Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:1741

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-02-2015
Datum publicatie
11-03-2015
Zaaknummer
C-09-452643 - HA ZA 13-1158
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering van curator tot teruglevering van in bruikleen gegeven containers. Afwijzing vordering wegens schuldeisersverzuim.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RI 2015/57
INS-Updates.nl 2015-0045
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/452643 / HA ZA 13-1158

Vonnis van 18 februari 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap

A+G VENLO B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Venlo,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.J.H. Thijssen te Venlo,

tegen

de heer mr. [curator] in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap [A] PLANTENSERVICE B.V.,

kantoorhoudende te Alphen aan de Rijn,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat N.J. Meuwese te ‘s-Hertogenbosch.

Partijen zullen hierna A+G en de curator genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 12 september 2013, met elf producties;

- de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie (hierna: conclusie van eis in reconventie), met vijftien producties;

- het tussenvonnis van 22 januari 2014 waarbij een comparitie is bevolen en de beschikking van 6 juni 2014 waarbij die comparitie nader is bepaald op 7 juli 2014;

- het proces-verbaal van comparitie van 7 juli 2014, met de daarin genoemde akte vermeerdering eis in reconventie en de fax van 4 juli 2014, met als bijlage productie 16, van de zijde van de curator.

1.2.

[A] Plantenservice B.V. (hierna: [A] Plantenservice) is op 4 februari 2014 in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. Berntsen tot curator. Ter rolle van 2 april 2014 is het geding in conventie en reconventie op grond van artikel 29 Faillissementswet (hierna: Fw) geschorst. Bij faxbericht van 23 april 2014 heeft de curator de rechtbank meegedeeld dat hij de procedure in reconventie op basis van artikel 27 lid 3 Fw overneemt. Het geding in reconventie is vervolgens voortgezet.

1.3.

Ten slotte is in reconventie een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

A+G houdt zich bezig met goederenvervoer over de weg. [A] Plantenservice exploiteerde een groothandel in bloemen en planten.

2.2.

[A] Plantenservice leverde bloemen en planten aan de bouwmarkten van Baumarkt Praktiker Warenhandelsgesellschaft mbH (hierna: Praktiker). Tot deze groep behoren de bouwmarkten van de ketens “Praktiker” en “Max Bahr”. Het vervoer van de bloemen en planten van [A] Plantenservice naar de bouwmarkten van Praktiker en Max Bahr is verricht door A+G.

2.3.

Voor het vervoer van de bloemen en planten zijn onder meer zogenaamde CC-containers met toebehoren gebruikt. Deze containers met toebehoren heeft [A] Plantenservice gehuurd van Easy Container Service V.O.F. (hierna: ECS). Hiertoe hebben [A] Plantenservice en ECS op 13 november 2012 een huurovereenkomst gesloten, voor de duur van een jaar, ingaande op 1 januari 2013. In totaal heeft [A] Plantenservice 10.000 CC-containers, 40.000 staanders (ook wel: opzetstukken) en 50.000 platen van ECS gehuurd.

2.4.

Op 3 december 2012 hebben A+G en [A] Plantenservice een overeenkomst genaamd “Vereinbarung über die Zurverfügungstellung von CC-Containern” (hierna: de gebruiksovereenkomst) gesloten, op basis waarvan [A] Plantenservice de door haar gehuurde CC-containers met toebehoren aan A+G ter beschikking heeft gesteld ten behoeve van het vervoer van de bloemen en planten naar de bouwmarkten van Praktiker en Max Bahr. De gebruiksovereenkomst is opgesteld in de Duitse taal en bepaalt onder meer het volgende:

“1. [A] stellt für den Zeitraum von einem Jahr 10.000 CC-Container inklusive 50.000 Bretter A+G zur Verfügung. Die Vertragslaufzeit beginnt am 01.01.2013 und endet am 31.12.2013. Die CC-Container werden ausschließlich im Zuge von Belieferungen des Praktiker Konzers in Empfang genommen.

(…)

5. Das durch den Praktiker Konzern an A+G gemeldete Leergut sowie alle anderen Retouren aus den Märkten der Vertriebslinien Max Bahr und Praktiker sind innerhalb von 5 Arbeitstagen nach Abholung aus den Märkten an [A] zurückzuführen. Geschieht dies nicht, werden 100 € pro CC und 10 € pro Brett bei der nächsten zu zahlenden Rechnung zurückgehalten.

(…)

7. Im Falle einer Kündigung ob außerordentlich oder ordentlich der Rahmenbeförderungsvereinbarung zwischen dem Praktiker Konzern und A+G ist A+G verpflichtet, sämtliche CC-Container und Bretter, die Gegenstand dieser Vereinbarung sind, unverzüglich an [A] zurückzuführen.

