte 8] in dit gesprek vraagt of verdachte een jammer heeft. De rechtbank heeft het gesprek ter terechtzitting beluisterd en daarbij waargenomen dat [medeverdachte 8] in ieder geval niet over een jammer spreekt, en dat het zeer goed mogelijk is dat [medeverdachte 8] vraagt of verdachte een gun heeft, te meer nu de ‘n’ goed hoorbaar is op de ter zitting afgespeelde bandopname. In raadkamer heeft de rechtbank de geluidsopname nogmaals beluisterd en waargenomen dat [medeverdachte 8] tot twee keer toe spreekt over een gun. De rechtbank is dan ook van oordeel dat bovenvermeld gesprek gaat over een (imitatie)vuurwapen. De rechtbank heeft op basis van de ter zitting afgespeelde opname niet kunnen waarnemen of [medeverdachte 8] “ja nep” dan wel “ja net” zegt. In raadkamer heeft de rechtbank de opname nogmaals afgespeeld en waargenomen dat [medeverdachte 8] “ja nep” zegt.

Gesprek 3 november 2012 (6.35.15 uur)

137. Verdachte en [medeverdachte 15] voeren op 3 november 2012 vanaf 6.35.15 uur het navolgende gesprek:

[medeverdachte 15]: [medeverdachte 11] heeft ze gepakt volgens mij

Verdachte: en daar gelegd

[medeverdachte 15]: jaaaaaa, kon jouw niet bereiken..

Verdachte: [ovb]106 in die kast

[medeverdachte 15]: nee als hij hier is dan [ovb] heeft die gezegd

Verdachte: geen een is eruit, geen een?

[medeverdachte 15] : ja ik heb voor mijzelf voor het geval dat.

Verdachte: ja nee [ovb] daarom, daarom

[medeverdachte 15]: nee?

Verdachte: nee nee want uug

[medeverdachte 15]: dat ie ze in de auto heeft

Verdachte: nee nee ze zijn genummerd daarom. Wij kunnen gewoon pakken wat we nodig hebben en dan gelijk weggooien. Nooit aanraken.

Verdachte: wist je niet [ovb]

[medeverdachte 15]: [ovb] dan moet ik nieuwe halen

Verdachte: ik weet niet wat je hebt gehouden

[medeverdachte 15]: ik heb drie gehouden

Verdachte: dan moet je die weggooien.

[medeverdachte 15]: kijken [ovb]

Verdachte: niet aanraken, niet aanraken

[medeverdachte 15]: nee... hoeveel zijn er. .een twee (verder te zacht om te verstaan)

Verdachte: waar heb je deze gehaald?

[medeverdachte 15]: Gamma, dan laat ik een meisje morgen”

Verdachte: slagers zijn gek he of niet

[medeverdachte 15]: he?

Verdachte: slagers zijn gek he, sterk he, eerlijk

[medeverdachte 15]: boeren zijn sterk

Verdachte: boeren zijn sterker dan slagers?

[medeverdachte 15]: slagers zijn uuuh

Verdachte: ga je nog eten hier zo?

[medeverdachte 15]: dat ie naar huis gaat en niet geslapen heeft.

Verdachte: [ovb] dat ie gaat wakker blijven

[medeverdachte 15]: [ovb]

Verdachte: of die zijn auto mag lenen, als [medeverdachte 15] gaat slapen.

[medeverdachte 15]: wat [verdachte] gaat ’s nachts rijden?

Verdachte: ik heb er twee nodig twee per persoon

[medeverdachte 15]: [ovb]

Verdachte: [ovb]

Verdachte: vier, twee mensen....

[medeverdachte 15]: hoeveel zijn het er?

Verdachte: drie mensen... .dat is genoeg

[medeverdachte 15]: maar hoeveel mensen zijn er?

Verdachte: [ovb] 3,4,5,6,7,8,9,10,11.12, 13,14,

Verdachte:

[medeverdachte 15]: acht..

[medeverdachte 15]: 15

[medeverdachte 15]: acht mensen

Verdachte: klaar hoeft niet te tellen fuck it

[medeverdachte 15]: ja als iets weg is.

Verdachte: Ja, lekker boeiend. .zegt nee [ovb] ah ja [ovb]

[medeverdachte 15]: ja

Verdachte: [ovb] later”

138. De officier van justitie heeft ter zitting een DVD afgespeeld waarop een compilatie van diverse OVC-gesprekken, tapgesprekken en beeldopnames is te zien en te horen. In de “ondertiteling” van deze compilatie is opgenomen dat verdachte zegt: ja nee tiewraps [onderstreping rb.] daarom, daarom”. De officier van justitie heeft de DVD met de compilatie aan het dossier laten toevoegen en in het bezit van de verdediging gesteld. In raadkamer heeft de rechtbank deze DVD andermaal afgespeeld en beluisterd en waargenomen dat op de opname in de compilatie te horen is dat verdachte spreekt over tiewraps en de ondertiteling in de compilatie correct is. De officier van justitie heeft ter zitting toegelicht dat in de compilatie, anders dan bij de opnames van de originele OVC-gesprekken die ter zitting zijn afgespeeld, het achtergrondgeluid deels eruit gefilterd is. Hierdoor is het mogelijk dat in de compilatie een nadere uitwerking gegeven is aan het onderdeel van het gesprek dat eerder nog als onverstaanbaar is geverbaliseerd.

Gesprek 5 november 2012 (00.28.29 uur)

139. Op 5 november 2012 vindt om 00:28:29 uur het navolgende gesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 11]:

Verdachte: Wat wil je doen dan?

[medeverdachte 11]: He?

Verdachte: [medeverdachte 3] je geweest naar die osso van die uuh slagerss..

[medeverdachte 11]: Waarheen?

Verdachte: Slager

[medeverdachte 11]: Ik heb hem hele dag niet gezien toch die gozer, volgens mij is ie hele dag dronken op bed.”

Verlaten woning (5 november 2012 22.42 – 22.45 uur)

140. Op 5 november 2012 wordt, naar op de OVC te horen is, om 22.42.21 uur aangebeld bij de woning. Op beelden van de camera’s die gericht zijn op de hoofdingang van het appartementencomplex is te zien dat de persoon die aanbelt donkere kleding draagt. Verdachte heeft niet willen verklaren wie deze persoon is. Direct nadat de bel te horen is, zegt verdachte: “neem even die uuuuuh tarbosh regelen”. Uit de combinatie van de beelden, waaruit kan worden afgeleid dat iemand aanbelt, en de geluidsopname waarop een belgeluid hoorbaar is, kan het niet anders dan dat verdachte via het intercomsysteem met de persoon die bij de hoofdingang van het appartementencomplex staat spreekt. De persoon die aangebeld heeft verlaat het portiek en verdwijnt vervolgens uit beeld.

Ter zitting zijn tevens beelden getoond van het vertrek van verdachte uit de woning aan de [adres 5] in Den Haag. Op een opname van een camera gericht op de voordeur van de woning van verdachte is te zien dat verdachte op 5 november 2012 om 22.45 uur de voordeur opent. Verdachte draagt donkere kleding en een trui/jas met een capuchon. Verdachte heeft geen pet of muts op zijn hoofd en draagt ook geen handschoenen. Verdachte sluit vervolgens de deur en verdwijnt links uit beeld. Verder zijn er ter zitting beelden getoond van een camera die gericht is op de voordeur van het appartementencomplex. Op deze opname is te zien dat om 22.45 uur rechts boven in beeld een schim verschijnt. Deze schim stopt bij de prullenbak die gemonteerd is aan de muur die haaks op de muur van het appartementencomplex staat. Vervolgens loopt de schim door waarna hij uit beeld verdwijnt.

Verdachte heeft ter zitting erkend dat hij degene is geweest die op voornoemde beelden te zien is. Hij heeft tevens verklaard dat hij, op het moment dat de schim stil staat bij prullenbak, een bos met sleutels van zijn woning op die prullenbak legt.

Terugkeer woning (6 november 2012, 10.30 – 10.36 uur)

141. Ter zitting is verder een tweetal opnames getoond van de aankomst van verdachte bij het appartement aan de [adres 5] in Den Haag op 6 november 2012. Op beelden van de camera, die gericht is op de hoofdingang van het appartementencomplex, is te zien dat een persoon om 10.32 uur bovenin beeld verschijnt, met versnelde pas loopt en kort stilstaat bij de eerder genoemde prullenbak. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij die persoon is en op dat moment zijn huissleutel pakt. Verdachte draagt een donkere broek, donkere schoenen en een donkere capuchontrui. Verdachte draagt de capuchon van deze trui over zijn hoofd, op zo’n manier dat zijn gezicht niet zichtbaar is op de beelden. Vervolgens komt een tweede man aangelopen. Deze man draagt een donkere broek, donkere schoenen en een donkere capuchontrui. Ook deze man draagt de capuchon over zijn hoofd en ook zijn gezicht is niet te zien op de camerabeelden. Verdachte heeft verklaard dat deze tweede persoon [medeverdachte 15] is. Verdachte maakt met een sleutel de deur van hoofdingang van het appartementencomplex open waarna hij en [medeverdachte 15] het appartementencomplex binnen gaan. Op de beelden van de camera gericht op de voordeur van het appartement van verdachte is te zien dat verdachte en [medeverdachte 15] linksonder in beeld verschijnen en vervolgens middenin uit beeld verdwijnen en enige tijd niet zichtbaar zijn. Verdachte en [medeverdachte 15] hebben geen capuchon meer over hun hoofd. Vervolgens verschijnt verdachte weer middenin beeld, waarna hij voordeur van zijn appartement opent en naar binnen gaat, waarna [medeverdachte 15] hem volgt.

Gesprekken in de woning (6 november 2012)

142. Direct na binnenkomst voeren verdachte en [medeverdachte 15] in de woning het volgende gesprek:

[medeverdachte 15]: hoeveel heb je gepakt?

Verdachte: overleven

[medeverdachte 15]: niet goed gepakt?

Verdachte: Nee

[medeverdachte 15]: Cash gewoon klein

Verdachte: Ja doezoe paar doezoe maar ik heb kankerrekening in Marokko

[medeverdachte 15]: Wie

Verdachte: Rekening... Kijk eens in die laadje rekening

Verdachte:. . .[ovb].. deurwaarder.

Vanaf 13.28.47 uur voeren verdachte en zijn moeder een aantal gesprekken:

“Verdachte: geen tv niks, is gek. Kijk deze heb ik betaald vandaag, deurwaarder.

Moeder: Heb brood voor je.

Verdachte: [medeverdachte 11] moet uitschrijven toch?

Moeder: Ja omdat ie moet uitschrijven [ovb].

Verdachte: Deze is voor papa ja?

Moeder: Voor papa deze?

Verdachte: Deze is voor jou?

Moeder: Ik betaal ziekenfonds voor je.

Verdachte: Ik moet eerst deze betalen, deurwaarder.

Moeder: Is goed.

Verdachte: Heb je ziekenfonds thuis?

Moeder: Ja, iedere maand krijg ik binnen dan wil ik.

Verdachte: Ja nee niet dan wil ik, ik wil gewoon rekening betalen.”

Verdachte gaat nog een rekening betalen die moeder gebracht had....

Moeder: “ als [betrokkene 3] haar straks komt ophalen, [verdachte] haar geld moet geven om te betalen.”

15:59:47

Verdachte: Ik heb boetes betaald he schat.

Moeder: Zegt [ovb] ziekenfonds van jou, 600

Verdachte: Die heb ik betaald 681 die heb ik betaald. Deurwaarder 681 (euro)

Moeder: Niet deurwaarder, je verzekering die van [ovb]

Verdachte: [naam 5] (fo) ook.

16:00:55

K haar telefoon gaat over.

R vraagt of ze boodschappen gaat doen, dan gaat ie haar geld geven.

K zegt dat ze iets wil maken... .en dat ze een deze dagen komt op de ramen en de deuren schoon te maken...

16:02:37

K zegt dat niemand meer wil lenen.

K zegt dat ze een keer wilde lenen van hem....

R: zegt dat ze niet zo moet praten, hij heeft een keer 50,60 duizend euro geleend nooit

teruggekregen.

K vraagt wie?

R zegt [naam 6]

K zegt niet [naam 6], [naam 7] vader, die zegt ik heb niet maar koopt wel huizen en gronden.

[verdachte] zegt dat K eten en drinken mee moet nemen en zegt: Hier”

[verdachte] zegt: Geef papa 50 euro.

[verdachte] zegt deurwaarde is betaald (…)

Beoordeling gesprekken en beelden

Gesprek 3 november 2012 (00.26.35 uur)

143. De rechtbank leidt uit het gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 8] af dat verdachte een (nep)vuurwapen zou regelen, maar dat nog niet heeft gedaan. Verder kan daaruit worden opgemaakt dat een zekere [naam 4] mogelijk de beschikking heeft over een (nep)vuurwapen.

Gesprek op 3 november 2012 (6.35.15 uur)

144. Het is een feit van algemene bekendheid dat bij woningovervallen tiewraps gebruikt worden voor het boeien van personen, zoals ook blijkt uit onderhavige zaak en de zaken waarvoor verdachte thans terecht staat. Verdachte en [medeverdachte 15] hebben duidelijk een gesprek over tiewraps. In dit gesprek vertelt verdachte aan [medeverdachte 15] dat nooit dezelfde tiewraps gebruikt mogen worden, dat deze genummerd zijn en dat deze ook niet mogen worden aangeraakt. Verder vraagt [medeverdachte 15] of nieuwe gehaald moeten worden en dat hij daarvoor “een meisje” naar de Gamma zal sturen. De rechtbank leidt hieruit af dat [medeverdachte 15] en verdachte niet willen dat de tiewraps tot hen herleidbaar zijn. Dat is verdacht en vraagt om een uitleg. Verdachte heeft de vragen van de rechtbank op dit punt echter niet willen beantwoorden, zodat de rechtbank slechts kan concluderen dat deze tiewraps bedoeld waren voor een clandestien doel, zoals het plegen van een woningoverval.

De rechtbank wil graag van verdachte aannemen dat hij een vriend heeft die in een slagerij werkt en dat de bijnaam van deze vriend Slager is. Dat verdachte, zoals door de verdediging aangevoerd, tijdens het gesprek met [medeverdachte 15] opeens aan deze vriend moest denken kan echter op geen enkele manier uit de context en inhoud van dat gesprek worden opgemaakt. Uit de omstandigheid dat [medeverdachte 15] inhoudelijk – en consistent – reageert op de vraag/opmerking van verdachte over slagers maakt de rechtbank op dat er geen sprake is van een associatie bij verdachte, maar dat het gesprek over “slagers” en “boeren” aansluit op het gesprek over de tiewraps.

145. Vervolgens spreken verdachte en [medeverdachte 15] over “twee per persoon”, over een aantal personen en wordt er door verdachte geteld. Verdachte heeft over dit deel van het gesprek verklaard dat dit met het dossier Gruis verband houdt. Uit het aan de rechtbank ter beschikking staande dossier omtrent verdachte, dat de periode van januari tot 17 november 2012 (de dag waarop verdachte werd aangehouden) beslaat, valt evenwel geen enkele aanwijzing te putten dat verdachte zich in november 2012 bezig hield met de handel in verdovende middelen. Aangezien verdachte daarover verder ook niets heeft aangevoerd, wordt deze uitleg als onaannemelijk terzijde geschoven.

146. Uit de omstandigheden dat verdachte en [medeverdachte 15] een verdacht gesprek over tiewraps voeren, spreken over een sterke slager en spreken over “twee per persoon”, rijst het vermoeden dat dit gesprek gaat over tiewraps die worden gebruikt voor het knevelen van een slager en mogelijk meer personen in diens gezelschap. Nu verdachte niets heeft willen verklaren over dit gesprek, zal de rechtbank dit vermoeden overnemen. Verder is op de bandopname te horen dat tijdens het gehele gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 15] een knisperend geluid te horen is. In combinatie met de gespreksinhoud maakt de rechtbank op dat verdachte en [medeverdachte 15] ten tijde van het gesprek een zak met tiewraps voor handen hebben en dat verdachte tiewraps aan het tellen is.

Gesprek 5 november 2012 (00.28.29 uur)

147. Wederom voert verdachte een gesprek over een slager, ditmaal over de osso (=het huis) van de slager. Dat verdachte spreekt over zijn vriend met de bijnaam Slager kan opnieuw op geen enkele manier worden opgemaakt uit de context van het gesprek. Wel volgt uit het gesprek dat [medeverdachte 11] bij het huis van de slager zou gaan kijken maar dat hij deze slager niet heeft gezien. Dat desbetreffende persoon dronken op bed ligt is een eigen interpretatie van [medeverdachte 11].

Gesprekken in onderlinge samenhang

148. Voornoemde gesprekken hebben, in onderlinge samenhang bezien, betrekking op een overval op de woning van een slager, waarbij het gesprek met [medeverdachte 11] op 5 november 2012 zeer goed past bij een voorverkenning ten behoeve van een dergelijke overval. Nu deze gesprekken de dagen voorafgaand aan de overval hebben plaats gevonden, de aangever een vee- en vleeshandel heeft en bij overval ook daadwerkelijk tiewraps en een (nep)vuurwapen gebruikt zijn, kan de rechtbank, bij gebreke aan een aannemelijke verklaring van verdachte, niet anders concluderen dan dat deze gesprekken betrekking hebben op de ten laste gelegde overval.

Muts

149. Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij zich op 4 november 2012 door twee meisjes heeft laten fotograferen met een zwarte bivakmuts, zwarte handschoenen en een bomberjack. Deze foto’s zijn op de telefoon van verdachte aangetroffen. Dat deze bivakmuts en handschoenen nog op 5 november 2012 omstreeks 17.45 uur zichtbaar in de woning lagen, blijkt uit het OVC-gesprek van 5 november 2012 vanaf 17.44.27 uur tussen [medeverdachte 11] en [medeverdachte 8]:

[medeverdachte 8]: Is die nog weg gegaan of zo?

[medeverdachte 11]: Ja.

[medeverdachte 8]: He?

[medeverdachte 11]: Ja. Ja.

[medeverdachte 8]: Wat heeft hij gedaan dan?

[medeverdachte 11]: Wou je hem bellen of niet?

[medeverdachte 8]: Ja, ik zie handschoenen en muts.

[medeverdachte 11]. . onv...

[medeverdachte 8]: He?

[medeverdachte 11]...[ovb]...

[medeverdachte 8]: [ovb].. waren jullie toch.

[medeverdachte 11]. . . onv..

[medeverdachte 8]: Met de chickies?

[medeverdachte 11]. . onv... Met de chickies. . . [ovb]..

[medeverdachte 8]: Meen je niet kanker sukkel. Heeft hij laten zien dat hij dat doet of zo.

