Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:1661

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-02-2015
Datum publicatie
18-02-2015
Zaaknummer
AWB 14-19059
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet gegrond, onduidelijkheid in herstelverzuimbrief mag niet voor rekening van opposante komen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 14/19059

uitspraak van de enkelvoudige kamer van op het verzet van

[opposante] , opposante,

(gemachtigde: M.B.J. Strooij).

Procesverloop

Opposante heeft tegen de beslissing op bezwaar van [de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie] van 25 juli 2014 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.

Bij uitspraak van 6 oktober 2014 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 december 2014. Opposante heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposante heeft verzuimd binnen de gestelde termijn de beroepsgronden en een kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank toe te sturen.

2. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of zij in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.

3. Opposante voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat dat zij de gronden van beroep en het bestreden besluit op 16 september 2014 aan de rechtbank heeft gefaxt. Opposante voegt een afschrift van het faxverzendbewijs toe. Opposante stelt dat het verzuim tijdig is hersteld.

4. Vaststaat dat de rechtbank bij brief van 19 augustus 2014 aan opposante heeft verzocht de gronden van het beroep en een kopie van het bestreden besluit zo spoedig mogelijk en uiterlijk vier weken na datum van verzending van die brief aan de rechtbank toe te sturen. De rechtbank is van oordeel dat met de zinssnede “na datum van verzending van die brief” onvoldoende helderheid bestaat omtrent de dag waarop de gestelde termijn aanvangt. Bedoeld kan zijn dat de termijn aanvangt op de dag van de genoemde datum, te weten 19 augustus, in welk geval de termijn eindigt op 15 september 2014. Maar ook is denkbaar dat bedoeld wordt dat de termijn aanvangt op de dag na 19 augustus, in welk geval de termijn eindigt op 16 september 2014. De rechtbank is van oordeel dat opposante niet de dupe moet worden van deze onduidelijkheid. Bovendien is de regel dat de termijn aanvangt op de dag na 19 augustus in lijn met het bepaalde van artikel 6:8, eerste lid van de Awb. Weliswaar gaat laatstgenoemd artikel niet over hersteltermijnen maar over de termijn voor indiening van bezwaar- en beroepschriften, doch niet valt in te zien waarom voor hersteltermijnen een andere aanvangstermijn dient te gelden dan voor beroep- en bezwaarschriften. Genoegzaam staat vast dat opposante het verzuim heeft hersteld op 16 september 2014. Dat is derhalve binnen de gestelde termijn van 4 weken.

Het verzet is gegrond. Na gegrondverklaring dient het onderzoek te worden voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Verweerder wordt in de door opposante gemaakte proceskosten (in verzet) veroordeeld, waarbij met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht het gewicht van de zaak is bepaald op 0,25 (zeer licht) en voor de verleende rechtsbijstand (indienen verzetschrift, verschijnen ter zitting) 1 punt wordt toegekend.

Voor zover opposante heeft beoogt tevens verzet in te stellen tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 oktober 2014 (AWB 14/19061) oordeelt de rechtbank dat tegen die uitspraak geen rechtsmiddel (ook geen verzet) openstaat. De rechtbank zal hierover dan ook geen uitspraak doen.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het verzet gegrond.

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van het geding in verzet, ten bedrage van € 121,75, te betalen aan de gemachtigde van opposante.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. de Valk, rechter, in aanwezigheid van I. Broekhuizen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.