Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:16039

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-09-2015
Datum publicatie
11-04-2016
Zaaknummer
C-09-496031-KG RK 15-1800
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Intellectuele Eigendom. Verzoek tot opleggen van dwangsom bij weigering medewerking aan het leggen van conservatoir bewijsbeslag en verhaalsbeslag afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK Den hAag

Team Handel - voorzieningenrechter

rekestnummer: KG RK 15-1800

Beschikking van 14 september 2015

in de zaak van

de vennootschap naar vreemd recht

[X] ,

gevestigd te Willich-Münchheide, Duitsland,

verzoekster,

advocaten: mr. J.S. Hofhuis en mr. J.M. van Hattum te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[Y],

gevestigd te Hoge Bergen, gemeente Roosendaal

gerekwestreerde.

1 Het verzoek

1.1.

Op 10 september 2015 is bij het Team Administratie Civiel van deze rechtbank ingekomen een verzoekschrift tot het opleggen van een dwangsom bij weigering tot medewerking aan het leggen van beslag, met daarbij gevoegd 4 bijlagen. Het verzoekschrift is een vervolg op het bij beschikking van 4 september 2015 in de zaak met rekestnummer KG RK 15-1702 aan verzoekster verleende verlof tot het onder gerekwestreerde leggen van conservatoir beslag tot afgifte op grond van artikel 730 Rv, conservatoir bewijsbeslag op grond van artikel 1019b jo 1019c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), gerechtelijke bewaring op grond van artikel 709 Rv en conservatoir verhaalsbeslag onder derden op grond van artikel 718 jo 475 Rv.

1.2.

De raadsman van verzoekster is op 10 september 2015 in de gelegenheid gesteld de grondslag van het verzoek nader te onderbouwen. Dat heeft verzoekster bij e-mail van 11 september 2015 gedaan.

1.3.

Een afschrift van het onderhavige verzoekschrift met bijlagen en een kopie van de e-mail van verzoekster van 11 september 2015 zijn aan deze beschikking gehecht.

2 De beoordeling

Bevoegdheid

2.1.

Aangezien gerekwestreerde in Nederland gevestigd is en haar een inbreuk op Gemeenschapsmerken wordt verweten is de rechtbank Den Haag op grond van artikel 97 lid 1 juncto artikel 96 van Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Gemeenschapsmerk (hierna: GMVo) en artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening inzake het Gemeenschapsmerk bevoegd om van het bodemgeschil kennis te nemen. Derhalve is de voorzieningenrechter van deze rechtbank op grond van artikel 103 GMVo ook bevoegd tot het treffen van voorlopige en beschermende maatregelen, i.c. in aanvulling op het eerder toegestane beslag.

Bevel medewerking met oplegging dwangsom

2.2.

Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter rust op gerekwestreerde geen wettelijke verplichting om medewerking te verlenen bij het onder haar te leggen afgiftebeslag en conservatoir bewijsbeslag. Gerekwestreerde is ook niet wettelijk verplicht toegang te verlenen tot haar bedrijfsruimtes aan de voor de beslaglegging ingeschakelde deurwaarder(s).

2.3.

Die toegang wordt door middel van het binnentredingsrecht van de deurwaarder geregeld in artikel 444 Rv. Lid 1 van dat artikel bepaalt dat de deurwaarder ter inbeslagneming toegang heeft tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is. Lid 2 van dat artikel bepaalt onder meer dat indien de deuren gesloten zijn, of de opening daarvan geweigerd wordt, de deurwaarder zich zal vervoegen bij de burgemeester in wiens tegenwoordigheid de opening van de deuren zal worden gedaan en dat de burgemeester zich kan doen vertegenwoordigen door een ambtenaar van politie die tevens hulpofficier van justitie is.

2.4.

Anders dan verzoekster stelt, is de omstandigheid dat zowel de politie (vanwege de landelijke staking) als de burgemeester in de gemeente Roosendaal desgevraagd hebben geweigerd bijstand te verlenen conform artikel 444 Rv lid 2 voorshands oordelend niet gelijk te stellen met de situatie bedoeld in r.o. 3.9.10 van het arrest van de Hoge Raad van 13 september 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BZ9958). Ondanks het ontbreken van een wettelijke basis daarvoor heeft de Hoge Raad in dat specifieke geval wel een medewerkingsplicht aangenomen omdat medewerking van de gerekwestreerde dan wel derde de enige mogelijkheid is om digitale bestanden die ‘in the cloud’ worden bewaard in beslag te kunnen nemen. In dit geval gaat het om een situatie die in artikel 444 Rv is geregeld.

2.5.

Dat in dit geval het opleggen van een medewerkingsplicht een praktische oplossing zou zijn om toegang te bewerkstelligen, is voorshands oordelend onvoldoende grond om buiten het wettelijk stelsel van artikel 444 Rv te treden.

2.6.

Gelet op het voorgaande ontbreekt, voorshands oordelend, een grondslag voor de aan gerekwestreerde op te leggen algemene verplichting medewerking te verlenen, danwel een verplichting tot het verlenen van toegang tot haar bedrijfsruimtes, voor het onder haar te leggen beslag. Het verzochte zal worden geweigerd.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1.

weigert het verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.P.M. Loos op 14 september 2015 in aanwezigheid van de griffier.