[medeverdachte 11]:”.. .onv..voor hun

[medeverdachte 8]: hij verstopt voor iedereen zo, moet die niet denken ...[ovb]... zo doen mongool”

150. De rechtbank maakt uit dit gesprek op dat de handschoenen en bivakmuts waarmee verdachte zich die dag daarvoor heeft laten fotograferen op dat moment nog zichtbaar in de woning liggen. [medeverdachte 8] stoort zich hieraan omdat verdachte daarmee laat zien dat hij “dat” doet, terwijl hij zich normaal verstopt. De rechtbank leidt uit de inhoud en context van dit gesprek ook af dat anderen kennelijk niet mogen weten dat verdachte een bivakmuts en zwarte handschoenen heeft. Dit doet vermoeden dat verdachte deze kledingstukken voor clandestiene doeleinden gebruikt.

Tarbosh is als “muts” vertaald. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij met tarbosh een pet bedoelde. Nu de rechtbank geen reden heeft om te twijfelen aan de juistheid van de in het proces-verbaal opgenomen vertaling en bovendien uit de beeldopnames niet blijkt dat verdachte bij het verlaten van de woning een pet draagt of vasthoudt, gaat de rechtbank aan deze alternatieve verklaring van verdachte voorbij.

Reden afwezigheid

151. Uit de processen-verbaal van de uitgewerkte OVC-gesprekken volgt dat tussen 5 november 2012 22.45 uur en 6 november 2012, 10.32 uur geen geluiden en/of gesprekken zijn opgenomen in de woning aan de [adres 5] in Den Haag. Nu het dossier ook geen camerabeelden bevat waaruit blijkt dat verdachte in deze tijdspanne in de woning is geweest, en verdachte ook niet anders verklaard heeft, concludeert de rechtbank dat verdachte in de avond/nacht van 5 op 6 november 2012 niet thuis geweest is.

Verdachte heeft ter zitting voor zijn afwezigheid die avond/nacht verwezen naar (de verdenking in) het zaaksdossier Gruis. Zaaksdossier Gruis betreft de verdenking dat verdachte zich bezig houdt met de handel in hennep(gruis) respectievelijk verdovende middelen. De rechtbank acht het, zonder een verdere toelichting van de zijde van verdachte, welke ontbreekt, onaannemelijk dat verdachte zich die avond heeft bezig gehouden met de handel in verdovende middelen. Dit klemt te meer nu uit het zaaksdossier Gruis zou kunnen worden opgemaakt dat verdachte zich weliswaar in de periode februari en maart 2012 bezig hield met de handel in hennep, er is echter geen enkele aanwijzing in dat dossier of in een van de dossiers van de zaken waarvoor verdachte thans terecht staat, dat hij zich in de periode oktober/november 2012 bezig gehouden heeft met de handel in verdovende middelen.

Paar doezoe

152. Verdachte heeft ter zitting tevens verklaard dat [medeverdachte 15] hem die ochtend met de auto naar de [adres 5] heeft gebracht. Nadat [medeverdachte 15] zijn auto in de omgeving van het appartementencomplex had geparkeerd en [medeverdachte 15] en verdachte waren uitgestapt, zag verdachte naar eigen zeggen de niet-afgesloten auto van zijn neef [betrokkene 14] staan. In deze auto lag nog wat geld. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij dit geld bij wijze van grap uit [betrokkene 14] auto heeft meegenomen. Om te voorkomen dat [betrokkene 14] zag dat verdachte het appartementencomplex binnen ging, droeg verdachte – en [medeverdachte 15] – de capuchon van zijn trui over zijn hoofd. De vraag van [medeverdachte 15] in de woning hoeveel verdachte gepakt heeft, zou volgens verdachte betrekking hebben op het wegnemen van het geld uit [betrokkene 14] auto.

153. Nog daargelaten dat verdachte eerst ter zitting met deze verklaring is gekomen na op dit punt jaren te hebben gezwegen, acht de rechtbank deze uitleg niet geloofwaardig, al was het maar dat de rechtbank aanneemt dat verdachte niet echt van plan was zijn eigen neef te beroven. Ter zitting heeft de rechtbank waargenomen dat verdachte de vraag van [medeverdachte 15] beantwoordt met: “overleven”. De rechtbank heeft ter terechtzitting niet kunnen waarnemen of [medeverdachte 15] vervolgens vraagt: “Niet/iets/niet goed gepakt?”. Echter uit de context dat verdachte deze vraag met “nee” beantwoordt en [medeverdachte 15] vervolgens vraagt “Cash gewoon klein?” maakt de rechtbank op dat verdachte een klein geldbedrag “gepakt” heeft. Dit relatief kleine geldbedrag bedroeg echter een “paar doezoe”. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat met “doezoe”, “duizend” bedoeld wordt.

154. Verdachte heeft verklaard dat de opmerking “een paar doezoe” over nog door verdachte te betalen rekeningen gaat. Deze uitleg sluit echter niet aan bij de inhoud en het verloop van het gesprek. Het antwoord van verdachte “een paar doezoe” is immers een reactie op de opmerking van [medeverdachte 15] over “Cash, gewoon klein”. Dit betekent ook dat het eerste deel van het gesprek tussen [medeverdachte 15] en verdachte gaat over een geldbedrag van een paar duizend euro dat verdachte voorafgaand aan dat gesprek heeft “gepakt”. Nu verdachte naar eigen zeggen wat kleingeld uit [betrokkene 14] auto heeft weggenomen, en zeker niet een paar duizend euro, kan deze opmerking, wat hier verder ook van zij, geen betrekking hebben op het wegnemen van dat geldbedrag.

Betalen rekeningen

155. De rechtbank maakt uit de gesprekken die verdachte op 6 november 2012 met zijn moeder heeft gevoerd op dat verdachte die dag de beschikking had over geld. Met dit geld heeft hij een aantal rekeningen betaald. Uit de omstandigheid dat ook een deurwaarder betaald is, maakt de rechtbank op dat in de daaraan voorafgaande periode een aantal rekeningen onbetaald gelaten is, hetgeen erop kan duiden dat verdachte in die periode niet over geld beschikte. Verdachte heeft geen aannemelijke verklaring gegeven waarom hij juist op 6 november 2012 over een geldsom van een paar duizend euro beschikte, te meer nu niet gebleken is dat verdachte voorafgaand november 2012 een (legaal) inkomen had. De enkele, niet nader onderbouwde, verwijzing van verdachte ter terechtzitting naar (de verdenking in) het zaaksdossier Gruis voor de herkomst van dit geld, is onvoldoende, te meer nu de rechtbank, zonder nadere onderbouwing van verdachte, het niet aannemelijk acht dat verdachte zich in november 2012 bezig hield met de hand in verdovende middelen.

Verdachte verhult zich voor camera’s

156. Verder laat de rechtbank meewegen dat verdachte het appartementencomplex niet via de hoofdingang verlaten heeft, maar, vanaf de voorzijde gezien, via de meest linker deur.

Bovendien stelt de rechtbank vast dat verdachte op 6 november 2012 omstreeks 10.32 uur een capuchon over zijn hoofd getrokken heeft zodat zijn gezicht niet zichtbaar is op de camerabeelden. De rechtbank is van oordeel dat verdachte voor deze wijze van vertrek en aankomst heeft gekozen om ongezien het appartementencomplex te verlaten en binnen te gaan. Dat bij verdachte het vermoeden aanwezig was dat hij en/of zijn medeverdachten eventueel afgeluisterd en/of geobserveerd zouden kunnen worden, blijkt onder meer uit een gesprek van 22 oktober 2012 tussen verdachte en [medeverdachte 15] over de aanwezigheid van afluisterapparatuur in de auto van [medeverdachte 11]. Bovendien was er een vaste beveiligingscamera gericht op de voordeur van het appartementencomplex.

157. De rechtbank hecht weinig geloof aan de verklaring van verdachte dat hij onzichtbaar moest blijven voor zijn neef [betrokkene 14]. Immers, indien het wegnemen van het geld als grap bedoeld was, en aangenomen dat verdachte niet daadwerkelijk de bedoeling had het geld van zijn neef te stelen, begrijpt de rechtbank de noodzaak van de verhulling niet.

158. De rechtbank kan zich dan ook niet aan de indruk onttrekken dat verdachte op 5/6 november 2012 voor deze route en handelwijze gekozen heeft om zowel bij vertrek als bij aankomst buiten het zicht van (eventueel aanwezige) camera’s te blijven. Dit sterkt de rechtbank in haar vermoeden dat verdachte in de avond/nacht van 5 op 6 november 2012 betrokken is geweest bij het uitvoeren van strafbare feiten.

Resumé

159. Op grond van het voorgaande kan het volgende worden vastgesteld:

  • -

    Verdachte voert op 3 november 2012 een gesprek met [medeverdachte 8] waaruit blijkt dat verdachte op zoek is naar een (imitatie)vuurwapen. Verder voert hij op dezelfde dag een gesprek met [medeverdachte 15] over het vastbinden van een slager met tiewraps. Uit de gespreksinhoud kan worden opgemaakt dat verdachte op dat moment ook de beschikking heeft over tiewraps. Verder vraagt verdachte op 5 november 2012 aan [medeverdachte 11] of hij nog is wezen kijken bij het huis van de slager. In hun onderlinge samenhang bezien, en tegen de achtergrond dat enkele dagen na deze gesprekken daadwerkelijk een woningoverval heeft plaatsgevonden op een eigenaar van een vlees- en veehandel, kan het niet anders zijn dan dat deze gesprekken, bij gebreke aan een aannemelijke verklaring van de zijde van verdachte, over de tenlastegelegde overval op de bewoners van de woning aan de [adres 3] gaan.

  • -

    Op 5 november 2012 wordt verdachte circa 45 minuten vóór de overval opgehaald door een man in donkere kleding. Verdachte zegt via de intercom tegen deze persoon dat hij een muts moet regelen en verlaat vervolgens in zwarte kleding zijn woning. Eerder die dag lagen in de woning van verdachte nog een bivakmuts en zwarte handschoenen.

  • -

    Verdachte verlaat het appartementencomplex via een zijingang, dit met de kennelijke bedoeling om buiten het zicht van (eventueel aanwezige) camera’s te blijven.

  • -

    Verdachte geeft geen aannemelijke verklaring voor zijn afwezigheid tussen 5 november 2012 (22.45 uur) en 6 november 2012 (10.32 uur).

  • -

    Verdachte draagt bij terugkomst op 6 november 2012 (10.32 uur) een capuchon over zijn hoofd, dit met kennelijke bedoeling om zijn gezicht te verhullen voor de camera. Bovendien geeft verdachte een onaannemelijke verklaring over de reden waarom hij buiten beeld wil blijven.

  • -

    Verdachte vertelt de ochtend na de overval aan [medeverdachte 15] dat hij een paar duizend euro gepakt heeft. Dat verdachte die dag beschikking had over geld blijkt hij diezelfde dag een aantal rekeningen betaalt. Verdachte heeft geen aannemelijke verklaring voor de herkomst van dit geldbedrag gegeven.

160. Uit deze feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien in combinatie met de omstandigheid dat een en ander heeft plaatsgevonden in de dagen voorafgaand aan en de dag na de overval, dringt zich het beeld op dat verdachte in elk geval een groot aandeel heeft gehad in (de voorbereiding op) de overval op de woning aan de [adres 3]. Bovendien kan uit de gesprekken op 6 november 2012 worden afgeleid dat verdachte kort na de overval opeens de beschikking heeft over geld, zonder dat hij een aannemelijke bron van herkomst van deze gelden heeft gegeven. Deze omstandigheid wijst sterk in de richting dat verdachte heeft gedeeld in de buit van de woningoverval.

Signalement overvallers

161. Bij de beantwoording van de vraag of het vorenstaande ook tot een bewezenverklaring van het daderschap van verdachte bij de overval op de woning aan de [adres 3] kan voeren, dient ook het door aangevers opgegeven signalement van de overvallers te worden betrokkenen te worden getoetst of verdachte past in het door aangevers gegeven signalement van de daders.

Aangever heeft bij zijn aangifte over de daders van de overval het volgende verklaard:

“Zoals ik eerder verklaarde waren het drie mannen. Van deze drie mannen kan ik vertellen dat één kleiner — korter is dan de twee anderen. De kleine is degene die mij, toen ik buiten was, op de grond hield toen ik naar de grond was gewerkt. Over de kleding van de mannen kan ik vertellen dat het om donkere kleding ging. Ze hadden van die moderne jasjes met die brede gewatteerde strepen. Verder zag ik dat ze een soort van een donkere doek voor hun gezicht hadden en een petje achterstevoren droegen. Verder kan ik niet veel vertellen over het signalement van de mannen maar het waren Marokkaantjes, ik hoorde het aan hun uitspraak”

In een tweede verhoor heeft aangever verklaard:

“U deelt mij mede dat de wat kleinere man, die achter mij stond, dader 1 wordt genoemd en de langere man, dader 2. Ik kan u van dader 2 zeggen, dat dit de man was die naar binnen was gegaan naar mijn vrouw en die alle gesprekken met mijn vrouw heeft gevoerd.

(…)

Dader 1: Deze man stond gehele tijd bij mij. Lengte 1.55 – 1.60 meter. Hij was kleiner dan ik. Ik ben zelf namelijk 1.70 meter lang. Normaal postuur. Leeftijd ongeveer 20 jaar. Dader 1 had een bivakmuts. Ik zag de mond en een klein beetje de ogen van dader 1. Om de bivakmuts zat over het hoofd een soort sjaal/doek gebonden. Deze had een zwartkleurige trendy glimmend jack aan. Het was een strak jasje. Deze jas had een soort banden. Broek was donkerkleurig. De man sprak een Marokkaans accent. De daders spraken onderling immers Marokkaans. (…) Het schoeisel heb ik niet gezien. Heb ik ook niet op gelet.

- Dader 1 was ook de man die het vuurwapen in zijn hand had.

- Dader 2: Dit was de dader die het eerste naar binnen ging en het contact met mijn vrouw onderhield. Lengte ongeveer 1.65 meter. Hij was iets kleiner dan ik, maar groter dan dader 1. Dader 2 was ongeveer een kopje groter dan dader 1. Normaal postuur. Leeftijd: ik vermoed dat deze man iets ouder was dan dader 1. Rond de 21-22 jaar vermoed ik. Ik had namelijk het idee dat hij de leiding had, hij was immers diegene die de vragen stelde. Kleding van dader 2 was hetzelfde dan dader 1. Ik had de indruk dat dader 2 een bril onder de bivakmuts droeg. Het viel mij namelijk op dat hij iets onder zijn bivakmuts had zitten. De man sprak een Marokkaans accent. Net als dader 1 had dader 2 ook een Haags accent.

- Dader 3: Over deze dader kan ik weinig zeggen. Ik heb deze man eigenlijk bijna niet gezien. Hij was diegene die in ons huis rond aan het kijken was.”

Aangeefster heeft over de daders van de overval verklaard:

“Ik kan die persoon [de man die als eerste de woning binnenkwam en aangeefster heeft vastgebonden, rb.] als volgt omschrijven:

- man;

- 1.65—1.70 m, ik ben zelf 1.70 m en de persoon was ongeveer even groot, misschien

iets kleiner;

- zwarte bivakmuts (alleen de ogen vrijlatend), dun materiaal;

- zwarte kleding:

- zwart jack, licht glimmend materiaal, kort model, net over de broeksband, beetje wijd;

- Zwarte broek, materiaal niet gezien.

- stem; vrij vriendelijke stem, Marokkaans accent.”

In het tweede verhoor heeft aangeefster het volgende verklaard over de daders:

“Ik vond dat de overvallers alle drie op elkaar leken. Ze waren alle drie ongeveer even groot. Ik denk tussen de 1.65 en 1.70 meter lang. Ze waren geheel in het zwart gekleed. Alle drie een korte jas waarvan de rits dicht zat. Ze droegen een zwarte broek. Ik weet zeker dat het geen spijkerbroek was en het was ook geen glimmende trainingsbroek. Mogelijk een joggingbroek. Schoenen kan ik mij niet herinneren. Ze droegen zwarte, dunne nauwsluitende stoffen handschoenen. Droegen alle drie een bivakmuts. Ik heb met geen van de overvallers oogcontact gehad. Ze spraken alle drie met een Marokkaans accent.”

162. De rechtbank overweegt dat het deel van het signalement dat betrekking heeft op de kleding van de daders gedeeltelijk gerelateerd kan worden aan de kleding die verdachte droeg bij vertrek vanuit zijn woning. Zo droeg verdachte donkere kleding en heeft hij voor zijn vertrek uit de woning gezegd dat hij nog een muts zou regelen. Nu enkele uren voor de overval nog zwarte handschoenen en een bivakmuts in de woning van verdachte lagen, is het niet uitgesloten dat verdachte bij het verlaten van zijn woning die bivakmuts en ook de zwarte handschoenen heeft meegenomen. Tegelijkertijd heeft te gelden dat verdachte bij het verlaten van en bij de terugkeer in de woning geen gewatteerde jas van een glimmende stof droeg. De rechtbank overweegt echter dat (boven)kleding eenvoudig verwisseld kan worden, zodat aan de enkele omstandigheid dat daarin verschil ontstaat, zeker indien enige tijd verstreken is, geen doorslaggevende betekenis kan worden toegekend. Bovendien is het een feit van algemene bekendheid dat overvallers vaak donkere kleding en bivakmutsen dragen, zodat het signalement op dit onderdeel op zichzelf onvoldoende onderscheidend is. Dit betekent dat aan de onderdelen van het signalement die betrekking hebben op de kleding van de daders weinig bewijswaarde, zowel in belastende als in ontlastende zin, kan worden toegekend. Ook voor de andere onderdelen van het signalement, met uitzondering van de lengte van de daders, waarover hieronder meer, geldt dat deze onvoldoende onderscheidend of specifiek zijn om van doorslaggevende betekenis te zijn in de bewijsvoering.

163. Verder hebben aangevers tamelijk uitvoerig en gedetailleerd verklaard over de lengte van de overvallers. Overwogen wordt dat lichaamslengte in beginsel onveranderlijk is en niet eenvoudig gemanipuleerd kan worden. De aangever heeft in zijn aangifte verklaard dat dader 1 iets kleiner is (ca. 1,55 – 1,60 m) dan de andere twee daders. In zijn tweede verhoor verklaart aangever dat dader 2 circa 1,65 m is. Dader 2 is de persoon die als eerste naar binnen ging. Aangeefster heeft direct na de overval verklaard dat deze dader 1,65 m is. De verklaringen van aangevers zijn op dit onderdeel gelijkluidend. Aangever verklaart over dader 3 weinig te kunnen zeggen. Aangeefster heeft in haar tweede verhoor verklaard dat alle drie de daders ongeveer even groot (1,65 - 1,70 m) zijn. Uit de verklaringen van aangevers kan worden afgeleid geen van de daders van de woningoverval groter is dan 1,70 m.

164. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij 1,87 meter is, hetgeen significant langer is dan de door de aangevers opgegeven lengte van de daders (maximaal 1,70 m). De rechtbank overweegt dat onder normale omstandigheden een lengteverschil van circa 17 cm moet opvallen. Niet uitgesloten kan evenwel worden dat aangevers zich vergist hebben in de lengte van de daders. Om te beoordelen of dat het geval kan zijn, en aan dit onderdeel van het signalement een beperkte bewijswaarde moet worden toegekend, dient een uitspraak gedaan te worden over de betrouwbaarheid van de waarneming van de aangevers over de lengte van de daders.

165. Uit de aangifte en verhoren volgt dat aangevers de daders in beginsel goed hebben kunnen waarnemen: de daders zijn circa vijf kwartier in de woning geweest, er zijn meerdere contactmomenten tussen de daders en aangevers geweest, aangevers zijn meegelopen met (een van) de daders en aangevers hebben de daders van dichtbij gezien. Bovendien relateren aangevers de lengte van de daders aan hun eigen lengte, hetgeen ook mogelijk is nu daders naast de aangevers hebben gestaan en/of met aangevers meegelopen zijn. De omstandigheden waaronder de waarnemingen hebben plaatsgevonden leveren dan ook een sterk positieve bijdrage aan de betrouwbaarheid van die waarnemingen.

166. Tegen deze achtergrond concludeert de rechtbank dat het opgegeven signalement van de daders voldoende betrouwbaar moet worden geacht. Dit geldt te meer nu de verklaringen van de aangevers over de lengte van de daders intern en onderling consistent, en in ieder geval niet tegenstrijdig zijn. Het is dan ook naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk dat aangevers zich vergist hebben in de lengte van de daders, in die zin dat een van de daders, anders dan aangevers hebben verklaard, minstens 17 centimeter langer was dan de andere daders.

Conclusie

167. De gesprekken die hebben plaats gevonden, het moment en de wijze van vertrek en aankomst van verdachte, zijn onverklaarde afwezigheid op het moment dat de overval werd gepleegd en de omstandigheid dat verdachte op de dag na de overval over een geldbedrag van enkele duizenden euro’s beschikt, zonder dat hij de herkomst daarvan aannemelijk heeft kunnen maken, zijn zeer verdacht en leveren zeer sterke aanwijzingen op dat verdachte op een of andere manier betrokken is geweest bij de overval op de woning aan de [adres 3]. Nu daarentegen de verklaring die aangevers hebben afgelegd over de lengte van de daders voldoende betrouwbaar geacht kan worden, de opgegeven lengte van de daders significant afwijkt van de lengte van verdachte en het niet aannemelijk geworden is dat aangevers zich op dit punt hebben vergist, kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat verdachte ook een van de drie overvallers is geweest die op 5/6 november 2012 de bewoners van de woning aan de [adres 3] heeft overvallen. De rechtbank acht de op dit punt aan verdachte ten laste gelegde feiten dan ook niet wettig en overtuigend bewezen zodat verdachte van die feiten vrijgesproken dient te worden.

Bewijsoverwegingen met betrekking tot Zaaksdossier [adres 1]

Inleiding

168. Op vrijdagavond 16 november 2012 is een gezin in hun woning aan de [adres 1] te Rotterdam overvallen. De overval heeft ongeveer twee uur geduurd. Tijdens de overval zijn de man en de vrouw des huizes met tiewraps vastgebonden. De buit bestond uit een groot aantal sieraden en merkhorloges.

169. De rechtbank dient, gelet op hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, de vraag te beantwoorden of verdachte één van de overvallers is geweest. In het kader van de beantwoording van die vraag dient de rechtbank de door de officieren van justitie aangedragen bewijsmiddelen te beoordelen, maar ook de juistheid te onderzoeken van diverse door verdachte aangedragen alternatieven, die aan een bewezenverklaring in de weg zouden kunnen staan.

Het standpunt van de officieren van justitie

170. De officieren van justitie hebben gevorderd dat de rechtbank de ten laste gelegde feiten bewezen zal verklaren, te weten een afpersing in vereniging van een grote hoeveelheid sieraden en merkhorloges (feit 1 eerste cumulatief/alternatief), een diefstal met geweld in vereniging van het Rolex horloge van de man (feit 1 tweede cumulatief/alternatief), en een wederrechtelijke vrijheidsberoving in vereniging.

Het standpunt van de verdediging

171. De raadsvrouw van de verdachte heeft algehele vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit, en wel op de grond dat verdachte in het geheel niet bij het plegen van de overval betrokken is geweest.

Het oordeel van de rechtbank

De overval en de wijze waarop die heeft plaatsgevonden

Verklaring man

172. Aangever [slachtoffer 1] (hierna ook: de man) heeft als volgt verklaard107.

Op 16 november 2012 omstreeks 22.30 uur bevond de man zich in zijn woning aan de [adres 1] te Rotterdam. Hij zat in de woonkamer aan de eettafel, terwijl zijn vrouw op de bank in een ander gedeelte van de woonkamer lag. Zijn kinderen, [getuige 7] van 13 jaar (hierna ook: de jongen), [naam 9] van 11 jaar en [getuige 6] van 8 jaar (hierna ook: het meisje), lagen op bed.

De man hoorde dat de tuindeur van de woonkamer openging en dat zijn vrouw begon te gillen. Hij stond op en liep richting het gedeelte van de woonkamer waar zijn vrouw was. Toen sprong er iemand op zijn rug waardoor hij met zijn buik op de grond kwam te liggen. Hij voelde dat er een knie in zijn rug werd geduwd en dat hij hardhandig achterop zijn hoofd werd geduwd, waardoor hij met zijn gezicht tegen de grond werd aangedrukt. Hij hoorde dat tegen hem werd gezegd: “Rustig blijven en niet bewegen.” Hij zag dat de man die hem tegen de grond drukte een vuurwapen vasthield in zijn rechterhand. Deze persoon zei vervolgens: “Doe handen op je rug.” De man deed wat hem werd gevraagd en hij voelde dat er om iedere pols een tiewrap werd gedaan. Deze tiewraps waren met elkaar verbonden.

De man werd naar de hal gebracht. Daar kreeg hij de opdracht om op zijn knieën te gaan zitten. Er werd tegen hem gezegd dat twee kinderen wakker waren geworden en dat ze bij zijn vrouw waren. De man werd vervolgens gesommeerd om naar boven te lopen. Dader 1 liep voorop en achter hem liep een andere persoon. Op de overloop bij het trapgat moest de man van dader 1 knielen. Na wat gesteggel over het alarm liep de man met dader 1 de slaapkamer in en moest hij op een stoel gaan zitten met zijn gezicht naar de muur toe en zijn hoofd naar beneden. Dader 1 ging links van de man staan en zei tegen de man: “Rustig blijven, meewerken en naar beneden blijven kijken!” De man vroeg aan dader 1 waar zijn vrouw en kinderen waren. Dader 1 antwoordde: “Je vrouw en twee kinderen zijn beneden en de andere ligt te slapen en die laten we slapen.” Omdat hij een droge mond had heeft hij wat water te drinken gekregen.

Dader 1 vroeg aan de man wat voor waardevolle spullen er in huis waren. Hij vroeg specifiek om geld, sieraden en horloges. Dader 2 had inmiddels de kluis gevonden en vroeg of er een alarm op de kluis zat. De man zei tegen dader 1 dat de kluis geen alarm had. Dader 1 begon te vragen over de specifieke inhoud van de kluis. De man vertelde dat er sieraden van zijn vrouw in lagen en een aantal horloges van hem. Dader 1 vroeg uitvoerig naar merk, uiterlijk, kleur en type van de horloges. De man merkte dat zijn vrouw de kluis openmaakte. Dader 1 zei tegen de man: “Mond houden” en de man voelde dat zijn hoofd weer naar beneden werd geduwd. Dader 2 is uitvoerig met de inhoud van de kluis bezig geweest.

Hierna vroeg dader 1 waar de geldmachine van de man was. De man zei dat hij zo’n ding nog nooit had gehad. Toen de man dat bleef ontkennen, trok dader 1 de tiewraps hard aan. De man voelde pijn aan beide polsen en merkte dat zijn handen gevoelloos werden. Hij zei tegen dader 1 dat dit pijn deed en vroeg of het losser kon. Dader 1 gaf geen antwoord en ging weer links naast de stoel staan. De man zag dat dader 1 een pistool in zijn rechterhand had dat hij langs zijn lichaam naar beneden hield. De man schrok verschrikkelijk bij het zien van dat vuurwapen.

Dader 2 was bezig met het doorzoeken van de slaapkamer. Vervolgens kwam hij naar de man toe. De man voelde dat dader 2 zijn horloge van het merk Rolex van zijn pols trachtte af te nemen. Dit lukte niet door de tiewraps. Toen werden de tiewraps verwijderd en werd het horloge van de man afgedaan, waarna er nieuwe tiewraps om de polsen van de man werden gedaan.

Ongeveer tien minuten later moest de man op zijn buik op het bed in de slaapkamer gaan liggen. Hij voelde dat ook zijn enkels met tiewraps aan elkaar werden gebonden. Dader 1 zei: “Rustig, meewerken, je vrouw komt ook naar boven.” De man zag dat zijn vrouw ook op het bed moest gaan liggen. Hij vroeg aan zijn vrouw en aan dader 1: “Waar zijn de kinderen?” Dader 1 zei: “Niet praten, mond houden, meewerken, dan is het zo voorbij.” Een van de daders deed een kussen tussen de man en zijn vrouw, zodat ze elkaar niet meer konden zien.

Uiteindelijk heeft een politieagent de tiewraps doorgeknipt. De man had rode striemen op zijn polsen van de tiewraps.

De man heeft twee daders omschreven. Zowel dader 1 als dader 2 droeg zwarte kleding en een zwarte bivakmuts. Dader 1 was ongeveer 175 cm lang, dader 2 185 tot 190 cm.

Verklaring vrouw

173. Aangeefster [slachtoffer 2] (hierna ook: de vrouw) heeft als volgt verklaard108.

Op 16 november 2012, omstreeks 22.30 of 22.45 uur, zat de vrouw op de bank in de woonkamer. Zij hoorde de deurklink van de buitendeur. Direct hierop werd zij van achteren gegrepen. Er kwam een hand in haar gezicht. Dat ging in een flits. Dader 1 bleef achter haar staan en hield zijn hand voor haar mond. Hij zei: “Als je je rustig houdt dan gebeurt er niks.” De vrouw zag schimmen naar haar man gaan. Daarna zag zij de kinderen, de jongen en het meisje, naar beneden komen. Zij zijn via de keuken naar de man gegaan. Dader 1 zei: “Niet praten, niet praten.” De vrouw heeft gezegd dat zij de kinderen bij zich wilde. Dader 1 zei dat de kinderen op de bank moesten gaan zitten. De kinderen mochten niet kijken moesten hun ogen dicht houden. Dader 1 zei tegen de vrouw: “Handen op je rug.” Vervolgens werd de vrouw met de handen op haar rug heel strak vastgebonden. Dader 1 kreeg de tiewraps van dader 2. Dader 3 bleef op dat moment bij de man. De man moest op zijn knieën gaan zitten. De vrouw hoorde een dader zeggen “[medeverdachte 15] of Gerrit”, waarop zij zei dat de daders de verkeerde voor zich hadden.

Vrij vlot na binnenkomst hebben de daders de gordijnen aan de achterkant dichtgedaan en hebben ze de lichten uit gedaan.

Vervolgens hebben dader 2 en dader 3 de man mee naar boven genomen. Dader 1 is bij de vrouw beneden gebleven. Dader 2 heeft de jongen en het meisje mee naar de keuken genomen en gezegd dat het een training was. De vrouw heeft tegen dader 2 gezegd dat het een meisje van acht is en gevraagd waar ze mee bezig waren. Dader 2 zei: “Mond houden, dan is het snel voorbij.” De vrouw hoorde dader 1 tegen haar zeggen: “Niet kijken, meewerken, dan is het snel voorbij” en “We komen hier voor geld, we komen hier niet voor ongelukken. Als je maar meewerkt.”

Dader 2 nam de vrouw mee naar de keuken. Hij vroeg: “Wat is de code van de kluis?” De vrouw had op haar rechterwang bloed. Dader 2 maakte haar wang met een zakdoekje schoon. Op dat moment stond dader 1 bij de kinderen. De vrouw wist eerst de code van de kluis niet meer, maar vervolgens weer wel en toen heeft ze de code van de kluis gezegd. Dader 2 is naar boven gegaan en kwam later weer beneden. De vrouw is met dader 2 naar boven gegaan. Zij hoorde hem constant zeggen dat ze naar beneden moest kijken en absoluut niets mocht zeggen. De vrouw zag de man in de slaapkamer zitten en vroeg hem of alles goed was. Daarop werd de vrouw direct teruggeduwd naar de logeerkamer en werd haar gezegd: “Niks zeggen.” De vrouw moest gaan zitten voor de kluis en moest deze, nadat dader 2 haar handen had losgeknipt, open maken. De kluis is open gegaan en de vrouw heeft de spullen voor het grootste deel uit de kluis gehaald. Dat moest van dader 2. Dader 3 was op dat moment bij de man. Vervolgens maakte dader 2 de handen van de vrouw weer op haar rug vast en bracht hij haar naar beneden. Daar hebben de vrouw en de kinderen heel lang op de bank gezeten.

Op het moment dat de vrouw voor de kluis zat, haalde dader 2 de ringen van haar handen. Dit waren meerdere ringen van rosé goud. De vrouw mocht haar trouwring en haar armbanden houden.

Na lange tijd kwam dader 2 weer naar beneden en nam hij de vrouw mee naar boven naar de logeerkamer. De vrouw hoorde hem zeggen dat zij heel veel geld hadden, dat dat geld hier nu niet was maar dat hij met haar man had afgesproken dat dat geld in een paar dagen zou komen. Daarna werd de vrouw naar de slaapkamer gebracht. Daar zag zij haar man liggen op zijn buik op het bed, met handen en voeten vastgebonden. De vrouw werd op het bed geduwd en haar voeten werden vastgemaakt. De vrouw riep om de kinderen. Dader 2 zei dat er afspraken zouden worden gemaakt met de kinderen en dat ze tegen de kinderen zouden zeggen dat ze naar boven mochten gaan als zij weg waren. De daders zeiden tevens: “Mond dicht, niet met elkaar praten.” De vrouw voelde zich in algehele paniek, omdat ze was vastgebonden, haar kinderen beneden waren, de hond ging blaffen en zij helemaal niets kon.

Volgens de vrouw werkten de daders zeer gestructureerd, hadden ze een taakverdeling en wisten ze precies wat ze moesten doen. Ze bleven herhalen dat zij rustig moest blijven en moest meewerken en dat er dan geen ongelukken gebeurden.

De vrouw heeft drie daders omschreven. Ze waren alle drie in het zwart gekleed, hadden een zwarte muts en handschoenen. Dader 1 had een klein zwart pistool en was 1.75m of kleiner. Dader 2 was ongeveer 1.85m.

De vrouw heeft op haar linkerwang een snee opgelopen, omdat dader 1 haar in het gezicht had gegrepen. Ook had zij pijn aan haar rechterschouder, omdat ze op een verkeerde manier vastgebonden op bed lag, en deden haar polsen zeer van het vastbinden.

Verklaring meisje

174. Getuige [getuige 6], geboren op 31 december 2003 (hiervoor reeds aangeduid als: het meisje), heeft als volgt verklaard109.

De mannen hadden een pistool in hun hand hadden. Het meisje dacht dat ze iets met dat pistool gingen doen. Ze moest heel lang met haar moeder en broer op de bank zitten. Uiteindelijk mochten het meisje en de jongen naar haar kamer en moesten ze daar gaan zitten. Toen zei de man: “Als de wekker op de 31e staat, mogen jullie je ouders losknippen.”

Verklaring jongen

175. Getuige [getuige 7], geboren op 28 juli 1999 (hiervoor reeds aangeduid als: de jongen), heeft als volgt verklaard110.

De jongen moest met zijn zusje heel de tijd op de bank zitten. Bij ‘dader 2’ heeft de jongen een pistool tussen de broekband heeft gezien. Uiteindelijk moesten ze naar de kamer van het meisje. Toen zei de man: “wacht maar tot 00.30 uur, dan mogen jullie je vader en moeder losmaken.”

Verdere bevindingen: aantreffen van de slachtoffers

176. Op 17 november 2012 omstreeks 00.15 uur zijn diverse verbalisanten de desbetreffende woning aan de [adres 1] te Rotterdam binnengegaan. Op de trap naar de eerste etage zag een van de verbalisanten uit een kamer twee kleine kinderen, een jongen en een meisje, gekleed in pyjama’s, komen. De kinderen hadden betraande ogen. De jongen had een kleine schaar in zijn handen en zei dat de schaar misschien nodig zou zijn voor zijn ouders. Op de eerste etage zag de verbalisant achter een slaapkamerdeur een hoop goederen verspreid over de vloer liggen en een openstaande kluis. Uit de slaapkamer hoorde de verbalisant een vrouw roepen: “Help, hier, help ons.” De verbalisant zag een vrouw en een man naast elkaar op hun buik op het bed liggen. De vrouw huilde zacht. De man en de vrouw keken zeer angstig. De lichamen van de man en de vrouw trilden en beiden waren middels zwarte tiewraps aan handen en voeten gekneveld. De vrouw had een snee op haar rechterwang. De verbalisanten hebben de tiewraps van de man en de vrouw losgeknipt111.

Weggenomen goederen

177. Bij de overval is een groot aantal sieraden en horloges weggenomen112.

Aanhouding twee overvallers

178. Op 17 november 2014 te 00.41 is op het [adres 18] te Den Haag een auto, merk Seat, type Leon, voorzien van het kenteken [kenteken 9] staande gehouden. De auto bleek als gestolen gesignaleerd te staan. Inzittenden van de auto waren [medeverdachte 8] en [medeverdachte 11]. Bij [medeverdachte 11] werd een tweetal horloges aangetroffen van de merken Rolex en TagHeuer. Zowel [medeverdachte 8] als [medeverdachte 11] droegen bij hun aanhouding een bivakmuts om hun hals. [medeverdachte 8] droeg aan beide handen zwarte handschoenen. [medeverdachte 11] droeg aan zijn linkerhand een zwarte handschoen113. De bij [medeverdachte 11] aangetroffen horloges bleken te zijn weggenomen bij de overval op de [adres 1] te Rotterdam114.