8. Für den Fall, dass A+G nicht rechtzeitig die benötigten CC- oder BC-Salden, wie laut Rahmen-Beförderungsvereinbarung Anlage 3b geschildert, liefert, wird [A] nach Absprache (E-Mail – oder Fax) die notwendigen Fehlbestände zum Tagessatz mieten und A+G die daraus resultierenden Kosten in Rechnung stellen.

2.5.

De CC-containers zijn voorzien van een CC-label en circuleren tussen diverse marktpartijen. A+G liet bij de levering van de bloemen en planten aan de bouwmarkten van Praktiker en Max Bahr de volle CC-containers met toebehoren achter en nam de door Praktiker en Max Bahr aangewezen lege CC-containers met toebehoren mee terug.

2.6.

Op 6/12 december 2012 hebben A+G en Praktiker een “Rahmen-Beförderungsvereinbarung” (hierna: de raamovereenkomst) gesloten in verband met het vervoer naar de bouwmarkten van Pratiker en Max Bahr, die voor zover relevant luidt:

1.3

Der Auftragnehmer [A+G; rechtbank] sließt die Beförderungsverträge mit den in 1.1. genannten und auf Verlangen des Auftraggebers hinzutretendend Lieferanten [waaronder [A] Plantenservice; rechtbank]. Der Auftraggeber wird im Verhältnis zum Auftragnehmer jedoch so gestellt, als seien diese Beförderungsverträge zwischen dem Auftraggeber und dem Auftragnehmer und zwar auf Grundlage deutscher gesetzlicher Bestimmungen unter Ergänzung der Bestimmungen dieses Vertrages geschlossen worden. Rechte, die den Lieferanten aus den Beförderungsverträgen gegenüber dem Auftragnehmer erwachsen, werden durch diesen Vertrag nicht berührt. Der Auftraggeber ist berechtigt, den in Punkt 1.1. genannten Lieferanten sowie weiteren hinzugefügten Lieferanten diese Rahmenbeförderungsvereinbahrung in Kopie auszuhändigen.

(…)

§ 12 Zahlungsbedingungen

1. Der Auftragnehmer erstellt Rechnungen an die Lieferanten über die in der abgelaufenen Woche angefallenen Frachten.

(…)

3. Alle Vergütungen des Auftragnehmers sind spätestens 60 Tage nach Ablieferung der Vertragsware bei den Märkten und nach dem Zugang der ordnungsgemäßen Rechnung bei den Lieferanten zu Zahlung fällig. Die Zahlung der Rechnungen erfolgt durch den Lieferanten.

Sonderregelung Lieferant [A]:

Der Auftragnehmer und der Auftraggeber erhalten 1X pro Woche unaufgefordert von dem Lieferanten [A] eine Liste „Verlade übersicht [A] – Spedition“ über alle erfolgten [A]-Verladungen der abgelaufenen Woche (von Sonntag bis Samstag), die folgende Angaben erhalten muss:

(…)

Diese ist die alleinige Grundlage der von dem Auftragnehmer zu erstellenden Rechnungen. Unstimmigkeiten und Differenzen der Liste „Verlade Übersicht [A]-Spedition” sind vor Rechnungerstellung zwischen dem Lieferanten [A] und dem Auftragnehmer unmittelbar zu klären.

(…)

13.3

Pfand- und Zurückbehaltungsrechte des Auftragnehmers sind - auch im Verhältnis zum Lieferanten -

ausgeschlossen.

2.7.

A+G heeft in verband met het door haar verrichte vervoer telkens aan [A] Plantenservice gefactureerd en [A] Plantenservice heeft die facturen in eerste instantie betaald, maar is op enig moment opgehouden te betalen. Van de door A+G aan [A] Plantenservice gezonden facturen is een totaalbedrag van (in hoofdsom) € 125.393,17 onbetaald gebleven.

2.8.

[A] Plantenservice heeft A+G bij e-mailberichten van 11 en 18 maart, 7, 28 en 29 mei en 9 juli 2013 aangeschreven omdat naar haar oordeel A+G de lege CC-containers met toebehoren niet binnen de overeengekomen aflevertermijn bij haar inleverde. Zij heeft A+G verzocht de lege CC-containers met toebehoren zo spoedig mogelijk terug te brengen. [A] Plantenservice heeft voorts gewezen op de tussen partijen overeengekomen boeteclausule terzake het te laat c.q. niet leveren van de door haar gehuurde en aan A+G ter beschikking gestelde CC-containers met toebehoren.