Verklaringen [medeverdachte 8] en [medeverdachte 11]

179. [medeverdachte 8] heeft, als verdachte in zijn eigen strafzaak en als getuige in de zaak van verdachte, onder meer het volgende verklaard (samengevat)115:

Hij wordt ook wel “[medeverdachte 8]” genoemd. Hij heeft de overval op de bewoners van de [adres 1] te Rotterdam gepleegd met twee mannen. Hij wist al twee dagen tevoren dat ze een overval gingen plegen. Op de terugweg naar Rotterdam is één van de overvallers bij de Ulenpasstraat te Den Haag uitgestapt. Deze overvaller had heeft buit en het (imitatie) wapen dat bij de overval is gebruikt, meegenomen. Hij wil niet zeggen wie de derde overvaller was die is uitstapt, maar het was niet [verdachte]. Vervolgens is hij met de andere overvaller samen in de auto op het [adres 18] aangehouden. Hij wist dat de auto, waarin hij op dat moment als bestuurder reed, gestolen was, deze was geregeld voor de overval.

180. [medeverdachte 11] heeft, als verdachte in zijn eigen strafzaak en als getuige in de zaak van verdachte, onder meer het volgende verklaard (samengevat)116:

Hij wordt ook wel “[medeverdachte 11]” genoemd. Hij heeft de overval op de bewoners van de [adres 1] te Rotterdam gepleegd met [medeverdachte 8] en een derde man, van wie hij de naam niet wil noemen maar die niet [verdachte] is. De overval is gegaan zoals in het dossier staat. Hij heeft op de avond van de overval eerst in een Fiat gereden en daarna in een Seat. Hij wist dat die Seat gestolen was. Hij heeft de auto uit Maassluis/Wateringen opgehaald. Hij heeft die dag in de woning aan de [adres 5] te Den Haag, waar hij verbleef samen met [verdachte], een boos gesprek gevoerd. Dat gesprek ging over de gestolen Seat die is opgehaald. Deze auto is voor de overval gebruikt. In dat gesprek wordt gesproken over “die dingen” die er nog af moesten en hij denkt dat dit over de kentekenplaten ging.

Tussenconclusie rechtbank

181. Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat de overval door (niet meer dan) drie mannen is gepleegd, waarvan er twee zijn aangehouden terwijl de derde is ontkomen, met medeneming van de bij de overval buitgemaakte goederen. De door de rechtbank te beantwoorden vraag spitst zich derhalve daarop toe of, zoals door het openbaar ministerie betoogd, verdachte deze derde overvaller is geweest. De rechtbank zal thans (een aantal van) de feiten en omstandigheden vermelden waarop het openbaar ministerie zich tot het bewijs van die stelling beroept.

Gesprekken in de woning aan de [adres 5] te Den Haag en waarnemingen met betrekking tot die woning in de periode van15 november 2012 23.12 uur tot 16 november 2012 21.16 uur

Algemeen

182. Op 11 november 2011 is een opsporingsonderzoek gestart onder de naam “Condor”, dat zich richtte op de verdenking van witwassen van criminele gelden door verdachte [verdachte]. In het kader van dat onderzoek zijn diverse onderzoeksmethoden ingezet, waaronder het afluisteren van telefoon-, SMS- en Pingverkeer maar ook het doen van observaties en het opnemen van vertrouwelijke communicatie117. In het pand [adres 5] te Den Haag, waarvan bekend was dat verdachte daar verbleef, is in de periode van 16 mei 2012 tot en met 17 november 2012 vertrouwelijke communicatie opgenomen en uitgeluisterd. Vanaf 5 januari 2012 vonden observaties plaats. Daartoe was onder meer een observatiecamera geïnstalleerd tegenover de voordeur van de woning van de [adres 5]. Tenslotte zijn beelden veilig gesteld en aan het dossier toegevoegd die afkomstig zijn van beveiligingscamera’s die waren geïnstalleerd aan de buitenzijde van het appartementencomplex waarvan de woning [adres 5] deel uitmaakt, alsmede van een camera die in het portiek van dat complex was geplaatst.

OVC-gesprek op 15 november 2012 Verdachte/[medeverdachte 15]

183. Op 15 november 2012 rond 23.21 uur vindt in de woning aan de [adres 5] een gesprek plaats tussen twee personen, die zijn geïdentificeerd als [medeverdachte 15] (G) en verdachte (R). Verdachte heeft overigens niet betwist dat dit gesprek, daargelaten de inhoud daarvan, heeft plaatsgevonden. Een gedeelte van de inhoud van dit gesprek luidt, in de daarvan door de politie opgemaakte verslaglegging, als volgt118:

Klinkt als een vuurwapen

G: Zitten er 15 in, ja

R: He

G: 15 zitten er in

R: Zo veel?

G: ja..

(…)

R: ik mag met zo’n ding lopen toch?

22.37

([medeverdachte 15] begint te fluisteren)

G: he, maar even iets anders..heb je hem al gebruikt,

R: Ja

G: heb jij hem achtergelaten..he..luister dan..he!

R: Ja,

G: heb je dinge achtergelaten? Hulzen?

R: Ja

G: Je moet hem weg doen, ik geef je dat advies

R: Oke, wat als ik dezelfde pak, toch?

G ntv

R: Ja.. alleen dan? Of wat als ik nou met die 5 keer of 15 keer of 100 keer in het bos schiet

G: wat ik wel voor jou kan doen, ik kan die slagpin vijlen vroeger

R:….betrapt worden, toch

G: Ja kan van deze ook een echte maken

R: ja? nee joh gek..

G: ja, maak gewoon een loop van blauw staal

R: hoe duur kost dat?

G: moet ik even vragen.

R: is cool, gek.

G: dat doet…die kleintjes, ook zo maken

R is…die 9 millimeter.

G: ntv zelf, ook andere …echte maken.

Vervolg gesprek Verdachte/[medeverdachte 15] op 15 november 2012

184. Het in de vorige overweging bedoelde gesprek houdt vanaf 23.40 uur onder meer het volgende in:

R: Ik ziet op die tiewraps te wachten

G: He?

R: ik zit op die tiewraps te wachten

G: Hij zegt ehh…ik ga zo even kijken wat daar is

Geregistreerd pinverkeer tussen verdachten en derden op 16 november 2014

185. Vastgesteld is dat verdachte op 16 november 2012 gebruik maakte van een nader omschreven telefoon voor (uitsluitend) het verzenden en ontvangen van Ping-berichten. Aannemelijk is dat hij daarbij de gebruikersnaam [naam 3] gebruikte119.

186. Op 16 november 2012 is (onder meer) het volgende Pingcontact tussen verdachte ([verdachte]) en derden geregistreerd:

Op 16-11-2012 te 16.28 uur stuurt [verdachte] een berichten aan “[medeverdachte 17]”

Kan je [medeverdachte 9] pingen, vragen of die [medeverdachte 16] kan bereiken en [medeverdachte 16] na mijn huis kan laten komen, meteen.”

“Wel nu, want heb dringend [medeverdachte 16] nodig”

“999”

“PING!!!

“En [medeverdachte 8] oppingen, zeg hem kom na mijn huis meteen”

Op 16-11-2012 te 16.30 uur stuurt “[medeverdachte 17]” een bericht aan [verdachte].

“[medeverdachte 9] zegt 0K.”

Op 16-11-2012 te 16.32 uur stuurt [verdachte] een bericht naar “[medeverdachte 17]

“Oke, hoelang gaat het duren dan?”

Op 16-11-2012 te 16.32 uur stuurt [medeverdachte 17]” een bericht aan [verdachte].

“Hij komt nu”

“Yepp”

Op 16-11-2012 te 17.05 uur stuurt [verdachte] een bericht aan [medeverdachte 17]”

“Waar is [medeverdachte 8] schat???

“Maak hem gek met Pingssss!!”

Op 16-11-2012 te 17.07 uur stuurt [medeverdachte 17]” een bericht aan [verdachte].

“Heb ik gedaan”

“De vraag is , wat ie moet.”

“Zegt [medeverdachte 8].”

Op 16-11-2012 te 19.57 uur stuurt [verdachte] een bericht aan [medeverdachte 17]”

“Zeg hem, weet je al, zeg hem, maak je klaar, kom je zo halen met [naam 10].”

“Hey, vraag [medeverdachte 9] eens of die [medeverdachte 16] kan bellen, zeggen waar die blijft.”

Op 16-11-2012 te 20.10 uur stuurt “[medeverdachte 17]” een bericht aan [verdachte].

“Hij is met mij bij de kapper.”

“Over uurtje is die bij hem.”

“x”

“Oke is cool”

“Laatste zin zegt [medeverdachte 8].

Op 16-11-2012 te 20.46 uur stuurt [verdachte] een bericht aan [medeverdachte 17]”

“Zeg hem 15 min [medeverdachte 8].”

Op 16-11-2012 te 16.29 uur stuurt [verdachte] een bericht naar [pingnaam 2].

“Kan je [medeverdachte 11] pingen en zeggen ga na huis van [naam 3] met [medeverdachte 8] samen oke.”

Op 16-11-2012 te 16.42 uur stuurt [verdachte] een bericht naar [pingnaam 2]”

“En heeft die gereageerd??”

Op 16-11-2012 te 16.44 uur ontvangt [verdachte] een bericht van ‘[pingnaam 2]”

“Nee”

“Nu wel.”

“Die zegt Oke.”

Op 16-11-2012 te 16.56 uur stuurt [verdachte] een bericht naar “[pingnaam 2]”

“Oke, vraag waar die is schat??”

“Precies”

“En hij moet nu nu. Nu komen?

Op 16-11-2012 te 17.03 uur ontvangt [verdachte] een bericht van ‘[pingnaam 2]

“Oke.”

Op 16-11-2012 te 17.05 uur stuurt [verdachte] een bericht naar ‘[pingnaam 2]”

“Reageerd die al schat?”

Op 16-11-2012 te 17.06 uur ontvangt [verdachte] een bericht van ‘[pingnaam 2]”

“Ja, die is onderweg.”

Op 16-11-2012 te 17.07 uur stuurt [verdachte] een bericht naar [pingnaam 2]”

“Waar rijd die??”

Op 16-11-2012 te 17.07 uur ontvangt [verdachte] een bericht van ‘[pingnaam 2]”

LOK

(…)

Op 16-11-2012 te 17.10 uur ontvangt [verdachte] een bericht van “[pingnaam 2]”

“Hij antwoord traag.”

“Ik heb ping ping gestuurd”

Op 16-11-2012 te 17.13.20 uur stuurt [verdachte] een bericht naar ‘[pingnaam 2]”

“En?

Op 16-11-2012 te 17.13 uur ontvangt [verdachte] een bericht van [pingnaam 2]”

“Hij reageerd nie”

“K heb hem zot gepingt

“Zal ik [medeverdachte 8] pinge? “

Op 16-11-2012 te 18.10 uur stuurt [verdachte] een bericht naar [pingnaam 2]”

“Ja Ping [medeverdachte 8].”

Op 16-11-2012 te 18.15 uur ontvangt [verdachte] een bericht van ‘[pingnaam 2]”

“Oke,, Oke.”

Op 16-11-2012 te 18.16 uur stuurt [verdachte] een bericht naar “[pingnaam 2]”

“Reageerd die nou?”

Op 16-11-2012 te 18.16 uur ontvangt [verdachte] een bericht van “[pingnaam 2]”

“[medeverdachte 8]”

“Nee”

Op 16-11-2012 te 18.51 uur stuurt [verdachte] een bericht naar “[pingnaam 2]”

“Si, kan je [medeverdachte 11] zeggen kom na mij nu meteen

PIrJG III

“PING !!!

Op 16-11-2012 te 20.05 uur ontvangt [verdachte] een bericht van “[pingnaam 2]”

ttOKtt

Op 16-11-2012 te 20.05 uur stuurt [verdachte] een bericht naar “[pingnaam 2]”

“Vraag [medeverdachte 11] is waar die is.”

Identificatie “[medeverdachte 16]”

187. Vastgesteld is dat met de persoon die in deze zaak bekend staat als “[medeverdachte 16]” wordt bedoeld [medeverdachte 16], geboren op 10 maart 1988120. Deze [medeverdachte 16] is bij (niet onherroepelijk) vonnis van deze rechtbank veroordeeld ter zake van medeplichtigheid (bestaande in het leveren van een auto) aan de overval op de [adres 1] te Rotterdam121. Als in het vervolg van dit vonnis de naam “[medeverdachte 16]” wordt genoemd wordt daarmee bedoeld genoemde [medeverdachte 16].

Bezoek [medeverdachte 16] aan de [adres 5] op 16 november 2012

188. Uit beelden van de camera’s geplaatst in het portiek van de [adres 5] en tegenover de voordeur van pand nr. [adres 5] blijkt, dat een persoon van wie niet in discussie is dat dit [medeverdachte 16] ([medeverdachte 16]) betreft dat pand te 16.44 uur betreedt. Uit die beelden blijkt eveneens dat [medeverdachte 16] het pand te 17.21 uur, samen met de drie minuten eerder gearriveerde [medeverdachte 11], weer verlaat.

OVC-gesprek Verdachte/[medeverdachte 16] op 16 november 2012

189. Op de OVC-opname in de woning aan de [adres 5] is vanaf 16.44 uur een gesprek te horen waaraan deelnemen verdachte en [medeverdachte 16]. Als onderdeel van dat gesprek is het volgende neergelegd in het door de politie daarvan opgemaakte verslag122:

16.53.16

uur

[medeverdachte 16]: onv... tanken...onv... Kanker, helemaal compleet. Die er opzitten en die gaan de achterbak in. Die platen, die zijn van de eigenaar. Zijn nog niet veranderd.

[verdachte]: Oh, die zijn nog niet veranderd?

[medeverdachte 16]: Nee ..onv.. pak je ergens anders die platen. ..onv.. die er nou op zitten. ..onv.. en anders ..onv.. [medeverdachte 11] ..onv... Ik heb iets van drie opties. ..onv.. moet ik jou geven ..onv...

16.57.34

uur

[medeverdachte 16]: Heeft [medeverdachte 9] geen auto of zo?

[verdachte]: Wie?

[medeverdachte 16]: [medeverdachte 9].

[stilte]

[medeverdachte 16]: Hé luister is, hé. Maar tegen niemand zeggen ik heb auto heb geregeld of zo eh.

[verdachte]: Nee, nee, nee.

[medeverdachte 16]: Tegen niemand zeggen.

[verdachte]: Wallah niet. Wallah niet, ik ga tegen niemand zeggen. … Mogelijk alleen [medeverdachte 8] en die andere weten het.

17.00.26

uur

[medeverdachte 16]: Luister dan…

[verdachte]: Wacht, die ander komt ..onv..

[medeverdachte 16]: Ik moet die jongen ophalen en die sleutel, die jongen gaat voor jou tanken.

[verdachte]: Ja is goed. Hey, maar niet in de auto praten he bij [medeverdachte 11]!

[medeverdachte 16]: Ben je gek!

Spreken verder over afluisteren en niet praten in de woning. [medeverdachte 16] zegt dat bij iemand de politie boven was komen wonen en toen hadden afgeluisterd.

17.19 – 17.21

uur

[medeverdachte 16]: Hoe gaan jullie …[ovb]…?

[verdachte]: Tegen niemand zeggen. Tegen niemand zeggen.

[…]

[medeverdachte 16]: Ik moet die sleutels nog bij m’n ouders halen man.

[verdachte]: Waar dan?

[medeverdachte 16]: Maas.

[verdachte]: Maassluis?

[medeverdachte 16]: Ja man.

Aankomst en vertrek [medeverdachte 11] op 16 november 2012 20.33-20.42 uur

190. Uit beelden van de camera’s geplaatst in het portiek van de [adres 5] en tegenover de voordeur van pand nr. [adres 5] blijkt, dat een persoon waarvan niet in discussie is dat dit [medeverdachte 11] ([medeverdachte 11]) betreft dat pand te 20.33 uur betreedt en te 20.42 uur weer verlaat.

OVC-gesprek Verdachte/[medeverdachte 11] op 16 november 2012

191. Op de OVC-opname in de woning aan de [adres 5] is vanaf 20.36 uur een gesprek te horen waaraan deelnemen verdachte en [medeverdachte 11]. Als onderdeel van dat gesprek is het volgende neergelegd in het door de politie daarvan opgemaakte verslag123:

[verdachte]: [medeverdachte 11]!

[medeverdachte 11]: Ja!

[verdachte]: Waar was je?

[medeverdachte 11]: Ja, slaat echt nergens op man.

[verdachte]: Wat dan?

[medeverdachte 11]: [ovb]

[verdachte]: Wat dan?

[medeverdachte 11]: [ovb] zeker twee uur weg geweest [ovb] Wallah, kanker Maassluis, Maassluis terug. Die gozer ophalen in de stad. Wateringen, Wateringen, die kankerauto was in Wateringen.

[verdachte]: Nee joh! Waar staat [ovb]

[medeverdachte 11]: moesten (fon) die hele gozer eerst [obv] eerst hem [ovb] Hij zegt moet [ovb]

[verdachte]: Waar staat ie nu dan?

[medeverdachte 11]: Ja, nu heb ik hem bij jou neergezet en kunnen we hem gebruiken. Ik heb hem gewoon daar zo, gewoon (fon)

[verdachte]: In die andere straat?

[medeverdachte 11]: Ja [ovb]

[…]

[medeverdachte 11]: Als je bij je auto bent, loop je naar beneden, loop je om het hoekie. Loop je eigenlijk naar beneden [ovb] auto

[verdachte]: [medeverdachte 3] je klaar met die auto?

[medeverdachte 11]: Ja tuurlijk.

[verdachte]: En die dingen dan?

[medeverdachte 11]: Die moeten we er nog afhalen man. [ovb]

[…]

[medeverdachte 11]: Ik moet nog naar huis

[verdachte]: Kom op… als je aanbelt kom ik meteen naar beneden, kan ik meteen instappen.

[medeverdachte 11]: [ovb]

[verdachte]: Moet ik beneden staan?

[medeverdachte 11]: Parkeren gewoon.

[verdachte]: Oke, kwartiertje, precies kwartier sta ik beneden.

Observaties op 16 en 17 november 2012

192. In een proces-verbaal, gedateerd 10/14 januari 2013 is het volgende neergelegd als verslag van observaties die in het kader van het onderzoek “Condor” hebben plaatsgevonden op 16 en 17 november 2012:

17.19

uur

Aanvang observatie. Ter hoogte van het portiek [adres 5], waarin perceelnummer [adres 5] is gelegen, te Den Haag staat een personenauto van het merk Fiat, type Punto, zwart van kleur en voorzien van het kenteken [kenteken 6] geparkeerd. (31)

17.21

uur

De [kenteken 6] vertrekt. Door duisternis en afstand gehinderd geen herkenning of signalement waargenomen op de twee inzittenden van de [kenteken 6]. (52)

17.47

uur

De [kenteken 6] stopt op de Plevierstraat te Maassluis ter hoogte van portiek 47 t/m 65. Kor hierop vertrekt de [kenteken 6]. Geen directe waarnemingen op de [kenteken 6] (34)

17.58

uur

In de [kenteken 6] bevinden zich twee personen. De bestuurder is een negroïde man welke een donkere jas draagt, hierna te noemen NN1. De bijrijder heeft een licht getinte huidskleur, heeft gemillimeterd haar en draagt een lichtkleurige jas, hierna te noemen NN2. (52)

18.31

uur

De [kenteken 6] stopt op de Zuidwal ter hoogte van nummer 67 te Den Haag. (63) Vanuit de richting van het Helena van Doeverenplantsoen te Den Haag komt een man aan lopen. Deze man heeft een Noord Afrikaans uiterlijk, is ongeveer 20 jaar, normaal postuur, een lengte van ongeveer 1.75 m. kort donker haar en draagt een donkere broek en een donkere bomberjas, hierna te noemen NN3. NN3 stapt als achterpassagier in de [kenteken 6] waarna deze vertrekt. (31 en 34)

18.57

uur

Vanaf de Frankenthaler te Wateringen tijdelijk geen waarnemingen op de [kenteken 6] en inzittenden.

18.59

uur

De [kenteken 6] rijdt over de De Colman te Wateringen met NN1 als bestuurder en NN2 als bijrijder. Achter de [kenteken 6] rijdt een personenauto van het merk Seat, type Leon, zwart van kleur en voorzien van het kenteken [kenteken 10], met NN3 als enige inzittende. (35)

19.01

uur

De [kenteken 6] stopt op het Oosteinde te Den Haag ter hoogte van het Texacobenzinestation,

gelegen nabij de Laan van Wateringseveld. De [kenteken 10] rijdt het terrein op van het genoemde Texaco-bezinestation. NN3 stapt uit en maakt gebruik van de pomp en tankt de [kenteken 10] af. NN3 gaat de shop van het Texaco-bezinestation binnen. (31) Kort hierop komt NN3 buiten en stapt in de [kenteken 10] en vertrekt. De [kenteken 6] vertrekt. (54)

19.10

uur

De [kenteken 10] wordt geparkeerd op de Bentelostraat te Den Haag. De [kenteken 6] stopt achter de [kenteken 10]. NN3 stapt uit de [kenteken 10] en wijst met de sleutel richting de [kenteken 10] waarna de alarmverlichting knippert. NN3 stapt als achterpassagier in de [kenteken 6] waarna deze vertrekt. (63) Tijdelijk geen waarnemingen op de [kenteken 6] en NNI en NN2. Geen verdere waarnemingen op NN3.

19.25

uur

De [kenteken 6] rijdt over de Goeveneurlaan te Den Haag uit de richting van de

Withuysstraat te Den Haag. Door duisternis en afstand gehinderd geen

herkenning of signalement waargenomen op de inzittenden van de [kenteken 6].

(34 en 54) Tijdelijk geen waarnemingen op de [kenteken 6] en de inzittenden.

21.16

uur

De [kenteken 6] rijdt over de [adres 5] te Den Haag uit de richting van de Hengelolaan te Den Haag. (59) In het portiek [adres 5], waarin perceelnummer [adres 5] is gelegen, loopt een man, welke wordt herkend als [verdachte]. [verdachte] draagt een donkere jas en een donkere joggingbroek. De [kenteken 6] stopt ter hoogte van het portiek [adres 5], waarin perceelnummer [adres 5] is gelegen. Er is niet gezien hoeveel personen zich in de [kenteken 6] bevinden. [verdachte] loopt in het trappenhuis naar beneden komt uit het portiek en stapt als bijrijder in de [kenteken 6] waarna deze vertrekt. (34)

21.19

uur

De [kenteken 6] stopt op de [adres 5] te Den Haag ter hoogte van de Bentelostraat te Den Haag. [verdachte] stapt uit en loopt naar de [kenteken 10]. De [kenteken 6] vertrekt. Door duisternis en afstand gehinderd geen herkenning of signalement waargenomen op de bestuurder van de [kenteken 6]. [verdachte] stopt naast de [kenteken 10], blijft even staan er rent dan ongeveer 50 meter over de Bentelostraat te Den Haag in de richting van de Hoogeveenlaan te Den Haag. [verdachte] stopt en loopt terug naar de [kenteken 10]. [verdachte] wijst met de sleutel richting de [kenteken 10] waarna de alarmverlichting knippert. [verdachte] stapt als bestuurder in de [kenteken 10] en vertrekt. (63) Tijdelijk geen waarnemingen op [verdachte] en de [kenteken 10] vanaf de Erasmusweg te Den Haag.

21.46

uur

De eerder genoemde Seat Leon rijdt over de Sir Winston Churchilliaan te Rijswijk. (54) Door duisternis en afstand gehinderd geen herkenning of signalement waargenomen op de inzittenden van de Seat Leon. Er is niet waargenomen of de Seat Leon nog voorzien is van de kentekenplaten [kenteken 10]. (54) Tijdelijk geen waarnemingen op de Seat Leon.

22.06

uur

Volgens plaatsbepalinggegevens stopt de Seat Leon op het Plaszicht te Rotterdam. Geen directe waarnemingen op de Seat Leon. (59)

Zaterdag 17 november 2012

00.16

uur

Een donker gekleed persoon met een zwarte bivakmuts over zijn/haar hoofd komt uit de richting van een tuinhek van perceel [adres 19] te Rotterdam gelopen. Deze persoon draagt een witte tas/zak, ongeveer 30 centimeter bij 40 centimeter groot in zijn of haat hand. De persoon heeft de tas met één hand aan de bovenkant met gebalde vuist omringt. Deze persoon kijkt meerdere malen naar links en naar rechts de [adres 1] door. Vervolgens kijkt deze persoon in de richting van een tuinhek welke is gelegen aan perceel [adres 19] te Rotterdam, waar vandaan een tweede persoon komt gelopen. Deze persoon is eveneens in het donker gekleed en draagt een zwarte bivakmuts over zijn/haar hoofd. Beide personen rennen vervolgens het Plaszicht te Rotterdam in. (54 en 59) Tijdelijk geen waarnemingen op deze personen die in het donker gekleed zijn met bivakmutsen.

00.19

uur

Over het Plaszicht te Rotterdam rijdt de Seat Leon, maar nu voorzien van het kenteken [kenteken 9]. (34) In de [kenteken 9] bevinden zich 3 inzittenden, alle inzittenden dragen bivakmutsen over hun hoofden. (59) Observatie overgedragen door observatieteam Hollands Midden.

Aanhouding verdachte

193. Verdachte is op 17 november 2012 te 02.18 uur aangehouden op het balkon van het perceel [adres 20] te Den Haag. Omtrent de wijze waarop die aanhouding heeft plaatsgevonden is het volgende gerelateerd124:

Bij ons (noot rechtbank: bedoeld worden de verbalisanten) was het bekend dat de verdachte in de woning [adres 5] verbleef. Dit perceel is gelegen in een appartementencomplex bestaande uit vier woonlagen. [adres 5] is gelegen op de vierde en hoogste woonlaag. Een afgesloten portiek met een trappenhuis en liftschacht geeft toegang tot dit complex. Bij het benaderen van de woning werd de verdachte, in gezelschap van een vrouw, door ons vanaf de straatzijde gezien in het trappenhuis op de eerste woonlaag van het complex. De verdachte zag ons ook. Onmiddellijk sommeerden wij dat de verdachte was aangehouden en dat hij moest blijven staan. Wij zagen dat de verdachte via het trappenhuis terug rende naar zijn woning en hier naar binnen ging. Direct hierop werd de woning door ons betreden. De verdachte werd niet in de woning aangetroffen. De verdachte is via het balkon, zeer waarschijnlijk via het dak, weggevlucht. Gezien de situatie was het onmogelijk dat de verdachte het complex was ontvlucht.

Uiteindelijk werd de verdachte aangetroffen op het balkon van perceel [adres 20] te Den Haag, waar hij zich schuil hield.

Vervolgens werd perceel [adres 20] te Den Haag betreden en de verdachte aangehouden.

Aantreffen handschoenen

194. Direct na het aantreffen van verdachte op het balkon van perceel [adres 20] is in het water van de Dedemsvaart een paar zwarte handschoenen aangetroffen en veilig gesteld. Daaromtrent is door een verbalisant het volgende gerelateerd125:

Op zaterdag 17 november 2012 te 02.18 uur was ik betrokken bij de aanhouding van [verdachte], geboren op 10 juli 1987. De aanhouding vond plaats op het balkon van perceel [adres 20] te Den Haag en werd verricht door mijn collega’s. Perceel [adres 20] is gelegen in een appartementencomplex bestaande uit vier woonlagen. Perceel [adres 20] is gelegen op de tweede woonlaag van dit complex. Onderlangs het balkon van perceel [adres 20] loopt een brede sloot. Feitelijk gezien ligt dit balkon boven het water van deze sloot. Direct na het aantreffen van de verdachte zag ik op het wateroppervlak van de sloot, globaal ter hoogte van het balkon, een paar zwarte handschoenen drijven, Ik stond daarbij aan de zijde van de sloot onder het balkon op ongeveer twee meter vanaf de drijvende handschoenen. Ik zag dat deze handschoenen aan de bovenzijde nog droog waren. Wel zag ik dat deze handschoenen langzaam aan het zinken waren en door de stroming van de sloot werden meegenomen. Gezien deze bevindingen kan ik hieruit alleen maar concluderen dat deze handschoenen net in het water waren gegooid. Ik heb de handschoenen dan ook gelijk uit het water gehaald en veiliggesteld. Ik zag dat het een paar zogenaamde “tactical” handschoenen betrof. Ik zag dat de handschoenen zwart van kleur waren. Bij mij is het ambtshalve bekend dat dit soort handschoenen veelal gebruikt worden door overvallers en/of inbrekers. Hierna heb ik de handschoenen overgedragen aan personeel van de recherche.

Onderzoek Handschoenen

195. Bij bemonstering van de in de vorige overweging bedoelde handschoenen is op de rug van de linker handschoen een spoor veilig gesteld dat, na onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) het DNA-profiel bleek te bevatten afkomstig van een (op dat moment nog) onbekende vrouw. De matchkans van dit profiel is kleiner dan één op één miljard126. Nadien is komen vast te staan dat dit profiel matcht met het DNA-profiel van [getuige 6], de dochter van het echtpaar dat is op 16 november 2012 overvallen in hun huis aan de [adres 1] te Rotterdam, waarbij de matchkans kleiner is dan één op één miljard127.

196. Bij (nader) onderzoek van bemonsteringen aan de rechter handschoen is in de bemonstering nr. AAFG8408NL#02 (afkomstig van de binnenzijde van de handschoen128) een onvolledig DNA-mengprofiel aangetroffen, overeenkomend met minimaal drie personen, te weten verdachte [verdachte] en minimaal twee andere personen. Onderzoek van bemonstering nr. AAFG8408NL#08, afkomstig van de bovenzijde (rug) van die handschoen, bevat een onvolledig DNA-mengprofiel, overeenkomend met minimaal twee personen, verdachte [verdachte] en minimaal één andere persoon129.

Aantreffen draaiende wasmachine

197. Bij het betreden van de woning [adres 5] te Den Haag ter aanhouding van verdachte op 17 november 2012 rond 02.00 uur werd vastgesteld dat er een wasmachine stond te draaien. Uit de wasmachine zijn veilig gesteld onder meer een zwarte trui, een zwarte joggingbroek en een paar zwarte sokken130.

Bewijskracht van vorenstaande feiten en omstandigheden

198. De rechtbank zal thans nagaan in hoeverre aan de in de r.o. 182 tot en met 197 weergegeven feiten en omstandigheden bewijs valt te ontlenen voor de aan de verdachte ten laste gelegde feiten voor zover die zien op het dossier [adres 1]. Daarbij zal de rechtbank, voor zover van toepassing, de door de verdachte en de verdediging daaromtrent gevoerde verweren en voorgestane interpretaties betrekken en beoordelen.

OVC-gesprek op 15 november 2012 Verdachte/[medeverdachte 15] 23.21-23.40 uur (r.o. 182)

199. Verdachte, ter zitting geconfronteerd met dit gesprek en gevraagd naar de betekenis daarvan, heeft zich beroepen op zijn zwijgrecht. Ook [medeverdachte 15] heeft, toen hem daarnaar door de politie werd gevraagd, daarover niets willen verklaren131. Dat betekent dat de rechtbank zelfstandig dient te beoordelen wat uit dit gesprek naar voren komt. De rechtbank komt tot de slotsom dat tijdens dit gesprek een vuurwapen aanwezig is geweest, waarvan de gesprekspartners vaststellen dat dit geen “echt” vuurwapen betreft, maar dat dit mogelijk wel kan worden omgebouwd tot een schietklaar wapen. Gelet op de verklaring van [medeverdachte 8] inhoudende dat hem al twee dagen voor de overval bekend was dat die zou plaatsvinden (waaruit de rechtbank afleidt dat de voorbereidingen voor die overval op het tijdstip van dit gesprek reeds in volle gang waren) en de omstandigheid dat zowel [medeverdachte 8] als [medeverdachte 11] verklaren dat bij de overval geen echt wapen is gebruikt, levert dit gesprek bewijs op voor betrokkenheid van de gesprekpartners (verdachte zowel als [medeverdachte 15]) bij het voorbereiden van de overval

OVC- gesprek Verdachte/[medeverdachte 15] op 15 november 2012 vanaf 23.40 uur over tiewraps (r.o. 183)

200. De enkele inhoud van dit gesprek, waarin verdachte aan [medeverdachte 15] te kennen geeft “dat hij op tiewraps zit te wachten” levert bewijs op voor betrokkenheid van verdachte en [medeverdachte 15] bij de overval op de [adres 1] te Rotterdam, gelet op de volgende omstandigheden:

  • -

    Het gebruik van tiewraps bij die overval;

  • -

    Het tijdstip van dit gesprek: nog geen 24 uur voordat de overval plaatsvond, en op een tijdstip waarop (zoals zojuist overwogen) de voorbereidingen voor die overval reeds in gang waren gezet;

  • -

    Het direct volgen van deze conversatie op de zojuist weergegeven conversatie omtrent een wapen, die eveneens in verband kan worden gebracht met de voorbereiding van de overval.

201. Door en namens verdachte is evenwel aangevoerd dat het thans besproken gesprek weliswaar over tiewraps gaat, dat verdachte daar inderdaad naar heeft gevraagd en die tiewraps ook nog diezelfde avond van [medeverdachte 15] heeft gekregen, maar dat die tiewraps in het geheel niet bedoeld waren om te worden gebruikt bij een overval, zodat aan de inhoud van dit gesprek geen enkele bewijskracht toekomt. De door [medeverdachte 15] aan hem overhandigde tiewraps zouden, aldus verdachte, zijn bedoeld (en ook feitelijk door hem gebruikt) voor het vastbinden van diverse losse audio- en televisiekabels, aan de het wanordelijke uiterlijk waarvan verdachte zich al geruime tijd ergerde.

202. De rechtbank stelt voorop dat deze verklaring van verdachte reeds op het eerste gezicht onaannemelijk voorkomt, gelet op het tijdstip van de avond waarop deze conversatie plaatsvond en het totaal ontbreken van enig verband met de eerder door de gesprekspartners besproken onderwerpen. Daarbij komt dat na de aanhouding van verdachte vertrouwelijke communicatie tussen verdachte en [medeverdachte 15] is opgenomen in de Penitentiaire Inrichting Amsterdam, en wel tijdens een bezoek van [medeverdachte 15] aan verdachte op 28 februari 2013132. Tijdens dit gesprek heeft verdachte (hetgeen hij niet betwist) aan [medeverdachte 15] gevraagd om (wederom) tiewraps te kopen, de verpakking daarvan weg te gooien, met die tiewraps naar de woning aan de [adres 5] te gaan, daar televisiekabels vast te binden en het resultaat daarvan te fotograferen.

203. In bedoeld gesprek tussen verdachte ([verdachte]) en [medeverdachte 15] ([medeverdachte 15]) in de PI komen onder meer de volgende passages voor:

[verdachte]: Weet wat je doet, je gaat uuuhh, je koopt zwarte, niet van dezelfde soort ja.? Snap je, gewoon hele andere. Niet dezelfde lengte ook, kleinere, je weet wel toch133?

(…)

[medeverdachte 15]: Ik koop gewoon kleintjes

[verdachte]: He?

[medeverdachte 15]: Kleintjes

[verdachte]: Niet super kleine. Doe een beetje gewoon uuh…ze moeten niet zoals die ene zijn134.

204. Aan verdachte is ter terechtzitting gevraagd wat hij hier bedoelt met de opdracht aan [medeverdachte 15] om tiewraps te kopen “niet van dezelfde soort” maar “kleinere” en wat wordt bedoeld met “die ene” in vergelijking met de nieuw aan te kopen tiewraps. Verdachte heeft zich evenwel op zijn zwijgrecht beroepen, evenals [medeverdachte 15] dat heeft gedaan toen hij met deze onderdelen van dit gesprek werd geconfronteerd135. De rechtbank dient dan ook zelfstandig te beoordelen wat de betekenis van deze uitlatingen is. De rechtbank kan tot geen andere conclusie komen dan dat met “die ene” de tiewraps werden bedoeld zoals die op 15 november 2012 door [medeverdachte 15] aan verdachte zijn geleverd, en dat met de opdracht over te gaan tot aanschaf van “kleinere” tiewraps werd bedoeld te verhullen dat die oorspronkelijk geleverde tiewraps geschikt waren om bij een overval te worden gebruikt.

205. De slotsom is dat de door verdachte gegeven uitleg aan het thans besproken gesprek niet aannemelijk is geworden, zodat de bewijskracht daarvan overeind blijft als omschreven in r.o. 200 en nog wordt versterkt door hetgeen hiervoor in r.o. 203 en 204 is overwogen.

OVC-gesprekken met [medeverdachte 16] (r.o. 189) en [medeverdachte 11] (r.o. 191) op 16 november 2012 vanaf 16.53 uur respectievelijk 20.36 uur

206. Verdachte heeft, desgevraagd, ter terechtzitting niets meer en anders over deze gesprekken willen verklaren dan dat aan hem op de bewuste avond is gevraagd om een auto weg te brengen vanaf de [adres 5] naar de Beverweerdstraat te Den Haag, wat hij ook van plan was te doen maar waarvan hij uiteindelijk heeft afgezien. Op verdere vragen naar de inhoud van deze gesprekken heeft verdachte zich op zijn zwijgrecht beroepen.

207. De rechtbank zal derhalve zelfstandig tot een oordeel moeten komen over de vraag welke betekenis aan deze gesprekken toekomt, mede in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen. De rechtbank heeft de gesprekken ter zitting beluisterd, nadat zij tevoren kennis had genomen van een door de verdachte opgestelde uitwerking daarvan, inhoudende wat in die gesprekken volgens hem wel of niet te horen was. De rechtbank stelt vast dat de inhoud van de uitwerking door de politie en de verdachte weliswaar op detailpunten van elkaar verschillen, maar niet op de hoofdpunten die bij de thans volgende beoordeling door de rechtbank van belang zijn.