2.9.

Praktiker en Max Bahr zijn op 11 juli 2013 respectievelijk 26 juli 2013 failliet verklaard.

2.10.

Bij brief 23 juli 2013 heeft [A] Plantenservice onder meer per omgaande teruggave verzocht van alle zich nog onder A+G bevindende CC-containers. A+G heeft aan dit verzoek geen gehoor gegeven en geweigerd de zich nog bij Praktiker en Max Bahr bevindende CC-containers met toebehoren op te halen en terug te leveren aan [A] Plantenservice zolang de openstaande facturen niet eerst door [A] Plantenservice werden betaald.

2.11.

[A] Plantenservice heeft vervolgens aan A+G een drietal facturen gezonden:

1. een factuur met factuurnummer VF13-055412, gedateerd 25 juli 2013, voor een bedrag van € 708.510,66 inclusief BTW, in verband met 4.048 CC-containers niet ingeleverd, 13.828 CC-platen niet ingeleverd en 41.466 CC-opzetstukken niet ingeleverd;

2. een factuur met factuurnummer VF13-055413, gedateerd 25 juli 2013, voor een bedrag van € 214.315,20 inclusief BTW, in verband met 1.406 CC-containers “te laat ingeleverd week 27” en 3.632 CC-platen “te laat ingeleverd week 27”;

3. een factuur met factuurnummer VF13-055418, gedateerd 29 juli 2013, voor een bedrag van € 71.765,10 inclusief BTW, in verband met 420 CC-containers “te laat/niet ingeleverd week 30” en 1.731 “CC-platen te laat/niet ingeleverd week 30”.

2.12.

[A] Plantenservice heeft op enig moment vervoerder [B] ingeschakeld om de na het faillissement van Praktiker en Max Bahr bij de bouwmarkten in Duitsland achtergebleven CC-containers met toebehoren terug te halen. [A] Plantenservice heeft in verband met gemaakte vervoerskosten bij factuur van 30 oktober 2013 een bedrag van € 16.654,44 inclusief BTW bij A+G in rekening gebracht. Tevens heeft zij aan A+G een creditnota van 30 oktober 2013 gezonden voor een bedrag van € 465.491,84 inclusief BTW in verband met 2.875 opgehaalde CC-containers, 8.834 opgehaalde CC-platen en 8.864 opgehaalde CC-opzetstukken.

2.13.

A+G heeft de onder rov. 2.11. en 2.12. vermelde facturen onbetaald gelaten.

3 Het geschil in reconventie

3.1.

De curator vordert in reconventie – na vermeerdering van eis en zakelijk weergegeven – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair

i. A+G te gebieden om binnen twee weken na betekening van het te wijzen vonnis 1.183

CC-containers voorzien van “rode scanbare RFID-Tags”, 4.994 platen en 32.602

opzetstukken aan de curator ter hand te stellen door aflevering daarvan op het bedrijfsterrein van [A] Plantenservice te Hazerswoude-Dorp;

ii. het bepaalde onder i. op straffe van een dwangsom van € 100 per container, € 10 per plaat en € 1 per opzetstuk indien A+G geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft, althans een door de rechtbank te bepalen dwangsom;

subsidiair

iii. A+G te voordelen tot betaling van een bedrag van € 243.018,82 inclusief BTW, te vermeerderen met wettelijke handelsrente;

meer subsidiair

iv. voor recht te verklaren dat A+G onrechtmatig handelt jegens (de boedel van) [A] Plantenservice door de 1.183 CC-containers, 4.994 platen en 32.602 opzetstukken onder zich te houden en aansprakelijk is voor de dientengevolge door (de boedel van) [A] Plantenservice geleden en te lijden schade;

v. A+G te veroordelen tot vergoeding van de door (de boedel van) [A] Plantenservice geleden en te lijden schade, nader op te maken bij staat;

zowel primair als subsidiair en meer subsidiair

vi. A+G te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 286.080,30 inclusief BTW, te vermeerderen met wettelijke handelsrente;

vii. A+G te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 16.654,44, te vermeerderen met wettelijke handelsrente;

viii. A+G te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 4.420,50, te vermeerderen met wettelijke rente;

ix. A+G te veroordelen in de kosten van deze procedure, met inbegrip van de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De curator legt aan de primaire vordering ten grondslag dat A+G toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen voortvloeiende uit de gebruiksovereenkomst, door niet, althans niet tijdig, alle aan haar ter beschikking gestelde CC-containers met toebehoren af te leveren bij [A] Plantenservice. Gelet hierop vordert de curator nakoming van de contractuele verplichting tot teruggave van de CC-containers met toebehoren, een en ander op straffe van een dwangsom.

Aan de subsidiaire vordering legt de curator ten grondslag dat het ervoor gehouden moet worden dat de – niet bij [A] Plantenservice afgeleverde – CC-containers met toebehoren verloren of gestolen zijn. A+G is op grond van de gebruiksovereenkomst gehouden een gefixeerde schadevergoeding voor de CC-containers met toebehoren aan de curator te betalen.

Ter onderbouwing van de meer subsidiaire grondslag voert de curator aan dat A+G aansprakelijk en schadeplichtig is uit hoofde van onrechtmatige daad. Hierdoor heeft (de boedel van) [A] Plantenservice schade geleden.

Zowel primair als (meer) subsidiair vordert de curator daarnaast betaling van de contractueel overeengekomen boete vanwege het te laat inleveren van de CC-containers met toebehoren en de gemaakte kosten voor het terughalen van een deel van de CC-containers uit Duitsland door een andere vervoerder.

Daarnaast stelt de curator ten aanzien van de primaire en (meer) subsidiaire vorderingen buitengerechtelijke kosten te hebben gemaakt, die eveneens door A+G dienen te worden vergoed.

3.3.

A+G heeft ter zitting verweer gevoerd.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in reconventie

4.1.

Ter beoordeling ligt voor of A+G jegens [A] Plantenservice gehouden is tot afgifte van de door de curator gevorderde containers en toebehoren. Volgens de curator was A+G ingevolge de artikelen 1 en 5 van de gebruiksovereenkomst verplicht de lege CC-containers met toebehoren binnen vijf werkdagen nadat A+G deze bij Praktiker en Max Bahr had opgehaald, en in ieder geval bij het einde van de gebruiksovereenkomst op 31 december 2013, af te leveren bij [A] Plantenservice, aan welke verplichting A+G niet heeft voldaan.

4.2.

A+G heeft daar tegenover gesteld dat [A] Plantenservice tekort is geschoten in het nakomen van haar betalingsverplichting uit hoofde van de tussen A+G en [A] Plantenservice gesloten vervoerovereenkomsten. Om die reden doet A+G een beroep op een opschortings- en retentierecht.

Vervoerovereenkomsten gesloten tussen A+G en [A] Plantenservice?

4.3.

Tussen partijen is allereerst in geschil of in verband met de leveranties van producten van [A] Plantenservice aan Praktiker en Max Bahr vervoerovereenkomsten zijn gesloten tussen A+G en [A] Plantenservice, zoals A+G stelt, of tussen A+G en Praktiker, zoals de curator betoogt.

4.4.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met het door A+G uitgevoerde vervoer naar de bouwmarkten van Praktiker en Max Bahr tussen partijen vervoerovereenkomsten tot stand zijn gekomen. Zij licht dit als volgt toe. Zoals blijkt uit de artikelen 7 en 8 van de gebruiksovereenkomst (tussen A+G en [A] Plantenservice), waarin wordt verwezen naar (een bijlage van) de raamovereenkomst (tussen A+G en Praktiker)(zie rov. 2.4.), heeft Praktiker conform artikel 1.3 van de raamovereenkomst een exemplaar van de raamovereenkomst aan [A] Plantenservice verstrek. Hierdoor was [A] Plantenservice met inhoud van de raamovereenkomst en de daarin neergelegde afspraken tussen A+G en Praktiker omtrent het vervoer bekend. Gezien de inhoud van deze onlosmakelijk met elkaar verbonden overeenkomsten – in onderling verband bezien – en het gegeven dat de raamovereenkomst voorschrijft dat de vervoerovereenkomsten door A+G rechtstreeks met [A] Plantenservice worden gesloten, heeft als uitgangspunt te gelden dat A+G rechtstreeks vervoerovereenkomsten sloot met [A] Plantenservice. Concrete feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat partijen, in het bijzonder Praktiker, – in afwijking van wat in de raamovereenkomst is overeengekomen –, alsnog hebben besloten dat de vervoerovereenkomsten tussen A+G en Praktiker werden gesloten, zijn niet gesteld door de curator op wiens weg dat zou hebben gelegen. Daarmee staat vast dat A+G rechtstreeks vervoerovereenkomsten heeft gesloten met [A] Plantenservice voor het vervoer naar de bouwmarkten van Praktiker en Max Bahr. Nu de raamovereenkomst hierin ook voorzag, was het niet nodig om steeds weer (schriftelijke) vervoerovereenkomsten te sluiten, en kon ter naleving van de raamovereenkomsten worden volstaan met het (telefonisch) doorgeven van de vervoeropdrachten.