208. In zowel het gesprek met [medeverdachte 16] als dat met [medeverdachte 11] wordt gesproken over een auto, die afkomstig is uit Monster of Wageningen. [medeverdachte 16] geeft aan dat hij die auto heeft geregeld (wat aan niemand mag worden gezegd), en [medeverdachte 11] dat hij deze heeft opgehaald. Daarnaast wordt in beide gesprekken over “platen” gesproken die nog niet zijn veranderd respectievelijk “dingen” die er nog moeten worden afgehaald. In het licht van de in r.o. 180 geciteerde verklaring van [medeverdachte 11], die heeft aangegeven dat dit gesprek tussen hem en verdachte gaat over de gestolen auto die in Monster/Wateringen is opgehaald en waarvan de kentekenplaten nog moesten worden verwisseld, staat buiten twijfel dat in beide gesprekken wordt gesproken over de inmiddels gestolen auto die later bij de overval zou worden gebruikt en door [medeverdachte 11] geparkeerd was vlak bij de woning aan de [adres 5], en dat verdachte dit, blijkens zijn reacties in beide gesprekken, ook heeft begrepen. Tenslotte stelt de rechtbank vast dat door verdachte en [medeverdachte 11] aan het eind van hun gesprek een duidelijke afspraak wordt gemaakt, inhoudende dat [medeverdachte 11] korte tijd later met zijn auto beneden (waarmee bedoeld wordt voor de deur van het appartementsgebouw aan de [adres 5]) zou staan, waarop verdachte naar beneden zou komen en meteen in de auto van [medeverdachte 11] zou stappen.

De observaties op 16 november 2012 te 21.16 en 21.19 uur

209. Door de verdediging is betoogd dat aan het proces-verbaal van observatie (zoals weergegeven in r.o. 192) geen bewijswaarde toekomt voor zover daarbij is gerelateerd dat gezien is dat verdachte te 21.16 uur op de [adres 5] als bijrijder in de (naar vaststaat: bij [medeverdachte 11] in gebruik zijnde) Fiat Punto met kenteken [kenteken 6] is gestapt, en dat vervolgens te zien is dat verdachte te 21.16 uur ter hoogte van de Bentelostraat uit de Fiat Punto is gestapt en even later als bestuurder in een aldaar geparkeerde Seat Leon is gestapt en daarmee is weggereden. Daaromtrent overweegt de rechtbank het volgende.

210. Voor wat betreft de waarneming op de [adres 5] te 21.26 uur (blijken het proces-verbaal daarvan gedaan door een observant, aangeduid als nr. 34) heeft de verdediging betoogd dat uit het verhoor van deze observant als getuige door de rechter-commissaris zou volgen dat hetgeen is neergelegd in het proces-verbaal van observatie niet zou overeenstemmen met zijn feitelijke observaties. De rechtbank verwerpt die stelling, nu een vergelijking van het proces-verbaal van observatie met het resultaat van het getuigenverhoor voor de juistheid van dit betoog geen basis biedt. De observant is in zijn verhoor als getuige immers stellig en gemotiveerd gebleven bij zijn herkenning van verdachte als degene die op het desbetreffende tijdstip uit het portiek van de woning aan de [adres 5] is gekomen en vervolgens in de Fiat Punto is gestapt. Dat de observant als getuige tevens verklaart (iets waarop de verdediging veel nadruk heeft gelegd) dat hij verdachte enige seconden uit het oog is verloren doet daar niet aan af, nu de observant als getuige tevens verklaart dat hij ter plaatse niemand anders heeft gezien en het dus verdachte moet zijn geweest die in de auto stapte. Er is dan ook geen enkele reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van deze observatie, zoals neergelegd in het proces-verbaal daarvan.

211. Ook de observant (aangeduid als nr. 63) die de observatie te 21.19 uur heeft gedaan is als getuige door de rechter-commissaris gehoord. Bij die gelegenheid is de observant met stelligheid gebleven bij hetgeen in het proces-verbaal van observatie is gerelateerd, te weten dat het verdachte is geweest die op de Bentelostraat in de Seat Leon is gestapt en daarmee is weggereden. De verdediging heeft haar stelling dat ook aan deze observatie geen waarde toekomt in feite op niets anders gegrond dan op de veronderstelling dat de herkenning van verdachte zou zijn ingegeven door de bij deze observant inmiddels bekende omstandigheid dat verdachte kort tevoren door een andere observant zou zijn gezien toen hij in de Fiat Punto stapte. Aan die veronderstelling is evenwel geen enkel concreet feit ten grondslag gelegd, zodat de rechtbank daaraan voorbij zal gaan. Ook aan de betrouwbaarheid van deze observatie behoeft derhalve niet te worden getwijfeld.

Pingverkeer tussen verdachten en derden op 16 november 2012

212. De verdachte heeft, daarnaar gevraagd, geen commentaar willen geven op de inhoud van deze pingberichten. De rechtbank stelt vast dat daaruit valt af te leiden dat verdachte in een periode van enige uren, terwijl het begin van die periode minder dan vijf uur voor de overval aan de [adres 1] te Rotterdam is gelegen, via derden op dwingende toon [medeverdachte 11] en [medeverdachte 8] (die de overval hebben bekend) alsmede [medeverdachte 16] (die voor medeplichtigheid aan de overval is veroordeeld) heeft gesommeerd naar zijn, verdachte’s huis te komen omdat hij hen dringend nodig had.

Tussenconclusie

213. De rechtbank stelt vast dat alle vorengenoemde bewijsmiddelen, zowel afzonderlijk als in verband met elkaar bezien, bewijs opleveren voor betrokkenheid van verdachte bij de overval aan de [adres 1] te Rotterdam. Of die bewijsmiddelen, al dan niet in combinatie met andere nog te vermelden feiten of omstandigheden, ook metterdaad kunnen voeren tot een bewezenverklaring van de in verband met die overval ten laste gelegde feiten, kan evenwel eerst worden beoordeeld na bespreking van de diverse alternatieve scenario’s die verdachte heeft geponeerd. De rechtbank zal thans overgaan tot een beoordeling van die scenario’s.

Door verdachte geponeerde alternatieve scenario’s

214. De verdachte heeft in de eerste plaats een alternatief scenario -door de verdediging ook wel als alibi aangeduid- geformuleerd, dat –indien juist- zou uitsluiten dat hij aan de uitvoering van de overval aan de [adres 1] heeft deelgenomen, aangezien hij zich op dat moment op een geheel andere locatie (namelijk thuis) bevond. Vervolgens heeft verdachte een alternatief scenario geponeerd dat –indien juist- dwingend met zich zou brengen dat het aantreffen van de handschoenen in de [adres 5] kort na zijn aanhouding niet met hem in verband kan worden gebracht.

Eerste alternatief scenario: verdachte was thuis ten tijde van de overval.

215. De stellingen van verdachte op dit punt komen –samengevat- op het volgende neer. Hij was aanvankelijk van plan om een auto te verplaatsen van de [adres 5] naar de Beverweerdstraat, maar heeft daar van afgezien. Hij heeft geen afspraak met [medeverdachte 11] gemaakt om te worden opgehaald. Om 21.16 uur is hij vanuit de woning [adres 5] via de trap en het portiek naar buiten gelopen met de bedoeling om de sleutel van de woning waar hij verbleef achter een vuilnisbak te leggen, wat hij ook heeft gedaan. Toevallig op het zelfde moment kwam de Fiat Punto van [medeverdachte 11] aanrijden. Hij, verdachte, is toen niet in die auto gestapt, maar wel iemand anders. Die andere persoon kent hij onder de naam Monster. Deze Monster zat al aan de overkant van de parkeerplaats op een muurtje te wachten. Nadat Monster in de Fiat Punto was gestapt en deze was weggereden, is hij, verdachte in zijn woning teruggekeerd. Dat dit niet is geregistreerd door de camera’s rond het portiek en door de camera, gericht op de voordeur van het appartement, komt, omdat hij via een andere weg terug is gegaan. Hij is op een muurtje geklommen en via een raam op de eerste etage in het trappenhuis terechtgekomen. Vervolgens is hij niet naar zijn eigen woning gegaan, maar heeft hij aangebeld bij de daarnaast gelegen woning van zijn neef [betrokkene 14]. Daarna is hij via het terras van de woning van [betrokkene 14] naar het terras de woning [adres 5] geklommen en zo weer in die woning terecht gekomen. Hij heeft in de woning verbleven tot kort voor zijn aanhouding op 17 november 2012 te 2.18 uur. Die tijd heeft hij grotendeels slapend doorgebracht, maar hij heeft ook tijd besteed aan het hebben van seksueel contact met na te noemen [betrokkene 9].

Aanwezigen in de woning [adres 5]

216. Op basis van de registratie door (observatie- en andere) camera’s staat vast dat zich te 21.16 uur, toen verdachte de woning verliet, nog drie andere personen in die woning bevonden, te weten: [betrokkene 15] (moeder van verdachte), [betrokkene 3] (zuster van verdachte) en [betrokkene 9]. Uit camerabeelden blijkt dat de moeder en de zuster van verdachte om 21.44 uur de woning hebben verlaten.

Getuigenverklaringen

217. De moeder van verdachte heeft verklaard136 dat zij op 16 november 2012 te 16.46 uur samen met [betrokkene 9] in de woning [adres 5] is aangekomen Later kwam daar ook haar dochter [betrokkene 3]. Haar zoon [verdachte] was toen ook in de woning aanwezig. Hij zei dat hij niet wegging, moe was en ging slapen. Zij is op een gegeven moment weggegaan, samen met haar dochter. Zij weet zeker dat [verdachte] toen zij wegging nog in de woning was. Zij heeft hem gezien toen zij wegging en hij was in huis.

218. De zuster van verdachte heeft verklaard137 dat toen zij de woning verliet, haar broer [verdachte] nog in de woning was. Zij heeft bij het weggaan [verdachte] en [betrokkene 9] gedag gezegd.

219. [betrokkene 9] is een aantal malen als verdachte en getuige door de politie gehoord, en op 8 februari 2013 door de rechter-commissaris. In dat laatste verhoor geeft zij te kennen dat voor haar gevoel verdachte de gehele avond thuis is geweest, al heeft zij hem niet steeds gezien.

220. [betrokkene 14], de neef van verdachte heeft een schriftelijke verklaring opgesteld, die door de verdediging op 6 mei 2013 aan de rechtbank is toegezonden. In die verklaring geeft [betrokkene 14] te kennen dat verdachte op 16 november 2012 rond 9 à 10 uur in de avond bij hem heeft aangebeld. Hij, [betrokkene 14], was toen in zijn woning aanwezig, samen met zijn vriendin. Verdachte is vervolgens via het terras van de woning van hem, [betrokkene 14], naar de woning aan de [adres 5] gegaan. Bij een verhoor door de rechter-commissaris als getuige heeft [betrokkene 14] verklaard zich niets concreets meer van de desbetreffende avond te kunnen herinneren, maar wel te blijven bij de inhoud van zijn eerdere schriftelijke verklaring, omdat hij toen de waarheid heeft opgeschreven.

221. [betrokkene 16], de vriendin van [betrokkene 14] heeft, bij de rechter-commissaris als getuige gehoord, verklaard dat zij op de avond van 16 november 2012 heeft gezien dat verdachte in de woning van [betrokkene 14] aanwezig was en toen via het terras van die woning naar het terras van de naastgelegen woning is geklommen.

Tussenconclusie aangaande het eerste alternatieve scenario

222. De zojuist aangehaalde getuigenverklaring geven steun aan het door verdachte geponeerde alternatieve scenario, inhoudende dat hij te 21.16 uur niet in de Fiat Punto is gestapt maar in plaats daarvan weer is teruggekeerd in de woning [adres 5].

223. Daarmee is evenwel -anders dan door de verdediging betoogd- nog niet het laatste woord over de juistheid van dat scenario gezegd. Dat scenario staat immers lijnrecht tegenover de door de rechtbank als betrouwbaar aangemerkte- observaties aangaande verdachte op de desbetreffende avond te 21.16 en 21.19 uur.

224. Bovendien zijn de na te melden omstandigheden bij de beoordeling van het scenario van belang.

Is verdachte te horen op de OVC?

225. In de weergave van de OVC-gesprekken door de politie is vermeld dat verdachte daarop tussen 16 november 2012 te 21.16 uur en 17 november 2012 te 1.41 uur niet te horen is. Aan verdachte, die alle OVC-opnames van 16 november 2012 heeft beluisterd, is ter terechtzitting gevraagd of hij zich zelf op de OVC heeft gehoord na 21.16 uur tot 00.00 uur die avond. Verdachte heeft toen aandacht gevraagd voor een tweetal woorden, die hij aan zichzelf toeschrijft. Bij het afluisteren van de desbetreffende passages heeft de rechtbank daarin geen mannenstem, laat staan de stem van verdachte herkend. Ook overigens heeft de rechtbank in de op de zitting beluisterde OVC-passages in bedoeld tijdvak niets gehoord wat op de aanwezigheid van verdachte kan wijzen, dus ook geen gedag zeggen door [betrokkene 3], waarover deze in haar getuigenverklaring spreekt.

Pingverkeer

226. Tussen 16 november 2012 te 21.12 uur en 17 november 2012 te 1.56 uur is er geen pingverkeer vastgesteld tussen de telefoon van verdachte en andere telefoons.

OVC-gesprekken

227. Op 16 november 2012 te 21.40 uur (kort voor het vertrek van de moeder en zuster van verdachte) is als OVC-gesprek in de woning [adres 5] het volgende geregistreerd als gesproken tussen de [betrokkene 15] (moeder van verdachte), [betrokkene 3] (de zuster van verdachte) en [betrokkene 9]:

[betrokkene 15]: Zet een film op en ga lekker even film kijken.

Vervolgens gerommel op de achtergrond.

[betrokkene 9]: Ik ga film kijken in m’n eentje.

[betrokkene 15]: Lekker toch.

[betrokkene 9]: Is het ver supermarkt?

[betrokkene 3]: Ja.

[betrokkene 15]: Die is dicht.

[betrokkene 3]: Is sowieso dicht. Je hebt cola.

[betrokkene 15]: Met fruit, kan je fruit eten.

21.41.03

[betrokkene 9]: Kan je hem pingen [betrokkene 3]?

[betrokkene 3]: Nee, nee, niet pingen.

[betrokkene 9]: Oh.

[betrokkene 3]: Van hoe laat, wanneer kom je en zo. Mag je niet zeggen.

[betrokkene 9]: Zei ie niet hoe laat ie komt?

[betrokkene 3]: Nee, je mag hem ook niet bellen enzo.

[betrokkene 9]: Ik ga hem ook niet bellen.

[betrokkene 3]: Nee, maar hij zegt niet bellen of pingen om te vragen van uuhh.

[betrokkene 15]: Met andere woorden, [betrokkene 3] mag niet bellen, ik mag niet bellen, jij ook niet bellen.

[betrokkene 9]: Ik mag hem ook niet bellen? Zei ie dat?

[betrokkene 15]: Tegen mij zei ie ik ga niet hij [betrokkene 4] bellen hoe laat is ie thuis en zo. Ik mag dat niet

aan jou vragen.

[betrokkene 9]: Maar heb je misschien gebeld ofzo. Ik ga misschien naar huis. Heeft ie iets gezegd dan?

[betrokkene 15]: Nee, hij zegt van uuh, ik zeg eh..onv...

Zegt ie .

.

onv..

[betrokkene 9]: oke.

Onverstaanbaar.

[betrokkene 3]: Zeg ie dat dan?

[betrokkene 9] lacht en zegt het navolgende:

[betrokkene 9]: Hij is stoer, ik vind hem echt leuk! Ik weet niet hoezo.

[betrokkene 3]: Zeg wholla??

[betrokkene 9]: Wholla, Psychisch gewoon. Alles is leuk aan hem.

[betrokkene 15]: Wat vindt je nou leuk?

[betrokkene 9]: Ik vind hem leuk!

[betrokkene 15]: Hij is gek!

[betrokkene 15]: heeft het hoofd van kleine Morad afgesneden en in de koelkast gedaan, kijk.

[betrokkene 9]: Dat heeft Morad gedaan?

[betrokkene 15]: Grote Morad heeft zijn hoofd afgesneden en in de koelkast gedaan... [ovb]. .

228. De rechtbank stelt vast dat vlak voor het vertrek van de moeder en de zuster van verdachte door hen teksten worden gesproken die gericht lijken te zijn tegen iemand (in dit geval [betrokkene 9]) die alleen in de woning achterblijft. Daarbij worden tevens instructies gegeven die betrekking hebben op het niet mogen bellen en/of pingen van iemand die kennelijk op dat moment niet in die woning aanwezig is. Met de persoon naar wie niet gebeld of gepingd mag worden kan naar het oordeel van de rechtbank niemand anders dan verdachte zijn bedoeld. Weliswaar heeft [betrokkene 9] als getuige uiteindelijk verklaard dat dit betrekking zou hebben op een mannelijke kennis van de zuster van verdachte, doch die verklaring staat geheel op zich en verdraagt zich bovendien niet met de direct daarop volgende passage (waarin [betrokkene 9] verklaart dat zij en niet [betrokkene 3] iemand leuk vindt en de moeder van verdachte gekscherend spreekt over de psychische kwaliteiten van die persoon) die overduidelijk (ook) op verdachte betrekking heeft. Tenslotte wijst de opmerking van [betrokkene 9] “ik ga film kijken in mijn eentje” er eveneens op dat zij na het vertrek van moeder en zuster alleen in de woning achterbleef. Verdachte heeft ter terechtzitting betoogd dat deze laatste mededeling van [betrokkene 9] sarcastisch zou zijn bedoeld, doch een dergelijke toonzetting heeft de rechtbank bij het beluisteren van de opname niet kunnen waarnemen.

Conclusie van de rechtbank omtrent het eerste alternatieve scenario

229. Tegenover de waarnemingen van de observanten, gevoegd bij de omstandigheid dat de aanwezigheid van verdachte niet waarneembaar is via de OVC en in Pingverkeer terwijl wat wel op de OVC voorkomt juist in de richting van zijn afwezigheid wijst, is verdachte er niet in geslaagd om zijn stelling dat hij na 21.16 uur in de woning is teruggekeerd en daar vervolgens tot aan zijn aanhouding heeft verbleven ook maar enigszins aannemelijk te maken. De getuigenverklaringen die het alibi van verdachte steun zouden moeten bieden zijn, naar valt aan te nemen, uitsluitend met dat doel afgelegd en worden door de rechtbank als kennelijk leugenachtig aangemerkt.