Toerekenbare tekortkoming

4.5.

Nu deze zaak een internationale karakter heeft, stelt de rechtbank voorop dat, nu beide partijen in Nederland zijn gevestigd, toepassing van artikel 4 van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (partijen zijn geen rechtskeuze overeengekomen) meebrengt dat op de gebruiksovereenkomst Nederlands recht van toepassing is.

4.6.

A+G voert voorts als verweer dat [A] Plantenservice zelf toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting uit hoofde van de tussen partijen gesloten vervoerovereenkomsten. De rechtbank begrijpt dat A+G in het kader van de gebruiksovereenkomst een beroep doet op een haar toekomend retentierecht.

4.7.

Krachtens artikel 6:52 lid 1 BW is een schuldenaar die een opeisbare vordering heeft op zijn schuldeiser bevoegd de nakoming van zijn verbintenis met een beroep op een retentierecht op te schorten tot voldoening van zijn vordering plaatsvindt, indien tussen vordering en verbintenis voldoende samenhang bestaat om deze opschorting te rechtvaardigen. Krachtens artikel 6:52 lid 2 BW kan een zodanige samenhang onder meer worden aangenomen wanneer de verbintenissen over en weer voortvloeien uit dezelfde rechtsverhouding of uit zaken die partijen regelmatig met elkaar hebben gedaan.

4.8.

De betalingsverplichtingen van [A] Plantenservice vloeien voort uit de tussen partijen gesloten vervoerovereenkomst(en). De verplichtingen van A+G tot teruglevering van de containers en toebehoren vloeit voort uit de tussen A+G en [A] Plantenservice gesloten gebruiksovereenkomst. Nu voornoemde verplichtingen voortvloeien uit dezelfde rechtsverhouding en de onderliggende overeenkomsten met elkaar samenhangen (zie ook rov. 4.4. hiervoor), heeft A+G met betrekking tot haar uit de gebruiksovereenkomst voortvloeiende verplichtingen tot teruglevering een opschortingsrecht. Artikel 6:61 lid 2 BW brengt vervolgens mee dat zolang [A] Plantenservice in verzuim is, A+G niet in verzuim kan geraken. Dit brengt mee dat de vorderingen van de curator met betrekking tot de containers en toebehoren niet opeisbaar zijn en de curator op grond van artikel 6:62 BW niet bevoegd tot het nemen van executiemaatregelen.

4.9.

Voor zover de curator nog heeft aangevoerd dat A+G op grond van artikel 13.3 van de raamovereenkomst jegens [A] Plantenservice geen rententierecht toekomt, kan dit betoog haar niet baten. De curator stelt immers zelf dat [A] Plantenservice geen partij is bij de raamovereenkomst. De curator kan dan ook niet met succes voornoemd artikel aan A+G tegenwerpen. Belangrijker is echter dat [A] Plantenservice en A+G met betrekking tot de containers en toebehoren een specifieke regeling hebben getroffen in de vorm van de gebruiksovereenkomst zodat deze overeenkomst (bij uitsluiting van de raamovereenkomst) de rechtsverhouding tussen partijen met betrekking tot de containers en toebehoren beheerst. Wanneer [A] Plantenservice het verbod op het retentierecht uit de raamovereenkomst – die betrekking heeft op andere diensten dan de gebruiksovereenkomst – eveneens van toepassing hadden willen verklaren op de in de gebruiksovereenkomst genoemde diensten, had [A] Plantenservice dat verbod expliciet in de gebruiksovereenkomst moeten opnemen, hetgeen zij heeft nagelaten. Nu het A+G op grond van de gebruiksovereenkomst niet is verboden een rententierecht in te roepen, kan zij dit recht met succes inroepen. Dit is ook in lijn met de (internationale) handels- en vervoerspraktijk, waarin een rententierecht als passend wordt gezien en een verbod daartoe uitdrukkelijk dient te worden overeengekomen. Overigens is nog relevant dat zelfs wanneer de curator met succes een beroep op artikel 13.3 van de raamovereenkomst zou toekomen, [A] Plantenservice dan op grond van artikel 12.3 van de raamovereenkomst gehouden zou zijn om de facturen van A+G te betalen.

4.10.

Het voorgaande heeft tot gevolg dat de rechtbank de vorderingen van de curator zal afwijzen. De curator zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in reconventie. De kosten aan de zijde van A+G worden begroot op € 1.000 aan salaris advocaat (2,0 punten × 0,5 × tarief € 2.000).

5 De beslissing in reconventie

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt de curator in de proceskosten in reconventie, aan de zijde van A+G tot op heden begroot op € 1.000.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.L.M. Luiten en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.