Tweede alternatieve scenario

230. Verdachte heeft betwist dat er enige relatie kan worden aangenomen tussen zijn aanhouding op het balkon van de [adres 20] op 17 november 2012 en het omstreeks dezelfde tijd aantreffen van twee handschoenen in de onder dat balkon gelegen Dedemsvaart, op één waarvan DNA van een bewoonster van het huis aan de [adres 1] te Rotterdam is aangetroffen. Bij de beoordeling van die betwisting is het volgende van belang.

Aankomst man op de [adres 5] op 16 november 2012 te 1.41 uur

231. Door de bewakingscamera, gericht op de deur die toegang geeft tot het portiek van het appartementengebouw aan de [adres 5] waarvan nr. [adres 5] deel uitmaakt, is geregistreerd dat op 17 november 2012 te 1.41 uur een persoon dat portiek binnengaat. De rechtbank heeft de aldus geregistreerde beelden ter terechtzitting bekeken en als haar waarneming medegedeeld dat te zien is dat het gaat om een man die vanuit de hoek van het beeld komt aanlopen en de deur van het portiek opent met een sleutel. De man heeft zijn jas over zijn hoofd getrokken Het lijkt er op dat de man op sokken loopt.

232. Omstreeks dezelfde tijd heeft de observatiecamera, gericht op de voordeur van de woning [adres 5], geregistreerd dat een man komt aanlopen vanaf het trappenhuis, de deur van het pand opent, naar binnen gaat en de deur achter zich dicht trekt.

233. Kort daarna is de stem van verdachte voor het eerst sedert 21.16 uur de vorige dag weer op de OVC te horen138.

Aantreffen schoenen

234. Naar aanleiding van de in r.o. 231 genoemde beelden, waarop een man is te zien die kennelijk op sokken loopt, is een nader onderzoek ingesteld in de omgeving van de woning aan de [adres 5]. Daarbij is naast het belendende appartementengebouw in het struikgewas een paar zwarte schoenen aangetroffen139.

Onderzoek schoenen

235. De schoenen blijken maat 45 te zijn. In die schoenen zijn drie haren aangetroffen met een onvolledig mitochondriaal DNA-profiel dat afkomstig kan zijn van verdachte140. Daarnaast is vastgesteld dat deze schoenen in aanmerking komen als sporenveroorzaker van drie schoenzoolsporen, veilig gesteld bij de overval op de [adres 1] te Rotterdam. Door het ontbreken van karakteristieke overeenkomsten kan niet worden vastgesteld die die schoenzoolsporen ook daadwerkelijk met deze schoenen zijn veroorzaakt141.

Inhoud van het alternatieve scenario

236. Verdachte heeft desgevraagd ter terechtzitting ontkend dat hij de man is die om 1.41 uur, kennelijk op sokken, het portiek van het appartementengebouw aan de [adres 5] inloopt en, even later, de woning aan de [adres 5] binnengaat. Op de vraag ter terechtzitting van 3 februari 2015 of verdachte weet wie die man dan wel is heeft hij geantwoord “dat hij dat niet zeker weet”, en dat hij de man niet heeft gezien en niet heeft gesproken. In zijn schriftelijke verklaring zoals die bij brief van zijn raadsvrouw van 6 mei 2013 aan de rechtbank is overgelegd verklaart verdachte dat hij sliep totdat hij iemand binnen hoorde komen. Hij ging er van uit dat er iemand binnen was gekomen omdat hij de deur open hoorde gaan en wat gerommel op de gang hoorde. Nadien heeft hij samen met [betrokkene 9] de woning verlaten waarna hij is aangehouden. Het kan zijn dat er handschoenen uit zijn jaszakken zijn gevallen door dat hij van balkon naar balkon is gesprongen maar het kan ook zijn dat degene die voor hem via het terras de woning heeft verlaten die handschoenen in het water heeft gegooid, aldus nog steeds deze schriftelijke verklaring. Ter zitting van 3 februari 2015 hiermee geconfronteerd heeft verdachte verklaard dat hij er thans van uit gaat dat slechts de tweede mogelijkheid (dat de onbekende man de handschoenen in het water heeft gegooid) in aanmerking komt en niet de eerste (dat verdachte die handschoenen zelf heeft verloren) omdat sedert het afleggen van zijn eerste verklaring is gebleken dat er DNA van een van de bewoners van de [adres 1] op een van de handschoenen zit en daarmee die eerste mogelijkheid niet juist kan zijn. Verdachte heeft, daarnaar ter zitting nogmaals gevraagd, verklaard dat hij zeker denkt dat de onbekende man die handschoenen in het water heeft gegooid.

237. Op grond van het vorenstaande houdt de rechtbank het er voor dat het alternatieve scenario van verdachte op dit punt het volgende inhoudt. Verdachte was, samen met [betrokkene 9], rond 1.41 uur in de woning aanwezig. Op dat tijdstip is een onbekende man met een sleutel de woning ingekomen. Deze man heeft vervolgens via het terras van de woning en de daaronder gelegen terrassen de woning en het gehele appartementencomplex verlaten en daarbij de handschoenen in het water van de Dedemsvaart gegooid. Even later heeft verdachte langs dezelfde weg als de onbekende man de woning verlaten en is aangehouden op het terras van de woning [adres 20] terwijl in de daaronder gelegen vaart de desbetreffende handschoenen (nog) dreven.

Beoordeling van het tweede alternatieve scenario

238. Dit door verdachte beschreven scenario wijst de rechtbank als volstrekt onaannemelijk van de hand en wel om meerdere redenen. Het is in de eerste plaats al welhaast ondenkbaar dat een onbekende man met een sleutel een woning in zou gaan waar twee mensen verblijven, die dat niet merken terwijl die onbekende man dan ook nog die woning verlaat op een wijze die bepaald niet alledaags is maar opmerkelijkerwijs wel exact de weg is waarlangs verdachte even later, trachtend zich aan zijn aanhouding te onttrekken, wegvlucht. Vervolgens is niet aannemelijk dat de onbekende man bijna een half uur lang (vanaf zijn binnenkomst te 1.41 uur tot kort voor de aanhouding van verdachte te 2.18 uur) ongemerkt voor verdachte, [betrokkene 9] en het arrestatieteam in en rond de woning kon verblijven. In het scenario van verdachte is dit tijdsverloop niet verklaarbaar, anders dan door de suggestie op te werpen (zoals ook door de verdediging is gedaan) dat de handschoenen al veel eerder dan kort voor de aanhouding van verdachte in het water terecht waren gekomen. Die suggestie stuit evenwel af op de reeds weergegeven waarnemingen van de verbalisant die de handschoenen ter hoogte van het balkon zag drijven terwijl zij door de stroom werden meegevoerd. Wat tenslotte al evenzeer onwaarschijnlijk voorkomt is, dat de onbekende man alvorens via het balkon te vertrekken nog wel -voor verdachte en [betrokkene 9] ongemerkt- (zijn) kleren in de wasmachine heeft gedaan en die wasmachine heeft aangezet, wat in het alternatieve scenario van verdachte tot de mogelijkheden behoort. Verdachte heeft zich ten aanzien van de hem ter terechtzitting gestelde vraag of hij de wasmachine heeft aangezet op zijn zwijgrecht beroepen. [betrokkene 9] heeft verklaard de wasmachine niet te hebben aangezet142. Dat betekent dat –gelet op de inmiddels verstreken tijd sedert het vertrek van de moeder en zuster van verdachte- niemand anders dan verdachte of de onbekende man de wasmachine kan hebben aangezet.

239. De rechtbank verwerpt dit alternatieve scenario. Nu de rechtbank al eerder heeft overwogen dat de stelling van verdachte dat hij vanaf 21.16 uur tot 1.41 uur thuis is geweest geen geloof verdient, kan het niet anders zijn dan dat het geen onbekende man was die, kennelijk op sokken, te 1.41 uur het portiek en daarna de woning is binnengegaan, zijn kleren in de wasmachine heeft gedaan en die heeft aangezet, en later de woning via het terras heeft verlaten, maar dat dit verdachte zelf is geweest. Dat betekent dat de omstandigheid dat zeer kort nadat verdachte is aangehouden de handschoenen in het water zijn aangetroffen onverkort kan gelden als een tegen hem in te roepen bewijsmiddel.

Conclusie omtrent het bewijs

240. Op grond van de OVC-gesprekken tussen verdachte en [medeverdachte 15] op 15 november 2012 te 23.12 uur acht de rechtbank bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de voorbereiding van de overval op de [adres 1] te Rotterdam. Meer in het bijzonder houdt de rechtbank het er voor dat de bij de overval gebruikte tiewraps die avond door [medeverdachte 15] aan verdachte zijn geleverd. Ook uit de OVC-gesprekken op de dag van de overval zelf, 16 november 2012, blijkt dat verdachte een leidende rol had bij het voorbereiden van daarvan, waartoe hij intensief overleg voerde met [medeverdachte 16] en [medeverdachte 11]. Met laatstgenoemde werd, zo stelt de rechtbank vast, aan het eind van het gesprek de afspraak gemaakt dat [medeverdachte 11] verdachte op die avond zou ophalen.

241. Uit het proces-verbaal van observatie blijkt vervolgens dat verdachte, overeenkomstig de gemaakte afspraak, te 21.16 uur in de Fiat Punto van [medeverdachte 11] is gestapt, en korte tijd later als bestuurder is weggereden met de gestolen Seat Leon waarmee nadien –zoals blijkt uit de verklaringen van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 11]- de drie overvallers naar Rotterdam zijn gereden. Daar heeft vervolgens de overval plaatsgevonden.

242. Een cruciaal bewijsmiddel wordt gevormd door het aantreffen van de veelbesproken handschoenen in het water van de Dedemsvaart kort na het ogenblik waarop verdachte op een balkon, gelegen boven die Dedemsvaart, was aangehouden. De rechtbank heeft reeds uitvoerig overwogen dat en waarom het alternatieve scenario van verdachte op dit punt faalt. Dat betekent dat, gelet op de omstandigheden waaronder de handschoenen zijn aangetroffen, niemand anders dan verdachte de handschoenen in het water van de Dedemsvaart kan hebben gegooid. Het aantreffen van DNA van één van de bewoonsters van de [adres 1] op die handschoen (daargelaten of dat DNA daar al dan niet door een High Five terecht is gekomen) stelt vervolgens buiten twijfel dat die handschoenen op de plaats delict aanwezig zijn geweest, en –nu bij de andere twee overvallers eigen handschoenen zijn aangetroffen- bij gelegenheid van de overval zijn gedragen door de derde overvaller.

243. De rechtbank acht reeds door die omstandigheid, in combinatie met de overige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de derde overvaller is geweest, en derhalve degene die nadat de overval was gepleegd doch voordat de Seat Leon op het [adres 18] te Den Haag werd klemgereden met medeneming van de buit uit die auto is gestapt. De diverse door het NFI gedane uitspraken omtrent geformuleerde hypothesen naar aanleiding van het gevonden DNA-mengprofiel aan de binnenzijde van de rechter handschoen behoeven om die reden geen bespreking meer, anders dan dat kan worden vastgesteld dat uit het aantreffen van dat mengprofiel in elk geval volgt dat verdachte niet kan worden uitgesloten als drager van de handschoenen.

244. Bij deze stand van zaken behoeft het aantreffen van de schoenen met daarin haren met een mitochondriaal DNA-profiel dat overeenkomt met het profiel van verdachte evenmin zelfstandige bespreking meer, zij het dat de rechtbank ten overvloede vaststelt dat die schoenen niet kunnen worden uitgesloten als veroorzaker van sporen op de plaats delict en dat verdachte op basis van het aangetroffen mitochondriaal DNA-profiel evenmin als drager van die schoenen kan worden uitgesloten, terwijl uit niets blijkt dat die schoenen door een ander dan verdachte zijn gedeponeerd op de plaats waar zij zijn gevonden.

245. De slotsom is dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de feiten die hem in verband met de overval op de [adres 1] te Rotterdam zijn ten laste gelegd, te weten diefstal met geweld, afpersing en wederrechtelijke vrijheidsberoving, alles in vereniging gepleegd.

De bewezenverklaring

246. De rechtbank verklaart bewezen dat:

(Zaaksdossier [adres 1])

1.

hij in de periode van 16 november 2012 tot en met 17 november 2012 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben gedwongen tot de afgifte van een (grote) hoeveelheid sieraden en merkhorloges, toebehorende aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2],

en

hij in de periode van 16 november 2012 tot en met 17 november 2012 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning gelegen aan de [adres 1] aldaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen sieraden en merk horloges, toebehorende aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en hun twee kinderen van ongeveer 13 en 8 jaar oud, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit:

- het gekleed in het zwart en bedekt met bivakmuts de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] onverhoeds binnen dringen en

- het springen op de rug van die [slachtoffer 1] en het duwen van die [slachtoffer 1] op de grond en het duwen van die [slachtoffer 1] in de rug en het hardhandig achterop het hoofd duwen en

- het van achteren vastpakken en vasthouden van die [slachtoffer 2] en

- het houden van een hand voor de mond van die [slachtoffer 2] en

- tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zeggen dat ze niet mochten bewegen en niet met elkaar mochten praten en op hun knieën moesten zitten en de alarmcode moesten afgeven en

- aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en hun kinderen meermalen een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, tonen en

- het vastbinden van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aan handen en enkels met tiewraps en

- het duwen van die [slachtoffer 2] op hun bed en vervolgens vastbinden van die [slachtoffer 2] met tiewraps en

- het harder aantrekken van de tiewraps bij die [slachtoffer 1] en

- het opsluiten van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in hun slaapkamer (gescheiden van hun kinderen) en

- het tegen die [slachtoffer 2] zeggen dat ze over een paar dagen terug zouden komen voor het geld;

2.

hij in de periode van 16 november 2012 tot en met 17 november 2012 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en hun twee kinderen (van ongeveer 13 en 8 jaar oud), wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij verdachte en zijn mededaders met dat opzet

- gekleed in het zwart en bedekt met bivakmuts de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] onverhoeds binnengedrongen en

- op de rug van die [slachtoffer 1] gesprongen en die [slachtoffer 1] op de grond geduwd en vervolgens die [slachtoffer 1] in de rug geduwd en hardhandig achterop het hoofd geduwd en- die [slachtoffer 2] van achteren vastgepakt en vastgehouden en

- een hand voor de mond van die [slachtoffer 2] gehouden en

- tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gezegd dat ze niet mochten bewegen en niet met elkaar mochten praten en op hun knieën moesten zitten en de alarmcode moesten afgeven en de mobiele telefoons moesten inleveren en- aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en hun kinderen een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, getoond en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aan handen en enkels met tiewraps vastgebonden en

- die [slachtoffer 2] op haar bed geduwd en (vervolgens) die [slachtoffer 2] met tiewraps vastgebonden en

- de tiewraps bij die [slachtoffer 1] harder aangetrokken en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] opgesloten in hun slaapkamer (gescheiden van hun kinderen) en

- gedurende een duur van ongeveer twee uur in de woning en in de directe nabijheid van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en hun kinderen gebleven;

(Zaaksdossier [adres 2])

3.

hij in de periode van 22 maart 2012 tot en met 23 maart 2012 te Rijswijk, tezamen en in vereniging met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning (gelegen aan of bij de '[adres 2] aldaar), met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] hebben gedwongen tot de afgifte van een groot geldbedrag en een groot aantal (merk)horloges en sieraden, toebehorende aan die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van en inklimming, immers zijn verdachte en zijn mededader door een slaapkamerraam voornoemde woning binnengeklommen,

en

hij in de periode van 22 maart 2012 tot en met 23 maart 2012 te Rijswijk tezamen en in vereniging met een ander, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning (gelegen aan of bij de '[adres 2] aldaar), met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een groot geldbedrag en een groot aantal (merk) horloges en sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van inklimming, immers zijn verdachte en zijn mededader door een slaapkamerraam

voornoemde woning binnengeklommen en welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit:

- het gekleed in het zwart en bedekt met bivakmuts de kelder van de woning van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] onverhoeds binnendringen en

- het dreigend tonen van een vuurwapen en kogels en een mes aan die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en

- het onder schot houden van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] met een vuurwapen en

- die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] op de grond laten liggen en laten zitten en de handen op hun rug laten houden en- het vastbinden van de handen van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] met tiewraps en

- het zwaaien met een mes voor het gezicht van die [slachtoffer 4] en

- het vasthouden van die [slachtoffer 4] bij haar badjas en

- dreigend zeggen tegen die [slachtoffer 4]: "Niet liegen, als jij zegt dat er is geen kluis en er is wel een kluis, wordt hij heel boos. Niet liegen";

4.

hij in de periode van 22 maart 2012 tot en met 23 maart 2012 te Rijswijk, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] wederrechtelijk van de vrijheid hebben beroofd en beroofd gehouden, immers hebben verdachte en mededader met dat opzet

- gekleed in het zwart en bedekt met bivakmuts de kelder van de woning van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] onverhoeds binnengedrongen en

- dreigend een vuurwapen en kogels en een mes aan die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] getoond en

- die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] met een vuurwapen onder schot gehouden en

- die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] op de grond laten liggen en laten zitten en de handen op hun rug laten houden en

- de handen van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] met tiewraps vastgebonden en

- met een mes voor het gezicht van die [slachtoffer 4] gezwaaid en

- die [slachtoffer 4] bij haar badjas vastgehouden en

- dreigend tegen die [slachtoffer 4] gezegd: "Niet liegen, als jij zegt dat er is geen kluis en er is wel een kluis, wordt hij heel boos. Niet liegen"

- gedurende een duur van ongeveer twee uur (van ongeveer 23.00u tot 01.02u) in de woning en in de directe nabijheid van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] gebleven;

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/765011-14

(Zaaksdossier [adres 4])

3.

hij op 11 januari 2012 te 's-Gravenhage een wapen van categorie II, te weten, een automatisch vuurwapen, (merk Agram, model 2000, kaliber 9 x 19 mm) en een voorwerp van categorie I, te weten een (bijbehorende) geluidsdemper en munitie van categorie III, te weten 42 patronen (merk Hollow Point, kaliber 9 mm Luger, merk Prvi Partizan Namenska Proizodnja) heeft overgedragen aan een ander en voorhanden heeft gehad;

(Zaaksdossier Gruis)

5.

hij op 19 maart 2012 te 's-Gravenhage en Delft tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk heeft afgeleverd en een grote hoeveelheid delen van hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

247. Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

248. Het bewezenverklaarde levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

De strafbaarheid van de verdachte

249. De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

De strafoplegging

De vordering van de officieren van justitie

250. De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien jaren. Zij hebben later tijdens de behandeling aangegeven dat de vordering, gelet op het ten aanzien van deze feiten gestelde strafmaximum, moet worden verlaagd naar een gevangenisstraf van zestien jaren.

251. Daarnaast hebben de officieren van justitie de gevangenneming van verdachte gevorderd voor de feiten met betrekking tot Zaaksdossier [adres 3].

Het standpunt van de verdediging

252. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat er veel valt af te dingen op het beeld dat van verdachte door de media en de politie wordt geschetst. De persoon van deze nog jonge verdachte verdient nuance. Daar komt bij dat verdachte extreem lang in het zwaardere regime van de voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Het oordeel van de rechtbank

253. Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

254. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Van alle jegens verdachte bewezenverklaarde feiten zijn de twee overvallen, die ieder voor zich voeren tot bewezenverklaring van diefstal met geweld, afpersing en wedderrechtelijke vrijheidsberoving, alles in vereniging, veruit het meest strafwaardig.

255. Bij de bepaling van de strafsoort en strafmaat zal de rechtbank de LOVS-oriëntatiepunten als uitgangspunt nemen. Als oriëntatiepunt voor de op te leggen straf in geval van een woningoverval met licht geweld, te weten een enkele ruk/duw zonder noemenswaardig letsel, wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaren gehanteerd en in geval van een woningoverval met ander geweld een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaren.

256. Zowel bij de overval op [slachtoffer 3] als bij die op het gezin aan de [adres 1] is sprake geweest van bedreiging met een (imitatie)vuurwapen en het aan handen (en in een van de gevallen ook aan de voeten) vastbinden van de slachtoffers met tiewraps. Dergelijk geweld kan niet meer gelden als licht geweld in de zin van de oriëntatiepunten, wat betekent dat als oriëntatiepunt voor elk van beide overvallen een gevangenisstraf van vijf jaren in aanmerking komt.

257. Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen of er sprake is van strafvermeerderende of strafverminderende factoren in de zin van de oriëntatiepunten.

258. De overval op [slachtoffer 3] heeft geruime tijd geduurd, gedurende welke tijd de slachtoffers onder schot zijn gehouden, waarbij kogels werden getoond kennelijk om duidelijk te maken dat het om een echt vuurwapen ging. Dat moet het traumatische effect van het gebeuren op de slachtoffers in ernstige mate hebben vergroot. [slachtoffer 3] heeft daarnaast met de overvallers moeten onderhandelen over het mee te nemen geld en de mee te nemen horloges, wat duidt op een professionele uitvoering van de overval. Uiteindelijk is een zeer grote hoeveelheid aan geld en horloges gestolen, waarvan slechts een gering gedeelte is teruggevonden. De rechtbank merkt dit alles aan als strafvermeerderende factoren die maken dat voor deze overval oplegging van een gevangenisstraf van zes jaren in aanmerking komt.

259. Ook de overval op het gezin aan de [adres 1] heeft lang geduurd (ruim twee uur) en het traumatiserend effect daarvan zal zo mogelijk nog sterker zijn geweest dan bij de eerder besproken overval. In het huis aan de [adres 1] waren, behalve een echtpaar, ook hun drie kinderen aanwezig waarvan er twee de overval volledig en bewust hebben moeten meemaken. Het gaat hier om extra kwetsbare slachtoffers, waarvan de overvallers zich bewust moeten zijn geweest, wat hun er evenwel niet van heeft weerhouden om met de overval door te gaan. De ouders zijn aan handen en voeten gebonden met tiewraps en van elkaar en van hun kinderen gescheiden. Met name die laatste omstandigheid acht de rechtbank in hoge mate strafvermeerderend. Verder blijkt uit de in het vorenstaande geciteerde bewijsmiddelen dat de overval op een professionele manier is uitgevoerd en dat verdachte in de voorbereiding daarvan een leidende rol heeft gehad. Tenslotte staat vast dat verdachte, die niet meteen is aangehouden, nog enige tijd de beschikking heeft gehad over het overgrote deel van de buitgemaakte horloges en juwelen, die echter bij zijn aanhouding niet zijn aangetroffen. Verdachte is dan ook degene die weet wat er met de buit is gebeurd, en die kennelijk –nog steeds- geen maatregelen heeft genomen om er voor te zorgen dat die buit weer bij de rechtmatige eigenaren wordt terugbezorgd. Ook deze omstandigheden merkt de rechtbank als strafvermeerderend aan. Dat betekent dat de rechtbank voor deze overval oplegging aan verdachte van een gevangenisstraf van zeven jaren passend acht.

260. Aldus resteren nog twee bewezenverklaarde feiten waarvoor een straf behoort te worden opgelegd. Jegens verdachte is bewezenverklaard dat hij een automatisch wapen met bijbehorende munitie en geluiddemper heeft afgeleverd. Gelet op de aard van het wapen en het soort misdrijven waarbij dat regelmatig wordt gebruikt merkt de rechtbank dit aan als een ernstig feit. Het oriëntatiepunt vermeldt als straf voor (alleen) het afleveren van het wapen een gevangenisstraf van negen maanden. De rechtbank merkt als strafvermeerderende omstandigheden aan het mede bewezen verklaren van aflevering van munitie en een geluiddemper, alsmede de omstandigheid dat de aflevering van wapen en munitie op de openbare weg, en wel op een plaats waar winkelend publiek verwacht mag worden, heeft plaatsgevonden. Voor dit feit komt dan ook oplegging een gevangenisstraf van elf maanden in aanmerking.

261. De rechtbank zal het bewezenverklaarde Opiumwet-delict bestraffen met een gevangenisstraf voor de duur van één maand.

262. Noch in de bewezenverklaarde feiten, noch in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte heeft de rechtbank enige omstandigheid kunnen ontdekken die tot strafvermindering zou moeten voeren. Omtrent verdachte is zo goed als niets bekend, en hij heeft desgevraagd ter terechtzitting ook niets over zijn persoonlijke omstandigheden verklaard. Dat betekent dat er geen aanleiding is om een andere straf op teleggen dan het totaal van de voor elk van de besproken feiten in aanmerking komende straffen.

263. De rechtbank zal de vordering tot gevangenneming afwijzen, nu verdachte voor de feiten met betrekking tot Zaaksdossier [adres 3] wordt vrijgesproken.

De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel

De vorderingen van de benadeelde partijen

264. Als benadeelde partijen hebben zich gevoegd ter zake een vordering tot schadevergoeding:

  • -

    [slachtoffer 2] tot een bedrag van € 222.275,98, betrekking hebbend op immateriële schade (fysiek letsel en psychische schade) en materiële schade (sieraden/horloges, kosten advocaat en kosten psychologische ondersteuning);

  • -

    [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 17.480,00, betrekking hebbend op immateriële schade (fysiek letsel en psychische schade) en materiële schade (manchetknopen en horloges);

  • -

    [getuige 7] tot een bedrag van € 1.800,00, betrekking hebbend op immateriële schade (psychische schade);

  • -

    [getuige 7] tot een bedrag van € 1.800,00, betrekking hebbend op immateriële schade (psychische schade).

Het standpunt van de officier van justitie

265. De officieren van justitie hebben geconcludeerd tot volledige toewijzing van de vorderingen en daarbij gevorderd dat ten aanzien van alle vorderingen de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

266. De verdediging heeft zich met betrekking tot de vordering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met uitzondering van de gemaakte advocaatkosten, welke zouden moeten worden afgewezen.

Het oordeel van de rechtbank

267. De gevorderde advocaatkosten vormen geen rechtstreekse schade, zodat de rechtbank de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering. Wel kunnen de advocaatkosten worden aangemerkt als kosten die de benadeelde partij in verband met de vordering heeft gemaakt. Deze kosten kunnen in redelijkheid aan de hand van het ‘Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven’ worden begroot op € 2.000,00, gebaseerd op één punt in een zaak met een geldswaarde van € 195.000 tot € 390.000. Voorts zal de rechtbank verdachte (hoofdelijk) veroordelen in de kosten die benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

268. De materiele schade en de posten fysiek letsel en psychische schade zijn voldoende onderbouwd door de benadeelde partijen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij naar burgerlijk recht deze schade rechtstreeks heeft geleden als gevolg van de bij de dagvaarding met parketnummer 09/754248-11 onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten.

269. De rechtbank zal met betrekking tot deze schade de gevorderde wettelijke rente met uitzondering van de post kosten psychologische ondersteuning toewijzen vanaf de dag waarop de schade is ontstaan, te weten 16 november 2012. De gevorderde rente ten aanzien van de post kosten psychologische ondersteuning zal worden toegewezen vanaf de dag dat deze kosten zijn gevorderd, te weten10 juni 2014.

270. Nu verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Daarbij geldt dat verdachte, indien en voor zover een mededader de benadeelde partij betaalt, in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting is bevrijd.

271. Nu verdachte voor de onder 1 en 2 van de dagvaarding met parketnummer 09/754248-11 bewezenverklaarde strafbare feiten zal worden veroordeeld en hij jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door deze feiten is toegebracht, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat:

  • -

    van een bedrag van € 216.183,63, vermeerderd met de wettelijke rente (over een bedrag van € 212.415,00 vanaf 16 november 2012 en over een bedrag van € 3.768,63 vanaf 10 juni 2014, beide tot aan de dag van de algehele voldoening), ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2];

  • -

    van een bedrag van € € 17.480,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1];

  • -

    van een bedrag van € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [getuige 7];

  • -

    van een bedrag van € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [getuige 7].

De toepasselijke wetsartikelen

272. De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

- 24 c, 36f, 47, 57, 282, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht;

- 3 en 11 van de Opiumwet, en de daarbij behorende Lijst II;

- 13, 26, 31 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij de dagvaarding met parketnummer 09/765011-14 onder 1 (eerste en tweede cumulatief/alternatief), 2 en 4 (eerste en tweede cumulatief/alternatief) tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij de dagvaarding met parketnummer 09/754248-11 onder 1, 2, 3 primair en 4 en de bij de dagvaarding met parketnummer 09/765911-14 onder 3 en 5 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 van de dagvaarding met parketnummer 09/754248-11:

ten aanzien van het eerste cumulatief/alternatief:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

ten aanzien van het tweede cumulatief/alternatief:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3 primair van de dagvaarding met parketnummer 09/754248-11:

ten aanzien van het eerste cumulatief/alternatief:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

ten aanzien van het tweede cumulatief/alternatief:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

ten aanzien van feiten 2 en 4 van de dagvaarding met parketnummer 09/754248-11:

medeplegen van opzettelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3 van de dagvaarding met parketnummer 09/765911-14:

handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II

en

handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

en

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

ten aanzien van feit 5 van de dagvaarding met parketnummer 09/765911-14:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 14 (VEERTIEN) JAREN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

wijst de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [slachtoffer 2], [slachtoffer 1], [getuige 7] en [getuige 7] (gedeeltelijk) toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan:

  • -

    [slachtoffer 2] een bedrag van € 216.183,63, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 212.415,00 vanaf 16 november 2012 en over een bedrag van € 3.768,63 vanaf 10 juni 2014, beide tot aan de dag waarop het betreffende deel van de vordering is voldaan;

  • -

    [slachtoffer 1] een bedrag van € 17.480,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

  • -

    [getuige 7] een bedrag van € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

- [getuige 7] een bedrag van € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze benadeelde partij haar vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt verdachte tevens hoofdelijk in de proceskosten door de benadeelde partijen gemaakt, ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 2] tot op heden begroot op € 2.000,00 en ten aanzien van de benadeelde partijen [slachtoffer 1], [getuige 7] en [getuige 7] tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van:

  • -

    een bedrag van € 216.183,63, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 212.415,00 vanaf 16 november 2012 en over een bedrag van € 3.768,63 vanaf 10 juni 2014, beide tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 2];

  • -

    een bedrag van € 17.480,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1];

  • -

    een bedrag van € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [getuige 7];

  • -

    een bedrag van € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [getuige 7];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast, met betrekking tot [slachtoffer 2] voor de duur van 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen, met betrekking tot [slachtoffer 1] voor de duur van 122 (honderdtweeëntwintig) dagen en met betrekking tot [getuige 7] en [getuige 7] elk voor de duur van 28 (achtentwintig) dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichtingen door verdachte en/of een van zijn mededaders aan de benadeelde partijen de betalingsverplichtingen aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichtingen aan de Staat de betalingsverplichtingen door verdachte en/of zijn mededaders aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen;

wijst af de vordering tot gevangenneming voor de feiten 1 en 2 van de dagvaarding met parketnummer 09/765011-14.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.W. du Pon, voorzitter,

mrs. M. Rootring en R.C. Hartendorp, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.M. Woertman en R. Verbauwen MSc, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 februari 2015.

Mr. Hartendorp is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal uit het betreffende zaaksdossier, onderdeel van het dossier met nummer 15BRT11070 “Condor”, van Politie Eenheid Den Haag, Dienst Regionale Recherche.

2 Relaas Algemeen, p 11

3 [adres 4], p. 82 e.v.

4 Proces-verbaal nummer Condor HGL-001-2014 d.d. 22 mei 2014, later aan het dossier toegevoegd

5 [adres 4], p. 26

6 [adres 4], p. 41 t/m 44

7 [adres 4], p. 192

8 Gruis, relaas, p. 30

9 Gruis, relaas, p. 31

10 Gruis, relaas, p. 32

11 Gruis, relaas, p. 33

12 Gruis, relaas, p. 34

13 Gruis, relaas, p. 35

14 Gruis, relaas, p. 36

15 Gruis, relaas, p. 37

16 Gruis, relaas, p. 38

17 Gruis, relaas, p. 40

18 Gruis, p. 213

19 Gruis, relaas, p. 43

20 Gruis, relaas, p. 44

21 Gruis, relaas, p. 46

22 Gruis, p. 214

23 Gruis, relaas, p. 47

24 Gruis, p. 214

25 Gruis, relaas, p. 48

26 Gruis, p. 214/215

27 Gruis, relaas, p. 50

28 Gruis, relaas, p. 51

29 Gruis, relaas, p. [adres 4]

30 Gruis, relaas, p. 54

31 Gruis, relaas, p. 61

32 Gruis, relaas, p. 73

33 Gruis, relaas, p. 61

34 Gruis, relaas, p. 62

35 Gruis, p. 288

36 Gruis, p. 289

37 [adres 2], p. 199

38 [adres 2], p. 75 e.v. ([slachtoffer 3]) en p. 163 e.v. ([slachtoffer 4])

39 [adres 2], p. 317

40 [adres 2], p. 798

41 “t Haantje, p. 390

42 [adres 2], p. 471

43 [adres 2], p. 1344

44 [adres 2], p. 477

45 [adres 2], p. 473

46 [adres 2], p. 480

47 [adres 2], p. 484

48 [adres 2], relaas, p. 41

49 Methodieken, AH/112/1236

50 Methodieken AH/926/8072

51 Verklaring verdachte ter terechtzitting

52 [adres 2], p. 474

53 [adres 2], p. 782

54 [adres 2], p. 759

55 [adres 2], p. 824

56 [adres 2], p. 832

57 Methodieken, p. 1246

58 Methodieken, p. 1664

59 Pv Aanleiding verhoren getuigen, met bijlagen d.d. 4 september 2014

60 [adres 2], p. 1212

61 Sessie 424, bijlage bij pv aanleiding verhoren getuigen d.d. 4 september 2014

62 Pv observeren 11 april 2012, bijlage bij pv aanleiding verhoren getuigen d.d. 4 september 2014

63 [adres 2], p. 1225

64 [adres 2], p. 1272

65 [adres 2], p. 1252 en p. 1254

66 [adres 2], p. 701

67 [adres 2], p. 372

68 Methodieken, p. 3713

69 [adres 2], p. 683

70 [adres 2], p. 685

71 [adres 2], p. 686

72 [adres 2], p. 687

73 [adres 2]. p. 687

74 [adres 2], p. 689

75 [adres 2], p. 690

76 [adres 2], p. 702

77 [adres 2], p. 1551

78 [adres 2], p. 1556

79 [adres 2], p. 733

80 [adres 2], p. 735

81 Eigen verklaring verdachte ter terechtzitting

82 [adres 2], p. 762

83 [adres 2], p. 772

84 [adres 2], p. 857

85 [adres 2], p. 1327 en Bijlage bij pv “aanleiding verhoren getuigen” d.d. 4 september 2014

86 [adres 2] relaas, p. 73

87 [adres 2], p. 649

88 [adres 2], p. 653

89 [adres 2], p. 656

90 [adres 2], p. 121

91 [adres 2], p. 680

92 [adres 2], p. 678

93 [adres 2], p. 655

94 [adres 2], p. 649

95 [adres 2], p. 368

96 [adres 2], p. 337

97 Verklaring verdachte ter terechtzitting, [adres 2], p. 365

98 Verklaring verdachte ter terechtzitting

99 [adres 2], p. 333

100 [adres 2], p. 338

101 [adres 2], p. 659

102 [adres 2], p. 660 e.v.

103 [adres 2], p. 551

104 Proces-verbaal zitting 13 tot en met 20 juni 2014, 09/754003-12 en 09/765012-14

105 Verdachtendossier, p. 35 e.v.

106 Indien een deel van een gesprek onverstaanbaar is dan wordt dit aangegeven met ovb.

107 [adres 1], p 3 e.v.

108 [adres 1], p. 43 e.v.

109 [adres 1], p. 53 e.v.

110 [adres 1], p 93 e.v.

111 [adres 1], p. 213 e.v.

112 [adres 1], p. 42 e.v.

113 Verdachtendossier [medeverdachte 8], p 58

114 [adres 1], p. 205

115 Proces-verbaal van de openbare zitting van de rechtbank te Den Haag d.d. 13 tot en met 30 juni 2014; proces-verbaal van getuigenverhoor van 27 november 2014.

116 Idem

117 Relaas Algemeen, p 11

118 OVC, p. 1092 e.v.

119 [adres 1], p. 394

120 [adres 1], p 132

121 Vonnis van de Rechtbank te Den Haag van 4 juli 2014 inzake parketnummer 09/767039-13

122 OVC p 1098 e.v.

123 OVC, p. 1106 e.v.

124 Verdachtendossier [verdachte], p. 77 e.v.

125 [adres 1], p. 323

126 NFI-rapport van 11 september 2013, Forensisch dossier [adres 1], p. 199 e.v.

127 NFI-rapport van 16 oktober 2013, Forensisch dossier [adres 1], p 224 e.v.

128 Zoals vermeld in het eerdere NFI-rapport van 17 april 2013, Forensisch dossier [adres 1], p. 193 e.v.

129 NFI-rapport van 11 september 2013, Forensisch dossier [adres 1], p. 199 e.v.

130 [adres 1], p 326

131 Verhoor [medeverdachte 15] als verdachte, [adres 1], p. 686/687

132 OVC, p. 1190

133 OVC, p 1192

134 OVC p. 1200

135 Verhoor [medeverdachte 15] als verdachte, [adres 1], p. 686/687

136 [adres 1], p. 855

137 [adres 1], p. 836

138 OVC, p. 1115

139 [adres 1], p. 355

140 NFI-rapport d.d. 4 april 2014

141 FO [adres 1], p. 323

142 [adres 1], p. 982